Brief regering : Beantwoording vragen commissie over de opzet van de periodieke rapportage forensische zorg
33 628 Forensische zorg
Nr. 113
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 januari 2026
In een brief van 27 november 2025 heeft de griffier van de vaste commissie voor Justitie
en Veiligheid mij verzocht enkele vragen te beantwoorden over de opzet van de periodieke
rapportage forensische zorg, zoals ik deze per brief van 11 september 2025 heb aangekondigd.1 Hieronder geef ik per gestelde vraag mijn antwoord.
Dekking
Vraag
Wanneer kan de Kamer de Periodieke rapportages over de subthema’s screenen, jeugdcriminaliteit
en aanpak criminaliteitsfenomenen verwachten?
Antwoord
Elke vier tot zeven jaar wordt een Periodieke rapportage uitgevoerd. De volgende Periodieke
rapportage staat nog niet gepland, maar zal binnen deze tijdspanne worden uitgevoerd.
Gezien de ongelijksoortigheid van de subthema’s binnen het hoofdthema «Voorkomen van
(herhaald) crimineel gedrag» is het niet mogelijk noch wenselijk één beleidstheorie
te formuleren voor alle subthema’s gezamenlijk. Per subthema dient derhalve een beleidstheorie
te worden ontwikkeld. Om die reden volgen nu twee Periodieke rapportages op de subthema’s
waarvoor al wél een beleidstheorie en inzichtbehoefte is opgesteld: kansspelen en
forensische zorg.
Bovendien is er op basis van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) 2022 ruimte
om binnen de (beleids)thema’s onderbouwd keuzes te maken voor wat betreft de focus
in de agendering voor de komende periode.2 De overige subthema’s zullen in de volgende Periodieke rapportage(s) worden meegenomen.
Voor deze subthema’s wordt op dit moment een beleidstheorie ontwikkeld.
Vraag
Kan de minister toelichten of, en zo ja hoe het beleidsthema Voorkomen van (herhaald)
crimineel gedrag volledig wordt gecoverd door de subthema’s forensische zorg, kansspelen,
screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak criminaliteitsfenomenen?
Antwoord
Uit de artikel 2a Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE 2022) volgt de eis dat
«alle belangrijke (beleids)thema’s zijn vertegenwoordigd in termen van budgettaire
en maatschappelijke relevantie». Deze eis houdt niet in dat de thema’s volledig dekkend
moeten zijn, hetgeen ook niet het geval is bij het beleidsthema Voorkomen van (herhaald)
crimineel gedrag.
Bij de subthema’s forensische zorg, kansspelen, screenen, jeugdcriminaliteit en aanpak
criminaliteitsfenomenen is het voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag een zwaarwegend
doel voor beleid. Binnen elk beleidsthema bestaat ruimte om onderbouwd keuzes te maken
voor wat betreft de focus in de agendering voor de komende periode.
Reikwijdte
Vraag
Welk beleid over hoofddoel 1 – het bevorderen van herstel van de forensische patiënt
– wordt nu niet meegenomen in de evaluatie? Hoe verwacht de minister antwoord te geven
op de vraag of beleid over forensische zorg doeltreffend en doelmatig is als dit niet
wordt meegenomen?
Antwoord
Het beleid gericht op het eerste hoofddoel van de forensische zorg maakt eveneens
deel uit van deze Periodieke rapportage; een sterke scheiding van de twee hoofddoelen
is eenvoudigweg onmogelijk. In de forensische zorg komt het veiligheids- en het zorgdomein
samen. Door het herstel van de forensische patiënt te bevorderen (eerste hoofddoel),
wordt de kans op herhaling van crimineel gedrag verkleind en de veiligheid van de
samenleving vergroot (tweede hoofddoel).
Zoals ik in mijn brief van 11 september jl. heb toegelicht, ligt de focus van deze
Periodieke rapportage op het tweede strategische hoofddoel van de forensische zorg.
Deze focus vloeit direct voort uit de primaire verantwoordelijkheid van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid.
Vraag
Kan de minister toezeggen ook na te gaan of er relevante VWS evaluaties zijn voor
deze periodieke rapportage?
Antwoord
De forensische zorg speelt zich af op het raakvlak van het veiligheids- en zorgdomein.
Om die reden is ook het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vertegenwoordigd
in de begeleidingscommissie. Hiermee wordt geborgd dat relevante evaluaties en inzichten
vanuit VWS worden betrokken.
Vraag
Welke rapporten van de inspecties (JenV en de IGJ) worden meegenomen in de rapportage?
Antwoord
Alle relevante onderzoeksrapporten van de Inspectie Justitie en Veiligheid én van
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maken deel uit van de Periodieke rapportage,
voor zover deze binnen het tijdsbestek van de Periodieke rapportage vallen. Hiervoor
geldt een afbakening van halverwege 2018 tot en met halverwege 2025. Onderzoeksrapporten
die na dit tijdsbestek zijn verschenen, waaronder het onderzoeksrapport «Incidentenonderzoeken
onder de loep», worden voor zover relevant ook meegenomen.
Onderzoeksmethode
Vraag
Kan de minister meer informatie geven over de methode die gehanteerd zal worden bij
de uitvoering van het synthese-onderzoek? Wie bepaalt die methode?
Antwoord
De Periodieke rapportage is een syntheseonderzoek naar de (voorwaarden voor) doelmatigheid
en doeltreffendheid van beleid. Dit houdt in dat de Periodieke rapportage een synthese
geeft van eerder uitgevoerde evaluaties onder het SEA-thema, en verder bouwt op deze
eerdere inzichten. Deze onderzoekmethode is Rijksbreed bepaald, en volgt uit de Handreiking
Periodieke rapportage.3
De handreiking Periodieke rapportage bepaalt ook dat er naast het syntheseonderzoek
ruimte is voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld om eventuele nog ontbrekende inzichten
te adresseren. De methode voor het aanvullend onderzoek zal in het plan van aanpak
van het onderzoeksbureau dat de Periodieke rapportage gaat uitvoeren, in overleg met
de begeleidingscommissie, nader worden bepaald
Vraag
Welke externe partijen worden benaderd voor het uitvoeren van de Periodieke rapportage?
Antwoord
Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn vijf onderzoeksbureaus uitgenodigd
om deel te nemen aan een meervoudig onderhandse inkoop procedure. Naar aanleiding
hiervan hebben twee bureaus een offerte ingediend. Deze twee offertes zijn aan de
hand van objectieve criteria beoordeeld door een afvaardiging van de begeleidingscommissie
en ambtenaren van mijn ministerie. Op basis van deze aanbestedingsprocedure is de
opdracht tot uitvoering van de Periodieke rapportage in december 2025 gegund aan KWINK
groep.
Evaluatie Wet forensische zorg
Vraag
Kan de minister toezeggen ook de doelbereikingsevaluatie van de Wet forensische zorg
mee te nemen in de periodieke rapportage? Zo nee, waarom acht hij dit onderzoek niet
relevant voor de periodieke rapportage?
Antwoord
Meerdere deelonderzoeken die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC)
uitvoert in het kader van het onderzoeksprogramma Evaluatie Wet forensische zorg,
dragen bij aan de doelbereikingsevaluatie van de Wet forensische zorg.
De oplevering van deze verschillende deelonderzoeken loopt niet gelijk op met de looptijd
van de Periodieke rapportage forensische zorg. Een aantal deelonderzoeken is reeds
afgerond, een aantal loopt nog.4 De resultaten van de deelonderzoeken die zijn afgerond, worden in de Periodieke rapportage
betrokken.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte
Ondertekenaars
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid