Brief regering : Verslag over de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026
21 501-20 Europese Raad
Nr. 2401
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 mei 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, het verslag aan over de informele
Europese Raad van 23 en 24 april 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Verslag informele Europese Raad 23 en 24 april 2026
Op 23 en 24 april jl. vond op Cyprus een informele Europese Raad (iER) plaats. De
Europese regeringsleiders spraken met president Zelensky over de situatie in Oekraïne
en bespraken daarnaast de geopolitieke actualiteit in het Midden-Oosten, energieprijzen,
Europese veiligheid en het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De Raad sprak ook met
leiders uit het zuidelijk nabuurschap, onder wie de president van Libanon, de president
van de Syrische overgangsregering, de kroonprins van Jordanië, de president van Egypte
en de secretaris-generaal van de Gulf Cooperation Council (GCC).
Geopolitieke actualiteit
Midden-Oosten
De Raad stond stil bij de situatie in het Midden-Oosten. Ten aanzien van Iran en de
Straat van Hormuz is het essentieel dat alle partijen zich blijven richten op diplomatieke
onderhandelingen ten behoeve van een snel en duurzaam einde aan de oorlog, en dat
het staakt-het-vuren tot die tijd standhoudt. Nederland benadrukte dat de EU een leidende
rol op zich kan nemen in bijvoorbeeld de ondersteuning van (humanitaire) initiatieven
gericht op vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, en op het mitigeren van humanitaire
consequenties in de regio en elders als gevolg van dit conflict. Nederland werkt samen
met partners aan een breed gedragen, defensieve missie ter waarborging van de veilige
doorvaart. Nederland heeft de oproep herhaald dat de EU Iraanse personen en entiteiten
die betrokken zijn bij de belemmering van vrije doorvaart moet kunnen sanctioneren.
Tot slot onderstreepte Nederland dat het doel van de diplomatieke inspanningen moet
zijn dat Iran in de toekomst niet over nucleaire wapens mag beschikken en ook geen
destabiliserende rol mag spelen in de regio.
De Raad besprak ook de impact van het conflict op de bredere regio. Daarbij heeft
Nederland het belang onderstreept om getroffen Golflanden en andere regionale partners
te ondersteunen. Ook vroeg Nederland aandacht voor de zorgwekkende humanitaire situatie
in Libanon. Nederland benadrukte het belang van het standhouden van het staakt-het-vuren
in Libanon en verwelkomde in dat kader de onderhandelingen tussen Israël en Libanon
om tot een duurzaam bestand te komen. Het is van groot belang dat ook Hezbollah –
dat formeel geen partij is bij de staakt-het-vuren overeenkomst en de onderhandelingen
tussen Israël en Libanon – de aanvallen op Israël stopt en zich aan het staakt-het-vuren
houdt. Ook bracht Nederland de steeds verder verslechterende situatie in de Gazastrook
en de Westelijke Jordaanoever onder de aandacht, waaronder de aanname van de aangepaste
doodstrafwetgeving in Israël en ontwikkelingen die toegang voor iNGOs en de distributie
van humanitaire hulp nog verder beperken. Nederland veroordeelde het toenemende kolonistengeweld
en de uitbreiding van illegale nederzettingen en herhaalde de oproep tot aanname van
het derde pakket EU-sancties tegen gewelddadige kolonisten en organisaties, naast
aanvullende EU-sancties tegen Hamas en de Palestinian Islamic Jihad. De kabinetsinzet blijft gericht op een duurzame oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse
conflict.
De Raad sprak daarnaast met de Libanese president Aoun, de president van de Syrische
overgangsregering Al-Sharaa, Kroonprins Al-Abdullah van Jordanië en president Al-Sisi
van Egypte. De secretaris-generaal van de GCC, Al-Budaiwi, was ook aanwezig bij het
overleg. Zij benadrukten dat het van groot belang is dat het Midden-Oosten kernwapenvrij
moet zijn en dat alle steun gegeven moet worden aan de onderhandelingen in Pakistan.
Ook moet nagedacht worden over de fase erna, waarbij Iran niet langer regionale instabiliteit
aanwakkert. De landen benadrukten het belang van de tweestaten-oplossing voor duurzame
stabiliteit in het Midden-Oosten. De verdergaande escalatie van Israël in Libanon,
Gaza en de Westelijke Jordaanoever is voor deelnemende landen de grootste bedreiging
van de stabiliteit in hun regio. Ze riepen de EU op om hen te ondersteunen bij het
waarborgen van stabiliteit maar ook bij inspanningen voor wederopbouw, en om meer
druk op Israël te zetten. De president van Libanon gaf aan dat de Israëlische aanwezigheid
in Zuid-Libanon een illegale bezetting vormt en riep de EU op meer te doen om het
land te ondersteunen op het gebied van veiligheid en economie. Hij riep op tot steun
na het verlopen van het UNIFIL-mandaat eind 2026, en benoemde dat de regering klaar
staat voor een serieuze aanpak voor de toekomst van Libanon, en daar steun van de
EU voor nodig te hebben.
De president van de Syrische overgangsregering Al-Sharaa benadrukte dat hij werkt
aan een inclusieve transitie en dat Syrië bezig is met de voorbereiding op terugkeer
van grote groepen vluchtelingen. Hij hield een pleidooi voor hulp en sanctieverlichting
ten behoeve van wederopbouw. Egypte gaf aan dat voor Sudan de EU een belangrijke rol
te spelen heeft en dat vrijheid van navigatie voor de Rode Zee, evenals in de Straat
van Hormuz, cruciaal is.
De secretaris-generaal van de GCC benadrukte dat de huidige situatie ook kansen biedt
voor samenwerking tussen de EU en de GCC op het gebied van economie en defensie. Ook
zijn Golfstaten bereid zo mogelijk bij te dragen aan het Frans-Britse initiatief om
vrije doorvaart in de Straat van Hormuz te helpen bevorderen na het staken van de
vijandelijkheden. Het gesprek met de leiders uit het zuidelijk nabuurschap verving
de voorziene werksessie over de implementatie van het Actieplan voor het EU-pact voor
het Middellandse Zeegebied.
Energie
Op 22 april presenteerde de Commissie «Accelerate EU», een toolbox van tijdelijke en gerichte maatregelen om energieprijspieken te dempen.
De mededeling bevat verschillende positieve voorstellen waaronder een sterkere coördinerende
rol vanuit de Commissie, energiebesparing en afbouw van olie- en gasconsumptie, het
beschermen van consumenten en industrie tegen hoge energieprijspieken, het versnellen
van de energietransitie, en het stimuleren van investeringen. Nederland heeft tijdens
de informele ER steun uitgesproken voor maatregelen die de energieprijzen structureel
verlagen. Het is de inzet om een volledige appreciatie van «Accelerate EU» voorafgaand aan de informele Energieraad van 12-13 mei met uw Kamer te delen middels
een brief. Diverse lidstaten benadrukten het belang van maatregelen, waarbij verschillende
voorstellen werden gedaan, variërend van het versoepelen van fiscale of budgettaire
regels tot het versnellen van de transitie naar meer duurzame energie. Ook werd opgeroepen
meer te investeren in duurzame technologieën van Europese bodem om de afhankelijkheid
van derde landen te verminderen. Enkele lidstaten brachten het punt van overwinsten
van bedrijven op in de discussie. Diverse landen spraken zorgen uit over mogelijke
tekorten later dit jaar, waaronder voor kerosine, en de hoge prijzen die een rem zijn
op de verwachte economische groei in de Europese landen. Nederland heeft in de Europese
Raad gepleit voor een eensgezinde, voorspelbare en vastberaden Europese aanpak die
de weerbaarheid en strategische autonomie van de Unie versterkt. Het kabinet heeft
daarbij het belang onderstreept van een duidelijke langetermijnvisie en het behoud
van het ETS als hoeksteen van het concurrentievermogen.
Oekraïne
De Europese Raad stond stil bij de voortdurende Russische agressieoorlog en de urgentie
van voortgezette brede steun aan Oekraïne. De Europese Raad verwelkomde in dit licht
de aanname van de steunlening van EUR 90 mld. en het twintigste sanctiepakket. President
Zelensky was aanwezig bij een deel van de bespreking en zette de situatie aan het
front uiteen en pleitte voor voortdurende steun aan het land en meer druk op Rusland.
Hij pleitte ook voor snelle stappen richting EU-lidmaatschap van Oekraïne. Diverse
landen gaven aan welke steun ze aan Oekraïne verlenen en deelden hun posities ten
aanzien van nieuwe sanctiemaatregelen tegen Rusland. Ook werd gesproken over het belang
van volgende stappen in het EU-toetredingstraject. Zoals bekend steunt Nederland Oekraïne
op het onomkeerbare pad richting toekomstig EU-lidmaatschap, waarbij de Kopenhagencriteria
leidend zijn.
Tijdens de onderhandelingen voor het twintigste sanctiepakket heeft het kabinet conform
de moties Dassen1 en Van den Burg & Den Hollander2 opgeroepen tot sancties en exportbeperkingen gericht op industriële smeermiddelen
en tot sancties tegen de Russische kunstmestindustrie. Het eerste is onderdeel geworden
van het twintigste pakket, terwijl voor het tweede vooralsnog geen draagvlak bestond
in de Raad. Nederland riep op tot het ontwikkelen van een voorspoedige implementatie
van de steunlening, waaronder het betrekken van derde landen om inkoop van urgent
benodigd materieel buiten de EU en Oekraïne mogelijk te kunnen maken. Nederland heeft
in de EU in lijn met motie-Hoogenveen3 benadrukt dat de lening alleen niet voldoende is en riep EU-lidstaten op door geïntensiveerde
bilaterale bijdragen te zorgen voor eerlijkere lastendeling. Daarnaast onderstreepte
Nederland het belang van het verder opvoeren van de druk op Rusland, door nu voorspoedig
te werken aan aanvullende sanctiemaatregelen, inclusief gericht tegen de schaduwvloot,
en een 21ste sanctiepakket.
Europese veiligheid
Tijdens het geopolitieke diner brachten enkele lidstaten de Europese veiligheid en
defensie op, waaronder het verder operationaliseren van artikel 42 lid 7 VEU. Hierover
vond geen discussie plaats in de Raad. Nederland is voorstander van het verder operationaliseren
van dit artikel. Concreet gaat het om een effectiever gebruik van het EU-instrumentarium,
onder meer op het gebied van sanctiebeleid, civiele bescherming en hybride dreigingen.
Dit draagt bij aan een betere voorbereiding van de EU en EU-lidstaten op een crisis.
De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. Coördinatie en samenwerking
met de NAVO zijn hierbij derhalve essentieel, waarbij onnodige duplicatie moet worden
voorkomen.
Meerjarig Financieel Kader (MFK)
Tijdens een werksessie is gesproken over de voortgang van de onderhandelingen over
het MFK en het eigenmiddelenbesluit (EMB). Nederland is samen met enkele andere lidstaten
kritisch over de omvang van het MFK en heeft zich ingezet voor een acceptabele omvang
van de Nederlandse afdrachten aan de EU, inclusief behoud van de bni-correctie. Nederland
heeft steun uitgesproken voor de modernisering van het MFK: nieuwe prioriteiten gaan
ten koste van geld elders. Daarnaast heeft Nederland zich uitgesproken voor het behoud
van de perceptievergoeding op 25 procent, en tegen de introductie van de voorgestelde
nieuwe leeninstrumenten Catalyst Europe en het crisismechanisme in het EMB.
One Europe, One Market Roadmap
En marge van de informele ER ondertekenden de president van Cyprus namens de Raad,
de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van het Europees parlement
de One Europe, One Market Roadmap. De Roadmap bevat concrete deadlines en acties ter versterking van het Europees concurrentievermogen.
Het document richt zich op vijf pijlers: het vereenvoudigen van regels; een meer geïntegreerde
interne markt, onder meer door het aanpakken van de tien meest schadelijke barrières;
het versterken van het Europese handelsbeleid; het verlagen van energieprijzen en
het stimuleren van decarbonisatie; en het versnellen van de digitale en AI-transformatie.
Nederland steunde de Roadmap en verwelkomde de gezamenlijke commitment van Raad, Commissie en Europees parlement
waarmee het aanpakken van ongerechtvaardigde belemmeringen hoog op de agenda blijft.
Nederland zal in dit kader blijvend aandacht vragen voor goede en transparante handhaving
en voor het voorkomen van nieuwe belemmeringen.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken