Brief regering : Reactie op verzoek commissie over het advies van de Onderwijsraad ‘Talige diversiteit benutten’
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 15
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 november 2025
Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap naar aanleiding van de vergadering van 11 september 2025 inzake
het advies van de Onderwijsraad «Talige diversiteit benutten».
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Op 4 september 2025 publiceerde de Onderwijsraad het advies «Talige diversiteit benutten».
Dit advies is op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgebracht
over de vraag wat er nodig is om in het onderwijs goed om te gaan met talige diversiteit.
Met deze brief kom ik tegemoet aan het verzoek van uw Kamer om een kabinetsreactie
te geven op het advies. Uw Kamer heeft op 26 september 2025 tevens verzocht om in
de reactie in te gaan op een brief en een bijgevoegd artikel die de commissie op 8 september
2025 ontving.
Hieronder geef ik eerst een reactie op de kernpunten van het rapport van de Onderwijsraad.
Vervolgens reageer ik op de aanbevelingen van de Onderwijsraad en licht ik toe hoe
het advies aansluit bij mijn beleid. Ten slotte ga ik in op de brief en het meegezonden
artikel.
Kernpunten uit het advies
Bijna alle scholen, mbo-opleidingen en voorzieningen voor voorschoolse educatie in
Nederland hebben te maken met kinderen of jongeren die van huis uit een andere taal
spreken dan het Nederlands. Dat kan Fries, Engels of Turks zijn, of een streektaal
van het Nederlands zoals het Limburgs. Met de nieuwe conceptkerndoelen en -examenprogramma’s
is het niet langer vrijblijvend voor scholen om hier aandacht voor te hebben.1 Het Talis-onderzoek van de OESO, dat de leer- en werkomgeving van leraren en schoolleiders
in kaart brengt, laat echter zien dat veel leraren in het primair en voortgezet onderwijs
zich niet goed toegerust voelen om onderwijs te verzorgen aan leerlingen met uiteenlopende
thuistalen.2 Om die reden adviseert de Onderwijsraad over de vraag wat nodig is om in het onderwijs
goed om te kunnen gaan met talige diversiteit.
De Onderwijsraad adviseert, op basis van wetenschappelijk onderzoek en voorbeelden
uit de onderwijspraktijk, om kennis en vaardigheden van een eerder geleerde taal in
te zetten om Nederlands te leren en om vakkennis op te doen in het Nederlands. Talige
diversiteit wordt in de praktijk nog vaak genegeerd of gezien als een belemmering
bij het leren van en in het Nederlands. Daardoor blijven kansen onbenut om talige
diversiteit juist te gebruiken in het onderwijs om onder andere Nederlands goed te
leren.
Het advies van de Onderwijsraad gaat uit van Nederlands als voertaal, instructietaal
en doeltaal in het onderwijs. «Talige diversiteit benutten» betekent dan ook niet
dat leraren (een deel van het) onderwijs moeten geven in andere talen dan het Nederlands.
Pedagogisch medewerkers, leraren en docenten hoeven de andere talen ook niet zelf
te beheersen. De leraren die de Onderwijsraad sprak in het kader van haar advies,
gaven aan dat het haalbaar is om meertaligheid te benutten in het onderwijs. Het vergt
volgens hen geen complexe interventies. Er zijn laagdrempelige manieren die al een
positief effect hebben.3 Voorbeelden hiervan zijn om vertaalapps te gebruiken, of om een meertalige bibliotheek
in te richten, zodat leerlingen het Nederlandstalige boek dat op school wordt voorgelezen
in een vertaling in de thuistaal mee naar huis kunnen nemen. Het gaat er dus vooral
om dat leraren de beschikking hebben over (voorbeeld)materialen, kennisbronnen en
expertise over tweede-taalonderwijs.
Het staat voor mij voorop dat alle leerlingen, ongeacht de taal die zij thuis spreken,
goed onderwijs in de Nederlandse taal moeten krijgen, zodat zij leren lezen, schrijven
en rekenen in het Nederlands. Dit legt de basis voor de kennis, vaardigheden en persoonlijke
en sociale groei die nodig zijn voor school- en studiesucces en om deel te kunnen
nemen aan de samenleving. Het is aan scholen en instellingen om hiervoor een weloverwogen
aanpak te kiezen die past bij hun populatie en onderwijsvisie. Het uitgangspunt van
het kabinet hierbij is dat deze aanpak evidence-informed is. Daarbij is er niet één
juiste methode voor alle scholen, maar gaat het juist om schooleigen keuzes in didactiek
en aanpak. Het advies van de Onderwijsraad sluit hierbij aan. De inzichten over meertaligheid
als kans om Nederlands te leren worden door onderwijsonderzoekers en -experts breed
gedragen. Ook het NRO, dat de doelstelling heeft om met kennis uit onderzoek de kwaliteit
van het onderwijs te verbeteren, beschouwt het benutten van meertaligheid als een
effectief hulpmiddel om leerlingen met een andere thuistaal dan het Nederlands te
ondersteunen bij het leren van en in de Nederlandse taal
Aanbevelingen
De Onderwijsraad doet drie aanbevelingen aan overheid en scholen om talige diversiteit
beter te benutten in het onderwijs:
1. Maak als school, opleiding en voorschoolse voorziening beleid dat kansen van talige
diversiteit benut. De overheid zou de wettelijke opdracht voor het ontwikkelen van
een dergelijk taalbeleid kunnen aanscherpen en de Inspectie van het Onderwijs zou
hierop kunnen toezien
Net als de Onderwijsraad ben ik van mening dat de talige achtergrond van leerlingen
en hoe hiermee wordt omgegaan ten behoeve van de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen,
onderdeel zou moeten zijn van het taalbeleid van scholen, opleidingen en voorschoolse
voorzieningen. Ik zie aanscherping van de wettelijke opdracht om een taalbeleidsplan
uit te werken niet als een middel om dit te bereiken. Dit zou een nieuwe administratieve
verplichting voor scholen zijn, wat onwenselijk is.
2. Investeer in ondersteuning, opleiding en verdere professionalisering
Deze aanbeveling van de Onderwijsraad sluit aan bij diverse lopende trajecten. Zo
is de omgang met talige diversiteit onderdeel van de geactualiseerde conceptkerndoelen
en -examenprogramma’s en zullen scholen ondersteuning krijgen om de nieuwe kerndoelen
te implementeren.4 Daarnaast werkt de Gelijke Kansen Alliantie actief aan communicatie over meertaligheid
en het gebruik van thuistalen in het onderwijs. Ook via het Masterplan basisvaardigheden
is veel aandacht voor thuistalen in relatie tot een goede beheersing van het Nederlands.
Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) is een wetenschappelijk onderbouwde
vindplaats van kennis en heeft op de website onderwijskennis.nl onderzoek, praktijkvoorbeelden
en handvatten voor het benutten van talige diversiteit beschikbaar gemaakt. Ook de
SLO voorziet in inspirerende lesideeën en informatie over meertaligheid.5 Ten slotte zijn op 24 september 2025 de herijkte bekwaamheidseisen gepubliceerd.
Hierin is expliciet opgenomen dat de leraar dient te beschikken over (basale) kennis
van het lesgeven aan anderstalige leerlingen en over een (breed) handelingsrepertoire
om hen effectief te ondersteunen.6
3. Breng wettelijke ruimte onder de aandacht.
Ik ben het ermee eens dat scholen, opleidingen en voorzieningen voor kinderopvang
op de hoogte zouden moeten zijn van de mogelijkheden die wet- en regelgeving biedt.
Ik zal dan ook onderzoeken hoe dit laagdrempelig gecommuniceerd kan worden als hulpmiddel
voor leraren en docenten.
«Meertalige ontwikkeling: een probleem of zegen?»
Van uw Kamer kreeg ik het verzoek om in mijn reactie ook in te gaan op een brief en
meegezonden artikel «Meertalige ontwikkeling: een probleem of zegen?» De auteur van
de brief, tevens co-auteur van het artikel, wil enige nuances bij het advies van Onderwijsraad
aanbrengen. In het artikel wordt uiteen gezet dat leerlingen met een andere thuistaal
bij de start van het basisonderwijs doorgaans een achterstand hebben in het Nederlands
ten opzichte van leerlingen die thuis Nederlands spreken. Dit is niet zorgelijk, want
hun taalvaardigheid ontwikkelt zich anders. De meeste tweetalige leerlingen lopen
deze achterstand in. Voorwaarde hiervoor is dat leerlingen veel worden blootgesteld
aan de Nederlandse taal en hier, liefst vanaf de kleuterjaren, sterk onderwijs in
krijgen. Dit punt ondersteun ik volledig. Leerlingen met een anderstalige achtergrond
moeten op school zoveel mogelijk in aanraking komen met de Nederlandse taal en hierin
goed onderwijs krijgen. Het benutten van talige diversiteit kan hierbij desgewenst
worden ingezet als hulpmiddel.
Tot slot
Ik wil de Onderwijsraad bedanken voor dit advies. Talige diversiteit is voor veel
leraren en docenten onderdeel van de dagelijkse realiteit. Zij zijn op zoek naar manieren
om leerlingen met andere thuistalen zo goed mogelijk te leren lezen, schrijven en
rekenen. Zeker nu omgaan met meertaligheid onderdeel wordt van het curriculum is het
van belang dat leraren hierbij worden ondersteund. Ik zie het advies als een waardevolle
aanvulling op reeds ingezet beleid om leraren te ondersteunen om talige diversiteit
te benutten ten behoeve van het leren van en in het Nederlands.
Indieners
-
Indiener
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap