Brief regering : Verkenning technische inrichting CATCH-vreemdelingen
36 859 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
Nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2025
In mijn brief van 14 november 2025 heb ik uw Kamer toegezegd een verkenning te starten
naar de voorziening CATCH-vreemdelingen. Met deze brief informeer ik uw Kamer over
de stand van zaken, de richting waarin de verkenning wordt voortgezet en het beoogde
tijdpad.
Aanleiding
Van vreemdelingen worden op grond van artikel 106a van de Vreemdelingenwet 2000 biometrische
gegevens afgenomen met als doel in vreemdelingrechtelijke procedures de identiteit
van de vreemdeling vast te stellen en te verifiëren. Deze biometrische gegevens worden
conform artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000 opgenomen in de Basisvoorziening
Vreemdelingen (BVV).
Vanwege een horizonbepaling vervalt de nationale bevoegdheid om biometrische gegevens
van vreemdelingen af te nemen en te verwerken op 1 maart 2026. Om te voorkomen dat
deze bevoegdheid vervalt en de biometrische gegevens moeten worden vernietigd, voorziet
het wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter bestendiging van de
bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken
(Kamerstuk 36 859, nr. 2; hierna: het wetsvoorstel) in bestendiging van deze bevoegdheden. Dit wetsvoorstel
is op dit moment aanhangig bij uw Kamer. CATCH-vreemdelingen staat inhoudelijk los
van het wetsvoorstel en vormt geen onderdeel van de daarin voorgestelde wettelijke
wijzigingen.
In het advies over het wetsvoorstel is de Raad van State ook ingegaan op deze verwerking
van biometrische gegevens die op grond van voornoemde bevoegdheid worden afgenomen.
Bij de verwerking van alle gezichtsopnames van vreemdelingen in CATCH-vreemdelingen
heeft de Raad van State enkele kritische kanttekeningen geplaatst. Voordat hierop
wordt ingegaan, licht ik toe wat CATCH-vreemdelingen is.
In 2015, is naar aanleiding van de terroristische aanslagen in Parijs met het oog
op het belang van de openbare orde en nationale veiligheid, besloten dat alle gezichtsopnames
van vreemdelingen uit de BVV beschikbaar worden gesteld voor gezichtsvergelijking
in het kader van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Gezichtsvergelijking
kan technisch niet rechtstreeks worden uitgevoerd vanuit de BVV. De politie maakt
voor gezichtsvergelijking gebruik van de CATCH-software. Binnen CATCH-vreemdelingen
is een specifieke technische inrichting vereist om gezichtsvergelijking uit te kunnen
voeren. In CATCH-vreemdelingen wordt een kopie van de gezichtsopname van de vreemdeling
verwerkt, met een deel van overige persoonsgegevens, zoals naam, geboortedatum en
nationaliteit. Daarnaast worden op basis van de gezichtsopname biometrische waarden
berekend die nodig zijn voor de gezichtsvergelijking.
Wanneer de politie in het kader van een opsporingsonderzoek gezichtsopnames van een
onbekende verdachte wil vergelijken met de afbeeldingen in de separaat van de BVV
functionerende database CATCH-vreemdelingen, kan de CATCH-software worden gebruikt.
Met deze software worden de biometrische waarden van een gezichtsopname van de verdachte
vergeleken met de biometrische waarden berekend op basis van de gezichtsopnames van
vreemdelingen die zijn opgenomen in de database CATCH-vreemdelingen. Op basis van
de mate van overeenkomst tussen de biometrische waarden genereert het systeem potentiële
matchkandidaten. Deze worden aan de politie verstrekt. Indien de biometrie experts
van de politie vaststellen dat sprake is van een sterke gelijkenis tussen de gezichtsopname
van de verdachte en een gezichtsopname uit CATCH-vreemdelingen, gebruikt de politie
de bijbehorende persoonsgegevens om bij de Minister van Asiel en Migratie nadere informatie
van de vreemdeling uit de BVV op te vragen. Voor een dergelijk verzoek worden in de
praktijk de strikte voorwaarden1, die voor vingerafdrukken zijn opgenomen in artikel 107, zesde lid, van de Vreemdelingenwet
2000, ook toegepast bij gezichtsopnames. Met het eerdergenoemde wetsvoorstel worden
deze voorwaarden ook wettelijk van toepassing op de verstrekking van gezichtsopnames
voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
De Raad van State heeft in het advies over het wetsvoorstel geadviseerd toe te lichten
op basis van welke juridische grondslag de verwerking van gegevens in CATCH-vreemdelingen
plaatsvindt, de noodzakelijkheid van deze gegevensverwerking dragend te motiveren
en de bewaartermijnen voor de opslag van gezichtsopnames in CATCH-vreemdelingen wettelijk
te regelen. Indien dit niet mogelijk is, adviseert de Raad van State om de verwerking
van deze gegevens in deze vorm aan te passen of stop te zetten.
Juridisch kader
Uitgangspunt is dat de verwerking van biometrische gegevens van vreemdelingen moet
voldoen aan de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). In artikel
9 van de AVG is bepaald dat de verwerking van (onder meer) biometrische gegevens is
verboden, tenzij aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan.
Eén van die voorwaarden is dat de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend
algemeen belang, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht, waarbij de evenredigheid
met het nagestreefde doel wordt gewaarborgd, de wezenlijke inhoud van het recht op
bescherming van persoonsgegevens wordt geëerbiedigd en passende en specifieke maatregelen
worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van
de betrokkene. Daarbij moeten de beginselen van artikel 5 AVG, waaronder rechtmatigheid,
doelbinding, minimale gegevensverwerking en transparantie, in acht worden genomen.
Ook artikel 8 van het EU-Handvest vereist dat iedere inmenging in het recht op bescherming
van persoonsgegevens berust op een duidelijke wettelijke grondslag en noodzakelijk
en proportioneel is.
Met de huidige werkwijze wordt niet voldaan aan de voorwaarde van doelbinding. Hoewel
er een grondslag bestaat voor het verstrekken van biometrische gegevens van vreemdelingen
ten behoeve van opsporing en vervolging van strafbare feiten, wordt met de huidige
wijze van het kopiëren naar CATCH-vreemdelingen van gezichtsopnamen van alle vreemdelingen
niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit en noodzakelijkheid. De biometrische
gegevens worden verzameld voor identiteitsvaststelling in het kader van vreemdelingrechtelijke
procedures, terwijl het vervolgens verwerken in CATCH-vreemdelingen plaatsvindt met
een ander doel, te weten opsporing en vervolging van strafbare feiten. De AVG sluit
niet uit dat eenmaal voor een bepaald doel verzamelde persoonsgegevens later worden
gebruikt voor een ander, nieuw doel. Deze doeldoorbreking is echter alleen toegestaan
op grond van toestemming van de betrokkene of een wettelijke grondslag. Artikel 107,
vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 biedt weliswaar een grondslag voor de verstrekking
van biometrische gegevens voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten (vijfde
en zesde lid), maar deze bepaling is onvoldoende duidelijk om het systematisch verwerken
en opslaan van gezichtsopnames van alle vreemdelingen in een afzonderlijke database
te rechtvaardigen. Daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor het verwerken van
biometrische gegevens van alle vreemdelingen in CATCH-vreemdelingen ten behoeve van
de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Richting en voorkeursoptie
Hoewel CATCH-vreemdelingen relatief weinig wordt bevraagd, heeft dit in meerdere onderzoeken
geleid tot het identificeren van onbekende verdachten van ernstige misdrijven. Ook
zijn slachtoffers van misdrijven op deze wijze geïdentificeerd. De politie heeft daarom
aangegeven dat het stopzetten van CATCH-vreemdelingen op dit moment een ingrijpende
maatregel zou zijn, nu er geen alternatieve methode beschikbaar is voor het vergelijken
van gezichtsopnames van verdachten en mogelijke slachtoffers van misdrijven met gezichtsopnames
van vreemdelingen.
Voor de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven kan het, als er een redelijk
vermoeden bestaan dat de verdachte een vreemdeling is, als het opsporingsonderzoek
op een dood spoor is beland of snel resultaat geboden is bij de opheldering van het
misdrijf, essentieel zijn dat de politie een gezichtsopname kan vergelijken met gezichtsopnames
van vreemdelingen uit de BVV. Daarom vind ik het wenselijk dat dit mogelijk blijft.
Tegelijkertijd hecht ik er groot belang aan dat het verwerken van biometrische gegevens
van vreemdelingen op een zorgvuldige, transparante en proportionele wijze plaatsvindt.
Dit is dan ook een belangrijk uitgangspunt voor de verkenning.
In het kader van de verkenning wordt onderzocht of het mogelijk is de voorziening
voor het vergelijken van gezichtsopnames van verdachten met gezichtsopnames van vreemdelingen
zodanig in te richten dat de verwerking van biometrische gegevens past binnen het
geldende juridisch kader dat in het voorgaande is geschetst. Een alternatieve voorziening
moet indien noodzakelijk, op een rechtmatige, veilige en doelmatige wijze kunnen worden
ingezet. Deze moet tot slot technisch efficiënt en beheersbaar zijn.
Tegen deze achtergrond heb ik ervoor gekozen om nader te onderzoeken of de functionaliteit
voor gezichtsvergelijking binnen de BVV zelf kan worden gerealiseerd, met gebruik
van specifieke softwarelicenties binnen een afgeschermde omgeving. Een voordeel van
het realiseren van een functionaliteit voor gezichtsvergelijking binnen de BVV is
dat de gezichtsvergelijking zou kunnen plaatsvinden binnen één zorgvuldig beheerde
en reeds bestaande voorziening. Met deze oplossing is het niet nodig een aparte database
aan te leggen waarin gezichtsopnames van vreemdelingen enkel worden verwerkt ten behoeve
van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Het uitgangspunt is dan namelijk
dat in individuele gevallen, waarin aan de toepasselijke voorwaarden is voldaan, de
voor het onderzoek noodzakelijke gegevens aan de politie worden verstrekt. Deze oplossing
draagt bij aan het verkleinen van privacyrisico’s en het verbeteren van de controle
op de toegang en het gebruik van biometrische gegevens. Deze oplossing past bovendien
beter binnen de eerdergenoemde regelgeving. In het kader van de verkenning zal ook
worden onderzocht of de gegevensuitwisseling met de politie op een transparante en
gestandaardiseerde wijze kan worden ingericht. Tot slot wordt gekeken naar de technische
efficiëntie en beheersbaarheid van deze oplossing. De testen zullen worden uitgevoerd
onder mijn verantwoordelijkheid, in samenwerking met de politie.
Tegelijkertijd benadruk ik dat alle onderdelen van deze optie nog nader moeten worden
verkend, zowel technisch als juridisch. Een belangrijk aandachtspunt daarbij zal in
ieder geval zijn de opslag en tijdige vernietiging van biometrische gegevens, een
onderwerp waarvoor door de Raad van State in het advies over het wetsvoorstel aandacht
is gevraagd. De haalbaarheid, uitvoerbaarheid en proportionaliteit worden onderzocht
in samenwerking met de politie.
Tot slot wil ik nogmaals benadrukken dat de verkenning naar de toekomstige inrichting
van CATCH-vreemdelingen separaat plaatsvindt van de behandeling van het wetsvoorstel
ter bestendiging van de bevoegdheid om biometrische gegevens af te nemen en te verwerken.
CATCH-vreemdelingen staat inhoudelijk los van het wetsvoorstel en vormt geen onderdeel
van de daarin voorgestelde wettelijke wijzigingen.
Ik verwacht uw Kamer in het vierde kwartaal van 2026 te kunnen informeren over de
definitieve uitkomsten van de verkenning.
De Minister van Asiel en Migratie,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie