Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt

1 april 2026, wetgeving - Het kabinet wil een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt. De Kamer debatteert met minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) over de wet die dat mogelijk moet maken.

De nieuwe wet moet onder andere zorgen dat mbo-opleidingen nieuwe vormen van leren en werken kunnen ontwikkelen. Ook zorgt de wet dat scholen kortere opleidingen mogen aanbieden voor studenten met relevante werk- of leerervaring.

Flexibiliteit

In Nederland staan honderdduizenden vacatures open, constateert De Beer (VVD). Maar leiden we wel op voor de arbeidsmarkt van morgen? Hij denkt dat de nieuwe wet gaat helpen om studenten op te leiden voor de banen die Nederland nodig heeft.

Met de nieuwe wet komt er voor mbo-opleidingen meer ruimte voor praktijkuren. Mbo-instellingen hoeven namelijk minder uren te reserveren voor begeleide onderwijstijd (bot). Volgens het kabinet hebben mbo's die flexibiliteit nodig om beter aan te sluiten bij de behoeftes van studenten en het bedrijfsleven.

Claassen (Groep Markuszower) ziet risico's. Minder bot-uren kunnen ook leiden tot minder begeleiding en vakkennis. Een mbo moet geen "handjesfabriek" zijn, maar vakmensen opleiden, vindt hij.

Ook Boomsma (JA21) waarschuwt voor de risico's van flexibiliteit. Studenten kiezen volgens hem niet altijd wat goed voor hen is. Daarom wil hij dat docenten bepalen of studenten gebruik mogen maken van de nieuwe mogelijkheden uit de wet.

Mbo staat voor "meest belangrijke onderwijs" van Nederland, zegt Biekman (D66), maar het mbo heeft nu te weinig ruimte voor vernieuwing. Ze is daarom blij met de nieuwe wet.

De flexibele uren worden geen "huiswerkuurtjes", aldus Letschert. Ze moeten passen bij de onderwijsvisie van de school. Docenten maken ze en begeleiden de studenten. En de inspectie toetst de kwaliteit.

Keuzedelen

De wet biedt instellingen ook meer ruimte om verschillende keuzedelen aan te bieden. Dat zijn onderdelen van een opleiding die een student zelf mag kiezen. Vernieuwing is hard nodig, vindt Tseggai (GroenLinks-PvdA). Ze wijst erop dat nu weinig studenten positief zijn over de keuzedelen. Ze denkt dat de wet kan helpen om het mbo klaar te maken voor de toekomst.

Keuzedelen moeten altijd relevant en inhoudelijk zijn, vindt Raijer (PVV). Ze is voor vrijheid, maar niet voor vrijblijvendheid.

Zorg voor meer keuzedelen over defensie, oppert Armut (CDA). Dat zou namelijk kunnen helpen om jonge mensen enthousiast te maken voor de defensiesector. Daar is een personeelstekort.

De minister zegt dat ze naar de ideeën van de sector zal luisteren.

Waardering

Zonder praktisch opgeleide mensen staat Nederland stil, zegt Van der Plas (BBB). Ze mist erkenning van mensen die met hun handen werken en roept op tot een landelijke campagne voor waardering van vakmanschap.

Ook minister Letschert vindt het belangrijk dat er veel meer aandacht komt voor het mbo. Maar volgens haar is een eenmalige campagne niet de juiste manier. Ze wil dat het belang van het mbo op verschillende plekken zichtbaar wordt.

De Kamer stemt op 7 april over het wetsvoorstel en de tijdens het debat ingediende moties.

Zie ook

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort
  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.
  • Kijk debatten terug via Debat Direct