Brief regering : Verslag over de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3357
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 maart 2026
Hierbij bied ik u het verslag aan voor de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 24 FEBRUARI 2026
Op dinsdag 24 februari jl. vond de Raad Algemene Zaken (RAZ) plaats. Op de agendastond
de voorbereiding van de Europese Raad van 19 en 20 maart. Er was tevens aandacht voor
niet-gewelddadig extremisme, buitenlandse inmenging, en online radicalisering, en
voor het 28ste regime. Verder hield de Raad een lunchbespreking over het European Democracy Shield, waarbij het European Centre for Democratic Resilience (ECDR) werd gelanceerd. De Minister van Buitenlandse Zaken was verhinderd; de Permanente
Vertegenwoordiger bij de EU heeft Nederland vertegenwoordigd.
Voorbereiding Europese Raad 19–20 maart
Oekraïne
Aan het begin van de Raad vond een minuut stilte plaats om te markeren dat de grootschalige
militaire inval in Oekraïne vier jaar geleden plaatsvond en de Russische agressieoorlog
nog altijd voortduurt. Tijdens de Raad benadrukten de meeste lidstaten hun steun aan
Oekraïne, onder meer in relatie tot de lopende vredesonderhandelingen. De Raad sprak
ook over het EU-toetredingsproces van Oekraïne. Hierbij werd stilgestaan bij het belang
van spoedige voortgang. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten daarbij
eveneens het belang van een op merites gebaseerd toetredingsproces. Meerdere lidstaten
spraken Hongarije aan op het niet nakomen van het politieke akkoord zoals overeengekomen
tijdens de Europese Raad in december jl. over de lening aan Oekraïne van EUR 90 miljard.
Meerjarig Financieel Kader (MFK)
De Raad besprak de agendering van het MFK rond drie elementen: (1) concurrentievermogen
en de koppeling met het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF); (2) het financiële
overzicht; en (3) governance. Tijdens de aanstaande Europese Raad worden nog geen getallen besproken. Nederland
benoemde het belang de meerjarenbegroting te moderniseren en te vereenvoudigen, en
onderschreef de focus op de prioriteiten concurrentievermogen, innovatie, asiel en
migratie, en veiligheid en defensie. Nederland sprak zich uit tegen de ongelijke impact
op de nationale begroting en de voorgestelde nieuwe schuldinstrumenten. Enkele lidstaten
riepen juist op tot meer gebruik van gezamenlijke schulden. Daarnaast vroeg Nederland
aandacht voor het versterken van de rechtsstaatsvoorwaarden en benadrukte dat excellentie
en impact leidende principes moeten zijn voor het versterken van het Europees concurrentievermogen.
Een groot deel van de Raad was het eens over het belang van sterkere zeggenschap van
de lidstaten en de Raad bij de uitvoering van MFK-programma’s en de inzet van flexibele
budgetten.
Concurrentievermogen en interne markt
Lidstaten waren eensgezind over het belang van het wegnemen van barrières op de interne
markt, inclusief concrete toezeggingen en tijdslijnen. In de door Von der Leyen aangekondigde
routekaart en het actieplan zullen concrete maatregelen voor 2026 en 2027 worden aangekondigd
om dit mogelijk te maken. Meerdere lidstaten benadrukten de noodzaak om energieprijzen
te verlagen, die sommigen koppelden aan de herziening van het Europees systeem voor
emissiehandel (ETS). Andere lidstaten, waaronder Nederland, spraken zich juist uit
tegen interventie op en herziening van de energiemarkt. Verder was er aandacht voor
de invulling van een mogelijk Europees voorkeursprincipe, voortzetting van de vereenvoudigingsagenda,
het aantrekken van kapitaal en het belang van diversificatie van handelsrelaties.
Midden-Oosten
De Raad besprak de situatie in het Midden-Oosten. Tijdens de Europese Raad van 19
en 20 maart zal de aandacht in ieder geval uitgaan naar de escalatie in het Midden-Oosten
vanwege de ontwikkelingen sindsdien. Daarnaast zal de Raad naar verwachting spreken
over de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Nederland verwelkomde deze
agendering, benadrukte zorgen over de implementatie van de ngo-registratiewetgeving en riep op tot een gecoördineerd EU-optreden, zoals op 20 februari jl. tevens
toegezegd in reactie op het verzoek van uw Kamer.1
Migratie en Veiligheid en defensie
De Raad verwelkomde tevens de agendering van de onderwerpen migratie en veiligheid
en defensie.
European Democracy Shield
Tijdens de lunchbespreking lanceerde de Europese Commissie het European Centre for Democratic Resilience (ECDR), als onderdeel van het in november jl. voorgestelde European Democracy Shield.2 De Raad sprak hierbij steun uit voor het ECDR waarbij een groot aantal lidstaten
inclusief Nederland benadrukte dat duplicatie moet worden voorkomen en nationale competenties
moeten worden gerespecteerd. Het merendeel van de lidstaten steunde de prioriteiten
voor het huidige kalenderjaar: omgang met Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI) en desinformatie, capaciteitsopbouw en het delen van best practices, samenwerking met het maatschappelijk middenveld en (potentiële) kandidaat-lidstaten,
en het betrekken van burgers. Het kabinet ondersteunt deze prioriteiten.
AOB
Niet-gewelddadig extremisme, buitenlandse inmenging en online radicalisering
Oostenrijk en Hongarije vroegen tijdens de Raad aandacht voor de aanpak van niet-gewelddadig
extremisme, buitenlandse inmenging en online radicalisering. Ze bepleitten de noodzaak
voor een gecoördineerde Europese respons om online extremisme aan te pakken. Tijdens
de bespreking onderstreepte Nederland eveneens het belang om online radicalisering,
gewelddadig extremisme en terrorisme aan te pakken en wees op het non-paper dat in
december jl. in gezamenlijkheid met Duitsland en Frankrijk hierover is gepubliceerd.
In dit non-paper is de Europese Commissie opgeroepen om op dit onderwerp een vrijwillige
gedragscode voor online platformen op te stellen.3
28ste regime
Op verzoek van Frankrijk werd het verwachte voorstel voor een 28ste regime besproken als AOB. Het 28ste regime betreft een facultatief, aanvullend Europees ondernemingsrechtelijk kader
naast de nationale stelsels. Uw Kamer is hierover eerder geïnformeerd middels de kabinetsreactie
op de publieke consultatie over het 28ste Regime.4
Tijdens de gedachtewisseling benadrukten enkele lidstaten hun prioriteiten voor het
28ste regime. Sommige spraken uit dat het voorstel zich moet beperken tot het ondernemingsrecht,
met behoud van bestaande niveaus van bescherming, en dat lessen uit eerdere 28e regimes moeten worden meegenomen. Andere lidstaten benadrukten juist het belang van
het adresseren van aangrenzende belemmeringen, zoals fiscale en insolventieregels.
De Commissie kondigde aan het voorstel medio maart te willen publiceren en riep op
tot een prioritaire behandeling.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken