Brief regering : Invoeringstoets openbare jaarverantwoording door zorgaanbieders
34 767 Regels in verband met de uitbreiding van het toezicht op nieuwe zorgaanbieders (Wet toetreding zorgaanbieders)
34 768
Wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de Wet toetreding zorgaanbieders
(Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders)
Nr. 69
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de invoeringstoets openbare
jaarverantwoording door zorgaanbieders. In deze invoeringstoets onderzoek ik laagdrempelig
en beknopt de signalen en onverwachte gevolgen van de nieuwe regelgeving voor de doelgroep,
de uitvoering en het toezicht. Uit de invoeringstoets blijkt dat er een proportionele
openbare jaarverantwoording is ontstaan. Ik zie wel verbeterpunten voor de uitvoerbaarheid
en handhaafbaarheid. Hiermee ga ik de komende tijd aan de slag. Ook pas ik de regelgeving
aan, omdat het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt gewijzigd. Immers, het uitgangspunt is
om zoveel mogelijk bij het BW aan te sluiten, tenzij afwijken noodzakelijk is.
Samengevat zien mijn beleidsvoornemens voor nieuwe regelgeving op:
• Maatregelen gericht op het stimuleren van de naleving van de eisen van de openbare
jaarverantwoording;
• Verduidelijken van het zorgaanbiederbegrip;
• Uitbreiding van eenduidige modellen voor de financiële verantwoording;
• Informatie over zorgaanbieders die ook Wmo-zorg verlenen; en
• Duurzaamheidsrapportering in de zorgsector.
Tegelijkertijd ga ik de uitvoerbaarheid van de regelgeving verder stimuleren door
aan de slag te gaan met de digitalisering van de openbare jaarverantwoording.
Voor meer informatie over de openbare jaarverantwoording en een overzicht van de uitkomsten
van de invoeringstoets verwijs ik u naar de bijlagen.
1. Proportionele openbare jaarverantwoording door zorgaanbieders
Ik constateer op basis van de invoeringstoets, dat er een proportionele openbare jaarverantwoording
is ontstaan. Dat betekent dat er een goede belangenafweging is gemaakt tussen de lasten
voor zorgaanbieders en de baten voor de maatschappij.
Vanaf 1 januari 2025 is vanuit deze belangenafweging de openbare jaarverantwoording
voor micro zorgaanbieders1, waaronder eerstelijnszorgaanbieders, wijkverpleging, kleinschalige instellingen
voor gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg, in omvang beperkt. Ook wordt
deze openbare jaarverantwoording vanaf 1 januari 2025 slechts gedeeltelijk openbaar
gemaakt, maar wel voor het toezicht en onderzoek aan partijen verstrekt.2 De grootste knelpunten voor deze groep zijn daarmee opgeheven.
Deze lastenvermindering vermindert de informatiepositie van de maatschappij en externe
toezichthouders. Bij het oordeel over de proportionaliteit is doorslaggevend geweest
dat de baten voor de maatschappij en externe toezichthouders niet opwegen tegen de
lasten voor de micro zorgaanbieders.
Ik begrijp dat de openbare jaarverantwoording extra regeldruk met zich mee brengt
voor zorgaanbieders die belast zijn met de bedrijfsvoering. Bij grotere zorgaanbieders
betreft dit doorgaans niet de zorgverleners zelf, terwijl dit bij kleinere zorgaanbieders
anders kan liggen. Echter, voor het verlenen van goede zorg door zorgaanbieders is
het ook van belang om de bedrijfsvoering goed op orde te hebben. Met een openbare
jaarverantwoording leggen in principe alle zorgaanbieders maatschappelijke verantwoording
af. Daarin verantwoorden zij zich openbaar over de besteding van collectieve middelen
en bedrijfsvoering. De gegevens uit de openbare jaarverantwoording worden ook gebruikt
door de toezichthouders en inkopers van zorg en/of jeugdhulp. Door de openbare jaarverantwoording
kunnen in principe dus alle zorgaanbieders worden aangesproken op de continuïteit
van de zorgverlening, integriteit en professionaliteit van de bedrijfsvoering.
Bevindingen uit de invoeringstoets:
Veel brancheorganisaties voor zorgaanbieders hebben in 2025 geen negatieve ervaringen
of signalen van de achterban ontvangen.
Zorgaanbieders en hun accountants waarderen het uitgangpunt om zoveel mogelijk aan
te sluiten bij het BW, tenzij afwijken voor de zorgsector noodzakelijk is. Hierdoor
is voor de oude doelgroep de totale regeldruk afgenomen. Dit waren bijvoorbeeld onder
andere (academische) ziekenhuizen, verpleeghuizen, wijkverpleging, geestelijke gezondheidszorg
en gehandicaptenzorg. Onder de oude doelgroep vielen zowel kleine als grote instellingen.
Voor de nieuwe doelgroep is de toename van de regeldruk tot een minimum beperkt. Dit
zijn voornamelijk een aantal eerstelijnszorgaanbieders, zorgaanbieders die uitsluitend
met persoonsgebonden budgetten (pgb) bekostigd worden, onderaannemers en zorgaanbieders
die uitsluitend worden bekostigd met een subsidie van de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport.
Doelstelling van de openbare jaarverantwoording is behaald. De gebruikers kunnen zorgaanbieders
na de uitbreiding van de doelgroep beter aanspreken op hun bedrijfsvoering. Reden
is dat zij tot 1 januari 2025 niet over vergelijkbare informatie over de bedrijfsvoering
van de nieuwe doelgroep konden beschikken.
Het gebruik van het archief van DigiMV is na de uitbreiding van de doelgroep sterk
toegenomen. De directe raadplegingen zijn gestegen van ongeveer 1 miljoen keer in
2024 naar ongeveer 3,4 miljoen keer in 2025. Omdat de gegevens door het CIBG ook worden
verstrekt aan meerdere gebruikers en dashboards ligt het daadwerkelijke aantal raadplegingen
naar verwachting hoger.
2. Nieuwe beleidsvoornemens op basis van de invoeringstoets
Ik heb een viertal beleidsvoornemens op basis van mijn bevindingen uit deze invoeringstoets.
Stimuleren van naleving van de eisen over de openbare jaarverantwoording
Uit de invoeringstoets blijkt dat eind 2025 nog niet alle zorgaanbieders een jaarverantwoording
openbaar hebben gemaakt. Dat betekent dat er geen maatschappelijke controle is of
risico-gestuurd toezicht kan plaatsvinden. Daardoor kunnen niet alle zorgaanbieders
worden aangesproken op de continuïteit van de zorgverlening, integriteit en professionaliteit
van de bedrijfsvoering.
Als een zorgaanbieder geen jaarverantwoording openbaar maakt, dan kan de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) bestuurlijke
sancties opleggen. Ondanks deze bestuurlijke sancties van de NZa zijn er zorgaanbieders
die niet aan de regelgeving voldoen. Ik ga aan de slag om te onderzoeken hoe ik zorgaanbieders
extra kan stimuleren om een jaarverantwoording openbaar te maken. Zo ga ik onderzoeken
of de toelatingsvergunning op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) van
een zorgaanbieder kan worden ingetrokken, als hij meerdere jaren achter elkaar geen
jaarverantwoording openbaar heeft gemaakt.
Daarnaast zal ik onderzoeken of ook aan winstuitkeringen of fusies eisen kunnen worden
verbonden, die verband houden met de naleving van de verplichting tot het openbaar
maken van een jaarverantwoording.
Tegelijkertijd heeft de NZa mij ook laten weten dat zij meer toezicht gaat houden
op de kwaliteit van de aangeleverde openbare jaarverantwoordingen.
Verduidelijken zorgaanbiederbegrip
Uit de invoeringstoets blijkt dat voor zorgaanbieders, administratiekantoren en accountants
vaak onduidelijk is of een bedrijf of een samenwerkingsverband wel of geen jaarverantwoordingsplicht
heeft. Deze onduidelijkheid komt mede door de formulering en ontbrekende toelichting
van het zorgaanbiederbegrip in de Wmg. Naar aanleiding van de bevindingen uit deze
invoeringstoets zal ik voorstellen doen voor verduidelijking van het zorgaanbiederbegrip
in de Wmg.
Het wetsvoorstel voor de aanscherping van de zorgspecifieke fusietoets van de Wmg
zal verduidelijken dat een hoofdaannemer die de hele zorgverlening aan een onderaannemer
heeft uitbesteed, zorgaanbieder is en daarmee onder de jaarverantwoordingsplicht valt.
Dit geldt ook als hij enkel zorg declareert. De situatie betreft een hoofdaannemer
die zelf een «lege huls» is. Het gaat in dit geval niet om een factureringsbedrijf.
Het wetsvoorstel over de aanscherping van de zorgspecifieke fusietoets kan naar verwachting
halverwege 2026 bij uw Kamer worden ingediend. Met deze brief doe ik dan ook de motie
af van lid Claassen om de uitzondering voor declarerende partijen die zelf geen zorg
verlenen in te trekken.3
Een tweede wetsvoorstel tot wijziging van de Wmg bevat een definitie van «bedrijfsmatig
zorg verlenen of laten verlenen» die aan de wet wordt toegevoegd. Zo wordt het voor
ondernemingen duidelijker of zij wel of geen zorgaanbieder zijn en daarmee een jaarverantwoording
openbaar moeten maken. Dit wetsvoorstel kan naar verwachting in het eerste kwartaal
van 2027 bij uw Kamer worden ingediend.
Bevindingen uit invoeringstoets:
Voor de NZa, zorgaanbieders en financiële dienstverleners is onduidelijk dat een zorgaanbieder
die alle zorg uitbesteed aan een andere zorgaanbieder (lege huls) zelf nog steeds
verplicht is om een jaarverantwoording openbaar te maken.
Voor zorgaanbieders en hun financiële dienstverleners is onduidelijk wat onder «bedrijfsmatig
zorg verlenen of zorg doen verlenen» wordt verstaan.
Uitbreiding van eenduidige modellen voor de financiële verantwoording
Uit de invoeringstoets blijkt dat de financiële verantwoordingen in de praktijk niet
altijd op dezelfde manier worden opgesteld. Met het gevolg dat de jaarverslaggeving
niet eenvoudig met elkaar te vergelijken is. Als mogelijke oorzaak wordt genoemd dat
in de modellen voor de financiële verantwoording van (middel)grote zorgaanbieders
zorgspecifieke posten ontbreken.
Ik heb besloten mijn beleid aan te passen. Ik ben van plan de modellen voor (middel)grote
zorgaanbieders4 in de Regeling openbare jaarverantwoording WMG (Regeling) meer te laten aansluiten
op de zorgsector. Anders dan mijn ambtsvoorganger eerder aannam, hebben (middel)grote
zorgaanbieders en accountants mij ervan overtuigd dat de extra regeldruk hiervan beperkt
is. Dit komt doordat deze zorgaanbieders op grond van de aanbevelingen van de Raad
voor de Jaarverslaggeving deze gegevens in de praktijk al aan de jaarrekening toevoegen.
Met deze aanpassing van de Regeling wil ik ook meer duidelijkheid bieden en discussies
tussen accountants en (middel)grote zorgaanbieders hierover voorkomen. Tegelijkertijd
geven de aangepaste modellen ook kleinere zorgaanbieders meer houvast, als zij vrijwillig
extra inzicht willen geven in hun openbare jaarverantwoording.
De voorgenomen aanpassing van de Regeling ziet op het toevoegen van zorgspecifieke
posten aan de modellen voor de financiële verantwoording van (middel)grote zorgaanbieders.
In bijlage 2 van de Regeling zullen een aantal voorbeelden worden genoemd. Het gaat
om middel(grote) zorgaanbieders, die samen meer dan 80% van de Nederlandse zorguitgaven
vertegenwoordigen (ongeveer 95 miljard euro). Omdat deze groep het grootste deel van
de zorguitgaven vertegenwoordigt, vind ik vergelijkbaarheid van de modellen extra
belangrijk. Deze aanpassingen zullen niet eerder dan voor boekjaar 2027 in werking
treden. Ik ga hierover eerst nog in overleg met de RJ-werkgroep Zorginstellingen van
de Raad voor de Jaarverslaggeving om op een zorgvuldige en passende wijze de modellen
voor de financiële verantwoording aan te vullen.
Zorgaanbieders die ook Wmo-zorg leveren
Uit de invoeringstoets blijkt dat de informatie over de geleverde zorg op grond van
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in de openbare jaarverantwoording
door de toezichthouder, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en een aantal brancheorganisaties
voor zorgaanbieders wordt gemist. Mijn voornemen is om te regelen dat de openbare
jaarverantwoording van zorgaanbieders ook bepaalde informatie moet bevatten over door
hen geleverde zorg op het gebied van de Wmo 2015. Hierdoor ontstaat voor de maatschappij
en het extern toezicht een vollediger beeld van de bedrijfsvoering van de zorgaanbieder.
De regeldruk hiervan zal beperkt zijn. De vereiste wetswijziging zal worden opgenomen
in het tweede wetsvoorstel voor de wijziging van de Wmg.
Digitalisering van de openbare jaarverantwoording
Uit de invoeringstoets blijkt dat de kwaliteit van de openbaar gemaakte jaarverantwoordingen
nog verbeterd kan worden. Ik heb het voornemen om de openbare jaarverantwoording digitaal
door te ontwikkelen. Naar mijn oordeel is dit een goede manier om de kwaliteit van
de jaarverantwoordingen te verbeteren. Tegelijkertijd kan deze digitale doorontwikkeling
ook de administratieve lasten voor alle zorgaanbieders verminderen. In 2025 heb ik
KPMG laten onderzoeken welke drie oplossingsrichtingen voor de digitale doorontwikkeling er zijn.5 In het najaar wordt de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking
tot de digitalisering van de openbare jaarverantwoording.
Bevindingen in de invoeringstoets:
Doordat zorgaanbieders gegevens vanuit de jaarverslaggeving en administratie moeten
over typen in het ICT-systeem worden er typefouten gemaakt.
Zorgaanbieders kunnen niet alle vragen uit hun administratie halen, omdat zij die
informatie niet standaard registeren of een berekening voor het antwoord nodig is.
3. Overige beleidsvoornemens
Ik heb ook een beleidsvoornemen die voortkomt uit een aanpassing van de Europese Richtlijn
jaarrekening.
Duurzaamheidsrapportering in de zorgsector
De Europese Commissie heeft op 26 februari 2026 de vereenvoudigde EU-Richtlijn Corporate
Sustainability Reporting Directive (CSRD) gepubliceerd.6 Ik ben voornemens om deze vereenvoudigde CSRD in de Regeling op dezelfde wijze in
de zorgsector te implementeren als het Ministerie van Justitie en Veiligheid en Ministerie
van Financiën doet. Het doel hiervan is om de administratieve lasten voor de zorgaanbieders
zo beperkt mogelijk te houden.
4. Tot slot
Ik dank alle partijen die hebben bijgedragen aan deze invoeringstoets hartelijk voor
hun inbreng. De uitkomsten, aangevuld met gesprekken met betrokken partijen, geven
aanleiding om een aantal acties voor te bereiden en waar mogelijk al in gang te zetten.
Op basis hiervan zal ik de regelgeving aanpassen om de uitvoerbaarheid verder te verbeteren.
In de praktijk is niet gebleken dat de Regeling op dit moment onverwachte of disproportionele
effecten heeft. Zoals bij alle regelgeving blijf ik de gevolgen voor het veld nauwgezet
volgen. Tegelijkertijd vraagt de invoering van nieuwe regelgeving tijd om ervaring
op te doen en effecten goed te kunnen beoordelen. Ook is rust, stabiliteit en voorspelbaarheid
nodig, zodat zorgaanbieders hun bedrijfsvoering hierop kunnen inrichten. Ik dank alle
veldpartijen dat zij zich hebben ingespannen om rust en draagvlak bij zorgaanbieders
uit de nieuwe doelgroep te bereiken.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport