Brief regering : Beleidsreactie op het inspectieonderzoek Vrijheid aan banden naar de kwaliteit van elektronische monitoring door de reclassering
29 270 Reclasseringsbeleid
Nr. 161
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 januari 2026
Via deze brief bied ik u het rapport Vrijheid aan banden aan, het inspectieonderzoek naar de kwaliteit van Elektronische Monitoring (hierna
EM) door de reclassering. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in
hoe het proces van EM door de reclassering is ingericht en op welke wijze EM in de
praktijk wordt uitgevoerd.
De Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna inspectie) heeft in haar onderzoek overwegend
positief geoordeeld over de uitvoering van EM door de reclassering. Het blijkt dat
er een goed fundament staat voor de uitvoering van EM. Daarnaast doet de inspectie
zes aanbevelingen. In deze brief zal ik eerst een korte samenvatting geven van het
rapport en de aanbevelingen die de inspectie doet. Daarna geef ik mijn reactie op
het rapport en de aanbevelingen.
Samenvatting rapport
De reclassering is in Nederland verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving
van bijzondere voorwaarden die aan verdachten en veroordeelden zijn gesteld. Toezicht
op de bijzondere voorwaarden kan op diverse manieren worden vormgegeven. Een voorbeeld
hiervan is elektronische monitoring door middel van een enkelband. Hiermee kan de
naleving van een locatieverbod of een locatiegebod1 worden gecontroleerd.
De reclassering heeft een adviserende en toezichthoudende taak bij de uitvoering van
EM. De reclassering ontvangt een opdracht van het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak
of de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) om advies uit te brengen over de mogelijkheden
van het gebruik van de enkelband in een casus. De reclassering voert dan een haalbaarheidsonderzoek
uit, waarin wordt beoordeeld of aan de randvoorwaarden voor toepassing van EM kan
worden voldaan, bijvoorbeeld of het verblijfsadres voldoet aan de vereisten. Daarnaast
worden eventuele risico’s in kaart gebracht, op basis van beschikbare informatie van
de politie of andere ketenpartners. De uitkomsten van dit onderzoek worden vastgelegd
in een deeladvies. Als de opdrachtgever besluit om de enkelband in te zetten, start
de reclassering EM. Bij overtredingen van de voorwaarden wordt gehandeld bijvoorbeeld
door de cliënt te bellen.
In sommige gevallen kan de politie worden ingeschakeld om eventuele slachtoffers te
beschermen.
In het rapport constateert de inspectie positieve punten die bijdragen aan de kwaliteit
van EM. Zo legt de reclassering de uitvoering van EM goed vast en voldoet daarbij
in grote lijnen aan de gestelde kwaliteitseisen. Er wordt zorgvuldig gewerkt en gerapporteerd,
met aandacht voor risico’s en persoonlijke omstandigheden. Regelmatig is er overleg
met ketenpartners en de reclassering reageert adequaat op overtredingen van de bijzondere
voorwaarden. De inspectie is voorts positief over de goede samenwerking tussen de
reclassering en Dienst Vervoer & Ondersteuning (hierna DV&O) bij het aan- en afsluiten
van de enkelband, de basistraining EM voor reclasseringswerkers, en de actieve doorontwikkeling
van EM.
De inspectie signaleert tegelijkertijd drie knelpunten die een risico (kunnen) vormen
voor de kwaliteit van EM. Deze punten hebben onder meer betrekking op het beeld van
de inspectie dat niet alle cliënten voor wie EM van meerwaarde zou kunnen zijn, in
beeld zijn bij de opdrachtgevers en de reclassering. Verder beschikt de reclassering
niet altijd over relevante politie-informatie ten behoeve van het deeladvies. Tot
slot constateert de inspectie dat de opdracht voor EM bij een schorsing van de voorlopige
hechtenis niet altijd tijdig doorkomt bij de reclassering, waardoor de enkelband soms
te laat wordt aangesloten.
Naar aanleiding van deze bevindingen doet de inspectie de volgende zes aanbevelingen:
Aanbeveling 1 en 2 aan de bewindspersoon:
1. Analyseer samen met ketenpartners als de rechtspraak, het OM en het CJIB hoe schorsingen
voorlopige hechtenis met elektronische monitoring sneller kunnen worden aangeleverd
bij de reclassering, zodat de reclassering voldoende tijd heeft om de aansluiting
van de enkelband te realiseren;
2. Verbeter de wettelijke regeling voor verschillende strafmodaliteiten van elektronische
monitoring. En overweeg een insluitingsgrond te creëren voor het geval zich een langdurige
(ver)storing voordoet.
Aanbeveling 3, 4, 5 en 6 aan reclassering:
3. Zorg dat opdrachtgevers en adviseurs van de reclassering voortdurend gevoed worden
met informatie over elektronische monitoring en blijf laagdrempelig beschikbaar voor
advies of vragen over de toepassing van de enkelband, zodat potentiële cliënten in
beeld komen;
4. Onderzoek of politie-informatie voor het deeladvies via een landelijk of regionaal
knooppunt van de politie (tijdig) kan worden aangeleverd en maak afspraken met de
politie over hoe dit in de praktijk vorm krijgt;
5. Overweeg om een standaard termijn vast te leggen waarna de inzet (of meerwaarde) van
elektronische monitoring schriftelijk geëvalueerd moet worden;
6. Bezie de mogelijkheden om de registratie van regels in het systeem te automatiseren
en wijzigingen te laten controleren door een collega of coördinator.
Reactie op rapport
Ik waardeer de grondige aanpak van de inspectie in dit onderzoek. De conclusie dat
de reclassering in grote lijnen voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen is positief.
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat EM bijdraagt aan een effectievere uitvoering
van controle op bijzondere voorwaarden. Dit versterkt de kwaliteit van de strafafdoening
en ondersteunt daarmee mijn streven naar een veiligere samenleving. Het onderzoek
geeft waardevolle handvatten om het proces ten aanzien van EM te verbeteren.
In deze brief wil ik ook mijn waardering kenbaar maken aan de reclassering en andere
ketenpartners die de succesvolle toepassing van EM mogelijk maken en hun aandacht
voor ontwikkelingen en innovaties op het gebied van EM. Deze ontwikkelingen zijn belangrijke
mogelijkheden voor een meer persoonsgerichte en effectievere strafafdoening en een
betere bescherming van slachtoffers.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Alcoholmeter2 en de ontwikkelingen rond het slachtofferdevice3.
Hieronder geef ik per aanbeveling van de inspectie mijn reactie.
Aanbeveling 1 – sneller aanleveren EM bij schorsing
Deze aanbeveling is gericht op de optimalisatie van het ketenproces voor het aanleveren
van opdrachten voor EM bij schorsingen van voorlopige hechtenis. De betrokken ketenpartners
de reclassering, de rechtspraak, het OM en het CJIB zullen in 2026 gezamenlijk een
analyse maken van dit werkproces en onderzoeken waar verbeteringen mogelijk zijn.
Aanbeveling 2 – verbeter de grondslag en overweeg een insluitingsgrond
Er wordt op dit moment door mij gewerkt aan het vastleggen van expliciete wettelijke
grondslagen voor de toepassing van elektronische monitoring voor alle modaliteiten
waarvoor deze in de praktijk reeds wordt toegepast. Hiermee wordt invulling gegeven
aan het eerste deel van deze aanbeveling.
Bij een technische verstoring in de verbinding tussen de enkelband en de reclassering
bewaart de enkelband de locatiegegevens. Zodra de technische verstoring is verholpen
controleert de reclassering bij alle betrokken cliënten of ten tijde van de technische
verstoring overtredingen hebben plaatsgevonden waarop actie noodzakelijk is. De aanbeveling
om te overwegen een grondslag in de wet op te nemen voor het kunnen insluiten van
personen die een enkelband dragen in het geval zich een technische verstoring voordoet,
wordt niet direct opgevolgd. Een dergelijke generieke grondslag verhoudt zich moeilijk
tot artikel 5 EVRM, waarin is bepaald dat vrijheidsbeneming alleen is toegestaan in
de in dit artikel genoemde gevallen. Een technische verstoring valt hier niet expliciet
onder. In het kader van het wetstraject waarin de wettelijke grondslagen voor de toepassing
van elektronische monitoring worden geëxpliciteerd, zal worden geanalyseerd welke
mogelijkheden er toch zijn. Die ruimte lijkt vooralsnog beperkt, maar kan mogelijk
gevonden worden in gevallen wanneer elektronische monitoring wordt toegepast gedurende
de tenuitvoerlegging van een door de rechter opgelegde vrijheidsstraf, bijvoorbeeld
bij voorwaardelijke invrijheidstelling.
Aanbeveling 3, 4, 5, 6 – verbeteren verschillende werkprocessen door de reclassering
De aanbevelingen aan de reclassering hebben betrekking op het operationele handelen
en het interne werkproces van de reclassering en de samenwerkingsafspraken met de
politie. De reclassering neemt de genoemde aanbevelingen over en gaat hiermee aan
de slag. Waar nodig leiden ze tot aanpassingen in het interne beleid. Daarnaast worden
de aanbevelingen opgenomen in het verbeterregister en zal er een plan van aanpak worden
opgesteld om deze te implementeren. Tevens wordt er gekeken naar manieren om informatie
over EM zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar te stellen voor alle betrokken partijen.
Tot slot
Ik ben de inspectie dankbaar voor het grondige onderzoek dat zij heeft uitgevoerd.
Dit rapport draagt bij aan de verdere verbetering van EM en ik zal mij, samen met
de reclassering, dan ook volledig inzetten om de aanbevelingen te realiseren.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zal u, waar nodig,
op de hoogte houden van ontwikkelingen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Ondertekenaars
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid