Brief regering : Reactie op de motie van het lid Mutluer c.s. over uitspreken dat de Kamer onder bepaalde voorwaarden instemt met decharge voor de jaarverantwoording 2024 van JenV (Kamerstuk 36600-VI-153)
31 865 Verbetering verantwoording en begroting
Nr. 293
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
Met de motie Mutluer c.s. heeft uw Kamer uitgesproken in te stemmen met decharge voor
de jaarverantwoording 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, onder de
voorwaarde dat bij de begroting voor 2026 een aantal punten concreet worden uitgewerkt.1 Met deze brief informeren wij uw Kamer, voorafgaand aan de begrotingsbehandeling
van ons ministerie, over deze verzochte uitwerkingen. Wij gaan per onderdeel in op
de stand van zaken en de uitwerking.
Essentiële informatie over doorlooptijden van individuele strafzaken wordt ketenbreed
beschikbaar gemaakt, eventueel met nieuwe wetgeving en
Het inzetten van de wettelijke bevoegdheid van bewindspersonen om aanwijzingen te
geven en regie te voeren ter bevordering van de bedrijfsvoering, zoals de logistiek
verbeteren, definities harmoniseren en sturingsinformatie beter bijhouden, zonder
daarbij de onafhankelijkheid van ketenpartners of de inhoudelijke behandeling van
zaken aan te tasten.
Bij brief van 5 juni jl. zijn onze ambtsvoorgangers ingegaan op de bevindingen van
de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de prestaties van de strafrechtketen.2 In die brief is aangegeven dat de organisaties in de strafrechtketen en het Ministerie
van Justitie en Veiligheid (JenV) samen werken aan een verbeterplan. Dit verbeterplan
bestaat uit drie hoofdlijnen: (1) inzet op het wegwerken van de voorraden bij veel
voorkomende criminaliteit en het verbeteren van de doorlooptijden bij zeden- en jeugdzaken;
(2) maatregelen gericht op het wegnemen van knelpunten binnen de organisaties en op
de koppelvlakken tussen de organisaties en (3) maatregelen gericht op versterking
van de coördinatie, regievoering en verbeteren van het inzicht in de prestaties van
de strafrechtketen, binnen de bestaande wettelijke kaders en bevoegdheden zoals uiteengezet
in de brief aan uw Kamer van 29 januari 2024.3
Op 16 december jl. hebben wij een voortgangsbrief over de strafrechtketen aan uw Kamer
verstuurd met actuele informatie over de doorlooptijden en de maatregelen die wij
nemen om tot verdere verbeteringen te komen.4 In die brief wordt onder meer een laatste cijfermatig beeld geschetst van doorlooptijden
van jeugd- en zedenzaken en de werkvoorraden van veelvoorkomende criminaliteit. Ook
informeren wij u over de meerjarenagenda strafrechtketen en de stand van zaken van
de hiermee getroffen maatregelen voor de verkorting van doorlooptijden van jeugd-
en zedenzaken en de aanpak van werkvoorraden van veel voorkomende criminaliteit. Tot
slot komen in die brief de maatregelen aan de orde die zijn genomen om de coördinatie-
en regierol van het departement te versterken, en om beter inzicht te krijgen in de
cijfers en de prestaties in de strafrechtketen.
Het uitvoeren van een uitvoeringstoets bij elk beleids- en wetsvoorstel en het delen
van de uitvoeringstoetsen met de Kamer wordt standaard, en als hiervan wordt afgeweken,
zal het ministerie dit duidelijk toelichten en verantwoorden («comply or explain»-principe).
Naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn tijdens het WGO van 11 juni 2025 heeft
de voormalig Staatssecretaris Rechtsbescherming de toezegging gedaan om toe te werken
naar toepassing van uitvoeringstoetsen bij wetsvoorstellen die aan de Kamer worden
gezonden, door intensiever te sturen op het gebruik van het Beleidskompas, waarvan
de uitvoeringstoets een standaardonderdeel is. Daar waar geen uitvoeringstoets nodig
is, bijvoorbeeld wanneer er geen consequenties voor de uitvoering zijn, zal dit expliciet
worden aangegeven.
Er wordt momenteel volgens een verbeterplan gewerkt aan de verbetering van de uitvoeringstoetsen,
waarbij de aanbevelingen van Algemene Rekenkamer worden meegenomen. In dit plan is
ook de communicatie over het delen van de resultaten van de uitvoeringstoetsen met
de Kamer meegenomen. Recent zijn een nieuwe werkwijze en nieuwe werkafspraken binnen
het ministerie geïmplementeerd zodat uitvoeringstoetsen worden uitgevoerd voordat
wetsvoorstellen naar de Kamer worden gestuurd. Dit alles gebeurt op basis van de wetgevingskalender.
Vanaf het eerste kwartaal van 2026 wordt gewerkt met een uniforme oplegger die duidelijkheid
van de uitkomsten van de uitvoeringstoets gaat bevorderen. Deze oplegger bevat de
noodzakelijke elementen, zoals informatie over de personele en financiële consequenties.
Naar verwachting zullen de overige verbeteringen van de uitvoeringstoetsen conform
het plan in het derde kwartaal van 2026 geïmplementeerd zijn.
Het Openbaar Ministerie en de bewindspersonen zorgen ervoor dat slachtoffers de informatie
krijgen waarop zij (wettelijk) recht hebben
Het is van groot belang dat de aan slachtoffers van strafbare feiten toegekende rechten
in de praktijk worden nageleefd. Zo ook het recht op informatie. Het Openbaar Ministerie
(OM) is in 2022 een verbetertraject ingegaan naar aanleiding van een eigenstandig
intern uitgevoerde nulmeting. Hierbij heeft het OM ten aanzien van verschillende informatiemomenten
verbeteringen doorgevoerd. Lopende dit verbetertraject is de Algemene Rekenkamer zijn
onderzoek gestart naar slachtofferrechten, meer specifiek naar de naleving van de
wettelijke informatieplichten door het OM. Het OM heeft de aanbevelingen die uit het
onderzoek van de Algemene Rekenkamer volgden, aangegrepen om de reeds ingezette verbetering
van slachtofferrechten waar nodig aan te vullen. Hiervoor is een verbeterplan opgesteld,
op basis waarvan de Algemene Rekenkamer een vervolgonderzoek zal uitvoeren. Dit onderzoek
zal als onderdeel van het verantwoordingsonderzoek op 20 mei 2026 naar de Tweede Kamer
worden gestuurd. Wij zullen uw Kamer in reactie op het Verantwoordingsonderzoek op
de hoogte houden van de voortgang.
Fouten bij het verkeerd vermelden van namen van veroordeelden herstellen en herhaling
in de toekomst voorkomen.
De Algemene Rekenkamer constateerde problemen met foutieve tenaamstelling van veroordeelden
in vonnissen. Op 28 mei jl. informeerde de voormalig Staatssecretaris Rechtsbescherming
uw Kamer over de aanpak hiervan.
Uw Kamer wordt met periodieke rapportages geïnformeerd over de voortgang van de aanpak.
De eerste voortgangsrapportage Aanpak foutieve tenaamstelling in vonnissen heeft uw
Kamer op 10 november jl. ontvangen.5 In deze voortgangsrapportage is aangegeven dat het maatschappelijke belang van een
juiste vaststelling van de identiteit van verdachten in het strafproces groot is.
De betrokken organisaties werken met urgentie aan het verbeteren van de aanpak. Bij
de toetsing en afhandeling van de zaken wordt prioriteit gegeven aan zaken waarin
een aanwijzing bestaat dat onschuldige burgers mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben
ondervonden of waarschijnlijke daders ongestraft zijn gebleven. Daarnaast worden de
mogelijkheden verkend voor een eenvoudigere procedure voor de herziening van onherroepelijke
vonnissen. Ook start een onderzoek naar concrete maatregelen om de identiteitsvaststelling
in de strafrechtketen te verbeteren, waardoor in de toekomst de kans op foutieve tenaamstellingen
in vonnissen wordt verkleind. De tweede voortgangsrapportage heeft uw Kamer op 19 december
jl. ontvangen, verzegeld door het rapport van de ADR.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Indieners
-
Indiener
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Medeindiener
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid