Brief regering : Potentieel schijnzelfstandigen 1 januari 2025 en 1 juli 2025
31 311 Zelfstandig ondernemerschap
Nr. 296
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2025
Uw Kamer heeft de Rijksoverheid in de motie-Boon1 opgeroepen alles in het werk te stellen om het aantal schijnzelfstandigen per 1 januari
2025 naar 0 terug te brengen. Als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelatie
(BZK) acht ik het van groot belang dat de gehele Rijksdienst functioneert conform
de geldende wet- en regelgeving die ook geldt voor de rest van Nederland. Daarom steun
ik de oproep in de motie-Boon om het aantal schijnzelfstandigen binnen de Rijksoverheid
terug te brengen.
Daarnaast verzocht uw Kamer om periodiek geïnformeerd te worden over de voortgang
op het afbouwen van schijnzelfstandigheid binnen de Rijksdienst. Hierbij ontvangt
u het overzicht van het aantal potentieel schijnzelfstandigen binnen de Rijksoverheid
over twee peildata.
Op basis van peildata is de informatie opgevraagd bij de ministeries. Deze informatie
is door de ministeries verwerkt in een hiervoor speciaal ontwikkeld (intern) dashboard.
Het ontwikkelen en vullen van dit dashboard heeft de nodige tijd in beslag genomen,
mede omdat elk ministerie een andere methode hanteerde om het overzicht van het aantal
ingehuurden te verkrijgen en de cijfers van departementen dus lastig met elkaar te
vergelijken waren. De uitvoeringslast om deze informatie alsnog te achterhalen en
de registratie bij verschillende departementen eenduidig te definiëren, is hoog waardoor
de gegevens pas recentelijk uitgevraagd en verwerkt zijn. De data in deze brief gaat
over de peildata 1 januari 2025 en 1 juli 2025. Vanaf 2026 wordt deze uitvraag onderdeel
van de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.
De informatie die is uitgevraagd aan de departementen, is verdeeld in 3 categorieën.
Allereerst is er gevraagd naar het totaal aantal extern ingehuurde medewerkers. Deze
categorie behelst naast zelfstandigen ook mensen die ingehuurd zijn via constructies
waarbij er geen directe overeenkomst is met een ministerie of de Rijksoverheid, bijvoorbeeld
via consultancybureaus. Daarnaast is gevraagd welk deel van deze extern ingehuurde
medewerkers zelfstandig is. Ten slotte is afgewogen door de departementen welk deel
van de zelfstandigen als potentieel schijnzelfstandigen kan worden aangemerkt.
Het overzicht van de aangeleverde cijfers vanuit de departementen duidt op een neerwaartse
trend. De ministeries werken er actief aan schijnzelfstandigheid zo snel mogelijk
naar nul af te bouwen, voor 1 januari 2026. Het Ministerie van BZK blijft departementen
hierin aanmoedigen.
Rijksbreed waren de volgende gegevens van toepassing.2
1 januari 2025
1 juli 2025
Extern aantal medewerkers
15.779
16.597
Waarvan zelfstandig aantal medewerkers
3.778
4.039
Waarvan aantal potentieel schijnzelfstandige medewerkers
2.510
1.305
Ten aanzien van de volledigheid van deze data, dienen de volgende kanttekeningen genoemd
te worden;
Het Ministerie van Financiën heeft per september 2025 schijnzelfstandigheid afgebouwd.
Diverse onderdelen van Financiën, waaronder de Belastingdienst en Douane hebben per
1 januari 2025 reeds volledige afbouw van schijnzelfstandigheid gerealiseerd.
Binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) wordt informatie over externe
inhuur niet centraal geregistreerd. Het bijeenbrengen van deze informatie is daardoor
een tijdrovend en arbeidsintensief proces. JenV heeft dit getracht te doen in het
kader van de onderhavige rapportage. De mogelijkheid bestaat echter dat daadwerkelijke
aantallen op 1 januari en 1 juli 2025 enigszins verschillen van de in de brief genoemde
aantallen. Daarnaast heeft men, gelet op het voorgaande, in een enkel geval uitsluitend
gerapporteerd over het aantal potentieel schijnzelfstandigen op de peildata (conform
toezegging Tweede Kamer). JenV streeft ernaar schijnzelfstandigheid per 1 januari
2026 volledig te hebben afgebouwd.
De Ministeries van BZK en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben omwille
van betrouwbaarheid van de data niet de aantallen over 1 januari 2025 gerapporteerd,
maar over 1 april 2025.
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) had voor de externe inhuur
op 1 januari 2025 uitsluitend inzicht in de financiële omvang hiervan. Over 1 juli
heeft OCW gezorgd voor inzicht in aantallen externe inhuur en het aandeel zzp-ers.
OCW werkt voortvarend aan betrouwbaar inzicht in het aantal potentieel schijnzelfstandigen
en aan de afbouw hiervan.
Op 1 juli 2025 had het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (RWS) 130 zzp’ers
met een hoog risico op schijnzelfstandigheid. Na 1 juli is het aantal zzp’ers met
een risico op schijnzelfstandigheid afgebouwd naar 84 op 14 november. De inspanning
is erop gericht om einde dit jaar de schijnzelfstandigheid verder af te bouwen. Daarvoor
worden de geïnventariseerde risicogevallen actief benaderd met alternatieven om het
risico voor 2026 weg te nemen.
Het Ministerie van Defensie beschikt alleen over de cijfers van het tweede peilmoment.
De krijgsmacht valt buiten de reikwijdte van deze inventarisatie.
Ik vind het van groot belang dat de Rijksoverheid het goede voorbeeld geeft in de
aanpak van schijnzelfstandigheid en zorgt voor een snelle afbouw van het aantal (potentieel)
schijnzelfstandigen naar 0, voor 1 januari 2026. Het Ministerie van BZK heeft beleidsinstrumenten
ontwikkeld die door alle ministeries zijn vastgesteld. Hierin wordt onder andere bepaald
dat departementen hun externe inhuur en welk deel daarvan aangemerkt kan worden als
potentieel schijnzelfstandige moeten bijhouden. Ook bieden deze instrumenten hulp
aan departementen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie bij ingehuurde zelfstandigen.
Ook faciliteert het Ministerie van BZK kennisdeling tussen departementen onderling,
zodat de afbouw van schijnzelfstandigheid zo zorgvuldig mogelijk gebeurt.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Specificatie per departement op 1 januari 2025
Aantal externe medewerkers op 1 januari 2025
Aantal zelfstandigen op 1 januari 2025
Aantal potentieel schijnzelfstandigen op 1 januari 2025
Algemene Zaken
66
27
0
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
2.202
879
376
Buitenlandse Zaken
413
108
33
Defensie
–
–
–
Economische Zaken en Klimaat en Groene Groei
1.701
524
337
Financiën
5.992
870
724
Infrastructuur en Waterstaat
2.146
757
125
Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
1.614
–
820
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
425
65
23
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
–
–
–
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
210
47
7
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
1.010
501
65
Rijksbreed totaal
15.779
3.778
2.510
Specificatie per departement op 1 juli 2025
Aantal externe medewerkers op 1 juli 2025
Aantal zelfstandigen op 1 juli 2025
Aantal potentieel schijnzelfstandigen op 1 juli 2025
Algemene Zaken
57
24
0
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
2.097
854
279
Buitenlandse Zaken
414
42
24
Defensie
619
2
0
Economische Zaken en Klimaat en Groene Groei
1.921
321
138
Financiën
4.787
398
231
Infrastructuur en Waterstaat
2173
878
130
Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie
2.317
666
460
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
276
53
8
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
819
257
–
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
171
36
1
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
946
508
34
Rijksbreed totaal
16.597
4.039
1.305
Indieners
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties