Brief regering : MARIN onderzoek naar een veilige vaarsnelheid op de Waddenzee in het donker
29 684 Waddenzeebeleid
31 409 Zee- en binnenvaart
Nr. 297
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 januari 2026
Op 29 december 2025 heeft het Maritime Research Institute Netherlands (hierna: MARIN)
het rapport opgeleverd van het onderzoek dat zij heeft uitgevoerd naar een veilige
vaarsnelheid in het donker op de Waddenzee (bijlage 1). Met deze brief informeer ik
uw Kamer over de resultaten van dat onderzoek en de aanbevelingen die MARIN geeft.
Daarbij ga ik ook in op de wijze waarop ik voornemens ben gevolg te geven aan deze
aanbevelingen.
MARIN-onderzoek en belangrijkste conclusie
Om te komen tot een oplossing voor een veilige nachtelijke bereikbaarheid van en naar
de Waddeneilanden, heeft MARIN in opdracht van het Ministerie het volgende onderzocht:
Wat is een veilige snelheid voor kleine, snelle, passagiers vervoerende schepen op
de Waddenzee, op nader te definiëren hoofdroutes, bij duisternis en onder verschillende
omstandigheden, gekoppeld aan eisen met betrekking tot constructie, uitrusting en
bemanning, met oog voor handelingsperspectief en limieten aan de cognitieve en fysieke
belasting van bemanningsleden en voor de veiligheid van passagiers.
De onderzoeksvraag is opgesteld in samenspraak met de betrokken watertaxiondernemers.
Ook in een latere fase van het onderzoek, tijdens de simulatorstudie, zijn de ondernemers
betrokken geweest en hebben zij hieraan meegewerkt. Tenslotte hebben de ondernemers
ook hun zienswijze kunnen geven op de bevindingen en conclusies.
MARIN concludeert op basis van het onderzoek dat de meest optimale vaarsnelheid ligt
tussen de 35km/u en de 40km/u. Dit is mede gebaseerd op het feit dat bij de schepen
waarmee de watertaxi’s varen, het passagiersverblijf zich op het middenschip bevindt.
Ook blijft bij deze snelheden de taakbelasting voor de bemanning binnen aanvaardbare
grenzen en is sprake van voldoende passagierscomfort.
Aanbevelingen en opvolging
Bij het verhogen van de vaarsnelheid naar 40km/u, heeft MARIN een aantal aanbevelingen
gegeven die randvoorwaardelijk zijn voor het borgen van de veiligheid.
1. Maximale snelheid verhogen naar 40 km/u
Marin beveelt op basis van haar onderzoek aan om de maximale vaarsnelheid in het donker
te verhogen naar 40 km/u. Ik sta vanuit nautisch oogpunt positief tegenover de geadviseerde
snelheidsverhoging. Ik ben dan ook voornemens om deze snelheid voor de watertaxi’s
op de Waddenzee op te laten nemen in de toepasselijke regelgeving. Het is daarbij
belangrijk dat we tot een goede implementatie komen van de door MARIN gedane aanbevelingen
en voorwaarden. In het onderstaande ga ik hier verder op in. Het rapport biedt een
stevige basis om hier verder over te praten met de betreffende watertaxiondernemers.
2. Verlichte vaarwegmarkering
MARIN adviseert vanuit nautische veiligheidsoptiek om een snelheidsverhoging naar
40km/u mogelijk te maken op vaarwegen waarop de vaarwegmarkering verlicht is. In de
praktijk zijn dat de vaarwegen die door Rijkswaterstaat worden onderhouden en dus
op de afgesproken breedte en diepte worden gehouden. Op de Waddenzee zijn echter ook
vaarwegen die niet worden onderhouden waarvan MARIN aanbeveelt om ook deze vaarwegen
te verlichten. Het gebruik van verlichte vaarwegmarkering op vaarwegen die niet onderhouden
worden, wekt daarmee de verkeerde indruk met betrekking tot de betrouwbaarheid van
de vaarweg. Het onderhouden van een vaarweg heeft veel consequenties voor de beschikbare
onderhoudscapaciteit, middelen en de effecten op natuur. Ik kijk daarom vooralsnog
alleen naar de bestaande en reeds verlichte vaarwegen. Aangezien een aantal onverlichte
vaarwegen ook gebruikt wordt voor het spoedvervoer, zal ik in kaart laten brengen
wat ervoor nodig is om de onverlichte vaarwegen verlicht te laten maken en welke extra
kosten dat mee zich meebrengt.
3. Formaliseren eisen m.b.t. constructie schepen
Op dit moment wordt in de binnenvaartregelgeving zeer beperkte technische eisen en
voorschriften gesteld aan het type schepen waarmee de watertaxi’s varen. In tegenstelling
tot de grotere passagiersschepen (vanaf 13 personen) op de binnenwateren, vallen de
watertaxi’s niet onder een structurele certificeringsplicht. Sommige schepen van de
watertaxi worden ook op zee gebruikt. Om duiding te geven aan de zeewaardigheid van
het schip, beschikken sommige watertaxi’s over een klassecertificaat voor zeegaande
kleine vaartuigen. Dit is een onverplicht certificaat, omdat het gebaseerd is op conceptregelgeving.
Het voorziet wel in een minimum normenkader. MARIN benadrukt dat dit niet betekent
dat deze schepen onveilig zouden zijn. MARIN raadt wel aan om formele eisen vast te
leggen in de binnenvaartwet- en regelgeving. Dit sluit aan bij de reeds eerder gedane
aanbeveling van de OVV naar aanleiding van de twee ongelukken met watertaxi’s. Het
ministerie onderzoekt momenteel op welke wijze dit in de regelgeving kan worden opgenomen.
MARIN stelt voor om de Europese richtlijn 2013/53/EU betreffende pleziervaartuigen
en waterscooters als basis te gebruiken voor het formuleren en vastleggen van technische
eisen. Onder andere omdat de klasseregels uit het klassecertificaat voor zeegaande
kleine vaartuigen lijken op de essentiële eisen in de richtlijn. Deze mogelijkheid
zal nader worden bekeken en onderzocht op geschiktheid.
4. Formaliseren eisen m.b.t. bemanningssamenstelling
MARIN beveelt aan om tussen zonsondergang en zonsopkomst (ongeacht de snelheid) te
varen met een schipper en een tweede bemanningslid. De aanbeveling van een tweede
bemanningslid neem ik over. Het voorkomt afleiding en/of overbelasting bij de schipper.
In de praktijk varen sommige watertaxi’s al met een tweede bemanningslid. Deze aanbeveling
zal verder worden bezien in samenhang met de hiernavolgende aanbeveling met betrekking
tot de vaarbevoegdheid.
5. Formaliseren eisen m.b.t. vaarbevoegdheid
MARIN constateert op basis van haar onderzoek dat de op dit moment geldende vaarbevoegdheden
voor de schipper van een watertaxi, niet voldoende zijn om hen voor te bereiden op
het snel vervoeren van passagiers over een specifiek type binnenwater zoals de Waddenzee.
MARIN beveelt daarom aan om huidige opleidingen uit te breiden met een module die
specifiek ziet op het snelvaren op de Waddenzee. De betrokken ondernemers onderschrijven
dit. Ook het ministerie ziet voordelen in een meer specifiek, op het snel vervoeren
van passagiers op de Waddenzee, toegespitste vaarbevoegdheid en zoekt uit op welke
wijze hier het best uitvoering aan kan worden gegeven.
6. Gebruik zeeradar
MARIN beveelt aan om de thans door de watertaxi gebruikte zee-radar te accepteren
als goedgekeurde radar voor het varen op de Waddenzee. MARIN concludeert na onderzoek
dat de zee-radar goed is ingeregeld voor het varen op de Waddenzee, omdat de Waddenzee
qua condities meer lijkt op zee dan op binnenwater. Het toestaan van deze radar voor
dit type schepen vraagt om een aanpassing van het betreffende vaarreglement. De precieze
eisen worden nader uitgewerkt.
7. Verduidelijken van voorrangsregels en het onderzoek van passeerverboden
MARIN constateert dat de hiërarchie in de huidige voorrangsregels uit het Binnenvaartpolitiereglement
onduidelijk kunnen zijn voor schippers en kunnen leiden tot extra, ineffectieve onderlinge
communicatie bij het passeren en vervolgens een hoger risico op incidenten. MARIN
doet dan ook de aanbeveling om de verkeerssituatie zodanig vorm te geven dat communicatie
over het passeren tot een minimum blijft beperkt. Het ministerie herkent het geschetste
beeld niet en ziet op dit moment geen aanleiding om de verkeersregels aan te passen.
Indien in de toekomst blijkt dat dit toch leidt tot onveilige situaties, kunnen de
voorrangsregels nader worden bezien.
8. Invoeren AIS-verplichting
MARIN beveelt aan dat de watertaxi gebruik maakt van AIS. Zo is de watertaxi zichtbaar
voor andere schepen en de verkeersbegeleiding aan wal. Dit komt de scheepvaartverkeersveiligheid
ten goede. De nu actieve watertaxi’s beschikken reeds over een AIS-transponder. Er
is voor de watertaxi echter geen wettelijke verplichting om deze aan boord te hebben
en om deze permanent ingeschakeld te hebben. Die verplichting zal worden opgenomen
in het Binnenvaartpolitiereglement.
Vervolg
Ik ben blij dat het MARIN-onderzoek inzicht heeft gegeven in een veilige nachtelijke
snelheid en welke voorwaarden daaraan gekoppeld zijn. Ik ben van mening dat het onderzoek
voldoende ruimte biedt om de gedane aanbevelingen grotendeels over te nemen en verder
uit werken. Het ministerie gaat daar voortvarend mee aan de slag in overleg met de
ondernemers. Hierbij past echter ook een winstwaarschuwing voor wat betreft de natuurwetgeving.
Ik heb u eerder aangegeven dat het nachtelijk snelvaren ook mogelijk moet zijn binnen
de kaders van de natuurregelgeving. In 2016 is reeds uit een voortoets gebleken dat
bij het nachtelijk snelvaren op de Waddenzee significant negatieve effecten kunnen
optreden. De verwachting is dat eenzelfde voortoets op dit moment geen ander resultaat
laat zien. Wanneer er significant negatieve effecten te verwachten zijn, dient er
een passende beoordeling te worden opgesteld. Een passende beoordeling is nodig om
zeker te stellen dat het nachtelijk snelvaren de natuurlijke kenmerken van de Waddenzee
niet zal aantasten. Het Ministerie van IenW zal deze passende beoordeling laten opstellen
voor het nachtelijk snelvaren op de gehele Waddenzee. Voor het Ministerie van LVVN
is een positieve passende beoordeling randvoorwaardelijk voor het wettelijk aanpassen
van de nachtelijke snelheid. Dit geldt ook voor de situatie waarin de snelheidsverhoging
tijdelijk wordt gedoogd, bijvoorbeeld in aanloop naar het aanpassen van de regelgeving.
Het Ministerie van IenW doet er alles aan om de passende beoordeling zo snel mogelijk
te laten uitvoeren. Hierover zijn we in goed contact met de sector. Mijn streven is
om uiterlijk in het najaar inzichtelijk te hebben of ik de snelheidsverhoging tijdelijk
kan gedogen, in aanloop naar aanpassing van de regelgeving. Het besluit over het gedogen
van een snelheidsverhoging is aan mijn opvolger.
In levensbedreigende situaties geldt nu al dat harder kan worden gevaren dan de toegestane
maximumsnelheid.
Ongeacht de snelheid, wil ik tenslotte benadrukken dat het beginsel van goed zeemanschap
leidend blijft en dat naleving door de schipper van de opgelegde maatregelen cruciaal
is voor een veilige vaart. MARIN doet dan ook enkele aanbevelingen gericht aan de
schippers. Zij gaan onder andere in op het uitvoeren van een goede reisvoorbereiding.
Daarnaast moet de schipper goed bekend zijn met de plaatselijke omstandigheden en
de te varen route. Ik verwacht dat de schippers deze aanbevelingen opvolgen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
Ondertekenaars
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat