Brief regering : Fiche: Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4239
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 10 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche – Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU.
Fiche – Mededeling EU-Agenda voor Steden (Kamerstuk 22 112, nr. 4240).
Fiche – Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) (Kamerstuk 22 112, nr. 4241).
Fiche – Finaliteitsverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 4242).
Fiche – Mededeling over het EU actieplan tegen drugshandel (Kamerstuk 22 112, nr. 4243).
Fiche – RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke
grondstoffen (Kamerstuk 22 112, nr. 4244).
Fiche – Wijzigingsvoorstel Verordening CO2-emissienormen zware bedrijfsvoertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 4245).
Fiche – Herziening EU-drugsstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 4246).
Fiche – Mededeling European Democracy Shield (Kamerstuk 22 112, nr. 4247).
Fiche – Mededeling EU strategie Maatschappelijke Organisaties (Kamerstuk 22 112, nr. 4248).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Fiche: Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad – «Versterking van de
economische veiligheid van de EU»
b) Datum ontvangst Commissiedocument
3 december 2025
c) Nr. Commissiedocument
JOIN (2024) 977
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52025JC0977
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad Buitenlandse Zaken Handel
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Buitenlandse Zaken in nauwe samenwerking met het Ministerie van Economische
Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid
2. Essentie voorstel
Op 3 december 2025 hebben de Europese Commissie (hierna: Commissie) en de Hoge Vertegenwoordiger
(HV) een gezamenlijke mededeling over de versterking van de economische veiligheid
van de Europese Unie (hierna: mededeling) gepubliceerd. De mededeling stelt dat economische
verwevenheid in het huidige geopolitieke landschap steeds vaker strategisch wordt
ingezet, waardoor de Europese Unie (EU) te maken krijgt met toenemende dreigingen
zoals verstoringen van de wereldhandel en instrumentalisering van strategische afhankelijkheden.
Deze risico’s voor de economische veiligheid (hierna: EV) van de EU zijn verder toegenomen,
wat het handels- en investeringsklimaat, de industriële basis en de veiligheid van
de EU onder druk zet. De Commissie wil deze dreigingen proactief aanpakken aan de
hand van vier hoofddoelstellingen: (1) het verbeteren van het verzamelen, monitoren
en analyseren van informatie, en van het vermogen te anticiperen op opkomende dreigingen;
(2) derde landen ervan weerhouden de afhankelijkheden die de Unie heeft als wapen
in te zetten; (3) onze blootstelling aan derde landen die dergelijke afhankelijkheden
als wapen kunnen gebruiken te verminderen; en (4) het voorkomen van pogingen om onze
risicobeperkende maatregelen te ondermijnen.
De mededeling bouwt voort op de in 2023 gepubliceerde Europese Economische Veiligheidsstrategie
(EEV),1 waarvan de drie overkoepelende sporen (promote, protect & partner) ongewijzigd blijven. De Commissie omschrijft deze mededeling als een oproep tot actie,
die naast bovenstaande doelstellingen ook moet inspelen op de krachten van de EU,
zoals de interne markt, de technologische en industriële capaciteiten. De Commissie
maakt zich dan ook sterk voor een geïntegreerde aanpak tussen overheid en bedrijfsleven,
met versterkte coördinatie en samenwerking met gelijkgezinde partnerlanden. De mededeling
kondigt voorts een aantal beleidsvoorstellen aan.
De voorgestelde aanpak in de mededeling blijft risicogebaseerd. Voortbouwend op de
eerdere risicoanalyses in het kader van de EEV, zal de Commissie zich hoofdzakelijk
richten op zes prioritaire hoog-risicodomeinen: 1) het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden voor goederen
en diensten, 2) het aantrekken van veilige en waarde toevoegende investeringen in
de EU, 3) het ondersteunen van een sterke Europese defensie- en ruimtevaartindustrie
en andere kritieke industriële sectoren, 4) het ontwikkelen en behouden van het EU-leiderschap
op het gebied van kritieke technologieën, 5) het beschermen van gevoelige informatie
en data en 6) het beschermen van de kritieke infrastructuur van de EU. Binnen deze
domeinen beoogt de Commissie een meer proactieve en gecoördineerde inzet van het EU-instrumentarium,
gebaseerd op doorlopende risicoanalyse en monitoring.
In de mededeling wordt een niet-uitputtende lijst gepresenteerd van instrumenten die
daaraan kunnen bijdragen, zoals op het gebied van handel en mededinging, weerbaarheid
en cyberveiligheid, veiligheid en openbare orde, antidwang en beperkende maatregelen,
financiering en beperkingen, en bepaalde sectorale initiatieven. Hoewel deze instrumenten
oorspronkelijk niet allemaal voor EV-doeleinden zijn ontwikkeld, acht de Commissie
die relevant voor het behalen van de EU-doelstellingen op het gebied van EV en wil zij deze instrumenten gerichter daarvoor inzetten.
De Commissie geeft aan, binnen het bestaande kader, richtsnoeren te ontwikkelen voor
een meer consistente toepassing van investeringsscreening, EV-relevante overwegingen mee te nemen bij handelsdefensieve onderzoeken
en maatregelen indien deze EV-implicaties hebben, en de werking van het dual-use exportcontrolekader te evalueren. Ook wil de Commissie de Verordening buitenlandse
subsidies2 en bestaande staatssteunmogelijkheden optimaal inzetten om de veerkracht en concurrentiekracht
van Europese bedrijven te borgen in sectoren waar marktverstoring kan bijdragen aan
EV-risico’s.
De Commissie kondigt aan het gebruik van EU-financiering ten behoeve van EV te willen
verbeteren op drie manieren: (1) projecten stimuleren die bijdragen aan de EV van
de EU, met bijzondere aandacht voor het mitigeren van afhankelijkheden in kritieke
technologieën, componenten en materialen in strategische sectoren; (2) de toegang
van hoog-risico-entiteiten tot gevoelige EU-activiteiten beperken en hiervoor richtsnoeren
ontwikkelen; (3) lidstaten, de EIB-groep en andere (internationale) financiële instellingen
aanmoedigen EU-bedrijven te steunen die buitenlandse afhankelijkheden verminderen.
De Commissie geeft in de mededeling aan dat zij ook werkt aan nieuwe instrumenten
om de huidige lacunes in het EV-beleid van de EU aan te pakken. Deze omvatten onder
meer een pilot-monitoringmechanisme voor start-ups in kritieke technologieën, samenwerking met toezichthouders om investeringen in hoog-risicosectoren
te monitoren, en de toevoeging van een EV-component aan de Competitiveness Coordination Tool. Uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 zal de Commissie beoordelen of en hoe de
bescherming van de EU-industrie tegen oneerlijke handelspraktijken en overcapaciteit
kan worden versterkt. De Industrial Accelerator Act en Circular Economy Act beogen bij te dragen aan het versterken van de industriële basis en de interne markt
en het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. De Commissie
geeft in het bijzonder aandacht aan kritieke grondstoffen via de aparte EU-mededeling
Resource EU.3 Deze initiatieven worden door de Commissie gepositioneerd als instrumenten die EV
ondersteunen via industriële groei, innovatie en het versterken van strategische waardeketens.
Daarnaast wil de Commissie het Blocking Statute4 herzien en via de Chips Act 2.0, kwantum Act, Cloud and AI Development Act en de Open Source-strategie afhankelijkheden in opkomende technologieën verminderen en de positie van
deze technologieën versterken. Als onderdeel van de voorgestelde herziening van de
Europese aanbestedingsrichtlijn zal de Commissie tevens Europese voorkeurscriteria
voor specifieke strategische sectoren voorstellen om zo de vraag naar Europese producten
en diensten te stimuleren en veiligheidsrisico’s te beperken. Tot slot onderzoekt
de Commissie mogelijkheden om via de aanstaande herziening van de Cybersecurity Actbeperkingen op EU-niveau te stellen als het gaat om toegang van leveranciers tot de
kritieke (digitale) infrastructuur.
De Commissie stelt maatregelen voor om haar informatie- en analysecapaciteit te versterken
en de coördinatie met lidstaten en bedrijven te verbeteren. Dit omvat verbeterde coördinatie
en informatie-uitwisseling via het Economic Security Network met lidstaten, meer gestructureerde samenwerking met EU-delegaties, de aanbeveling
tot aanwijzing van een senior-level Nationale Economische Veiligheidsadviseur, de oprichting van een Trusted Adviser Group bestaande uit vertegenwoordigers van het Europese bedrijfsleven, de oprichting van
een Trade Resilience Information Portal en een Economic Security Information Hub, de uitbreiding van het Observatory on Critical Technologies en het gebruik van het toekomstige Centre of Expertise on Research Security. Daarnaast beoordeelt de Commissie uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 in hoeverre
de Internal Market Emergency and Resilience Act (IMERA) kan dienen om bedrijfsinformatie uit hoog-risicosectoren te verzamelen en
beoordeelt indien nodig de noodzaak van extra maatregelen.
Ook worden de risicobeoordelingen periodiek en thematisch voortgezet met betere mechanismen
voor snelle, veilige en vertrouwelijke informatie-uitwisseling, waarbij het bedrijfsleven
nadrukkelijk betrokken wordt bij het identificeren van risico’s en het vergroten van
weerbaarheid.
Volgens de Commissie is nauwe samenwerking en coördinatie met gelijkgezinde landen
buiten de EU belangrijker dan ooit tevoren. Daarbij richt zij zich op het verdiepen
van EV-dialogen, het versterken van de samenwerking binnen internationale fora (waaronder
de G7) en het gezamenlijk ontwikkelen van EV-normen voor weerbare toeleveringsketens.
Deze samenwerking moet bijdragen aan een beter gedeeld beeld van risico’s, het anticiperen
op mogelijke dreigingen en, waar mogelijk, het vormgeven van gecoördineerde maatregelen.
Daarbij benadrukt de Commissie tevens het belang van beperking van de eventuele negatieve
impact van EU-maatregelen op gelijkgestemde landen. Europese EV-overwegingen zullen
bovendien meegewogen worden in het Europees nabuurschap- en EU-uitbreidingsbeleid.
De Commissie benadrukt dat open en op regels gebaseerde handel, investeringsrelaties
en internationale samenwerking centraal blijven staan, maar dat strategische kwetsbaarheden
moeten worden beperkt om economische en veiligheidsbelangen te beschermen. De Commissie
wijst er daarbij op dat de EU, haar lidstaten en bedrijven in bepaalde gevallen ook
de economische kosten moeten accepteren die gepaard zullen gaan met verhoogde veiligheid
en weerbaarheid.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
EV is één van de nationale veiligheidsbelangen zoals uiteengezet in de Veiligheidsstrategie
voor het Koninkrijk der Nederlanden en benoemd in de Aanpak Statelijke Dreigingen.5 De voortgang en versterking van de Kabinetsaanpak Economische Veiligheid is op 1 juli
jl. voor uw Kamer uiteengezet.6 De hoofddoelen van het EV-beleid zijn (1) het tegengaan van ongewenste kennis- en
technologieoverdracht, (2) het borgen van de continuïteit van vitale processen, en
(3) het verminderen en voorkomen van risicovolle strategische afhankelijkheden. De
kabinetsaanpak is adaptief en zet in op beleid dat proportioneel, gericht, risicogebaseerd
en landenneutraal is. Daarbij blijft het kabinet uitgaan van een open economie met
ruimte voor handel en investeringen, waarbij risico’s gericht worden beheerst. Het
bedrijfsleven en kennisinstellingen vervullen een cruciale rol voor versterking van
de weerbaarheid, kennisdeling en samenwerking.7 Mede vanwege zijn brede EV-aanpak en ervaring heeft Nederland in Europa een vooraanstaande
rol op het gebied van EV.
Het kabinetsbeleid op EV volgt, in lijn met de EEV, een geïntegreerde aanpak langs
drie sporen: promote, protect en partner. De beleidsinitiatieven en instrumenten binnen het EV-beleid raken aan één of meerdere
van deze sporen. Het protect-beleid is gericht op beschermende maatregelen die nodig zijn om kwetsbaarheden op
het gebied van kennis en technologie, vitale processen en risicovolle strategische
afhankelijkheden te verminderen.8 Het promote-beleid richt zich op het verstevigen van een sterke en innovatieve economie door
versterking van randvoorwaarden, gerichte stimulering van strategische markten, technologische
leiderschapsposities en essentiële capaciteiten in strategische waardeketens.9 Een sterke, innoverende en concurrerende economie is weerbaarder en dus beter bestand
tegen dreigingen voor de nationale veiligheid. Het partner-beleid richt zich op (internationale) samenwerkingen die de gezamenlijke EV versterken
met publieke en private partners, onder meer door importdiversificatie via handelsakkoorden
en partnerschappen, door het postennet te versterken op het gebied van EV met het
oog op een gelijk speelveld, normstelling en coalitievorming, en activering en advisering
van het bedrijfsleven.10
Mede gelet op de onderlinge verbondenheid van Europese economieën op de interne markt
en de ambitie om deze te versterken,11 streeft het kabinet ernaar om maatregelen op EV-gebied in samenhang met de EU te
ontwikkelen, om de effectiviteit van deze maatregelen te vergroten en een gelijk Europees
speelveld te waarborgen. Dit draagt ook bij aan het beperken van de lastendruk voor
internationaal opererende bedrijven en kennisinstellingen. Ook implementeert het kabinet
de Critical Entities Resilience (CER) en de Network and Information Security (NIS2) richtlijnen ter versterking van de bescherming van vitale infrastructuur en
de (digitale) weerbaarheid. Daarnaast zet het kabinet in op bilaterale en multilaterale
samenwerking om oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan, de markttoegang voor Nederlandse
bedrijven te vergroten en vanuit Europa gezamenlijk op te treden tegen statelijke
actoren.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling en ziet deze, tegen de achtergrond van toenemende
geopolitieke spanningen en een snel veranderend geopolitiek landschap, als een goede
stap in het versterken van de EV van de EU. Het kabinet onderschrijft de analyse van
de Commissie en HV dat economische instrumenten in het huidige geopolitieke landschap
meer en meer worden ingezet om strategische doeleinden te bereiken. Dit brengt risico’s
mee voor de EV van de EU. Het is van belang dat de EU gezamenlijk inzet op EV, gezien
verwevenheid in de interne markt en de grotere slagkracht die de EU biedt. Het kabinet
ondersteunt daarom de voorgestelde paradigmaverschuiving van een vooral reactieve
naar een meer proactieve en gecoördineerde inzet van de Commissie. Het kabinet ziet
uit naar de verdere uitwerking en concretisering van de mededeling en zal daarbij
inzetten op uitvoerbare en voorspelbare maatregelen, met aandacht voor het voorkomen
van onnodige regeldruk.
Het kabinet benadrukt het belang van een krachtige, gerichte en geïntegreerde aanpak
om (1) EV-dreigingen te beheersen, (2) de EU-markt, innovatie en concurrentiekracht
te beschermen en te versterken, en (3) een open, op regels gebaseerde Europese economie
en internationale partnerschappen te waarborgen, zeker in het licht van toenemende
geopolitieke en geo-economische spanningen. Het kabinet vindt dat EV-beleid gediend
is bij de ontwikkeling van zowel protect- als promote-instrumentarium. Ten aanzien van promote merkt het kabinet op dat de mededeling hier beperkt op in gaat, en roept de Commissie
daarom op om meer passende instrumenten te ontwikkelen. Daarnaast benadrukt het kabinet
het belang van een gecoördineerde en geïntegreerde Europese inzet om EV-beleid effectiever
te maken en fragmentatie van de interne markt te voorkomen.
Het kabinet onderschrijft de risicogebaseerde aanpak zoals uiteengezet in de mededeling.
De zes geïdentificeerde hoog-risicodomeinen dragen bij aan meer gerichte inzet van
beleid en ondersteunen een samenhangende benadering van de geïdentificeerde kwetsbaarheden.
Tegelijkertijd hecht het kabinet belang aan verdere duidelijkheid over de wijze waarop
de Commissie deze aanpak zal uitwerken en welke vervolgstappen daarbij worden voorzien.
Het kabinet maakt onderscheid tussen afhankelijkheden, strategische afhankelijkheden
en risicovolle strategische afhankelijkheden. Een wederkerige relatie brengt wederzijdse
(strategische) afhankelijkheden met zich mee, die de fundamenten vormen van onze wereldeconomie.
Het kabinet richt zich daarom op het gericht verminderen van risicovolle strategische
afhankelijkheden, waarbij het proportioneel te werk gaat en zo min mogelijk marktverstorend
handelt. Daarnaast streeft het kabinet ernaar het concurrentievermogen en de handelsrelaties
met derde landen zo min mogelijk te schaden. Het kabinet hecht waarde aan een vergelijkbare
smalle reikwijdte en een risicogebaseerde, effectieve en efficiënte aanpak in EU-beleid
ten aanzien van EV.
Het kabinet onderschrijft het belang van een meer strategische en gecoördineerde inzet
van de diverse instrumenten, Europees en nationaal, die bijdragen aan EV. Het kabinet
onderschrijft bovendien dat een bredere blik op risico’s en een integrale aanpak vanuit
promote, protect en partner noodzakelijk zijn om de EV van de EU te waarborgen. De keuze in de mededeling om
ook instrumenten te betrekken die niet primair zijn ontwikkeld ten behoeve van EV-doelen
is te begrijpen. De inzet kan (subsidiair) bijdragen aan het behalen van EV-doelstellingen,
zeker als er nog geen nieuwe instrumenten ontwikkeld zijn. Het kabinet is voorstander
dat EV-overwegingen worden meegenomen bij de inzet van deze instrumenten en uitvoering
van beleid, zonder af te doen aan de eigen doelstellingen van deze instrumenten. Het
kabinet kijkt ook met interesse naar de aangekondigde stappen om het gebruik van bestaande
EU handelsinstrumenten te verbeteren en de herziening van het Blocking Statute met betrekking tot de door de Commissie geconstateerde ontwikkeling van inzet van
steeds meer unilaterale en extraterritoriale instrumenten door derde landen.
Het kabinet benadrukt het belang van een evenwichtige aanpak met betrekking tot buitenlandse
directe investeringen (hierna: FDI). Hierbij wordt gestreefd naar een goede balans
tussen het waarborgen van EV en het behouden van een open investeringsklimaat dat
het concurrentie-vermogen versterkt. Europese vervolgstappen op FDI-screening moeten
aansluiten bij de herziening van de EU-FDI-screeningverordening, die halverwege 2026
wordt gepubliceerd, waar mogelijk nog uitvoeringshandelingen uit volgen. Het kabinet
wil eerst ervaring opdoen met het herziene kader voordat nieuwe Europese maatregelen
worden overwogen. Indien aanvullende maatregelen worden overwogen die verder gaan
dan de FDI-screeningverordening, is het van belang dat deze proportioneel, evenredig
en noodzakelijk zijn.
Het betrekken van EV-overwegingen bij handelsdefensieve onderzoeken kan in bepaalde
gevallen relevant zijn. Het kabinet is daarom positief over de ambitie van de Commissie
om handelsdefensieve instrumenten waar nodig te verbinden aan EV-doelen, zeker als
er nog geen nieuwe instrumenten ontwikkeld zijn die het hoofd kunnen bieden aan de
meest recente geo-economische ontwikkelingen. Het kabinet benadrukt het belang daarbij
een op merites gebaseerde aanpak te hanteren, waarbij het uitgangspunt blijft dat
handelsdefensieve maatregelen primair dienen ter bevordering van een internationaal
gelijk speelveld.
In lijn met de eerdere kabinetsappreciatie op het witboek exportcontrole van de Commissie12 kijkt het kabinet positief naar een algehele evaluatie van de Verordening goederen
voor dual-use (hierna: Verordening). Het kabinet erkent dat er geopolitieke en geo-economische
ontwikkelingen zijn die een evaluatie van de Verordening rechtvaardigen, waaronder
toenemende unilaterale exportcontrolemaatregelen vanuit derde landen. Het kabinet
acht het bij de evaluatie van groot belang dat de mogelijkheden die de huidige verordening
biedt voor samenwerking en coördinatie tussen EU lidstaten ten volle worden benut.
In dat verband is het belangrijk dat de evaluatie afgebakend blijft tot de tekortkomingen,
welke eerder zijn geïdentificeerd in het witboek exportcontrole.
Verder zijn er met de invoering van uniforme controles het afgelopen jaar belangrijke
stappen genomen op het gebied van versterkte EU-coördinatie. Het kabinet steunt de wens van de Commissie om, gezamenlijk met de EU-lidstaten,
mogelijkheden te verkennen voor meer uniforme EU-controles op opkomende technologieën,
met inachtneming van de bestaande nationale competentie van exportcontrole en vertegenwoordiging
van de lidstaten in de multilaterale exportcontroleregimes. Het kabinet onderkent
het effect van de geopolitieke situatie op de internationale exportcontroleregimes,
waardoor het bereiken van consensus over het controleren van gevoelige goederen en
technologie sterk is bemoeilijkt.
Het kabinet merkt op dat de Commissie voornemens is de Verordening buitenlandse subsidies
volledig te benutten en dat zij lidstaten oproept bestaande staatssteuninstrumenten
optimaal in te zetten om de veerkracht en concurrentiekracht van Europese bedrijven
te waarborgen, met name in sectoren waar marktverstoring kan bijdragen aan EV-risico’s.
Hierbij wordt benadrukt dat een zorgvuldige toepassing van deze instrumenten belangrijk
is om de beoogde effecten te bereiken.
Het kabinet staat in beginsel positief tegenover de drie voorstellen op het gebied
van EV in EU-financiering, maar wacht verdere uitwerking af. De mededeling richt zich
op bestaande middelen met meer focus op EV, zonder extra financiële claim. Dit sluit
aan bij de kabinetspositie richting het MFK, waarin het kabinet het belangrijk vindt
dat de EU-begroting bijdraagt aan grotere innovatiekracht en versterking van de Europese
EV door onder andere het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden.13
Het kabinet neemt met belangstelling kennis van de voorstellen voor verdere versterking
van de EU-toolbox, zoals de ontwikkeling van initiatieven gericht op de versterking van opkomende technologieën
of strategische sectoren, bijvoorbeeld de aangekondigde kwantum Act, Chips Act 2.0 en Cloud and AI Development Act. Het kabinet acht verdere uitwerking van de nieuwe voorgestelde instrumenten wenselijk,
met aandacht voor proportionaliteit, het behoud van de openheid van en een gelijk
speelveld binnen de EU-markt, beperking van regeldruk en conformiteit met de internationale
verplichtingen van de EU, waaronder de regels van de Wereldhandelsorganisatie en EU-handelsakkoorden.
Het kabinet hanteert nog een terughoudende positie ten aanzien van de aangekondigde
Europese preferentiecriteria bij publieke aanbestedingen voor strategische sectoren.14 Tegelijkertijd erkent het kabinet dat een dergelijk instrument kan bijdragen aan
de EV en weerbaarheid van de EU en, wanneer minder ingrijpende maatregelen ontoereikend
zijn, om (nieuwe) strategische markten te stimuleren. Door (nieuwe) strategische markten
te stimuleren, kunnen bedrijven hun concurrentiekracht vergroten, wat tegelijkertijd
bijdraagt aan de leveringszekerheid en weerbaarheid van de EU. Het kabinet weegt daarom
per sector zorgvuldig af of de baten opwegen tegen de lasten. Daarbij hecht het kabinet
waarde aan een doelmatige, proportionele en tijdelijke toepassing waarbij de toegang
voor gelijkgezinde handelspartners van de EU niet gehinderd mag worden en in overeenstemming
met de internationale verplichtingen van de EU.15
Het kabinet onderschrijft de nadruk op versterkte coördinatie, informatie-uitwisseling
en gezamenlijke analyses. De oprichting van een Economic Security Information Hub en versterkte inzet van het Economic Security Network lijken goed aan te sluiten bij de behoefte aan betere coördinatie en een gedeeld
begrip van risico’s. In Nederland bestaat al een goede EV organisatiestructuur, waarin
besluitvorming en nauwe samenwerking tussen verschillende departementen wordt vormgegeven.
De introductie van een senior-level Nationale Economische Veiligheidsadviseur in lidstaten
kan hier mogelijk ook aan bijdragen. Het kabinet benadrukt zorgen omtrent beheer en
beveiliging van een informatie-hub.16 Het kabinet stelt als een belangrijke randvoorwaarde voor voorstellen die zien op
het intensiveren van informatiedeling dat vertrouwelijke communicatie en de informatiebeveiliging
wordt verbeterd.
Het kabinet acht het van belang de risicogebaseerde aanpak te verstevigen en de identificatie
van risico’s te verbeteren en te versnellen. In dit kader steunt het kabinet het voorstel
om nauwer samen te werken met het bedrijfsleven via een trusted adviser group met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en om bedrijven te voorzien van actuele
informatie via het op te zetten Trade Resilience Information Portal. Het kabinet neemt met belangstelling kennis van de voorgenomen uitbreiding van het
Observatory on Critical Technologies, en ziet uit naar verdere uitwerking van de Commissie over de concrete invulling van
deze verbreding. Het kabinet zal erop toezien dat analyses en aanpak aansluiten bij
de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden en bij de lopende implementatie
van respectievelijk de CER en NIS2 richtlijnen in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten
en de Cyberbeveiligingswet, en de daaruit voortkomende verplichtingen tot het uitvoeren
van risicobeoordelingen.17 Tegelijkertijd is het van belang dat er coherentie is met bestaande monitoringsinstrumenten
van de Commissie en dat de regeldruk niet disproportioneel toeneemt. Het kabinet is
bovendien positief over de oprichting van het Centre of Expertise on Research Security. Bedrijven en kennisinstellingen werken vaak samen aan nieuwe kennis en delen het
belang om ongewenste kennisoverdracht tegen te gaan. Het is belangrijk dat de maatregelen
hiervoor elkaar versterken en elkaar niet in de weg zitten. Het kabinet vindt het
daarom van belang dat het Europese EV-beleid in samenhang wordt ontwikkeld met andere
Commissie-initiatieven die bijdragen aan het versterken van kennisveiligheid. Ook
steunt het kabinet het voorstel om in het derde kwartaal van 2026 te beoordelen in
hoeverre de IMERA het mogelijk maakt om bedrijfsinformatie over waardeketens in hoog-risicosectoren
te verzamelen.
Het kabinet acht het van belang dat risicobeoordelingen periodiek en thematisch worden
voortgezet om strategische afhankelijkheden te monitoren en te evalueren. De aanpak
dient dynamisch te blijven, zodat zowel nieuwe risicovolle strategische afhankelijkheden
als nieuwe dreigingen tijdig worden onderkend en, indien nodig, aan de EU prioriteiten
kunnen worden toegevoegd. Het kabinet ziet graag dat risicomonitoring integraal wordt
afgewogen met de signalering van kansen.
Het kabinet kijkt uit naar de verdere uitwerking en concretisering van de mededeling
die moet plaatsvinden in samenwerking met de Commissie, lidstaten en het bedrijfsleven.
Het kabinet zal bij de in de mededeling voorgestelde plannen nauwgezet op toezien
dat de uitsluitende verantwoordelijkheid van de lidstaten voor nationale veiligheid
gewaarborgd blijft. Daarnaast erkent kabinet dat de vermindering van kwetsbaarheden
en versterking van onze (economische) veiligheid gepaard gaat met economische kosten.
Dit vereist een zo gericht mogelijke aanpak, met een focus op veiligheidsrisico’s.
Tegelijkertijd kan gesteld worden dat een meer weerbare economie beter in staat kan
zijn om mogelijke (veiligheids)crises op te vangen, met lagere kosten voor de economie
en samenleving op de (middel)lange termijn. Het kabinet acht het daarbij van belang
dat nieuwe en bestaande maatregelen uitvoerbaar en voorspelbaar blijven voor het bedrijfsleven
en geen onnodige regeldruk of marktverstoring veroorzaken, zodat de langetermijnkosten
voor de economie en samenleving beheersbaar blijven.
Het kabinet kan zich goed vinden in de versterkte inzet op samenwerking met gelijkgezinde
landen. De Commissie wijdt hierover niet uitgebreid uit in de mededeling, maar het
kabinet acht strategische partnerschappen essentieel om risico’s gezamenlijk te onderkennen,
te mitigeren en waar mogelijk te voorkomen. Naast de opbouw van EU-capaciteiten op
kritieke technologieën en sectoren, blijft het realiseren van internationaal weerbare
en betrouwbare waardeketens met partnerlanden essentieel voor het verminderen van
kwetsbaarheden en het waarborgen van EV. Het kabinet ondersteunt daarom de ambitie
van de Commissie om EV-dialogen te intensiveren, gezamenlijke EV-normen te ontwikkelen
en, waar passend, gecoördineerd op te treden. Daarbij blijft het kabinet ook inzetten
op een zo groot mogelijke beperking van de mogelijke negatieve impact van EU-maatregelen
op partnerlanden.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De mededeling wordt in algemene zin breed verwelkomd door lidstaten. Een grote groep
lidstaten benadrukt daarbij dat het EV beleid risicogebaseerd, proportioneel en gericht
moet zijn met als inzet marktverstoringen zoveel mogelijk te voorkomen. Tegelijk is
duidelijk dat meer Europese coördinatie noodzakelijk is evenals onderlinge solidariteit,
ook als er moeilijke maatregelen op nationaal niveau genomen moeten worden. Het Europees
Parlement heeft nog geen duidelijke positie ingenomen. Uit de onderhandelingen over
FDI-screening blijkt dat het Parlement doorgaans voortvarend optreedt op EV-dossiers.
Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling ziet met name op het versterken
van EV van de EU. De plannen passen volgens het kabinet op hoofdlijnen binnen de bevoegdheden
van de EU op de terreinen gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB),
gemeenschappelijke handelspolitiek, interne markt, de ruimte van vrijheid, veiligheid
en recht en industrie- en technologiebeleid. Op het terrein van het GBVB is sprake
van een sui generis bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten en geldt dat de lidstaten bevoegd zijn om
extern naast de Unie op te treden voor zover dat optreden het optreden van de Unie
niet doorkruist (artikel 2, lid 4, VWEU). Op het terrein van de gemeenschappelijke
handelspolitiek is de EU exclusief bevoegd (artikel 3, lid 1, sub e), VWEU. Op het
terrein van de interne markt en de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is sprake
van een gedeelde bevoegdheid tussen de tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid
2, onder a en j, VWEU). Op het terrein van de industrie is sprake van een aanvullende
bevoegdheid van de EU (artikel 6, onder b, VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de EV van
de EU te versterken door betere coördinatie en proactieve inzet. Gezien het inherent
grensoverschrijdende karakter van EV-risico’s en de verwevenheid van de interne markt,
is een EU-aanpak nodig. Het kabinet steunt het optreden op EU-niveau om de samenwerking
en coördinatie tussen EU-lidstaten op het gebied van EV te versterken. Dit draagt
ook bij aan het voorkomen van hiaten in de bescherming van de interne markt die kunnen
ontstaan door verschillen tussen lidstaten in de uitvoering van nationale EV-maatregelen.
Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd, met oog voor de
nationale competenties van de lidstaten.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de EV van
de EU te versterken door betere coördinatie en proactieve inzet. Het kabinet is van
mening dat het optreden, geschikt is om de EV van de EU op een effectieve en evenredige
wijze te versterken. Waarbij een voortvarende uitwerking van de voorgenomen beleidsvoorstellen
en aanpak Unie-breed van belang is. Waar dit nationale bevoegdheden raakt, gaat het
aangekondigde beleid niet verder dan noodzakelijk en wordt voldoende ruimte gelaten
aan de lidstaten. Dit blijkt onder andere uit de in de mededeling voorgestelde risico-gebaseerde
aanpak en focus op zes hoog risicodomeinen. Ook wordt bij de uitwerking van verschillende
voorstellen betrokkenheid van de lidstaten en private sector voorgesteld.
d) Financiële gevolgen
De mededeling zelf heeft geen directe financiële consequenties, maar kondigt wel een
aantal nieuwe voorstellen aan die mogelijk financiële consequenties hebben, zoals
de oprichting van Economic Security Information Hub. Op de (financiële) beoordeling van deze voorstellen wordt niet vooruitgelopen. Het
kabinet is van mening dat eventueel benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden
binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027,
voor zover deze voorstellen uitkomen voordat het volgende MFK is vastgesteld, en dat
deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Eventuele budgettaire
gevolgen voor de Rijksbegroting worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke
departement, conform de regels van de budgetdiscipline. Het kabinet wil niet vooruitlopen
op de integrale afweging van middelen na 2027.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling zelf bevat geen nieuwe wetgevende voorstellen waarbij gevolgen te verwachten
zijn op regeldruk en administratieve lasten, voor de overheid, bedrijfsleven of burgers.
Het kabinet zal er bij de Commissie op aandringen dat de aangekondigde maatregelen
worden voorzien van een impact assessment, zodat de gevolgen voor de regeldruk kunnen
worden meegewogen bij de beoordeling van de maatregelen. Als de Commissie geen impact
assessment presenteert of als deze onvoldoende informatie oplevert om de voorstellen
goed te kunnen beoordelen, zal het kabinet zelf het nodige doen om (aanvullend) effecten
in kaart te brengen zodat ze kunnen worden beoordeeld en meegewogen bij de standpuntbepaling
van het kabinet. Bij de uitwerking van eventuele maatregelen zal het kabinet zich
inspannen om onwenselijke gevolgen voor de regeldruk, en andere uitvoeringslasten
te voorkomen of te mitigeren. Ook houdt het kabinet oog voor het aansluiten op bestaande
wetstrajecten zoals de implementatie van de CER en de NIS2.
De gekozen aanpak en verdere uitwerking van aangekondigde beleidsvoorstellen in de
mededeling kunnen zowel positieve als negatieve effecten hebben voor de concurrentiekracht
van de EU. Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt dat het versterken van de Europese
EV hand in hand moet gaan met het behoud en de versterking van het concurrentievermogen,
maar constateert dat de mededeling nog beperkt inzicht biedt in de wijze waarop de
Commissie dit concreet wil vormgeven. Om concurrerend te blijven, is het echter ook
noodzakelijk dat de Unie voldoende weerbaar en veilig is.
De mededeling van de Commissie kent geopolitieke aspecten en is mede ingegeven door
de verschuivende geopolitieke verhoudingen. Deze ontwikkelingen hebben het belang
van het versterken van EV vergroot. Verder raakt het voorstel aan betrekkingen met
andere geopolitieke spelers, mede gegeven het voornemen van de Commissie om de samenwerking
met een zo breed mogelijk scala aan derde landen op het gebied van EV te gaan intensiveren.
Het voorstel draagt tevens bij aan het versterken van de open strategische autonomie
van de EU.
Indieners
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken