Brief regering : Kidfluencers, gezinsvloggers en mom- en dadfluencers
25 883 Arbeidsomstandigheden
26 643
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 544
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2025
Nieuwe vormen van kinderarbeid zijn kidfluencing en het meedoen van kinderen aan commerciële
online content van gezinsvloggers en mom- en dadfluencers. Er zijn hierbij serieuze
risico’s voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen, vooral als kinderen als
verdienmodel door bedrijven of ouders worden ingezet. Het belang van het kind kan
dan uit het oog raken. De risico’s die kinderen lopen zijn onder meer de privacy en
het zelfbeeld. Dit door bijvoorbeeld het tonen van kwetsbare en angstige momenten
van jonge kinderen en haatreacties. Verder kan prestatiedruk ontstaan, zoals wanneer
kinderen naast deelname aan reguliere producties ook social media-uitingen moeten
doen. Ook kunnen afbeeldingen van kinderen verspreid worden in pedofiele netwerken.
Dit alles kan de mentale gezondheid van kinderen negatief beïnvloeden en leiden tot
faalangst, stress en depressieve gevoelens1. Deze risico’s constateert ook de Arbeidsinspectie in haar «Signaal Kidfluencers»
van 10 juni 20252. Volgens de Arbeidsinspectie maakt de huidige wet- en regelgeving voor artistiek
werk effectief toezicht onvoldoende mogelijk.
Daarom wil ik komen tot effectieve wet- en regelgeving om kinderen te beschermen tegen
de risico’s van commerciële online-activiteiten. Dat doe ik door de Arbeidstijdenwet
(hierna Atw) aan te passen, de boetes te verhogen, een normenkader voor mentale gezondheid
te ontwikkelen en ouders beter voor te lichten. Deze aanpak maakt onderdeel uit van
het bredere beleidskader van kinderrechten online onder coördinatie van mijn collega
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In mijn brief van 21 mei 20253 heb ik de hoofdlijnen van deze aanpak geschetst. In deze brief informeer ik u, zoals
toegezegd, over de huidige stand van zaken.
Voor een werkbare aanpak heb ik met betrokkenen over hun ervaringen en inzichten gesproken.
Ik ga eerst in op de inzichten die dit gesprek heeft opgeleverd. Daarna beschrijf
ik de huidige wet- en regelgeving en vervolgens het voornemen om deze wet- en regelgeving
aan te passen.
Daarna benoem ik mijn afspraken met adverteerders en het normenkader voor mentale
belastbaarheid van kinderen dat ik ga ontwikkelen. Ik geef mijn visie op een geblokkeerde
rekening voor de verdiensten van kinderen en sluit af met de bredere aanpak, waaronder
mijn inzet op voorlichting.
1. Gesprek met enkele ouders over kinderen en vloggen
Dit najaar heb ik gesproken met enkele ouders die zelf vloggen en daarbij hun kinderen
laten participeren. Doel was om meer te weten te komen over afwegingen van ouders
bij het betrekken van kinderen in (gezins)vlogs en sociale media content. Dit gesprek samen met schriftelijke reacties
van andere ouders, zal worden gebruikt in de voorlichting om ouders te helpen betere
keuzes te maken om hun kind wel/niet in beeld te brengen. Ook maakt het duidelijk
welke prestatiedruk ouders en hun kinderen kunnen ervaren.
Er zijn ouders die gelet op de prestatiedruk die ze zelf en hun kinderen ervaarden
aangaven daarvan ook geleerd te hebben. Zo gaven ouders aan geleerd te hebben in welke
situaties kinderen kwetsbaar zijn en/of liever niet in beeld komen. Daarbij gaat het
bijvoorbeeld om heel persoonlijke gebeurtenissen. Dat voorkomt niet dat kinderen worden
herkend en dat kinderen die in online content voorkomen ook negatieve comments kunnen
krijgen. Deze ouders gaven ook aan dat de wet- en regelgeving niet het vloggen als
kind of gezin onmogelijk moet maken.
Belangrijk punt dat ik meeneem in mijn aanpak is dat kleine en beginnende influencers
beperkte kennis hebben over de zakelijke kant van influencen. Dat kan juist leiden
tot prestatiedruk. Verder kunnen ouders meer oog hebben voor de belangen en ontwikkeling
van hun kind. Dit kunnen ze beter borgen als ze hierover meer kennis hebben en waarop
ze invloed kunnen uitoefenen. Dit benadrukt voor mij het belang van goede voorlichting.
Daarnaast zijn goede afspraken van belang met voor de ouders belangrijke spelers,
zoals adverteerders en (management) agencies. Op deze thema’s ga ik later in de brief
in.
2. Huidige wet- en regelgeving: de ontheffingsprocedure als vertrekpunt
In de Atw geldt in lijn met Europese regelgeving een verbod op kinderarbeid voor kinderen
tot 13 jaar. Een uitzondering op dit verbod is artistiek werk, waaronder (het verlenen
van medewerking aan) audiovisuele opnamen. Daarvoor is een ontheffing door de Arbeidsinspectie
nodig. Ook voor uitvoeringen door kinderen tot 13 jaar op het internet is deze ontheffing
nodig door de Arbeidsinspectie. Dit staat in de toelichting op de beleidsregel inzake
ontheffing verbod kinderarbeid (BOVK). In de periode tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2025
zijn er 1313 aanvragen ingediend van het type ontheffing kunstkinderen. Voor 1288 van deze
aanvragen heeft de Arbeidsinspectie een ontheffing verleend. Dat betreft naar schatting 8300 kinderen. Slechts bij 10 verleende aanvragen ging het om influencing/vloggen. Dit laat zien dat er nog weinig ontheffingsaanvragen worden gedaan voor dit type
kinderarbeid.
De Arbeidsinspectie stelt in het «Signaal kidfluencers» dat onbekend is hoeveel kinderen
in Nederland zelf vloggen of actief zijn in gezinsvlogs of via mom- en dadfluencers
en waarbij het om een commercieel belang gaat. Het aantal kinderen waarvoor een ontheffing
nodig is, is dus niet bekend. Panteia/VHP komt tot een schatting van 3000 tot 4000
kinderen in Nederland die regelmatig zichtbaar zijn in commerciële online content.
Daarvan zijn volgens Panteia/VHP 339 kinderen in accounts met aanzienlijke commerciële
impact.
De Arbeidsinspectie heeft in haar «Signaal kidfluencers» ook aangegeven tegen welke
knelpunten ze in de huidige wet- en regelgeving aanloopt bij het toezicht op commerciële
activiteiten met en door kinderen op online platforms.
De conclusie is dat effectief toezicht allereerst bemoeilijkt wordt door het ontbreken
van de in de wet voorgeschreven formele werkgever die de ontheffing moet aanvragen.
Ook loopt de Arbeidsinspectie aan tegen de onduidelijkheid wanneer het vloggen met
en door kinderen commercieel wordt en geen hobby meer is. Daarnaast verwacht de Arbeidsinspectie
dat de huidige boetebedragen in verhouding tot de (mogelijke)verdiensten weinig effect
hebben.
Ik deel de conclusie van de Arbeidsinspectie dat aanpassing van wet- en regelgeving
en effectievere boetes nodig zijn om te komen tot effectieve handhaving en daarmee
betere bescherming van deze kwetsbare doelgroep.
3. Nieuwe wet- en regelgeving op maat
3.1 Arbeidstijdenwet
Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel tot wijziging van de Atw. Met die wijziging
wil het kabinet het toezicht op commerciële online-activiteiten door en met kinderen
verbeteren. Hieronder wordt kort de kern van het wetsvoorstel belicht en de belangrijkste
elementen.
Met de wetswijziging brengt het kabinet deze online-activiteiten onder de noemer van
artistiek werk. Naast een (formele) werkgever zal in de toekomst ook een ouder/voogd
als verantwoordelijk persoon een ontheffing kunnen aanvragen voor een kind tot 13 jaar4. Daartoe zal naast arbeid door een kind in het kader van een arbeidsovereenkomst
ook andere arbeid door een kind in de commerciële sfeer worden genormeerd5. De ouder/voogd die het kind die arbeid laat verrichten wordt toegevoegd aan de categorie
verantwoordelijke personen. Daardoor kunnen zij ook op naleving van de wet worden
aangesproken.
De Atw bepaalt al dat de verantwoordelijk persoon met een ontheffing moet zorgen dat
de veiligheid van het kind niet in gevaar komt. Ook mag geen arbeid worden verricht
die een nadelige invloed kan uitoefenen op de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling
van dat kind. Hiermee ligt de verantwoordelijkheid dus al bij de ouders/voogd om ervoor
te zorgen dat het kind geen negatieve effecten van influencing ervaart.
De bestaande wet- en regelgeving regelt al de maximale arbeidstijd per etmaal. Degene
die de ontheffing aanvraagt en verkrijgt is verantwoordelijk voor de gezondheid, veiligheid
en de arbeids- en rusttijden van het kind. Als niet aan de voorwaarden voldaan wordt
kan degene die de ontheffing heeft aangevraagd een boete krijgen.
Daarnaast komt in de Atw een definitie van de online-activiteiten waarvoor de ouder/voogd
ontheffing moet aanvragen. Daarbij sluit het kabinet waar mogelijk aan bij de wetgeving
in Frankrijk. Een ontheffing zal nodig zijn als het kind tot 13 jaar de producent
is. Dit gaat dus bijvoorbeeld om kinderen die zelf vloggen. Ook is ontheffing nodig
als het kind herkenbaar in beeld komt in vlogs die ouder(s) maken. Daarbij gaat het
vooral om gezinsvlogs en online content van mom- en dadfluencers. Het kan net als
bij artistiek werk zo zijn dat een kind slechts kort in beeld komt (bijvoorbeeld een
paar minuten). In alle gevallen gaat het om filmpjes die gemaakt worden met een commercieel
karakter op een online platform.
Voor de toetsing of sprake is van een commercieel karakter wordt de eerste tijd uitgegaan
van minimaal 50.000 abonnees/volgers op bijvoorbeeld YouTube, Instagram en/of Tiktok6 per account. In deze situatie kunnen de vloggers dusdanige inkomsten genereren, ook
via adverteerders, dat sprake is van een winstoogmerk.7
3.2 Lagere regelgeving
De wijziging van de Atw vormt de basis voor de wijzigingen van de lagere regelgeving.
De ontheffing voor kinderen tot 13 jaar voor onder meer audiovisuele optredens is
geregeld in de beleidsregel inzake ontheffing verbod kinderarbeid (BOVK).
Ik herzie deze beleidsregel om te voorzien in de nieuwe ontheffingsprocedure, net
als in de Atw. In de beleidsregel komt de omschrijving van influencing door en met
kinderen met een commercieel karakter en de vereiste aanvraag voor de ontheffing door
de verantwoordelijk persoon volgens de Atw.
Voor de werk- en rusttijden van kinderen sluit het kabinet in beginsel aan bij het
wettelijk voorgeschreven aantal dagen werk per leeftijdsjaar. Dat is 6 dagen bij kinderen
van 0–6 jaar en 24 dagen per leeftijdsjaar bij kinderen van 7–12 jaar.
Het kabinet beziet of nadere regels over aantal uren werk en rusttijden nodig zijn,
ook in relatie tot de handhaving. Kinderen moeten voldoende tijd hebben voor school
en huiswerk en sociale activiteiten als sport en buitenspelen. Een belangrijke vraag
is in hoeverre rekening te houden valt met de tijd die het maken van online content
kost. Dit is niet altijd in het eindresultaat te zien.
Zo kost repeteren of overdoen van een video ook de nodige tijd. Het kabinet komt er
bij de nadere regelgeving op terug of en zo ja hoe dit (deels) kan worden meegenomen.8
3.3. Boetes
De boetes voor de ouders/voogd bij het ontbreken van een ontheffing staan nu niet
in verhouding tot de verdiensten. Dit constateert de Arbeidsinspectie ook.
Het kabinet herziet daarom de beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit
2013. De matiging tot 25% vervalt voor influencing door en met kinderen met een commercieel
karakter9. Om maximaal effect te bereiken ga ik de boetes zowel indexeren als verhogen
Met deze inzet van het kabinet op wet- en regelgeving, waaronder ook arbeidstijden
en de hogere boetes wordt het verdienmodel van ouders en bedrijven aangepakt.
4. Afspraken adverteerders
Naast deze wet- en regelgeving wil ik afspraken maken met adverteerders die reclame
maken op social media platforms met daarin kinderen.
Ik ben hierover in gesprek met de vereniging voor data en marketing (DDMA). Momenteel
bezie ik de mogelijkheden om aan te sluiten bij de bestaande reclamecode Social Media
en Influencer Marketing. Ik bekijk ook of er daarnaast een aparte code en/of een convenant
met adverteerders moet komen. Uiteraard betrek ik hierbij relevante partijen als de
Stichting Reclame Code (SRC).
Inzet is het beperken van het maken van reclame door kidfluencers of kinderen in gezinsvlogs
en mom- en dadfluencers. Daardoor wordt tegengegaan dat kinderen een verdienmodel
voor ouders en adverteerders worden.
Als zelfregulering niet voldoende effectief blijkt om kinderen te beschermen, zal
ik andere opties bekijken, waaronder wet- en regelgeving.
5. Normenkader emotionele belastbaarheid
Bij de nieuwe wet- en regelgeving staat de gezondheid, het welzijn en de ontwikkeling
van kinderen centraal. De emotionele belastbaarheid en mentale gezondheid zijn hierbij
dan ook een belangrijke factor. Dit stellen ook de Arbeidsinspectie en verschillende
experts in onder meer het onderzoek van Panteia/VHP en in het programma BOOS. Daarom
zet ik in op een normenkader voor sociale media-activiteiten. Dit heb ik ook in mijn
reactie van 11 september 2025 op het «Signaal kidfluencers» van de Arbeidsinspectie
aangegeven. In dit normenkader neem ik de mentale gezondheid als weegfactor mee. Ik
vraag een externe onderzoekspartij om met voorstellen voor de vormgeving van zo’n
normenkader te komen. Naar verwachting wordt dit onderzoek begin 2026 uitgezet en
in het eerste kwartaal 2026 afgerond. Ik vertaal dit onderzoek vervolgens naar normen
in regelgeving die de Arbeidsinspectie helpen bij het toetsen van ontheffingsvragen.
Ook geven deze normen ouders richting bij de afwegingen over vloggen door of met kinderen.
6. Geblokkeerde rekening verdiensten kinderen
Frankrijk en de Amerikaanse staten Californië en Illinois stellen dat kinderen zelf
ook (een deel) van de online verdiensten van henzelf of het gezin moeten krijgen.
Dit wordt in een apart fonds of geblokkeerde rekening gezet waar het kind als het
meerderjarig is toegang toe heeft. Dat kinderen (een deel van) de verdiensten van
de commerciële online-activiteiten krijgen vind ik positief.
Een geblokkeerde rekening gaat verder dan de bestaande kinderrekeningen. Het invoeren
daarvan is in Nederland lastig. Dit vraagt onder meer overleg en medewerking van de
banken. Daarnaast moet er een regel voor de toerekening van de inkomsten van het kind
worden vastgesteld. Dat is bij gezinsvlogs complex. Ook vergt dit een check bij de
aanvraag voor de ontheffing door de ouders/voogd bij de Arbeidsinspectie. Dit vraagt extra wetgevings- en handhavingscapaciteit die niet voorhanden
is. Dit maakt dat ik nu prioriteit geef aan de wet- en regelgeving op de Atw.
7. Bredere aanpak
Zoals ik ook in mijn brief van 21 mei 2025 heb onderkend, is een bredere aanpak nodig
dan alleen het voorkomen van kinderarbeid. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties coördineert deze aanpak en werkt samen met onder andere mijn ministerie
en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Volksgezondheid en Sport.
Het gaat over de rechten van kinderen online. Daarbij spelen belangrijke thema’s als
welzijn en mediawijsheid, smartphonegebruik, opvoeding, privacy en het recht op vergetelheid.
Ouders zijn in eerste instantie verantwoordelijk om te zorgen dat kinderen gezond
online opgroeien. De overheid heeft wel een (mede)verantwoordelijkheid om kinderen
online te beschermen. Het kabinet zet zich er dan ook voor in om kinderen in de digitale
wereld beter te beschermen.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voert in dit kader ook
gesprekken met sociale media platforms over de bescherming van kinderen. Daarbij neemt
hij ook het perspectief van kidfluencers mee.
Als onderdeel van de bredere aanpak loopt er een meerjarige publiekscampagne onder
coördinatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder
meer via de website jouwkindonline.nl van Netwerk Mediawijsheid. Die site informeert
over facetten van mediaopvoeding van kinderen. Ik wil ouders informeren over de risico’s van sociale media-activiteiten
door en met kinderen. Daarvoor zoek ik aansluiting bij de meerjarige publiekscampagne.
Ik ontwikkel daartoe een Informatiekaart voor ouders om de afweging te maken om kinderen
wel of niet in beeld te brengen. Dit gelet op de risico’s die dit met zich meebrengt.
Deze Informatiekaart zal in samenspraak met het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties op Jouwkindonline.nl komen.
Aansluitend daarop ontwikkel ik een campagne voor ouders over vloggen met en door
kinderen en wat dit betekent. Deze campagne loopt in 2026 via kanalen die aansluiten
bij de doelgroep ouders.
Tot slot
In mijn brief van 21 mei 2025 heb ik de hoofdlijnen geschetst van mijn aanpak. Met
deze brief heb ik deze aanpak nader ingevuld. De komende tijd richt ik me op de wijziging
van de Atw en de lagere regelgeving zoals hierboven uiteengezet. Ik streef ernaar
de wijziging van de Atw in de zomer van 2026 in internetconsultatie te brengen en
vervolgens in het vierde kwartaal van 2026 voor advies aan de Raad van State. Vervolgens
wordt de lagere regelgeving uitgewerkt.
In mijn gesprek met enkele ouders die vloggen, benadrukten zij het belang van goede
voorlichting ter bescherming van deze kwetsbare kinderen. Ik streef ernaar de voorlichting
aan ouders over de risico’s van het vloggen door en met kinderen volgend jaar te lanceren.
Hiermee wil ik ouders praktische handvatten geven hoe ze hun kinderen beter kunnen
beschermen. Daarnaast kunnen ze daarmee zelf beter overwogen keuzen maken bij het
plaatsen van online content. Uiteindelijk begint de bescherming van kinderen in vlogs
bij de ouders. Het mag niet zo zijn dat het verdienmodel van ouders ten koste gaat
van het welzijn van kinderen.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid