Brief regering : Fiche: Mededeling EU Anti-Racism Strategy 2026-2030
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4285
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 maart 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij vier fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Verordening versterking Carbon Border Adjustment Mechanism en verordening Tijdelijk Fonds voor Koolstofvrijmaking (Kamerstuk 22 112, nr. 4283)
Fiche: Simplificatie NIS2-richtlijn (Kamerstuk 22 112, nr. 4284)
Fiche: Mededeling EU Anti-Racism Strategy 2026–2030
Fiche: Herziening Cybersecurity Act (Kamerstuk 22 112, nr. 4286)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche: Mededeling EU Anti-Racism Strategy 2026–2030
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: «Unie van Gelijkheid: strategie tegen
racisme 2026–2030»
b) Datum ontvangst Commissiedocument
20 januari 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 12
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52026DC0012…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
EPSCO-raad
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
2. Essentie voorstel
De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft op 20 januari 2026 de EU Anti-Racism Strategy 2026–2030 (hierna: strategie) gepubliceerd. Deze strategie, die expliciete aandacht geeft aan
verschillende discriminatiegronden zoals antisemitisme, moslimdiscriminatie en antiziganisme,
bouwt voort op het eerdere actieplan tegen racisme, dat de basis legde voor de bestrijding
van racisme in de Europese Unie (EU).1 De strategie – die bestaat uit de aanpak van institutioneel racisme, het beter handhaven
van antidiscriminatiewetgeving, het versterken van de sociale gelijkheid en cohesie,
het uitbouwen van belangrijke partnerschappen en het innemen van een voorbeeldfunctie
– biedt met name handvatten om racisme nog gerichter te kunnen bestrijden.
Zo roept de Commissie alle lidstaten op nationale actieplannen tegen racisme te ontwikkelen,
en doet zij de aanmoediging voor lidstaten om een nationaal coördinator tegen racisme
aan te stellen. Verder roept zij lidstaten op tot het bevorderen van een lokale aanpak.
De Commissie doet een reeks aanbevelingen om institutioneel racisme op een groot aantal
beleidsterreinen tegen te gaan: o.a. arbeid(smarkt), onderwijs, cultuur, huisvesting,
(gezondheids)zorg, sport en digitale diensten. Met de strategie wil de Commissie racisme
in al zijn vormen bestrijden. De Commissie wil dat op een intersectionele wijze doen:
maatregelen zijn bedoeld om in samenhang met andere lopende en komende gelijkheidsstrategieën
te worden toegepast.
De Commissie doet diverse aanbevelingen en heeft voor haarzelf diverse doelstellingen
geformuleerd. Zo zal de uitvoering van de Richtlijn gelijke behandeling worden geëvalueerd
om uitvoeringstekorten en handhavingslacunes in lidstaten te identificeren.2 Op basis daarvan zal de Commissie aanbevelingen doen en mogelijk voorstellen tot
versterking van sancties wanneer discriminatie niet effectief wordt geadresseerd.
De rechten van slachtoffers, met inbegrip van slachtoffers van racistische haatmisdrijven,
zullen worden versterkt door omzetting en uitvoering van de herziene EU-Richtlijn
slachtofferrechten.3 Voorts zal de Commissie de EU-strategie inzake de rechten van slachtoffers herzien.
Ook wordt overwogen om de definitie van «online haatmisdrijven» te harmoniseren.
De Commissie vraagt verder aandacht voor de risico’s van racisme in het digitale domein,
zoals bij de toepassing van algoritmen. Dit wordt daarom meegenomen bij onder andere
de ondersteuning van de implementatie van de AI-verordening.4 Ook wordt hierop door de Commissie gemonitord in het kader van de Digitaledienstenverordening
(Digital Services Act; DSA).5
De Commissie vraagt ook specifiek aandacht voor racisme op de arbeidsmarkt, in het
onderwijs, bij cultuur, in de zorg en in de sport. Lidstaten wordt dan ook aanbevolen
om op deze terreinen beleid te ontwikkelen.
De Commissie zal een onderzoek uitvoeren naar discriminatie op de woningmarkt. In
het kader van het Europees plan voor betaalbaar wonen zal een voorstel voor een Raadsaanbeveling worden gedaan om uitsluiting van kwetsbare
personen op de woningmarkt tegen te gaan.6
Om nationaal beleid op deze strategie af te stemmen zal de Commissie in het kader
van kennisuitwisseling workshops gaan organiseren voor lidstaten. Ook wordt een EU-brede
communicatiecampagne opgezet over de Unie van Gelijkheid (Union of Equality) ter bevordering van inclusie en bestrijding van discriminatie.7 Ten slotte neemt de Commissie interne maatregelen voor een nultolerantiebeleid ten
aanzien van alle vormen van discriminerend gedrag door een task force (werkgroep) op te richten voor gelijkheid en door de regels voor het Blue Book traineeship te herzien, waarbij overwogen wordt om ook kandidaten met een afgeronde beroepsopleiding
toe te laten.8 Daarnaast wordt overwogen om positieve acties uit te voeren voor andere ondervertegenwoordigde
groepen binnen de Commissie.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Racisme ondermijnt het rechtsstatelijke uitgangspunt dat iedereen gelijk dient te
worden behandeld, zoals opgenomen in artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. De aanpak
van alle vormen van racisme, ook online, is dan ook een prioriteit van het kabinet.
Dit blijkt onder andere uit het aanstellen van een Nationaal Coördinator tegen Racisme
en Discriminatie (NCDR) en Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) in
2021, het instellen van de (onafhankelijke) Staatscommissie tegen Discriminatie en
Racisme en de plannen voor één landelijke organisatie voor de aanpak van discriminatie.
De aanpak krijgt onder meer gestalte door het opstellen van een Nationaal Programma
tegen Discriminatie en Racisme onder coördinatie van de NCDR.
Op alle terreinen die de EU-antiracismestrategie 2026–2030 beslaat, vindt reeds beleidsinzet
plaats op het gebied van preventie, signalering, monitoring en sanctionering ten aanzien
van verschillende discriminatiegronden. Deze aanpak, onder coördinatie van BZK, wordt
uitgevoerd door verschillende ministeries. In de afgelopen jaren heeft het kabinet
zowel een Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030, een Plan van Aanpak Online
Discriminatie als een Versterkte Aanpak Veiligheid LHBTIQ+ 2026–2030 opgeleverd. De
in deze plannen genoemde voornemens worden momenteel in concrete maatregelen omgezet.
Met het Offensief Gelijke Kansen werkt het kabinet aan het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie en het bevorderen
van gelijke kansen op de arbeidsmarkt.9
Tevens zet het kabinet zich in om discriminatie bij woningverhuur tegen te gaan middels
de Aanpak Woon discriminatie.10 Op het gebied van sport is onder meer bijzondere aandacht voor verschillende vormen
van discriminatie in het betaald en amateurvoetbal.11 Discriminatie in het onderwijs wordt eveneens op diverse manieren aangepakt. Zo zijn
scholen in het primair en voortgezet onderwijs op grond van de wettelijke burgerschapsopdracht
verplicht om leerlingen respect voor en kennis over de basiswaarden van de democratische
rechtsstaat en diversiteit bij te brengen. Ook wordt gewerkt aan het tegengaan en
voorkomen van stagediscriminatie.
In het licht van het tegengaan van online haat, discriminatie en racisme werkt het
kabinet aan het tegengaan van schadelijke maar legale content, zoals bijvoorbeeld
impliciet haatzaaiende content: uitingen die weliswaar niet strafbaar of onrechtmatig
zijn, maar wel degelijk als discriminerend ervaren kunnen worden.12 Voor zover dergelijke content raakt aan online extremisme en terrorisme, hanteert
het kabinet de Versterkte Aanpak Online.13
Ervaren discriminatie en racisme kan gemeld worden bij daartoe ingerichte lokale antidiscriminatievoorzieningen.
Momenteel wordt gewerkt aan een versterking van dit stelsel.
Het kabinet voert doorlopend onderzoek uit naar verschillende (uitings)vormen van racisme en heeft daarbij aandacht voor specifieke groepen. Zo wordt er
momenteel nader onderzoek uitgevoerd naar anti-Aziatisch racisme en de doorwerking
van het koloniaal verleden daarbij.
Het kabinet zet bovendien in op de preventie van racisme door inzet op meer bewustwording en het tegengaan van vooroordelen en
stereotypen. Ten aanzien van bijvoorbeeld de preventie van antizwartracisme wordt
in 2026 een Leernetwerk slavernijverleden voor gemeenten uitgevoerd, waarbij gemeenten
samen aan de slag gaan met het herkennen, erkennen en herdenken van het slavernijverleden
op lokaal niveau en de doorwerking daarvan. Een ander voorbeeld is de oprichting van
een werkgroep van verschillende stakeholders ten behoeve van de preventie van moslimdiscriminatie
voor de duur van één jaar (2026), naar aanleiding van het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie.14 Deze werkgroep zal de Ministeries van BZK en SZW adviseren over mogelijke interventies.
Ten slotte faciliteert het kabinet ondersteuning van Nederlandse maatschappelijke
organisaties op het gebied van racismebestrijding in de vorm van informatie over programma’s
van de Commissie, waarvoor dergelijke organisaties een financiële aanvraag kunnen
indienen.15
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling en steunt het doel van racismebestrijding en
het creëren van een «Unie van Gelijkheid», waarin verschillende gelijkheidsstrategieën
samenhangen.16 Dit is een grote en urgente opgave, die constante aandacht vraagt. De gedane aanbevelingen
sluiten daarop aan. In algemene zin prijst het kabinet de aandacht van de Commissie
voor structurele vormen van racisme, alsook de aandacht voor intersectionaliteit.17 Met deze antiracismestrategie draagt de EU opnieuw een sociale norm tegen racisme
uit, wat waardevol is voor lidstaten en andere actoren op het gebied van discriminatiebestrijding.
Hieronder zal per beleidsterrein ingegaan worden op de gedane voorstellen.
Wat betreft de arbeidsmarkt wordt ingegaan op samenwerking met het EU-platform van
diversiteitshandvesten (EU Platform of Diversity Charters).18 In Nederland ondersteunt de SER Diversiteit in Bedrijf (SER-DIB) organisaties bij
het bevorderen van een divers personeelsbestand en een inclusief bedrijfsklimaat.
Het Nederlandse Charter Diversiteit maakt hier onderdeel van uit.19 Het kabinet financiert de ondersteuning die vanuit SER-DIB wordt geboden. Het Nederlandse
Charter Diversiteit is aangesloten bij het EU-platform van diversiteitshandvesten.
Het voorstel om vanuit de Europese Commissie samen te werken met het Europese platform
en onder meer good practices te delen juicht het kabinet dan ook toe. Verder roept de Commissie op om te komen
met beleidsinitiatieven gericht op het vergroten van de kansen en mogelijkheden bij
opleiding, training en werk voor gemarginaliseerde groepen. Het kabinet onderschrijft
deze oproep.
Ook ten aanzien van zorg, welzijn en sport staat het kabinet positief tegenover de
voorgestelde maatregelen. Deze zijn in lijn met het beleid dat het kabinet hanteert
voor het tegengaan van racisme binnen voornoemde beleidsterreinen. Het kabinet erkent
de noodzaak om discriminatie in zorg, welzijn en sport te erkennen als een determinant
voor gezondheidsverschillen, gezondheidsuitkomsten en (sociale) veiligheid in de sport.20 Het kabinet jaagt het zorg- en welzijnsveld verder aan om bijvoorbeeld medische richtlijnen
inclusief te maken. Verder erkent het kabinet ook het belang van het adresseren van
haatspraak in sport.
Wat het terrein van onderwijs en cultuur betreft, onderschrijft het kabinet het belang
van de inzet die de Commissie pleegt met deze meerjarenaanpak op het tegengaan van
racisme, juist nu deze thematiek onder druk staat. De strategie en de acties die op
nationaal niveau worden aanbevolen, laten zien dat er nog veel werk nodig is om racisme
tegen te gaan. Dat de Commissie specifiek aandacht besteedt aan de positie van gemarginaliseerde
groepen door het verstevigen van hun sociale gelijkheid, wordt toegejuicht. Onderwijs,
kunst en cultuur kunnen hier volgens het kabinet een belangrijke bevorderende rol
in spelen.
Op het gebied van huisvesting steunt het kabinet het voornemen van de Commissie dat
zij onderzoek wil doen naar de woonsituatie van groepen die risico lopen op discriminatie
en een aanbeveling wil doen over de bestrijding van woonuitsluiting.
Wat betreft het verbeteren van de verzameling van gegevens inzake gelijkheid (equality data) verwelkomt het kabinet eventuele Europese richtsnoeren voor het verzamelen en combineren
van gegevens inzake gelijkheid door organisaties binnen lidstaten. Het kabinet acht
het hierbij wel van belang dat kostbare enquêtes voor bedrijven en burgers zoveel
mogelijk dienen te worden vermeden. Indien nieuwe statistische informatie verzameld
moet worden die niet aansluit bij de bestaande monitoringskaders is dit een kostbaar
proces. Ook zou het kabinet graag wat meer juridische randvoorwaarden in de sfeer
van de bescherming van persoonsgegevens zien rond gegevens inzake gelijkheid.
Het kabinet vindt de Europese aandacht voor haatmisdrijven (hate crime) eveneens positief. Verder ziet het kabinet het te verwachten Commissierapport over
de Rasrichtlijn met belangstelling tegemoet, evenals de overwegingen om tot een wetgevingsinitiatief
te komen ter harmonisatie van definities van online haatmisdrijven.21 Daarmee benadrukt het kabinet het belang van geharmoniseerde definities in het online
domein, hetgeen tevens tot uitdrukking komt in de inzet om, conform de motie van het
lid Michon-Derkzen, te komen tot een werkbare definitie van online extremistische
content in Europees verband.22
De bijzondere aandacht voor online discriminatie valt op. Het kabinet staat positief
tegenover voorstel van de Commissie om te onderzoeken welke rol sociale media hebben
in het vormen van de houding van jongeren ten aanzien van etnische diversiteit. Het
is daarbij belangrijk dat bij het onderzoek wordt gekeken naar alle taalgebieden van
de EU en rekening wordt gehouden met culturele en historische verschillen tussen de
lidstaten.23 Het is daarbij ook van waarde het gesprek te voeren met socialemediaplatforms over
hun ontwerp en gebruikersvoorwaarden, en de maatregelen die zij nemen om racisme op
hun platforms uit te bannen. Wat betreft de DSA: het kabinet onderschrijft ten zeerste
het voornemen van de Commissie om deze te blijven monitoren en handhaven.
Het kabinet ziet meerwaarde in het investeren in de aanpak van online haatspraak,
onder meer in het onderwijs. Daarbij wordt wel opgemerkt dat in de lidstaten zelf
al meerdere initiatieven lopen. Het kabinet moedigt de Commissie daarom aan om samenwerking
met de lidstaten op te zoeken en de lokale initiatieven te versterken, in plaats van
met die initiatieven te concurreren. Het kabinet verwelkomt ook de regelmatige monitoring
en ondersteuning van de implementatie van de vrijwillige gedragscode voor de bestrijding
van illegale haatzaaiende uitlatingen op internet+.24
De waardering van het kabinet voor vrijwillige gedragscodes als belangrijk instrument
onder de DSA komt eveneens tot uitdrukking in het recente non-paper, opgesteld samen
met Duitsland en Frankrijk, waarin de Europese Commissie wordt opgeroepen te komen
tot een aanvullende vrijwillige gedragscode voor online platforms ten aanzien van
online radicalisering, extremisme en terrorisme.25
Inzet op mediawijsheid om jongeren weerbaar te maken tegen onder andere (online) desinformatie
en haatspraak acht het kabinet zeker wenselijk. Er moet echter voor gewaakt worden
dat de inzet zich niet beperkt tot deze doelgroep. Ouderen vormen ook een kwetsbare
groep in de mate waarin zij vatbaar zijn voor het overnemen en verspreiden van desinformatie
en haatzaaiende narratieven.
Het kabinet onderschrijft de aanpak van de Commissie om raciale vooringenomenheid
in openbaar bestuur tegen te gaan. Het door de Commissie aangekondigde compendium
voor uitwisseling van best practices kan een welkome aanvulling vormen op de bestaande aanpak van discriminerende profileringspraktijken.
Daarnaast kan de door de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme ontwikkelde
Discriminatietoets, voor een proactieve aanpak van discriminatie door de overheid,
mogelijk een rol spelen in het tegengaan van vooroordelen door overheidsorganen.
Ten slotte steunt het kabinet de aandacht voor algoritmische discriminatie. De wens
van de Commissie om een rapport uit te brengen over de toepassing en handhaving van
de Rasrichtlijn bij algoritmische discriminatie, past bij het Nederlandse beleid om
te komen tot een verantwoorde inzet van algoritmen. Daar zijn in Nederland allerlei
instrumenten voor ontwikkeld, zoals het Algoritmekader of het IAMA.26
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting kan de antiracismestrategie op brede steun rekenen van de meeste
lidstaten. De lidstaten hebben de komst van de strategie eerder bijvoorbeeld verwelkomd
en hun toewijding aan racismebestrijding uitgesproken in de conclusie van de Europese
Raad van 18 december 2025.27 Er is geen EU-rapporteur aangesteld.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op bestrijden
van racisme in de EU. De volgende waarden waarop de EU berust, zoals neergelegd in
artikel 2 VEU, liggen hieraan ten grondslag: de eerbied van de menselijke waardigheid,
gelijkheid en eerbiediging van mensenrechten, waaronder de rechten van personen die
tot minderheden behoren. De waarden van de Unie van artikel 2 VEU moeten de EU en
haar lidstaten eerbiedigen wanneer zij optreden binnen de grenzen van de bevoegdheden
die in de Verdragen aan de Unie zijn toebedeeld. De Commissie kan deze mededeling
uitvaardigen uit hoofde van haar rol als hoedster van de Verdragen, zoals bedoeld
in artikel 17 VEU. Het betreft hier overigens geen aankondiging van concrete regelgeving.
Met deze mededeling wil de Commissie een strategie uitrollen die zich richt op het
bestrijden van racisme in de EU. De Commissie is zodoende bevoegd deze mededeling
uit te vaardigen.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit van de mededeling
is positief. De mededeling heeft tot doel het bestrijden van discriminatie (meer specifiek
racisme) in de EU, en het garanderen van een «Unie van Gelijkheid». Gelet op het feit
dat racisme een grensoverschrijdend probleem is en gelijkheid een gedeelde Europese
waarde is, is optreden op EU-niveau wenselijk. Daarnaast doet discriminatie zich steeds
vaker online voor op online platforms. Deze platforms opereren veelal in meerdere
lidstaten. Bovendien heeft samenwerking op EU-niveau meerwaarde doordat het bijdraagt
aan de uitwisseling van kennis op het gebied van non-discriminatie tussen de lidstaten.
Dat kan bijvoorbeeld door het delen van best practices op het gebied van racismebestrijding. Om die redenen is nader optreden op het niveau
van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteit van de mededeling
is positief. De mededeling heeft tot doel het bestrijden van discriminatie (meer specifiek:
racisme) in de EU, en het garanderen van een «Unie van Gelijkheid». Het voorgestelde
optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat dit voorstel diverse
aanbevelingen bevat voor de lidstaten als wel concrete stappen voor de Commissie zelf.
De mededeling roept onder meer op om beleid te ontwikkelen op diverse terreinen (o.a.
arbeid(smarkt), onderwijs, cultuur, huisvesting, (gezondheids)zorg, sport, digitale
diensten) en om kennisuitwisseling tussen lidstaten te realiseren middels door de
Commissie georganiseerde workshops. Het kabinet stelt zich op het standpunt dat deze
middelen in de juiste verhouding staan tot het bereiken van de doelen. De aangekondigde
acties gaan niet verder dan noodzakelijk, omdat de mededeling genoeg ruimte laat aan
de lidstaten om eigen taken, verantwoordelijkheden en beleidskeuzes te maken om eigenstandig
en verdergaande maatregelen te nemen.
d) Financiële gevolgen
Het voorstel heeft geen directe financiële gevolgen, aangezien het geen juridisch
bindende verplichtingen bevat. Mochten er toch budgettaire gevolgen zijn, dan worden
deze ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform
de regels van de budgetdiscipline. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar eventuele
budgettaire gevolgen voor uitvoeringsorganisaties en medeoverheden.
Mogelijke (beperkte) kosten kunnen samenhangen met deelname aan door de Commissie
georganiseerde dialogen, kennisuitwisselingen en workshops (inzet van personeel en
apparaatskosten). Indien op termijn wordt besloten tot aanvullende nationale beleidsontwikkeling
of wetgeving ter uitvoering van de aanbevelingen, kunnen daaruit structurele of incidentele
budgettaire gevolgen voortvloeien. Deze gevolgen zijn op dit moment niet te kwantificeren
en zullen, indien aan de orde, afzonderlijk worden beoordeeld en ingepast binnen de
geldende begrotingskaders.
Het kabinet is van mening dat eventueel benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden
binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en
dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet
wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele extra
personele capaciteit wordt opgevangen binnen bestaande budgettaire kaders. Eventuele
budgettaire gevolgen die voortkomen uit deze mededeling worden ingepast op de begroting
van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels van de budgetdiscipline.
In het voorstel van de Commissie voor het MFK 2028–2034 gaan de uitgaven aan CERV+
ter bevordering van rechten en gelijkheid van 1,5 miljard euro naar 3,6 miljard euro.
Daarnaast is de Commissie van plan EU-financiering meer afhankelijk te maken van de
bescherming van grondrechten door individuele lidstaten. Zo moeten lidstaten gepaste
maatregelen treffen om racisme tegen te gaan om in aanmerking te komen voor de ca.
1 biljoen euro voor nationale en regionale samenwerking in het Commissievoorstel voor
het MFK 2028–2034.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Het voorstel heeft geen directe implicaties voor de regeldruk. De strategie bevat
geen bindende verplichtingen. Mogelijke extra werkzaamheden kunnen voortkomen uit
deelname aan dialogen, kennisuitwisselingen, workshops en de verbetering en de uitbreiding
van de geharmoniseerde verzameling van gegevens. Eventuele regeldruk kan bovendien
ontstaan als ervoor wordt gekozen om daadwerkelijk (aanvullend) beleid te ontwikkelen
op beleidsterreinen waar dat nu (nog) niet gebeurt. Het kabinet deelt de visie van
de Commissie dat het bevorderen van gelijkheid en het bestrijden van racisme ook belangrijk
zijn voor het concurrentievermogen van de Europese Unie wereldwijd. Gelet op het karakter
van de strategie is de verwachting dat deze geen directe geopolitieke gevolgen zal
hebben.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.