Brief regering : Voortgang agenda databeschikbaarheid in de zorg
27 529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg
Nr. 355
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2026
De zorg staat op een kantelpunt. De zorgvragen worden complexer, de druk op zorgverleners
neemt sneller toe dan haar capaciteit en digitale ontwikkelingen bieden meer mogelijkheden
dan ooit. Daarom kiest het Ministerie van VWS ervoor om nadrukkelijk de regie te pakken
en samen met het zorg- en ICT-veld doelgericht te bouwen aan een toekomstbestendig
gezondheidsinformatiestelsel dat werkt voor zorg, welzijn en preventie. Een stelsel
dat zorgverleners en burgers ondersteunt met betrouwbare, veilige en bruikbare informatie
voor passende zorg.
Dat is een grote opgave met veel samenhangende onderdelen. Met de Kamerbrief «Agenda
Databeschikbaarheid in de Zorg» en de daaronder liggende brieven van vorig jaar maakten
we deze samenhang inzichtelijk.1
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang op de Agenda Databeschikbaarheid
in de Zorg met de volgende onderdelen:
• Nationale Visie en Strategie op het gezondheidsinformatiestelsel (NVS);
• Zorg-ICT-markt;
• Gegevensuitwisselingen onder de Wegiz;
• Europese wetgeving op AI;
• Data voor burgers.
Deze onderdelen zijn belangrijke bouwstenen om te komen tot volledige databeschikbaarheid.
Het Ministerie van VWS pakt de verantwoordelijkheid om deze in samenhang verder te
brengen.
De NVS fungeert daarbij als kompas en stelt ons in staat om die samenhang aan te brengen
tussen wetgeving, standaarden, infrastructuur en praktijk. Maar ook door richting
te geven: duidelijke doelen, voorspelbare stappen en gezamenlijke prioriteiten. En
die gezamenlijkheid komt overal in terug, want we doen dit niet alleen vóór, maar
ook zeker samen met het zorgveld.
Ook wordt er nadrukkelijk Europese aansluiting gezocht. De komst van de European Health
Data Space (EHDS) heeft een aanzienlijke en richtinggevende impact op verschillende
onderdelen van de NVS, zowel op inhoud als op de planning.2 In deze brief stip ik een aantal van deze veranderingen aan. Omdat dit onderwerp
meer vraagt dan een korte vermelding, ontvangt u, parallel aan deze, een aparte Kamerbrief
waarin ik de implementatie van de EHDS uitgebreider toelicht.
Stap voor stap bouwen we aan een stelsel dat zorgverleners tijd teruggeeft, patiënten
inzicht geeft en waarbinnen innovatie ruimte krijgt. Dat is de beweging die we samen
in gang hebben gezet. En daar plukken we de vruchten al van.
Zo leidt de NVS al zichtbaar tot betere samenwerking en resulteert het verbeterde
overzicht in samenhang en afhankelijkheid in steeds realistischere planningen. Onder
de regie van het Ministerie van VWS wordt in samenwerking met vertegenwoordiging uit
de zorg-ICT-markt aan een gedragscode gewerkt, die naar verwachting dit voorjaar ondertekend
zal worden door alle betrokken partijen. En vorig jaar is de aanbesteding afgerond
waarbij drie ontwikkelpartners zijn geselecteerd die, door middel van opensourcewerken,
al hard aan de slag zijn om te komen tot een meer gebruiksvriendelijke Persoonlijke
Gezondheidsomgeving (PGO).
Hieronder volgt meer informatie over de stappen die worden gezet op de weg naar volledige
databeschikbaarheid.
Regie op de uitvoering van de NVS
Het Ministerie van VWS heeft samen met zorgpartijen de Nationale Visie en Strategie
opgesteld.3 Om focus aan te brengen gedurende de looptijd van de NVS, is deze onderverdeeld in
3 plateaus: plateau 1 richt zich op het realiseren van interoperabiliteit, plateau
2 richt zich op het faciliteren van netwerkzorg op basis van databeschikbaarheid en
plateau 3 richt zich op het aansluiten van het sociaal domein op het gezondheidsinformatiestelsel.
Onderstaand wordt de stand van zaken van plateau 1 weergegeven.
Voortgang op plateau 1 (Interoperabiliteit georganiseerd, 2023–2026)
Plateau 1 van de NVS richt zich op het goed kunnen uitwisselen van gezondheidsgegevens
tussen zorg-ICT-systemen (interoperabiliteit). In dit plateau wordt gewerkt aan de
basis op orde en specifiek programma’s die als fundament nodig zijn om de WEGIZ gegevensuitwisselingen, zoals
vermeld in de Agendabrief van april 20254, te kunnen realiseren.
De belangrijkste landelijke programma’s die hieraan bijdragen zijn:
• Landelijk dekkend netwerk;
• Generieke functies;
• Landelijk afsprakenstelsel;
• Eenheid van taal en techniek;
• Persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) en Mijn Gezondheidsoverzicht.
Deze landelijke programma’s bewegen mee met nieuwe Europese kaders. De EHDS schept
nieuwe kaders waarop de Wegiz gegevensuitwisselingen herijkt worden. De inwerkingtreding
van de EHDS-verordening en de nadere uitwerking van de eerste «tranche» daarvan (gereed
medio 2027) heeft daarmee invloed op de doorlooptijden van de lopende AMvB’s onder
de Wegiz.
In zijn algemeenheid constateren we dat er bij de realisatie van plateau 1 vertraging
is ontstaan. Naast de hierboven genoemde impact van de EHDS, ligt de oorzaak hiervan
mede in de complexiteit van de forse opgave die voor ons ligt en wat dit vraagt van
de beschikbare capaciteit van de zorgsector en ICT-leveranciers, om náást het leveren
van goede zorg ook nog bezig te zijn met de benodigde veranderingen vanuit de NVS.
Voortgang op inrichting regieproces
De regie op de uitvoering van de NVS ligt bij het Ministerie van VWS. Het Ministerie
van VWS heeft samen met het zorgveld en de zorg-ICT-markt een proces ingericht van
regie en afstemming om die doelen te verwezenlijken. Dit proces maakt het mogelijk
om beter richting te geven, knelpunten op te lossen en op tijd programma’s op te starten,
of waar nodig af te sluiten. De landelijke Integraal Zorgakkoord (IZA)-implementatiestrategie,
waarvan de afronding begin dit jaar wordt verwacht, is een belangrijk onderdeel hiervan.
De komst van de EHDS zal ook invloed op de planning en fasering van een aantal NVS
doelen hebben.
Specificeren benodigde activiteiten plateau 2 (Netwerk georganiseerd, 2027–2030)
Plateau 2 van de NVS richt zich op het realiseren van databeschikbaarheid om netwerkzorg
beter te kunnen faciliteren en het verder voldoen aan de EHDS-verplichtingen. De activiteiten
van plateau 2, zoals benoemd in de NVS, worden nu verder uitgewerkt tot een voorstel
voor uit te voeren programma’s in plateau 2.
Ook worden de voorbereidende activiteiten voor plateau 3 (Integraal georganiseerd,
2031–2035) inzichtelijk gemaakt. De uitwerking van de EHDS kan voor deze domeinen
mogelijk leiden tot een verschuiving van activiteiten van plateau 3 naar plateau 2.
Ter voorbereiding hierop zijn twee onderzoeken afgerond om een beeld te krijgen van
de zorginhoudelijke informatiebehoefte voor huishoudelijke hulp en de informatiebehoefte
tussen huisarts en het sociaal domein.5
Regie op de zorg-ICT-markt
In april 2023 is het Actieplan zorg-ICT-markt voor gegevensuitwisseling (actieplan)
met uw Kamer gedeeld.6 Aanleiding voor dit actieplan was dat de doelen voor elektronische gegevensuitwisseling
en databeschikbaarheid in de zorg, zoals beschreven in het IZA en de NVS – door knelpunten
in de zorg-ICT-markt lastig te behalen zijn. Volgens de Autoriteit Consument & Markt
(ACM) heeft de zorg-ICT-markt bepaalde concurrentiebeperkende kenmerken, wat zorg-ICT
duurder kan maken en een rem kan zetten op innovatie.7
Stand van zaken Actieplan zorg-ICT-markt
In het actieplan staat hoe de Minister van VWS regie neemt op de zorg-ICT-markt op
het gebied van gegevensuitwisseling door partijen te betrekken, te verbinden en aan
te sturen. Om de interventies in het actieplan te laten slagen, wordt samengewerkt
met alle betrokken veldpartijen, waaronder zorgaanbieders, koepels, ICT-leveranciers,
brancheorganisaties, toezichthouders en zorgverzekeraars. Het doel is om de zorg-ICT-markt
toegankelijker te maken. In de voortgangsbrief van 2024 stond dat in de periode daarvoor
goede stappen waren gezet om de zorg-ICT-markt opener te maken en beter te laten functioneren.8 Hieronder vindt u een update bij verschillende onderwerpen uit het actieplan. De
toezegging dat uw Kamer jaarlijks geïnformeerd werd over de voortgang op het actieplan,
beschouw ik hiermee als afgedaan.
Meerjarenagenda zorg-ICT-markt
Om tot een eenduidig overzicht van landelijke programma’s en initiatieven te komen,
is besloten om de meerjarenagenda zorg-ICT-markt integraal op te pakken vanuit de
NVS-portfolio van het gezondheidsinformatiestelsel. Zo worden Zorg-ICT leveranciers
beter betrokken bij de planvorming en de prioritering.
Monitor
Eerder is voorgesteld om een verkenning te doen naar de ontwikkeling van een monitor
voor de zorg-ICT-markt. Op dit moment zijn er onvoldoende bruikbare indicatoren om
de zorg-ICT-markt effectief te monitoren. Daarom wordt dit jaar ingezet op een marktverkenning/trendanalyse
ter onderbouwing van het beleid en de uit te voeren acties, om de zorg-ICT-markt verder
te verbeteren.
Keurmerken voor gegevensuitwisseling
In sommige zorgsectoren wordt gebruikgemaakt van een keurmerk voor gegevensuitwisseling.
Dat is een set van praktische en toetsbare eisen waarin staat waar een zorginformatiesysteem
minimaal aan moet voldoen, bijvoorbeeld op het gebied van interoperabiliteit, zorginhoudelijke
functies en onderhoud. Een voorbeeld hiervan is het XIS-keurmerk in de huisartsenzorg.
Zo’n keurmerk kan toegevoegde waarde hebben voor veldpartijen. Er kunnen ook nadelen
kleven aan keurmerken en certificaten. Bijvoorbeeld als ze een specifiek Nederlands
karakter krijgen en daarmee een drempel tot de Nederlandse markt opwerpen voor buitenlandse
ICT-leveranciers. In het verleden heeft het Ministerie van VWS enkele subsidies verleend
voor het opzetten van zulke keurmerken. De conclusie na evaluatie is dat de financiering
bij veldpartijen zelf moet liggen, waarbij zij eventueel in overleg kunnen gaan met
zorgverzekeraars.
Het programma Ondersteuning Koepels Zorg
Sinds 2023 worden koepels ondersteund vanuit het programma Ondersteuning Koepels Zorg
(OKZ) bij de samenwerking met leveranciers en gebruikersverenigingen.9 De OKZ-ondersteuning wordt aangeboden aan vijf sectoren: de medisch-specialistische
zorg, huisartsenzorg, langdurige zorg, de Nederlandse ggz en de farmaceutische zorg.
Dit loopt tot en met 2027. De sectorale samenwerking is in de afgelopen jaren sterk
verbeterd. Zo zijn er sectorale routekaarten opgesteld, aansluitend op de IZA-afspraken.
Eind vorig jaar is het OKZ-programma geëvalueerd. Het beeld is positief; het programma
draagt bij aan de samenwerking binnen de sectoren. Om de effectiviteit te verhogen
is een meer samenhangende aanpak nodig. Dit jaar wordt het bovensectorale overleg
verder uitgewerkt. Daarbij zal ik de Stichting Samenwerkende ICT Leveranciers in de
Zorg (SILIZO) actief betrekken om ervoor te zorgen dat de leveranciersvertegenwoordiging
en -samenwerking goed is georganiseerd.
Verkenningen zorg-ICT-markt
De afgelopen periode zijn drie verkenningen uitgevoerd. De Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) is gevraagd om samen met Zorginstituut Nederland en de ACM mogelijke oplossingsrichtingen
te verkennen voor een beter functionerende zorg-ICT-markt.10 Hieruit blijkt dat de zorg-ICT-markt verschillende knelpunten kent die de marktdynamiek
verstoren, zoals marktmacht van een klein aantal ICT-leveranciers, specifieke bekostigingssystematiek
en gebrekkige vraagarticulatie van zorgaanbieders richting ICT-leveranciers. Dit gaat
ten koste van de kwaliteit en betaalbaarheid van zorg-ICT en staat de nodige ontwikkelingen
en innovatie in de weg.
Adviesbureau PBLQ heeft bestaande opleidingslandschap op het gebied van zorg-ICT-inkoop
geïnventariseerd en de behoeften van betrokken actoren in kaart gebracht.11 Opleiding kan een belangrijke rol spelen om een gelijk speelveld tussen zorgaanbieder
en leverancier te bevorderen.
Aanvullend heeft KPMG de mogelijkheden van gezamenlijke inkoop van zorg-ICT door externe
inkoopadviesbureaus verkend.12 De reikwijdte van dit onderzoek richt zich op kernapplicaties die zorginstellingen
gebruiken, zoals het elektronisch patiëntendossier (EPD) of het elektronisch cliëntendossier
(ECD). Het advies is om een (externe) expertise in te zetten om gezamenlijke inkoop
van een kernapplicatie te laten slagen. Dit zorgt voor schaalvoordelen en vergroot
de kans op samenwerking.
Op basis van deze verkenningen zal dit jaar verder worden uitgewerkt hoe de bewustwording
en kennis en expertise bij bestuurders over zorg-ICT vergroot kan worden. Ook wordt
samen met partijen onderzocht hoe het inkoopproces verbeterd kan worden. Daarnaast
overweeg ik om samen met overheidspartijen met een regulerende of toezichthoudende
rol in het zorgveld een signaleringstafel op te zetten. Daar kunnen signalen worden
gedeeld en vanuit bestaand instrumentarium kan bekeken worden of en zo ja welke (gezamenlijke)
interventie gewenst is.
Gedragscode voor samenwerkingsafspraken van partijen op de zorg-ICT-markt voor gegevensuitwisseling
De komende jaren staan we voor veel uitdagingen. Daarom is het belangrijk om goede
samenwerkingsafspraken te maken. Het Ministerie van VWS heeft de regie genomen bij
het opstellen van een gedragscode in samenwerking met een afvaardiging van betrokken
veldpartijen. Doel is het verhelderen van (maatschappelijk verantwoorde) rollen, verantwoordelijkheden
en gedragingen van alle partijen die betrokken zijn bij de zorg-ICT-markt. Naar verwachting
zal de gedragscode in het voorjaar klaar zijn voor ondertekening door (koepels) van
de betrokken partijen. Vervolgens worden de afspraken uitgewerkt in een werkagenda.
Openheid en interoperabiliteit
In januari vorig jaar heeft de ACM een brief gestuurd aan de toenmalige Minister van
VWS over de geslotenheid van ICT-systemen, de nadelen hiervan voor de zorg en ook
de beperkingen van de instrumenten die de ACM tot haar beschikking heeft om hiertegen
op te treden.13 Vanwege de urgentie van de genoemde problematiek adviseert de ACM om data-openheid
wettelijk af te dwingen.
Aan de ACM is geantwoord dat de mogelijkheden worden onderzocht voor verplichtstelling
van databeschikbaarheid en open datastandaarden. Dit sluit aan bij de motie van het
lid Bushoff, waarin verzocht wordt ICT-leveranciers in de zorg de komende jaren verplicht
worden gebruik te maken van open datastandaarden.14 Hiermee beschouw ik genoemde motie als afgedaan.
Aanvullende acties
Het Actieplan zorg-ICT-markt is eind 2025 geëindigd. Ik vind het belangrijk dat dit
onderwerp structureel in samenhang onderdeel uitmaakt van lopende beleidsontwikkelingen.
Daarom zet ik naast de hierboven genoemde acties in op de impact van de EHDS op de
zorg-ICT-markt en het versterken van het toezicht.
EHDS en impact op leveranciers zorg-ICT-markt
De EHDS-verordening wijdt onder andere een hoofdstuk aan regulering van de EPD-markt
en bevat een raamwerk met vereisten waaraan EPD-systemen moeten voldoen. Dit heeft
ook impact op de zorg-ICT markt in Nederland en op Nederlandse ICT-leveranciers. De
EHDS zet in op een zo open mogelijke markt voor EPD-leveranciers. Om dat te bereiken
worden er op Europees niveau harmoniserende regels gesteld aan interoperabiliteit
tussen de EPD-systemen en het verplicht maken van een loggingsmechanisme voor gebruik
van gegevens door zorgverleners. De invulling van deze regels vindt plaats via uitvoeringshandelingen.
Dit heeft impact op de zorg-ICT markt in Nederland en op Nederlandse ICT-leveranciers.
Ik zet mij daarom in om leveranciers van zorg-ICT actief te informeren over deze ontwikkelingen.
De komende periode wordt bekend welke standaarden en afspraken toepasbaar worden om
gegevensuitwisseling tussen de zorgsystemen te vergemakkelijken.
De EHDS maakt het daarnaast mogelijk om op nationaal niveau nog aanvullende regels
te stellen waar EPD-systemen aan moeten voldoen. Deze regels moeten noodzakelijk zijn
binnen de geldende zorginfrastructuur en mogen niet leiden tot marktverstoring. Afhankelijk
van de inhoud van de uitvoeringshandelingen wordt bekeken of Nederland gebruik wil
maken van de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen aan EPD-systemen en in welke
mate het mogelijk is om deze regels te verplichten. Uw Kamer wordt hier later dit
jaar over geïnformeerd.
Versterken toezicht en toekomst mededingingsbeleid
De Minister van Economische Zaken (EZ) heeft onlangs een Kamerbrief over de toekomst
van het mededingingsbeleid aan uw Kamer gestuurd.15 Daarin staat onder meer dat hij Nederlandse markten ziet waarop de concurrentie beperkt
is en die nu om oplossingen vragen. Een voorbeeld dat de Minister van EZ noemt is
de zorg-ICT-markt, waar zorgverleners te maken hebben met ongerechtvaardigd hoge prijzen
en lagere kwaliteit van producten en diensten door de mate van concurrentie op de
markt en relatief hoge overstapdrempels. Ook ziet hij de meerwaarde van een marktremediebevoegdheid,
zoals de New Competition Tool.16
Bij voorkeur wordt dit op Europees niveau geregeld met een Europees instrument met
handhaving op Europees en nationaal niveau. Tegelijkertijd zijn er signalen over haperende
concurrentie en ziet de Minister van EZ daarin reden om vooruitlopend op een eventueel
Europees instrument naar een uitwerking toe te werken op nationaal niveau. Ik zal
daar nauw bij aansluiten, omdat dit eraan bijdraagt dat de ACM over adequaat instrumentarium
kan beschikken.
Continuïteit van zorg
De gezondheidszorg wordt in toenemende mate gedigitaliseerd. Dit betekent dat ICT-diensten
en -infrastructuur steeds vaker cruciaal zijn voor de continuïteit van zorg. Ik werk
daarom aan verschillende initiatieven om de continuïteit van zorg-ICT te versterken.
Onder meer werk ik samen met de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) aan de
implementatie van de CER-richtlijn middels de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten
(Wwke).17 Daarnaast onderzoek ik samen de Minister van JenV en de Minister van Economische
Zaken de mogelijkheden om (bij een wijziging van) de Wet veiligheidstoets investeringen,
fusies en overnames (Vifo), bepaalde zorg-ICT-diensten onder de werking van de wet
Vifo te brengen. Hierbij wordt gekeken naar cruciale leveranciers van zorgspecifieke
ICT diensten. De wet Vifo heeft als doel om de nationale veiligheid te beschermen
tegen risico’s die kunnen ontstaan bij (vijandige) investeringen en overnames in het
Nederlandse bedrijfsleven. Daarmee is de motie Bushoff (Kamerstuk 27 529, nr. 343) om te bezien of er voorwaarden kunnen worden gesteld bij fusies en overnames vanuit
het buitenland van digitale zorg infrastructuur afgedaan.
De Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg
Op de Meerjarenagenda van de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz)
staan gegevensuitwisselingen waarvoor ik beoog een wettelijke verplichting bij AMvB
te ontwikkelen om deze elektronisch en gestandaardiseerd uit te wisselen.18 Om afspraken over de uitwisseling eenduidig vast te leggen, verwijst de AMvB naar
kwaliteitsstandaarden en NEN-normen. Een NEN-norm verwijst naar een informatiestandaard.
Het doel van de ontwikkeling en implementatie van deze gegevensuitwisselingen is betere
beschikbaarheid van gegevens in het zorgproces, betere zorg voor de patiënt en minder
administratieve lasten voor de zorgverlener.
In een brief van 18 december 2024 informeerde mijn ambtsvoorganger u voor het laatst
over de voortgang van de Wegiz.19 De daarin gecommuniceerde data van publicatie en/of inwerkingtreding van de AMvB’s
wijzigen, door invloed van een aantal factoren. Enerzijds is er de complexiteit van
de forse opgave die voor ons ligt, waarbij we afhankelijk zijn van onder meer de realisatie
van generieke functies en een landelijk dekkend netwerk van infrastructuren. Maar
ook van de ontwikkelcapaciteit van leveranciers en het absorptievermogen van de zorgsector
voor alle nieuwe ontwikkelingen. De snelheid van programma’s als Medicatieoverdracht,
Met Spoed Beschikbaar en eOverdracht is hier mede van afhankelijk. Een tweede factor
is de komst van de EHDS en de invloed daarvan op de doorlooptijden binnen het Wegiz-traject.
Ik onderzoek daarom nu in een doorlopende impactanalyse hoe de juridische borging
het best kan worden ingericht, zodat de AMvB’s – die nog in ontwikkeling zijn – goed
op deze verandering aansluiten. Een eerste bevinding uit deze analyse laat zien dat
het nu juridisch niet mogelijk is om de AMvB’s onder de Wegiz in proces te brengen.
Dit heeft te maken met het feit dat de Wegiz en EHDS op een belangrijk punt van elkaar
verschillen. Waar de Wegiz uitgaat van conformiteitsbeoordeling door derden, gaat
de EHDS uit van een zelfbeoordeling door ICT-leveranciers op conformiteit. Dit betekent
dat de grondslag voor de zelfbeoordeling eerst moet worden verwerkt in de wijziging
van de Wegiz. De AMvB’s kunnen weer worden opgepakt zodra deze wetgeving, na toezending20, door uw Kamer is goedgekeurd en de inhoud daarvan is afgestemd op de Europese uitwerking
van geprioriteerde gegevenssets, zoals deze vanaf 2029 of 2031 rechtstreeks werkend
zijn. Over de bevindingen uit de impactanalyse tot nu toe, informeer ik u parallel
aan deze brief, in een Kamerbrief over de EHDS. Zodra de impact van alle relevante
factoren helder is, zal ik ook de aangepaste tijdlijnen met u delen.
Hieronder ga ik in op de voortgang van de afzonderlijke gegevensuitwisselingen.
Medicatieoverdracht
In het landelijke programma Medicatieoverdracht werken alle betrokken partijen in
het zorgveld samen met het Ministerie van VWS aan de implementatie van de kwaliteitsstandaard
Medicatieoverdracht en de bijbehorende informatiestandaarden.21 Met als doel: een actueel en compleet elektronisch medicatieoverzicht voor zorgverleners
en patiënt.22 Voor het realiseren van de nationale doelen én voor de EHDS-verplichtingen ePrescription, eDispensation en de medicatielijst in de patiëntsamenvatting is het duidelijk dat de implementatie
van de informatiestandaard Medicatieproces9 (MP9) cruciaal is. Voor grensoverschrijdende
gegevensuitwisseling is een vertaling van MP9 nodig. Ik zet mij in om dit samen met
de andere EU-lidstaten juridisch mogelijk te maken.
In de «kickstart» van het programma Medicatieoverdracht worden de kwaliteitsstandaard
Medicatieoverdracht en de informatiestandaard MP9 geïmplementeerd in een beperkte
setting in de regio’s Friesland en Rijnmond. In het afgelopen jaar is de werking van
de gegevensuitwisseling uitgebreid getest door de betrokken zorgaanbieders en hun
softwareleveranciers. De verwachting is dat medicatiegegevens vanaf medio 2026 elektronisch
en gestandaardiseerd uitgewisseld kunnen worden in beide regio’s, tussen een beperkt
aantal zorgaanbieders in het zorgnetwerk rond de patiënt en met de PGO. De «kickstart»
werkt met gefaseerde «live-gangen» en steeds meer (verschillende typen) zorgaanbieders
en wordt in 2027 afgerond. Parallel aan de kickstart vindt een eerste uitbreiding
plaats: leveranciers van openbare apotheken, huisartsen, ziekenhuizen en zelfstandige
behandelcentra zijn gestart met de implementatie van de informatiestandaard MP9. Hierna
volgt landelijke opschaling.
Basisgegevensset Zorg tussen instellingen voor medisch-specialistische zorg
De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is een samenvatting van (medische) gegevens over een
patiënt die in elk onderdeel van het zorgproces van belang is. De kwaliteitsstandaard,
informatiestandaard en NEN-norm (7540) zijn alle drie reeds ingeschreven, opgeleverd
en gepubliceerd. Communicatie hierover volgt via de nationale bibliotheek van Nictiz.23 Ook is de stimuleringsregeling VIPP5 (€ 75 miljoen) vorig jaar officieel ten einde
gekomen. De belangrijkste doelen van VIPP5 waren: de uitwisseling van elektronische
gestandaardiseerde medische gegevens (BgZ) tussen zorginstellingen, het daadwerkelijk
hergebruik van gegevens en de uitwisseling met de patiënt via een PGO. Van de 197
zorginstellingen die hebben meegedaan, heeft 91% alle drie de modules succesvol behaald.
Beeldbeschikbaarheid
Voor de gegevensuitwisseling Beeldbeschikbaarheid en bijbehorend verslag werken betrokken partijen uit het zorgveld samen aan het gestandaardiseerd uitwisselen
en beschikbaar stellen van radiologische beelden. De NEN-norm Beeldbeschikbaarheid
ging in het voorjaar van 2025 in consultatie. De commentaren uit de consultatie zijn
verwerkt. Naar verwachting wordt de norm begin dit jaar gepubliceerd. In de Kamerbrief
van 18 december 2024 schreef mijn ambtsvoorganger dat gewerkt wordt aan een tijdelijke
oplossing met tijdlijn-functionaliteit voor radiologische beelden. Deze Landelijke
Tijdlijn Beeldbeschikbaarheid is succesvol beproefd in de praktijk en is klaar voor
landelijke implementatie in 2026. Parallel werk ik aan een toekomstbestendige oplossing
voor beeldbeschikbaarheid.
eOverdracht (elektronische verpleegkundige overdracht)
De eOverdracht is essentieel om toekomstbestendige zorg te blijven bieden, zoals ook
benoemd in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).24 De eOverdracht-uitwisseling wordt gebruikt tussen organisaties in de langdurige zorg
en instellingen voor medisch-specialistische zorg enerzijds, en tussen organisaties
voor langdurige zorg onderling anderzijds. Sinds de vorige voortgangsbrief zijn drie
nieuwe samenwerkingsverbanden officieel gestart met eOverdracht, wat het totaal op
14 brengt.25 In 2024 gingen drie van die 14 samenwerkingsverbanden live met een deelset van de
eOverdracht.26
Veelvuldig testen is van groot belang om de eOverdracht goed aan te laten sluiten
op het zorgproces. Dit testen vindt plaats onder begeleiding van Nictiz en in samenwerking
met de projectleiders van de implementatieondersteuning bij het Ministerie van VWS,
leveranciers en eindgebruikers zoals CNIO’s27 en andere verpleegkundigen die met de eOverdracht gaan werken. Hiernaast treft men
voorbereidingen om de eOverdracht op te nemen in het nationaal test- en validatiecentrum
(NTV).28 Om bredere vraagstukken op te lossen vinden er praktijkproeven plaats, zoals de ongeplande eOverdracht-casus en het testen van gebruikersvriendelijke identificatie- en authenticatiemiddelen
binnen de langdurige zorg. Ten slotte ondersteunt het Ministerie van VWS organisaties
voor langdurige zorg bij het op orde krijgen van hun informatiebeveiliging en privacy.
Ik ben bezig met de voorbereidingen voor de wettelijke verplichting van eOverdracht.
Zo heb ik een regeldrukeffectenonderzoek laten uitvoeren, waarin ook de kosten en
baten van de eOverdracht zijn herijkt.29 Ook ben ik met partijen in gesprek over wat er nodig is om tot ondertekening van
de kwaliteitsstandaard te komen. De benodigde NEN-norm eOverdracht (de NEN7545) is
klaar en kan gepubliceerd worden.
Acute Zorg
Voor het verlenen van acute zorg moeten relevante gegevens uitgewisseld kunnen worden
tussen huisartsen, huisartsenposten, ambulance, meldkamer en de spoedeisende hulp
van het ziekenhuis. Het uitwisselen van die gegevens gebeurt volgens de Richtlijn
Gegevensuitwisseling Acute Zorg (2022). De implementatie van die richtlijn wordt gestimuleerd
via het programma Met Spoed Beschikbaar (MSB 2.0). Dit programma wordt gefinancierd
vanuit het Ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). De deelnemers bestaan
uit vertegenwoordigers van de hele spoedzorgketen. In het programma kijken we samen
hoe we praktijk en techniek zo goed mogelijk op elkaar laten aansluiten. Het doel
is dat zorgverleners in de acute zorgketen straks in één oogopslag relevante medische
gegevens en informatie over de acute situatie van de patiënt kunnen inzien en uitwisselen.
Hiermee maken we de acute zorg veiliger, sneller en beter.
Europese wetgeving over Artificiële intelligentie (AI)
Op 1 augustus 2024 is de Europese AI-verordening in werking getreden en onderdelen
van deze verordening worden gefaseerd van toepassing. De AI-verordening bevat regels
en maatregelen die gelden voor alle sectoren waar met AI wordt gewerkt, waaronder
ook de zorg.
De AI-verordening wordt stapsgewijs ingevoerd, stelt eisen aan de ontwikkeling en
het gebruik van AI-systemen en kent een risico gebaseerde benadering, waarbij naarmate
het risico toeneemt, het aantal verplichtingen ook toeneemt. In de zorgsector zijn
de verplichtingen vooral gericht op medische hulpmiddelen die gereguleerd zijn door
middel van de MDR en de IVDR30.
Stand van zaken AI-verordening
Hieronder informeer ik u over de huidige stand van zaken rondom de AI-verordening.
Uitvoering
Ik wil zorgen voor een doeltreffende uitvoering van de AI-verordening. Dit betekent
risico’s beheersen waar nodig en tegelijk ruimte houden voor nuttige en verantwoorde
innovatie. Het Ministerie van VWS draagt samen met andere ministeries bij aan de Uitvoeringswet
AI-verordening, die door het Ministerie van EZ gecoördineerd wordt.
Het is van belang dat er voldoende praktische ondersteuning is voor organisaties om
te voldoen aan de AI-verordening. Daarom wordt op Europees niveau gewerkt aan normen
die de technische en organisatorische maatregelen omvatten waarmee organisaties kunnen
voldoen aan de AI-verordening. Ik heb de NEN opdracht gegeven om de participatie vanuit
Nederland voor deze Europese normalisatie te ondersteunen en bewustwording te creëren.
De AI-verordening is gericht op het vergroten van verantwoorde ontwikkeling en gebruik
van AI en AI-geletterdheid. Ter ondersteuning van het zorgveld is het stimuleren van
AI-geletterdheid ook onderdeel van het programma Realisatie AI in de zorg, zoals aangekondigd in de brief aan uw Kamer van afgelopen oktober.31
Tijdslijnen en fasering
De AI-verordening wordt gefaseerd van toepassing.32 In de verordening is opgenomen dat 2 augustus 2027 alle hoofdstukken van toepassingen
zijn. Op dat moment zijn ook de regels voor medische hulpmiddelen van toepassing,
wat relevant is voor de zorgsector.
Op 19 november jl. heeft de Europese Commissie de Digital Omnibus AI gepubliceerd.
Eén van de voorstellen is om de tijdlijn rondom het van toepassing zijn van de regels
over AI-systemen voor onder andere medische hulpmiddelen uit te stellen. Afhankelijk
van het besluitvormingstraject in Europa zal de datum van 2 augustus 2027 dus mogelijk
wijzigen. Uw Kamer is over deze voorstellen geïnformeerd in het BNC-fiche van 12 december jl.33
Een aantal bepalingen uit de AI-verordening behoeven nog nationale uitvoering. Zo
verplicht de AI-verordening lidstaten om verschillende bevoegde instanties aan te
wijzen, zoals de toezichthouders. Ook wordt momenteel de inrichting van het nationale
toezicht op en de handhaving van de AI-verordening uitgewerkt en wordt de verplichte
regulatory sandbox ingericht.34 De bewindspersonen van de Ministeries van EZ, BZK en J&V zullen uw Kamer op een later
moment informeren over de voortgang van de nationale uitvoering van de AI-verordening.
Samenloop AI-verordening en MDR/IVDR
De AI-verordening stelt vanaf 2 augustus 2027 ook eisen aan AI die gebruikt wordt
in medische hulpmiddelen en in-vitro diagnostica. De Medical Device Regulation (MDR) en de In-Vitro Diagnostics Regulation (IVDR) stellen al hoge kwaliteits- en veiligheidseisen aan medische hulpmiddelen,
zoals eisen ten aanzien van klinische evaluatie of productveiligheid. Tegelijkertijd
stelt de AI-verordening specifieke eisen rondom menselijk toezicht, datakwaliteit
en transparantie voor hoog risico AI toepassingen. Dit betekent dat zowel de AI-verordening
als de MDR of de IVDR van toepassing kunnen zijn en dat dus voldaan moet worden aan
de eisen uit beide verordeningen. Op 16 december jl. heeft de Europese Commissie amendementen
gepubliceerd voor de MDR en de IVDR35. Hierin zijn ook wijzigingen voor de AI-verordening voorzien. U wordt later dit kwartaal
geïnformeerd over dit voorstel met een BNC-fiche.
De AI-verordening biedt ruimte aan fabrikanten van AI-systemen om hun hulpmiddel voor
zowel de MDR, als de AI-verordening tegelijkertijd te laten certificeren. Dit moet
de regeldruk verminderen. Hierdoor kunnen ook Nederlandse aangemelde instanties die
nu de certificering onder de MDR en de IVDR uitvoeren, dit ook gaan doen onder de
AI-verordening.
Ik zet in op de samenhang tussen regels van de MDR, de IVDR en de AI-verordening,
zodat de regels uit deze verordeningen werkbaar zijn voor het veld. Ik werk daarvoor
nauw samen met de andere lidstaten en de Europese Commissie. Zo droeg Nederland in
Europees verband bij aan een document met veel-gestelde vragen over de samenhang tussen
de AI-verordening en de MDR/IVDR.36
Databeschikbaarheid voor iedere burger
Eén van de doelen van de Nationale Visie en Strategie (NVS) is dat naast zorgverleners
ook burgers volledige beschikbaarheid hebben over gegevens over hun eigen gezondheid
en zorg. Want een burger die inzicht heeft in deze gegevens, kan weloverwogen keuzes
maken en werken aan preventie.
Voortgang databeschikbaarheid voor burgers
In lijn met de toezegging in de brief over dit onderwerp van 18 december 202437 informeer ik uw Kamer hieronder over de voortgang van databeschikbaarheid voor de
burger. Hiermee beschouw ik genoemde toezegging als afgedaan. Daarbij ga ik in op
de volgende onderwerpen:
1. Het resultaat van de aanbesteding van drie PGO-ontwikkelpartners.
2. De verdere ontwikkeling van Mijn Gezondheidsoverzicht.
3. De ontsluiting van meer gezondheidsgegevens voor burgers.
Verder heeft databeschikbaarheid voor burgers grote raakvlakken met de implementatie
van de EHDS. In een separate brief over de EHDS, die u parallel aan deze zult ontvangen,
ga ik hier verder op in.
Het resultaat van de aanbesteding van drie PGO-ontwikkelpartners
In maart 2025 zijn de volgende drie PGO-leveranciers gekozen als uitkomst van de in
2024 gestarte aanbesteding: Curavista, Health Cloud Initiative en Topicus. Zij werken
tot en met 2027 mee aan de doorontwikkeling van het MedMij Afsprakenstelsel, met het
Ministerie van VWS als financier en Stichting MedMij als gedelegeerd opdrachtgever.38 Door deze constructie heb ik meer regie op de ontwikkeling, kwaliteit en betrouwbaarheid
van het MedMij Afsprakenstelsel als onderdeel van het Landelijk Afsprakenstelsel.
Er worden door de ontwikkelpartners twaalf projecten per jaar uitgevoerd, die van
begin af aan volledig open source worden ontwikkeld, zodat ook andere PGO-leveranciers kunnen profiteren van de bereikte
resultaten.
Verder is er speciale aandacht voor projecten die het gebruiksgemak van de PGO’s verbeteren:
• Toegankelijkheid: de PGO-ontwikkelpartners zijn in 2025 geaudit en voldoen vanaf 2026
aan de Webcontent Accessibility Guidelines (WCAG). Dit zijn internationale richtlijnen
voor de toegankelijkheid van websites en digitale content.
• Begrijpelijkheid: samen met Nictiz werken de ontwikkelpartners en VWS aan het begrijpelijker
maken van medische termen (SNOMED-termen) in het project Patiëntvriendelijke termen.39 De eerste 15.000 termen zijn al vertaald en worden beschikbaar gemaakt voor PGO’s.
Hoe de rest van de in totaal 380.000 termen vertaald worden, wordt nu verkend. Inzet
van AI gaat naar verwachting zorgen voor de benodigde versnelling.
• Overzichtelijkheid: met behulp van zogenaamde weergaverichtlijnen werken we aan een optimale presentatie van de groeiende hoeveelheid gezondheidsgegevens
op het scherm.
De verdere ontwikkeling van Mijn Gezondheidsoverzicht
Met Mijn Gezondheidsoverzicht ontwikkelt het Ministerie van VWS een publieke voorziening
voor databeschikbaarheid voor iedere burger: een app of website waar burgers op één
plek toegang hebben tot een zo compleet mogelijk overzicht van gegevens over hun gezondheid
en zorg.
Voor gebruiksgemak en veiligheid ontwikkelt het Ministerie van VWS ook een pseudoniemen-referentieservice
(PRS) die het Burgerservicenummer versleutelt en beveiligt en een vertrouwde authenticatiedienst
(VAD), waarmee een burger met één keer inloggen met DigiD toegang kan krijgen tot
gegevens bij verschillende zorgaanbieders.40 Deze diensten komen ook beschikbaar voor bestaande PGO’s en zijn randvoorwaardelijk
voor Mijn Gezondheidsoverzicht.
Prototypes van Mijn Gezondheidsoverzicht, PRS en VAD zijn in 2025 ontwikkeld en zullen
vanaf dit jaar, samen met MedMij en andere projectpartners worden getest. Het testen
vindt plaats binnen de geldende juridische kaders. Voor de ontwikkeling van genoemde
voorzieningen is een aantal scenario’s opgesteld die worden beoordeeld op technische,
juridische en organisatorische haalbaarheid. Hierbij wordt rekening gehouden met de
huidige oplossingen en geïnventariseerd hoe dit past binnen het stelsel van de EHDS.
De ontsluiting van meer gezondheidsgegevens voor burgers
Vanuit het Ministerie van VWS werk ik met het veld via verschillende routes aan het
ontsluiten van meer gezondheidsgegevens voor burgers.
MeerMed
Het VWS-initiatief MeerMed heeft tot doel om meer zorgaanbieders aan te sluiten op
het MedMij Afsprakenstelsel, meer data beschikbaar te maken en om meer zorgaanbieders
implementatieondersteuning te bieden.41 Hiermee wordt een vervolg gegeven aan het Versnellingsprogramma informatie-uitwisseling
Patiënt & Professional (VIPP-trajecten), wordt een actieve bijdrage geleverd aan de
IZA-werkafspraken en vormen zowel de Wegiz als EHDS de uitgangspunten. Met de MeerMed-projecten
richt het Ministerie van VWS zich, in samenwerking met de zorgkoepels, in eerste instantie
op zorgaanbieders in de huisartsenzorg, medisch-specialistische zorg, ggz, langdurige
zorg en geboortezorg. Op termijn worden ook andere sectoren toegevoegd, zoals mondzorg,
arbozorg en paramedische zorg. Dit jaar verkennen we de mogelijkheden om vanuit MeerMed
andere sectoren te ondersteunen.
Ontsluiten Gezondheidsgegevens bij Publieke Instellingen OGPI
Met de projecten van OGPI richt het Ministerie van VWS zich op het Ontsluiten van
Gezondheidsgegevens bij Publieke Instellingen. In 2024 zijn vanuit dit programma de
bij het RIVM bekende gegevens van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) van mensen geboren
na 1992 beschikbaar gekomen in de PGO’s. Zoals toegezegd in het commissiedebat Oversterfte
van 20 februari 2025 en in de brief van 19 juni 2025 informeerde ik uw Kamer over
de planning voor de verdere ontsluiting van vaccinatiegegevens.42 Hiermee beschouw ik deze toezegging als afgedaan. Op basis van een verkenning naar
de ontsluiting van overige vaccinatiegegevens richt het programma zich nu op het ontsluiten
van de belangrijkste bronnen van reisvaccinaties. Inmiddels is een aanpak opgestart.
Naar verwachting zullen deze gegevens in de tweede helft van 2026 beschikbaar zijn
in de PGO’s.
Wat in 2025 verder al met OGPI werd bereikt:
• De ontsluiting van gegevens uit bevolkingsonderzoeken (borstkanker, baarmoederhalskanker
en darmkanker) werd voorbereid. Deze komen in de eerste helft van 2026 beschikbaar
en zijn dan op te vragen voor iedereen die daar ooit aan heeft meegedaan.
• Er vond een verkenning plaats naar de ontsluiting van gegevens uit de prenatale en
neonatale screenings. In het eerste kwartaal van 2026 wordt duidelijk welke gegevens
ontsloten gaan worden naar de PGO’s.
• Er vond een verkenning plaats naar de ontsluiting van de Schengen-medicijnverklaring,
die leidde tot een ontwerp en een aanpak. Deze wordt in de eerste helft van 2026 uitgevoerd,
op basis waarvan in juni 2026 duidelijk wordt hoe deze verklaring ontsloten kan worden.
Tot slot
Met deze Kamerbrief heb ik uw Kamer geïnformeerd over verschillende stappen die we
zetten om de randvoorwaarden voor gegevensuitwisseling te versterken. Zo brengen we
volledige databeschikbaarheid steeds dichterbij.
Ik ben in deze brief nog niet ingegaan op de voortgang van de technische onderdelen
van het gezondheidsinformatiestelsel: het landelijk dekkend netwerk, de generieke
functies en het landelijke afsprakenstelsel. Daarover informeer ik uw Kamer in de
eerste helft van 2026.
Ondertussen staat er wél al het begin van een stevige basis. Wat we het afgelopen
jaar hebben bereikt laat zien: de koers van de NVS werkt. Door duidelijke regie te
voeren, scherp te prioriteren en intensief samen te werken, krijgen we steeds meer
samenhang en voorspelbaarheid in de ontwikkeling van het stelsel.
De komende jaren versterken we deze regierol verder, om tempo te houden én te versnellen.
Zo bouwen we met alle partijen doelgericht aan toekomstbestendige zorg voor iedereen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport