Brief regering : Fiche: Mededeling Europese strategie voor waterweerbaarheid en aanbeveling over leidende beginselen inzake waterefficiëntie eerst
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4105
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juli 2025
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 6 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Verordeningen wijziging Europees securitisatieraamwerk. (Kamerstuk 22 112, nr. 4101)
Fiche: Mededeling Internationale Digitale Strategie. (Kamerstuk 22 112, nr. 4102)
Fiche: Defence Readiness Omnibus pakket. (Kamerstuk 22 112, nr. 4103)
Fiche: Mededeling Het Europees Oceaanpact. (Kamerstuk 22 112, nr. 4104)
Fiche: Mededeling Europese strategie voor waterweerbaarheid en aanbeveling. over leidende
beginselen inzake waterefficiëntie eerst.
Fiche: Verordening uitfaseren import Russisch aardgas en monitoring energieafhankelijkheden.
(Kamerstuk 22 112, nr. 4106)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
C.C.J. Veldkamp
Fiche: Mededeling Europese strategie voor waterweerbaarheid en aanbeveling over leidende
beginselen inzake waterefficiëntie eerst
1. Algemene Gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan de het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Europese strategie voor waterweerbaarheid
en aanbeveling van de Commissie over leidende beginselen inzake waterefficiëntie eerst
b) Datum ontvangst Commissiedocument
4 juni 2025
c) Nr. Commissiedocument
COM(2025)280
COM(2025)3580
d) EUR-Lex
https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/ES/TXT/?uri=CELEX:52025DC0280
https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32025H1179&qi…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Milieuraad
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
2. Essentie voorstel
De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft op 4 juni jl. de mededeling over de
Europese Waterweerbaarheidsstrategie (hierna: strategie) uitgebracht, met een daar
bijbehorende aanbeveling over waterefficiëntie. Deze worden beiden in dit BNC fiche
geapprecieerd.
De strategie richt zich op drie hoofddoelstellingen: het herstel van de waterkringloop,
het bevorderen van een watereconomie en het garanderen van schoon en betaalbaar water
en sanitaire voorzieningen voor iedereen. Volgens de Commissie is een aanpak van zowel
watertekorten als -overschotten noodzakelijk. Daartoe worden vijf pijlers voorgesteld:
bestuur en implementatie, financiering, digitalisering, onderzoek en innovatie en
veiligheid en voorbereid zijn. zoetwater is een niet-vanzelfsprekende bron en toegang
ertoe is een mensenrecht. Waterefficiëntie is volgens de Commissie de sleutel. Het
zorgen voor de beschikbaarheid van water is essentieel, evenals het herstellen en
beschermen van de waterkringloop van «de bron tot aan zee». Het betreft zowel oppervlakte-
als grondwater. Waterweerbaarheid is ook een zaak van veiligheid en het voorbereid
zijn op crises in de EU. De aanpak van verontreiniging aan de bron blijft belangrijk.
Via de bijbehorende aanbeveling over waterefficiëntie moedigt de Commissie lidstaten
aan het beginsel van «waterefficiëntie eerst» toe te passen. De Commissie ziet in
de aanbeveling de mogelijkheid tot een verbetering van de waterefficiëntie met ten
minste 10% in 2030, waarbij lidstaten worden aangemoedigd eigen streefcijfers te ontwikkelen.
Ten tweede wordt aanbevolen dat landen duurzaam en efficiënt waterbeheer toepassen
met behulp van klimaatprognoses, digitale hulpmiddelen, innovatie en regelmatige monitoring.
Ten derde wordt opgeroepen tot goed bestuur voor waterbeheer met eerlijke en transparante
mechanismes voor waterverdeling. Ten vierde wordt gekeken naar effectief en efficiënt
watermanagement via opleiding en bewustwording. Tot slot wordt geadviseerd om via
grensoverschrijdende en internationale samenwerking het beginsel wereldwijd te versterken
en langetermijninvesteringen aan te trekken.
Om de doelstellingen van de strategie te behalen, zet de Commissie in op vijf pijlers.
Ten eerste wordt ingezet op governance en uitvoering, waarbij lidstaten worden aangespoord om bestaande EU-wetgeving verder
te implementeren, o.a. de Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water. Ten tweede wil
de Commissie inzetten op zowel publieke als private investeringen in duurzaam waterbeheer.
Ten derde ziet de Commissie kansen om met digitalisering en kunstmatige intelligentie
goed waterbeheer te versnellen en te vereenvoudigen. Ten vierde wil de Commissie de
concurrentiekracht van de watersector vergroten door innovatie op te schalen, kennis
beter te benutten en vaardigheden te versterken. Tot slot vormen veiligheid en paraatheid
de vijfde pijler van de strategie. Afsluitend roept de Commissie op om mondiaal te
werk te gaan. Waterweerbaarheid is cruciaal voor Europese en wereldwijde duurzame
ontwikkeling, mensenrechten, vrede en veiligheid. Een sterk internationaal leiderschap
van Europa op waterweerbaarheid draagt bij aan bescherming en herstel van de mondiale
watercyclus, opbouw van een watereconomie en toegang tot schoon (drink-)water.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a. Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Vraagstukken met betrekking tot water spelen in Nederland vanwege de ligging in de
delta van verschillende rivieren altijd op meerdere terreinen, zoals landbouw, industrie,
wonen, natuur en goederenvervoer. Nederland heeft dan ook een ver uitgewerkte verdeling
van verantwoordelijkheden bij verschillende actoren van publiek en privaat. De Rijksoverheid
heeft daarom in samenwerking met de medeoverheden al veel beleid, wet- en regelgeving
en strategieën en plannen op het gebied van waterbeheer en klimaatadaptatie ontwikkeld
en geïmplementeerd. Nationale voorbeelden hiervan zijn divers: het Nationaal Water
Programma,1 de Nationale Adaptatiestrategie,2 en zoals genoemd in de voetnoot.3 Het kabinet voorziet dat de impact van extreem weer niet volledig kan worden voorkomen
en zet daarom in op meerlaagse veiligheid: naast preventie en ruimtelijke inrichting,
richt het kabinet zich op waterbewustzijn, crisisbeheersing en waterrobuust herstel.4 Nederland is verdragspartij van het WHO-protocol Water en Gezondheid over veilig
drinkwater, sanitaire voorzieningen en duurzaamheid, waarbij Nederland actief bijdraagt
aan het internationale werkprogramma voor waterveiligheid en gezondheid.5
Ook is Nederland bezig om de Europese Critical Entities Resilience Directive6 om te zetten naar de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten met als doel de fysieke
weerbaarheid van vitale organisaties te vergroten tegen verschillende risico’s, inclusief
klimaat- en natuur-gerelateerd. Daarnaast omvat het Nederlandse beleid maatregelen
over de aanpak van waterkwaliteit en waterkwantiteit.
Tenslotte past de Nederlandse inzet op internationale samenwerking via riviercommissies,
scheepvaartcommissies en bilateraal met onze buurlanden in dit kader.7 Klimaatverandering vraagt om een versterking van deze internationale samenwerking
in de stroomgebieden waar Nederland deel van uitmaakt. De proactieve en verbindende
waterrol die de EU internationaal wil blijven spelen en daarbij het (verder) ontwikkelen
van een mondiaal hoofdstuk over waterweerbaarheid is ook Nederlands beleid.
b. Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet herkent in de strategie het Nederlands waterbeleid. Centraal staat de
benadering van het watersysteem als één geheel, van bron tot aan de zee, met zowel
waterkwantiteit als waterkwaliteit. Daarbij kijkt de strategie naar een goede aanpassing
van het watersysteem tegen de gevolgen van klimaatverandering. De inzet van de Commissie
op waterbesparing en hergebruik, de verbinding tussen water en bodem met de sponswerking
en het beter en meer meten in het (drink)watersysteem passen hier goed. Ook de inzet
van nature-based solutions in de vorm van groenblauwe oplossingen bieden hier kansen op een win-win voor natuur-
en waterbeheer. Ook de inzet op een sterke positie van Europa op het gebied van water
in de wereld, kan op actieve steun vanuit het kabinet rekenen. Positief is dat de
Commissie ook de onlosmakelijke verbinding tussen de wateropgaven en andere opgaven,
zoals landbouw, industrie, (schone) energieproductie, ruimtelijke ordening en het
vervoer over water (TEN-T)8 ziet. Daarom moet beleid en regelgeving rekening houden met de verschillende sectoren
en de onderlinge verwevenheid. Dit geldt zowel voor het Nederlandse als het Europese
beleid en regelgeving. Het kabinet ondersteunt de inzet van de strategie op het gebied
van (volks)gezondheid door toegang tot schoon en veilig drinkwater en sanitatie.
De inzet op het versterken van de grensoverschrijdende samenwerking tussen landen,
in onder meer de riviercommissies, is positief. Het kabinet vindt versterking van
deze samenwerking met ondersteuning van de EU belangrijk, bijvoorbeeld in de beschikbare
middelen en capaciteit van de internationale riviercommissies. Juist in het versterken
van deze samenwerking, ook op de kleinere waterstromen is een verbetering van het
internationale waterbeheer te behalen. Een andere maatregel waar het kabinet met veel
verwachting naar kijkt is het aangekondigde publiek-private onderzoek om PFAS te kunnen
detecteren en behandelen. Het kabinet bundelt hierin graag de krachten met de Europese
partners.
Het kabinet steunt de proactieve en verbindende waterrol die EU wil blijven spelen
in de wereld, onder meer via de coördinatie van de positie van EU-lidstaten in multilaterale
fora. Het betreft bijvoorbeeld het realiseren van ambitieuze en actiegerichte uitkomsten
van de VN-waterconferenties in 2026 en 2028, door onder meer stappen richting een
regulier intergouvernementeel VN-proces op water, via het stroomlijnen van water in
multilaterale processen. Het kabinet steunt ook activiteiten en deelname aan essentiële
coalities, netwerken en partnerschappen, zoals de VN-Waterconventie over grensoverschrijdend
waterbeheer. Het kabinet steunt verder het nader ontwikkelen van het mondiale hoofdstuk
in de strategie. De in de strategie genoemde Global Gateway Strategy en sterkere betrokkenheid van de private sector om investeringen te stimuleren, bieden
kansen om de Nederlandse watersector (watertech bedrijven, ingenieursbureaus, bouwers
en kennisinstellingen) in Europa en wereldwijd te positioneren en om door middel van
industriebeleid de Europese groeimarkten te ondersteunen.
Het kabinet vindt dat het opzetten van een Thematische Water Hub, Europese Wateracademie,
een Slimme Industriële Alliantie, een Platform van Excellent Praktijkonderwijs Water
en een Europese Water Alliantie kansen biedt voor profilering en acquisitie van Nederlandse
onderzoeks- en onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven.
Het kabinet is er positief over dat de Commissie nu niet kiest voor het komen tot
nieuwe regelgeving, maar naar de mogelijkheden binnen de huidige regelgeving kijkt.
Daarin liggen voldoende uitdagingen. Het kabinet roept de Commissie op om daarbij
te streven naar harmonisatie van EU-wetgeving met als doel om de regeldruk te verminderen.
Het kabinet heeft hierbij als uitgangspunt een haalbare en efficiënte implementatie
en effectieve koppeling tussen richtlijnen, en betere afstemming tussen bovenstroomse
en benedenstroomse lidstaten.
Het kabinet is terughoudend ten aanzien van de hoeveelheid plannen en actieplannen
die de Commissie in de strategie aankondigt of introduceert. Er zijn al veel voorgeschreven
plannen en cycli in het waterdomein en lidstaten moeten voldoende ruimte houden voor
een nationale context. Dit geldt in het bijzonder ten aanzien van het onderwerp waterbesparing.
Dit betekent dat het kabinet bij de uitwerking van de strategie iedere keer scherp
zal kijken of de voorstellen van de Commissie uitvoerbaar zijn, tot administratieve
lasten leiden voor overheid en burger, en of er voldoende ruimte is voor maatwerk
op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Het doel en verwachte verbetering moet daar
wel tegen opwegen. Ook andere initiatieven die de Commissie in de strategie aankondigt,
zal het kabinet op deze wijze beoordelen.
In het bijzonder zal het kabinet scherp zijn op plannen rondom droogte en waterbeschikbaarheid.
Zo kunnen de aangekondigde criteria voor waterschaarste niet op steun van Nederland
rekenen. Dit is een centraal onderwerp, waar Nederland al veel beleid op heeft (zoals
de verdringingsreeks bij droogte) en het kabinet volop mee bezig is. Het kabinet vindt
dat er in de uitvoering voldoende rekening moet worden gehouden met de verschillen
tussen de lidstaten en de nationale contexten.
Waterbesparing is belangrijk en ook een doelstelling van het kabinet. Het is echter
in eerste instantie een nationale competentie. Waterbeschikbaarheid is een kwestie
van aanbod en vraag, waarbij ruimte moet zijn om de meest kostenefficiënte keuzes
te maken. De doelstelling van 10% water efficiency in 2030 zoals uitgewerkt in de
aanbeveling is in lijn met het kabinetsbeleid. Daarbij is het belangrijk hoe dit precies
ingevuld gaat worden. Nederland werkt voor 2035 toe naar een beperking van het huishoudelijk
drinkwatergebruik9 en van het zakelijk gebruik met 20% gereduceerd ten opzichte van de referentieperiode
2016–2019. Ook het veilig hergebruiken van water en het bevorderen van het beperken
van energiegebruik lijken vooralsnog in lijn met het kabinetsbeleid. Nederland steunt
daarnaast het voorstel van de Europese Commissie om een publiek-privaat initiatief
op te zetten om te komen tot een technologische doorbraak m.b.t. uitvoerbare en betaalbare
methoden voor droge koeling.
c. Eerste inschatting van krachtenveld
Er is binnen het Europees Parlement brede steun voor de strategie, onder andere gelet
op de door het Europees Parlement aangenomen resolutie hierover op 7 mei jl.10 Verwacht wordt dat lidstaten positief zullen zijn over de strategie. Vrijwel alle
lidstaten erkennen de toenemende urgentie van droogte- en overstromingsproblemen.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding ten aanzien van de bevoegdheid is ten aanzien van deze strategie en
aanbeveling is positief. De strategie heeft betrekking op meerdere beleidsterreinen
van de EU, met name op die van waterbeheer in brede zin, milieu, natuur, landbouw,
goederenvervoer en de bijbehorende logistieke keten, trans-Europese transportnetwerken,
stedelijke inrichting, kennis en innovatie, bedrijfsactiviteiten, internationaal beleid
en gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van waterbeschikbaarheid
en calamiteiten. Op het gebied van landbouw en milieu en op het gebied van vervoer
en trans-Europese transportnetwerken hebben de EU en EU-lidstaten een gedeelde bevoegdheid
(artikel 4, lid 2, sub d, e, g, h en k, VWEU). Mochten er in het vervolg op het gebied
van waterweerbaarheid voorstellen tot wetgevingshandelingen van de Commissie worden
gepubliceerd, dan zal het kabinet de bevoegdheid van de Commissie om deze voorstellen
te doen, zoals gebruikelijk, kritisch beoordelen voor dat specifieke voorstel.
b) Subsidiariteit
De grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit ter attentie van zowel de strategie
als de aanbeveling is positief. De strategie heeft tot doel de waterweerbaarheid en
samenhangende klimaatbestendigheid van de EU te vergroten. Gezien het grensoverschrijdende
karakter van de water- en klimaatproblematiek kan dit onvoldoende door lidstaten op
centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom is een EU-aanpak
nodig. Naast acties op lokaal, regionaal, nationaal, internationaal (binnen de stroomgebieden
en samenwerking in rivier- en scheepvaart commissies), bilateraal niveau, en op mondiaal
niveau dienen ook op Europees niveau acties te worden ondernomen om een waterweerbare
samenleving te realiseren. Coördinatie binnen de EU zorgt voor efficiëntieverbeteringen
met name op het gebied van bilaterale en multilaterale samenwerking, noodzakelijk
voor adequaat, grensoverschrijdend waterbeheer. Om die redenen is optreden op het
niveau van de EU gerechtvaardigd. Mochten er in het vervolg op het gebied van waterweerbaarheid
voorstellen tot wetgevingshandelingen van de Commissie worden gepubliceerd, dan zal
het kabinet deze zoals te doen gebruikelijk beoordelen op hun subsidiariteit.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief ter attentie van zowel de strategie als
de aanbeveling. De strategie heeft tot doel de waterweerbaarheid van de EU te vergroten.
De strategie geeft uitgangspunten voor verdere beleidsontwikkeling binnen de EU op
dit vlak. De strategie brengt dan ook geen nieuwe juridische verplichtingen in bestaande
programma’s met zich mee en de aanbeveling is ook niet bindend. Zoals de strategie
nu is verwoord, lijkt het optreden geschikt om de doelstelling van het vergroten van
de waterweerbaarheid binnen de EU te bereiken, omdat de beschreven acties EU lidstaten
de additionele beleidsruimte en versterking van bestaande wetgeving gericht op waterweerbaarheid.
Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat de uitvoering
aan de lidstaten wordt overgelaten. Mochten er in het vervolg op het gebied van waterweerbaarheid
voorstellen tot wetgevingshandelingen van de Commissie worden gepubliceerd, dan zal
het kabinet deze zoals te doen gebruikelijk beoordelen op hun proportionaliteit.
d) Financiële gevolgen
De strategie bevat geen aankondigingen voor extra te maken uitgaven buiten de kaders
van het huidige MFK op dit moment. Het ombuigen van Europese fondsen kan gevolgen
hebben voor de opzet van de volgende EU-begroting, bijvoorbeeld budget voor waterweerbaarheid.
Het voorstel kent positieve gevolgen waarbij internationale inzet ondersteund kan
worden door de EU. Het kabinet ziet hier bijvoorbeeld een belangrijke taak voor de
Commissie in het (financieel) ondersteunen van de samenwerking in de riviercommissies.
Het kabinet is van mening dat eventueel benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden
binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van het huidige MFK 2021–2027 en
dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet
zal de Commissie vragen aan te geven wat het financieel beslag van de toekomstige
voorstellen zal zijn. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van
middelen na 2027. Eventuele nationale budgettaire gevolgen dienen ingepast te worden
op de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement, conform de regels van
de budgetdiscipline. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met eventuele budgettaire
gevolgen voor medeoverheden. In geval er voorstellen volgen naar aanleiding van deze
Mededeling zullen deze onder andere op financiële gevolgen beoordeeld worden volgens
de bestaande werkafspraken met de Kamer voor het opstellen van een BNC-fiche.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Aangezien niet in de strategie noch in de aanbeveling is voorzien in nieuwe regelgeving
worden vooralsnog geen gevolgen voorzien voor de regeldruk. Wel is er sprake van mogelijke
inbedding van waterweerbaarheid in bestaande regelgeving. Het kabinet zal in dergelijke
gevallen letten op de gevolgen voor de regeldruk. De mededeling heeft eveneens vooralsnog
geen gevolgen voor administratieve lasten. Bij de uitwerking van eventuele maatregelen
ten behoeve van dit proces zal het kabinet rekening blijven houden met de gevolgen
van de administratieve lasten. Er kunnen echter verschillen in waterbeschikbaarheid
per land ontstaan hetgeen een internationale dimensie toevoegt met mogelijk negatieve
gevolgen voor de concurrentiekracht. Ook aanpak van verontreiniging aan de bron heeft
mogelijk gevolgen voor de concurrentiekracht. Het lanceren van een Water Smart Industrial
Alliance en een Europese Wateracademie, zoals opgenomen in de mededeling, kan een
positief effect hebben op de concurrentiekracht aangaande de marktkansen van het Nederlands
bedrijfsleven en kennisinstituten. Bij ondersteuning van de samenwerking van de internationale
riviercommissies kunnen positieve aspecten optreden. Geopolitieke aspecten zijn dat
Europa wereldwijd de drager van waterkennis en technologie wordt en zich hierdoor,
met Nederland, strategisch sterk positioneert waar wereldwijd van kan worden geprofiteerd.
Indieners
-
Indiener
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.