Brief regering : Verslag Raad Algemene Zaken van 16 december 2025
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3314
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 16 december 2025.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Verslag Raad Algemene Zaken 16 december 2025
Op 16 december jl. vond de Raad Algemene Zaken plaats in Brussel. Op de agenda stonden
het Meerjarig Financieel Kader, de voorbereiding van de Europese Raad van 18–19 december
a.s., vereenvoudiging van EU-wetgeving, EU-uitbreiding, het wetgevingsprogramma en
het Europees Semester. Tijdens de lunch is gesproken over het cohesiebeleid. Daarnaast
was er een AOB Atlantische Macroregionale Strategie. Voorafgaand aan de Raad vond
een Intergouvernementele Conferentie plaats met Montenegro. De Minister van Buitenlandse
Zaken was verhinderd; de Permanente Vertegenwoordiger bij de EU vertegenwoordigde
Nederland.
Meerjarig Financieel Kader (MFK)
De Raad stond stil bij de voorstellen voor het volgend MFK en het eigenmiddelenbesluit
(EMB), zoals gepresenteerd door de Commissie op 16 juli jl. De onderhandelingen over
het MFK en EMB worden gestructureerd aan de hand van een door het Voorzitterschap
opgestelde onderhandelingsdocument, de zogenoemde negobox.
In deze bespreking benadrukte Nederland samen met enkele andere lidstaten opnieuw
het belang van de toevoeging van correcties op de bni-afdracht aan het onderhandelingsdocument.
Veel lidstaten uitten juist kritiek op de toevoeging van deze optie voor het voortzetten
van de correcties op de bni-afdracht. Een brede groep lidstaten gaf aan dat dergelijke
correcties niet stroken met de voorgestelde modernisering van het MFK. Diverse lidstaten
uitten kritiek op het samenvoegen van fondsen tot nationale en regionale partnerschapsplannen.
Nederland heeft daarbij onderstreept dat modernisering essentieel is, waarbij flexibilisering
en versimpeling door de samenvoeging van fondsen belangrijke elementen zijn. De discussie
over het Europees Concurrentiefonds (ECF) richtte zich op een spanningsveld tussen
lidstaten die pleiten voor meer geografische balans en gelijke toegang tot EU-gelden
uit het ECF, en lidstaten, waaronder Nederland, die benadrukken dat toekenning van
ECF-middelen op basis van excellentie en impact dient plaats te vinden. Ten aanzien
van het EU extern beleid (Global Europe) riepen enkele lidstaten op om de inzet te
versterken op beleidsterreinen zoals humanitaire hulp, steun aan de minst ontwikkelde
landen en steun aan kandidaat-lidstaten. Het Deense Voorzitterschap concludeerde dat
de negobox niet zal worden aangepast en zal deze aan het inkomende Cypriotische voorzitterschap
doorgeven als basis voor verdere onderhandelingen.
Voorbereiding Europese Raad (ER) van 18–19 december
De Raad stond stil bij de agenda van de ER van 18–19 december: Oekraïne, MFK, Midden-Oosten,
EU-uitbreiding en hervormingen, veiligheid en defensie, migratie, geo-economie en
concurrentievermogen. Onder overig is geagendeerd Pact for the Mediterranean, Foreign Information Manipulation and Interference en de strijd tegen antisemitisme, racisme en xenofobie.
Veel lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten de urgentie van besluitvorming
over financiële steun voor Oekraïne. Nederland gaf aan hierbij de voorkeur te geven
aan herstelleningen op basis van geïmmobiliseerde Russische centralebanktegoeden.1 Andere lidstaten gaven aan hier nog bezwaren bij te hebben. Ten aanzien van het MFK
vond een deel van de lidstaten, waaronder Nederland, dat het onderhandelingsdocument
een acceptabel vertrekpunt is voor verdere onderhandelingen. Een ander deel van lidstaten
sprak hierover hun onvrede uit. Daarnaast vroegen enkele lidstaten, waaronder Nederland,
om aandacht voor de aanslagen in Australië en solidariteit met de Joodse gemeenschap.
Vereenvoudiging van EU-wetgeving
De Raad wisselde van gedachten over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving van
EU-wetgeving ten behoeve van de versterking van het Europees concurrentievermogen.
Ook presenteerde de Commissie haar jaarlijks overzichtsverslag 2025 hierover en de
jaarlijkse voortgangsverslagen op het gebied van uitbreiding- en oostelijk nabuurschapsbeleid
en op het gebied van cohesie en hervormingen. De lidstaten waren eensgezind over het
belang van vereenvoudiging en betere regelgeving op alle niveaus en alle beleidsgebieden.
EU-uitbreiding
De Raad sprak over het uitbreidingspakket van de Commissie.2 Vanwege de aanhoudende blokkade van één lidstaat op het toetredingsproces van Oekraïne,
kon de Raad geen uitbreidingsconclusies aannemen. Een brede groep lidstaten sprak
hier diepe teleurstelling over uit en stelde dat het ontbreken van Raadsconclusies
een verkeerd signaal afgeeft richting kandidaat-lidstaten. Concept Raadsconclusies
die op de steun konden rekenen van 26 lidstaten zijn door het Deens voorzitterschap
uitgegeven als voorzitterschapsconclusies.3
Een grote groep lidstaten riep op tot voortgang in het toetredingsproces van Oekraïne.
Ook Nederland gaf aan volgende stappen in het toetredingsproces voor Oekraïne en Moldavië
te steunen, conform de aanbevelingen van de Commissie. Het kabinet spreekt zich uit
tegen de oneigenlijke bilaterale blokkade van Hongarije, in lijn met de motie Van
Campen-Piri.4 Zo heeft Nederland 12 december jl. met gelijkgezinde lidstaten hierover een démarche
uitgevoerd in Boedapest. Op 10 en 11 december jl. vond een informele bijeenkomst voor
Ministers van Europese Zaken plaats in Lviv, Oekraïne. De voortgang van het EU-toetredingsproces
van Oekraïne stond hier centraal. Tevens presenteerden de Commissie en Oekraïne een
10-puntenplan om anti-corruptiehervormingen te bespoedigen.
Verschillende lidstaten pleitten voor het openen van Cluster 3 met Servië, omdat het
voldoet aan de technische benchmarks. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten dat eerst verdere substantiële
voortgang nodig is. De Commissie gaf aan bereid te zijn de Raad in januari 2026 opnieuw
te informeren over de voortgang van Servië.
Wetgevingsprogramma
De Raad heeft de gezamenlijke verklaring met het Europees Parlement (EP) en de Commissie
goedgekeurd.5 Deze verklaring voor wetgevende prioriteiten 2026 concentreert zich op zes gebieden.
Daarnaast is er een lijst met prioritaire voorstellen bijgevoegd. Tijdens de ER van
18 en 19 december a.s. is ondertekening door de voorzitters van het EP, de Raad van
de EU en de Commissie voorzien. Na ondertekening worden de gezamenlijke verklaring
en de bijbehorende lijst bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU.
Europees Semester
Het Deens Voorzitterschap en het inkomend Cypriotisch Voorzitterschap presenteerden
de roadmap voor het Europees Semester 2026.6 De roadmap behelst een tijdslijn van het Europees Semester in aanloop naar de publicatie van
het zogenaamde lentepakket, met onder andere beleidsaanbevelingen aan lidstaten op
economisch gebied en begrotingen, naar verwachting juni 2026.
AOB Europese Macroregionale Atlantische Strategie
Frankrijk, Ierland en Spanje riepen de Commissie op om een Europese Macroregionale
Atlantische Strategie op te stellen om gezamenlijke uitdagingen ten aanzien van concurrentievermogen
en groei in de Atlantische regio te adresseren. De Commissie verwees in reactie naar
de reeds bestaande Atlantic Maritime Strategy en het Atlantic Action Plan.
Lunchdiscussie cohesiebeleid
Tijdens de lunch vond een discussie plaats over de bijdrage die het cohesiebeleid
aan de strategische prioriteiten van de EU kan leveren. Nederland heeft een drietal
aandachtspunten benoemd: afstemming op de strategische prioriteiten van de EU, flexibiliteit
om beter in te kunnen spelen op behoeften, en inzet op nieuwe uitdagingen gedurende
de gehele programmeringsperiode.
Intergouvernementele Conferentie (IGC) met Montenegro
Voorafgaand aan de Raad vond een IGC met Montenegro plaats, waar vijf hoofdstukken
– die over recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, vrij verkeer van kapitaal,
vennootschapsrecht, landbouw en plattelandsontwikkeling en visserij – onder voorbehoud
werden gesloten. Tijdens de bijeenkomst werd onder andere stilgestaan bij de voortgang
van Montenegro in de afgelopen periode en de verwachtingen die gepaard gaan met het
verdere toetredingsproces, waarbij het belang van voldoen aan de EU-standaarden over
de volle reikwijdte van het EU-acquis werd benadrukt. In een Benelux-interventie benadrukte Luxemburg dit eveneens, alsook
dat Montenegro onder andere moet blijven werken aan corruptiebestrijding, georganiseerde
misdaad en administratieve capaciteit.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken