Brief regering : Geannoteerde agenda bijeenkomst van EU transportministers van 4 december 2025 te Brussel
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1167 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 november 2025
Hierbij ontvangt u de geannoteerde agenda van de Transportraad van 4 december a.s.
te Brussel. De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente stand van
zaken weer.
Mocht de formele agenda op belangrijke punten anders zijn, dan wordt u hierover nader
geïnformeerd.
Voorts wordt de kamer in deze brief ook geïnformeerd over de kabinetsinzet betreffende
de voorstellen tot gerichte wijziging van de Europese tolheffingsregels (Eurovignetrichtlijn).
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
I. Geannoteerde Agenda Transportraad 4 december 2025
Op 4 december a.s. zal onder Deens voorzitterschap de Transportraad plaatsvinden in
Brussel. Naar verwachting zal het voorzitterschap tijdens deze Raad inzetten op een
aantal algemene oriëntaties, waaronder op de herziening van de Richtlijn Maten en
Gewichten en het Pakket inzake technische controles (hierna: Roadworthiness Package).
Daarnaast worden een aantal diversenpunten verwacht. Het voorzitterschap zal informatie
geven over de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (hierna: Connecting
Europe Facility), een gezamenlijke verklaring competitief spoor, de stand van zaken
rondom het IMO Net-Zero Framework, en er staat een presentatie over het Militaire
Mobiliteitspakket gepland (verwacht op 19 november). Verder zal Nederland een gezamenlijke
verklaring over Lichte Elektrische Voertuigen aandragen als diversenpunt. Tot slot
zal het voorzitterschap naar verwachting aandacht besteden aan een aantal lopende
wetgevingsvoorstellen, waaronder het voorstel inzake broeikasgasemissies van transportdienstverleningen
(CountEmissions EU), de gerichte wijziging van de Eurovignet richtlijn en de Verordeningen
betreffende passagiersrechten in de luchtvaart, Passagiersrechten multimodale reizen
en handhaving van passagiersrechten in de Unie.
Herziening richtlijn gewichten en afmetingen zware wegvoertuigen
Inhoud
Op 11 juli 2023 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) de herziening van
de Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware Wegvoertuigen gepubliceerd als onderdeel
van het Vergroening van Vervoer-pakket.1 In de Geannoteerde Agenda's2, 3, 4 en verslagen van de Transportraden van 5 december 20235, 18 juni 20246 en 5 juni 20257 is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen over dit voorstel.
Het voorstel zal naar verwachting worden geagendeerd voor een algemene oriëntatie
tijdens de Transportraad van 4 december 2025.
De Richtlijn beoogt uniforme regelgeving tot stand te brengen binnen de EU met betrekking
tot de toegestane gewichten en afmetingen van vrachtwagens die gebruikt worden voor
goederenvervoer. Gezien de strategische positie van Nederland als doorvoerland voor
goederen, heeft de Richtlijn een aanzienlijke impact op de nationale economie. Het
treffen van goed afgestemde afspraken binnen de Richtlijn kan daarnaast bijdragen
aan het beperken van schade aan de Nederlandse infrastructuur, wat essentieel is voor
het onderhoud en de instandhouding van het wegennet.
Inzet Nederland
Het kabinet is positief over het voorliggende voorstel onder het Deens voorzitterschap
en de mogelijkheden die het biedt voor de harmonisatie van de vereisten voor zware
voertuigen in het goederenvervoer. Het kabinet heeft zich conform het aan uw Kamer
toegestuurde BNC-fiche8 ingezet voor het behoud van dimensies die passen binnen de huidige infrastructuur,
met een maximale aslast van 11,5 ton en een maximale hoogte van 4,00 meter. In het
compromisvoorstel zijn deze maxima behouden.
Daarnaast heeft het kabinet gepleit voor het vaststellen van een absolute maximale
extra lengte (90 centimeter) voor emissieloze vrachtwagens. Een absolute maat is goed
te handhaven. Eerder was een voorstel om te werken met een draaicirkel9, die veel lastiger te handhaven zou zijn. In het compromisvoorstel is deze absolute
maximale extra lengte opgenomen waarmee het kabinet kan instemmen.
Ten aanzien van het maximaal toegestane gewicht voor vrachtwagens heeft het kabinet
ingezet op harmonisatie op 44 ton voor alle voertuigen (elektrisch en fossiel aangedreven).
Het huidige maximum gewicht is in EU-verband 40 ton. Het bereiken van consensus over
dit punt bleek echter complex, aangezien een aantal lidstaten zorgen heeft geuit over
mogelijke schade aan de infrastructuur door zwaarder verkeer bij het gebruik van 44 ton
voertuigen (deze lidstaten hanteren nu een lager maximum dan 44 ton). In het laatste
compromisvoorstel is het maximale toegestane gewicht vastgesteld op maximaal 44 ton
voor zero-emissievoertuigen (max. 46 ton bij intermodaal vervoer) en op maximaal 40 ton
voor dieselvoertuigen (max. 44 ton bij intermodaal vervoer). Hoewel dit niet de meest
ambitieuze uitkomst is, kan het kabinet met dit voorliggende compromis instemmen.
Het voorstel ondersteunt een EU-brede aanpak voor vrachtverkeer en grensoverschrijdende
inzet van Langere en Zwaardere Vrachtwagens (LZV), wat aansluit bij het huidige kabinetsbeleid.
Onder voorbehoud van eventuele ontwikkelingen of besluiten die in de tussentijd kunnen
plaatsvinden, kan Nederland instemmen met dit voorstel. Het kabinet ziet ruimte voor
meer ambitie in de verduurzaming van het zware wegtransport, in lijn met de klimaatdoelstellingen
maar het kabinet waardeert dat het nieuwe voorstel meer gewicht en lengte toestaat
voor emissieloze vrachtwagens en daarmee de vergroening van het vrachtwagenpark stimuleert.
Krachtenveld
Zowel het Spaanse als Belgische voorzitterschap hebben geprobeerd om met de lidstaten
een akkoord te bereiken op het voorstel. Deze pogingen stuitten echter op te veel
bezwaren van verschillende lidstaten, waardoor het beide voorzitterschappen niet is
gelukt een akkoord te bereiken. Het Hongaars voorzitterschap heeft de Richtlijn niet
geagendeerd voor bespreking en ook tijdens het Poolse voorzitterschap is geen consensus
bereikt. Het Deense voorzitterschap heeft het voorstel opnieuw op de agenda gezet.
In het huidige compromisvoorstel zijn de belangrijkste bezwaren van lidstaten ten
aanzien de maximale aslast, gewichten en de maximale hoogte voor zware voertuigen
weggenomen.
Roadworthiness Package
Inhoud
Uw Kamer is eerder geïnformeerd ter voorbereiding op de Transportraad van 5 juni 2025,
waar het Pakket inzake technische controles (Roadworthiness package) op de agenda
stond. Tijdens de volgende Transportraad, op 4 december 2025, zal het Roadworthiness
package opnieuw geagendeerd worden.10 Het pakket, dat op 24 april jl. is gepubliceerd, omvat de herziening van drie richtlijnen:
de richtlijn betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en
aanhangwagens11, de richtlijn inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen12 en de richtlijn betreffende de technische controle langs de weg.13 Deze richtlijnen maken onderdeel uit van een breder regelgevingskader dat ervoor
zorgt dat voertuigen aan bepaalde veiligheids- en milieunormen voldoen en er een betere
technische controle op voertuigen plaatsvindt.
Het pakket heeft als doel om de verkeersveiligheid in de EU verder te verbeteren,
bij te dragen aan duurzame mobiliteit en het vrije verkeer van personen, diensten
en goederen in de EU te vergemakkelijken. Daarnaast heeft het tot doel de voertuigregistratie
binnen de gehele EU verder te harmoniseren.
Op 28 mei 2025 is uw kamer geïnformeerd over het kabinetsstandpunt ten aanzien van
het Roadworthiness package14. Tevens zal uw Kamer voorafgaand aan het commissiedebat verkeersveiligheid van 17 december
2025 worden geïnformeerd middels een verzamelbrief. In deze brief zal een toezegging
worden afgedaan die betrekking heeft op de impact van het Roadworthiness package op
de interne markt.
Inzet Nederland
Het kabinet is in beginsel positief over het voorstel en verwelkomt de doelstelling
van de Commissie om met dit pakket zowel de verkeersveiligheid te verbeteren als duurzame
mobiliteit binnen de EU te bevorderen en daarmee aan te sluiten op andere voertuigregelgeving.
Periodieke technische controle en technische controle langs de weg
Het kabinet is voorstander van samenhangende Europese voertuigwetgeving op basis van
lifetime compliance, en van ontwerp tot eindverwerking van het voertuig. Dit vereist een voortdurende
koppeling tussen fabrikanten, autoriteiten, reparatie- en onderhoudsmarkt en voertuigeigenaren
gedurende de gehele levenscyclus van het voertuig om ervoor te zorgen dat het emissie-
en veiligheidscontrolesysteem de gehele levensduur meegaat. Wel is het kabinet van
mening dat de introductie van eventuele nieuwe testmethoden en de toevoeging van voertuigcategorieën
moeten bijdragen aan de verkeersveiligheid. Daarnaast moeten deze maatregelen eenvoudig,
betaalbaar en effectief zijn voor burgers, bedrijven en uitvoerende instanties. Ook
vindt het kabinet het belangrijk dat voldoende rekening wordt gehouden met de bescherming
van privacy van burgers.
Het kabinet heeft na een eerste beoordeling vastgesteld dat een aantal aangekondigde
maatregelen echter niet in verhouding lijken te staan tot de doelen van het voorstel
zelf op het gebied van verkeersveiligheid en milieu. Dit geldt o.a. voor de APK voor
motorfietsen, de verplichting om N1-voertuigen (bestelauto’s) al vanaf het eerste
jaar een emissietest te laten ondergaan, de verplichting om met een voertuig een opwarmrit
op de weg te maken voor een APK-emissietest en de vergaande verplichtingen om voertuigdata
uit te wisselen. Daarnaast geldt dit in het bijzonder voor de inzet van de Commissie
om 30% van het wagenpark te screenen via technieken waarbij uitlaatemissies en geluid
op afstand worden gemeten (remote sensing). Hierbij worden de uitlaatemissies of het geluid van rijdende voertuigen gescreend
via specifieke vaste of mobiele apparatuur langs de kant van de weg of vanuit een
rijdend voertuig. Dit neemt Nederland mee in de onderhandelingen. Het kabinet is daarbij
van mening dat deze maatregelen niet eenvoudig en betaalbaar zijn. Daarnaast houden
ze onvoldoende rekening met de bescherming van privacy van burgers.
Kentekenbewijzen van motorvoertuigen
Het kabinet verwelkomt de doelstelling van verdere harmonisatie van de voertuigregistratie
binnen de gehele EU en ziet de herziening daarom als een positieve stap vooruit. Het
kabinet onderschrijft de doelstelling van de herziening, die kan worden vertaald naar
drie hoofdzaken: 1) verbetering van gegevensuitwisseling door de lidstaten; 2) mogelijkheid
tot digitalisering van voertuigdocumenten en 3) het tegengaan van herregistratie van
gedemonteerde voertuigen. Het is wel belangrijk dat er een redelijke implementatietermijn
wordt gehanteerd om de handhavingsketen in te richten en dat er, op verzoek, een fysiek
voertuigdocument naast de digitale versie kan worden verstrekt. Om de gegevensuitwisseling
tussen Europese registratieautoriteiten, zoals de RDW, efficiënter te maken, wil het
kabinet verder ook dat het elektronisch Certificaat van Overeenstemming (eCvO), ofwel
het digitale «geboortebewijs» van een voertuig, wordt toegevoegd aan de basisregistratie
voertuigen.
Het kabinet is geen voorstander van het gebruik van het centraal gegevensuitwisselingsplatform
MOVE-HUB ten behoeve van informatie-uitwisseling, maar vindt dat hiervoor de bewezen
uitwisselingssystematiek van EUCARIS gebruikt moet worden. Bij de gegevensuitwisseling
is het verder van belang dat betaalbaarheid, uitvoerbaarheid en bescherming van privacygevoelige
gegevens gewaarborgd blijven. Ook deze punten neemt Nederland mee in de onderhandelingen.
Krachtenveld
Het Deens voorzitterschap streeft ernaar om een algemene oriëntatie te bereiken. Volgens
de Commissie gaat dit streven soms ten koste van de ambitie van de voorstellen. Ook
enkele lidstaten hebben aangegeven dat onderwerpen vrij snel uit de voorstellen worden
geschrapt om de voortgang te versnellen. Op moment van schrijven zijn de onderhandelingen
in Raad nog gaande en is er nog geen definitieve overeenstemming bereikt. Het meest
recente compromisvoorstel sluit verder grotendeels aan bij de Nederlandse standpunten.
Periodieke technische controle en technische controle langs de weg
De richtlijn wordt verwelkomd door een grote groep lidstaten. Deze groep kan zich
in beginsel scharen achter de doelstellingen van het pakket: het verbeteren van verkeersveiligheid,
het bevorderen van schone lucht en het verhogen van de technische betrouwbaarheid
van voertuigen. Een belangrijk punt van zorg voor veel lidstaten, waaronder Nederland,
is de financiële en praktische impact van dit pakket voor burgers en bedrijven. Daarnaast
zijn er zorgen bij lidstaten over de inzet van remote sensing voor 30% van het wagenpark omdat niet duidelijk is of de kosten opwegen tegen de
gezondheidsvoordelen. Sinds de vorige herziening hebben veel lidstaten een APK voor
motorfietsen ingesteld. Het Nederlandse standpunt blijft dat er betere maatregelen
zijn dan een APK om de verkeersveiligheid voor motorfietsen te verbeteren. Voor wat
betreft het voorstel rondom remote sensing en de APK voor motorfietsen is het kabinet hier tevreden mee, omdat deze niet in
lijn zijn met het Nederlands standpunt. Beide zaken zijn nu uit het laatste compromisvoorstel
gehaald. Op het gebied van het voorstel van tellerstanden is Nederland juist ambitieuzer
dan het huidige compromisvoorstel. De voorgestelde verplichting om de eigenaar van
een voertuig te registreren is in deze fase uit het compromis gehaald. Het kabinet
is daar tevreden mee vanwege de uitvoeringscomplexiteit.
De presentatie van het voorstel in het Europees Parlement leidde tot gemende reacties
van de fracties, waarbij vooral aandacht uitging naar de keuringsfrequentie van oudere
voertuigen vanuit het perspectief van de burger en de mogelijke lastenverzwaring als
gevolg hiervan.
Kentekenbewijzen van motorvoertuigen
Veel lidstaten staan positief tegenover de doelstellingen van het voorstel. Het huidige
compromisvoorstel sluit grotendeels aan bij de Nederlandse inzet. Een groot deel van
de lidstaten kan zich vinden in een verruiming van het uitwisselen van informatie
en het digitaliseren van het kentekenbewijs, omdat het de administratieve lasten vermindert
en fraude tegengaat. Tegelijkertijd is een grote groep lidstaten kritisch op het registreren
van alleen de eigenaar in plaats van de eigenaar én houder van het voertuig, en de
inzet van de volledige set van gegevens uit het elektronisch Certificaat van Overeenstemming
(eCvO). Nederland pleit juist wél voor de volledige uitwisseling van het eCvO. De
Commissie zet verder sterk in op het gebruik van MOVE-HUB in plaats van EUCARIS15. Mede door de inzet van Nederland is er een relatief grote groep lidstaten die ook
de voorkeur geven aan EUCARIS in plaats van MOVE-HUB. Ook maakt Nederland zich, samen
met andere lidstaten, hard voor privacy bij gegevensuitwisseling tussen lidstaten.
Connecting Europe Facility (CEF)
Het voorzitterschap zal, onder de diversenpunten, informatie geven over CEF. Het CEF
is een van de programma’s voorgesteld in de EU-begroting (Meerjarig Financieel Kader,
MFK). Het programma zal komen te hangen onder pijler 2: Concurrentievermogen, Welvaart
en Veiligheid. Het CEF bestaat al sinds 2014, waarmee het CEF een continuering is
binnen de hernieuwde MFK-structuur. Het doel van het CEF is het co-financieren van
de bouw, ontwikkeling, beveiliging, modernisering en voltooiing van de trans-Europese
netwerken voor transport en energie, vastgelegd in Verordening (EU) 2024/1679 (hierna:
TEN-T verordening) en Verordening (EU) 2022/869 (hierna: TEN-E verordening). In het
Commissievoorstel ligt de nadruk sterk op het financieren van grensoverschrijdende
verbindingen binnen Europa, maar is er ook ruimte om slimme, duurzame en digitale
transportsystemen en militaire mobiliteit te financieren. Voor het energiegedeelte
van het CEF geldt dezelfde insteek vanuit de Commissie: focus op de grensoverschrijdende
hernieuwbare energieprojecten.
Nederland zet in op een sterk CEF dat bijdraagt aan de doelen die vastgelegd zijn
in de TEN-T en TEN-E verordening. Op transportgebied zet Nederland in op een brede
interpretatie van het begrip grensoverschrijdend, zodat nationale projecten met een
systeemversterkende werking op het internationale TEN-T netwerk ook kans maken op
financiering. Bovendien hecht Nederland waarde aan de bestaande kansen binnen het
CEF om de digitale transportsystemen en de uitrol van laadinfrastructuur te financieren.
Nederland houdt vast aan de mogelijkheid om militaire mobiliteit te financieren uit
het CEF, en bepleit dat dual-use projecten die vanuit een militair oogpunt het meest
urgent zijn prioriteit moeten krijgen. Wat betreft de governance van het CEF zet Nederland
in op voldoende inspraak van de lidstaten ten aanzien van de voorgestelde verordening
en door de uitvoeringsprocedures te hanteren waarmee de lidstaten meer zeggenschap
hebben.
Het krachtenveld op het CEF ligt niet ver uit elkaar, al is er een groep lidstaten
die herhaaldelijk de wens uitspreekt om te focussen op de geografische balans. Ook
bestaat er ten aanzien van het transportgedeelte van het CEF enige verdeeldheid tussen
lidstaten die aangeven een bredere interpretatie te willen hanteren van het begrip
«grensoverschrijdend», zodat grote nationale projecten ook kans op financiering maken.
Een ander deel van de lidstaten is hierop tegen, en onderstreept dat de toegevoegde
waarde van het CEF zit in het financieren van grensoverschrijdende projecten, waarbij
enkel nationale financiering vaak niet volstaat. Het Europees Parlement heeft nog
geen positie ingenomen.
Militaire Mobiliteit pakket
Naar verwachting wordt op 19 november a.s. het EU Militaire Mobiliteitspakket gepubliceerd.
Een presentatie van dit pakket zal mogelijk op de agenda staan van de komende Transportraad.
Dit pakket zal uit drie delen bestaan: 1) een joint communication, 2) een verordening gericht op de harmonisatie van administratieve lasten, en 3) gerichte
aanpassingen van bestaande wet- en regelgeving. De joint communication vervangt de eerdere militaire mobiliteitsactieplannen en geeft een algemene richting
aan de militaire mobiliteitsinzet van de EU. De verordening is bedoeld om wet- en
regelgeving te harmoniseren en zal zich voornamelijk richten op het faciliteren van
een zo snel mogelijke grensoverschrijdende verplaatsing. Dit betreft administratieve
zaken zoals douaneformulieren en de digitalisering hiervan. De gerichte aanpassingen
van bestaande wet- en regelgeving zal zich toespitsen op onder andere vervoer van
gevaarlijke stoffen, maten en gewichten, en rij- en rusttijden voor militaire vervoerders.
De Nederlandse inzet zal na publicatie van het pakket middels het reguliere BNC-traject
worden vastgesteld en met uw Kamer worden gedeeld. Nederland kijkt uit naar het EU
Militaire Mobiliteitspakket gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen en onderschrijft
het belang ervan. Voor Nederland is van belang dat het pakket aandacht geeft aan:
intensiveren van samenwerking en coördinatie, waaronder tussen EU-NAVO, binnen Europa;
effectieve investering in dual-use16 infrastructuur; en harmoniseren van regels en procedures.
Stand van zaken IMO Net-Zero Framework
Het Deense voorzitterschap zal onder dit agenda punt een terugkoppeling doen van wat
er tijdens de 2e buitengewone zitting van het Maritiem Milieubeschermingscomité (MEPC
ES.2) is gebeurd en waarom het niet tot besluitvorming is gekomen. Tijdens een buitengewone
sessie van de milieucommissie MEPC ES.2 van de Internationale Maritieme Organisatie
(IMO) is het helaas nog niet gelukt het IMO Net-Zero Framework aan te nemen. Het IMO
Net-Zero Framework bevat broeikasgasreductie maatregelen voor de zeevaart die de mondiale
zeevaart naar Net-Zero rond 2050 moet brengen. De maatregelen moeten onderdeel worden
van het MARPOL verdrag17 dat emissiereductie van schepen reguleert. Het besluit is met een jaar uitgesteld.
Nederland heeft zich ingespannen voor aanname van het IMO Net-Zero Framework, in lijn
met het EU Raadsbesluit hierover (op dit beleidsterrein geldt EU competentie). Nederland
is daarom zeer teleurgesteld dat het Net-Zero Framework nog niet is aangenomen. Hiermee
is een kans gemist om de zeevaart nu al duidelijkheid te bieden over het pad naar
net zero broeikasgasemissies en voor deze transitie een mondiaal gelijk speelveld
te creëren. Nederland blijft zich actief inzetten voor de aanname van het Net-Zero
Framework wanneer de bijeenkomst wordt hervat.
Gezamenlijke verklaring over «Het concurrerend maken van het spoor door het verlagen
van de technische en administratieve kosten via Europese harmonisatie en implementatie»
Het Deens voorzitterschap zal onder de diversenpunten een terugmelding doen van de
conferentie van 5 november 2025 met als titel «Making Rail Competitive by Cutting
Technical and Administrative Costs Through European Harmonisation and Deployment».
Verwacht wordt dat het Deens voorzitterschap een verklaring (hierna: Copenhagen declaration)
presenteert als uitkomst van deze conferentie. Nederland was hier ook bij aanwezig.
Achtergrond van de conferentie is de zorg bij lidstaten over de stijgende kosten in
de spoorwegsector, met name voor wat betreft aanleg, onderhoud en verbetering van
infrastructuur. In de conferentie is daartoe o.a. gesproken over de noodzaak tot stabiele
specificaties voor interoperabiliteit en daarbij in het bijzonder de specificaties
voor het Europese beveiligingssysteem ERTMS. Daarnaast kwamen onder andere de mogelijkheden
om toelating van nieuw materieel te vereenvoudigen aan de orde. De groeiende opgave
van instandhouding van de infrastructuur wordt breed herkend in de Europese Unie.
Het kabinet is voornemens om het vervolg van de te verwachten Copenhagen declaration
te ondersteunen en te pleiten voor een concreet vervolg, onder andere middels het
werkprogramma van de EU agentschap voor spoorwegen (ERA). Over het werkprogramma van
ERA wordt besloten in de raad van bestuur (management board) van ERA waarin alle EU
lidstaten en de Europese Commissie deelnemen. In het bijzonder draagt Nederland, mede
gezien het economische belang daarvan, graag bij een Europese samenwerking inzake
de instandhoudingsopgave van de spoorweginfrastructuur.
Naar verwachting zal de Commissie in het vervolgtraject de resultaten van de conferentie
betrekken bij het te verwachten voorstel voor herziening van de ERA-verordening18. Op 7 november 2025 heeft de Commissie de evaluatie van de ERA verordening gepubliceerd.19 Daarnaast is de verwachting dat de conclusies van de Copenhagen verklaring zullen
worden verwerkt in de agenda van ERA.
Gezamenlijke verklaring Lichte Elektrische Voertuigen
Inhoud
Er is op Europees en nationaal niveau steeds meer aandacht voor Lichte Elektrische
Voertuigen (LEVs), gezien de groeiende populariteit van deze voertuigen en de toenemende
zorgen over hun (verkeers)veiligheid. Een van de populairste LEVs is de elektrische
step. Momenteel ontbreekt uniforme Europese regelgeving voor LEVs, terwijl dit kansen
biedt voor het verbeteren van de verkeersveiligheid, harmonisatie van de Europese
markt, en investeringszekerheid voor ondernemers. Om te komen tot Europese regelgeving
is er door NL een position paper opgesteld.20 Het kabinet heeft op basis hiervan gewerkt aan het verkrijgen van steun van andere
lidstaten voor een gezamenlijke verklaring, dat inhoudelijk overeenkomt met de Nederlandse
non-paper.
Tijdens de Transportraad van 4 december a.s. wordt het statement uitgesproken, mede
namens de ondersteunende lidstaten. Op dit moment is er op ministerieel niveau steun
voor het standpunt vanuit een viertal landen en zijn gesprekken met andere lidstaten
gaande. Door een leidende rol te nemen bij de totstandkoming van een uniform Europees
beleidskader voor LEVs, kan Nederland actief invloed uitoefenen op de Europese regelgeving.
Europese lidstaten hanteren op dit moment uiteenlopende regels voor voertuigen die
buiten de Europese Regelgeving vallen. De technische eisen voor e-steps verschillen
sterk per land: Duitsland, Spanje en Nederland vereisen een nationale goedkeuring,
terwijl België e-steps gelijkstelt aan fietsen en geen toelatingseisen hanteert. Ierland
onderzoekt momenteel de mogelijkheid van een nationale typegoedkeuring, en in sommige
lidstaten ontbreekt regelgeving voor lichte elektrische voertuigen geheel, bijvoorbeeld
door beperkte capaciteit om dergelijke regels op te stellen.
Jaarlijks voortgangsrapport over handhaving en implementatie
Tijdens de aankomende Transportraad zal de Commissie tijdens de ministriële lunch
een presentatie geven over het Annual Progress Report on Simplification, Implementation and Enforcement,21 opgesteld door EU-Transportcommissaris Apostolos Tzitzikostas. Dit voortgangsrapport
brengt in kaart hoe EU-regelgeving in de transportsector momenteel wordt uitgevoerd,
waar de complexiteit het grootst is en welke initiatieven bijdragen aan meer efficiëntie.
Het document sluit aan bij het bredere EU-programma voor Better Regulation en geeft een overzicht van stappen richting regeldrukvermindering en modernisering
van administratieve processen, ondersteund door verwijzingen naar relevante EU-wetgeving
en beleidsdossiers.
De Commissie geeft aan in 2025 een gerichte studie te willen uitvoeren naar de administratieve
lasten binnen bestaande EU-transportregelgeving, om in kaart te brengen welke verplichtingen
voor lidstaten, bedrijven en bevoegde autoriteiten de grootste druk veroorzaken. De
studie moet volgens de Commissie dienen als basis voor toekomstige vereenvoudigingsvoorstellen.
Het kabinet verwelkomt dat de Commissie actief inzet op het vereenvoudigen van regelgeving
en het terugdringen van regeldruk, met behoud van bestaande doelstellingen. Daarnaast
waardeert zij dat de voortgang hiervan wordt gevolgd via periodieke voortgangs- en
overzichtsrapportages. Het kabinet zal de aangekondigde studie volgen, en zal de voorgestelde
vereenvoudiging beoordelen langs de lijn dat deze werkelijk bijdragen aan het verhogen
van het concurrentievermogen en schone economie door administratieve complexiteit
te verminderen met behoud van standaarden voor veiligheid
Stand van zaken lopende wetgevende voorstellen
Het Deens voorzitterschap zal een terugkoppeling geven op een aantal lopende wetgevende
trajecten.
Handhaving Passagiersrechten in de Unie en Passagiersrechten Multimodale Reizen
Onder het Deens voorzitterschap is een start gemaakt met de triloog-onderhandelingen
voor de herziening van de verordeningen handhaving passagiersrechten en de herziening
van multimodale passagiersrechten, waarbij vooralsnog wordt gefocust op de handhaving
van passagiersrechten in de trilogen. Deze verordening heeft nauwe samenhang met de
Verordening passagiersrechten luchtvaart, waar hierna op ingegaan wordt. Duidelijke,
geharmoniseerde EU-regels zijn essentieel voor reizigers, vervoerders en toezichthouders.
Daarnaast zet het kabinet zich in voor uniformere handhaving, gestroomlijnde klachten-
en claimprocedures en een vermindering van de administratieve lasten voor overheden.
Broeikasgasemissies Transportdienstverleningen (CountEmissions EU)
De CountEmissions EU-verordening verplicht bedrijven om de bestaande en algemeen erkende
norm EN ISO 14083:2023 te gebruiken wanneer zij de transport gerelateerde CO2-emissies van hun bedrijfsvoering rapporteren. Deze verplichting geldt uitsluitend
voor partijen die op grond van wetgeving of contractuele afspraken gehouden zijn om
gegevens over hun CO2-uitstoot te berekenen en te delen. Nederland steunt het compromisvoorstel van het
Deense voorzitterschap. Het voorstel bevindt zich inmiddels in de afrondende fase
van de triloog-onderhandelingen.
Passagiersrechten Luchtvaart
Onder het Deens voorzitterschap is een start gemaakt met de triloog-onderhandelingen
op de herziening van de Verordening passagiersrechten in de luchtvaart en de Verordening
inzake aansprakelijkheid luchtvervoerders. Een tweede triloog staat gepland. Het Europees
Parlement heeft zich middels amendementen kritisch getoond ten aanzien van het politieke
akkoord van de Raad. In het verslag van de Transportraad van Juni 2025 is de Kamer
over dit politieke akkoord geïnformeerd22. Het kabinet vindt het belangrijk dat er voortgang wordt geboekt op dit dossier,
nu er na jaren een politiek akkoord in de Raad is bereikt. Het kabinet zal zich daarbij
blijven inzetten voor een evenwichtige benadering, waarin rechten van de passagiers
gewaarborgd zijn, (administratieve) lasten voor luchtvaartmaatschappijen worden beperkt
en het concurrentievermogen van de Europese luchtvaartsector stevig meegewogen wordt.
Verordening spoorwegcapaciteit
Onder het Deens EU-voorzitterschap is veel werk verzet om de onderhandelingen over
het voorstel voor een Europese verordening spoorwegcapaciteit af te ronden. Op 18 november
vindt hierover naar verwachting een politieke triloog plaats. Nog een aantal zaken
staan open, waaronder een punt over boetes voor infrabeheerders en vervoerders bij
het niet nakomen van capaciteitsaanvragen en de overgangstermijnen naar het nieuwe
stelsel.
Er is een reële kans dat dit voor de benutting van het Nederlandse spoorwegnetwerk
belangrijke wetsvoorstel medio 2026 in werking kan treden.
Gerichte wijziging van Richtlijn 1999/62/EG Eurovignet
Er lopen op dit moment twee voorstellen tot wijziging van de Europese tolheffingsregels
(Eurovignetrichtlijn): een eerste voorstel dat de mogelijkheid verlengt om emissievrije
vrachtwagens korting of vrijstelling te geven van wegenheffingen. En een tweede voorstel,
dat een actualisatie is van een eerder voorstel, dat erop is gericht dat tolheffingssystemen
(zoals de vrachtwagenheffing) met de tariefstelling rekening moeten houden met het
effect van aanhangwagens en opleggers op de CO2-uitstoot van zware bedrijfsvoertuigen.
II. Kabinetsinzet Voorstellen wijziging Europese tolheffingsregels (Eurovignetrichtlijn)
Op 27 juni jl. publiceerde de Europese Commissie een voorstel23 tot wijziging van de Eurovignetrichtlijn.24 Dit is een beknopt voorstel, dat alleen een verlenging van een bestaande facultatieve
bepaling in de richtlijn bevat. Deze bepaling geeft lidstaten de mogelijkheid om emissievrije
vrachtwagens gedurende een langere periode hoge korting of vrijstelling te geven van
wegenheffingen (zoals de vrachtwagenheffing). De Kamer is op 5 september jl. over
de kabinetsappreciatie geïnformeerd.25 Het voorstel is in de Landbouw- en Visserijraad van 27/28 oktober jl. vastgesteld.
Op 2 oktober 2025 publiceerde de Europese Commissie een tweede voorstel26 tot wijziging van de Eurovignetrichtlijn). Dit voorstel is erop gericht dat wegenheffingen
(zoals de vrachtwagenheffing) met de tariefstelling rekening moeten houden met het
effect van aanhangwagens en opleggers op de CO2-uitstoot van zware bedrijfsvoertuigen. Daarnaast bevat het voorstel vereenvoudigingen
en verduidelijkingen van de richtlijn, vooral vanwege de relatie met andere (reeds
vastgestelde) Europese verordeningen over de CO2-emissies van het wegtransport.27
Het voorstel is een actualisatie van een voorstel uit 202328. De Kamer heeft op 30 juni 2023 een BNC-fiche ontvangen over het oorspronkelijke
voorstel.29 De kabinetsbeoordeling en het Nederlandse standpunt is ongewijzigd. Gezien de beperkte
aard van de actualisatie, vervangt deze brief het reguliere BNC-fiche voor dit «nieuwe»
voorstel.
In het fiche is toegelicht dat het kabinet (ten aanzien van het onderdeel over aanhangwagens
en opleggers) het voorstel niet het geschikte middel vindt om het doel te bereiken
(verminderen van de CO2-uitstoot van zware bedrijfsvoertuigen en het stimuleren van efficiëntere aanhangwagens).
Daarnaast oordeelt het kabinet dat de verwachte kosten niet opwegen tegen de verwachte
baten: het voorstel vraagt om ingrijpende en kostbare wijzigingen aan de vrachtwagenheffing
om uitvoerbaar en handhaafbaar te zijn en brengt bovendien hoge uitvoeringslasten
voor de gebruikers met zich mee. Vanwege deze aspecten is de Nederlandse inzet erop
gericht dat de betreffende bepalingen over aanhangwagens en opleggers geen doorgang
vinden. Het voorlopige beeld is dat diverse lidstaten dit standpunt onderschrijven.
Het kabinet is constructief op het punt van de overige aanpassingen aan de richtlijn.
Het voorlopige beeld is dat dit voor de meeste lidstaten geldt.
Indieners
-
Indiener
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Medeindiener
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.