Wetsvoorstel

Opheffen van discriminerend onderscheid tussen bloedverwanten in de tweede graad en anderen die een gezamenlijke huishouding voeren waarbij sprake is van zorgbehoefte

De Participatiewet maakt onderscheid tussen samenwonende bloedverwanten in de tweede graad (broers en zussen, grootouders en kleinkinderen) en andere samenwonenden. Het gaat daarbij om de situatie dat één van hen intensieve zorg nodig heeft en de ander die zorg verleent. Samenwonende tweedegraads bloedverwanten worden in dat geval niet gezien als gehuwden. Andere samenwonenden wel. De samenwonende tweedegraads bloedverwanten krijgen daardoor minder uitkering of hebben zelfs geen recht op een uitkering. Door de Hoge Raad is, in navolging van de Centrale Raad van Beroep, dit onderscheid als discriminerend aangemerkt. De Participatiewet wordt daarom aangepast. Evenals de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). In deze wetten wordt dit onderscheid ook gemaakt.

Activiteiten

28 mrt 2019
Regeling van werkzaamheden

Besluit: Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd.  In handen gesteld van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

13:30 - 14:00

02 apr 2019
Procedurevergadering

Besluit: Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op woensdag 24 april 2019 om 14.00 uur.

16:30 - 17:30