Brief regering : Uitkomsten Werkgroep RI&E
25 883 Arbeidsomstandigheden
Nr. 548
BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2026
Werk vormt een belangrijk onderdeel in het leven van mensen. Het zorgt voor inkomen,
zingeving en deelname aan de samenleving. Werk moet gezond en veilig zijn. Werkgevers
zijn verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden. De werkgever brengt alle arbeidsrisico’s
in kaart met de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). In het bijbehorende plan
van aanpak staan alle maatregelen om de risico’s te beheersen. De RI&E is een wettelijk
verplicht instrument voor alle werkgevers en komt voort uit de EU Kaderrichtlijn 89/391.
Een werkgever stelt de RI&E samen met werkenden op en werknemers zijn verplicht om
de werkzaamheden uit te voeren volgens de door de werkgever voorgeschreven maatregelen.
De werkgever evalueert en actualiseert de RI&E regelmatig samen met werknemers.
Met name het mkb ervaart de RI&E-verplichting als kostbaar en ingewikkeld. De naleving
van de RI&E in het mkb is lager dan bij grotere organisaties1, terwijl het aantal ongevallen door werk in het kleinbedrijf relatief groot is.2 De algemene kwaliteit van de RI&E wordt in 70 procent van de gevallen als voldoende
of goed beoordeeld. 91 procent van de medewerkers is werkzaam bij een bedrijf met
een RI&E.3 Ondanks de recente nalevingsstijging van 50 naar 68 procent is er dus nog werk te
doen.
Mijn ambtsvoorganger heeft in het commissiedebat Gezond en Veilig Werken van 11 juni
2025 uw Kamer toegezegd een werkgroep samen te stellen met de sociale partners en
de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het doel van de werkgroep was het inventariseren
van de belangrijkste RI&E-knelpunten voor het mkb en te komen tot gedragen oplossingen.
Dit alles om de naleving te laten stijgen, zonder afbreuk te doen aan het beschermingsniveau
van werkenden.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van deze werkgroep. Hiermee
geef ik ook invulling aan de moties van de leden Flach en Kisteman.4
Samenstelling en werkwijze
De Werkgroep RI&E stond onder leiding van een externe voorzitter en was actief van
september 2025 tot en met januari 2026. De werkgroep bestond uit een afvaardiging
van de werkgevers (VNO-NCW, MKB-Nederland, AWVN), werknemers (FNV, CNV, VCP), het
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Nederlandse Arbeidsinspectie
(NLA). Alle partijen hebben knelpunten benoemd. Vervolgens zijn de belangrijkste knelpunten
uitgediept. Daarna heeft de werkgroep afspraken gemaakt over het oplossen van deze
knelpunten. Per knelpunt is aangegeven wat de oplossingsrichting is en wie hierin
het voortouw neemt.
De geïdentificeerde knelpunten zijn:
1. misverstanden over de interpretatie en toepassing van het certificatieschema
Arbokerndeskundigen dat sinds 1 juli 2022 van kracht is;
2. stillegging van de erkenningsprocedure van branche-RI&E’s door de werkgevers omdat
zij problemen ervaren met het vernieuwde certificatieschema;
3. onvoldoende kwaliteit van branche-RI&E’s en de daarop gebaseerde bedrijfsspecifieke
RI&E’s.
Knelpunt 1: Misverstanden over de interpretatie en toepassing van het certificatieschema
Arbokerndeskundigen.
Arbokerndeskundigen certificeren zich op grond van kennis en vaardigheden. Zij toetsen
RI&E’s aan de wettelijke eisen en adviseren de werkgever daarover. De eisen aan kennis
en vaardigheden van arbokerndeskundigen staan in het certificatieschema dat in 2022
wijzigde.5 In de praktijk gebruiken de kerndeskundigen de eisen die het schema aan hun deskundigheid
stelt soms ook als norm om volledigheid en betrouwbaarheid van de RI&E te toetsen.
Daar is dit schema echter niet voor bedoeld.
Door dit oneigenlijke gebruik van het certificatieschema ervaren werkgevers de eisen
bij het opstellen en toetsen van een RI&E als strenger. In de praktijk ervaren werkgevers
daardoor regeldruk, omdat de arbokerndeskundige hun RI&E afkeurt als deze niet aan
de eisen van het certificatieschema voldoet. Ter illustratie: sommige arbokerndeskundigen
verwachten dat een werkgever een verzuimanalyse maakt. Dit is echter op basis van
de Arbowet niet verplicht. Wel moet de werkgever de oorzaken van werkgerelateerd verzuim
opnemen in de RI&E. De wettelijke eisen aan de RI&E zijn al jaren ongewijzigd. Ze
komen voort uit de eerdergenoemde Europese kaderrichtlijn van 12 juni 1989 (89/391/EEG)
en de daarop gebaseerde bijzondere EU-richtlijnen.
Oplossingsrichtingen en vervolg:
1. Communicatie: in het voorjaar van 2026 schrijft SZW in afstemming met de NLA, de beroepsverenigingen
van de arbokerndeskundigen en Hobeon SKO als schemabeheerder, een brief aan alle gecertificeerde
arbokerndeskundigen en gecertificeerde arbodiensten. In de brief staat dat het certificatieschema
niet gebruikt kan worden als toetsingskader voor het toetsen van de RI&E.
2. Certificatieschema: SZW heeft schemabeheerder Hobeon SKO verzocht het certificatieschema
aan te passen om duidelijk te maken dat het certificatieschema eisen bevat over de
vakdeskundigheid van de arbokerndeskundigen. Hobeon SKO past de tekst van het certificatieschema
aan zodat van oneigenlijk gebruik geen sprake meer kan zijn. Vertegenwoordigers van
werkgevers en werknemers zijn in de gelegenheid deel te nemen aan het overleg hierover
in het college van deskundigen dat verantwoordelijk is voor de inhoud van het certificatieschema.
Knelpunt 2: Stillegging van de erkenningsprocedure van branche-RI&E’s
Bij gebruik van een erkende branche-RI&E hoeft een werkgever met 25 of minder medewerkers
zijn afgeleide bedrijfsspecifieke RI&E niet te toetsen. Dit noemen we de toetsingsvrijstelling.
Dit bespaart werkgevers kosten en tijd en vermindert de regeldruk.
De branche-RI&E is een zelfreguleringsinstrument van sociale partners. Om in aanmerking
te komen voor erkenning van een branche-RI&E moet deze aan een aantal criteria voldoen.
De criteria staan in een checklist die is opgesteld door de werkgevers- en werknemersorganisaties
om de kwaliteit van branche-RI&E-instrumenten te borgen. De eerste fase bestaat uit
het opstellen of updaten van een branche-RI&E-instrument met betrokkenheid van cao-partijen
op brancheniveau. Gelet op de verschillende soorten risico’s die in een branche-RI&E
worden beschreven, wordt de branche-RI&E door de betrokken sectorale organisaties
van werkgevers en werknemers ter inhoudelijke toetsing voorgelegd aan de daarvoor
benodigde en gecertificeerde arbokerndeskundigen. De brancheorganisatie vraagt vervolgens
erkenning aan bij het Steunpunt RI&E. De check van het Steunpunt gaat over de procedure.
De afgelopen jaren zijn geen nieuwe branche-RI&E’s meer erkend. Uit onvrede met het
aangepaste certificatieschema legden de werkgeversorganisaties de procedure drie jaar
geleden stil.
Oplossingsrichtingen en vervolg:
1. De sociale partners starten de nieuwe erkenningsprocedure op, updaten deze en communiceren
hierover aan hun achterban.
2. De sociale partners passen de eisen uit de nieuwe procedure toe op de bestaande checklist.
De eisen om erkenning van de branche-RI&E te verkrijgen, zijn op enkele punten anders
dan in de oude procedure. Zo is de alternatieve procedure voor branches zonder cao
vervallen. Zolang er in een branche géén cao-partijen actief zijn, kan ook geen branche-RI&E-instrument
worden erkend. Enkele branches verliezen hierdoor hun eerder verkregen erkenning en
daarmee de toetsingsvrijstelling. Als vervolgstap brengen de leden van de werkgroep
in kaart hoe groot de groep is die nu buiten de boot valt.
Alle bij de werkgroep betrokken partijen informeren de branches zodra het weer mogelijk
is om via de erkenningsprocedure branche-RI&E’s aan te melden. Het Steunpunt RI&E
helpt alle bij de werkgroep betrokken partijen branches te benaderen die eerder gebruik
hebben gemaakt van de erkenning.
Knelpunt 3: Onvoldoende kwaliteit van branche-RI&E’s en de daarop gebaseerde RI&E’s
Sommige bedrijfsspecifieke RI&E’s, afgeleid van een branche-RI&E, zijn van onvoldoende
kwaliteit. De NLA geeft dan aan dat deze niet aan de wettelijke eisen voldoen. Mogelijke
oorzaken hiervan zijn: de branche-RI&E is van onvoldoende kwaliteit of de werkgever heeft de op de branche-RI&E gebaseerde
bedrijfsspecifieke RI&E niet goed aangepast aan de specifieke kenmerken van zijn bedrijf.
Momenteel toetst ten minste één arbokerndeskundige die in het bezit is van een certificaat
als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid de branche-RI&E. Zeker voor een gehele branche is er vaak sprake van een breed scala
aan arbeidsrisico’s. Werkgevers en werknemersvertegenwoordigers zijn het erover eens
dat voor de beoordeling van de branche-RI&E meestal meerdere arbokerndisciplines nodig
zijn.
Ook zijn er instrumenten in omloop die verouderd zijn. In de Voortgangsbrief Arbovisie6 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd te werken aan kwaliteitsverbetering van deze
branche-instrumenten.
Oplossingsrichting en vervolg:
1. Afgevaardigden van de werkgroep maken gezamenlijk de inhoudelijke elementen voor een
kwalitatief goede branche-RI&E duidelijk. De leden van de werkgroep gaan na wat er
nu al beschikbaar is en of hier aanpassingen wenselijk zijn. Het OiRA-instrument7 vormt een potentieel startpunt voor een toetsingskader. Veel EU-lidstaten gebruiken
dit instrument en dit draagt daarmee bij aan een «level playing field».
2. De arbokerndeskundigen adviseren over en beoordelen de risico’s waar zij gecertificeerd
voor zijn indien deze voorkomen in de branche.
Aanvullende knelpunten van de werkgevers
Over bovengenoemde knelpunten en oplossingen bestaat overeenstemming bij alle leden
van de werkgroep. Daarmee is het traject in de werkgroep afgerond.
De werkgeversvertegenwoordigers voegden hier nog twee verzoeken aan toe. Daarover
is tussen sociale partners nog geen overeenstemming. Het verdere gesprek hierover
vindt plaats in de Werkgroep Arbo en Vitaliteit (WAV) van de Stichting van de Arbeid,
langs de lijnen van het SER-advies over de Arbovisie 2040. Hierin hebben sociale partners
aanbevolen het instrument RI&E te evalueren en aan te passen, indien nodig, zonder
afbreuk te doen aan het beschermingsniveau van werkenden.
Onderwerp 1: ontwikkeling van een (erkende) kantoren RI&E
Werkgevers wensen verder te verkennen of een kantoren RI&E ontwikkeld zou kunnen worden.
Zij werken hun voorstel uit en praten hierover door binnen de Stichting van de Arbeid.
Bij de begrotingsbehandeling is over ditzelfde thema een motie aangenomen van de leden
Flach en Kisteman.8 Aangezien de branche-RI&E zelfregulering is zal SZW de sociale partners vragen hierover
onderling in gesprek te gaan. SZW is bereid hierover constructief mee te denken.
Onderwerp 2: verhoging van de grens voor toetsingsvrijstelling naar 50 medewerkers
Over de wenselijkheid en (on)mogelijkheden van dit voorstel zal binnen de Stichting
van de Arbeid verder worden gesproken. SZW zal voorafgaand aan deze bespreking een
nadere verkenning uitvoeren die ingebracht zal worden ten behoeve van dit overleg.
SZW levert in het najaar van 2026 informatie hierover aan.
Momenteel onderzoekt TNO of andere EU-landen lastenluwe alternatieven gebruiken voor
het mkb. Begin volgend jaar informeer ik de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek.
Eerder is vanuit het perspectief van de kleine ondernemer de webapplicatie Route naar
RIE ontwikkeld, een toegankelijke online tool om een eigen RI&E op te stellen. SZW
werkt ook breder mogelijkheden uit om de beleefde regeldruk op het gebied van gezond
en veilig werken te verminderen.9 Deze inzet gaat onverminderd door.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Indieners
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie