Brief regering : Voortgang combitracks
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3391
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 april 2026
Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel
van 4 februari 2026 (TZ202602-042), informeer ik u via deze weg over de voortgang
van de zogenoemde combitracks.
De combitracks maken onderdeel uit van het bredere buitenlandbeleid van het kabinet,
gericht op het zelfbewust opkomen voor onze belangen wereldwijd, realistisch en waardengedreven.
Dit doen we vanuit partnerschappen, complementair aan de Europese Unie.
Met sterke economische partnerschappen, gericht op wederzijdse belangen en met oog
voor mens en milieu, kan de EU en Nederland daarbinnen tegenwicht bieden aan de invloed
van andere grote machtsblokken. Vanuit ontwikkelingssamenwerking dragen we daaraan
bij door met partnerlanden te werken aan marktontwikkeling, gericht op weerbare handelsketens
en het stimuleren van lokale economieën. Lokale waardetoevoeging is wat ons onderscheidt.
Aanpak combitracks
Een combitrack is een meerjarige programmatische aanpak, gefinancierd door het Ministerie
van Buitenlandse Zaken, gefocust op één sub-sector in een opkomende economie waarmee
Nederland langjarig samenwerkt1 en waarin de Nederlandse overheid, bedrijfsleven en hun (lokale) partners samen bijdragen
aan drie doelstellingen:
1. Een versterkte export- en investeringspositie van het Nederlands bedrijfsleven (Nederlands
verdienvermogen);
2. Duurzame economische ontwikkeling en waardig werk;
3. Groene en digitale oplossingen voor lokale uitdagingen.
Binnen de combitracks wordt gewerkt met alle partijen binnen de «Dutch Diamond», op
basis van hun toegevoegde waarde en unieke kennis:
– Nederlandse en lokale bedrijven, met een focus op midden- en kleinbedrijf;
– overheden: verschillende overheden van onze partners, met onze Ministeries van Buitenlandse
Zaken (BZ), Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO);
– maatschappelijke organisaties zoals Solidaridad, IDH en Agriterra met hun partners;
– kennisinstellingen zoals vanuit Nederland TU Delft en Wageningen Universiteit en Research;
– financiële instellingen: Invest International, FMO en private banken met hun lokale
partners.
De Nederlandse ambassades vervullen een regierol bij de uitvoering van de combitracks,
in nauwe samenwerking met RVO, als uitvoerder van het beschikbare instrumentarium,
en met Invest International voor de financiering van concrete business cases. Dit gebeurt in nauwe afstemming met BZ en LVVN.
Uitgangspunten van beleid
Combitracks versterken duurzame economische partnerschappen in strategische groeimarkten,
waarbij een duidelijke win-win ontstaat. Enerzijds stimuleren de interventies lokale
economische ontwikkeling, door het investeren in lokale waardetoevoeging. Anderzijds
versterken ze de marktpositie van Nederlandse bedrijven in deze markten, en daarmee
het Nederlandse verdienvermogen. De combitracks worden ontwikkeld op basis van behoeften
en kansen voor Nederlandse bedrijven, in samenhang met de prioriteiten van de partnerlanden.
Ze dragen daarmee bij aan het verzilveren van kansen in strategische sectoren waarin
Nederland kennis en expertise heeft, zoals energie, voedselzekerheid, watermanagement
en gezondheid, en aan het oplossen van lokale uitdagingen of behoeften.
Hiermee sluiten de combitracks aan op de uitvoering van de Afrikastrategie2 (acht van de veertien combinatielanden liggen in Afrika) en op bredere EU-inspanningen
(Global Gateway) om economische weerbaarheid, klimaatdoelen en internationale samenwerking te bevorderen.
Voortgang
Op dit moment zijn er 22 combitracks in 14 landen, die in het algemeen goede voortgang
laten zien. Er zijn meer dan 200 activiteiten uitgevoerd of in uitvoering, met deelname
van meer dan 600 Nederlandse bedrijven.
De snelheid waarmee concrete resultaten worden behaald loopt uiteen, per land en per
sector. Een aantal combitracks heeft al geleid tot concrete contracten, investeringen
en successen:
– In Grootvlei, Zuid-Afrika is recent op de plek bij een kolencentrale, die op het punt
staat uitgefaseerd te worden, een demonstratiekas geopend waar klimaatslimme landbouwoplossingen
worden gedemonstreerd en waar lokale gemeenschappen worden omgeschoold om in deze
kas te kunnen werken. De demonstratiekas is de opmaat naar een agro-hub waarin Nederlandse
kennis en Nederlandse bedrijven bijdragen aan markt- en ketenontwikkeling en tegelijkertijd
nieuwe economische kansen benutten.
– In Ivoorkust wordt een moderne verwerkingsfabriek voor cacao ontwikkeld met Nederlandse
technologie. Agriterra werkt daarnaast aan het versterken van lokale coöperaties waardoor
klimaatweerbare cacaoproductie wordt vergroot en lokale voedselzekerheid wordt verbeterd.
Dit versterkt de lokale cacao-industrie en draagt bij aan economische groei, hoger
inkomen en werkgelegenheid in de regio. Ook draagt dit bij aan het Nederlands verdienvermogen,
met contracten voor onder andere machines voor cacaoverwerking en verwaarding van
restproducten (zoals cacaosap).
– In de combitrack op aquacultuur in Vietnam leidt de samenwerking tussen Nederlandse
en Vietnamese partijen tot innovatie, kennisuitwisseling en opschaalbare business
cases binnen de aquacultuursector. Afgelopen jaar is er EUR 2,9 miljoen aan private
investeringen gemobiliseerd voor demonstratiefaciliteiten.
– In de combitrack op agrologistiek in Kenia is de eerste container met bloemen via
zee en trein in juni 2025 aangekomen in Rotterdam. Dit was een belangrijke mijlpaal
om te laten zien dat treinvervoer een haalbaar, duurzaam en kostenefficiënt alternatief
is voor luchttransport. De track creëert hiermee kansen voor zowel Nederlandse landbouw-
en bloementeeltbedrijven als ook voor de logistieke sector. Deze combitrack wordt
opgeschaald via een EU Global Gateway project.
Voor een aantal andere combitracks geldt dat de inzet zich op dit moment nog vooral
richt op lokale marktontwikkeling. Voor de tracks waar concrete resultaten nog minder
zichtbaar zijn, met name voor Nederlandse bedrijven, zijn verschillende oorzaken aan
te wijzen. Soms zijn dat structurele uitdagingen, zoals gebrek aan geschoold personeel,
ontbrekende infrastructuur of belemmerende wetgeving. In andere gevallen blijft de
vraag van Nederlandse bedrijven nog achter of zijn sectoren zelf nog in ontwikkeling,
zoals groene waterstof.
Er wordt continu gekeken welke ondersteuning nodig is om in alle tracks tot concrete
resultaten te komen en op te kunnen schalen waar mogelijk. Dit is vaak een proces
van lange adem, omdat in deze opkomende markten vaak grote uitdagingen bestaan voor
het ondernemen. Die uitdagingen worden niet allemaal weggenomen met combitracks, maar
er wordt wel gekeken waar bestaande instrumenten de meeste toegevoegde waarde kunnen
creëren.
In de bijlage staat per combitrack de voortgang beschreven.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Indieners
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking