Brief regering : Zesde tweemaandelijkse monitoringsbrief zero- emissiezones
30 175 Luchtkwaliteit
31 305
Mobiliteitsbeleid
Nr. 482
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 maart 2026
Op 17 december 2024 is een motie1 van lid Veltman aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om vanaf 1 januari 2025
iedere twee maanden, of vaker indien nodig, aan de Tweede Kamer te rapporteren wat
de gevolgen van de ingestelde zero-emissiezones (ZE-zones) zijn voor de ondernemers
die nog niet aan de eisen kunnen voldoen of ondernemers die anderszins in de knel
komen. Deze zesde monitoringsbrief heeft betrekking op de data van de maanden november
en december 2025.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de invoering van hun ZE-zone en voor de monitoringsdata.
In bijlage 1 vindt u een overzicht van de verzonden waarschuwingsbrieven en boetes
per gemeente, binnen hun specifieke context.
In deze brief ga ik in op het nieuwe beleid en het verkeersbord dat per 1 januari
2026 van kracht is. Daarnaast publiceer ik het rapport Actualisatie landelijke effecten
ZES van Royal Haskoning en Buck Consultants International (bijlagen 2, 3 en 4) en
bespreek ik de Monitor Lichte Bedrijfswagens 2025 van de RAI Vereniging, die eind
2025 is verschenen. Tot slot licht ik een toezegging toe die mijn voorganger in het
commissiedebat Duurzaam Vervoer van 14 januari 2026 heeft gedaan over het betrekken
van bepaalde koepelorganisaties bij de monitoring.
Data voor monitoring
Gemeenten constateren in hun ZE-zone ook de laatste twee maanden van 2025 een hoge
nalevingsgraad. Uit ANPR-cameradata blijkt dat ondernemers steeds minder gebruikmaken
van de meest vervuilende voertuigen. Voor de gemeenten geldt dat tussen de 99,49%
en 99,97% van de bestel- en vrachtautopassages in de ZE-zones voldoet aan de gestelde
eisen. Dit percentage is inclusief de afgegeven ontheffingen. Ten opzichte van het
eerste halfjaar is de rekenmethode voor het bepalen van het aandeel toegestane voertuigen
aangepast. Voorheen waren afgegeven ontheffingen niet goed zichtbaar in de data, maar
nu wel. Hierdoor valt het nalevingspercentage hoger uit2. Ondernemers die nog niet aan de gestelde eisen voldoen, worden ondersteund door
gemeentelijke adviseurs (logistiek makelaars). Daarnaast kunnen zij ontheffingen aanvragen,
zoals de landelijke ontheffing voor situaties waarin nog geen geschikt elektrisch
alternatief beschikbaar is.
Aangeleverde gegevens door gemeenten
Bij de meeste gemeenten is de waarschuwingsperiode inmiddels afgerond en worden sinds
juli 2025 overtredingen beboet. Vanwege de specifieke lokale context zijn de aantallen,
zoals opgenomen in bijlage 1, niet eenvoudig onderling te vergelijken. Factoren zoals
de omvang van een zone en de duur van de periode tussen het versturen van waarschuwingsbrieven
en het daadwerkelijk opleggen van boetes spelen hierbij een rol.
Verruiming en harmonisatie ontheffingsregels per 1 januari 2026
In de Kamerbrief3 van 14 maart 2025 is aangekondigd dat de ondertekenaars van de Uitvoeringagenda Zero-emissiezones
(UAZ) zijn overeengekomen dat de ontheffing voor netcongestie en de ontheffing voor
bedrijfseconomische omstandigheden een landelijke werking zouden krijgen. Per 1 januari
2026 zijn deze twee wijzigingen succesvol geïmplementeerd en doorgevoerd bij het Centraal
Loket. Een andere belangrijke aanpassing in het ontheffingenbeleid per 1 januari 2026
is dat ontheffingen voor nieuwe voertuigen die niet emissieloos verkrijgbaar zijn,
een langere geldigheidsduur krijgen. Afhankelijk van het type voertuig varieert deze
van 7, 10 of 13 jaar. Hierdoor kunnen ondernemers een realistische afschrijvingstermijn
hanteren voor hun nieuwe voertuig.
Nieuw verkeersbord per 1 januari 2026
Op 10 oktober 2025 is in het Staatsblad4 het besluit gepubliceerd tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, in verband met
de invoering van een nieuw verkeersbord en bijbehorende onderborden voor milieuzones
en nul-emissiezones. Het doel van het nieuwe bord is om meer duidelijkheid te creëren
en een veelheid aan onderborden te voorkomen wanneer gemeenten zowel een ZE-zone als
een milieuzone hebben. Eind december 2025 volgde vanuit het ministerie een publiekscampagne
met als doel de bekendheid van het nieuwe verkeersbord te vergroten. Vanaf 1 januari
2026 kunnen gemeenten het nieuwe verkeersbord gebruiken. Zij hebben daarbij een termijn
van zes maanden om de borden daadwerkelijk te vervangen.
Cijfers Centraal Loket
Gemeenten hebben samen met de RDW een Centraal Loket ingericht, waar ondernemers op
één centrale plek een ontheffingsaanvraag kunnen indienen. Vanuit dit loket worden
aanvragen namens de gemeenten op een uniforme en geharmoniseerde wijze beoordeeld
en afgehandeld. Langdurige ontheffingen krijgen in de meeste gevallen een landelijke
geldigheid en zijn daarmee van kracht in alle gemeenten waar een ZE-zone van toepassing
is.
Langdurige ontheffingen
Sinds het Centraal Loket op 1 juli 2024 is geopend, zijn er 6.035 aanvragen voor langdurige
ontheffingen binnengekomen.
Figuur 1. Totaal aantal aangevraagde langdurende ontheffingen bij het Centraal Loket,
uitgesplitst per maand sinds de opening op 1 juli 2024.
Hieronder is te zien hoe deze aanvragen zijn verdeeld over de verschillende typen
ontheffingen. Hiervan zijn 969 een lokale ontheffing.
Tabel 1. Verdeling van aantallen landelijke ontheffingen sinds de opening op 1 juli
2024.
Type ontheffing
Aantal
%
Particulier gebruik bedrijfs- en vrachtauto
2.937
49%
Een bedrijfs- en vrachtauto’s dat vanwege een handicap is aangepast
501
8%
Bijzondere voertuigen met een DET tot 13 jaar oud
358
6%
Voertuigen die emissieloos niet verkrijgbaar zijn
930
15%
In verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
340
6%
In verband met bedrijfseconomische omstandigheden (gemeentelijke ontheffing)
516
9%
In verband met de afwijkingsbevoegdheid – Hardheidsclausule (gemeentelijke ontheffing)
453
8%
Van de afgehandelde aanvragen (1 juli 2024 tot en met 31 december 2025) voor een landelijke
ontheffing is 88% toegekend. Van de aanvragen is 8% buiten behandeling gesteld, bijvoorbeeld
omdat de aanvraag is ingetrokken of omdat ondanks een verzoek geen aanvullende informatie
is aangeleverd. Daarnaast is 2% afgewezen. Dit kan het geval zijn wanneer een aanvraag
wordt ingediend onder de categorie «niet-emissieloos verkrijgbaar», terwijl het voertuig
wel emissieloos beschikbaar is. Ook kan een aanvraag worden afgewezen wanneer de indiener
verklaart dat het voertuig uitsluitend voor particuliere doeleinden wordt gebruikt,
terwijl uit de ingediende documentatie blijkt dat dit niet het geval is. De overige
2% van de aanvragen is nog in behandeling. Bij veruit de meeste aanvragen voor een
ontheffing wordt deze toegekend.
Dagontheffingen
Naast langdurige ontheffingen bestaan er dagontheffingen. Voertuigeigenaren kunnen
deze maximaal 12 keer per jaar per stad aanvragen. Dagontheffingen worden per gemeente
uitgegeven en zijn sinds de invoering van de ZE-zones in aantal toegenomen. Na het
aflopen van de eerste waarschuwingsperiodes op 1 juli 2025 is het aantal dagontheffingen
verder gestegen.
Figuur 2. totaal aantal aangevraagde dagontheffingen bij het Centraal Loket, uitgesplitst
per maand sinds de opening op 1 juli 2024.
Vragen via redactie opwegnaarZES.nl
De website www.opwegnaarZES.nl is de algemene informatiewebsite van de Rijksoverheid over ZE-zones.
Een overzicht van het aantal bezoekers van de website en het aantal vragen dat binnengekomen
is per maand staat in de onderstaande tabel weergegeven. In december is er een toename
in het aantal websitebezoek te zien, dit valt te verklaren omdat er toen ook een communicatiecampagne
liep rond de introductie van het nieuwe verkeersbord per 1 januari 2026.
Onderdeel van opwegnaarZES.nl
Jan
Feb
Maa
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sept
Okt
Nov
Dec
Websitebezoek actieve gebruikers (x1.000)
33
19
29
33
20
27
38
15
28
21
23
26
Aantal paginabezoeken (x1000)
232
139
211
228
134
170
194
102
143
127
128
145
Gesprekken AI Chatbot (x1.000)
16,5
10,8
16,2
13,2
7,7
4,6
4,1
3,3
4,8
2,6
1,8
1,4
Vragen aan redactie per email
487
281
336
283
172
208
246
87
102
76
88
79
Rapport: «Actualisatie landelijke effecten ZES»
In 2019 hebben Royal HaskoningDHV en Buck Consultants International (BCI) een methodiek
ontwikkeld en een rapport gepubliceerd5 waarin de maatschappelijke kosten en baten van ZE-zones voor stadslogistiek op een
gestructureerde manier in beeld worden gebracht. Deze effectenstudie is geactualiseerd
(bijlage 2). In het rapport wordt voor het eerst een integraal (landelijk) overzicht
gegeven van het te verwachten effect van de ZE-zones in Nederland op basis van veelal
daadwerkelijk gemeten voertuigaantallen per stad (bijlage 3). Als gevoeligheidsanalyse
is een verdiepend onderzoek uitgevoerd om de variatie in de gebruikskosten («Total
Cost of Ownership») tussen sectorgroepen te duiden (bijlage 4).
In het rapport «Actualisatie landelijke effectenstudie ZES» van Haskoning en BCI komen
een aantal belangrijke resultaten en conclusies naar voren:
• De totale kosten voor het invoeren van zero-emissiezones in 30 steden in Nederland
liggen op € 403 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met landelijke kosten (26 miljoen),
gemeentelijke kosten (€ 154 miljoen) en meerkosten voor voertuigeigenaren (€ 221 miljoen).
• De totale maatschappelijke baten die gehaald worden door het vermijden van emissies
(CO2, NOx en PM2,5) van de 30 gemeentes samen komt uit op bijna € 1,8 miljard.
• Het positieve eindresultaat in maatschappelijke baten voor het invoeren van zero-emissiezones
in Nederland is daarmee € 1,4 miljard. De collectieve baten liggen hiermee 4,4 keer
hoger dan de kosten.
• Alle gemeentes/zones behalen een positieve MKBA uitkomst. Verder blijkt dat de gemeentes
met de grootste zones ook het hoogste MKBA-saldo behalen.
• Vanuit het Klimaatakkoord is de doelstelling gezet op een CO2-reductie in zichtjaar 2030 van 1,0 Mton. De verwachte reductie voor zichtjaar 2030
is 0,55 Mton en blijft daarmee achter bij de doelstelling van het Klimaatakkoord.
Redenen hiervoor zijn:
○ Het aantal gemeentes met een (voorgenomen) zone ligt aan de onderkant van de bandbreedte
(30);
○ Er zijn veel kleine zones ingevoerd met een beperkter CO2-effect.
• Uit sectoranalyse komt naar voren dat bepaalde sector(groep)en een relatief groot
deel van de maatschappelijke kosten dragen. Hoe lager het dag-/jaarkilometrage en
hoe meer inzet van vrachtvoertuigen, hoe groter de kans op hoge meerkosten.
De bevindingen uit het rapport bieden aanknopingspunten voor het ontwikkelen van toekomstig
beleid dat gericht is op het ondersteunen van deze groepen.
RAI Vereniging: Monitor Lichte Bedrijfswagens 2025
In december 2025 heeft de RAI Vereniging haar tweejaarlijkse Monitor lichte bedrijfsvoertuigen6 gepubliceerd. Hierin wordt aandacht besteed aan de ZE-zones en komt naar voren dat
het midden- en kleinbedrijf (mkb) praktische uitdagingen ervaart die de overstap naar
emissieloos vertragen. Voorbeelden zijn: beperkte actieradius, onvoldoende laadinfra,
hogere kosten die moeilijk terug te verdienen zijn, of een aanbod dat niet aansluit
op de dagelijkse behoeften. Gemeenten geven aan dat onbekendheid over alternatieven
vaak een rol speelt. Gemeenten en (gratis) logistieke makelaars kunnen ondernemers
doorgaans goed ondersteunen. Ook geven zij aan dat het huidige vangnet van vrijstellingen
en ontheffingen toereikend is. Het Rijk is via de UAZ in gesprek met de RAI Vereniging
en gemeenten om te bespreken of aanvullend beleid nodig is voor deze groep.
Inbreng koepelorganisaties ONL en MKB Nederland
Zoals door mijn voorganger toegezegd in het commissiedebat Duurzaam Vervoer van 14 januari
2026, zal ik de koepelorganisaties betrekken bij de monitoring. Het ministerie voert
al langere tijd constructieve gesprekken met deze organisaties en neemt de signalen
die het ontvangt serieus.
MKB Nederland heeft een position paper7 ingediend over ZE-zones voor het rondetafelgesprek dat op 19 juni 2024 plaatsvond.
ONL heeft op 16 april 2025 het document «Dit zijn de knelpunten van de ondernemer
na invoering van de zero-emissiezones»8 aangeboden aan de Tweede Kamer. De zorgpunten van MKB Nederland en ONL komen redelijk
overeen.
Belangrijke zorgpunten uit deze papers zijn inmiddels geadresseerd. Bijvoorbeeld met
de tijdige openstelling van het Centraal Loket voor ontheffingen. Ontheffingen kunnen
op deze centrale plek aangevraagd worden en hebben gelijk een landelijke werking.
Daarnaast is er een wettelijke oplossing gevonden voor de problematiek ten aanzien
van rijbewijs C. Ook zijn er verschillende subsidieregelingen om ondernemers te helpen
bij aanschaf van emissieloze voertuigen of het realiseren van laadinfrastructuur.
De grootste uitdaging blijft de logistieke laadinfrastructuur en de problematiek rond
netcongestie. Hier werken we vanuit het ministerie aan9. Voor ondernemers die vanwege netcongestie nog niet kunnen verduurzamen, blijft een
ontheffing beschikbaar. Deze heeft sinds begin dit jaar een landelijke werking en
is aan te vragen via het Centraal Loket.
Samenvattend: 1 jaar ZE-zones
Het eerste jaar van de ZE-zones is rustig verlopen. Signalen van ondernemers, branche-
en netwerkpartijen worden binnen de afgesproken kaders opgepakt. We blijven streven
naar een balans tussen haalbaarheid voor ondernemers en een prikkel voor emissieloze
logistiek. Er is een uitgebreid vangnet, dat goed gevonden wordt door ondernemers.
We blijven ook in jaar twee met alle relevante partijen in gesprek om de kansen en
uitdagingen rondom de ZE-zones in het zicht te houden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.H.W. Bertram
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat