Brief regering : Voorhang Luchthavenbesluit Rotterdam
31 936 Luchtvaartbeleid
Nr. 1265
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Ontvangen ter Griffie op 19 maart 2026.
De voordracht voor het vast te stellen ministerieel besluit is aan de Kamer overgelegd
tot en met 30 april 2026.
De voordracht voor het vast te stellen ministerieel besluit kan niet eerder worden
gedaan dan op 1 mei 2026.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 maart 2026
De luchthaven Rotterdam (hierna: de luchthaven) staat volop in de maatschappelijke
belangstelling. De luchthaven is belangrijk voor de omgeving, draagt bij aan het economisch
verkeer en biedt zo voordelen voor de regio. Maar de luchthaven zorgt ook onvermijdelijk
voor overlast bij omwonenden, die hinder ervaren. Hierbij bied ik u het ontwerp van
het Luchthavenbesluit Rotterdam aan, waarin een brede afweging is gemaakt in de belangen
die spelen rondom de luchthaven. De basis voor het besluit is de aanvraag die door
de exploitant Rotterdam The Hague Airport is ingediend. Daarnaast bied ik u hierbij
tevens de door de exploitant van de luchthaven Rotterdam ingediende aanvraag aan,
alsmede de bijbehorende stukken die op deze aanvraag betrekking hebben, waaronder
het opgestelde Milieueffectrapport (MER) en de economische onderbouwing.
Procedure
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure
op grond van artikel 8.71 van de Wet luchtvaart en biedt uw Kamer de mogelijkheid
zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering
van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Ter voldoening aan artikel 8.71 van de Wet luchtvaart is het ontwerpbesluit in de
Staatscourant bekendgemaakt om eenieder de gelegenheid te geven om binnen zes weken
na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Participatieproces
Aan de aanvraag is een zorgvuldig en uitvoerig participatietraject voorafgegaan.1 Ondanks dat dit niet heeft geleid tot een uitkomst die betrokken partijen op alle
wensen en bezwaren tegemoet is gekomen, zijn veel belangrijke bezwaren van omgevingspartijen
in de aanvraag meegenomen. De bewonersvertegenwoordigers uit de CRO Rotterdam (Commissie
Regionaal Overleg) staan dan ook overwegend positief tegenover de aanvraag en hebben
hier vroegtijdig op gereageerd met aanvullende aandachtspunten.2
Aanvraag luchthavenbesluit
Op 1 oktober 2025 heeft de exploitant van de luchthaven een aanvraag voor een luchthavenbesluit
ingediend. In de aanvraag vraagt de luchthaven op jaarbasis ruimte aan voor het kunnen
accommoderen van 59.689 vliegtuigbewegingen (waarvan 17.860 handelsverkeer) in het
startjaar (2027) en 64.069 in het zichtjaar (2035). Kern van de aanvraag is de voortzetting
van de huidige exploitatie, met maatregelen om de hinder (ook in de nacht) te beperken.
De kern van de aanvraag is als volgt:
• Voor het handelsverkeer is uitgegaan van de aantallen in het gebruiksjaar 2019. In
het startjaar gaat het hierbij om 17.860 bewegingen handelsverkeer. De luchthaven
vraagt om voor dit verkeer een maximumaantal op te nemen in het luchthavenbesluit.
• In het zichtjaar (2035) zou het aantal bewegingen handelsverkeer onder voorwaarden
kunnen toenemen met 4.380. De exploitant noemt dit innovatieruimte. Een belangrijke
voorwaarde is dat het hierbij alleen kan gaan om vluchten die elektrisch zijn of aangedreven
worden op waterstof of duurzame luchtvaartbrandstoffen.
• Onderdeel van de aanvraag is ook het vastleggen van diverse hinderbeperkende maatregelen
om de overlast in de nacht en de randen van de dag te verminderen. Voorbeelden zijn:
○ Het aantal vertraagde landingen van handelsverkeer na 23.00 uur af laten nemen tot
maximaal 180 landingen in 2032. Vertraagde landingen mogen tot uiterlijk 0.00 uur
plaatsvinden, waar dat nu onder voorwaarden tot 01.00 uur mogelijk is. In 2024 vonden
er nog 270 vertraagde landingen plaats.
○ In de periode tussen 07.00 en 09.00 uur mogen per dag maximaal 10 starts, maar geen
landingen plaatsvinden. Op dit moment is hiervoor geen maximum vastgesteld.
○ De starttijd van 07.00 uur blijft voor stillere vliegtuigen gehandhaafd. Voor minder
stille vliegtuigen wijzigt de starttijd gefaseerd naar 08.30 uur.
○ Tussen 21.00 en 23.00 uur mogen per dag maximaal 10 landingen plaatsvinden. Op dit
moment is hiervoor geen grenswaarde vastgesteld.
○ Geen business aviation tussen 0.00 en 07.00 uur, met uitzondering van 20 landingen
per gebruiksjaar. Op dit moment is hiervoor geen grenswaarde vastgesteld. In 2025
vonden er 154 van deze vluchten plaats tussen 0.00 en 07.00 uur.
Samenvatting ontwerp Luchthavenbesluit Rotterdam
De luchthaven krijgt de ruimte om het aangevraagde gebruik te realiseren. Kern van
de overweging om positief te besluiten over de aanvraag van het luchthavenbesluit
is dat met de vergunde ruimte de exploitatie kan worden voortgezet, terwijl ook de
hinder voor de omgeving wordt beperkt. Uit het MER volgt dat het voorgenomen/vergunde
gebruik met het Luchthavenbesluit leidt tot gelijkblijvende of afnemende milieueffecten
ten opzichte van de referentiesituatie.
Ten aanzien van de innovatieruimte worden duidelijke voorwaarden gesteld door het
ministerie, voordat van deze ruimte gebruik kan worden gemaakt. Het gaat daarbij onder
andere om de eis dat deze ruimte moet passen binnen de geluidsruimte. Daarnaast komt
er een aparte gebruiksruimte voor vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening
en politietaken vanwege het maatschappelijke belang (nationale veiligheid en gezondheid).
Vanwege beleidsmatige keuzes en om de omgeving extra te beschermen tegen de overlast
van de luchthaven is in het ontwerp van het luchthavenbesluit een aantal aanvullende
maatregelen opgenomen. De belangrijkste zijn:
• Aanvullende handhavingspunten met grenswaarden voor de maximale geluidbelasting in
een groter gebied rondom de luchthaven.
• Regels vanwege lokale luchtverontreiniging (APU-gebruik en éénmotorig taxiën).
• Een bepaling met een verplichting tot een vijfjaarlijkse evaluatie van de effecten
van de vergunde activiteit (vanaf het moment waarop het Luchthavenbesluit Rotterdam
onherroepelijk is geworden).
Aanvullende hinderbeperkende maatregelen
In aanvulling op de in het ontwerpbesluit genoemde maatregelen, worden er daarbuiten
nog andere maatregelen ontwikkeld ter verbetering van de leefomgeving en duurzaamheid.
Zo wordt een deel van de overlast voor omwonenden veroorzaakt door vliegtuigen die
op aanvullende instructie van LVNL vroegtijdig hun standaard vertrekroute verlaten.
In volksmond de zogenaamde «afwijkingen». Het ministerie heeft als beleidsdoel in
de luchtvaartnota 2020–2050 gesteld dat het volgen van vaste vertrekroutes tot 6.000
voet uitgangspunt moet zijn. In de praktijk is dit bij Rotterdam nog niet zover, gelet
op de samenloop met het Schipholverkeer. Dat verkeer heeft voorrang vanwege de complexiteit
bij Schiphol. Binnen het programma luchtruimherziening worden Schiphol verkeersstromen
verlegd zodat ook voor Rotterdam meer mogelijkheden ontstaan om de routes te blijven
volgen. Daarnaast heeft het ministerie een onderzoek geïnitieerd om samen met LVNL
en de luchtvaartautoriteit ILT te kijken, of op de korte termijn operationele maatregelen
te bedenken zijn, waardoor specifieke hotspots alvast kunnen worden aangepakt. De
planning is om dit onderzoek voor de zomer af te ronden.
De luchthaven heeft daarnaast samen met de gemeente Rotterdam het initiatief genomen
tot Rotterdam The Hague Innovation Airport (RHIA). RHIA heeft een aantal programma’s
op het gebied van innovatie en klimaatneutrale luchtvaart geïnitieerd, waaronder voor
elektrisch vliegen, vliegen op waterstof en SAF. Tot slot heeft de luchthaven kenbaar
gemaakt dat zij 200 miljoen investeert in de modernisering van de luchthaven. Zo wordt
de start en landingsbaan opgeknapt en de terminal vernieuwd.
Vaststelling en inwerkingtreding
Het ministerie heeft, mede in verband met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtsspraak
van de Raad van State3, de ambitie om het Luchthavenbesluit Rotterdam voor 30 april 2027 vast te stellen.
De inwerkingtreding van het Luchthavenbesluit is voorzien bij de start van het eerste
daaropvolgende gebruiksjaar, namelijk op 1 november 2027.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.