Brief regering : Toegang tot het landelijke postnetwerk
29 502 Toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse postsector
35 423
Wijziging van de Postwet 2009 in verband met de wijziging van de toegangsregulering
van postvervoerders tot een landelijk netwerk voor postaanbieding, de borging van
de continuïteit van de universele postdienst, de flexibilisering van de eisen aan
de universele postdienst en de bescherming van de arbeidspositie van postbezorgers
Nr. 209
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
In de nota naar aanleiding van het nader verslag inzake het wetsvoorstel tot wijziging
van de Postwet 20091 van 10 februari jl. heeft mijn ambtsvoorganger aangekondigd om duidelijkheid te geven
over de samenloop van toegang tot het landelijke postnetwerk in het voorstel tot wijziging
van de Postwet en het mededingingsonderzoek van de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
naar PostNL. In deze brief geef ik die duidelijkheid met een voorstel om een toegangsverplichting
op te nemen in de Postwet, in lijn met de moties van uw Kamer en rekening houdend
met het mededingingsonderzoek.
Mededingingsonderzoek ACM
Op 2 december 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) geoordeeld2 dat de ACM, gezien de feiten en omstandigheden op het moment van het besluit, terecht
heeft besloten om geen vergunning te verlenen voor de overname van Sandd door PostNL.
Het CBb heeft in haar uitspraak niet bepaald wat de gevolgen zijn van dit oordeel.
De ACM heeft naar aanleiding van de uitspraak van het CBb gesprekken gevoerd met betrokken
partijen zoals PostNL, andere postvervoerders en gebruikers. De ACM is medio februari
een onderzoek gestart naar PostNL op grond van de Mededingingswet. Als de ACM op basis
van dit onderzoek oordeelt dat er sprake is van strijdigheid met de mededingingsregels,
dan kan zij passende maatregelen opleggen aan PostNL ten behoeve van het herstel van
de postmarkt. Het is aan de ACM om, binnen haar wettelijke bevoegdheden, te beoordelen
of en welke maatregelen daarbij aangewezen zijn. Het kabinet heeft daarbij geen rol.
Eventuele maatregelen die de ACM op basis van haar onderzoek op een later moment kan
opleggen, zullen in dat geval hoogstwaarschijnlijk van invloed zijn op de toegang
tot het landelijke postnetwerk van PostNL en daarmee relevant zijn voor de vormgeving
van de toegangsverplichting in de Postwet.
Samenloop tussen mededingingsonderzoek en uitwerking van Kamermoties
Doordat toegang onderdeel is van dit mededingingsonderzoek is sprake van samenloop
met de uitwerking van de Kamermoties over toegang. Ten aanzien van toegang zijn meerdere
Kamermoties aangenomen die oproepen tot het borgen van effectieve toegang met een
grotere rol voor ACM. Het gaat om de moties van de leden Vermeer en Kisteman3, van het lid Thijssen4 en Kisteman c.s.5. Deze moties onderstrepen het belang dat uw Kamer hecht aan het voorkomen dat regionale
postvervoerders door een gebrek aan toegang oneigenlijk uit de markt kunnen verdwijnen,
mede omdat zij ook in de toekomstige brede bezorgmarkt van waarde kunnen zijn.
In de afgelopen periode is gewerkt aan de invulling van toegang in lijn met de moties,
waarbij ook de ACM is geraadpleegd. Ik onderken, net als de ACM, dat de UPD-verlener
als enige beschikt over een landelijk netwerk, dat een tweede landelijk netwerk niet
levensvatbaar is en dat regionale postvervoerders in belangrijke mate afhankelijk
zijn van toegang tot het netwerk van PostNL, zolang er nog geen brede bezorgmarkt
is. Ik hecht daarom belang aan het behoud van de toegang tot het landelijk postnetwerk
voor regionale postbedrijven. Ook de ACM acht het van belang dat partijen die toegang
nodig hebben, zekerheid krijgen over de voorwaarden voor toegang. De ACM heeft er
in haar onderzoek van vorig jaar op gewezen dat toegang ook gunstig kan zijn voor
concurrentie op postdienstverlening.
Het mededingingsonderzoek van de ACM biedt bij voorbaat binnen afzienbare termijn
geen zekerheid voor behoud van toegang omdat de uitkomst van dit onderzoek onzeker
is en tijd kost en omdat eventuele maatregelen voor toegang op basis van de Mededingingswet
per definitie tijdelijk zijn. Afwachten tot de afronding van het mededingingsonderzoek
is onwenselijk omdat in dat geval de situatie kan ontstaan dat op korte termijn helemaal
geen of slechts tijdelijk invulling wordt gegeven aan de Kamermoties. Daarbij speelt
mee dat de contractuele afspraken over toegang, die regionale postvervoerders en PostNL
onderling hebben gemaakt, in het najaar van 2027 zullen aflopen. Wanneer deze contracten
aflopen, staat het PostNL in beginsel vrij om het gebruik van het landelijke netwerk
onder eigen voorwaarden aan te bieden. Tegelijkertijd zou het onverstandig zijn om
toegang nu al gedetailleerd uit te werken in de Postwet terwijl niet vaststaat wat
de uitkomst van het mededingingstraject wordt voor toegang.
Voorgestelde uitwerking voor toegang in de Postwet
Om uit dit dilemma te komen stel ik het volgende voor om invulling te geven aan de
moties over de borging van toegang. Mijn voorstel is om een bepaling op te nemen in
de Postwet die PostNL, als de verlener van de UPD, verplicht stelt om partijen toegang
te geven tot haar landelijk postnetwerk waarbij de ACM verantwoordelijk wordt voor
de nadere invulling daarvan. Het is essentieel dat de invulling van toegang zorgvuldig
en op een onpartijdige manier plaatsvindt. De ACM is hiervoor als onafhankelijk toezichthouder
op de postmarkt de aangewezen partij.
Mijn voornemen is om te regelen dat de ACM de bevoegdheid krijgt om onderstaande punten
vast te stellen. De nadere uitwerking hiervan zal in overleg met de ACM plaatsvinden.
– vormen van toegang (niet-tarief gerelateerde toegangsvoorwaarden om te waarborgen
dat toegang effectief en onder redelijke voorwaarden wordt verleend en om misbruik
van de regeling te voorkomen);
– de methode voor de bepaling van toegangstarieven en de (maximum) hoogte ervan;
– aanvullende verplichtingen die nodig zijn om het tarief vast te stellen (zoals een
aanvullend kostentoerekeningsysteem);
– bevoegdheden om van PostNL de informatie te krijgen die specifiek nodig is om uitvoering
te geven aan de toegangsregeling.
Voorgesteld vervolgproces
Mijn voornemen is om bovenstaand voorstel voor toegang uit te werken. Mijn streven
is om uw Kamer voor het zomerreces de uitwerking hiervan toe te sturen, dit zal vervolgens
worden uitgewerkt in een tweede nota van wijziging die ik uw Kamer zo snel mogelijk
daarna zal toesturen. Verder zal ik uw Kamer, conform haar eerdere verzoek, voor de
zomer informeren over de routekaart voor de toekomst van de postmarkt.
Daarna hoop ik op korte termijn het gesprek met uw Kamer over het wetsvoorstel tot
wijziging van de Postwet 2009 te kunnen voeren. Daarmee kan een inhoudelijk debat
plaatsvinden over de benodigde regulering van de postmarkt. Ik vind het belangrijk
dat de politieke besluitvorming die nodig is om duidelijkheid te verkrijgen over de
voorgestelde wijziging van de Postwet 2009 spoedig plaatsvindt. De voorgestelde wijziging
is voor alle betrokken partijen van groot belang omdat deze onder meer zorgt voor
de nodige flexibiliteit om soepel op toekomstige ontwikkelingen te kunnen inspelen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat