Brief regering : Eerste resultaten Taskforce Versnelling Woningbouw
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1448
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 april 2026
De woningnood raakt veel mensen in Nederland in hun dagelijks leven. Iedereen kent
inmiddels een gezicht bij een woningzoekende, een naam achter de woningnood. Jongeren
blijven noodgedwongen langer bij hun ouders wonen. Mensen stellen het krijgen van
kinderen uit omdat zij geen geschikte woning kunnen vinden. Ouderen wonen te lang
in een woning die niet meer passend is. Gescheiden ouders wonen soms noodgedwongen
onder één dak. Verpleegkundigen, leraren en politieagenten kunnen niet wonen in de
stad of het dorp waar zij werken. Voor hen staat het leven als het ware op pauze.
Het is duidelijk dat er momenteel te weinig en te langzaam wordt gebouwd, terwijl
ook de bestaande woningvoorraad onvoldoende wordt benut. Alles moet uit de kast om
dit te veranderen. We moeten zo snel mogelijk toegroeien naar de realisatie van 100.000
woningen per jaar en dit tempo vervolgens vasthouden totdat er sprake is van een evenwichtige
woningmarkt. Alleen zo kunnen we woningzoekenden weer perspectief bieden en ervoor
zorgen dat iedereen in Nederland een passend thuis heeft.
Dit kabinet geeft de aanpak van de woningnood de hoogste prioriteit. In het coalitieakkoord
is een duidelijke opdracht geformuleerd. Enerzijds nemen we belemmeringen voor woningbouw
weg door regelgeving te schrappen, te versoepelen en te vereenvoudigen. Anderzijds
geven we ruim baan aan woningbouw door regie te nemen, innovaties op te schalen en
de juiste financiële randvoorwaarden te creëren. Daartoe is onder leiding van de Minister-President
de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw opgericht.
We zijn direct aan de slag gegaan met de Taskforce. In deze brief presenteer ik de
eerste concrete resultaten. In september stuur ik uw Kamer het Actieplan Versnelling
Woningbouw, met daarin de koers richting de realisatie van 100.000 woningen per jaar
en de vertaling naar een operationeel plan. Daarnaast informeer ik uw Kamer met deze
brief over de werkwijze van de taskforce. In een separate beleidsbrief, die aanstaande
vrijdag naar uw Kamer wordt gestuurd, ga ik breder in op mijn inzet op het terrein
van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.
Van opdrachtbrief naar Actieplan Versnelling Woningbouw
Het Actieplan Versnelling Woningbouw geeft invulling aan de inzet van het kabinet
om versneld en langjarig 100.000 woningen per jaar te realiseren. Het gaat hierbij
niet alleen om aantallen maar ook om de juiste kwaliteit. De woningen en leefomgeving
moeten immers aansluiten bij de behoefte van specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld
ouderen, aandachtsgroepen (bijv. personen met verward en onbegrepen gedrag) en studenten.
Voorzieningen in de wijk moeten aansluiten bij de behoefte van de bewoners. Bewoners
willen een gezonde leefomgeving en een wijk moet daarbij uitnodigen tot bewegen en
ontmoeten. Daarnaast is de taskforce verbonden met beleidsterreinen als stikstof,
economisch verdienvermogen, een slagvaardige overheid en asiel en migratie. Ook sluiten
we aan bij lopende trajecten, zoals de aanpak van netcongestie. Uitgangspunt is dat
maatregelen elkaar versterken en niet doorkruisen.
Het Rijk creëert de juiste randvoorwaarden, zorgt voor gerichte prikkels, ondersteunt
waar nodig en treedt op waar het moet. Maar het kabinet kan de woningbouw niet alleen
versnellen. Dit lukt uitsluitend als deze in nauwe samenwerking plaatsvindt met de
medeoverheden, maatschappelijke partners, marktpartijen en woningcorporaties. We bouwen
daarbij voort op bestaande samenwerkingen rond de nationaal grootschalige woningbouwlocaties,
binnen het Structureel Overleg Investeringsklimaat en de samenwerking binnen de WoonAlliantie.
De WoonAlliantie is het nieuwe samenwerkingsverband tussen de Woontoppartners. Naast
uitvoering van gemaakte afspraken, is een aantal partners (medeoverheden en bouwende
partijen) van de WoonAlliantie bovendien rechtstreeks gekoppeld aan de taskforce voor
beleidsvorming, reflectie en uitvoering van het Actieplan Versnellen Woningbouw.
Het actieplan bevat concrete maatregelen om de woningbouw te versnellen. Het richt
zich concreet onder meer op:
• Het scheppen en borgen van de juiste (ruimtelijke) randvoorwaarden voor realisatie
in de bestaande nationaal en regionaal grootschalige woningbouwlocaties in samenhang
met voldoende werkgelegenheid en passende infrastructuur.
• Het aanwijzen van 9 nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties, en een totaalaanpak
voor de 30 nationaal grootschalige woningbouwlocaties om te komen tot vitale wijken
en slagvaardige uitvoering.
• Het komen tot een landelijke versnellingsaanpak waarin duidelijk wordt hoe het Rijk
regie neemt waar nodig, ruimte geeft waar het kan en daarnaast de voorwaarden voor
betrokken maatschappelijke partners, woningcorporaties en marktpartijen op orde brengt
om versneld meer woningen te realiseren. Denk hierbij aan onderwerpen als investeringsklimaat,
beter benutten, versterken van de uitvoeringskracht en innovatie.
• Het creëren van meer juridische ruimte zodat er sneller en gemakkelijker gebouwd kan
worden door nieuwe wet- en regelgeving eenvoudig te houden, procedures te versnellen,
vigerende wetten te vereenvoudigen en actief opzoek te gaan naar overbodige stapeling
van regels. Voor dat laatste zal het kabinet voortvarend aan de slag gaan met een
jaarlijkse Vereenvoudigingswet. Hiermee wordt een structurele, blijvende werkwijze
gecreëerd met een vast ritme om problemen sneller op te lossen. en tot oplossingen
te komen die echt werken en waarmee structureel knelpunten worden aangepakt.
Het Kabinet heeft met het coalitieakkoord aanvullende middelen beschikbaar gesteld
voor het versneld en langjarig realiseren van 100.000 woningen per jaar. Deze middelen
zijn het uitgangspunt voor het op te leveren actieplan. De voorstellen die in het
definitieve actieplan worden opgenomen zullen passen binnen de budgettaire kaders
die worden vastgesteld in de augustusbesluitvorming en dienen gedekt te worden conform
begrotingsregels.
De eerste resultaten
De woningnood is groot en het leven van te veel mensen zit in de pauzestand. We hebben
geen tijd te verliezen en wachten daarom niet tot het Actieplan Versnellen Woningbouw
volledig vorm heeft gekregen. We zijn al vol aan de slag. Hieronder informeer ik uw
Kamer over een aantal eerste concrete resultaten, die uiteindelijk deel uit zullen
maken van het Actieplan. De voorstellen die in het definitieve actieplan worden opgenomen
en budgettaire gevolgen hebben, zijn onderdeel van de augustusbesluitvorming en dienen
gedekt te worden conform begrotingsregels.
1. Bouwen, bouwen, bouwen
De woningbouw wordt momenteel gerealiseerd in allerlei verschillende vormen die gaan
van grootschalig (de 21 nationaal grootschalige locaties en de 127 regionaal grootschalige
gebieden) tot een straatje of wijkje erbij en tenslotte door het beter benutten van
de bestaande voorraad.
In de nationaal grootschalige woningbouwgebieden vindt de komende jaren naar verwachting
minimaal 40% van de benodigde woningbouw plaats. Deze locaties dragen daarmee bij
aan de opgave op zowel de korte termijn (tot 2036) als (middel)lange termijn (vanaf
2040) en vragen vanwege hun complexiteit (en domein overstijgende vraagstukken) om
extra regie vanuit het Rijk. Ik geef uitvoering aan de motie van lid Nobel1 om deze locaties van «zwaarwegend» nationaal belang te laten zijn. Met het stempel
nationaal belang komt naar voren dat deze locaties belangrijk zijn bij de aanpak van
het woningtekort. Hiervoor is het essentieel dat er, interdepartementaal en interbestuurlijk
afgestemd, gerichte stappen worden gezet naar (versnelde) uitvoering en realisatie
van de voorgenomen woningbouw. Bij het zetten van deze stappen werkt het woningbouw
belang zwaarwegend. Hiermee geven we op deze locaties voorrang aan het bouwen van
woningen.
Zoals in het Coalitieakkoord is opgenomen bouwen we minstens 30 grootschalige nieuwbouwlocaties
van nationaal belang verspreid over het land. Dit doen we om langjarig verzekerd te
zijn van voldoende locaties. Om hier invulling aan te geven ga ik – bovenop de bestaande
21 locaties in de ontwerp-Nota Ruimte – negen nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties
aanwijzen. Bij de selectie van de negen locaties wordt onder meer gekeken naar locaties
die al verder zijn in hun planvorming. En naar omvang (minimaal 3500 woningen), bereikbaarheid,
werkgelegenheid en de draagkracht van het water- en bodemsysteem. Ook dienen de locaties
te passen in de VISTA-strategie2 uit de ontwerp-Nota Ruimte. Bij het zoeken van nieuwe woningbouwlocaties betrekken
we – om deze woningen zo goed mogelijk bereikbaar te maken – ook de bestaande ruimte
op het wegennet en spoornet. Het afweegkader grootschalige woningbouw is in bijlage
1 opgenomen.
In de zomer wil ik een besluit nemen over ongeveer de helft van de negen locaties.
Tegelijkertijd wil ik ook al de blik verder richten en kijken waar op de langere termijn
schaalsprongen mogelijk en nodig zijn. De uitgangspunten daarvoor, die in lijn zullen
zijn met de lange termijn verstedelijkingsstrategie, werk ik vóór de zomer uit. De
zoekgebieden voor de overige nationaal grootschalige woningbouwlocaties worden voor
de zomer van 2026 benoemd op basis van de VISTA-strategie en het afweegkader grootschalig.
Deze zoekgebieden zullen daarna vastgelegd worden in de definitieve Nota Ruimte. Met
de regio’s kunnen we na benoeming tot zoekgebied de precieze grootschalige woningbouwlocaties
aanwijzen. Dat doen we in een integrale afweging i.r.t. onder andere water en bodem,
economie, bereikbaarheid en ruimte voor landbouw. Het definitief aanwijzen van deze
locaties in 2027 plaatsvinden.
Met de 30 nationaal grootschalige woningbouwlocaties die we straks hebben, ontstaat
een mooie mix aan nieuwe steden (zoals Havenstad in Amsterdam, Groot Merwede-Rijnenburg
in Utrecht en de Pampus/ Oosterwold in Almere/ Zeewolde met elk tussen de 50.000 en
75.000 nieuwe woningen), grote nieuwe wijken (zoals ’t Zoet in Breda en Kenniskwartier
Tilburg en Spoorzone Arnhem Oost), en tussen verdichting in steden en uitleggebieden
(bijv. IJsselmonde/Oostflank in Rotterdam vs. Groningen Suikerzijde). Dit helpt woningzoekenden
van nu en in de nabije toekomst en sluit aan bij de op compactheid en efficiëntie
gerichte ingezette ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.
2. Een overheid die helpt en niet in de weg zit
Beter benutten bestaande gebouwen
Met deze brief lanceer ik ook de meegestuurde Landelijke Aanpak Beter Benutten (bijlage
2). Resultaat van deze aanpak is dat er jaarlijks 15.000 woningen worden gerealiseerd
door de bestaande voorraad beter te benutten. Beter benutten heeft veel potentie,
bespaart materiaal en kan snel. De mogelijkheden worden nog niet altijd ten volste
benut. Ik stuur op realisatie via beter benutten met wet- en regelgeving, financieel
instrumentarium, kennis, en standaardisering en uniformering van werkwijzen. Ik zorg
dat de randvoorwaarden worden geschept om het beter benutten ten volste uit te voeren.
Ik maak splitsen en optoppen vergunningsvrij waar mogelijk. Ik werk voor de zomer
de contouren uit van hoe en onder welke voorwaarden er vergunningsvrij kan worden
gesplitst en opgetopt. Eén van de mogelijkheden is om te bezien in hoeverre de Omgevingswet
en/of Huisvestingswet 2014 aangepast kunnen worden.
Ik maak werk van vaker vergunningsvrij woningdelen en hospitaverhuur. Het Utrechtse
model van woningdelen is een goed voorbeeld. In deze gemeente mogen drie personen
zonder vergunning een woonruimte delen. Ik werk uit of en hoe we dit van toepassing
kunnen laten zijn op landelijk niveau. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie
Van Leijen van D663. Ook het wetsvoorstel hospitaverhuur, welke een beoogde inwerkingtreding heeft op
1 januari 2027, gaat ervoor zorgen dat woningdelen via hospitaverhuur makkelijker
en aantrekkelijker wordt. Dit kan op relatief korte termijn substantiële aantallen
woningen opleveren.
Tien koplopergemeenten4 zijn inmiddels begonnen om alle kansen die Beter Benutten biedt zoveel mogelijk toe
te passen. Dit doen ze onder andere door het wegnemen van (lokale) belemmeringen en
standaardiseren van werkwijzen en documenten. Hieruit komen lessen die vervolgens
breder kunnen worden toegepast.
Tegelijkertijd start ik met onderzoek waarmee van alle gebouwen en gebieden in beeld
komt waar en hoe extra woningen gebouwd kunnen worden. De koplopergemeenten kijken
bijvoorbeeld naar splitsen, naar of garageboxen omgebouwd kunnen worden, naar of er
genoeg parkeerplekken zijn als er woningen bijkomen en naar de zogeheten hoekwoningaanpak
waarbij onderzocht wordt of de ruimte naast woningen gebruikt kan worden. Daarmee
kunnen gemeenten direct uitvoering geven aan beter benutten als onderdeel van de toekomstige
Volkshuisvestingsprogramma’s (onderdeel van het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting).
In het coalitieakkoord staat dat onderwijsinstellingen meer verantwoordelijk worden
voor voldoende huisvesting voor internationale studenten. Ik zie veel mogelijkheden
voor studentenhuisvesting op campusterreinen en heb hierover binnenkort een overleg
met een aantal universiteiten en Universiteiten van Nederland (UNL), de koepelorganisatie
van universiteiten. Dit sluit aan bij het coalitieakkoord waar onderwijsinstellingen
meer verantwoordelijk worden voor voldoende huisvesting voor internationale studenten.
Harmoniseren leefvormen in de AOW
Het huidige partnerbegrip in de AOW is één van de belemmeringen voor mensen om samen
te gaan wonen en mantelzorg te verlenen aan elkaar, blijkt uit een onderzoek over
het AOW-partnerbegrip van SZW. Daarnaast zijn er signalen over de uitvoerbaarheid
door de SVB, omdat het voor hen complex is om de gezamenlijke huishouding tussen samenwonende
AOW’ers te beoordelen. Uit de MKBA AOW – wonen en zorg blijkt dat het objectief partnerbegrip
de potentie van woningdelen kan vergroten. De regering werkt de komende maanden aan
opties voor harmonisering van het aantal leefvormvarianten in de AOW, inclusief (indien
nodig) dekking. Dit is in lijn met de motie Van Ark/Neijenhuis5, ingediend tijdens de Begrotingsbehandeling SZW. Na de zomer wordt uw kamer hier
verder over geïnformeerd.
Verhogen productiviteit
We werken aan het verhogen van de productiviteit in de bouwsector door standaardisatie
en industrialisatie van de woningbouw, digitalisering van het ontwerp- en vergunningsproces
van de gehele ruimtelijke planketen en het verkorten van doorlooptijden. Dit moet
leiden tot sneller, goedkoper en duurzamer bouwen. Het helpt ook om de sector toekomstbestendig
te maken in een krappe arbeidsmarkt.
Ik streef naar 50% industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen en een gehalveerd ontwerp-
en vergunningstraject (van 8 naar 4 jaar) per 2030, onder meer door slimme digitalisering.
Het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) richt ik hier specifiek op
en verbind ik aan de arbeidsproductiviteitsagenda, een initiatief binnen het Bouwberaad.
Voor het IOP is tot 2030 ruim 90 miljoen beschikbaar. Aangezien de bouw 40% van al
onze grondstoffen gebruikt, is deze standaardisatie en industrialisatie ook een belangrijke
kans voor de overgang naar een innovatieve circulaire economie. Hierover ben ik in
gesprek met de bouwsector.
Met de implementatie van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) moderniseer
ik het BBL en stel ik uniforme prestatie-eisen vast voor energie (Zero-Energy Buildings)
en CO2-uitstoot over de hele levenscyclus (Whole Life Cycle Global Warming Potential). Lokale
bovenwettelijke eisen aan gebouwen zijn wettelijk verboden – publiekrechtelijk onverbindend
en privaatrechtelijk nietig –, worden hierdoor overbodig en werken zelfs contraproductief
voor de maatschappelijke opgave.
Samen met gemeenten werk ik aan standaardisatie van lokale regels, zoals welstand
en stedenbouwkundige plannen. In juni 2026 introduceren we een stedenbouwkundige plankaart
met gestandaardiseerde werkwijzen, zodat gemeenten efficiënter kunnen werken en de
industriële bouw wordt bevorderd.
Vanuit het IOP ondersteun ik de sector bij de ontwikkeling van innovatieve oplossingen
voor veelvoorkomende woningbouwbelemmeringen. Er zijn net negen consortia gestart
die binnen twee jaar innovaties ontwikkelingen waardoor er ondanks problemen met netcongestie
en water/bodem wel woningen gebouwd worden. Voor de zomer start een nieuwe call.
Ik werk aan een wetswijziging waardoor woningen met een volledige typegoedkeuring
vergunningsvrij gebouwd kunnen worden. Nu hebben slechts 8 bouwers zo’n goedkeuring.
Ik ondersteun bouwers om hun woonconcepten goedgekeurd te krijgen en richt gemeentelijke
fastlanes in om processen verder te versnellen en gemeenten te ontlasten. In de Groene
Metropoolregio Arnhem/Nijmegen en Rotterdam lopen al pilots; we schalen snel op naar
20 gemeenten met expertondersteuning. Voor de zomer ontvangt uw Kamer een brief over
verdere digitalisering en digitale gegevensuitwisseling in de bouw.
Ik zal de herziening van de woondeals en de inrichting van de 30 nationale grootschalige
locaties zo inrichten dat het potentieel voor industrieel bouwen en digitaal plannen
maximaal wordt benut – met concrete stappen voor versnelling en opschaling.
Binnen de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling ontwikkelen we
voor de zomer actieplannen voor i.i.g. elf gemeenten – uit te breiden richting 30
– om innovatieve bouwwijzen in de praktijk te brengen: Amersfoort – Bovenduis, Apeldoorn-Zuidrand,
Arnhem-Rijnpark, Den Haag-Binckhorst & Zuidwest, Deventer-Wechelerhoek, Eindhoven-Fellenoord
& Kop van Gestel, Hilversum-Sportpark, Leeuwarden – Spoordok, Rotterdam – Schiehaven-Noord,
De Kaai & Brainpark, Veldhoven-De Run en Zwolle – Holtenbroek & Veemarkt. Lessen hieruit
schalen we landelijk op, om de woningbouw in samenspraak met de bouw en medeoverheden
verder te versnellen. De samenwerkingsagenda wordt mede mogelijk gemaakt door Agenda
Stad, het Programma Innovatie en opschaling woningbouw en het DMI-ecosysteem (Dutch
Metropolitan Innovations).
Verbeteren investeringsklimaat woningcorporaties en private verhuurders
We verbeteren het investeringsklimaat voor zowel woningcorporaties als private partijen.
Dit is essentieel om voldoende betaalbare huurwoningen te realiseren. Dit staat echter
onder druk, voor zowel private verhuurders als woningcorporaties. Zeker in de grote
steden zien we dat huurwoningen in een rap tempo worden verkocht, terwijl het voor
investeerders uitdagend is om de business case voor nieuwe huurwoningen rond te krijgen.
Dit is zorgelijk, want we hebben juist meer middenhuurwoningen nodig. Daarom nemen
we gerichte beleidsmatige en of fiscale maatregelen, die passen binnen de financiële
kaders zoals die worden vastgesteld in de augustusbesluitvorming.
Om het aanbod van huurwoningen op peil te houden en meer huurders aan een betaalbare
woning te helpen, zetten we een stap in de optimalisatie van de Wet betaalbare huur
en de tijdelijke contracten voor alle studenten, zoals bedoeld in het coalitieakkoord.
In 2027 volgt de evaluatie van de Wet Betaalbare Huur, waarnaar het kabinet zal handelen.
Optimalisatiemaatregelen die we nu in gang zetten sluiten aan bij het ontwerpbesluit
dat reeds door mijn voorganger bij uw Kamer is voorgehangen. Deze maatregelen kan
ik snel invoeren en zien direct toe op het wegnemen van knelpunten voor particuliere
investeerders in de bestaande voorraad, met name in de grote steden. Concreet betekent
dit: 1) het invoeren van een WOZ-opslag, 2) het afschaffen van minpunten bij het geheel
ontbreken van buitenruimte, 3) een betere locatiewaardering kleine rijksmonumenten
en 4) het mogelijk maken van een tijdelijk contract voor alle studenten. Naast deze
maatregelen zal ik de tijdelijke nieuwbouwopslag voor middenhuurwoningen voor vier
jaar verlengen, waardoor investeerders voor een langere periode extra ruimte krijgen
voor de bouw van nieuwe middenhuurwoningen. De voorgestelde optimalisatie licht ik
nader toe in de brief «Ontwikkelingen op de huurmarkt» die u gelijktijdig ontvangt6. Tegelijk wordt gekeken naar andere maatregelen om het investeringsklimaat te verbeteren,
bijvoorbeeld binnen de fiscaliteit. Die handschoen pakt de Taskforce op en zal onderdeel
zijn van het Actieplan.
In het Actieplan van deze Taskforce zal het kabinet met een integraal plan komen ter
verbetering van het investeringsklimaat voor het creëren van nieuwe, betaalbare huurwoningen.
Vooruitlopend op de integrale aanpak worden er al maatregelen genomen. Om het investeringsklimaat
voor private verhuurders te verbeteren is in het coalitieakkoord reeds afgesproken
dat de overdrachtsbelasting voor verhuurders wordt verlaagd naar 7%.
Het kabinet komt ook met gerichte maatregelen voor woningcorporaties. Het zet de ingezette
koers van de Nationale Prestatieafspraken (NPA) uit 2025 voort maar recente ramingen
wijzen erop dat woningcorporaties bij het nakomen van deze afspraken tegen een fors
financieel tekort aanlopen. Daarom werkt het kabinet aan een pakket aan maatregelen
om de investeringsruimte van corporaties te vergroten. Er komt een verlaging van de
VPB-lasten, oplopend naar € 325 miljoen. Momenteel werkt het Kabinet de vormgeving
hiervan nader uit. Ik zal ook aandacht besteden aan de rol die woningcorporaties kunnen
spelen in de middenhuur en welke extra financiële mogelijkheden dit biedt. Door wijziging
van het Europese DAEB Vrijstellingsbesluit zijn er meer mogelijkheden ontstaan om
steun te verlenen voor (de bouw van) middenhuur woningen. Dat is goed nieuws want
we hebben meer middenhuurwoningen nodig. De gevolgen van een implementatie van de
nieuwe mogelijkheden zijn significant en kunnen, afhankelijk van keuzes, tot een stelselwijziging
in de Woningwet leiden. Met name op die onderdelen die zien op de verplichte scheiding
en verantwoording over de DAEB en niet-DAEB en de mogelijkheden van borging via het
Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Momenteel werk ik de contouren hiervan uit en zoals
uw Kamer eerder toegezegd zal ik uw Kamer hierover voor de zomer informeren. Hierbij
hebben we ook oog voor een gezond investeringsklimaat voor betaalbare huurwoning door
private investeerders.
Naar verwachting kan met bovenstaande maatregelen in theorie op sectorniveau voldoende
investeringscapaciteit worden gecreëerd om de NPA-opgave te financieren. De woorden
«in theorie» worden hier zeer bewust gebruikt. Deze benodigde investeringscapaciteit
kan namelijk alleen worden bereikt met een dusdanig zwaar beroep op onderlinge solidariteit
dat dit, met name in de jaren na 2030, niet als reëel kan worden beschouwd. Het is
daarom van belang dat het (financiële) perspectief voor de corporatiesector verder
verbetert om te voorkomen dat corporaties al de komende jaren hun (nieuwbouw)plannen
voor 2030 en later zullen moeten terugschroeven en de toekomstige pijplijn aan projecten
onvoldoende wordt gevuld. Voor het verder verbeteren van dit financiële perspectief
moeten we bekijken wat er haalbaar is vanuit de onderlinge solidariteit en bezien
wat er in de fiscaliteit en het huurbeleid mogelijk is.
Voor de langere termijn (vanaf 2035) is dat echter niet het geval, zelfs niet als
de Vennootschapsbelasting (Vpb) in zijn geheel zou worden afgeschaft. Het stelsel
loopt rond deze tijd tegen zijn financiële grenzen aan, woningcorporaties kunnen dan,
binnen het huidige stelsel, geen nieuwe leningen meer aantrekken. Dit vereist fundamentele
keuzes over de toekomstige opgaven en financiering van corporaties. Ik ga daarom een
onafhankelijke adviescommissie instellen die advies zal uitbrengen over de wijze waarop
het verdienmodel van woningcorporaties toekomstbestendig kan worden vormgegeven zodat
zij ook na 2035 nog woningen kunnen bouwen en verduurzamen.
Lokale versnelling door het creëren van specifieke doorbraken en versterking uitvoeringskracht
Ik creëer onder andere lokale versnelling door projecten die vertragen of vast dreigen
te lopen te agenderen op de lokale of regionale versnellingstafel. Ook kunnen gemeenten
op verschillende manieren worden ondersteund. Zo kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt
worden van het Expertteam Woningbouw van de RVO die inzet leveren van onafhankelijke
experts. Ook zal de inzet van Rijksvastgoed en Rijksuitvoeringsorganisaties, waaronder
het Rijksvastgoedbedrijf hiervoor worden benut.
Met het programma Uitvoeringskracht Woningbouw wordt de ambtelijke capaciteit en deskundigheid
bij medeoverheden versterkt. Het gaat om een gezamenlijk programma met IPO en VNG.
Ik heb hiervoor in totaal 156 mln. tot en met 2029 vrijgemaakt vanuit de Realisatiestimulans
(dit is nog onderdeel van parlementaire besluitvorming). Op langere termijn resulteert
dit in meer slagvaardige overheidsorganisaties die weer zelfstandig, zonder bijzondere
steunmaatregelen, hun taken kunnen uitvoeren. Het programma zorgt er voor dat – door
de inzet van provinciale capaciteitspools en een landelijke capaciteitspool – gemeenten
en provincies toegang krijgen tot de benodigde capaciteit voor planvorming en vergunningverlening
woningbouw.
Naast het toevoegen van personele capaciteit wordt ingezet op het meer toepassen van
(bestaande en nieuwe) werkwijzen en methodieken ter versnelling van de woningbouw.
Als eerste concrete stap van het programma Uitvoeringskracht gaat per 1 juli 2026
het Kenniscentrum Woningbouw (werktitel) operationeel. Het Kenniscentrum Woningbouw
wordt uitgevoerd door de VNG, samen met Platform 31 en versterkt slagkracht van gemeenten
door: het bundelen en daarmee beter beschikbaar maken van (bestaande) kennis over
versnelling van woningbouw, en het ondersteunen van gemeenten bij het toepassen van
(innovatieve) werkwijzen en methodieken binnen de ambtelijke organisatie en werkprocessen
(bijvoorbeeld parallel plannen). Met dit programma wordt invulling gegeven aan de
motie van het lid Wijen-Nass7, waarin de regering is gevraagd te zorgen voor een gerichte inzet van ambtenaren
op de woningprojecten en vergunningverlening in de regio’s, zodat deze processen sneller
verlopen.
Daarnaast is op enkele specifieke locaties een doorbraakaanpak in gang gezet die dit
kabinet wil doorzetten en verstevigen. De doorbraakaanpak is een initiatief van de
NEPROM en Aedes om woningbouw op 24 kansrijke locaties te versnellen door met een
andere samenwerkingsvorm knelpunten (zoals procedures en grondeigendom) direct weg
te nemen. Samen met gemeenten, provincies, corporaties en marktpartijen wordt hiermee
versnelling van de woningbouw bereikt. Op twee locaties is een doorbraak bereikt door
de inzet van onafhankelijke bestuurlijke aanjagers die (bestuurlijke) impasses tussen
overheden en tussen overheden en marktpartijen te doorbreken: Stougjeswijk en Haarlemmermeer-West.
Gezamenlijk zijn deze twee locaties goed voor 9.580 woningen.
Momenteel lopen er onder andere trajecten bij de Binckhorst en Schieveste en zullen
er snel vervolgstappen gezet worden bij onder andere Bleizo (5.000 woningen) in gemeente
Lansingerland en gemeenten Nijmegen en Heumen op woningbouwlocatie Nijmegen Hatert.
Op korte termijn hopen de betrokken partijen ook hier resultaten vast te leggen in
een bestuurlijk akkoord en daarmee een doorbraak te bereiken.
Netcongestie
Een van de grootste knelpunten, zeker in de regio Flevopolder, Gelderland, Utrecht
(FGU-regio), is het tekort aan transportcapaciteit voor elektriciteit oftewel netcongestie.
Op 12 februari dit jaar heeft TenneT een stevig signaal afgegeven dat het elektriciteitssysteem
in de Flevopolder, Gelderland en Utrecht zijn grenzen heeft bereikt en dat zonder
krachtige interventies en aanvullende maatregelen een volledige aansluitstop noodzakelijk
is voor die regio’s vanaf aankomende zomer. Dat zou betekenen dat voorlopig ook geen
nieuwe of zwaardere aansluitingen kunnen worden gerealiseerd voor functies met maatschappelijke
prioriteit zoals woningbouw. Parallel aan deze brief ontvangt u van de Staatssecretaris
van Klimaat en Groene Groei een nadere toelichting op de voortgang aanpak netcongestie
specifiek voor de FGU-regio, deze brief ontvangt uw Kamer op 21 april.
Onder leiding van de Staatssecretaris van KGG is een crisisaanpak opgericht met het
Rijk, netbeheerders en regionale overheden met als doel een volledige aansluitstop
te voorkomen en ervoor te zorgen dat aansluitingen van woningen en bedrijven met maatschappelijke
prioriteit, zoveel mogelijk door kunnen gaan terwijl de netveiligheid geborgd blijft.
Uitvoering van deze crisisaanpak staat centraal voor het onderdeel netcongestie in
deze taskforce. Interventies en maatregelen, waarmee in de FGU-regio toch woningbouwprojecten
mogelijk zijn, kunnen waar mogelijk landelijk opgeschaald worden. Om de piekbelasting
van woningbouw te verminderen wordt ingezet op het normeren van netbewuste nieuwbouw
en wordt gewerkt aan het inzetten van lokale opwek en opslag in woningbouwprojecten.
Hiermee kunnen we zoveel mogelijk blijven doorbouwen ondanks de schaarste op het net.
Verder is het belangrijk om bij de locatiekeuze van nieuwbouwprojecten rekening te
houden met de beschikbare netcapaciteit. Ook met de genoemde maatregelen zal netcongestie
een serieuze uitdaging blijven om de woningbouwopgave te realiseren. Versnelde uitbreiding
van het net en verdere (tijdelijke) maatregelen om de beschikbare netcapaciteit beter
te benutten blijven essentieel en hebben ook de volle aandacht vanuit de landelijke
aanpak netcongestie. Naast de noodzakelijke netuitbreidingen blijven andere maatregelen
nodig om door te kunnen bouwen.
3. Schrappen, versoepelen en vereenvoudigen
Het vereenvoudigen van wet- en regelgeving is noodzakelijk om procedures te versnellen,
kosten te verlagen, administratieve lasten terug te dringen en opgaven als netcongestie,
woningbouw en defensie te versnellen. We schrappen regels die niet langer effectief
zijn en beperken de stapeling van eisen. Daarnaast zetten we in op structurele vereenvoudiging
via een jaarlijkse Vereenvoudigingswet. Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan vereenvoudiging,
waarbij Nederland actief inzet op het wegnemen van belemmeringen voor woningbouw.
Voor de taskforce wordt een aanpak en een agenda met voorstellen tot vereenvoudiging
gemaakt. Hierover berichten we uw Kamer voor de zomer.
Zo gaan we meer concreet (bouw)eisen en randvoorwaarden standaardiseren en harmoniseren,
het Besluit Bouwwerken Leefomgeving moderniseren op basis van Europese Richtlijnen
en de kabinetsreactie STOER van oktober 2025 implementeren. De komende tijd ga ik
gesprek met de Woonalliantie partners over het voorkomen van overbodige bouwkosten
en het niet langer opleggen van bovenwettelijke eisen. Hierbij kijk ik ook naar het
versnellen van beroepsprocedures, het verder vereenvoudigen van de Omgevingswet en
andere wet- en regelgeving binnen het fysieke domein. De eerste bijdrage aan de Vereenvoudigingswet
vanuit het fysieke domein is de Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten (WOw),
waarbij onder andere de experimenteerruimte wordt verbreed.
Op Europees niveau lopen meerdere initiatieven voor vereenvoudiging van wet- en regelgeving.
De Europese Commissie publiceert daartoe voorstellen voor vereenvoudiging op uiteenlopende
terreinen via zogeheten Omnibus pakketten, onder anderen gericht op milieu en volkshuisvesting.
De komende maanden brengt de Europese Commissie in kaart wat lidstaten nodig hebben
om de woningbouw te kunnen versnellen. Daarbij wordt onder anderen gekeken naar de
(strategische) MER procedure, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de houdbaarheidsdatum
van onderzoeken. Dit bereiden we voor via de taskforce.
Tot slot
De woningbouwopgave is urgent en vraagt om regie, samenwerking en uitvoering. Ik neem
die verantwoordelijkheid en stuur actief op resultaat. Woningzoekenden moeten snel
perspectief krijgen. De woningbouwopgave overstijgt de beleidsterreinen. Dit vraagt
om verenigde krachten binnen het kabinet en een gezamenlijke inzet met medeoverheden,
corporaties en marktpartijen. Alleen zo zorgen we dat het woningtekort wordt teruggedrongen
en dat we dichter bij ons uiteindelijke doel komen: voor iedereen een betaalbare,
duurzame en passende woonruimte, in een leefbare omgeving.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan
BIJLAGEN
Volgnummer
Naam
Classificatie
1
Afweegkader nationaal grootschalige woningbouwlocaties
2
Landelijke Aanpak Beter Benutten
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening