Brief regering : Ontwerpbesluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling
35 386 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling)
Nr. 41
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Ontvangen ter Griffie op 8 mei 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer
overgelegd tot en met 5 juni 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder
worden gedaan dan op 6 juni 2026.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit tot houdende vaststelling van het tijdstip
van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit
verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure
op grond van artikel III, tweede lid, van de Wet veilige jaarwisseling en biedt uw
Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het zal
worden vastgesteld.
In de toelichting bij dit artikel staat dat ten tijde van de voorhang is voldaan aan
de volgende voorwaarden:
1. Er ligt een effectief handhavingsplan van de politie en de gemeenten.
2. Er ligt een uitwerkte AMvB als gevolg van het aangenomen amendement van het lid Bikker
c.s. waarbij de burgemeester een bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen ten
behoeve van georganiseerde groepen burgers is toegekend.
3. Er ligt een eerlijke en nette compensatieregeling die in afstemming tussen het ministerie
en de vuurwerkbranche tot stand is gekomen, inclusief een deugdelijke dekking binnen
de I&W-begroting.
Naar het oordeel van de regering is aan deze drie voorwaarden voldaan.
Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter vaststelling
van het besluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Indieners
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.