Brief regering : Voortgangsbrief Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg
29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid
Nr. 162
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 januari 2026
Op 3 juni jl. heeft mijn ambtsvoorganger u het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO)
«Samen voor kwaliteit van bestaan» doen toekomen.1 Het akkoord is gesloten door ActiZ, de Seniorencoalitie, Vereniging Nederlandse Gemeenten
(VNG), Verenso, Zorgthuisnl, LOC, Patiëntenfederatie Nederland (PFN), Sociaal Werk
Nederland, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
(V&VN) en VWS. Ook zijn betrokken de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Zorginstituut
Nederland (het Zorginstituut), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het CIZ
en het CAK (Team Overheid).
Voortbouwend op o.a. het Wonen, ondersteuning en zorg voor Ouderen- programma (WOZO)2 hebben genoemde partijen aangegeven dat zij de met WOZO ingezette beweging willen
voortzetten. WOZO ondersteunde de beweging die vanuit de samenleving al langer gaande
was, namelijk dat ouderen zelfstandig willen blijven en dat ook kunnen. Grotere zelfstandigheid
van ouderen is bovendien van belang vanwege het tekort aan zorgverleners. Met het
HLO willen partijen zich er sterk voor maken dat ouderen het leven zo veel mogelijk
kunnen leiden zoals zij dat willen. Dat betekent dat zij zo lang mogelijk in de eigen
omgeving kunnen blijven en dat zorg en ondersteuning hen daarbij ondersteunt.
Samen hebben we twee doelstellingen geformuleerd in het HLO:
− Vanwege het groeiende tekort aan zorgverleners zetten partijen in op opleiden, instroom
en behoud van personeel en het verminderen van de behoefte aan personele inzet om
daarmee de zorg toegankelijk te houden.
− (Zeer) kwetsbare ouderen zijn afhankelijk van ondersteuning en zorg. Zij moeten erop
kunnen vertrouwen dat er ondersteuning en zorg voor hen is, thuis en als dat nodig
en gewenst is in een verpleeghuis3. Daarbij zijn kwaliteit van bestaan en eigen regie het uitgangspunt.
Voor de langere termijn zijn rode draden geformuleerd die leidend zijn voor de toekomst.
Voor de wat kortere termijn zijn afspraken gemaakt die in de eerste plaats gericht
op de Wet Langdurige zorg (Wlz) en de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn.
Samenwerkingsafspraken
Met het sluiten van het HLO en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)4 hebben veld en overheid zich verenigd achter een gemeenschappelijk doel en aanpak
om te komen tot toekomstbestendige ondersteuning en zorg, waarbij in het HLO specifieke
aandacht is voor ouderen. De partijen hebben in het bestuurlijk overleg HLO van december
2025 nogmaals het belang benadrukt dat zij de beweging in het HLO onderschrijven en
de beweging die in de samenleving en de ouderenzorg gaande is willen blijven ondersteunen
door de uitvoering van de afspraken in het HLO.
Om deze gezamenlijkheid vorm te geven zijn voor de uitvoering van het HLO samenwerkingsafspraken
gemaakt, waarin de rollen en de verantwoordelijkheden zo zijn vorm gegeven dat er
duidelijkheid is voor alle partijen. Belangrijke elementen in de gemaakte samenwerkingsafspraken
zijn:
− Vier keer per jaar vindt bestuurlijk HLO-overleg plaats om waar nodig besluiten te
nemen of bij te sturen.
− Maandelijks treffen alle partijen elkaar in een bureauoverleg om de voortgang van
de uitvoering van de afspraken te bewaken.
− De inhoudelijke HLO afspraken zijn geordend in clusters naar inhoud en verantwoordelijkheid
zodat de samenhang is geborgd. In bijlage 1 met de stand van zaken per cluster is
dit nader toegelicht.
Eerste resultaten
Na de ondertekening van het HLO zijn de partijen voortvarend aan de slag gegaan met
de uitwerking van de vastgelegde afspraken. Het uitvoeren van alle afspraken in het
HLO beslaat jaren. Toch kan ik al eerste resultaten met uw Kamer delen. In de bijlage
met de stand van zaken per cluster treft u een totaaloverzicht aan.
Eerste resultaten in 2025 en voorzien voor 2026 zijn:
− De uitwerking van de rode draden voor de toekomst zoals opgenomen in het HLO is opgepakt
door de Seniorencoalitie, het LOC, SWN, PFN en VWS. In december 2025 hebben zij gezamenlijk
met de andere HLO-partijen de verdere invulling en concretisering van het narratief
en de veranderstrategie ter hand genomen. Samen kiezen zij voor een bottom up-benadering,
waarbij de lokale behoefte het uitgangspunt is. In 2026 wordt het in uitvoering genomen.
− Door de Seniorencoalitie, het Senioren Netwerk Nederland en MantelzorgNL worden bijeenkomsten
georganiseerd in het kader van de campagne «Praat vandaag over morgen». Inmiddels
is er met duizenden ouderen gesproken en zijn er inzichten verzameld die gebruikt
worden bij het uitvoeren van het HLO.
− Het Zorginstituut levert een verduidelijking op hoe reablement is geborgd in de Zvw
en de Wlz. Samen met experts uit de praktijk wordt de reablement conferentie voorbereid
die in het eerste kwartaal van 2026 zal plaatsvinden.
− De Seniorencoalitie, het LOC en de PFN hebben een plan opgesteld om de vindbaarheid
van ondersteuning en zorg voor cliënten te vergroten. Het plan wordt in 2026 uitgevoerd.
− Voor de ontwikkeling van een nieuwe leveringsvorm voor Wlz-zorg thuis hebben de HLO
partijen gezamenlijk de uitgangspunten benoemd: schaalbaarheid (qua omvang aanpasbaar
op wat de oudere nodig heeft), eenvoud, beperking administratieve lasten en passende
zorg.
− Het zorginstituut heeft de ontwikkeling van een afwegingskader voor afbakening van
verblijf in het verpleeghuis voortvarend ter hand genomen.
− Ter ondersteuning voor het bieden van passende zorg heeft Vilans een tool ontwikkeld
waarin de interventies die worden toegepast in de Wlz zijn opgenomen. De tool is getest
en zal in het voorjaar van 2026 worden gelanceerd.
− De verkenning door VWS naar de betere afstemming van de zorgwetten is gestart en zal
in de tweede helft van 2026 worden afgerond.
− ZN werkt aan de in HLO afgesproken aanpassingen van het inkoopkader. Het gaat om het
verwerken van de lijn «MPT in principe voorliggend op VPT bij ongeclusterde zorg thuis»,
Domein Overstijgend Samenwerken, inzet regiobudgetten 2027–2029 en verdere uniformering
van regels waar mogelijk. Het inkoopbeleid wordt 1 juni 2026 gepubliceerd.
− Voor het vereenvoudigen van herindicaties heeft het CIZ een uitvoeringstoets uitgevoerd.
Omdat het CIZ haar zaaksysteem nu aanpast, zal de uitvoering van start gaan zodra
de aanpassingen in het zaaksysteem zijn doorgevoerd. De planning is medio 2026.
− Aanvullend op HLO geldt dat in de brief van 3 juni 20255 is toegelicht welke stappen worden gezet naar aanleiding van de motie Joseph6 over het indiceren met terugwerkende kracht van mensen met een Wlz-indicatie. Met
het CIZ is afgesproken dat het met ingang van 1 januari 2026 de mogelijkheid krijgt
om terugwerkende kracht van indicaties uitgebreider toe te passen. Deze uitbreiding
betreft de omstandigheid als een cliënt al een Wlz-indicatie heeft. Hierbij gaat het
om cliënten die vanwege bijzondere omstandigheden vanuit de thuissituatie met een
Wlz-indicatie al met spoed zijn opgenomen in een instelling en waarbij direct een
hoger zorgprofiel nodig blijkt. De beoogde inwerkingtreding hiervan is 1 januari 2027.
− Bijna 170 zorgaanbieders hebben inmiddels een beroep gedaan op het programma «Waardigheid
en Trots». Zij willen bijvoorbeeld ondersteuning om samenwerking met de informele
zorg meer ruimte te geven, aanpassingen in de bedrijfsvoering te realiseren en inzet
van technologie te vergroten. Daarnaast hebben vele duizenden zorgverleners deelgenomen
aan bijeenkomsten, leergangen en lerende netwerken. De website wordt maandelijks door
ca. 35.000 zorgverleners bezocht om kennis op te doen en de artikelen van LinkedIn
worden maandelijks door ca. 88.000 mensen gezien. Dit geeft aan dat de beoogde vernieuwing
naar toekomstbestendige ouderenzorg volop gaande is. De voortgangsrapportage treft
u aan als bijlage 2.
− Het programma «RegioKracht in de zorg» stimuleert regionale samenwerking (bijlage 3).
Door strategische ondersteuning en het delen van kennis zijn regionale samenwerkingstafels
afgelopen jaar niet alleen structureler gaan samenwerken, maar ook strategischer en
meer lerend gaan opereren.
De verwachting is dat in de loop van 2026 deze en andere resultaten door de HLO partijen
gepresenteerd kunnen worden.
De tweede helft van 2025 zijn er diverse berichten in de media verschenen over afnemende
vraag van ouderen naar zorg. Ik heb het RIVM gevraagd om onderzoek te doen naar de
mate waarin daarvan sprake is, wat de oorzaken zijn en of er sprake is van een structureel
lagere vraag (zie ook bijlage 4 met offerte van het RIVM met de onderzoeksaanpak).
Monitor ouderenzorg: ontwikkelingen in de samenleving
De HLO-monitor bestaat uit verschillende onderdelen. Als eerste gaat het om zicht
houden op de voortgang van planvorming en uitvoering van de afspraken en plannen.
Als tweede gaat het om zicht op de cruciale veranderingen in de zorg. Tot slot gaat
het om het monitoren van de uitkomsten voor ouderen. De voortgang hiervan kunt u bij
toekomstige voortgangsbrieven verwachten.
Bijgevoegd is de Monitor «Ouderenzorg: beweging in de samenleving» (bijlage 5). Deze
monitor is ontwikkeld door het RIVM en geeft aan de hand van 32 indicatoren kwantitatief
en kwalitatief inzicht in de ontwikkelingen rondom zorg en ondersteuning voor thuiswonende
ouderen in de periode 2015–2023. Dit rapport is ontwikkeld in het WOZO-programma waar
de beweging naar «zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan» centraal
stonden. Deze monitor wordt binnen het HLO gecontinueerd en kan worden gezien als
een nul-meting voor de resultaten van HLO.
De monitor laat zien dat er een trend is als het gaat om de ervaren zelfredzaamheid
en tevredenheid met het leven. In het veld worden nieuwe initiatieven gestart om de
beweging tot langer zelfstandig thuis wonen voor ouderen te ondersteunen, bijvoorbeeld;
wooninitiatieven of zorgzame buurten. Hiernaast zijn er ontwikkelingen rondom de inzet
van zorgtechnologie en digitale hulpmiddelen en is er een stijging te zien in het
aandeel oudere zorggebruikers dat gebruik maakt van digitale zelfhulp en zorgtoepassingen.
Omdat de toepassing van zorgtechnologie voor een aantal groepen minder vanzelfsprekend
is, is er binnen het HLO aandacht voor het bevorderen van deze inzet.
Financiën
Naast inhoudelijke afspraken bevat het HLO ook afspraken omtrent het financiële kader.
Zoals aangekondigd in de brief van 26 juni jl.7 heb ik de NZa een aanwijzing gegeven om de vier tariefmaatregelen op het terrein
van de Wlz-ouderenzorg te vervangen door één nieuwe maatregel, waarbij sprake is van
een verzachting oplopend van € 242 mln in 2026 tot € 250 mln structureel. De NZa heeft
deze aanwijzing inmiddels verwerkt in haar beleidsregels voor 2026.
Verder hebben de zorgkantoren in hun zorginkoopbeleid opgenomen dat zij de extra financiële
ruimte die ontstaat door de herberekening van het richttarief 2026 zullen benutten
voor aanvullende tariefafspraken met zorgaanbieders die concreet aan de slag gaan
met intensivering op de twee transitiedoelen van het HLO (arbeidsmarkt en toegang).
Het gaat om 0,9%. Deze aanvullende afspraken worden passend bij het HLO gemaakt op
de thema’s: langer thuis (o.a. logeren), arbeidsmarkt, duurzaamheid (ESG448-breed) of anders werken in de zorg waaronder (sociale) innovatie zoals betrekken
van informele zorg, inzet technologie/AI en samenwerking in de regio. Zorgkantoren
geven hier in de regio vanuit hun inkoopbeleid invulling aan.
Samenhang
Het HLO hangt samen met diverse beleidsprogramma’s die relevant zijn voor de toekomst
van ondersteuning en zorg. Het gaat daarbij om:
− In het AZWA staan zorgbrede afspraken die deels ook betrekking hebben op de ouderenzorg
en van invloed zijn op de afspraken die in HLO zijn gemaakt, zoals de verbinding tussen
het medisch en het sociaal domein, samenwerking in de regio, gegevensuitwisseling
en arbeidsmarkt/opleiden9. De relatie wordt inhoudelijk via thematafels gelegd met de betrokken HLO partijen.
In de voortgangsrapportage IZA/AZWA wordt u over de voortgang geïnformeerd.
− Wonen voor ouderen. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijk ordening (VRO)
is verantwoordelijk voor het realiseren van wonen voor ouderen. Daartoe is er de stuurgroep
Wonen en Zorg voor ouderen, waarin naast de departementen van VWS en VRO ook ActiZ,
ZN, de VNG, Seniorencoalitie, Aedes en IVBN zijn vertegenwoordigd. In april 2025 is
de voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd10.
− Nationale Dementie Strategie (NDS), met verbinding naar de basisfunctionaliteit dementie
op de ontwikkelagenda in het AZWA. De missie van de NDS is dat mensen met dementie
en hun naasten als waardevol lid van onze samenleving kunnen functioneren en goede
ondersteuning en zorg kunnen ontvangen. Zie ook de voortgangsbrief van 2 september
202511.
− Medisch generalistische zorg. MGZ is de algemeen medische zorg die huisartsen, specialisten
ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten (VG) in samenwerking bieden.
Het MGZ traject is erop gericht dit zo efficiënt mogelijk te organiseren. Zie ook
bijlage 6.
Door gedegen met genoemde trajecten samen te werken, wordt de samenhang geborgd.
Motie
De motie van de leden Thiadens en Eerdmans12 verzoekt de regering uit te spreken dat intramuraal verblijf niet hetzelfde is als
thuis. Ik ben het hiermee eens. In de overwegingen bij de motie wordt aangegeven dat
zorg met verblijf voor iedereen beschikbaar dient te zijn, ongeacht iemands financiële
status. Dat onderschrijf ik en dat is ook het geval. Voor cliënten die zijn aangewezen
op zorg met verblijf blijft ook in de toekomst intramuraal verblijf in een instelling
mogelijk.
In de constateringen bij de motie wordt aangegeven dat winstuitkering bij zorg met
verblijf verboden is, maar dat het winstverbod wordt omzeild doordat woon-zorgcomplexen
op basis van het scheiden van wonen en zorg (waarbij mensen zelf hun woonlasten betalen)
worden gezien als zorg thuis, waarmee private investeerders grote winsten kunnen maken
in de ouderenzorg. In reactie hierop wil ik aangeven het aan cliënten zelf is om de
zorg en wonen daar in te kopen waar zij een goede prijs/kwaliteit verhouding krijgen.
Ik zie dat als een extra keuzemogelijkheid naast het intramurale verblijf. In een
eerdere beantwoording van Kamervragen13 heb ik aangegeven voornemens te zijn om samen met de Minister van VRO met de sector
in gesprek te gaan over het demarqueren van een duidelijke scheidslijn tussen welke
zorgwoningen wel en niet onder de huurprijsregulering vallen. Ik beschouw deze motie
hiermee als afgedaan.
Afsluiting
Sinds de ondertekening van het HLO is door de partijen hard gewerkt aan het inregelen
van het HLO zodat de komende jaren de afspraken kunnen worden uitgevoerd en de doelstellingen
gehaald. Ik kijk uit naar de resultaten die de komende periode worden geboekt. De
volgende voortgangsbrief stuur ik gelijktijdig met de voortgangsrapportage van het
IZA/AZWA zodat deze ook in samenhang kunnen worden bezien.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
Indieners
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport