Amendement : Amendement van de leden Grinwis en Stoffer over het terugdraaien van de voorgestelde lastenverzwaringen in box 3
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 42
AMENDEMENT VAN DE LEDEN
GRINWIS EN STOFFER
Ontvangen 20 november 2025
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Voor artikel I, onderdeel I, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ha
In artikel 10.6bis wordt «31/3%-punt» vervangen door «4,85%-punt, met dien verstande dat indien dit resulteert in
een percentage lager dan nul, het percentage op nul wordt gesteld».
II
Artikel I, onderdeel D, vervalt.
III
Artikel I, onderdeel I, vervalt.
IV
Artikel II, onderdeel B, vervalt.
V
Na artikel XXXVIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL XXXVIIIA
In de Wet van 20 december 2017 tot wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 tot
het geleidelijk uitfaseren van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
(Stb. 2017, 523) wordt in artikel III, aanhef, «2048» vervangen door «2041».
VI
In artikel XXXVIIIA, onderdeel A, wordt «4.17a, achtste lid, onderdeel c» vervangen
door «4.17a, achtste lid, onderdeel c, 5.5».
VII
In artikel XLI, derde lid, wordt «artikelen 4.17a, achtste lid, onderdeel c» vervangen
door «artikelen 4.17a, achtste lid, onderdeel c, 5.5».
VIII
Artikel XLIV vervalt.
Toelichting
Dit amendement regelt dat de door het kabinet voorgestelde verhoging van het forfait
voor overige bezittingen in box 3 met 1,78%, en de verlaging van het heffingvrije
vermogen in box 3 niet doorgaat. Indiener is van mening dat deze voorgestelde lastenverhogingen
tot onrechtvaardige en anderszins onwenselijke uitkomsten leidt, met name op de woningmarkt
door de drastische afname (uitponden) van private huurwoningen.
De alternatieve dekking wordt gevonden in het licht versnellen van de afbouw van de
Wet Hillen, zodat deze niet in 2048 maar in 2041 uitgefaseerd is. Dat betekent dat
het huidige afbouwpercentage van 3,33% per jaar wordt verhoogd met 1,47%-punt, zodat
deze 4,85% bedraagt.
Bij een woning met een WOZ-waarde van 500.000 euro waarvan de hypotheek in het geheel
is afbetaald, betekent dit in 2026 dat de korting op het eigenwoningforfait niet 1.283,33
euro maar 1.257,67 euro bedraagt (een verschil van ca. 25 euro). Na toepassing van
het relevante box 1-tarief leidt dit tot een lastenverhoging van ongeveer 10 euro
per jaar in 2026.1 Bij huizen met een hogere WOZ-waarde is het effect uiteraard groter (en vice versa);
en bij niet-geheel afgeloste hypotheken is het effect kleiner.
Het terugdraaien van de lastenverzwaringen in box 3 zorgt voor een budgettaire derving
van 1.268 miljoen euro in 2026 en 2027. De versnelling in het afbouwpad van de Wet
Hillen leidt tot een cumulatieve opbrengst van 2.831 miljoen euro in de periode tot
en met 2047. Per saldo voorziet dit amendement dus in een cumulatieve overdekking
van 295 miljoen euro. Indiener sluit qua dekkingssystematiek aan bij de accijnskorting
van het demissionaire kabinet, waarbij de rekening van de korting in 2026 pas in 2033
is afbetaald.
Technische toelichting
Dit amendement zorgt ervoor dat de berekeningswijze van het forfait voor overige bezittingen
in box 3 niet wordt aangepast. Daardoor zal het forfait voor overige bezittingen voor
het kalenderjaar 2026 uitkomen op 6% in plaats van op 7,78%. Ook de bijbehorende aanpassing
van de berekeningswijze van het forfait per 1 januari 2027 vervalt. Dit zorgt voor
een budgettaire derving van € 1.107 miljoen per jaar voor de jaren 2026 en 2027.
Verder regelt dit amendement dat het heffingvrije vermogen in box 3 niet wordt verlaagd
met ingang van 1 januari 2026. Ook vervalt de in het wetsvoorstel opgenomen bepaling
die regelt dat het bedrag van het heffingvrije vermogen niet zou worden geïndexeerd
op 1 januari 2026. Dit amendement regelt dat het heffingvrije vermogen op 1 januari
2026 volledig wordt geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. Het heffingvrije vermogen
in 2026 komt daardoor uit op € 59.357. Dit zorgt voor een budgettaire derving van
€ 161 miljoen per jaar voor de jaren 2026 en 2027.
De budgettaire derving wordt gedekt door een versnelde afbouw van de aftrek wegens
geen of geringe eigenwoningschuld die is opgenomen in artikel 3.123a, tweede lid van
de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). Bij het begin van het kalenderjaar wordt
het in artikel 3.123a, tweede lid, Wet IB 2001 vermelde percentage op grond van artikel 10.6bis Wet IB 2001 bij ministeriële
regeling vervangen door een ander percentage. Met dit amendement wordt het percentage
waarmee het te vervangen percentage jaarlijks wordt aangepast met ingang van 1 januari
2026 gewijzigd naar 4,85%-punt. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
bedraagt daardoor op 1 januari 2026 71,87% van het verschil tussen de voordelen uit
eigen woning, bedoeld in artikel 3.112 Wet IB 2001, en de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten.
Budgettaire opbrengst uitfaseren Wet Hillen per 2041 i.p.v. 2048
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
13
29
44
60
76
92
108
123
139
155
171
186
2038
2039
2040
2041
2042
2043
2044
2045
2046
2047
struc
cum
202
218
234
248
212
176
140
105
69
33
0
2.831
Grinwis Stoffer
Indieners
-
Indiener
Pieter Grinwis, Kamerlid -
Medeindiener
Chris Stoffer, Kamerlid