Brief regering : Verslag Financieel Stabiliteitscomité 1 december 2023
32 545 Wet- en regelgeving financiële markten
Nr. 199 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 februari 2024
Hierbij zend ik u het verslag van de bijeenkomst van het Financieel Stabiliteitscomité
van 1 december 2023. Dit verslag wordt ook gepubliceerd op de eigen website van het
Financieel Stabiliteitscomité.
In het Financieel Stabiliteitscomité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en
het Ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president
van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële
stelsel. Het CPB neemt als externe deskundige deel aan de vergadering. De deelnemers
namens het Ministerie van Financiën en CPB nemen geen deel aan de besluitvorming over
het signaleren van risico’s en het doen van aanbevelingen.
De Minister van Financiën, S.P.R.A. van Weyenberg
Verslag Financieel Stabiliteitscomité 1 december 2023
In het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) spreken vertegenwoordigers van de Autoriteit
Financiële Markten (AFM), De Nederlandsche Bank (DNB) en het Ministerie van Financiën
over ontwikkelingen op het gebied van financiële stabiliteit in Nederland. Het Centraal
Planbureau (CPB) neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen. Bij de bespreking
over de woningmarkt tijdens deze vergadering was ook de Directeur Wonen van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aanwezig. De President van DNB is voorzitter
van het FSC.
Tijdens de vergadering van 1 december 2023 heeft het FSC gesproken over de actuele
ontwikkelingen en risico’s voor financiële stabiliteit. Daarnaast zijn de uitkomsten
van het door DNB en AFM uitgevoerde onderzoek naar liquiditeitsrisico’s bij pensioenfondsen en betrokken uitvoerende vermogensbeheerders
besproken. Dit onderzoek volgt op een aanbeveling van het FSC om verder onderzoek te doen naar de liquiditeitsrisico’s bij pensioenfondsen
in uitzonderlijke situaties van stress op financiële markten.1 Tevens heeft het FSC gesproken over leennormen op de woningmarkt en een verzoek vanuit
de Eerste Kamer met betrekking tot de verslaglegging van het FSC.
Actuele ontwikkelingen en risico’s financiële stabiliteit
Hoewel de Nederlandse economie al drie kwartalen licht krimpt, blijft de arbeidsmarkt
krap en daalt de inflatie. Door de hogere rentes is het voor huishoudens, bedrijven
en de overheid in Nederland duurder geworden om geld te lenen. Tegelijkertijd zijn
huizenprijzen sinds de zomer van 2023 gestabiliseerd. Daarnaast blijft de arbeidsmarkt
naar verwachting de komende jaren krap, waardoor de werkloosheid laag blijft. Deze
aanhoudende krapte draagt bij aan hogere loongroei. Hoewel de inflatie recent gedaald
is, zijn de krappere financiële condities noodzakelijk om de nog steeds hoge inflatie
in lijn te brengen met de inflatiedoelstelling. De inflatieontwikkeling in 2024 is
omgeven met onzekerheid en zal sterk afhangen van loongroei en (geo)politieke ontwikkelingen.
Als open economie is Nederland sterk afhankelijk van ontwikkelingen in het buitenland.
Geopolitieke spanningen hebben daarmee rechtstreeks invloed op de Nederlandse economie.
Zo kan economische fragmentatie leiden tot verstoringen in productieketens en de Nederlandse handels- en investeringspositie aantasten2. Het FSC noemt in deze context ook cyber als belangrijk risico, vanwege het disruptieve
karakter van cyberaanvallen op de samenleving en het financiële systeem. De recente
cyberaanval op Australische havens is een concreet voorbeeld van economische verstoring
door middel van een cyberaanval.
De snelle transitie naar hogere rentes verandert de risico’s voor de financiële stabiliteit.
Hogere rentes zijn in beginsel gunstig voor financiële instellingen, omdat deze gepaard
kunnen gaan met hogere bancaire winsten en hogere dekkingsgraden bij pensioenfondsen.
Daarnaast hebben beleggers door hogere rentes minder prikkel om in risicovollere activaklassen
te beleggen en wordt de schuldopbouw afgeremd. De transitie naar hogere rentes kan
echter ook eerder opgebouwde kwetsbaarheden blootleggen en daarmee risico’s voor de
financiële stabiliteit creëren.
Ten eerste is de transitie naar hogere rentes in beginsel negatief voor de schuldhoudbaarheid
van bedrijven en overheden. Het FSC constateert dat herfinanciering van leningen – 56%
van de totale Nederlandse bedrijfsschuld loopt binnen twee jaar af of krijgt te maken
met een renteherziening – leidt tot hogere rentelasten, maar dat de effecten hiervan
macro-economisch behapbaar zouden moeten zijn. Naast hogere rentelasten loopt de winstgevendheid
van bedrijven terug door hogere lonen. Voor overheden zijn gezonde overheidsfinanciën
van belang, zodat spanningen in obligatiemarkten, zoals in de Britse gilts markt een
jaar geleden, voorkomen worden. Het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt.3 Gezonde overheidsfinanciën stellen de Nederlandse economie in staat om weerbaar te
zijn bij (internationale) schokken. Daarnaast is consistent overheidsbeleid van belang
voor private partijen om lange-termijn investeringen in Nederland te doen.
Ten tweede kunnen kredietrisico’s voor financiële instellingen de komende tijd oplopen.
Als de rentelasten van consumenten en bedrijven toenemen, kunnen meer klanten in betalingsproblemen
komen. De huidige gegevens laten echter nog relatief weinig betalingsachterstanden
zien. Hoewel banken winstgevender zijn door hogere netto rentebaten, dient rekening
gehouden te worden met hogere financieringskosten en toenemende kredietrisico’s.
Net als in andere landen, staat de Nederlandse markt voor commercieel vastgoed onder
druk. Op dit moment zijn er (nog) geen problemen zichtbaar bij financiële instellingen
die blootgesteld zijn aan commercieel vastgoed. Bij banken zijn nog geen signalen
dat kredietrisico’s materialiseren, maar dit kan veranderen als rentes voor lange
tijd op een hoger niveau blijven. Positief daarbij is dat de risico’s bij Nederlandse
vastgoedbeleggingsfondsen beheerst lijken. Dit komt onder meer doordat de terugbetalingsfrequentie
van deze fondsen is afgestemd op het illiquide karakter van de vastgoedbeleggingen.
Hierdoor wordt het risico op zogenaamde fire sales, wat onrust zou kunnen veroorzaken op financiële markten, beperkt.
Liquiditeitsstresstest voor pensioenfondsen
Het FSC bespreekt een door DNB en de AFM uitgevoerd onderzoek naar liquiditeitsrisico’s
uit hoofde van derivatenportefeuilles van pensioenfondsen en betrokken uitvoerende
vermogensbeheerders. Dit onderzoek van DNB en AFM is uitgevoerd op aanbeveling van het FSC.
In het onderzoek hebben een aantal grote pensioenfondsen en betrokken pensioenuitvoeringsorganisaties
(PUO’s) in een liquiditeitsstresstest vier verschillende stressscenario’s doorgerekend.
Deze stressscenario’s bevatten stevige rente- en valutaschokken alsmede beperkingen
in de toegankelijkheid van de repomarkt. De repomarkt is een belangrijke bron om aan
liquiditeit te komen voor financiële instellingen. De stress-scenario’s verschillen
in intensiteit om beter inzicht te verkrijgen in liquiditeitsrisico’s onder uiteenlopende
omstandigheden. Daarnaast zijn de stressscenario’s van korte duur, waarbij de schokken
zich in één of twee dagen voltrekken.
Uit het onderzoek blijkt dat de pensioenfondsen en PUO’s in de stress scenario’s in
staat zijn om aan de margeverplichtingen uit hoofde van hun derivatenpositie te voldoen.
Ze maken gebruik van diverse liquiditeitsbronnen zoals deposito’s, repo’s, onttrekkingen
uit geldmarktfondsen, en de inzet van hoogwaardig schuldpapier als onderpand in plaats
van cash. In geen van de scenario’s hoeft te worden overgegaan op massale verkoop
van kortlopend schuldpapier (of andere activa). Hierdoor is de kans op grote prijsschokken
vanwege fire sales beperkt.
Het FSC benadrukt het belang van goede regelgeving voor geldmarktfondsen en het stabiel
functioneren van de Europese repomarkt. FSC-leden zetten hier Europees en internationaal
ook op in. Wanneer liquiditeitsschokken plaatsvinden, is het van belang dat geldmarktfondsen
in staat zijn om aan de liquiditeitsvraag te voldoen. In maart 2020 werden geldmarktfondsen
bijvoorbeeld geconfronteerd met een grote uitstroom, waardoor deze fondsen massaal
stukken moesten verkopen. Deze periode van stress laat zien dat onttrekkingen uit
geldmarktfondsen indirect markteffecten kunnen versterken en benadrukt het belang
dat geldmarktfondsen liquide instrumenten aanhouden.
Voor reportransacties is onderpand van hoge kwaliteit noodzakelijk, met name staatsobligaties
worden hiervoor gebruikt. De markt voor staatsobligaties in het eurogebied is groot
en diep. Hierdoor is er veel onderpand beschikbaar dat voor repotransacties gebruikt
kan worden. FSC-leden benadrukken het belang van het goed functioneren van deze repomarkt,
ook in periodes van stress.
Het FSC bespreekt verder dat de liquiditeitsdruk zal toenemen door de afname van de
mogelijkheid om margeverplichtingen in hoogwaardig schuldpapier te voldoen nu de vrijstelling
voor verplichte centrale clearing van derivaten voor pensioenfondsen komt te vervallen.
Wel zal dit geleidelijk gebeuren, omdat de centrale clearingverplichting alleen voor
nieuwe transacties geldt. Daartegenover staat dat het nieuwe pensioencontract mogelijk
een neerwaartse druk op de liquiditeitsbehoefte geeft. De precieze impact is nog onduidelijk
en zal sterk afhangen van de exacte renterisicoafdekking onder het nieuwe pensioencontract.
FSC-leden steunen de aanbevelingen die uit het onderzoek komen: (i) het blijven monitoren
van de liquiditeitspositie van pensioenfondsen en het functioneren van geldmarkten,
(ii) het versterken van het macroprudentieel raamwerk voor niet-bancaire financiële
instellingen, zoals geldmarktfondsen, en (iii) het vertalen van de bevindingen in
de bestaande DNB good practices over het liquiditeitsrisicomanagement van pensioenfondsen.
Leennormen op de woningmarkt
De Nederlandse woningmarkt wordt gekenmerkt door krapte, met een grotere vraag naar
woningen dan het beschikbaar aanbod. De woningprijzen zijn sinds de zomer van 2023
gestabiliseerd. Het FSC bespreekt twee studies van het CPB (studie 1, studie 2)4 naar de effecten van de loan-to-income ratio op de woningmarkt. De studies laten
zien dat strengere leennormen op hypotheken, zoals de LTI, welvaartseffecten hebben
en de toegankelijkheid tot de koopwoningenmarkt beperken. Het FSC ziet de beschikbaarheid
van woningen, met name in het middenhuursegment, als belangrijk voor een goed functionerende
woningmarkt.
FSC-leden constateren dat de woningmarkt sinds de financiële crisis minder procyclisch
is geworden. De genomen maatregelen ten aanzien van leennormen hebben eraan bijgedragen
dat de woningmarkt een minder sterk procyclisch effect op de Nederlandse economie
heeft. Zo is de consumptie van huishoudens stabieler geworden en hangt deze minder
sterk samen met huizenprijsontwikkelingen en het inkomen. Het FSC stelt dat meer regelgeving
de huizenmarkt niet per definitie stabieler maakt en dat er goed gekeken moet worden
of regelgeving het gewenste effect heeft.
Het verruimen van leennormen zou ervoor kunnen zorgen dat meer huishoudens een woning
kunnen kopen, maar ook dat woningprijzen verder stijgen. Voor starters werken stijgende
huizenprijzen juist contraproductief. Daarnaast is consumentenbescherming van belang,
vooral wanneer huishoudens vanwege bijvoorbeeld werkloosheid hun huis gedwongen moeten
verkopen. Aangezien werkloosheid normaliter sterk samenhangt met de economische cyclus
staan dan zowel inkomens als huizenprijzen onder druk, waardoor de kans op restschuld
groter wordt. Meer woningbouw, het uitbreiden van het middenhuursegment en het verder
afbouwen van de fiscale stimulering van koopwoningen zijn effectiever om de toegankelijkheid
van de woningmarkt te vergroten.
Verzoek Eerste Kamerleden m.b.t. verslaglegging
In een brief van de Vaste Kamercommissie Financiën aan de Minister van Financiën d.d.
13 oktober 2023 verzoeken leden van de Eerste Kamer om in het FSC-verslag meer concrete
analyse en conclusies op te nemen, als ook in meer gedetailleerde (concrete) vorm
aandacht- en zorgpunten te duiden, zonder daarbij over te gaan tot lijvige rapportages.
De FSC-leden erkennen het belang van een gedegen verslaglegging, zodat belanghebbenden
goed geïnformeerd worden. Om deze reden zal het FSC extra aandacht aan de verslaglegging
besteden en waar mogelijk onderliggende analyses delen. In dat licht verwijzen FSC-leden
graag naar recente publicaties van DNB5, de AFM6 en het CPB7 voor analyses en duiding van aandacht- en zorgpunten. Tot slot benadrukken FSC-leden
dat DNB, AFM en CPB onafhankelijke organen zijn en dat deze onafhankelijkheid gewaarborgd
dient te blijven.
Volgende vergadering
De volgende vergadering vindt plaats op vrijdag 15 maart 2024. De agenda wordt enkele
weken voorafgaand aan de vergadering vastgesteld.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.P.R.A. van Weyenberg, minister van Financiën