Brief regering : Rapportage over economische missies in 2025
36 800 XVII Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026
Nr. 70
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 mei 2026
Met deze brief informeer ik u over de resultaten van de in 2025 georganiseerde economische
missies. Tevens geef ik een beknopt overzicht van de reeds uitgevoerde en geplande
missies in het lopende kalenderjaar.
Economische missies betreffen handelsmissies die worden geleid door mijzelf of een
andere bewindspersoon. Ze zijn een belangrijk soort handelsbevordering, naast de vele
andere vormen van ondersteuning aan het Nederlands bedrijfsleven vanuit het Ministerie
van Buitenlandse Zaken, zoals de organisatie van handelsmissies zonder bewindspersoon
en internationale beurzen in het buitenland.
De resultaten van economische missies worden in kaart gebracht op basis van kwalitatieve
effectmetingen uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De
jaarrapportages van deze effectmetingen en de afzonderlijke missieverslagen zijn als
bijlagen bij deze brief gevoegd.
In deze brief ga ik eveneens in op de samenhang tussen door bewindspersonen geleide
economische missies en het bredere handelsbevorderingsbeleid.
Handelsmissies als onderdeel van economische diplomatie
Door de open aard van de Nederlandse economie wordt het effect van deze missies verder
vergroot: meer dan een derde van het nationale inkomen en de werkgelegenheid is in
Nederland direct of indirect afhankelijk van internationale handel.
Onder politieke verantwoordelijkheid en met financiële ondersteuning van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken worden verschillende typen handelsmissies georganiseerd. Handelsmissies
vormen een belangrijk instrument binnen het bredere handelsbeleid. Zij dragen bij
aan zowel het huidige als het toekomstige internationale verdienvermogen van Nederland
en versterken tegelijkertijd de weerbaarheid van economische structuren en handelsketens.
Naast deze missies organiseren sommige andere ministeries ook internationale missies,
bijvoorbeeld gericht op technologie- en innovatiesamenwerking.
Daarnaast leg ik als Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
werkbezoeken af die niet onder de noemer van missies vallen. Zo heb ik in april deelgenomen
aan het uitgaand werkbezoek van het Koninklijk Paar aan de VS. Dit bezoek had een
sterk economisch karakter, met o.a. twee CEO-rondetafels, een innovatie-evenement,
bedrijvenmissies op de sectoren water en maritieme maakindustrie en een organisatiebezoek
in de gezondheidssector. Deze vallen buiten de scope van de in deze brief opgenomen
effectmeting.
Deze brief richt zich primair op de door bewindspersonen geleide missies, ook wel
«economische missies» genoemd. De inzet is doorgaans breder dan louter handelsbevordering;
zij zijn ook gericht op het versterken van bilaterale relaties, kennisuitwisseling
en investeringsstromen.
Economische missies maken deel uit van een meerjarige publiek-private aanpak. Zij
worden doorgaans voorafgegaan door marktverkenningen, voorbereidende bijeenkomsten
en kleinere, sectorspecifieke missies. Een deel van deze voorbereidende activiteiten
richt zich specifiek op startups en scale-ups (zie box 3).
Economische missies en het Nederlandse bedrijfsleven
Het kabinet hecht eraan dat economische missies goed aansluiten bij de behoeften van
het bedrijfsleven. Daarom wordt zowel de selectie van bestemmingen als de inhoud van
missies voorbereid in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers uit de private en
publieke sector, waaronder VNO-NCW en vakdepartementen.
Bij de keuze voor missies wordt primair/ in eerste instantie gekeken naar kansrijke
combinaties van landen en sectoren. In de voorbereiding wordt intensief afgestemd
met onder meer brancheorganisaties, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, publiek-private
instellingen als Invest International, RVO en het postennetwerk, dat een belangrijke
rol speelt in het signaleren van lokale kansen en behoeften. Tevens vindt brede afstemming
plaats binnen het Koninkrijk.
Een aantal missies vindt daarnaast plaats naar de veertien zogenoemde combinatielanden.
In deze landen zet het kabinet in op het versterken van de samenhang tussen ontwikkelingssamenwerking
en handel, door samen met Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen te werken aan
innovatieve oplossingen voor lokale vraagstukken. Deze meerjarige inzet creëert tegelijkertijd
kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven.
Met het huidige budget voor economische missies, van iets minder dan € 2,5 miljoen,
kunnen jaarlijks circa 10 tot 15 missies onder leiding van bewindspersonen worden
georganiseerd in samenwerking met RVO. De kosten per missie variëren afhankelijk van
het doelland en de eventuele combinatie met een staatsbezoek. Het beoogde aantal missies
per jaar sluit aan bij de vraag en beschikbaarheid van het Nederlandse bedrijfsleven.
Economische missies van 2025 in beeld
Het organiseren van economische missies neemt circa vijf maanden in beslag. In 2025
kwam de planning enigszins onder druk te staan door een periode met een demissionair
kabinet en het aantreden van een nieuwe bewindspersoon. Toch zijn in 2025 tien economische
missies onder leiding van bewindspersonen uitgevoerd, waarmee de beoogde bandbreedte
is gerealiseerd.
In opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken organiseerde RVO in 2025 economische
missies naar Kenia, Italië, Japan (twee keer i.v.m. de Expo Osaka), Indonesië (zie
box 1), Zwitserland, Frankrijk, India, Vietnam en Saoedi-Arabië. In mei 2026 zal voor
het eerst zelf leiding geven aan een economische missie, en wel naar het combinatieland
Egypte.
Aan de 10 economische missies in 2025 namen in totaal 668 deelnemers deel, afkomstig
van 436 unieke bedrijven. Daarvan viel 57% binnen het midden- en kleinbedrijf. De
bijgevoegde missieverslagen bevatten nadere informatie over programma’s en resultaten
per missie.
Box 1: Voorbeeld – economische missie naar Indonesië
• In juni 2025 reisden 113 bedrijven, brancheorganisaties, kennis- en financiële instellingen
mee met de economische missie naar Indonesië op drie sectoren (tuinbouw, waterbeheer
en maritiem), en op vier locaties (Jakarta, Noord-Sumatra, Semarang en Makassar).
Naast VNO-NCW als algemeen zakelijk missieleider werden de bedrijven ook vertegenwoordigd
door de private sectorleiders.
• 18 Memoranda of Understanding (MoU’s) en andere overeenkomsten werden ondertekend tijdens de officiële ondertekeningsceremonie.
Bedrijven gaven aan dat de waarde van deze overeenkomsten kan oplopen tot 650 miljoen
euro.
• Voor de bedrijven in de watersector en maritieme sectoren bood deze missie vooral
de kans om concrete kansen te verzilveren en de samenwerking te verdiepen. Zo hebben
zij zich goed kunnen positioneren m.b.t. de Indonesische plannen voor de kustbescherming
van Java en de (door)ontwikkeling van de haven van Makassar. De tuinbouwbedrijven
hebben een veelbelovende kennismaking gehad met Indonesische stakeholders bij een
food estate in Noord-Sumatra waar op wordt ingezet d.m.v. een zogeheten combitrack, waarbij hulp en handel elkaar versterken.
• Daarnaast stond het versterken van de brede bilaterale relaties centraal in het programma.
In bijeenkomsten met diverse Ministers en viceministers werd aandacht besteed aan
de brede waaier van economische onderwerpen waarop wordt samengewerkt tussen Indonesië
en Nederland. Indonesië is een belangrijke regionale macht. Op basis van het demografische
dividend van het land liggen hier veel verdienkansen voor Nederlandse bedrijven.1
Resultaten economische missies 2025
RVO heeft de effecten en klanttevredenheid onder de deelnemers laten onderzoeken van
alle economische missies in 2025. Uit deze effectmeting blijkt dat deelnemers de missies
als waardevol beschouwen. Zij waardeerden de economische missies in 2025 met gemiddeld
een 8,0. Ruim driekwart van de deelnemers die de evaluatie hebben ingevuld, geeft
de dienstverlening een 8,0 of hoger. Dit waarderingscijfer is stabiel over de afgelopen
jaren. Het responspercentage is gemiddeld 50%.
Waar percentages afgezet tegen vorige jaren significant afwijzen is dit opgenomen
in een grafiek. Waar dit niet is gedaan, zijn percentages relatief gelijk gebleven.
53% van de respondenten acht zich dankzij de missie beter voorbereid op internationaal
ondernemen. 94% van de respondenten geeft aan dat de missie significant bijdroeg aan
het verwerven van relevante contacten en netwerken, terwijl 84% waardevolle kennis
en informatie opdeed (zie figuur 1).
Fig 1. De missie droeg bij aan waardevolle kennis en informatie
78% verwacht vervolgstappen te zetten naar aanleiding van deelname, zoals het aangaan
van partnerschappen (68%) en het afsluiten van contracten (56%). 61% van de deelnemers
verwacht dat de missie zal leiden tot export (van goederen of diensten) en 20% dat
het zal leiden tot een buitenlandse investering.2
Wat opvalt is dat het afsluiten van een zakelijk contract als vervolgstap na een economische
missie in 2025 vaak is genoemd vergeleken met de jaren ervoor (nu 55%, jaren ervoor
consistent rond de 44%). Ook valt een duidelijke stijgende trend te zien bij de verwachte
vervolgstappen «betreden nieuwe markt» (35% dit jaar en 41% vorig jaar, t.o.v. 17%
en 20% in de jaren ervoor) en «investering in positionering», zie figuur 2.
Fig 2. Als vervolgstap van de economische missie ga ik investeren in positionering
op de doelmarkt.
Tot slot zoeken bedrijven steeds vaker naar financiering als gevolg van een economische
missie: tussen 2022 en nu opgelopen van 17% naar 30%. Om die reden reizen ook steeds
vaker financieringsinstellingen, waaronder Invest International, mee met economische
missies.
Van de deelnemers die geen vervolgstappen verwachten, geeft ruim de helft aan dat
dit niet de doelstelling was. Andere redenen betreffen onder meer bedrijfseconomische
afwegingen, concurrentie of beperkte financieringsmogelijkheden.
Over de uitvoering van de missies vanuit logistiek oogpunt, zijn bijna alle (95%)
deelnemers (zeer) tevreden. De inhoud van het programma en de modules en het voorbereidingstraject
worden door circa vier op de vijf deelnemers positief gewaardeerd. Daarnaast wordt
de toegang tot hooggeplaatste delegaties door het meereizen van een bewindspersoon
gewaardeerd, omdat dit cruciaal is voor het openen van deuren in het buitenland.
Tegelijkertijd is ruimte voor verbetering, met name op het gebied van matchmaking,
netwerkmogelijkheden en (de zichtbaarheid van) de rol van de bewindspersoon.
Een aantal deelnemers heeft aangegeven gekoppeld te willen worden aan meer specifieke
gesprekspartners. Om daaraan tegemoet te komen wordt informatie over het programma
en de matchmaking eerder gedeeld, zodat er ruimte is om aanpassingen door te voeren. Dit betekent ook
dat de aanmelddeadline enigszins wordt vervroegd om de individuele matchmaking goed
te organiseren. Daarnaast zal in de programma’s van economische missies nog nadrukkelijker
rekening worden gehouden met voldoende ruimte voor netwerken.
Een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2024 toonde aan
dat economische missies met bewindspersonen substantieel rendement opleveren.3 De resultaten uit dit rapport laten overtuigend zien dat bedrijven veel baat hebben
bij deelname aan missies onder leiding van bewindspersonen. De kans dat incidentele
exporteurs uitgroeien tot structurele exporteurs groeit met een factor 1,6 en de kans
dat een structurele handelaar een buitenlandse markt verlaat halveert door missiedeelname.
Desondanks ziet slechts 41% van de deelnemers toegevoegde waarde in de inzet van bewindspersonen
tijdens missies, wat een verdere daling is ten opzichte van het jaar daarvoor (zie
figuur 3).
Fig 3. De meereizende bewindspersoon heeft voor mij toegevoegde waarde
Dit wordt deels verklaard door beperkte bekendheid met de rol en bijdrage van de bewindspersoon.
In de voorbereiding en uitvoering van missies zal hier nadrukkelijker aandacht aan
worden besteed, door meer interactiemogelijkheden en terugkoppeling richting deelnemers.
Daarnaast hebben frequente wisselingen van bewindspersonen hier mogelijk ook negatieve
impact op gehad.
Verbeterpunten in de invulling van de rol van de bewindspersoon liggen volgens bedrijven
vooral in de interactie met deelnemers en in de mate waarin de bewindspersoon zich
goed geïnformeerd toont over de context en belangen van de betrokken bedrijven. Deze
punten verdienen nadrukkelijke aandacht bij de organisatie van toekomstige economische
missies.
Tot slot is het de intentie om het CBS-onderzoek uit 2024, over de toegevoegde waarde
van economische missie, uit te breiden om een nog beter beeld te krijgen wat deze
economische missies voor BV Nederland opleveren.
Inzet Leden van het Koninklijk Huis bij economische missies en werkbezoeken
Economische missies worden regelmatig gekoppeld aan staatsbezoeken of werkbezoeken
van het Koninklijk Huis. In 2025 was dit onder meer het geval bij het staatsbezoek
aan Kenia en werkbezoeken aan Frankrijk en Japan.
De aanwezigheid van het Koninklijk Paar vergroot de zichtbaarheid en opent deuren
op hoog niveau, wat bijdraagt aan het realiseren van concrete resultaten, zoals het
sluiten van overeenkomsten.
Deelname aan economische missies door Invest International en Atradius Dutch State
Business (ADSB)
Deelname van Invest International en Atradius Dutch State Business (ADSB) aan economische
missies laat deelnemers kennismaken met diverse financierings- en exportkredietverzekeringsproducten.
Ook in het land van bestemming is begrip en bewustzijn over de Nederlandse financieringsoplossingen
van belang. Potentiële investeerders, partners en klanten van Nederlandse organisaties
kunnen op deze manier de voordelen van publieke financiering beter begrijpen.
In 2025 heeft Invest International onder meer deelgenomen aan missies naar Suriname,
Kenia, Indonesië en India, waarbij diverse intentieverklaringen en investeringsafspraken
zijn gemaakt. In Indonesië en India heeft Invest International € 300 miljoen beschikbaar
gesteld om investeringen te financieren in sectoren zoals waterbeheer, landbouw, hernieuwbare
energie, afvalbeheer en gezondheidszorg. Ook werd een nieuwe Dutch Desk in India geopend.
ADSB biedt als Nederlandse Export Credit Agency (ECA) met diverse financierings- en
verzekeringsproducten ondersteuning aan Nederlandse bedrijven die internationaal zakendoen.
ADSB biedt exportsteun in landen waar commerciële partijen dat minder doen. In voorbereiding
op economische missies wordt de dienstverlening van ADSB nadrukkelijk onder de aandacht
gebracht en waar nodig wordt beroep gedaan op marktinformatie en kennis over internationale
betalingsrisico’s. ADSB neemt gericht deel aan economische missies, zoals recent naar
Kenia en Indonesië, om zo goed mogelijk aangesloten te blijven bij de buitenlandse
handelsagenda en de eigen strategische doelen.
Vrouwelijke deelnemers aan economische missies
Missies staan in principe open voor alle bedrijven, in het bijzonder het mkb. Voor
bepaalde groepen, waaronder vrouwelijke ondernemers en startups, geldt dat er veel
onbenut potentieel is.
In 2025 bedroeg het aandeel vrouwelijke deelnemers 21%, vergelijkbaar met eerdere
jaren, maar onder de doelstelling van 25%. De deelname varieert sterk per sector.
De economische missie naar Zwitserland op de thema’s Gezondheidszorg en Biotechnologie
kende een hoog percentage vrouwelijke participatie van 35%. De missie naar Saoedi-Arabië
op het gebied van Energietransitie en Kritieke Grondstoffen had slechts een percentage
van 8% vrouwelijke ondernemers.
Om dit onbenutte potentieel te benutten blijft het stimuleren van deelname van vrouwelijke
ondernemers prioriteit. Via de campagne «Groei over Grenzen» en gerichte wervingsinspanningen
wordt hier actief op ingezet. Initiatieven zoals de SheScalesNL-missie in New York (samen met RVO) dragen bij aan het versterken van internationaal
vrouwelijk ondernemerschap. Het doel van de deelnemers aan deze missie was groeikapitaal
ophalen, nieuwe partnerschappen sluiten en internationale expansie versnellen. Intussen
hebben meerdere van hen groeikapitaal opgehaald, via private investeerders of Invest
International. Deze handelsmissie bouwde voort op de structurele inzet op ondersteuning
van de internationalisering van vrouwelijke ondernemers.
Box 2: Business Development en Startup-missies
• Gedurende 2025 vonden ook 21 Business Development (BD-)missies plaats (handelsmissies zonder bewindspersoon) en 6 startup-missies. Deze
missies werden gemiddeld beoordeeld met respectievelijk een 8,1 en een 8,4.
• Een goed voorbeeld van een geslaagde Missie zonder bewindspersoon in 2025 was «Kansen
voor de Metaalindustrie in Polen». 17 Nederlandse bedrijven uit de metaalverwerkingssector
namen deel aan de grootste strategische defensiebeurs van Centraal- en Oost-Europa
en een reeks werkbezoeken, matchmaking en netwerkbijeenkomsten in Krakau en Katowice.
De Missiedeelnemers waren zeer tevreden over de kwaliteit van de contacten die zij
hebben opgedaan en de combinatie met specialistische toepassingen in defensie-industrie.
• Met een startup-missie naar startup-event Slush in Helsinki werd de deelnemende startups een platform geboden voor internationalisering
en bedrijfsontwikkeling door de aanwezige matchmaking en toegang tot investeerders.
Deze missie werd georganiseerd in samenwerking met 4TU en regionale partners, wat
het bereik aanzienlijk vergrootte. Door die samenwerking omvatte de delegatie meer
dan 100 startups; de grootste Nederlandse afvaardiging op Slush ooit.
Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO)
Het onderschrijven van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake
maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) is een voorwaarde voor deelname van
alle bedrijven aan economische missies. De overheid verwacht dat bedrijven handelen
conform deze richtlijnen en deelnemers committeren zich hieraan voorafgaand aan deelname.
Tijdens missies wordt hier blijvend aandacht aan besteed, met als doel bedrijven te
ondersteunen bij de praktische toepassing van IMVO.
In 2025 is gestart met de implementatie van het aangescherpte IMVO-uitvoeringsbeleid
bij missies. Dit beleid is gericht op grotere effectiviteit en betere uitvoerbaarheid.
Voor handelsmissies is gekozen voor een risico gestuurde en proportionele aanpak,
waarbij het informeren van bedrijfsleven is gericht op context- en sectorspecifieke
begeleiding om naleving van de OESO-richtlijnen te ondersteunen. Een voorbeeld hiervan
is de economische missie naar Kenia waarbij in samenwerking met Afrikaanse partners
uit het bedrijfsleven en lokaal maatschappelijk middenveld een sessie over maatschappelijk
verantwoord ondernemen werd georganiseerd. Missiedeelnemers kregen hierdoor inzicht
in de lokale en sectorale risico’s in Kenia en handvatten om deze te mitigeren.
Daarnaast wordt op structurelere wijze samengewerkt met lokale partners en ambassades
om bedrijven beter te informeren en ondersteunen, ook met het oog op opvolging na
de missie.
Begrotingsindicator bevorderen internationaal ondernemerschap
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken vraagt de CBS jaarlijks een beschrijvende analyse
uit te voeren van de exportgroei binnen de groep van ondernemers die gebruik maken
van het Handelsinstrumentarium. De resultaten geven een indicatie van de exportgroei
van ondersteunde bedrijven in de doelmarkten van de dienstverlening.4
In de interventiejaren 2020 en 2021 hebben respectievelijk 9.545 en 10.265 mkb-bedrijven
gebruik gemaakt van ondersteuning door de overheid op een specifieke doelmarkt. Dit
ging in de drie opeenvolgende jaren voor 22,7% resp. 23,6% van de ondersteunde bedrijven
gepaard met een exporttoename van die onderneming naar de doelmarkt. Deze exporttoename
is door CBS berekend voor de ondersteunde mkb bedrijven en bedroeg voor de jaren 2021
– 2024 EUR respectievelijk 932 miljoen en 1,1 miljard euro gemiddeld per jaar.
Sinds 2025 wordt eenzelfde berekening uitgevoerd voor de ondersteunde grootbedrijven
(meer dan 250 fte, jaarlijks meer omzet dan EUR 50 mln.). Daarvoor is dezelfde systematiek
gehanteerd en bedroeg de exporttoename van grootbedrijven in de doelmarkt, ondersteund
in de interventiejaren 2020 en 2021 over de jaren 2021 – 2024 EUR respectievelijk
8,3 miljard en 10,3 miljard euro gemiddeld per jaar.
Economische missies in 2026
In 2026 hebben reeds economische missies naar Oekraïne en Zuid-Korea plaatsgevonden.
Nog voor het zomerreces geef ik leiding aan de economische missies naar Spanje en
Egypte. Na het zomerreces staan nog dit jaar Polen, Oekraïne, België, Duitsland, Tsjechië,
Zweden en Noorwegen, Canada en Qatar en de VAE op de planning.
Naast deze economische missies staan diverse andere reizen in mijn agenda, o.a. naar
de COP in Turkije, de Wereldbank- en IMF-jaarvergadering in Thailand, de AVVN in New York, diverse Europese Raden en enkele werkbezoeken
in het kader van Ontwikkelingssamenwerking.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Indieners
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking