Brief regering : Financiën Wlz-gehandicaptenzorg
34 104 Langdurige zorg
24 170
Gehandicaptenbeleid
Nr. 467
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 maart 2026
In het debat over de regeringsverklaring van 26 februari jl. heeft de Minister-President
toegezegd dat ik de Kamer voorafgaand aan het wetgevingsoverleg (WGO) Gehandicaptenzorg
van 9 maart 2026 nader zal informeren over het financiële beeld van de gehandicaptenzorg
in de Wet langdurige zorg (Wlz). Omdat ik waarde hecht aan een debat met uw Kamer
op basis van goede informatie voldoe ik graag aan deze toezegging.
Allereerst wil ik benadrukken dat het kabinet wil dat passende zorg voor mensen met
een beperking beschikbaar blijft, nu en ook in de toekomst. Daar ga ik deze kabinetsperiode
samen met de sector aan werken. Ik wil met de sector samenwerken vanuit een gezamenlijk
perspectief, waarin mensen met een beperking gewoon in de samenleving kunnen leven,
van kinds af aan. Waarbij zo vroeg mogelijk hulp beschikbaar is voor gezinnen en mensen
met een beperking, gericht op het kunnen deelnemen aan de samenleving. En uiteraard
met zorg en ondersteuning wanneer dat nodig is. Ik zal dit perspectief als uitgangspunt
nemen bij de afspraken die ik wil maken met het oog op de toekomstige houdbaarheid
van de gehandicaptenzorg.
Wat het financiële beeld betreft geldt per saldo het volgende. In de komende jaren
groeit het budget van de langdurige zorg van € 40,6 miljard in 2026 naar € 45,2 miljard
in 2031. In deze cijfers zijn de drie tariefmaatregelen op het terrein van de gehandicaptenzorg,
waar ik in het vervolg van mijn brief nog op terugkom, al verwerkt. Tegelijkertijd
is dit bijna € 1 miljard minder dan door het Centraal Planbureau (CPB) oorspronkelijk
was berekend. Hierbij houdt het CPB rekening met de toename van het aantal mensen
en het feit dat ze ouder worden, en er sprake is van zorgverzwaring en technologische
ontwikkeling. Als we dat oorspronkelijke bedrag volledig beschikbaar zouden stellen
zou daarmee in potentie heel veel nieuw personeel kunnen worden aangetrokken. Dat
personeel is er echter niet. Daarom ligt er een opgave in het coalitieakkoord om de
langdurige zorg anders te organiseren. Meer gericht op passende zorg, minder administratieve
lasten en de beweging naar de voorkant.
Dan kun je bijvoorbeeld denken aan ouderen trainen om zichzelf zelfstandig te blijven
aankleden met een hulpmiddel. Daarmee behoudt een oudere zelfstandigheid en kwaliteit
van leven. En het scheelt dagelijks verpleegkundige inzet en daarmee ook geld. In
de gehandicaptenzorg valt te denken aan vroegsignalering van mensen met een licht
verstandelijke beperking (LVB) zodat lichte beperkingen niet onnodig uitgroeien tot
zware zorgvragen. Ook dat draagt via een minder groot beroep op zorgpersoneel en lagere
kosten bij aan de houdbaarheid van de zorg.
Daar wil ik samen met de sector mee aan de slag. En zo remmen we ook de uitgavengroei
af zoals het CPB die voorspelt. Het kabinet boekt daar € 990 miljoen in 2031 voor
in. Dat is dus geen geld weghalen bij de zorgaanbieders. Maar goed kijken welke groei
nodig is. Deze ontwikkeling valt op verschillende manieren te beschrijven. Gesteld
kan worden dat het gaat om «afremmen van groei die niet houdbaar is». Want zelfs als
we ongelimiteerd geld hadden, hebben we op termijn de mensen niet om alle zorg te
verlenen. Het kan ook «minder meer» worden genoemd. En dat heb ik ook al gedaan. Maar
die term helpt wat mij betreft alleen als je «minder» net zo benadrukt als «meer».
En in gesprekken die ik deze week heb gehad met mensen uit de zorg, zoals de bestuurders
en medewerkers van ’s Heeren Loo en de zorgambassadeurs gaat het gewoon over «bezuinigingen».
En die term omarm ik ook want zo wordt het natuurlijk ervaren als je minder krijgt
dan je verwachtte.
Omdat het gaat om hele grote bedragen die we in goed overleg wellicht slimmer kunnen
inzetten denk ik dat er mogelijkheden zijn om liefdevolle, menswaardige zorg van hoge
kwaliteit in stand te houden En tegelijkertijd minder uit te geven dan het CPB oorspronkelijk
heeft geraamd. En we zien dat dit eerder ook al is gelukt. Er zijn al allerlei ontwikkelingen
gaande die daarbij helpen, zoals mensen die langer thuis blijven wonen en daardoor
in mindere mate een beroep doen op dure verpleeghuiszorg, maar ook allerlei ontwikkelingen
die leiden tot slimme en efficiëntere zorg. Die plannen ga ik heel zorgvuldig uitwerken.
Met mensen die zorg krijgen, hun naasten, mensen die in de zorg werken en natuurlijk
de Tweede en Eerste Kamer. Met grote zorg en aandacht voor de meest kwetsbaren.
Ontwikkelingen in de Wlz-gehandicaptensector
In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de voorgenomen tariefmaatregelen en tariefsverhogingen
op grond van kostenonderzoeken die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Het betreft
hier bedragen die aansluiten bij de VWS-begroting 2026, waarin dus het coalitieakkoord
nog niet is verwerkt. De totale uitgaven aan Wlz-gehandicaptenzorg bedragen in 2026
afgerond € 15,3 miljard, waarvan € 12,7 miljard wordt ingezet via zorg in natura en
€ 2,6 miljard via persoonsgebonden budgetten (bedragen in loon- en prijspeil 2026).
Tabel 1: Tariefmaatregelen en tariefsverhogingen gehandicaptenzorg (stand ontwerpbegroting
VWS 2026)
Bedragen in mln euro
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Tariefmaatregelen Wlz-gehandicaptenzorg:
1
Meerjarig contracteren
– 52
– 52
– 52
– 52
– 52
2
Wlz-behandeling
– 88
– 88
– 88
– 88
– 88
3
Opschaling digitale zorg
– 18
– 44
– 73
– 99
– 108
4
Subtotaal tariefmaatregelen
– 158
– 184
– 213
– 239
– 248
Aanpassing NZa-tarieven gehandicaptenzorg:
5
NZa kostenonderzoek GHZ 20251
128
128
128
128
128
128
6
NZa kostenonderzoek GHZ 2026
112
112
112
112
112
112
7
NZa kostenonderzoek NHC 20262
140
140
140
140
140
140
8
NZa kostenonderzoek LVHC 20263
13
10
13
13
13
13
9
Subtotaal tariefsverhogingen
393
390
393
393
393
393
X Noot
1
Na aftrek van de tijdelijke middelen voor VG7 ad € 40 miljoen die in 2024 al beschikbaar
waren.
X Noot
2
NHC = normatieve huisvestingscomponent;
X Noot
3
LVHC = Laag volume, hoog complexe zorg.
Tabel 1 begint met een overzicht van de tariefmaatregelen op het terrein van de gehandicaptenzorg
vanuit de kabinetten Rutte IV en Schoof. In het kabinet Rutte IV zijn meerjarig contracteren1 en Wlz-behandeling als maatregelen opgenomen. Het kabinet Schoof heeft de tariefmaatregel
voor opschaling digitale zorg daaraan toegevoegd. Samen tellen ze op tot een bedrag
van € 158 miljoen in 2027 (circa 1,25 procent van de omzet aan gehandicaptenzorg in
natura). De besparingen lopen daarna geleidelijk op tot € 248 miljoen structureel
vanaf 2031.
Kort samengevat was het idee achter deze maatregelen dat met een efficiëntere inrichting
van de bedrijfsvoering of een slimmere inzet van personeel en technologie een verlaging
van het tarief mogelijk is. Ik schets u hieronder de onderbouwing die destijds bij
het opnemen van de maatregelen is gegeven:
a) Zorgaanbieders hebben diverse mogelijkheden om hun bedrijfsvoering te verbeteren en
daarmee hun kosten te verlagen. Zo leidt een hoog ziekteverzuim tot relatief dure
inhuur van personeel. Daarnaast kan inzicht in het meerjarige budgettaire kader en
meerjarige afspraken tussen zorgkantoren en zorgaanbieders meer financiële zekerheid
bieden, die zorgaanbieders kunnen benutten om medewerkers die nu extern worden ingehuurd
in vaste dienst te nemen en daarmee kosten te besparen. Een dergelijke besparing op
de personeelsuitgaven kan generiek worden verwerkt in een tariefkorting. De inzet
van meer vast personeel kan ook bijdragen aan betere kwaliteit van zorg.
b) Zorg voor cliënten die behandeling vanuit de Wlz ontvangen, is duurder dan zorg voor
cliënten die behandeling vanuit de Zvw ontvangen. De oorspronkelijke maatregel wilde
dit verschil tussen kosten voor behandeling reduceren door de behandeling over te
hevelen van de Wlz naar de Zvw. Op verzoek van de Wlz-sectoren (waaronder dus ook
de gehandicaptenzorg) is deze voorgenomen maatregel omgezet in een tariefmaatregel,
waarmee een deel van het kostenverschil zou moeten worden beperkt.
c) Door de implementatie van digitale zorgtoepassingen te versnellen en de werkprocessen
hierop aan te passen stijgt de arbeidsproductiviteit. Daarmee kan deze maatregel een
bijdrage leveren in tijden van personeelskrapte en leiden deze tot lagere personeelskosten
van zorgaanbieders. Vanwege deze dalende personeelskosten kan het tarief worden verlaagd.
Om deze maatregelen daadwerkelijk te effectueren dient de Minister van VWS een aanwijzing
met onderbouwing te geven aan de NZa. Voordat een aanwijzing aan de NZa wordt verzonden
moet de zakelijke inhoud gedurende 30 dagen worden voorgehangen bij beide Kamers.
De Kamers kunnen dan hun opvatting geven over de maatregel. De voorhangprocedure moet
uiterlijk voor 1 juli met goed gevolg zijn afgerond om van kracht te zijn per 2027.
In verband met de maatregel meerjarig contracteren is reeds in juni 2023 een aanwijzing
gegeven aan de NZa, maar deze is uiteindelijk op verzoek van de Tweede Kamer niet
doorgevoerd in de jaren 2024, 2025 en 2026. Op grond van de bestaande (gewijzigde)
aanwijzing zal deze nu ingaan per 20272. De voorgenomen maatregel Wlz-behandeling is in 2025 en 2026 controversieel verklaard3 en de voorhangprocedure aan de Kamers met het voornemen om deze maatregel per 2027
door te voeren is nog niet gestart. Ook voor de maatregel opschaling digitale zorg
die ingaat per 2027 is de voorhangprocedure nog niet gestart. De sector heeft meermaals
aandacht gevraagd voor deze drie tariefmaatregelen en ik hecht er dan ook aan met
hen in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen. In de ouderenzorg hebben de
gesprekken geleid tot het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) waarin afspraken zijn
gemaakt over een andere invulling van een viertal tariefmaatregelen in de sector Verpleging
en Verzorging.
Overigens zijn de maximumtarieven voor de Wlz-gehandicaptenzorg zowel in 2025 als
in 2026 verhoogd naar aanleiding van kostenonderzoeken van de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) over het jaar 2022. Deze verhogingen zorgen ervoor dat de maximumtarieven (bij
gelijkblijvende aanspraken en bedrijfsvoering) voor de gehandicaptenzorg tenminste
redelijkerwijs kostendekkend zijn. In het zorginkoopbudget dat door de Minister wordt
vastgesteld, het zogenaamde Wlz-kader, is met deze ophoging rekening gehouden. Zo
kan voldoende zorg in worden gekocht door de zorgkantoren. Op regel 9 van tabel 1
is te zien dat de vier kostenonderzoeken tot tariefsverhogingen voor de zorgaanbieders
hebben geleid met een waarde van € 393 miljoen structureel vanaf 2026.
Groei Wlz-uitgaven en Wlz-maatregel coalitieakkoord «Aan de slag»
Waar het voorgaande specifiek in ging op de gehandicaptensector is er vanuit het coalitieakkoord
«Aan de slag» voor alle sectoren in de Wlz een maatregel opgenomen, die nog niet is
gespecificeerd naar de sectoren. Daarom wordt het totaal voor de Wlz hieronder nader
toegelicht. Grafiek 1 brengt de ontwikkeling van de Wlz-uitgaven in beeld voor de
periode 2026–20314.
Om tot een goede verdeling van de groeiruimte met een deugdelijke onderbouwing over
de sectoren te komen heb ik nog iets meer tijd nodig. Bij de verdeling van de groeiruimte
wil ik rekening houden met de tijd die nodig is om een transitie te kunnen maken.
Er mag geen sprake zijn van oplopende wachtlijsten of van oplopende druk op medewerkers
in de zorg als gevolg van het afremmen van de groei. Ook staat het voor mij vast dat
de kwaliteit van zorg en ondersteuning in de Wlz blijft voldoen aan het kwaliteitskompas
zoals de sector dat heeft geformuleerd.
De geschetste groei van de Wlz-uitgaven is mogelijk doordat het kabinet jaarlijks
budgettaire groeiruimte beschikbaar stelt. Hiermee kunnen onder meer demografische
ontwikkelingen, zorgverzwaring van cliënten en ontwikkelingen in de stand van wetenschap,
technologie en praktijk binnen het Wlz-kader worden opgevangen. De raming van de groeiruimte
wordt door het Centraal Planbureau (CPB) gemaakt. De definitieve groeiruimte over
deze kabinetsperiode wordt na publicatie van de CEP-raming vastgesteld.
Grafiek 1: Ontwikkeling Wlz-uitgaven 2026–2031; basispad Ontwerpbegroting 2026 en
groeiruimte voor en na coalitieakkoord/CA (bedragen in miljarden euro, prijspeil 2026)
De blauwe staafjes in grafiek 1 maken inzichtelijk in hoeverre de maatregelen van
vorige kabinetten de groei van de Wlz-uitgaven beogen af te afremmen.
Over de periode 2026 – 2031 gaat het daarbij om een bedrag van afgerond € 1,4 miljard
(€ 40,6 miljard minus € 39,2 miljard). Deze lagere groei volgt voor circa € 1,1 miljard
uit reeds doorgevoerde maatregelen op het terrein van de ouderenzorg (zoals de besparingen
op grond van scheiden van wonen en zorg en de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord
Ouderenzorg/HLO). Daarnaast is hierin het effect opgenomen van de voorgenomen tariefmaatregelen
voor de gehandicaptenzorg (oplopend tot € 248 miljoen vanaf 2031) en de tariefmaatregel
voor de langdurige ggz (€ 13 miljoen structureel).
Voor de zorginkoop in 2026 is op de VWS-begroting een bedrag beschikbaar van € 40,6
miljard, waarvan € 15,3 miljard voor gehandicaptenzorg. Zoals gebruikelijk monitor
ik op grond van uitvoeringsgegevens van de NZa of het budgettaire Wlz-kader voor het
lopende jaar voldoende is. In dat kader heb ik u onlangs de zogenoemde februaribrief
2026 toegestuurd5. De februaribrief laat zien dat er in 2026 voldoende ruimte is binnen het Wlz-kader
om tijdig goede zorg in te kopen. Deze brief zal ik betrekken bij de voorbereidingen
van de Voorjaarsbesluitvorming van het kabinet.
Het nieuwe kabinet wil de groei van de uitgaven in de Wlz vanaf 2027 afremmen via
bestuurlijke akkoorden in de langdurige zorg. Dit betreft de gehandicaptenzorg, de
ouderenzorg en de langdurige GGZ. Zoals opgenomen in het coalitieakkoord zet ik hierbij
in op passende persoonsgerichte zorg en de beweging naar voorkant.
Het afremmen van de groei heb ik in grafiek 1 inzichtelijk gemaakt via de oranje staafjes
(groeiruimte in Ontwerpbegroting 2026) en de gele staafjes (voorlopige groeiruimte
bij publicatie van het coalitieakkoord). Per saldo is er in 2031 op grond van het
coalitieakkoord dus een voorlopige groeiruimte beschikbaar van afgerond € 6,0 miljard
(ten opzichte € 7,0 miljard in het basispad). De Wlz-uitgaven groeien op basis hiervan
van € 40,6 miljard in 2026 tot € € 45,2 miljard in 20316.
Tabel 2 bevat de financiële opgave die is gekoppeld aan deze maatregel van het coalitieakkoord
cijfermatig.
Tabel 2: Afremmen groei Wlz-uitgaven via bestuurlijke akkoorden 2027–2031
Bedragen x € 1 miljoen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Bestuurlijk akkoord Wlz
–
– 130
– 345
– 560
– 775
– 990
Met de verschillende sectoren wil ik in gesprek om afspraken te maken over hoe we
met de resterende beschikbare groeiruimte kunnen sturen op passende zorg en de beweging
naar de voorkant.
Tot slot
Ik realiseer mij dat deze brief vooral ingaat op de financiële ontwikkelingen in de
gehandicaptenzorg en de (financiële) opgave die er ligt. Daarmee zijn de mensen om
wie het gaat voor mij niet uit beeld. Mensen met een beperking, hun naasten en mensen
die iedere dag hun best doen om mensen met een beperking liefdevol te verzorgen en
ondersteunen. Deze mensen houd ik steeds voor ogen als ik gesprekken voer met de sector.
Ik zal organisaties die deze mensen vertegenwoordigen daarom ook voor deze gesprekken
uitnodigen. Uiteraard ga ik ook graag met uw Kamer in gesprek over de zorgen, aandachtspunten
en mogelijke oplossingsrichtingen waarvan u denkt dat rekening mee moet worden gehouden
in het wetgevingsoverleg gehandicaptenzorg van 9 maart a.s.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport