Brief regering : Voortgang aanpak stalbranden
36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026
Nr. 13
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2026
In deze brief informeer ik uw Kamer over de aanpak van stalbranden. De impact van
stalbranden voor mens en dier is vaak zeer groot en ik vind het belangrijk dat we
onverminderd blijven doorwerken aan het verbeteren van de brandveiligheid op veehouderijen.
Uw Kamer heeft de Kamerbrieven van 18 december 2024 (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 75 en van 3 april 2025 (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 78) over dit onderwerp controversieel verklaard. Voor het moment van controversieel
verklaren zijn al de nodige acties in gang gezet, waaronder twee onderzoeken die recent
zijn afgerond. De resultaten daarvan deel ik nu met uw Kamer. Allereerst gaat het
om de resultaten van het onderzoek van Antea Group naar de omvang van brandcompartimenten
in veestallen. Ten tweede gaat het om het door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid
(hierna: NIPV) ontwikkelde denkraam «Basis voor brandveiligheid voor veestallen».
Deze rapporten zijn bij deze brief gevoegd. Ik maak tevens van de gelegenheid gebruik
om uw Kamer te informeren over de voortgang van andere acties binnen de aanpak van
stalbranden. Gelet op dat uw Kamer de eerdere Kamerbrieven over dit onderwerp controversieel
heeft verklaard, zal ik als Minister terughoudend zijn in het in gang zetten van nieuw
beleid.
Impactanalyse maximale omvang brandcompartimenten veestallen
Zoals eerder aan uw Kamer gemeld1, loopt er een verkenning naar de mogelijkheden voor het aanpassen van de grenswaarde
voor de omvang van een brandcompartiment in het dierenverblijf bij nieuwe en te verbouwen
stallen, zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In de huidige
situatie is de maximum omvang van een brandcompartiment voor een stal in het Bbl vastgesteld
op 2.500 m2. Als een veehouder een groter brandcompartiment wil bouwen dan is dat ook mogelijk,
mits conform het gelijkwaardigheidsbeginsel extra brandveiligheidsmaatregelen worden
getroffen waarmee aangetoond wordt dat het compartiment even brandveilig is als een
compartiment van 2.500 m2.
Antea Group heeft in opdracht van LVVN en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening (VRO) onderzoek gedaan naar de financiële en bouwtechnische gevolgen van
het verkleinen van de maximale oppervlakte van een brandcompartiment voor nieuwe veestallen.
Op basis van de uitgevoerde impactanalyse wordt door Antea Group geen aanleiding gezien
om te adviseren de huidige grenswaarde van 2.500 m2 aan te passen. Hiervoor presenteert Antea Group in het rapport een aantal argumenten.
Ten eerste leidt een lagere grenswaarde niet per definitie tot minder dierlijke slachtoffers
in geval van een brand. Het aantal dierlijke slachtoffers dat betrokken raakt en omkomt
bij een brand wordt namelijk ook beïnvloed door neveneffecten, zoals rookverspreiding
en uitval van installaties. Ten tweede creëert een lagere grenswaarde de prikkel bij
een ondernemer om potentieel eerder gebruik te maken van het recht op een gelijkwaardige
oplossing. Hiermee is het mogelijk om een groter brandcompartiment met een gelijkwaardig
niveau aan veiligheid te realiseren. Het risico blijft echter vergelijkbaar, waarmee
er over alle bedrijven bezien niet per se minder dierlijke slachtoffers in geval van
brand zullen ontstaan.
Antea Group geeft in het rapport verder aan dat bij een lagere grenswaarde meer bouwkundige
en installatietechnische maatregelen nodig zijn om de gewenste compartimentering te
realiseren. Het is echter niet altijd mogelijk om deze voorzieningen bij de bouw aan
te leggen en de effectiviteit van deze maatregelen op termijn is beperkt. Dit komt
door de aanwezigheid van stof, vocht en zuren in de kenmerkende omgeving van de veehouderij.
Gerelateerd daaraan hebben de aangebrachte brandwerende voorzieningen volgens Antea
Group ook een grote faalkans onder normale bedrijfsvoering. De benodigde maatregelen
zoals brandkleppen kunnen bijvoorbeeld per ongeluk in het dagelijks gebruik geactiveerd
worden. Daarnaast leiden de brandwerende voorzieningen tot beperkingen in de bedrijfsvoering:
zichtlijnen worden minder en looplijnen worden langer. Tot slot leidt een lagere grenswaarde
volgens Antea Group tot aanzienlijke financiële en organisatorische gevolgen voor
veehouders. Iedere bouwkundige compartimenteringswand verhoogt de bouwkosten met ongeveer
10%. Ieder extra emissiepunt verhoogt de bouwkosten ook, door de verdubbeling van
het aantal installaties.
Antea Group concludeert op basis van deze bevindingen dat een integrale benadering
van stal brandveiligheid noodzakelijk is en doet in dat kader de volgende aanbevelingen:
• geef in regelgeving meer ruimte voor het vergroten van fysieke afstanden tussen verschillende
(brand)compartimenten in dierenverblijven. Dit beperkt de kans op overslag en vergemakkelijkt
evacuatie en brandbestrijding.
• Versnel de ontwikkeling en implementatie van vroegtijdige detectie (zoals sensortechnologie)
en snel reagerende alarmeringssystemen. Hierdoor kan de brand zich minder ver ontwikkelen
en is er meer handelingsperspectief voor het redden van dieren.
• Maak periodieke controle van elektrische installaties, brandwerende voorzieningen
en vluchtwegen verplicht en betrek hierin ook praktische ervaringen van veehouders
en brandweer.
• Zet in op voorlichting en training voor veehouders en personeel over brandrisico’s
en preventie.
• Zet daarnaast in op informatie over noodplannen en effectieve evacuatieprocedures,
zodat handelen bij calamiteiten effectiever en veiliger verloopt.
• Breid het evalueren van de stalbranden die zijn opgetreden uit. Daarmee wordt het
inzicht op effectiviteit van ingevoerde maatregelen beter zichtbaar en kan doelgericht
worden ingezet op verbetermaatregelen.
• Ga verder met de ontwikkeling van het Denkraam brandveiligheid veestallen van het
NIPV.
Beleidsreactie
Ik ben Antea Group erkentelijk voor dit onderzoek. De onderzoeksresultaten bevestigen
het belang van een integrale benadering van de brandveiligheid van veestallen, waarbij
de focus ligt op het vergroten van de brandveiligheid in de veehouderij in de meest
brede zin, met oog voor zowel dierenwelzijn als bedrijfscontinuïteit. De meeste aanbevelingen
van Antea Group maken reeds deel uit van de aanpak van stalbranden, waarvan in deze
brief de voortgang wordt toegelicht. Antea Group adviseert daarnaast om de impact
van innovatieve detectie- en alarmeringssystemen te onderzoeken en om in regelgeving
meer ruimte te geven voor het vergroten van fysieke afstanden tussen verschillende
(brand)compartimenten in dierenverblijven. Gezien de controversieel verklaring van
de eerdere Kamerbrief over dit onderwerp door uw Kamer, laat ik eventuele vervolgstappen
naar aanleiding van deze twee aanbevelingen en besluitvorming daarover aan een volgend
kabinet.
Denkraam «Basis voor brandveiligheid voor veestallen»
Onderzoek door Wageningen University & Research (WUR) in 2023 heeft aangetoond dat
de brandveiligheid van een stal integraal benaderd dient te worden om tot een effectieve
aanpak te kunnen komen2. Er zijn namelijk vele factoren die invloed hebben op het ontstaan en de verspreiding
van brand, zoals diergedrag, stalconfiguratie en brandbestrijding. Wanneer maatregelen
in het kader van brandveiligheid los toegepast worden zonder integrale benadering,
is volgens WUR de kans groot op schijnveiligheid en desinvestering. Zoals ik eerder
aan uw Kamer gemeld heb3, heb ik daarom het NIPV de opdracht gegeven om een integraal denkraam «Basis voor
brandveiligheid voor veestallen» te ontwikkelen. Dit denkraam is vergelijkbaar met
het bestaande kenmerkenschema voor brandveiligheid, dat zich richt op gebouwen waarin
mensen verblijven4. Het denkraam biedt een samenhangend overzicht van alle relevante factoren en is
praktisch toepasbaar voor alle betrokkenen bij het realiseren van een brandveilige
stal. Dit denkraam is bedoeld als hulpmiddel om de brandveiligheid in een stal inzichtelijk
te maken, te begrijpen en te kunnen verbeteren, zonder daarbij een norm te stellen.
Het document bestaat uit de volgende hoofdonderdelen:
− brandveiligheidsdoelen die worden nagestreefd, waaronder in ieder geval het voorkomen
en beperken van dierlijke slachtoffers als direct of indirect gevolg van brand.
− Een kenmerkenschema, uitgebreid met het kenmerk «dier». Dit omvat de kenmerken van
het dier en specifieke diervoorzieningen, zoals het gedrag van het dier bij brand.
− Het beschrijven van de zes diercategorieën, te weten melkvee, vleeskalveren, varkens,
leghennen, vleeskuikens en melkgeiten.
− Een brandgebeurtenissenschema, van ontstaan van brand tot en met nazorg.
− Concrete instructies voor toepassing van het denkraam in de praktijk (o.a. een risico-inventarisatie
methode, oplossingentabel en een excel-tool die in de praktijk kan worden toegepast
voor zowel nieuwe als bestaande stallen).
Door gebruik te maken van het denkraam kan kwalitatief inzichtelijk worden gemaakt
wat de mate van brandveiligheid van een stal (voor het dier) is en wat het effect
van een specifieke brandveiligheidsmaatregel is. De doelgroep van dit denkraam bestaat
uit overheidsorganisaties, marktpartijen, veehouders en sectororganisaties.
Beleidsreactie
Ik dank het NIPV voor de ontwikkeling van dit denkraam. Dit document biedt concrete
handvatten voor een integrale beoordeling van de brandveiligheid van stallen. Gezien
de controversieel verklaring van het stalbranden dossier door uw Kamer, beschrijf
ik hieronder op welke wijze het denkraam ter informatie verspreid zal worden door
diverse partijen, ten behoeve van vrijwillig gebruik door de diverse doelgroepen.
Besluitvorming over eventuele verdere toepassingsmogelijkheden van het denkraam laat
ik aan een volgend kabinet.
Het denkraam wordt gepubliceerd op rijksoverheid.nl. Het NIPV heeft daarnaast een
webpagina ingericht over de brandveiligheid van veestallen5 waarop het denkraam gepubliceerd is. Verder wordt het denkkader ook onder de aandacht
gebracht bij veehouders via sectororganisaties, aangezien het denkraam kan dienen
als hulpmiddel voor veehouders om zelf inzicht te krijgen in de brandveiligheid van
het eigen bedrijf. Tot slot zal het denkraam ook onder de aandacht worden gebracht
bij overige externe partijen die betrokken zijn bij de brandveiligheid van stallen,
zoals verzekeraars en veiligheidsregio’s.
Voortgang overige acties aanpak stalbranden
Naast de twee genoemde onderzoeken werk ik, conform mijn brief van 3 april 2025, ook
aan het vergroten van inzicht in stalbranden, preventieve keuringen, en een communicatiecampagne
(Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 78). Hieronder licht ik per maatregel de voortgang toe.
Meer inzicht in de oorzaken en risicofactoren van stalbranden
Zoals eerder gemeld aan uw Kamer bekijk ik samen met het Verbond van Verzekeraars
op welke wijze de risicomonitor verder uitgebreid kan worden met verdiepende informatie
over de oorzaak van de brand, het bouwjaar en de omvang van de stal, het aandeel van
de branden waarbij dierlijke slachtoffers zijn gevallen en de verhouding tussen het
aantal aanwezige dieren op een bedrijf en het aantal dierlijke slachtoffers. Door
meer inzicht te krijgen in de oorzaak van een brand en de factoren die invloed hebben
gehad op de ontwikkeling van het incident, kunnen in de toekomst mogelijk gerichtere
brandveiligheidsmaatregelen getroffen worden. Om de risicomonitor uit te kunnen breiden,
is het belangrijk dat er eenduidige registratie plaatsvindt van stalbranden door betrokken
partijen zoals verzekeraars en de brandweer. Om dit mogelijk te maken is een gezamenlijke
definitie uitgewerkt van een stalbrand ten behoeve van de risicomonitor. De risicomonitor
stalbranden wordt jaarlijks in het voorjaar gepubliceerd, waarbij waar mogelijk verbeteringen
zullen worden doorgevoerd.
Uitvoerbare en proportionele elektrakeuring en brandveiligheidskeuring
Onderdeel van de aanpak van stalbranden is de invoering van een verplichting tot het
doen van twee keuringen die gericht zijn op het voorkomen van brand. Deze keuringen
zijn gericht op de brandveiligheid van technische installaties op het erf (elektrakeuring)
en op het brandveiligheidsmanagement en bewustwording van brandrisico’s (brandveiligheidskeuring).
Ik hecht veel waarde aan de uitvoerbaarheid, effectiviteit en proportionaliteit van
deze keuringen. Schuttelaar & Partners voert momenteel in opdracht van LVVN «proefkeuringen»
uit om meer inzicht te krijgen in de impact, waaronder de financiële impact van een
verplichte elektrakeuring voor veehouders. Het gaat hierbij om de bestaande keuringsschema’s
Scope 10 en Scope 12 van SCIOS. In eerste instantie wordt gekeken naar de uitkomsten
van reeds uitgevoerde keuringen om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande
informatie. Aanvullend hierop wordt een aantal nieuwe proefkeuringen uitgevoerd. De
uitkomsten hiervan zullen naar verwachting in mei 2026 beschikbaar zijn.
Daarnaast ontwikkelt Stichting Milieukeur (hierna: SMK) het keuringsschema voor de
brandveiligheidskeuring. SMK heeft, op basis van diverse expertbijeenkomsten, een
conceptkeuringsschema opgesteld dat recent in een openbare hoorzitting is besproken.
Momenteel verwerkt SMK de uitkomsten van deze hoorzitting en verzamelt daarbij aanvullende
inbreng vanuit betrokken stakeholders. Het keuringsschema zal naar verwachting in
april 2026 gereed zijn. Direct daaropvolgend zal SMK een aantal «proefkeuringen» uitvoeren,
om de impact, waaronder de financiële impact van een verplichte brandveiligheidskeuring
voor veehouders in kaart te brengen.
Brandveiligheidscampagne
In mijn Kamerbrief van 18 december 2024 heb ik ook aangegeven invulling te geven aan
de motie van het lid Ouwehand (PvdD) (Kamerstuk 28 286, nr. 1347) door aanvullend op bovengenoemde onderdelen uit het maatregelenpakket een brandveiligheidscampagne
op te zetten. Een brandveiligheidscampagne is een no regret maatregel die kan bijdragen aan het vergroten van bewustwording en biedt veehouders
en erfbetreders inzicht in laagdrempelige brandveiligheidsmaatregelen. Ik heb daarom
het al in gang gezette inkooptraject gecontinueerd en daarna het communicatiebureau
Publiquest opdracht gegeven om de brandveiligheidscampagne te ontwikkelen en uit te
voeren.
Publiquest ontwikkelt momenteel de campagnestrategie in samenwerking met onder andere
sectororganisaties, de Brandweer, veiligheidsregio’s en het Verbond van Verzekeraars.
Hierbij wordt ingezet op het gebruik van herkenbare verhalen en handelingsperspectieven,
die verspreid worden via zowel online kanalen als via fysiek campagnemateriaal en
bijeenkomsten. De campagne zal naar verwachting begin 2026 van start gaan.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Indieners
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur