Brief regering : Geannoteerde agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 13 en 14 oktober 2025
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3249
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 september 2025
Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de informele Raad Buitenlandse Zaken
Handel van 13 en 14 oktober 2025.
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
A. de Vries
GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE RAAD BUITENLANDSE ZAKEN HANDEL VAN 13–14 OKTOBER 2025
Introductie
Op dinsdag 14 oktober a.s. vindt de informele Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) Handel
plaats in Horsens, onder Deens voorzitterschap. De informele Raad zal waarschijnlijk
vooraf worden gegaan door een diner op maandag 13 oktober. Tijdens de informele vergadering
van de Raad op 14 oktober zal achtereenvolgens worden gesproken over de handelsbetrekkingen
van de Europese Unie (EU) met de Verenigde Staten (VS) en over economische veiligheid.
Voorts wordt tijdens de lunch gesproken over de lopende onderhandelingen van de EU
met derde landen.
Handelsbetrekkingen EU–VS
De Raad zal spreken over de EU–VS handelsbetrekkingen. Naar verwachting zal de Europese
Commissie (de Commissie) een terugkoppeling geven over de uitwerking van de afspraken
gemaakt met de VS in het Joint Statement (JS) van 21 augustus jl.1 Uw Kamer is eerder geïnformeerd over deze gezamenlijke verklaring in de kamerbrief
van 26 augustus jl.2
Zoals ook aangegeven in de kamerbrief van 26 augustus jl. hebben de VS en de Europese
Commissie eerder, op 27 juli jl., een mondelinge overeenkomst op hoofdlijnen bereikt.
Deze is verder uitgewerkt in het JS van 21 augustus jl. De afspraken gemaakt in de
gezamenlijke verklaring voorzien in een Amerikaanse basisimportheffing van 15 procent
voor het merendeel van de Europese goederen die in de VS worden geïmporteerd. Dit
percentage is inclusief de bestaande «Most Favoured Nation» (MFN) heffing die de VS op basis van de regels van de Wereldhandelsorganisatie mag
heffen, tenzij het MFN tarief hoger is dan 15% in welk geval alleen het MFN tarief
wordt geheven. Aan de andere kant zal de EU tariefsverlagingen doorvoeren op een scala
van agrarische en industriële goederen uit de VS. De gezamenlijke verklaring is juridisch
niet-bindend en behoeft voor een deel nadere uitwerking. De gezamenlijke verklaring
is daarmee geen handelsakkoord. De implementatie van de afspraken die aan EU-zijde
besluitvorming vereisen, zal via de gebruikelijke EU-procedures verlopen.
De VS heeft in de gezamenlijke verklaring toegezegd om heffingen op auto’s van 27,5
procent naar 15 procent te reduceren nadat de Commissie een formeel voorstel heeft
gedaan om de toegezegde verlaging van EU invoerheffingen te implementeren. De Commissie
heeft twee wetgevende voorstellen hiertoe op 28 augustus jl. gedeeld met de lidstaten
en met het Europees Parlement (EP). Over deze twee specifieke voorstellen zal uw Kamer
binnenkort nader geïnformeerd worden middels een BNC-fiche. Nu de Commissie de voorstellen
heeft gepubliceerd, is door de Commissie de verwachting uitgesproken dat de VS de
tarieven op auto’s spoedig zal verlagen zoals afgesproken in de gezamenlijke verklaring.
De gezamenlijke verklaring laat ruimte voor verdere onderhandelingen. De inzet van
de EU, daarin gesteund door Nederland, blijft om de Amerikaanse heffingen via onderhandelingen
zoveel mogelijk verder te verlagen. Tegelijk is duidelijk dat een algemene verlaging
van het huidige tarief door de VS op dit moment niet realistisch is. Daarom zal de
verdere inzet van de Commissie en Nederland zich richten op het realiseren van «carve outs» in specifieke sectoren. Daarbij zet het kabinet in op voor Nederland prioritaire
exportbelangen. Ook is in de gezamenlijke verklaring afgesproken dat verder wordt
gesproken over het inrichten van quota ten behoeve van de EU staalexport naar de VS.
Het kabinet blijft het belang en de urgentie hiervan onderstrepen in Brussel en in
contacten met de Amerikaanse overheid. Ook is en blijft het kabinet in voortdurend
contact met het Nederlandse bedrijfsleven over de gevolgen van de Amerikaanse heffingen.
Economische veiligheid
De Raad zal naar verwachting spreken over economische veiligheid en specifiek over
de door de Commissie aangekondigde «Economische Veiligheidsdoctrine». De Commissie
zal waarschijnlijk de eerste contouren van deze doctrine met de lidstaten delen, waarna
de discussie zich onder andere kan richten op de vraag hoe economische veiligheidsinstrumenten
strategischer kunnen worden ingezet.
Het kabinet verwelkomt de inspanningen van de Commissie om tot een beter gecoördineerde
inzet op het gebied van economische veiligheid te komen en ziet uit naar de voorstellen
voor de doctrine. Gelet op de onderlinge verbondenheid van de Europese economieën
op de interne markt is dit niet alleen van belang voor de nationale veiligheid van
de Unie en zijn lidstaten, maar ook voor het gelijk speelveld binnen de EU.
Het kabinet zet in op een aanpak die proportioneel, gericht, landenneutraal en risico-gebaseerd
is. Deze is opgebouwd uit het protect- en promote-beleid, en heeft aandacht voor internationale partnerschappen. Het kabinet vindt
het van belang dat overheidsingrijpen met EV-instrumenten beperkt blijft tot het adresseren
van risico’s voor de nationale veiligheid en dat wat daaronder valt niet onnodig opgerekt
wordt.
Lunch: stand van zaken handelsakkoorden
De Raad zal stilstaan bij verschillende bilaterale handelsrelaties, inclusief aangekondigde,
lopende en afgeronde onderhandelingen over handelsakkoorden. Naar verwachting betreft
dit onder andere de onderhandelingen met Indonesië; met de vier Mercosur-landen (Argentinië,
Brazilië, Paraguay, en Uruguay); met Mexico; en met India. Besluitvorming over deze
dossiers is tijdens de informele Raad niet aan de orde.
Op 13 juli jl. spraken president Prabowo van Indonesië en Commissievoorzitter Von
der Leyen gezamenlijk de intentie uit om de onderhandelingen over het handelsakkoord
tussen de EU en Indonesië, die zich in de eindfase bevinden, spoedig af te ronden.
Tussen de EU en India vond in de week van 8 tot 12 september jl. de dertiende onderhandelingsronde
plaats. De Commissie heeft op 3 september jl. de teksten voor een EU-Mercosur akkoord
en een interim EU-Mercosur handelsakkoord evenals de teksten voor de modernisering
van het EU-Mexico akkoord ter besluitvorming voorgelegd aan de Raad. Uw Kamer zal
voorafgaand aan besluitvorming in de Raad nader worden geïnformeerd over de kabinetsappreciatie
van deze voorstellen. Besluitvorming in de Raad zal naar verwachting niet eerder dan
eind-november plaatsvinden.
Een geactualiseerde versie van de voortgangsrapportage handelsakkoorden met een overzicht
van de lopende onderhandelingen is bijgevoegd bij deze geannoteerde agenda. Het kabinet
zet in op een actief EU handelsbeleid, waarin handelsakkoorden een belangrijk instrument
zijn. Handelsakkoorden kunnen bijdragen aan het vergroten van de economische weerbaarheid
en slagvaardigheid van Nederland en de EU en zorgen voor verbeterde markttoegang voor
ondernemers. Bovendien faciliteren handelsakkoorden de diversificatie van handelspartners
en mitigeren daarmee de risico’s van strategische afhankelijkheden. Tegelijkertijd
blijft gelden dat het kabinet ieder nieuw akkoord op de merites beoordeelt voorafgaand
aan besluitvorming, met als uitgangspunt dat deze akkoorden moeten bijdragen aan het
versterken van de Nederlandse economie.
Overig
Aankondiging Commissie: versterking coördinatie EU-brede export controles
De Commissie heeft aangekondigd dat per 9 november voor 24 specifieke goederen en
technologieën EU-brede exportcontroles worden ingesteld3. Dit is nog afhankelijk van goedkeuring door de Raad en het EP. Voor Nederland is
dit een positieve ontwikkeling. Vrijwel alle items worden in Nederland en een aantal
andere EU lidstaten al nationaal gecontroleerd4. De stap houdt in dat andere Europese lidstaten deze maatregelen overnemen. Nederland
heeft van meet af aan een voortrekkersrol gespeeld in de aanzet tot meer Europese
coördinatie op exportcontrole van dual-use items, onder meer voor het gelijke speelveld
en bescherming van de interne markt.
Deze stap was al aangekondigd in het witboek exportcontrole van januari 2024.5 In de kabinetsappreciatie van dit witboek6 gaf het kabinet al aan een «positieve grondhouding» te hebben ten aanzien van deze
stap van de Commissie. Hierbij werd wel het belang onderkend van een nauwe link met
de bestaande multilaterale exportcontroleregimes, en dat deze stap wordt genomen na
discussie tussen de EU-lidstaten over «de precieze omstandigheden waaronder, en de
precieze situaties die zich zouden lenen» voor deze toepassing. Dat is wat betreft
het kabinet nu het geval.
Kabinetsappreciatie EU–Zuid-Korea Digitale Handelsovereenkomst
Zoals eerder aangekondigd in de voortgangsrapportage handelsakkoorden hebben de Europese
Unie (EU) en Zuid-Korea de onderhandelingen over een akkoord over digitale handel
op 10 maart 2025 afgerond. Inmiddels zijn de concept-Raadsbesluiten en de tekst van
een akkoord ter besluitvorming aan de Raad aangeboden7. Via deze weg wordt uw Kamer geïnformeerd over de inhoud van het akkoord en de voorgenomen
positie van het kabinet in de verdere EU besluitvorming. Uw Kamer is eerder via een
BNC-fiche geïnformeerd over het verzoek van de Europese Commissie voor een mandaat
om met Zuid-Korea te onderhandelen over een akkoord over digitale handel8. De digitale handelsovereenkomst met Zuid-Korea voorziet in moderne en ambitieuze
regels over digitale handel inclusief grensoverschrijdende gegevensstromen en vormt
een aanvulling op het bestaande handelsakkoord tussen de EU en Korea, dat van kracht
is sinds 2011. Dit akkoord is net als de digitale handelsovereenkomst met Singapore9 een op zichzelf staand akkoord. De digitale handelsovereenkomst met Zuid-Korea zal
een verdere impuls geven aan de sterke handelsrelatie met Zuid-Korea, die in grote
mate digitaal plaatsvindt (zo’n 25% van de wereldwijde handel is digitaal en dit percentage
neemt toe).
Het kabinet ziet het toenemend belang van nauwere samenwerking met derde landen die
net als Nederland waarde hechten aan effectief multilateralisme en belang hebben bij
een goed functionerende internationale rechtsorde. De voorgestelde bepalingen met
Zuid-Korea passen in het streven om ambitieuze en moderne regels voor digitale handel
af te spreken in de bilaterale relaties met de handelspartners van de EU. Ook draagt
deze overeenkomst bij aan diversificatie van handelsstromen en daarmee het versterken
van de Europese open strategische autonomie. Het onderhandelingsresultaat is in lijn
met de kabinetsinzet wat betreft digitale handel en bevat afspraken die digitale handel
faciliteren en meer zekerheid bieden aan bedrijven en consumenten die handelen in
digitale diensten. Zo zijn er bepalingen opgenomen inzake grensoverschrijdende gegevensstromen,
de bescherming van privacy en persoonlijke data, het verbod op douaneheffingen op
elektronische transacties, het faciliteren van elektronische contracten en elektronische
handtekeningen en bescherming tegen ongewenste e-mails (zogenaamde spam).
Het akkoord respecteert Europese privacy- en databeschermingswetgeving en behoudt
de regelgevende ruimte van de EU om beleidsdoelstellingen op het gebied van privacy
en data te bereiken. De Europese Commissie hoopt dat de Raad spoedig een besluit tot
ondertekening neemt, zodat de ondertekening voor het einde van het jaar kan plaatsvinden.
Na aanname van het Raadsbesluit tot ondertekening zullen de EU en Zuid-Korea tot ondertekening
overgaan. De Raad is nu aan zet om te besluiten over de ondertekening van het akkoord
door de EU, en zal binnenkort gevraagd worden om in te stemmen. Aangezien de onderhandelingsresultaten
in lijn zijn met de Nederlandse inzet (zoals ook vastgelegd in het BNC fiche), is
het kabinet voornemens akkoord te gaan met de voorliggende concept-Raadsbesluiten.
Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)
Ten opzichte van de geannoteerde agenda voor de vorige RBZ Handel (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3185) zijn geen noemenswaardige nieuwe ontwikkelingen te melden over de versimpeling van
de Corporate Sustainability Due Diligence Directive in het kader van het Omnibus I-voorstel. Naar verwachting zal het Europees Parlement
(EP) in oktober van dit jaar een positie innemen over het voorstel, waarna de onderhandelingen
tussen Raad, het EP en de Europese Commissie zullen starten. Het kabinet zal gedurende
de onderhandelingen de Nederlandse standpunten, zoals verwoord in het eerder met de
Tweede Kamer gedeelde BNC-fiche,10 onder de aandacht blijven brengen.
Het kabinet zet in op brede ondersteuning van het bedrijfsleven mede in voorbereiding
op Europese IMVO-wetgeving. Conform aankondiging in de beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland welvarend en weerbaar» van 28 mei jl., is de dienstverlening van het MVO-steunpunt versterkt. Op 17 september jl.
is het nieuwe Subsidieprogramma verantwoord ondernemen MKB (SVOM) gepubliceerd in
de Staatscourant.11 Deze regeling helpt het MKB bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid om risico’s
voor mens en milieu te kunnen adresseren. Ook heeft het MVO-steunpunt deze zomer een
nieuwe training voor het MKB ontwikkeld en verschillende praktische tools gepubliceerd.12
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken