Brief regering : Beleidsagenda Goederenvervoer
34 244 Logistiek en goederenvervoer
Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 januari 2026
In het Regeerprogramma heeft het kabinet toegezegd een nieuwe Beleidsagenda Goederenvervoer
te presenteren, waarin de integrale aanpak van leveringszekerheid, energietransitie
en bestrijding van files centraal staat. Met deze brief bieden wij deze agenda aan
uw Kamer aan. Hierin zijn ook de resultaten opgenomen van de evaluatie van het goederenvervoerbeleid
in de periode 2019–2024, zoals dat gepresenteerd is in de Goederenvervoeragenda van
2019 (Kamerstuk 34 244, nr. 2). De evaluatie is als bijlage bij deze brief gevoegd.
Leveringszekerheid centraal
De Beleidsagenda Goederenvervoer bouwt voort op de Mobiliteitsvisie. De belangrijkste
elementen daarvoor waren al geschetst in de Kamerbrief met de hoofdlijnen voor het
toekomstige goederenvervoerbeleid (Kamerstuk 34 244, nr. 10). In het kabinetsstandpunt «Bereikbaarheid op Peil» is dit nog eens nader toegelicht
(Kamerstuk 31 305, nr. 489).
De Beleidsagenda stelt de integrale aanpak van leveringszekerheid centraal. Leveringszekerheid
van goederen, met name essentiële goederen, is van vitaal belang voor de stabiliteit
van de Nederlandse economie en samenleving. Goederen moeten op tijd, betrouwbaar en
onder de juiste omstandigheden op de juiste plaats geleverd kunnen worden. Van consumentenproducten
tot medicijnen en van bouwmaterialen tot de aanvoer van grondstoffen voor de industrie,
een betrouwbare, duurzame en efficiënte goederenstroom is een noodzakelijke voorwaarde
voor het welzijn van de burger en voor het functioneren van bedrijven en voorzieningen.
Het goederenvervoer moet ook klaar zijn voor de toekomst. De energietransitie vergt
dat het goederenvervoersysteem in staat is om de leveringszekerheid van andere energiestromen
te borgen: vervoer van biofuels en waterstof zal in de plaats komen van vervoer van
fossiele brandstoffen. Een vergelijkbare substitutie zal de overgang naar een circulaire
economie met zich meebrengen: minder afvalstromen, meer vervoer van herwonnen grondstoffen.
De verwachting is dat het goederenvervoersysteem met de gepresenteerde beleidsinzet
in staat is deze transities te faciliteren.
Leveringszekerheid impliceert ook dat het goederenvervoersysteem optimaal functioneert.
Door in te zetten op multimodaal vervoer, waarbij elke modaliteit met inachtneming
van kaders voor leefbaarheid en veiligheid en met behulp van digitale systemen voor
data-uitwisseling zijn bijdrage levert aan het voorzien in de vervoersbehoeften. In
dit systeem wil de overheid bedrijven verleiden om meer gebruik te maken van spoor,
binnenvaart en buisleidingen om zo een bijdrage te leveren aan het verminderen van
de files op de weg.
De Beleidsagenda schetst de koers voor de komende vijf jaar (2026–2030) en omhelst
alle modaliteiten: weg, water, spoor, buisleidingen, zee- en luchtvracht en de knooppunten
om die modaliteiten aaneen te schakelen. We maken daarbij de stap van mobiliteitsgericht
beleid naar bereikbaarheidsbeleid: niet de verplaatsing zelf, maar het doel van de
verplaatsing van goederen staat centraal.
Prioriteiten en speerpunten
De Beleidsagenda Goederenvervoer kent vier prioriteiten:
Multimodaal
De prioriteit «multimodaal» stelt het benutten van de kracht van elke modaliteit centraal.
Met een subsidieregeling voor «modal shift» en gerichte maatregelen op de multimodale
knooppunten in het transportnetwerk stimuleert het ministerie marktpartijen om meer
gebruik te maken van spoor en binnenvaart. Deze modaliteiten zijn duurzamer en veiliger
dan wegvervoer en kunnen bijdragen aan het verminderen van de fileproblematiek. Verder
legt het ministerie focus bij de goederencorridors Oost, Zuidoost en Zuid. Op deze
corridors concentreren zich de omvangrijkste vervoersstromen binnen Nederland en met
het buitenland. Deze corridors sluiten dan ook goed aan op de corridors die in de
TEN-T-verordening zijn aangewezen.
Veerkracht
Met de prioriteit «veerkracht» beoogt het ministerie de robuustheid van vervoerssystemen
te versterken, mede met het oog op het beter faciliteren van militaire mobiliteit.
Het gaat dan om het onderzoeken van kwetsbaarheden in deze systemen en het voorzien
in «contingency»-plannen bij geplande (zoals onderhoud) en ongeplande (zoals overstroming)
verstoringen.
Digitaal
Voor de prioriteit «digitaal» wil het ministerie aansluiting zoeken bij de initiatieven
van het Ministerie van Economische Zaken (digitalisering bedrijfsleven), het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (digitalisering data-uitwisseling tussen
bedrijven en overheden) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (cybersecurity).
De principes van een Basis Data Infrastructuur – geen fysieke infrastructuur, maar
een stelsel van afspraken – staan daarbij centraal. Deze principes worden verder ontwikkeld
in het Groeifonds-programma Digitale Infrastructuur Logistiek. Dit programma eindigt
in 2026; het ministerie wil de verworvenheden van dit programma borgen door samen
met het bedrijfsleven nieuwe initiatieven te ontwikkelen.
Duurzaam en leefbaar
De prioriteit «duurzaam en leefbaar» zet met name in op elektrificering van vervoerssystemen
en het creëren van de juiste voorwaarden daarvoor. Daarnaast worden initiatieven genomen
om de veiligheid van deze systemen te borgen en de leefbaarheid langs infrastructuur
ten minste te behouden en zo mogelijk te verbeteren.
Relatie met andere beleidsinitiatieven
De Beleidsagenda goederenvervoer staat niet op zichzelf. Binnen het ministerie lopen
velerlei andere beleidsinitiatieven, zoals het Toekomstperspectief Automobiliteit,
de Binnenvaartvisie en het recent aan uw Kamer aangeboden Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer.
De Beleidsagenda is in goede samenspraak met deze beleidsinitiatieven ontwikkeld en
beoogt dan ook aan uw Kamer aan te geven dat integraal naar de bereikbaarheidsproblematiek
gekeken wordt.
Vanuit deze integrale aanpak wordt de komende jaren ook gewerkt aan drie overkoepelende
speerpunten:
• Gezamenlijke aanpak met de logistieke keten:
Intensieve samenwerking met partijen in de logistieke keten en mede-overheden, bijvoorbeeld
gericht op het borgen van de bereikbaarheid van de Rotterdamse haven en de afhandeling
van containerstromen.
• Verminderen van belemmeringen:
Oplossen van knelpunten in wet- en regelgeving en inzet op innovatie in de logistieke
keten.
• Gebiedsgerichte focus en corridors:
Versterking van de MIRT-goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid, met realisatiepacten
voor multimodale knooppunten. In deze realisatiepacten wordt vanuit de ruimtelijk-economische
ontwikkeling van de regio van het betreffende knooppunt bezien hoe de regionale logistiek
efficiënt en duurzaam kan aansluiten op (inter-) nationale goederenstromen op de achterlandverbindingen.
Financiële paragraaf
Voor de financiering van maatregelen in de Beleidsagenda is met het Impulsprogramma
Goederenvervoer € 79 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2026–2028 (Kamerbrief
36 800 A, nr. 2). Hiervan is € 30 miljoen gereserveerd voor het spooremplacement Kijfhoek. De overige
middelen zullen worden benut voor onder meer de subsidieregeling voor «modal shift»,
de aanpak van de digitalisering in de logistiek en de uitvoering van realisatiepacten
op de goederencorridors. Daarnaast is er € 43 miljoen beschikbaar gesteld voor de
realisatie van truckparkings.
Toezeggingen
Uw Kamer heeft eerder gevraagd om de mogelijkheden te bezien om het Twentekanaal aan
te sluiten op de goederenvervoercorridor Oost (Kamerstuk 34 244, nr. 9). In de Beleidsagenda wordt aangegeven dat de regio het initiatief neemt tot de inrichting
van een goederenvervoercorridor Noordoost; het Twentekanaal zal daar onderdeel van
zijn. Van belang is dat deze corridor aansluiting vindt bij de andere goederenvervoercorridors
via multimodale knooppunten. De knooppunten Nijmegen en Amsterdam zijn dan met name
relevant. De partijen die in de realisatiepacten voor deze knooppunten actief zijn,
zullen ook de aansluiting van de corridor Noordoost, en in het bijzonder het Twentekanaal,
beschouwen. In hoeverre dit tot resultaat zal leiden, is aan de betrokken partijen.
Aan uw Kamer is voorts toegezegd te onderzoeken of met de inzet van depots voor lege
containers vervoerders minder vaak geneigd zullen zijn te kiezen voor wegvervoer in
plaats van voor binnenvaart en spoor (Kamerstuk 34 244, nr. 9). Deze problematiek wordt geadresseerd in realisatiepacten van de multimodale knooppunten
en in het kader van de inzet op het borgen van een blijvende bereikbaarheid van de
Rotterdamse haven. Er lijken inderdaad kansen te zijn om dergelijke «empty depots»
in het achterland te creëren om zo te kunnen zorgen voor voldoende bundeling van lege
containers en deze met binnenvaart en spoor naar de zeehavens terug te brengen. Het
is echter aan marktpartijen om dit adequaat te organiseren.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat