Brief regering : Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3398
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Hierbij bied ik u het verslag van de Raad van Buitenlandse Zaken op 11 mei 2026 aan.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 11 MEI 2026
Op maandag 11 mei vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats in Brussel. De Minister
van Buitenlandse Zaken heeft deelgenomen. Op de agenda van de Raad stonden de Russische
agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten en de Westelijke Balkan.
Ook werd er een update van de dreigingsanalyse besproken in het kader van de Europese
Veiligheidsstrategie. Tevens waren de Ministers van Buitenlandse Zaken van de Westelijke
Balkan uitgenodigd voor een informeel werkontbijt en de Minister van Buitenlandse
Zaken van Canada voor een informele lunch. Middels dit verslag wordt uw Kamer ook
geïnformeerd over de High-Level Meeting van de International Coalition for the Return of Ukrainian Children, de eerste EU-Syrië High-Level Political Dialogue en over de Nederlandse bijdrage aan de civiele GVDB-missie in Armenië.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad stond stil bij de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. De Oekraïense Minister
van Buitenlandse Zaken Sybiha nam fysiek deel aan het eerste gedeelte van de bijeenkomst.
Met betrekking tot de implementatie van de steunlening aan Oekraïne benadrukten een
aantal lidstaten waaronder Nederland het belang van het centraal stellen van de Oekraïense
noden. Nederland onderstreepte hierbij in het bijzonder de mogelijkheid van de derogaties
voor aankoop van militair materieel uit derde landen, wanneer dat vooralsnog niet
door de Oekraïense of EU defensie-industrie geleverd kan worden. Daarnaast wees Nederland
op het belang van substantiële bilaterale steun ter aanvulling op de gezamenlijke
steunlening, een eerlijkere lastenverdeling onder EU-lidstaten en het nut van het
blijven overwegen van toekomstige inzet van geïmmobiliseerde tegoeden.
Een grote groep lidstaten waaronder Nederland bepleitte een ambitieus 21e sanctiepakket, waarbij Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kaja Kallas en een aantal lidstaten,
Nederland inbegrepen, opriepen tot onder meer additionele maatregelen tegen de Russische
schaduwvloot. Verder riepen veel lidstaten, waaronder Nederland, op tot het opheffen
van de Hongaarse blokkade van middelen binnen de Europese Vredesfaciliteit (EPF) voor
militaire steun aan Oekraïne. De Raad ging ook akkoord met het voorstel tot een uitbreiding
van het mandaat van de EU Assistance Mission Ukraine (EUAM UKR), met de werkterreinen veteranenzorg en het tegengaan van hybride dreigingen.
Nederland onderstreepte het belang van gedegen veteranenzorg voor een toekomstbestendig
Oekraïne en lichtte eigen bilaterale initiatieven hierop toe.
De Raad besprak verder de voortgang van het toetredingsproces en het belang van hervormingen
hierbij. Een overgroot deel van de lidstaten riep in dit licht op tot het zo spoedig
mogelijk openen van clusters waarbij een aantal lidstaten benadrukten dat voor Oekraïne
dezelfde standaarden moeten gelden als voor andere partners en dat volledig lidmaatschap
het einddoel blijft.
Na afloop van de Raad vond een High-Level Meeting plaats van de International Coalition for the Return of Ukrainian Children. Doel van de bijeenkomst was om de ontvoering van Oekraïense kinderen door Rusland
hoog op de internationale agenda te houden, de gezamenlijke inspanningen voor hun
veilige terugkeer, re-integratie en rehabilitatie te versterken en derde landen die
nog geen deel uitmaken van de coalitie aan te moedigen zich alsnog voor dit thema
in te zetten. De Raad heeft sancties aangenomen tegen betrokkenen bij deze kindontvoeringen.
Nederland benadrukte het belang van het lokaliseren en herenigen van kinderen met
hun families, evenals het bieden van psychosociale hulp. Daarnaast wees Nederland
op de eerder dit jaar aangekondigde extra bijdrage van EUR 2 miljoen ter ondersteuning
voor dit thema.
De situatie in het Midden-Oosten
De Raad stond stil bij het conflict in het Midden-Oosten, in het licht van het fragiele
staakt-het-vuren tussen de VS en Iran en de voortdurende belemmeringen van vrije doorvaart
in de Straat van Hormuz (SvH). De uitbreiding van het sanctie-instrument om Iran’s
belemmering van de vrije doorvaart in de SvH te adresseren is bijna een feit en hier
zal door de EU spoedig opvolging aan worden gegeven. Ook sprak de Raad over het momentum
om de samenwerking tussen de EU en de Golfstaten te versterken. Tot slot stond de
Raad stil bij maritieme inzet in de vorm van versterking EUNAVOR ASPIDES en het door
Frankrijk en Verenigd Koninkrijk genomen initiatief. Nederland focust zich op dit
initiatief, aangezien de uitwerking al vergevorderd is en bouwt op een brede internationale
coalitie, waaronder ook de Golfstaten en partners in Azië.
De Raad sprak tevens over de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever,
die nog altijd schrijnend is. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, veroordeelden
de uitbreiding van nederzettingen en het toenemende kolonistengeweld op de Westelijke
Jordaanoever. De Raad bereikte politiek akkoord voor de aanname van het derde sanctiepakket
tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Tevens stemde de Raad in met de
aanneming van het derde sanctiepakket tegen Hamas en de Palestinian Islamic Jihad (PIJ). Beide pakketten zijn mede op initiatief van Nederland tot stand gekomen. De
Raad stond tevens stil bij handel met illegale Israëlische nederzettingen. Nederland
gaf aan te werken aan nationale maatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen
in de door Israël bezette gebieden, vanwege het uitblijven van EU-maatregelen. Hierbij
benadrukte Nederland, net als andere lidstaten, dat EU-maatregelen effectiever zijn
en daarom de voorkeur hebben. Nederland onderstreepte wederom het belang dat Israël
van koers verandert en dat maatregelen richting Israël middelen zijn om dat doel te
bereiken en geen doel op zichzelf zijn. Het kabinet zal in lijn met relevante moties
en toezeggingen aan het parlement zich blijven inzetten voor het vergroten van draagvlak
hiervoor onder andere EU-lidstaten.
EU-Syrië (High-Level Political Dialogue)
En marge van de RBZ vond de eerste High-Level Politial Dialogue met Syrië plaats. De Raad kwam eerder overeen om de gedeeltelijke opschorting van
de samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Syrië terug te draaien. Nederland benadrukte
het belang van de dialoog tussen de EU en Syrië. Hierbij benadrukte Nederland tevens
het belang van de rechtstaat, democratisch bestuur en accountability. Een inclusieve transitie is nodig om te zorgen dat Syriërs van alle gemeenschappen
zich veilig en vertegenwoordigd voelen. Nederland gaf tevens aan dat de diaspora een
belangrijke rol kan spelen bij de wederopbouw van Syrië en noemde in dat kader ook
vrijwillige, veilige en waardige terugkeer.
Werklunch met Minister van Buitenlandse Zaken Canada
De Canadese Minister van Buitenlandse Zaken, Anita Anand, nam deel aan de informele
werklunch tijdens de Raad Buitenlandse Zaken. Canada is een belangrijke partner van
de EU en Nederland, zowel op het gebied van veiligheid als economie. In het licht
van huidige geopolitieke uitdagingen en een gedeelde waardenbasis kwam duidelijk de
wederzijdse wens tussen EU-lidstaten en Canada naar voren voor nog nauwere samenwerking.
Nederland sprak waardering uit voor de hechte relatie met Canada en benadrukte het
belang van verdere samenwerking op kritieke grondstoffen.
Westelijke Balkan
Na een ontbijtsessie met de Ministers van Buitenlandse Zaken uit de Westelijke Balkan,
werd door de Raad gesproken over de relatie van de EU met de Westelijke Balkan. EU-lidstaten
spraken steun uit voor het verder versterken van de samenwerking met de Westelijke
Balkanlanden op het EU Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid (GBVB) en
Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) en over het vergroten van
de weerbaarheid van de regio tegen beïnvloeding van derde landen. Daarbij werd onder
meer aandacht besteed aan de aanpak van hybride dreigingen, inclusief Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI), het bevorderen van verdere aansluiting bij het GBVB, het verdiepen van veiligheids-
en defensiesamenwerking via partnerschappen en de inzet van instrumenten onder de
Europese Vredesfaciliteit (EPF). Nederland benadrukte namens de Benelux het belang
van volledige GBVB-aansluiting, inclusief de implementatie van EU sancties, en sprak
zorgen uit over het anti-EU narratief in sommige Westelijke Balkanlanden. Alle EU
Ministers onderstreepten dat het EU-perspectief van de regio een prioriteit is. Nederland
benadrukte in Benelux-verband specifiek het belang van hervormingen op het gebied
van de rechtsstaat. Een aantal EU-lidstaten sprak zorgen uit over het aangekondigde
aftreden van de Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina, Christian Schmidt.
Update EU Dreigingsanalyse
De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) en het Brief van de Minister van Buitenlandse ZakenEU Intelligence and Situation Centre(INTCEN) gaven een vertrouwelijke briefing aan de Raad over de update van de EU Dreigingsanalyse.
Deze analyse betreft een gerubriceerd EU-document1.
Nederlandse bijdrage aan civiele GVDB-missie Armenië
Op 21 april jl. besloot de Raad Buitenlandse Zaken een nieuwe civiele Gemeenschappelijk
Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB)-missie in Armenië op te richten. Via deze brief
wil ik u informeren dat Nederland met een nationaal kader van circa vijf civiele functionarissen
zal bijdragen aan de European Union Partnership Mission (EUPM) Armenië.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken