Brief regering : Reactie op verzoek commissie over een feitenrelaas en de gekozen processtappen over de aanwijzing aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 10 december 2025 (Staatscourant 2025, 44257), waarom de Tweede Kamer niet eerder is geïnformeerd over de gevolgen van de uitspraak van het CBb en waarom de aanwijzing niet eerder aan de Tweede Kamer is toegezonden
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Nr. 620
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 januari 2026
Op 17 december 2025 (kenmerk 2025Z22354) heeft u mij verzocht om antwoord te geven op de volgende drie punten:
I. Een feitenrelaas en de gekozen processtappen (incl. tijdpad en besluitvormingsmomenten)
te doen toekomen over de aanwijzing aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 10 december
2025 (Staatscourant 2025, 44257);
II. Waarom de Tweede Kamer niet eerder is geïnformeerd over de gevolgen van de uitspraak
van het CBb en;
III. Waarom de aanwijzing niet eerder aan de Tweede Kamer is toegezonden.
Middels deze brief geef ik gehoor aan uw vragen.
Ad I. Feitenrelaas en processtappen
Op 14 oktober 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak
gedaan in een zaak (ECLI:NL:CBB:2025:550) die was aangespannen tegen mij, de Minister
van VWS, door de Onderwijs- en Opleidingsregio (OOR) Noordwest Nederland over de vaststelling
en verdeling van instroomplaatsen voor (medische) vervolgopleidingen voor de jaren
2024 en 2025. Het CBb heeft als volgt geoordeeld:
− De aanpassing van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG heeft onvoldoende wettelijke
grondslag om de instroomplaatsen voor (medische) vervolgopleidingen voor 2024 en 2025
vast te stellen. In de Wet markordening gezondheidszorg (Wmg) is enkel geregeld dat
de NZa de bevoegdheid heeft om de beschikbaarheidbijdrage toe te kennen na een aanwijzing
daartoe van de Minister.
− De Minister is wel bevoegd om voorwaarden en beperkingen te stellen aan de NZa, maar
die kunnen in het kader van de beschikbaarheidbijdrage voor medische vervolgopleidingen
alleen zien op de verdeelcriteria en het totale aantal instroomplaatsen. Deze kunnen,
aldus het CBb, in de aanwijzing aan de NZa of in het Besluit beschikbaarheidbijdrage
WMG worden opgenomen.
Het Ministerie van VWS heeft na deze uitspraak met spoed een stuurgroep «verdeelproces
vervolgopleidingen» (stuurgroep) opgericht. Deze stuurgroep bestaat uit een afvaardiging
van de betrokken directies van het Ministerie van VWS en de NZa. De stuurgroep heeft
de gevolgen van de uitspraak van het CBb in kaart gebracht en de mogelijke routes
verkend. Hieronder vindt u de beslismomenten en processtappen:
14 oktober t/m 4 november 2025
Bestuderen uitspraak en voorbereiding stuurgroep.
5 november 2025
Bijeenkomst stuurgroep waarin besluiten zijn genomen over de vervolgstappen.
20 november 2025
Het advies van de Stichting BOLS over het te hanteren verdeelcriterium voor de medisch-specialistische
vervolgopleidingen is ontvangen. De Stichting BOLS heeft geadviseerd om geen wijzigingen
aan te brengen in de verdeling voor 2026 om de continuïteit voor opleidende zorgaanbieders
te waarborgen.
21 november 2025
Eerste conceptversie aanwijzing is door het Ministerie van VWS gedeeld met de leden
van de stuurgroep.
28 november 2025
Tweede conceptversie aanwijzing is door het Ministerie van VWS gedeeld met de leden
van de stuurgroep.
1 december 2025
Conceptaanwijzing is gereedgemaakt voor ondertekening.
10 december 2025
Conceptaanwijzing is ondertekend, waarna de brieven aan beide Kamers zijn opgesteld.
16 december 2025
Kamers zijn geïnformeerd over de Aanwijzing (Kamerstuk 29 282, nr. 617).
16 december 2025
De digitale versie van de aanwijzing is verstuurd naar de NZa.
17 december 2025
Publicatie aanwijzing in Staatscourant.
22 december 2025
De NZa heeft haar beleidsregel «beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen»
gewijzigd.
1 januari 2026
Het gewijzigde juridisch kader is in werking getreden.
Ad II. Informeren Kamer over gevolgen uitspraak van het CBb
U vraagt waarom de Tweede Kamer niet eerder is geïnformeerd over de gevolgen van de
uitspraak van het CBb. De stuurgroep heeft op 5 november 2025 besloten om met spoed
een aanwijzing op te stellen aan de NZa, waarin zij de opdracht krijgt om de beschikbaarheidbijdrage
(medische) vervolgopleidingen zonder vooraf bepaalde verdeling van instroomplaatsen
vast te stellen. In diezelfde stuurgroep is stilgestaan bij het feit dat het tijdpad
voor het uitkeren van de beschikbaarheidbijdrage voor 2026 erg, zo niet te krap was
en dat met het volgen van de voorhangprocedure de deadline van 1 januari 2026 niet
zou worden gehaald. Zoals reeds is aangegeven had het niet halen van deze deadline
grote financiële gevolgen voor opleidende zorgaanbieders en kwam de opleidingscontinuïteit
in gevaar. Deze inschatting werd onderschreven door de betrokken stakeholders.1
De Kamer kon niet eerder geïnformeerd worden over de gevolgen van de uitspraak, omdat
ook ten tijde van het opstellen van de aanwijzing er onzekerheden waren over de haalbaarheid
en uitvoerbaarheid van de op hand zijnde nieuwe werkwijze. Begin december werden de
eerste contouren van de inhoud van de aanwijzing duidelijk. Gelet op de onzekerheden
tijdens het proces en het zeer krappe tijdpad is ervoor gekozen om tegelijkertijd
met het versturen van de aanwijzing aan de NZa de beide Kamers te informeren, om zo
de opleidingscontinuïteit te waarborgen.
Ad III. Toezenden aanwijzing Kamer
Tot slot vraagt u waarom de aanwijzing niet eerder aan de Tweede Kamer is toegezonden.
• Direct na de uitspraak van het CBb is een stuurgroep opgericht. Deze heeft begin november
2025 geconstateerd dat voor het opleidingsjaar 2026 de continuïteit van de opleidingen
in gevaar kwamen en dat er een acuut en urgent (financieel) probleem zou ontstaan
voor zorgaanbieders, waardoor er met spoed een oplossing moest komen.
• In een tijdsbestek van 8 weken is daarom een nieuw juridisch kader opgesteld in de
vorm van een aanwijzing aan de NZa. Het opstellen hiervan en het verkrijgen van draagvlak
bij veldpartijen neemt normaliter een aantal maanden in beslag. Hoewel in de bijeenkomst
van 5 november jl. door de stuurgroep is besloten om een aanwijzing voor de NZa op
te stellen, kon de inhoud van de aanwijzing nog niet vaststaan. Op 1 december 2025
had de inhoud van de aanwijzing zijn definitieve vorm, waarna deze is voorgelegd aan
de Minister van VWS.
• Gedurende het proces van het opstellen van de aanwijzing vond veelvuldig overleg plaats
tussen het Ministerie van VWS en de NZa over de precieze inhoud van de aanwijzing.
Daarnaast is de Stichting BOLS om advies gevraagd over de verdeling van medisch-specialistische
opleidingsplaatsen.
• Tijdige publicatie van de aanwijzing was noodzakelijk, omdat de NZa pas rechtsgeldig
een verleningsbeschikking kan nemen nadat zij een aanwijzing heeft ontvangen van de
Minister en nadat de NZa op basis van deze aanwijzing beleidsregels heeft vastgesteld.
Hierdoor was het noodzakelijk dat de aanwijzing op 17 december 2025 werd gepubliceerd.
De beleidsregels van de NZa zijn vervolgens op 22 december 2025 door het bestuur van
de NZa voorgelegd en vastgesteld. De verleningsbeschikkingen zijn vervolgens voor
1 januari 2026 genomen.
• Voor de continuïteit van de (medische) vervolgopleidingen was het van belang dat uiterlijk
in december bekend was hoeveel opleidingsplaatsen een zorgaanbieder kan bekostigen
met een beschikbaarheidbijdrage. De eerste artsen in opleiding tot specialist en andere
opleidingen zijn gestart op 1 januari 2026.
• Ten slotte is onzekerheid over de financiële dekking van de opleidingsplaatsen voorkomen.
Zonder deze aanwijzing en de snelheid waarmee dit proces is doorlopen, is het niet
mogelijk voor opleidende zorgaanbieders om op 8 januari van het Zorginstituut een
voorschot te ontvangen. Opleidende zorgaanbieders kunnen namelijk pas een beschikbaarheidbijdrage
ontvangen van het Zorginstituut nadat de NZa een verleningsbeschikking heeft genomen.
Ik heb binnen de mogelijkheden en het gestelde tijdpad, naar aanleiding van voornoemde
uitspraak, de continuïteit van de (medische) vervolgopleidingen hiermee gewaarborgd.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
Ondertekenaars
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport