Brief regering : Geannoteerde agenda voor de Europese Raad van 18 en 19 december 2025
21 501-20 Europese Raad
Nr. 2329
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 december 2025
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister-President, de geannoteerde agenda aan voor
de Europese Raad van 18 en 19 december 2025.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel
Geannoteerde agenda Europese Raad 18 en 19 december 2025
Op 18 en 19 december a.s. vindt de Europese Raad (ER) plaats in Brussel. De regeringsleiders
zullen spreken over de steun aan Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, veiligheid
en defensie, het Meerjarig Financieel Kader, EU-uitbreiding, migratie en geo-economie
en concurrentievermogen. Aan de vooravond van de ER zal een Westelijke Balkantop plaatsvinden.
Op 18 december zullen en marge van de ER twee ontbijtsessies plaatsvinden, over migratie
en over concurrentievermogen.
Oekraïne
De ER zal stilstaan bij de recente ontwikkelingen ten aanzien van de Russische agressieoorlog
in Oekraïne en de inspanningen om te komen tot een duurzame vrede. Naar verwachting
zal de ER hierbij in het bijzonder spreken over urgente financiële steun voor Oekraïne,
waaronder de optie van herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerde Russische
centralebanktegoeden. Het kabinet onderstreept het belang van snelle besluitvorming
gezien de urgente noden van Oekraïne. Hierbij is van belang dat de constructie juridisch,
technisch en financieel klopt, steun aansluit op de noden van Oekraïne, de lasten
en risico door EU-lidstaten gezamenlijk worden gedragen, G7-partners betrokken zijn,
en wordt voortgebouwd op de ervaring met conditionaliteiten bij de EU Oekraïnefaciliteit
en het IMF-programma. Nederland zal tijdens de Raad het belang onderstrepen om, juist
ook in de fase waarin er onderhandelingen plaatsvinden, Oekraïne diplomatiek, financieel
en militair te blijven steunen en de druk op Rusland verder te blijven verhogen door
spoedige aanname van extra sanctiemaatregelen.
Midden-Oosten
De ER zal naar verwachting spreken over de voortgang en uitwerking van het plan van
president Trump ter beëindiging van het conflict in de Gazastrook, en de reeds aangenomen
en VNVR-resolutie 2803, en hoe de EU en haar lidstaten hieraan kunnen bijdragen. De
kabinetsinzet blijft gericht op het laten slagen van het plan van president Trump,
met duidelijk Europese betrokkenheid, onder andere via bestaande GVDB-missies. Nederland
zal tijdens de ER daarnaast aandacht vragen voor de financiële situatie van de Palestijnse
Autoriteit, inclusief de noodzaak tot de overdracht van belastinggelden door Israël,
en het belang van EU steun in deze. Ook zal Nederland aandacht vragen voor de zorgelijke
situatie op de Westelijke Jordaanoever en onder andere oproepen een blijvende EU-inzet
te tonen op het gebied van sancties tegen gewelddadige kolonisten, naast de sancties
gericht op Hamas en de Palestinian Islamic Jihad.
Veiligheid en Defensie
De ER zal stilstaan bij recente hybride incidenten op EU-grondgebied en zal naar verwachting
oproepen tot het versnellen van de gezamenlijke inspanningen om de weerbaarheid, de
bescherming van kritieke infrastructuur en de respons bij hybride incidenten te versterken.
Het kabinet deelt de visie dat acties in het hybride domein zorgelijk zijn en zal
het belang van een robuuste en gestructureerde aanpak en adequate communicatie vanuit
de EU benadrukken. Daarbij is een heldere taakverdeling tussen de EU en de NAVO belangrijk.
Daarnaast zal de ER naar verwachting stilstaan bij de Routekaart voor defensiegereedheid
2030, in het bijzonder de voortgang op het gebied van de Priority Capability Areas (PCA’s) en het op 19 november jl. gepubliceerde militaire mobiliteitspakket. Uw Kamer
wordt hier via een BNC-fiche over geïnformeerd. Het kabinet onderstreept de urgentie
van versterking van de Europese defensie-industrie. Het kabinet zal aandacht vragen
voor het belang van samenwerking met derde landen en verwelkomt daarom het akkoord
over deelname van de industrie uit Canada aan het Security Action for Europe-instrument. Met het VK is het niet gelukt om voor het verstrijken van de eerste deadline
voor het indienen van projecten tot een akkoord te komen. De industrie uit het VK
behoudt wel de reguliere toegang tot het SAFE-instrument die geldt voor derde landen.
Meerjarig Financieel Kader
De ER zal voor de eerste keer stilstaan bij het volgend Meerjarig Financieel Kader
(MFK). Zoals toegelicht in de geannoteerde agenda voor de RAZ van 21 oktober jl.1 worden de onderhandelingen over het MFK en het eigenmiddelenbesluit (EMB) in de Europese
Raad gestructureerd via een onderhandelingsdocument, de zogeheten negotiating box. Op het moment van schrijven wordt nog gewerkt aan de negotiating box, dat alle opties dient te omvatten die in het vervolgtraject uitonderhandeld moeten
worden. De negotiating box zal nog geen getallen bevatten.
Zoals medegedeeld aan uw Kamer op 12 september jl. heeft het kabinet zorgen over de
impact van het Commissievoorstel op de nationale afdrachten.2 Verder is het kabinet voorstander van de voorgestelde modernisering, inclusief het
voorstel voor Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP). Het kabinet vindt
ook rechtsstatelijkheid van cruciaal belang en verwelkomt daarom ook de voorgestelde
versterking van de rechtsstaatconditionaliteiten.
EU-uitbreiding
De ER zal ook van gedachten wisselen over EU-uitbreiding. In het geval de Raad Algemene
Zaken op 16 december overeenstemming bereikt over Raadsconclusies over het uitbreidingspakket
van de Commissie, zal de ER deze onderschrijven. Een kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket
is uw Kamer op 28 november jl. toegekomen.3 De appreciatie vormt de onderbouwing voor de positiebepaling over conclusies van
de Commissie en de Nederlandse inzet bij de Raadsconclusies. Mogelijk zal de uitbreidingsmethodologie
ter sprake komen. Hiervoor geldt dat het kabinet benadrukt dat de geldende uitbreidingsmethodologie
en besluitvormingsprocedures in stand moeten worden gehouden. Dit betekent, in lijn
met de motie-Van Campen, dat er geen formele besluitvormingsstappen overgeslagen kunnen
worden en dat unanimiteit bij besluitvorming een vereiste blijft.4 De ER spreekt mogelijk ook over hervormingen in het licht van uitbreiding. De kern
van de kabinetsinzet is dat het handelingsvermogen van Nederland en de EU centraal
moet staan in deze discussie. Instellingen op nationaal en EU-niveau moeten ook bij
toekomstige uitbreiding goed kunnen blijven functioneren.
Migratie
Het kabinet ziet uit naar de reguliere voortgangsbrief van de Commissie over de EU-inzet
op migratie. Voor het kabinet is het essentieel dat de Europese Raad zowel de interne
als de externe aspecten van migratie binnen de EU adresseert. Prioriteiten hierbij
zijn het tegengaan van irreguliere migratie, de bescherming van migranten en het bevorderen
van terugkeer. Hierbij wordt ingezet op voortgang in de snelle implementatie van het
Asiel- en Migratiepact, de naleving van de Dublin-verordening en de (door)ontwikkeling
van brede partnerschappen. Voorafgaand aan de Europese Raad zal het kabinet met gelijkgezinde
lidstaten en de Commissie in gesprek gaan over innovatieve vormen van migratiesamenwerking.
Het kabinet speelt een voortrekkersrol bij de doorontwikkeling van nieuwe oplossingen.
Ook zal hier aandacht besteed worden aan vraagstukken rondom het EVRM, in lijn met
de moties Van Zanten/Boomsma5, Eerdmans6, Van Zanten7 en Van der Plas-Yesilgöz.8 Daarnaast zal het kabinet hier ten aanzien van Syrië onderstrepen dat migratieterugkeersamenwerking
naast veiligheid en stabiliteit een prioriteit is.
Geo-economie en concurrentievermogen
De ER zal een strategische discussie voeren over de geo-economie en de implicaties
hiervan op het Europees concurrentievermogen. De uitkomsten van deze discussie zullen
worden meegenomen naar de buitengewone ER in februari en formele ER in maart volgend
jaar. Er is binnen de ER brede overeenstemming over de urgentie van het versterken
van het EU-concurrentievermogen en economische weerbaarheid en veiligheid. Tegelijkertijd
bestaan er tussen de lidstaten verschillende opvattingen over de onderliggende instrumenten
die hiervoor ingezet moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van financiering, industriebeleid
en handel. De inzet van Nederland tijdens de ER zal in lijn zijn met de Kamerbrief
kabinetsvisie EU-concurrentievermogen.9 Nederland pleit voor een Europees economisch buitenlandbeleid, ter versterking van
het concurrentievermogen en weerbaarheid, gebaseerd op economische veiligheid (EV),
open handel en partnerschappen. Het kabinet onderstreept dat het sluiten van nieuwe
handelsakkoorden en strategische partnerschappen, evenals een blijvende inzet op het
diversifiëren van handelsstromen, een cruciale rol spelen in het afbouwen van risicovolle
strategische afhankelijkheden. Het kabinet verwelkomt in dit licht de publicatie van
de mededeling over de versterking van EV door de Commissie op 3 december jl. als een
belangrijke stap richting prioritering van het EV- instrumentarium, proactieve beleidsinzet
en verbeterde samenwerking met partnerlanden.10 Uw Kamer zal middels een BNC-fiche de kabinetsappreciatie van de mededeling ontvangen.
Overig
Pact voor het Middellandse Zeegebied
De ER zal het nieuwe EU Pact voor het Middellandse Zeegebied (MedPact) en de Raadsconclusies
over het MedPact verwelkomen. De doelstellingen in het MedPact sluiten aan bij de
Nederlandse beleidsprioriteiten en het kabinet staat positief tegenover deze integrale
EU-aanpak ten aanzien van de Middellandse Zeeregio. De uitgebreide kabinetsappreciatie
van het MedPact ging uw Kamer op 14 november jl. toe via het BNC-fiche.11
Fight against antisemitism, racism and xenophobia
De ER zal spreken over de strijd tegen antisemitisme en haat, intolerantie, racisme
en xenofobie, waaronder anti-moslimhaat. In het bijzonder zal gesproken worden over
de opvolging van de verklaring van de Raad van 15 oktober 2024 over de bevordering
van het Joodse leven en de bestrijding van antisemitisme, en over de aankomende Commissie
strategie over antiracisme.
Het kabinet benadrukt dat de volledige uitvoering van de bestaande EU-strategie tegen
antisemitisme het uitgangspunt dient te blijven, aangevuld met gerichte aanscherpingen
waar nodig. In dit verband verwijst het kabinet ook naar het gezamenlijke non-paper
met Frankrijk en Oostenrijk, mede opgesteld naar aanleiding van de Council Declaration on Fostering Jewish Life, waarin wordt bepleit dat EU-financiering niet ten goede mag komen aan entiteiten
die handelen in strijd met de waarden van artikel 2 VEU en het EU-Handvest, met aandacht
voor de beperking van administratieve lasten.12 Het kabinet ziet daarnaast uit naar de presentatie van de nieuwe antiracismestrategie
van de Commissie.
EU-Westelijke Balkantop
Voorafgaand aan de ER zullen de regeringsleiders en staatshoofden van de EU en de
zes Westelijke Balkanlanden samenkomen voor een EU-Westelijke Balkan Top. Er is geen
formele besluitvorming voorzien. Naar verwachting zal er wel een verklaring worden
aangenomen waarin het EU-perspectief van de Westelijke Balkan wordt herbevestigd en
waarin het belang van fundamentele hervormingen wordt benadrukt. Daarnaast zullen
de Westelijke Balkanlanden opgeroepen worden zich volledig aan te sluiten bij het
Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Het kabinet vindt politieke dialoog
en intensieve samenwerking met de Westelijke Balkanlanden, onder meer op rechtsstaat,
migratie, veiligheid, stabiliteit, weerbaarheid en economie, van onverminderd groot
belang om stabiliteit en veiligheid in de regio te waarborgen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken