Brief regering : Voortgang Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content
29 754 Terrorismebestrijding
Nr. 774
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2025
De online wereld is onlosmakelijk verbonden met de fysieke wereld. Het veilig deelnemen
aan de online wereld is essentieel voor de samenleving. Het biedt vele mogelijkheden
voor onder andere kennisvergaring, ontspanning en het opdoen van sociale contacten.
Tegelijkertijd kent de online leefwereld uitdagingen. Zo is in de afgelopen periode
in de media en vanuit uw Kamer aandacht gevraagd voor een relatief nieuw fenomeen:
online sadistische netwerken waarin geweld en seksueel misbruik een doel op zich is
en waarbij kwetsbare jongeren worden aangezet tot ernstig geweld, seksueel misbruik
en zelfbeschadiging (het zogeheten COM-netwerk).1 Dit draagt bij aan de groeiende zorgen van overheidsinstanties over de snelle online
radicalisering van met name jongeren waar een mogelijke geweldsdreiging van uitgaat,
en van extremistische en terroristische groeperingen die de mogelijkheden van online
platformen misbruiken. Deze zorgen worden ook onderstreept in het Dreigingsbeeld Terrorisme
Nederland (DTN) dat ik onlangs aan uw Kamer heb aangeboden, waarin wordt geconstateerd
dat radicalisering in belangrijke mate online plaatsvindt.2
Het kabinet zal zich daarom onverminderd blijven inzetten om online extremisme en
terrorisme aan te pakken – in het bijzonder waar het jongeren betreft.3 Hier heeft uw Kamer ook toe opgeroepen tijdens het Commissiedebat extremisme en terrorisme
in september 2025 (Kamerstuk 29 754, nr. 757) en in de verschillende moties die zijn aangenomen.4 In deze brief ga ik, mede namens de Staatssecretaris Participatie en Integratie,
in op de meest recente ontwikkelingen met betrekking tot:
− de dialoog met de internetsector;
− de nationale inzet;
− de internationale inzet;
− de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM);
− Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onderzoeken inzake wet- en regelgeving.
Hiermee bouw ik verder aan de aanpak zoals die in de eerdere contourenbrief Versterkte
Aanpak Online (december 2023)5, de Kamerbrief Nadere Uitwerking Versterkte Aanpak Online (december 2024)6 en de voortgangsbrief (mei 2025)7 waarin de versterkte aanpak langs vier pijlers wordt vormgegeven. Ook ga ik in deze
brief in op verschillende moties van en toezeggingen aan uw Kamer.
Dialoog internetsector
De online platformen spelen een cruciale rol in het veilig gebruik kunnen maken van
de digitale wereld. Zij hebben een verantwoordelijkheid in het beschermen van hun
gebruikers en het toepassen van contentmoderatie. Daarom blijft een structurele nationale
dialoog met de internetsector een van de belangrijkste speerpunten in het voorkomen
en bestrijden van online extremisme en terrorisme. In de gesprekken met verschillende
typen online platformen uit ik mijn zorgen over risico’s voor jongeren en benadruk
ik het belang van effectieve contentmoderatie met een beperkte foutmarge. Ook werk
ik samen met de platformen aan interventiemogelijkheden om online radicalisering tegen
te gaan.
Mede naar aanleiding van de motie Kuik (CDA) over een pilot om de online-aanpak van
radicalisering te versterken en de toezegging Boswijk (CDA) om de bevindingen te delen,
gaat in samenwerking met Meta een pilot met de ReDirect-methode van start.8 De pilot wordt per januari 2026 uitgerold op Instagram, waarna Facebook en Threads
volgen. De ReDirect-methode is een interventiestrategie die gericht is op het tegengaan
van online radicalisering. De methode geleidt personen die online zoeken naar extremistische
of terroristische content door naar een landingspagina van het Landelijk Steunpunt
Extremisme (LSE). Hierbij bestaat tevens de mogelijkheid om gebruik te maken van de,
in opdracht van de NCTV, ontwikkelde online chatfunctie.9 Binnen deze chatfunctie kunnen jongeren anoniem en laagdrempelig chatten met experts
op het gebied van radicalisering en extremisme. Indien nodig wordt vroegtijdig hulp
geboden, zoals persoonlijke begeleiding of familieondersteuning via het LSE. In een
volgende voortgangsbrief in 2026 ga ik nader in op de resultaten en eventueel vervolg
van de pilot.
Naast de pilot met de ReDirect-methode wordt verkend of ook met andere online platformen
vergelijkbare pilots kunnen worden opgezet om online radicalisering tegen te gaan.
Hierbij ligt de focus op online gamingplatformen, gelet op het grote gebruik ervan
door jongeren en de manieren waarop extremistische groeperingen jongeren via deze
platformen benaderen. In de volgende voortgangsbrief in het voorjaar van 2026 kom
ik terug op de resultaten van deze verkenning. Een ander resultaat van de dialoog
met de internetsector is de afspraak om de medewerking van de online platformen aan
de opsporing te verbeteren. In de afgelopen maanden is de bereidheid van online platformen
om informatie te verstrekken aan de politie significant toegenomen, en is de reactietijd
van online platformen op verzoeken verbeterd.
Ik blijf in de dialoog met de internetsector onverminderd inzetten op samenwerking
met meerdere online platformen om genoemde pilots breder te implementeren en de mogelijkheden
om vroegtijdig te interveniëren, te versterken. Aanvullend heeft de Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) uw Kamer op 3 oktober jl. geïnformeerd
over de resultaten van het evaluatieonderzoek naar de beste contentmoderatiepraktijken
op zeer grote online platformen en zoekmachines.10 Eén van de belangrijkste bevindingen is dat verbetering kan plaatsvinden in de communicatie
richting gebruikers over beslissingen inzake contentmoderatie. Platformen zijn verplicht
burgers te informeren wanneer berichten worden verwijderd of minder zichtbaar gemaakt.
In dit kader zijn door de Europese Commissie, als toezichthouder, handhavingsprocedures
gestart tegen enkele zeer grote online platformen.11
Nationale inzet
Radicalisering voorkomen en versterken digitale weerbaarheid
Er wordt nationaal ingezet op het voorkomen van radicalisering en het versterken van
de digitale weerbaarheid. Binnen de lokale aanpak van radicalisering, extremisme en
terrorisme werken gemeenten, politie, het Openbaar Ministerie (OM) en andere lokale
en landelijke zorg- en veiligheidspartners samen aan het vroegtijdig voorkomen van
radicalisering en gewelddadig extremisme.12 Dit doen zij door een combinatie van brede weerbaarheidsprojecten en persoonsgerichte
preventie en interventie samen met sociale- en onderwijspartners. De alarmerende berichten
dat minderjarigen online steeds vaker en sneller radicaliseren, benadrukken het belang
om de digitale weerbaarheid te versterken, in het bijzonder waar het jongeren betreft.13 Samen met gemeenten wordt ingezet op het verhogen van de digitale weerbaarheid van
jongeren via lesprogramma’s, waarin jongeren kritisch leren denken en leren om te
gaan met desinformatie en online bedreigingen.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ondersteunt gemeenten en
(jeugd)professionals bij de preventie van (online) radicalisering onder jongeren.
Vanuit de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving14 zet SZW in op het vergroten van hun kennis, vakmanschap en bewustwording op dit thema.
Daarnaast richt de Actieagenda zich op de versterking van regionale samenwerking tussen
gemeenten en de ontwikkeling en evaluatie van effectieve interventies ter preventie
van (online) radicalisering. In dit kader vond in 2025 de conferentie «Samen digitaal weerbaar tegen polarisatie en radicalisering» plaats,15 waaraan tientallen gemeenten deelnamen. Er werden innovatieve interventies, kennis
en handreikingen rondom online radicalisering gedeeld met gemeenten.
De Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) van SZW organiseerde in samenwerking met
het Nationale Jeugdinstituut (NJi) in oktober jl. een webinar voor onderwijs- en jeugdprofessionals.
Van (praktijk)experts leerden professionals hoe zij extreme uitspraken van jongeren
kunnen herkennen en hoe deze samenhangen met de online leefwereld. Professionals kregen
praktische tips mee over hoe zij hier in hun werk mee om kunnen gaan. Daarnaast is
de ESS dit najaar gestart met een opdracht voor het opbouwen van een Online Coalitie.16 Het doel van deze coalitie is het aanjagen en ondersteunen van samenwerking tussen
lokale partners ter voorkoming van online polarisatie en radicalisering.17 De geleerde lessen uit deze samenwerkingen worden gebruikt om een landelijk ondersteuningsaanbod
voor lokale partners te ontwikkelen.
De Actieagenda steunt ook bewustwordingscampagnes over digitale weerbaarheid gericht
op opvoeders, aangezien ouders een belangrijke rol spelen bij het voorkomen en tegengaan
van radicalisering. In het kader van City Games – een gamefestival voor jongeren in
Amsterdam – heeft SZW bijgedragen aan een online ouderavond over de digitale leefwereld
van jongeren, georganiseerd door het jongerenwerk in de regio. Daarbij kwamen de kansen
en risico’s van de online leefwereld aan bod en kregen ouders en professionals praktische
handvatten om met deze uitdagingen om te gaan. Er volgt (nog) dit jaar een toolkit
voor ouders en professionals, waar ook andere lokale partners mee aan de slag kunnen.
In het kader van het versterken van de digitale weerbaarheid is door het Ministerie
van BZK op 4 september jl. de Rijksbrede strategie «Kinderrechten in de digitale wereld» met uw Kamer gedeeld.18 Hierin zet de Staatssecretaris van BZK uiteen hoe kinderrechten beter worden beschermd
in een digitale wereld. Er worden concrete acties benoemd voor kinderen, ouders, opvoeders
en het onderwijs. Bijvoorbeeld het gebruik van Kinderrechten Impact Assesments (KIA).
Dit wordt ingezet als instrument om de kansen en risico’s van digitale diensten voor
kinderen in beeld te brengen en wordt momenteel uitgevoerd op social media platformen,
streamingdiensten en gameplatformen, waaronder Roblox.19 Daarnaast is op 8 september 2025 de meerjarige publiekscampagne «Blijf in Beeld» vanuit BZK van start gegaan. De campagne helpt ouders van kinderen tussen de 7 en
12 jaar in gesprek te gaan over hun smartphonegebruik.20 Via jouwkindonline.nl wordt informatie over mediaopvoeding en praktische handvatten
voor ouders geboden, waaronder de richtlijn voor gezond schermgebruik.
Acteren bij radicalisering
Bij signalen van radicalisering richting extremisme of terrorisme, kunnen personen
worden opgenomen in de lokale persoonsgerichte aanpak. Hierin wordt door zorg- en
veiligheidspartners een plan van aanpak opgesteld met interventies op maat. Er bestaat
bij het signaleren van online radicalisering een sterke afhankelijkheid van signalen
vanuit politie en inlichtingen- en veiligheidsdiensten.21 Met zorg- en veiligheidsketenpartners is daarom onderzocht of de bestaande aanpak
ten aanzien van jongeren daarin voldoende is en hoe knelpunten rondom preventie, signalering,
monitoring, detentie en re-integratie kunnen worden weggenomen. Eén van de vervolgacties
is dat de ESS samen met gemeenten regiobijeenkomsten in het land gaat organiseren.
De bijeenkomsten zijn onder andere gericht op de inbedding van de online leefwereld
binnen de preventieve aanpak van radicalisering in gemeenten en het opschalen van
een interventie op extreme uitingen online. Jongerenwerkers en jongeren worden getraind
om te kunnen reageren op extreme uitingen online. Met deze interventie wordt getracht
de normalisatie van (rechts)extremistische content te voorkomen.
Om lokale zorg-, jeugd- en gemeenteprofessionals te ondersteunen bij het signaleren
van online radicalisering, is ter aanvulling op de lokale aanpak van radicalisering,
extremisme en terrorisme, het verdiepingsdossier «online radicalisering» ontwikkeld.22 Dit dossier is geschreven voor gemeenten en lokale professionals en is tevens informatief
voor ouders. Het bevat onder andere een richtlijn over het herkennen van online radicalisering
met vragen die gesteld kunnen worden in het gesprek over online gedrag en een handelingsperspectief
bij zorgen over mogelijke radicalisering. Voor gemeenten is een handelingskader opgenomen
over de (on)mogelijkheden van online onderzoek.23
In het verdiepingsdossier wordt daarnaast aandacht besteed aan publicaties, onderzoeken
en de workshop «online radicalisering» die het Rijksopleidingsinstituut tegengaan
Radicalisering (ROR) heeft ontwikkeld voor lokale professionals. Genoemde workshop
heeft als doel om meer inzicht in online radicalisering te bieden en is bedoeld als
verdieping van hun trainingsaanbod. Met het verdiepingsdossier geef ik tevens gevolg
aan de motie Mutluer om te komen tot een handreiking en verwijzing naar hulplijnen,
alsmede de toezegging van mijn voorganger tijdens het commissiedebat Terrorisme en
Extremisme om in te gaan op de afname van signalen van professionals over radicalisering
van 17 december 2024.24 Het verdiepingsdossier zal onder meer via regiobijeenkomsten en landelijke overleggremia
met gemeenten onder de aandacht worden gebracht.
De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft bij uitstek expertise als het gaat
om de leefwereld van jongeren, waaronder de online leefwereld waarin radicalisering
soms zeer snel kan optreden. De RvdK werkt samen met de landelijke keten aan een effectieve
en uniforme aanpak op dit vlak.25 Daarnaast hebben gemeenten in de lokale keten de voornoemde persoonsgerichte aanpak,
waar de RvdK deelnemer van is, en waarin kan worden gehandeld in het geval er signalen
van radicalisering zijn. In het afgelopen jaar zijn de werkafspraken in dit verband
tussen de RvdK en het OM verder ontwikkeld. Voor 2026 krijgt de RvdK een extra impuls
om hun taken ten aanzien van radicalisering te versterken en landelijk te borgen.
Europese en internationale inzet
In het tegengaan van online extremisme en terrorisme is Europese en internationale
samenwerking essentieel. Het internet overstijgt iedere landsgrens. Voor een effectieve
bestrijding is een krachtig geluid en eensgezind optreden vanuit in ieder geval de
Europese Unie (EU), en bij voorkeur ook andere landen, noodzakelijk. Nederland zet
zowel in op het gezamenlijk bestrijden van online radicalisering alsook de preventie
hiervan in internationaal verband. Binnen de EU heeft Nederland nauwe samenwerking
gezocht met Duitsland en Frankrijk, wat heeft geresulteerd in het gezamenlijk opgestelde
non-paper «Countering together: Fighting Online Radicalisation, Violent Extremism
and Terrorism». Dit non-paper is op 17 december jl. aan de Europese Commissie voorgelegd
en aan uw Kamer aangeboden.26 In het non-paper wordt de Europese Commissie opgeroepen om in samenspraak met betrokken
partijen, zoals online platformen, lidstaten en het maatschappelijk middenveld een
vrijwillige gedragscode op te stellen ter bestrijding van online radicalisering, gewelddadig
extremisme en terrorisme. De voorstellen voor de gedragscode richten zich op de bescherming
van gebruikers van online platformen, het delen van signalen van online radicalisering
en het tegengaan van zogeheten «platform migratie» waarbij geblokkeerde gebruikers
telkens nieuwe accounts op nieuwe platformen openen. Nederland zal, in het kader van
de totstandkoming van de gedragscode, ook oproepen om te komen tot een werkbare definitie
van extremistische content. Op die manier geeft Nederland invulling aan zijn internationale
voortrekkersrol op dit onderwerp, met name binnen de EU. Dit is een belangrijke stap
in de Europese samenwerking, waarvoor ik mij blijf inzetten. Hiermee wordt ook opvolging
gegeven aan de motie Six Dijkstra (NSC), om in Europees verband te komen tot strakkere
regels voor (gaming)platformen om radicalisering tegen te gaan.27
Daarnaast is Nederland, samen met Frankrijk en de Europese Commissie voorzitter van
een Europese werkgroep over online radicalisering van jongeren. Deze werkgroep is
onderdeel van de EU Knowledge Hub on Prevention of Radicalisation en richt zich op het herkennen van signalen van online radicalisering en interventiemogelijkheden
voor lokale professionals, politie- en handhavingsdiensten. Het doel hiervan is het
bevorderen van kennisdeling onder lidstaten over effectieve initiatieven, het identificeren
van knelpunten in de aanpak van online radicalisering en het gezamenlijk werken aan
oplossingsrichtingen. De werkgroep zal in 2026 continueren. Ondertussen werkt de Europese
Commissie aan een aantal concrete producten zoals richtlijnen voor een preventiestrategie
online radicalisering en mogelijkheden om ouders te informeren over signalen van online
radicalisering. Ook wordt er door de Europese Commissie een training ontwikkeld voor
veiligheidspartners over de preventie van online radicalisering.
In lijn met de motie van de leden Boswijk (CDA) en Krul (CDA) blijft de regering zich
in Europees verband inzetten voor een substantiële vorm van menselijke controle bij
contentmoderatie.28 In het kader van het EU Internet Forum zal ik voortdurend aandacht vragen voor het
belang van menselijke beoordeling, en ik betrek dit in mijn dialoog met de internetsector.29 Ik constateer dat kwaadwillenden in staat zijn geautomatiseerde systemen voor contentmoderatie
te omzeilen en extremistische of terroristische content te verspreiden, ook op grote
online platformen. Juist wanneer dergelijke content verhuld, gecodeerd of verpakt
wordt aangeboden, is het van belang dat contentmoderatiesystemen zorgvuldig en doeltreffend
functioneren. Hierbij is menselijke controle en beoordeling belangrijk. Platformen
dienen daarom te blijven investeren in hoogwaardige en betrouwbare contentmoderatieprocessen die nieuwe vormen van misbruik tegengaan.
In dit verband is de digitaledienstenverordening (Digital Services Act, DSA) van belang.
Deze verordening is sinds 17 februari 2024 van toepassing op onder meer online platformen
en bevat diverse bepalingen over contentmoderatie. Samen met de ATKM en de Autoriteit
Consument en Markt (ACM)30 volg ik de naleving van deze regels en blijf ik online platformen hierop aanspreken,
onder meer in het EU Internet Forum. In 2027 vindt de evaluatie van de DSA plaats,
die ik nauwgezet zal volgen. Ook bij de verdere doorontwikkeling van deze wetgeving
zal ik het belang van een effectieve vorm van contentmoderatie benadrukken.
Daarnaast bekijk ik, conform de motie van het lid Michon-Derkzen (VVD), de mogelijkheden
om samen met de Politie, het OM, de ATKM, het Global Internet Forum to Counter Terrorism
(GIFCT) en Tech Against Terrorism te komen tot een werkbare definitie van extremistische
content en mij hiervoor op Europees niveau in te spannen.31 Zo zal Nederland, zoals eerder genoemd, ook oproepen om te komen tot een werkbare
definitie van extremistische content. Over de voortgang zal ik uw Kamer in de volgende
voortgangsbrief in het voorjaar van 2026 informeren.
ATKM
Een onmisbaar onderdeel van de aanpak gericht op bestrijding van online terrorisme,
is het (laten) verwijderen van online terroristische content door de online platformen
en aanbieders van hostingdiensten. De ATKM is in Nederland aangewezen als bevoegde
autoriteit in het kader van de TOI-verordening en daarnaast op basis van nationale
wetgeving voor kinderpornografisch materiaal. De ATKM detecteert en beoordeelt in
haar functie van toezichthouder online terroristisch materiaal. De ATKM beschikt sinds
eind oktober jl. over een online meldpunt waar internetgebruikers terroristische inhoud
op het internet kunnen melden.
Als er online terroristisch materiaal wordt aangetroffen, vaardigt de ATKM een verwijderingsbevel
uit op grond van de TOI-verordening.32 Tot op heden is in vrijwel alle gevallen door aanbieders van hostingdiensten opvolging
aan verwijderingsbevelen van de ATKM gegeven. Wanneer een aanbieder van hostingdiensten
dit niet doet, kan de ATKM een last onder dwangsom of boete opleggen. De ATKM voert
als toezichthouder ook een permanente dialoog met Nederlandse aanbieders van hostingdiensten
om onder andere samen invulling te geven aan de vereisten van de TOI-verordening.
Daarnaast wordt in deze dialoog bezien welke aanvullende inspanningen overheid en
internetsector, vanuit de eigen verantwoordelijkheid, kunnen nemen om de verspreiding
van terroristische online inhoud tegen te gaan.
De ATKM investeert verder in de samenwerking met haar Europese en internationale partners.
Voor uitvoering van de TOI-verordening is het van belang dat de bevoegde autoriteiten
in de EU-lidstaten onderling en samen met Europol optrekken. In EU-verband heeft de
ATKM het initiatief genomen om een zogenaamde «baseline» te formuleren, dat wil zeggen
het identificeren van materiaal dat alle lidstaten als terroristisch beoordelen. Daarnaast
wordt via het Global Online Safety Regulators Network (GOSRN) samengewerkt met toezichthouders
in het Verenigd Koninkrijk en Australië, die zeer actief zijn bij het aanpakken van
illegaal online materiaal. De samenwerking betreft zowel het delen van kennis en expertise
als het wederzijds informeren over specifieke casuïstiek.
De ATKM, die in 2023 is opgericht, heeft hiermee als relatief jonge organisatie belangrijke
stappen gezet en zich een actieve partner getoond in de aanpak van online terrorisme.
In mijn gesprekken met de ATKM is aandacht voor de verdere ontwikkeling tot een gezaghebbende
autoriteit, zodat de ATKM nog beter invulling kan geven aan de bestuursrechtelijke
aanpak van terroristische online inhoud.
WODC onderzoeken wet- en regelgeving
Recent zijn drie WODC-onderzoeken gestart en afgerond over wet- en regelgeving rondom
online extremisme en terrorisme. Allereerst werd dit jaar een onderzoek afgerond naar
de haalbaarheid van een duidingskader voor platformen, om terroristische, extremistische
en borderline content te identificeren en modereren, met respect voor de vrijheid
van meningsuiting. Op 2 december jl. heb ik dit onderzoek, met beleidsreactie, naar
uw Kamer verzonden.33
Ten tweede is in mijn vorige voortgangsbrief de evaluatie van de Uitvoeringswet TOI
aangekondigd. De voorbereidingen voor de evaluatie van de sinds 1 september 2023 geldende
Uitvoeringswet TOI zijn gestart. Het doel is de doeltreffendheid en praktische effecten
van de wet te beoordelen, conform de wettelijke verplichting om binnen drie jaar na
inwerkingtreding een evaluatie aan uw Kamer te presenteren.34 In de scope vallen ook de juridische reikwijdte van verwijderbevelen en de ruimte
voor verwijderverzoeken, wat bijdraagt aan de verkenning van mogelijke inzet hiervan
door de ATKM. Het derde WODC-onderzoek ziet op online rekrutering voor terroristische
en extremistische doeleinden op gaming- (gerelateerde) platformen. Dit onderzoek is
gestart en de resultaten worden voor de zomer van 2026 met uw Kamer gedeeld.
Tot slot
Voor het tegengaan van online extremisme en terrorisme is de afgelopen periode de
samenwerking op lokaal, departementaal en Rijksniveau hechter en structureler ingericht.
Vanuit deze integrale inzet blijf ik mij inspannen om de fundamentele rechten in de
digitale wereld te beschermen en misbruik tegen te gaan. In het voorjaar van 2026
zal ik in de volgende voortgangsbrief nader ingaan op de verdere ontwikkelingen in
het tegengaan van online extremisme en terrorisme.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid