Brief regering : Fiche: EU-drugsstrategie
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4246
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 10 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU (Kamerstuk
22 112, nr. 4239).
Fiche – Mededeling EU-Agenda voor Steden (Kamerstuk 22 112, nr. 4240).
Fiche – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) (Kamerstuk 22 112, nr. 4241).
Fiche – Finaliteitsverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 4242).
Fiche – Mededeling over het EU actieplan tegen drugshandel (Kamerstuk 22 112, nr. 4243).
Fiche – RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen (Kamerstuk 22 112, nr. 4244).
Fiche – Wijzigingsvoorstel Verordening CO2-emissienormen zware bedrijfsvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 4245).
Fiche – Herziening EU-drugsstrategie.
Fiche – Mededeling European Democracy Shield (Kamerstuk 22 112, nr. 4247).
Fiche – Mededeling EU strategie Maatschappelijke Organisaties (Kamerstuk 22 112, nr. 4248).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: EU-drugsstrategie
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Communication from the Commission to the European Parliament and the Council on the
EU Drugs Strategy
b) Datum ontvangst Commissiedocument
4 december 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025) 743 final
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52025DC0743 – EN – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld.
f) Behandelingstraject Raad
Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ)
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in nauwe samenwerking met Ministerie
van Justitie en Veiligheid (JenV)
2. Essentie voorstel
Op 4 december 2025 publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) de mededeling
over de nieuwe EU-drugsstrategie.1 Deze strategie is de opvolger van de EU-drugsstrategie 2021–20252 en legt de prioriteiten voor het Europese drugsbeleid voor de komende jaren vast.
In tegenstelling tot de vorige strategie die was opgesteld door de Raad, is dit keer
de Commissie penvoerder.
De strategie is opgesteld tegen de achtergrond van recente ontwikkelingen in de Europese
drugssituatie. Daarbij wijst de Commissie op de toenemende beschikbaarheid van drugs
en de opkomst van steeds risicovollere stoffen, evenals op groeiende problemen op
het gebied van gezondheid, sociale schade, georganiseerde criminaliteit en milieuschade.
Tot slot wijst de Commissie op problemen rondom de normalisering van cocaïnegebruik
en andere stimulerende middelen.
Het doel van de strategie is om burgers en samenlevingen te beschermen tegen de schadelijke
gevolgen van drugsgebruik en drugshandel, door gezondheid, sociale maatregelen en
veiligheid in een geïntegreerde aanpak te verbinden. De strategie bouwt voort op de
evaluatie van de vorige strategie en het bijbehorende actieplan, waaruit de noodzaak
van een meer operationele en resultaatgerichte benadering naar voren kwam.3 De strategie is aangekondigd in de Interne Veiligheidsstrategie4 en is ingebed in bredere EU-kaders, waaronder de Paraatheidsuniestrategie,5
de Europese Gezondheidsunie6 en het EU-raamwerk voor ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid.7
De Commissie stut de strategie op een fundament met vijf pijlers. In de eerste pijler zet de Commissie in op het verhogen van de paraatheid door monitoring en vroegsignalering
te verbeteren. Zij ziet daarbij een belangrijke rol voor de European Union Drugs Agency
(EUDA) en Europol. Zo wordt voorgesteld dat EUDA dreigingsanalyses zal ontwikkelen,
waaronder een specifieke analyse van krachtige synthetische opioïden. Daarnaast focust
de Commissie op foresight en horizon scanning, om tijdig op ontwikkelingen zoals digitalisering, nieuwe gebruiksvormen (waaronder
vapen) en de opkomst van synthetische drugs te kunnen anticiperen. De Commissie stimuleert
lidstaten om nationale paraatheids- en responsmaatregelen te ontwikkelen. Ook onderstreept
de Commissie het belang van onderzoek en innovatie, onder meer ter ondersteuning van
de detectie van nieuwe stoffen en precursoren. De Commissie zal, in samenwerking met
o.a. Europol, de verspreiding van innovatieve methodes coördineren.
In de tweede pijler richt de Commissie zich op gezondheid, preventie en herstel. De Commissie roept lidstaten
op om zowel universele als gerichte preventieactiviteiten te versterken. De Commissie
intensiveert haar inzet op preventieve en mentale gezondheid, onder meer via het kader
Healthier Together8 en een afzonderlijke mededeling over mentale gezondheid.9 In samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ondersteunt zij lidstaten
bij capaciteitsopbouw, kennisdeling en training, onder meer via het door de EU gefinancierde
European Programme for Mental Health Exchanges, Networking and Skills (PROMENS), met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Om het risicobewustzijn
te vergroten bevordert de Commissie evidence-based voorlichting over drugsgebruik.
EUDA ondersteunt lidstaten hierbij door wetenschappelijk bewijs en best practices
te verzamelen en te verspreiden. Lidstaten worden aangemoedigd om toegankelijke, vrijwillige
en kwalitatieve behandeling te waarborgen en sociale ondersteuning te bieden. De Commissie
en EUDA stimuleren lidstaten om hierbij bestaande Europese en internationale kwaliteitsstandaarden
voor preventie, behandeling en zorg toe te passen.
In de derde pijler intensiveert de Commissie de bestrijding van drugshandel door de operationele samenwerking
tussen politie, justitie, douane, Frontex en havens te versterken. De Commissie concretiseert
deze inzet in een afzonderlijk EU Action Plan on Drug Trafficking10 voor de periode 2026–2030, gericht op havens, luchtvaart, post- en pakketstromen,
financiële stromen en online drugshandel.
In de vierde pijler versterkt de Commissie schadebeperking en richt zij zich op het verminderen van de
maatschappelijke impact van drugsgebruik. De Commissie moedigt lidstaten aan harm-reductionvoorzieningen
te versterken, zoals het voorkomen van overlijden bij overdoses door toediening van
het middel naloxon en zogenaamde spuitomruilprogramma’s: de mogelijkheid voor drugsgebruikers
om gebruikte naalden te ruilen voor schone en daarmee ziektes te voorkomen. De Commissie
zet in op het tegengaan van drugsgerelateerd geweld, het voorkomen van rekrutering
van jongeren door criminele netwerken, het verminderen van stigma en het beperken
van milieuschade als gevolg van illegale drugsproductie.
In de vijfde pijler intensiveert de Commissie samenwerking met buurlanden en internationale partners
bij de aanpak van drugshandel, precursorstromen en synthetische drugs. Dit gebeurt
onder meer via bestaande samenwerkingskaders zoals het European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT), de European Ports Alliance en multilaterale fora, waaronder de Commission on Narcotic Drugs.
Tot slot ontwikkelt de Commissie in samenwerking met de lidstaten een implementatiekader,
waarin samenwerking tussen gezondheids-, sociale en veiligheidssectoren centraal staat.
EUDA en Europol dragen bij aan monitoring en evaluatie.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet voert een drugsbeleid dat is gericht op het beschermen van de gezondheid
van de bevolking, onder andere door middel van het voorkomen van drugsgebruik.11 Drugsgebruik gaat gepaard met aanzienlijke gezondheidsrisico’s, waaronder verslaving,
psychische problematiek en een verhoogd risico op ernstige gezondheidsincidenten.
Het kabinet zet daarom in op preventie, vroegsignalering, verslavingszorg, harm reduction
en bewustwording van de gezondheids- en maatschappelijke risico’s van drugsgebruik,
binnen de bredere ambitie van een gezonde toekomstige generatie. Monitoring en onderzoek
vormen een belangrijke basis om trends, risicogroepen en effecten van interventies
in beeld te houden en het beleid gericht bij te sturen.
Tegelijkertijd beschouwt het kabinet drugscriminaliteit als een ernstige bedreiging
voor de samenleving. Drugshandel vormt het dominante verdienmodel van georganiseerde
ondermijnende criminaliteit en gaat gepaard met geweld, corruptie, witwassen en maatschappelijke
schade. Daarom zet het kabinet in op een krachtige en integrale aanpak van criminele
netwerken, handels- en geldstromen, waarbij strafrechtelijke, bestuurlijke en preventieve
instrumenten samenkomen. Ook wordt gewerkt aan de weerbaarheid van overheid, bedrijven
en gemeenschappen. Deze inzet wordt ondersteund door gerichte voorlichting en bewustwording
over de gevolgen van drugsgebruik voor gezondheid, veiligheid en samenleving. In 2025
zijn de Ministeries van VWS en JenV de communicatiestrategie «Drugs raakt ons allemaal»
gestart, met als doel inzichtelijk te maken wat de gevolgen van drugsgebruik zijn
voor gezondheid, milieu, criminaliteit en samenleving.
Het kabinet hecht binnen de geldende juridische kaders groot belang aan een goede
internationale samenwerking en informatie-uitwisseling, zowel bilateraal als multilateraal
binnen de EU en de Verenigde Naties (VN).
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet acht de EU-drugsstrategie wenselijk en opportuun. De brede inzet van de
strategie op zowel criminaliteitsbestrijding, volksgezondheid, preventie en schadebeperking,
sluit aan bij de inzet van het kabinet. Onder andere het in de strategie genoemde
delen van best practices op het terrein van preventie van gebruik en het door de EUDA
delen van nieuwe interventies en best practices op het gebied van schadebeperking
kunnen daar een meerwaarde hebben. Bovendien is het belangrijk om de schade op het
milieu van drugscriminaliteit tegen te gaan. De in de strategie genoemde ontwikkeling
door de EU van methodes om inbeslag genomen drugs, precursoren en drugsafval velig
en milieuvriendelijk te verwerken kunnen daar aan bijdragen.
Drugsproblematiek vormt een grensoverschrijdende uitdaging met grote maatschappelijke
impact. Lidstaten kunnen ontwikkelingen rond nieuwe psychoactieve stoffen, synthetische
drugs, precursorstromen, digitale handel en internationale smokkelroutes afzonderlijk
niet altijd voldoende effectief tegengaan. Een gecoördineerd EU-kader kan bijdragen
aan een betere informatiepositie, tijdige signalering, versterkte samenwerking en
een meer effectieve aanpak van criminele netwerken. Het kabinet omarmt de EU-drugsstrategie
als ondersteuning van de nationale inzet en onderschrijft met name de aandacht voor
monitoring, vroegsignalering en dreigingsanalyses, de inzet op het tegengaan van georganiseerde
criminaliteit en geweld, de focus op precursoren en logistieke knooppunten, en de
versterkte internationale samenwerking met derde landen en partners.
Het kabinet is positief over de verdere concretisering van een gedeelte van de strategie
via het actieplan tegen drugshandel.12 Dit actieplan biedt een belangrijke basis voor versterkte samenwerking tussen lidstaten
bij de aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit, bijvoorbeeld ten aanzien van
het geweld en de logistiek die hier onderdeel van zijn. Het kabinetsstandpunt over
de mededeling dat ten aanzien van dit actieplan wordt opgesteld in de vorm van een
BNC-fiche, zal binnenkort aan de Kamer gezonden worden.
Het kabinet ziet daarnaast nog kansen om de uitvoering van de EU-drugsstrategie verder
te versterken met Europese samenwerking op het terrein van preventie, behandeling,
harm reduction en schadebeperking. Het kabinet zal deze mogelijkheden in de verdere
besprekingen en implementatiefase actief blijven inbrengen.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Als eerste initiële reactie hebben veel lidstaten in algemene zin positief gereageerd
op de EU-drugsstrategie. Veel lidstaten zien de strategie als een bruikbaar kader
voor het Europese drugsbeleid voor de komende periode, maar signaleren aandachtspunten
bij de verdere uitwerking. Daarbij zijn vragen gesteld over het ontbreken van een
breed actieplan voor de gehele strategie, naast het reeds gepresenteerde actieplan
gericht op de bestrijding van drugshandel. In dat verband is gesproken over de verhouding
tussen de strategische ambities en de concrete invulling daarvan, met name ten aanzien
van preventie, behandeling en schadebeperking in relatie tot de meer operationeel
uitgewerkte veiligheidsmaatregelen. Ook is gevraagd naar de samenhang met andere Commissiedocumenten.13 Verder is behoefte uitgesproken aan duidelijkheid over de implementatie van de strategie.
Dit betreft onder meer de rol van de Raad, de wijze van monitoring en evaluatie en
het moment van eventuele bijstelling. De Commissie heeft aangegeven dat verdere uitwerking
zal plaatsvinden in een implementatiekader, waarbij lidstaten zullen worden betrokken.
Ten aanzien van de externe dimensie is in brede kring steun uitgesproken voor het
versterken van de samenwerking met derde landen en internationale partners. Het Europees
Parlement heeft zich (nog) niet uitgesproken over de strategie.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op het
strategisch kader voor het drugsbeleid van de EU. Op het terrein van bescherming en
verbetering van de menselijke gezondheid is sprake van een ondersteunende, coördinerende
en aanvullende bevoegdheid van de Unie (artikel 6 onder a, VWEU). Op het terrein van
de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is sprake van een gedeelde bevoegdheid
tussen de EU en lidstaten (artikel 4, lid 2, onder j, VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft als doel drugsgebruik
en georganiseerde misdaad terug te dringen. De Commissie wil dit bereiken via wetenschappelijk
bewezen gezondheids-, sociale en veiligheidsmaatregelen. Ook overstijgen ontwikkelingen
rond nieuwe en steeds krachtigere psychoactieve stoffen, synthetische drugs, precursorstromen,
digitale handel en internationale smokkelroutes, nationale grenzen. Gezien dit grensoverschrijdende
karakter van de drugsproblematiek, die bovendien zowel de volksgezondheid als de veiligheid
raakt, kan deze uitdaging onvoldoende door de lidstaten afzonderlijk op centraal,
regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom is een (versterkte) EU-aanpak
nodig. Door monitoring, vroegsignalering, kennisuitwisseling en versterkte samenwerking
tussen lidstaten en Europese agentschappen wordt de effectiviteit van nationale beleidsinspanningen
vergroot en kan beter worden ingespeeld op grensoverschrijdende risico’s. Daarnaast
versterkt gezamenlijk optreden op EU-niveau de informatiepositie, operationele samenwerking
en gezamenlijke verstoringscapaciteit bij de aanpak van grensoverschrijdende georganiseerde
criminaliteit. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft als doel drugsgebruik
en georganiseerde misdaad terug te dringen. De Commissie wil dit bereiken met versterkte
gezondheids-, sociale en veiligheidsmaatregelen, gebaseerd op wetenschappelijk bewijs.
De voorgestelde maatregelen zijn geschikt om deze doelstelling te bereiken. Zo wordt
ingezet op evidence-based preventie, risicobewustzijn, vrijwillige behandeling en
sociale re-integratie ter vermindering van problematisch drugsgebruik. Daarnaast wordt
voorzien in concreet en operationeel uitgewerkte veiligheidsmaatregelen, die via acties,
tijdlijnen en koppelingen aan bestaande structuren zoals EMPACT, Europol, Frontex
en het Maritime Analysis and Operations Centre - Narcotics (MAOC-N) aansluiten bij
de internationale aard van drugsmarkten en grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit.
Voor wat betreft de maatregelen in onderhavige strategie geldt dat deze een niet-bindend
karakter hebben. Verschillende maatregelen bouwen bovendien voort op bestaande samenwerkingsstructuren
en versterken eerdere initiatieven. Lidstaten behouden verder ten aanzien van de voorgestelde
maatregelen voldoende ruimte bij de invulling van de maatregelen en bij de inrichting
en uitvoering hiervan in hun nationale beleid. Hiermee gaat het voorgestelde optreden
niet verder dan noodzakelijk.
d) Financiële gevolgen
Er worden in beginsel geen directe consequenties voorzien voor de nationale begroting.
De strategie bevat voornamelijk niet-bindende maatregelen en legt lidstaten geen directe
financiële verplichtingen op. Veel van de voorgestelde acties worden uitgevoerd door
bestaande EU-agentschappen, met name de EUDA, Europol en Frontex, en worden grotendeels
gedekt binnen de reeds vastgestelde meerjarenbegroting. Het kabinet is van mening
dat eventuele benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad
afgesproken financiële kaders van het MFK 2021–2027 en dienen te passen binnen een
prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de
integrale afweging van middelen na 2027.
Tegelijkertijd kan de uitvoering van de strategie, met name aan de veiligheidskant,
indirecte financiële gevolgen hebben voor lidstaten. De strategie bevat geen indicatie
dat aanvullende of geoormerkte EU-financiering beschikbaar wordt gesteld om deze extra
belasting op te vangen, waardoor druk kan ontstaan op nationale budgetten. Wel kunnen
lidstaten in beginsel gebruikmaken van bestaande EU-financieringsinstrumenten, voor
zover activiteiten binnen de doelstellingen en voorwaarden van die programma’s passen.
In de mededeling worden onder meer het European Social Fund Plus (ESF+), het European
Regional Development Fund (ERDF) en Horizon Europe genoemd als programma’s die activiteiten
op het terrein van sociale inclusie, onderzoek en innovatie kunnen ondersteunen. Daarnaast
sluit de strategie beleidsmatig aan bij andere EU-financieringsinstrumenten, zoals
het Internal Security Fund (ISF), EU4Health, het Digital Europe Programme en het Citizens,
Equality, Rights and Values Programme (CERV), evenals relevante onderdelen van het
Justitie Programma, hoewel deze niet expliciet in de mededeling zijn opgenomen. Aan
de gezondheidskant zijn de voorgestelde maatregelen overwegend adviserend en ondersteunend
van aard, waardoor de directe financiële impact beperkt lijkt. Wel kan versterking
van monitoring, preventie-infrastructuur en dataverzameling leiden tot extra uitvoeringslasten
voor nationale autoriteiten.
Het kabinet acht de strategie in beginsel financieel uitvoerbaar, maar benadrukt dat
de betaalbaarheid sterk afhankelijk is van de wijze waarop de Commissie en EU-agentschappen
de implementatie vormgeven en van de mate waarin operationele veiligheidsmaatregelen
in de praktijk druk zetten op nationale capaciteit. Het kabinet zal de verdere uitwerking
van de strategie dan ook volgen en aandacht blijven vragen voor een evenwichtige lastenverdeling
en transparantie over toekomstige financiële consequenties. Eventuele budgettaire
gevolgen zullen conform de regels van de budgetdiscipline worden ingepast op de begrotingen
van de beleidsverantwoordelijke departementen.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De EU-drugsstrategie is een niet-bindende mededeling en introduceert geen nieuwe verplichtingen,
waardoor geen directe gevolgen voor regeldruk voor burgers, bedrijven of overheden
worden voorzien. Indien de strategie in een later stadium wordt uitgewerkt in concrete
(bindende) afspraken of verplichtingen, bijvoorbeeld op het terrein van monitoring
en dataverzameling, kan dit leiden tot directe administratieve lasten voor overheden.
Deze mogelijke lasten vloeien echter niet voort uit de mededeling zelf, maar uit toekomstige
besluitvorming. De omvang hiervan is afhankelijk van de aansluiting bij bestaande
kaders.
Voor het bedrijfsleven zullen naar verwachting geen directe regeldrukeffecten volgen:
indirecte effecten kunnen zich voordoen in sectoren zoals logistiek, havens en digitale
diensten als gevolg van intensiever toezicht en handhaving. Voor burgers worden geen
regeldrukeffecten voorzien.
De strategie bevat geen maatregelen die rechtstreeks ingrijpen op markttoegang of
concurrentie en heeft daarmee geen directe gevolgen voor het Europese concurrentievermogen.
Indirect kan de inzet op veiligheid en de aanpak van georganiseerde criminaliteit
bijdragen aan een stabieler en veiliger ondernemingsklimaat binnen de EU.
De strategie heeft een uitgesproken externe en geopolitieke dimensie, doordat de EU
haar samenwerking met derde landen structureel wil intensiveren bij de aanpak van
drugshandel. De inzet richt zich nadrukkelijk op bron-, transit- en bestemmingslanden
en omvat versterkte beleidsdialogen en operationele samenwerking met overheden en
autoriteiten in onder meer de zuidelijke Mediterrane regio, Noord-Afrika, West-Afrika,
het Midden-Oosten en de Golfregio. Daarnaast benadrukt de strategie samenwerking met
strategische partners zoals de Verenigde Staten, Mexico, China en India bij de aanpak
van synthetische drugs en precursorstromen, evenals met Latijns-Amerika, West-Afrika
en de Westelijke Balkan bij het verstoren van smokkelroutes en het versterken van
de weerbaarheid van logistieke knooppunten. Daarbij zal gebruik gemaakt worden van
onder andere diplomatieke dialogen, politieke en financiële instrumenten. Het gehele
spectrum aan EU-instrumenten, zoals NDICI, en specifieke missies kan ingezet worden,
net als de operationele inzet van EU-agentschappen (waaronder Europol, Eurojust en
EUDA). Ook wordt de mogelijkheid voor een horizontaal sanctieregime tegen transnationale
criminele netwerken verkend.
De strategie bouwt voort op bestaande internationale verplichtingen en kaders, waaronder
VN-drugsverdragen en mensenrechteninstrumenten, en bevestigt het EU-uitgangspunt van
een gebalanceerde, evidence-based en mensenrechtengebaseerde benadering, met aandacht
voor alternatieve en duurzame ontwikkelingsprogramma’s in getroffen regio’s. Daarmee
raakt de strategie direct aan het externe optreden van de EU en aan de samenhang tussen
veiligheidsbeleid, gezondheidsbeleid en mensenrechtenbeleid.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken