Brief regering : Fiche: Mededeling Energiepakket voor burgers
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4313
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 4 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Mededeling Energiepakket voor burgers.
Fiche: Mededeling Strategie voor investeringen in schone energie (Kamerstuk 22 112, nr. 4314).
Fiche: Strategie voor de ontwikkeling van kleine kernreactoren (SMRs) in Europa (Kamerstuk
22 112, nr. 4315).
Fiche: Europese Havenstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 5316).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche: Mededeling Energiepakket voor burgers
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de commissie aan het Europees Parlement en de raad over het energiepakket
voor burgers.
b) Datum ontvangst Commissiedocument
10 maart 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM (2026) 115
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52026DC0115 – NL – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
SWD(2026) 115
f) Behandelingstraject Raad
Vervoer, Energie en Telecomraad (Energieraad)
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
2. Essentie voorstel
Op 10 maart 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) de mededeling energiepakket
voor burgers gepubliceerd. De strategie ondersteunt de doelstellingen van het Actieplan
voor betaalbare energieprijzen en maakt deel uit van een breder pakket aan initiatieven
gericht op het versterken van de concurrentiekracht van Europa en het vergroten van
de energieonafhankelijkheid en de betaalbaarheid van energie voor huishoudens en bedrijven.
In deze mededeling stelt de Commissie dat iedere burger toegang hoort te hebben tot
betaalbare, schone energie in een comfortabele woning. De Commissie doet in deze mededeling
concrete voorstellen op vier gebieden: verlagen van de energierekening voor huishoudens;
consumenten beschermen en mondiger maken; energiearmoede aanpakken en bestaande EU-wetgeving
doeltreffend uitvoeren.
De eerste pijler is het verlagen van de energierekening voor huishoudens. De elektriciteitsprijzen
voor huishoudens liggen sinds de energiecrisis van 2022 structureel op een hoger niveau.
De energierekening voor consumenten wordt beïnvloed door nettarieven, nationale belastingen
en heffingen, de groothandelingstarieven en het niveau van het individuele energiegebruik.
Om de energierekening te verlagen kunnen lidstaten volgens de Commissie gebruik maken
van de flexibiliteit die lidstaten hebben op basis van de EU-belastingwetgeving, zoals
het volledig of gedeeltelijk verlagen van de belastingtarieven voor elektriciteit,
bijvoorbeeld voor energiearme en kwetsbare huishoudens. Verder moedigt de Commissie
toezichthouders aan om gerichte stimulansen voor nettarieven voor flexibel lokaal
verbruik te overwegen. Daarnaast dringt de Commissie aan op het ontwikkelen van innovatieve
energiediensten en financieringsoplossingen zodat burgers, en met name kwetsbare huishoudens,
betere toegang hebben tot schone, efficiënte technologie voor het verlagen van hun
energierekening. Daarnaast kondigt de Commissie verschillende initiatieven aan om
het overstappen naar een contract met lagere tarieven door consumenten te bevorderen,
zoals technische regels voor de overstap naar een andere leverancier, een aanbeveling
over de samenvatting van contracten en mogelijk gestandaardiseerde modellen voor energierekeningen.
De tweede pijler gaat over het beschermen en mondiger maken van consumenten. De Commissie
kondigt verschillende maatregelen aan die zien op het bevorderen van energiegemeenschappen.
Daarnaast wil de Commissie dat flexibele contracten op grotere schaal beschikbaar
worden en kondigt zij maatregelen aan om transparante prijsstelling en betrouwbare
informatie te bevorderen. Ook zal de Commissie met consumentenverenigingen, energieleveranciers
en regelgevende instanties een nieuwe (vrijwillige) dienstverleningscode voor energieleveranciers
opzetten, om het vertrouwen van consumenten in de energiemarkt te versterken om de
voordelen hiervan te kunnen benutten. Ook lijdt de markt eronder als energieleveranciers
zich niet beschermen tegen volatiele prijzen. De Commissie zal richtsnoeren verstrekken
over passende risicobeheer- en afdekkingsstrategieën.
De derde pijler is gericht op het aanpakken van energiearmoede en -kwetsbaarheid.
Het blijkt voor veel lidstaten lastig om kwetsbare huishoudens in kaart te brengen
en gericht te bereiken. De Commissie zal aanvullende richtsnoeren verstrekken om lidstaten
te helpen hun nationale plannen voor energiearmoede ambitieuzer te maken en energiearmoede
terug te dringen. Daarnaast zal de Commissie extra bijstand en begeleiding bieden
bij het doeltreffend bereiken van kwetsbare burgers, en in aanvulling op projecten
in het kader van het Social Climate Fund, de fondsen voor het cohesiebeleid of andere lokale steun via de advieshub energiearmoede,
een oproep doen tot het indienen van voorstellen in het kader van het LIFE-programma.
Naast het bereiken van kwetsbare huishoudens zet de Commissie in op betere bescherming
van huishoudens in energiearmoede die dreigen afgesloten te worden van energielevering,
door het opstellen van richtsnoeren en het faciliteren van uitwisseling van goede
praktijken met betrekking tot regelingen voor vroegtijdige waarschuwing en schuldbeheer.
De vierde en laatste pijler richt zicht op het volledig uitvoeren van bestaande EU-wetgeving.
De Commissie zal met lidstaten en belanghebbenden samenwerken om de bestaande EU-wetgeving
beter uit te voeren en te handhaven, waarbij de Commissie specifiek richtsnoeren noemt
die aangekondigd zijn in de overige pijlers.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet zet zich in voor betaalbaarheid van de energierekening en van ons energiesysteem
op de lange termijn. In Nederland wordt gewerkt aan de aanpak van energiearmoede en
energiebesparing, onder andere in de gebouwde omgeving, de inzet op transparante en
vergelijkbare energiecontracten en het realiseren van de mogelijkheid om snel en laagdrempelig
over te stappen. De relevante regelgeving is onder andere vormgegeven in de Energiewet
die 1 januari 2026 van kracht geworden is en de daar bijbehorende lagere regelgeving.
Daarnaast is eind 2025 ook de Wet collectieve warmte (Wcw) door de Eerste Kamer aangenomen.
De Energiewet zorgt op verschillende manieren voor betere transparantie en vergelijkbaarheid
van energiecontracten, door eisen te stellen aan leveranciers rondom het presenteren
van prijzen en voorwaarden en doordat het recht verankerd is voor huishoudelijke eindafnemers
en micro-ondernemingen, op kosteloze toegang tot ten minste één onafhankelijk vergelijkingssinstrument
dat de gehele markt bestrijkt, of meerdere vergelijkingsinstrumenten die in voldoende
mate de markt bestrijken. In Nederland voldoen verschillende vergelijkingsinstrumenten
hieraan en als dat in de toekomst niet het geval is, dan kan de Minister van KGG zo
nodig een dergelijk vergelijkingsintrument aanwijzen. Consumenten met flexibele leveringscontracten
voor elektriciteit kunnen al besparen op hun energierekening door hun verbruik te
verschuiven naar momenten met lage elektriciteitsprijzen. Een belangrijke kanttekening
hierbij is dat dergelijke contracten over de lange termijn bezien goedkoper uitvallen,
maar door de snelle prijsontwikkeling bij een prijsstijging duurder uit kunnen pakken
dan een contract met een vaste prijs. Een flexibel contract brengt ook het risico
op prijsonzekerheid met zich mee, want prijsstijgingen zijn direct terug te zien op
de energierekening. Het kabinet vindt het daarom passend dat bij communicatie richting
consumenten over de mogelijke voordelen van een flexibel energiecontract altijd het
advies wordt meegegeven om een minimale buffer van 10% van de verwachte jaarlijkse
energierekening aan te houden. Dit advies wil het kabinet verwerken in de regels onder
de Energiewet over de informatieplicht van energieleveranciers. Ook heeft het kabinet
in de Energiewet energiedelen mogelijk gemaakt. Dit is niet beperkt tot het lokaal
delen van elektriciteit. Wel is het delen van energie nu alleen mogelijk als afnemers
klant zijn bij dezelfde leverancier en de leverancier dit aanbiedt. Het kabinet werkt
aan een wetsvoorstel dat energiedelen met vrije leverancierskeuze mogelijk maakt en
verwacht dit in 2026 in te dienen.
De Wet collectieve warmte realiseert onder andere een publiek meerderheidsaandeel
in alle warmte-infrastructuur, een afbouwpad voor fossiele warmtebronnen richting
2050 en een gefaseerde overgang naar een kostengebaseerde tariefregulering voor consumenten
onder voorbehoud dat de relatieve betaalbaarheid van warmte ten opzichte van het gangbare
alternatief onderbouwd is. Hiermee worden warmtetarieven transparanter en worden consumenten
beschermd tegen excessieve warmtetarieven. Om de energierekening betaalbaar te houden
is het van belang dat we de energietransitie zo goedkoop mogelijk realiseren. Daarom
is het van belang dat de verduurzamingsoptie met de laagste nationale kosten ook voor
de eindgebruiker de meest gunstige optie is.
Om hieraan bij te dragen wordt onderzocht in hoeverre subsidies hierop toegespitst
kunnen worden en krijgen gemeenten, als regisseur van de warmtetransitie in de wijk,
met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) de mogelijkheid om middels
een aanwijsbevoegdheid te bepalen wanneer het gasnet uitgefaseerd wordt in een wijk
en welk duurzame alternatief daarvoor in de plaats komt. Hierbij dienen zowel de nationale
kosten als de eindgebruikerskosten expliciet afgewogen te worden bij de keuze voor
het duurzame alternatief.
De tarieven voor netwerkkosten worden vastgesteld door de ACM, de onafhankelijke toezichthouder.
Door efficiënt gebruik van het net kunnen de netwerkkosten worden verminderd en maatschappelijke
kosten voor netuitbreidingen zoveel mogelijk worden vermeden. Zo wordt er in Nederland
gewerkt aan tijdsafhankelijke tarieven voor zowel grootverbruikers als kleinverbruikers
op de netten van de regionale systeembeheerders. De verwachte implementatie is hiervoor
respectievelijk 1 januari 2028 (grootverbruikers) en 1 januari 2029 (kleinverbruikers).
Daarnaast wordt ingezet op de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen met (lokale)
duurzame warmtebronnen waar deze tegen de laagste nationale kosten gerealiseerd kunnen
worden, zodat ook op die manier investeringen in verzwaring van het elektriciteitsnet
voorkomen kunnen worden.
Om de verduurzaming van woningen te stimuleren en zo bij te dragen aan een betaalbare
energierekening wordt met een mix van instrumenten ondersteuning geboden aan verschillende
doelgroepen. Denk hierbij aan de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing
(ISDE), de subsidie aardgasvrije huurwoningen (SAH) en de Subsidieregeling verduurzaming
voor verenigingen van eigenaars (SVVE). Het Nationaal Warmtefonds biedt eigenaar-bewoners
daarnaast de mogelijkheid energiebesparende maatregelen te financieren middels aantrekkelijke
leningen, om zo verduurzaming voor iedereen haalbaar te maken. Met woningcorporaties
zijn tot slot afspraken gemaakt over de verduurzaming van sociale huurwoningen in
de Nationale Prestatieafspraken, onder meer door isolatie, installatie van warmtepompen
en collectieve warmtesystemen en het uitfaseren van slechte energielabels (E, F en
G). Voor de uitrol van collectieve warmtesystemen zijn verschillende instrumenten
beschikbaar, van de SDE++ voor duurzame warmtebronnen tot de Warmtenetten Investeringssubsidie
(WIS) voor de aanleg van energie-efficiënte warmtenetten.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling. Het doel van de mededeling is in lijn met de
bredere inzet van het kabinet voor maatregelen die structureel bijdragen aan betaalbare
en schone energie. Veel van de door de Commissie voorgestelde initiatieven, bijvoorbeeld
op het gebied van het goed informeren van de consument bij het afsluiten van een nieuw
energiecontract sluiten aan bij maatregelen die het kabinet op nationaal niveau reeds
heeft ingevoerd.
Het kabinet erkent het belang van betaalbare en toegankelijke energie voor huishoudens,
maatschappelijke organisaties en bedrijven en deelt de wens om de kosten van elektriciteit
te verlagen. Bij het vaststellen van belastingtarieven is het van belang een zorgvuldige
balans te vinden tussen het realiseren van inkomsten voor de overheid en het ondersteunen
van betaalbare energieprijzen voor de samenleving. Ook dient het stimuleren van elektrificatie
gecombineerd te worden met het behoud van prijsprikkels die consumenten aansporen
om efficiënt om te gaan met elektriciteit. Het uiteindelijke doel is om zo veel mogelijk
gebruik van fossiele brandstoffen te vervangen door elektriciteit, zonder dat de kosten
voor energie uit de hand lopen en de overgang naar een duurzamer energiesysteem wordt
belemmerd. Nederland ondersteunt reeds afnemers die een energiegemeenschap willen
oprichten en kijkt uit naar de aangekondigde richtsnoeren van de Commissie.
Het kabinet steunt ook de oproep in de mededeling om met flexibiliteit ervoor te zorgen
dat er minder netinvesteringen noodzakelijk zijn. Net als de Commissie ziet het kabinet
het belang om afnemers o.a. via tijdsafhankelijke nettarieven te stimuleren hun verbruik
zo mogelijk te verplaatsen naar momenten op de dag die minder belastend zijn voor
het elektriciteitsnet, zodat minder investeringen nodig zijn en daarmee de nettarieven
minder stijgen. Afnemers die hun verbruik weten te verplaatsen naar uren buiten de
pieken zullen daar ook financieel voordeel bij hebben.
Voor wat betreft het stimuleren van het gebruik van schone en energie-efficiënte technologie
onderschrijft het kabinet het belang van verschillende vormen van stimulering en innovatieve
oplossingen om toegang tot schone, energie-efficiënte technologie te verbeteren. Om
bewoners en gebouweigenaren handelingsperspectief te bieden om in te spelen op fluctuerende
energieprijzen, moeten slimme, aanstuurbare apparaten de norm worden. Als bewoners
rekening kunnen houden met het moment waarop de leveringsprijzen of nettarieven laag
zijn, dan kunnen zij goedkoper hun huis verwarmen. Nederland zal zich op Europees
niveau inzetten voor Europese standaarden voor slimme apparaten.
Ook steunt het kabinet de stelling van de Commissie dat iedere consument de mogelijkheid
moet hebben om aanbod van energiecontracten onderling te vergelijken om een bewuste
keuze kunnen te maken die past bij zijn of haar voorkeuren en situatie. Het kan betekenen
dat het goedkoopste aanbod niet goed past bij deze voorkeuren en situatie, bijvoorbeeld
als de consument gebaat is bij de zekerheid van een energiecontract met vaste tarieven,
terwijl een flexibel contract goedkoper is. Het is daarom van groot belang dat deze
overweging meegenomen wordt in het adviseren van de klant over een passend energiecontract.
Het kabinet onderschrijft het belang van goed kunnen overstappen en daarmee het doel
van de Europese aanbeveling. Het kabinet wacht de aangekondigde technische regels
voor overstappen en de aangekondigde aanbevelingen met belangstelling af.
Met een uitrol van slimme meters van meer dan 93% van alle aansluitingen en een in
de Energiewet geborgd systeem voor gestandaardiseerde data-uitwisseling zijn de randvoorwaarden
voor het uitwisselen van gegevens voor flexibiliteit in Nederland reeds aanwezig.
De door de Commissie voorgestelde maatregelen zijn vrij generiek verwoord, maar sluiten
in beginsel aan op de kaders van de Energiewet: burgers en bedrijven hebben reeds
de mogelijkheid om deel te nemen aan flexibiliteitsdiensten en extra richtsnoeren
om de vergoeding van flexibiliteit in kleinhandelscontracten te bevorderen kan behulpzaam
zijn; en onder het regime van de Energiewet wordt reeds invulling gegeven aan eerder
opgestelde Europese uitvoeringsverordeningen betreffende interoperabiliteitsvereisten
en -procedures. Afhankelijk van het uiteindelijke voorstel van de Commissie kan dit
waarschijnlijk goed worden ingebed in de reeds bestaande systematiek van gestandaardiseerde
gegevensuitwisseling onder de Energiewet. Daarnaast wacht het Kabinet met interesse
het richtsnoer voor bevorderen van vergoeding van flexibiliteit in kleinhandelscontracten
af.
Een Europese dienstverleningscode tussen consumentenverenigingen, energieleveranciers
en regelgevende instanties kan ervoor zorgen dat energieleveranciers zich verbinden
aan bepaalde standaarden met betrekking tot de benadering van consumenten. Een dienstverleningscode
is aanvullend op geldende wettelijke regels en vult deze praktisch in of stelt aanvullende
eisen. In Nederland bestaat, naast de wettelijke regels, al lange tijd zelfregulering
in de energiesector. Voor Nederland is belangrijk dat een eventuele dienstverleningscode
in Europa geen afbreuk doet aan het niveau van zelfregulering dat al in Nederland
is afgesproken. Daarnaast wijst Nederland erop dat zelfregulering pas effectief is
als het plaatsvindt op grond van het motto «vrijwillig, maar niet vrijblijvend». In
een eventuele Europese dienstverleningscode zal dan ook een toezicht- en handhavingsmechanisme
een plaats moeten krijgen.
Het kabinet wacht de richtsnoeren voor passende risicobeheer- en afdekkingsstrategieën
af. Het kabinet pleit voor een veerkrachtige markt die tevens de energietransitie
versnelt en vindt dat toezichthouders de bevoegdheid moeten hebben om in te grijpen
bij ontoereikende risicostrategieën. Het kabinet hecht daarnaast veel waarde aan consumentenbescherming
en verwelkomt maatregelen die zorgen voor bescherming tegen de volatiliteit van de
energiemarkt en de naleving van leveringsverplichtingen onder stressscenario’s.
Het kabinet ziet uit naar aanvullende richtsnoeren en de actualisatie van de aanbevelingen
op energiearmoede. Nederland geeft al op verschillende manieren invulling aan aanbevelingen
en verplichtingen vanuit Europese richtlijnen die ook betrekking hebben op energiearmoede.
Zo heeft Nederland bijvoorbeeld recent het concept National Renovation Plan (NBRP) opgeleverd en gepubliceerd voor consultatie, waarin onder andere een streefcijfer
is opgenomen voor het verminderen van energiearmoede in relatie tot de energieprestatie
van gebouwen. Verduurzaming is de structurele oplossing om energiearmoede tegen te
gaan en huishoudens minder afhankelijk te maken van (fluctuaties in) fossiele energie.
Daarnaast ligt het voor de hand betaalbaarheidsproblemen van de energierekening te
bezien in het licht van de bredere problematiek rond bestaanszekerheid en armoede.
Hoofdzakelijk kan worden gekeken naar het algemene beleid voor koopkracht en armoede.
Inkomensondersteuning kan problemen met betrekking tot energiearmoede verlichten.
Generiek koopkrachtbeleid kan echter niet gericht energiearme huishoudens bereiken.
Daarom is het ook binnen het klimaatdomein van belang om voortvarend door te gaan
met de verduurzamingsmaatregelen. De instrumenten in het energiedomein, zoals de energiebelasting,
zijn niet ontworpen om aan effectief koopkracht- en armoedebeleid te doen. Daarnaast
is voor maatregelen die de kosten compenseren dat van belang is dat dit niet ten koste
gaat van de prikkel om energie te besparen en te verduurzamen.
Het kabinet ziet ook uit naar de ondersteunende richtsnoeren die de Commissie zal
opstellen over het beschermen van kwetsbare afnemers tegen afsluiting bij hun energieleverancier.
In Nederland is al sprake van een vroegsignaleringssysteem bij dreigende afsluiting
door het niet betalen van de energierekening. Dit biedt bescherming aan alle afnemers.
Specifiek voor kwetsbare huishoudens die een betalingsregeling nakomen, die een beroep
doen op schuldhulpverlening of die een medische noodzaak hebben om energie te gebruiken,
geldt dat er niet afgesloten kan worden vanwege betalingsproblemen.
Ten aanzien van de laatste pijler, het uitvoeren van bestaande wetgeving, blijft Nederland
zich inspannen om bestaande EU-wetgeving op een goede en zorgvuldige manier te implementeren.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Omdat er nog geen uitwisseling van posities tussen lidstaten in de Raad heeft plaatsgevonden,
ontbreekt momenteel nog een compleet beeld van het krachtenveld. Uit eerdere onderhandelingen
rond de hervorming van de elektriciteitsmarkt en het recente Grids Package is wel gebleken dat lidstaten graag flexibiliteit behouden om zelf regels te stellen
rond participatie van huishoudens en energiedelen. Over het algemeen steunen lidstaten
de inzet van de Commissie op EU energie armoedebeleid, al verschillen lidstaten van
mening of dit via subsidies/compensatie of een vorm van prijs-/markt interventie moet.
Ook ten aanzien van de positie van het Europees Parlement bestaat nog geen compleet
beeld, al blijkt uit eerdere behandeling van regels over soortgelijke onderwerpen
(Electricity Market Design) doorgaans steun voor verdergaande regulering en harmonisatie op Europees niveau
ten behoeve van consumentenbescherming.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
Ten aanzien van de mededeling die nu voorligt, is de grondhouding van het kabinet
positief. De mededeling heeft betrekking op energie. Op dit terrein is sprake van
een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten op grond van artikel 4, lid
2, onder i, VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om betaalbare
en schone energie beschikbaar te maken voor iedereen in de EU. Gezien de interne Europese
energiemarkt en het belang van betaalbare en schone energie kan dit onvoldoende door
de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom
is een EU-aanpak nodig. Door de aangekondigde richtsnoeren in de breedte van het energielandschap
wordt het gelijke speelveld op het terrein van onder andere consumentenbescherming
en het verduurzamen van gebouwen verbeterd en kan er ingezet worden op bijvoorbeeld
een Europese norm voor het gebruik van slimme apparaten. Om die redenen is optreden
op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om betaalbare
en schone energie beschikbaar te maken voor iedereen in de EU. Het voorgestelde optreden
is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat deze mededeling integraal beschrijft
welke acties genomen zouden kunnen worden voor schone en betaalbare energie op verschillende
onderdelen van het energiedomein. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder
dan noodzakelijk, omdat er geen verplichtingen worden opgelegd. Op veel gebieden is
het logisch dat er vanuit de EU ingezet wordt op een gezamenlijke inzet, bijvoorbeeld
op passende risicostrategieën, gezien de interne Europese markt. Het is aan lidstaten
om deze acties af te wegen en de mededeling laat daarmee voldoende ruimte voor de
lidstaten.
d) Financiële gevolgen
Uit de mededeling volgen geen directe financiële gevolgen voor zowel de EU-begroting
als de nationale begrotingen van lidstaten. Het is nog onbekend of er financiële gevolgen
zijn voor de nog uit te werken acties en richtsnoeren. Indien er toch gevolgen zijn
voor de EU-begroting is Nederland van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden
dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting
2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.
Eventuele budgettaire gevolgen voor Nederland worden ingepast op de begroting van
het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling heeft op dit moment geen directe gevolgen voor de regeldruk en administratieve
lasten, voor de overheid, bedrijfsleven of burgers. Op het moment dat de Commissie
aanvullende richtsnoeren publiceert zal moeten worden bezien of deze tot mogelijke
regeldrukeffecten zullen leiden. Zo zouden mogelijk regeldrukeffecten verwacht kunnen
worden bij bijvoorbeeld de aangekondigde technische regels voor overstappen. Deze
zijn op dit moment echter nog niet te kwantificeren omdat nog niet duidelijk is hoe
die regels er uit gaan zien. Het kabinet zal zich inzetten voor zo min mogelijk extra
regeldrukkosten voor het bedrijfsleven.
Hoewel de aanbeveling primair is geformuleerd vanuit consumentenbescherming, betaalbaarheid
en het terugdringen van energiearmoede, heeft het een duidelijke connectie met geopolitieke
aspecten. Door sterk in te zetten op elektrificatie en op «schone energie die Europa
voor zichzelf kan produceren» vermindert de EU haar afhankelijkheid van geïmporteerde
fossiele brandstoffen en daarmee haar kwetsbaarheid voor externe schokken op de wereldenergiemarkten,
zoals conflicten die de productie en levering van olie en gas onder druk zetten. Dit
versterkt de strategische autonomie van de EU op energiegebied en maakt dat het voorstel
goed aansluit bij de snel veranderende geopolitieke context waarin de Europese energievoorziening
onder druk staat
Daarnaast zijn de voorgestelde maatregelen gericht op lagere en stabielere elektriciteitsprijzen,
efficiëntere netten en een versnelling van de uitrol van schone technologie.
De mededeling koppelt dit expliciet aan het vergroten van de concurrentiekracht van
Europa en aan het versterken van Europese fabrikanten van schone technologie via grotere
vraag, investeringszekerheid en groei van de arbeidsmarkten in deze sector. Daarmee
beïnvloedt het voorstel direct de kostenstructuur van bedrijven en de positie van
de Europese economie in de mondiale concurrentie.
Een gezonde, concurrerende, weerbare Europese economie draagt bij aan het vermogen
van de EU om zich met andere economische grootmachten te meten en de Europese en nationale
belangen te behartigen. De voorstellen in de mededeling kunnen daarom bijdragen aan
de Europese en Nederlandse agenda om de weerbaarheid van de Unie te vergroten en de
concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven te versterken.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken