Brief regering : Berichtgeving ILT over druppellekkages bij vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor
30 373 Vervoer gevaarlijke stoffen
29 893
Veiligheid van het railvervoer
Nr. 82
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Op 22 januari jl. publiceerde de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het nieuwsbericht
«Extra aandacht voor schoon en veilig vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor» over
de signalering en aandacht voor zogenoemde druppellekkages1. Tijdens de begrotingsbehandeling IenW op 22 januari is een toezegging gedaan aan
het lid Kostić2 om in een brief toelichting te geven over dit bericht.
De ILT geeft in het bericht aan dat ze in 2025 op basis van meldingen en eigen toezicht
ruim 400 druppellekkages hebben geconstateerd. Dit is een sterke stijging ten opzichte
van vorige jaren. Bij een druppellekkage gaat het soms om een defect aan een afsluiter,
soms lijken handelingen door verantwoordelijke partijen in de keten niet (goed) uitgevoerd
en in andere gevallen is er sprake van restproduct aan de buitenzijde van een ketelwagen.
Deze stijging van het aantal lekkages is volgens het ministerie, de ILT en ook de
keten volstrekt onwenselijk. Gezien de omvang van de stijging hebben de betrokken
partijen gedurende 2025 aandacht besteed aan dit onderwerp. In deze brief geef ik
invulling aan de toezegging om toelichting te geven op het nieuwsbericht en wordt
ingegaan op de toename van deze veelal relatief kleine druppellekkages en op de acties
die al zijn ingezet. Daarnaast wordt ook ingegaan op het veilig vervoer van gevaarlijke
stoffen en hoe we dat in Nederland wettelijk hebben geregeld.
Veilig vervoer van gevaarlijke stoffen
Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor gelden de internationale eisen
uit het verdrag voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor (RID)3. Deze zijn geïmplementeerd via de regeling vervoer van gevaarlijke stoffen over het
spoor (VLG). Vervoer dat aan deze regelgeving voldoet, is voldoende veilig en mag
daarom internationaal vervoerd worden. Het Ministerie van IenW stelt, samen met de
andere lidstaten van het RID en de EU, de internationale eisen op. Het is de verantwoordelijkheid
van de hele vervoersketen (vuller, verlader, verzender, vervoerder, ontvanger) om
het vervoer op een veilige manier te laten plaatsvinden. De ILT ziet hier in Nederland
risicogericht op toe, en handhaaft op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie
Omgevingsrecht (LHSO). Daarnaast is er in Nederland een plicht om bij het vervoer
van gevaarlijke stoffen voorvallen of ongevallen te melden. Dit draagt bij aan het
zicht op de veiligheid van het vervoer en stelt de ILT in staat om te beoordelen of
en zo ja op welke wijze een vervoershandeling na het voordoen van een voorval voortgezet
kan worden.
Aandacht voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft te allen
tijde belangrijk. Daarom wil het ministerie bij de beleidsontwikkeling van het vervoer
van gevaarlijke stoffen ook de focus leggen op gesprekken over daadwerkelijke veiligheid
en blijvende inzet om het huidige veiligheidsniveau te behouden. Dat wordt onder andere
gedaan door bij nieuwe technologische ontwikkelingen, wetenschappelijke inzichten
en bij ongewone voorvallen of ongevallen in gesprek te gaan en in te zetten op proportionele
acties om de regelgeving en naleving daarvan op hoog niveau te houden. Zo ook bij
de druppellekkages.
Oorzaak stijging geconstateerde druppellekkages
Vanaf eind 2024 is er op basis van meldingen en het toezicht door de ILT een stijging
geconstateerd van situaties waarbij druppellekkages zijn aangetroffen. Dit signaal
is eerder gedeeld in de «Reflectie op het spoor in 2025» die de ILT uitbracht bij
het Jaarverslag Spoorwegveiligheid 2024.4 Meestal gaat het hierbij om relatief kleine hoeveelheden vloeistof die uit de wagons
lekken of waarbij restproduct zich aan de buitenzijde bevindt. Uit de analyse van
de meldingen blijkt er in sommige gevallen sprake te zijn van technische defecten
aan de ketelwagens. Er zijn ook gevallen waar geen technisch defect is aangetroffen.
Mogelijk dat er in die gevallen bij het laden/vullen van de reservoirwagen iets niet
goed is gegaan. Verder heeft de ILT naar aanleiding van de toegenomen meldingen en
constateringen eerder risicogericht besloten om meer controles op dit aspect uit te
voeren.
Ondanks de over het algemeen beperkte hoeveelheid vrijkomend product is het belangrijk
om zulke lekkages te voorkomen en adequaat te handelen als ze toch voorkomen. Het
vormt een risico voor mens en milieu. Daarom ben ik blij met de scherpe aandacht voor
dit soort voorvallen. Het zorgt ervoor dat de opvolging van de regelgeving in brede
zin op hoog niveau blijft.
Ondernomen acties
Er wordt op verschillende manieren ingezet om het aantal (geconstateerde) druppellekkages
te verkleinen. De ILT zet momenteel in op een bronaanpak bij het laden en lossen van
ketelwagens. Daarnaast wordt er door IenW nationaal en internationaal aandacht gevraagd
voor het onderwerp en uniforme toepassing van regelgeving (RID), om daarbij een gelijk
speelveld in Europa te garanderen.
De ILT heeft het project laden en lossen gestart waarbij met de keten extra aandacht
en toezicht wordt gevestigd op de procedures voor het laden en lossen van stoffen.
De ILT kijkt op werkvloerniveau mee of de laders en lossers procedures hebben die
aansluiten op de verplichtingen in het RID. Ook zijn gesprekken gevoerd met veiligheidsdiensten,
de branchevereniging van tankopslagbedrijven en de chemische industrie. Het ministerie
steunt deze actie.
IenW blijft het onderwerp druppellekkages meenemen bij reguliere gesprekken met ILT,
ProRail en de keten. Daarin wordt door de keten gevraagd om duidelijkheid en informatie
te geven bij constateringen van de ILT, zodat daarop proportioneel actie kan worden
ondernomen.
Omdat de ILT-inzet op druppellekkages onderdeel vormt van het toezicht op internationale
regelgeving en internationaal vervoer, is het ook belangrijk om de druppellekkages
in naburige landen en binnen de overleggen over het RID te bespreken. ILT spreekt
en onderneemt gezamenlijke controles met Duitsland en België. Daar is in dezelfde
tijdsperiode geen noemenswaardige toename van het aantal druppellekkages geconstateerd.
IenW heeft in internationaal overleg van het RID, aandacht gevraagd voor uniforme
toepassing én handhaving van de voorschriften over druppellekkages5. Dat is belangrijk voor een gelijk Europees speelveld. In de internationale regelgeving
zit ruimte voor de interpretatie van de regelgeving bij handhaving. In de vergadering
is bevestigd dat gevaarlijke resten aan de buitenkant van de tankwagen gedurende transport
een overtreding is. Uit de internationale vergadering bleek ook dat er ruimte is voor
de interpretatie over de vraag of kleine restanten aan de buitenzijde van ketelwagons
ook gevaarlijk zijn, en over de wijze van handelen. Deze restanten maken onderdeel
uit van de in 2025 door de ILT geconstateerde lekkages, maar worden in verschillende
andere landen niet als zodanig beoordeeld.
IenW en ILT blijven in gesprek. Mocht uit de analyses van de druppellekkages blijken
dat verduidelijking of aanscherping van het RID wenselijk is, zal IenW in afstemming
met de ILT daarvoor voorstellen ontwikkelen. Een internationale inzet kan helpen om
druppellekkages van vervoer naar en uit het buitenland te verminderen.
Kortom, de stijging in het aantal druppellekkages is ongewenst en moet worden verminderd.
Ondanks het beperkte risico van druppellekkages zijn de sector, ILT en IenW vorig
jaar gestart met een aantal concrete acties om de stijging te keren. De verwachting
is dat met bovengenoemde acties het aantal druppellekkages op korte termijn zal dalen.
Tegelijkertijd laat deze kwestie zien dat de regelgeving, verantwoordelijkheden in
de keten, toezicht en handhaving cruciaal zijn ter bescherming van mens en milieu.
De ILT rapporteert jaarlijks over het toezicht en handhaving van het vervoer van gevaarlijke
stoffen over het spoor in het jaarverslag spoorveiligheid. De cijfers van 2025 zullen
eind dit jaar in het jaarverslag spoorveiligheid 2025 terugkomen. De inzet van alle
partijen is dat het jaarverslag spoorveiligheid 2026, dat in 2027 wordt gepubliceerd,
een forse verbetering zal laten zien.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat