Wet meer zekerheid flexwerkers
9 april 2026, wetgeving - Werknemers met flexibele arbeidscontracten moeten meer zekerheid krijgen. De Kamer debatteert met minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) over het wetsvoorstel dat dit regelt.
In 2020 publiceerde de commissie-Borstlap het rapport In wat voor land willen wij werken? De SER borduurde daarop in 2021 voort in een advies over het sociaal-economisch beleid. Op basis hiervan zijn in 2023 afspraken gemaakt met vakbonden en werkgevers, die nu worden vertaald in een wetsvoorstel.
Een belangrijk idee achter het wetsvoorstel is om de verschillen tussen vaste en flexcontracten te verkleinen. Geregeld wordt onder andere het volgende:
- Nulurencontracten verdwijnen en worden vervangen door een basiscontract met een bandbreedte van 30%
- Na drie tijdelijke contracten moet er in plaats van nu zes maanden een pauze zijn van vijf jaar
- Uitzendkrachten krijgen sneller een vast contract en hebben arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig aan vaste medewerkers
Flex en vast
Het is goed om "flex minder flex" te maken vindt Flach (SGP). Ook omdat onzekerheid over contract en inkomen kan doorwerken in het leven van werknemers, waardoor ze bijvoorbeeld geen gezin durven te stichten. Maar hoe staat het met het streven om "vast minder vast" te maken, een wens van veel ondernemers?
Flex wordt minder flex, stelt ook Ceulemans (JA21) vast, terwijl de wetgeving om vast minder vast te maken op zich laat wachten. Het zou volgens hem beter zijn deze wetgeving samen te behandelen, of er in ieder geval gelijk over te stemmen.
Het risico is dat we straks zitten met deze wet, zegt Van Houwelingen (FVD), terwijl de wetgeving om vast minder vast te maken er toch niet komt. Hij denkt ook dat de wet niet zal leiden tot meer vaste contracten maar tot het meer inhuren van uitzendkrachten en zzp'ers.
Werkzekerheid zou geen luxe mogen zijn, vindt Patijn (GroenLinks-PvdA): het is belangrijk voor regie en grip op het leven. Ze pleit daarom voor een stevige basis, weg van het drijfzand van de flexibele contracten. Het idee dat vaste contracten dan ook minder vast moeten worden, deelt ze niet.
Een te liberale arbeidsmarkt is slecht voor werknemers, denkt Mulder (PVV): mensen worden het flexwerk in gejaagd. Hij is blij met het wetsvoorstel. Dat is een stap in de goede richting en maakt flexwerk minder flex. Vast werk moet weer de norm worden.
Flexibele arbeid heeft ons veel gebracht, zegt Vijlbrief, maar heeft ook geleid tot uitwassen. Het wetsvoorstel pakt die aan. Ook los van de wetgeving over "vast minder vast" is het volgens hem evenwichtig. Bovendien zijn er met de EU afspraken gemaakt om flexwerk minder aantrekkelijker te maken. Deze wet niet of later invoeren kan leiden tot minder geld voor Nederland uit Brussel.
Praktijk
Hoe weten we of de wet doet waarvoor die is bedoeld? Van Ark (CDA) en Moinat (Groep Markuszower) sporen de minister aan om goed in de gaten te houden of de wet in de praktijk effectief is.
We gaan monitoren wat de gevolgen zijn voor het aantal flexibele en vaste banen, zo zegt de minister toe.
Nulurencontract wordt bandbreedte
Het nulurencontract wordt in principe afgeschaft, maar er wordt een uitzondering gemaakt voor studenten en scholieren omdat zij hun werk naast iets anders doen. Neijenhuis (D66) bepleit eenzelfde uitzondering voor AOW-gerechtigden, omdat zij voor hun levensonderhoud niet of minder afhankelijk zijn van een baan.
Het bandbreedtecontract vervangt het nulurencontract. Dit gaat uit van een vast aantal uren met per kwartaal een bandbreedte van 30%. Maar is dat wel flexibel genoeg om pieken en dalen van werkgevers op te vangen? Wiersma (BBB) denkt van niet en waarschuwt dat organisaties hierdoor vastlopen. Zeker in bepaalde sectoren, zoals de zorg.
De verwachting is dat 30% voldoende flexibiliteit biedt, zegt Vijlbrief. Hij vindt het onverstandig om aan deze knop te draaien, omdat dit weer zorgt voor meer onzekerheid.
Pauze
Het is goed dat de pauze van zes maanden na drie tijdelijke contracten wordt verlengd, vindt Michon-Derkzen (VVD), ook om draaideurconstructies te voorkomen. Maar de verlenging naar vijf jaar vindt ze te lang omdat het zorgt voor extra administratieve lasten. Een termijn van twee jaar is volgens haar lang genoeg om misbruik te voorkomen.
Vijf jaar is misschien wat lang, zegt Vijlbrief, maar twee jaar lijkt hem te kort. Hij stelt voor om er drie jaar van te maken.
De Kamer stemt op 21 april over de amendementen en de tijdens het debat ingediende moties en op 12 mei over het wetsvoorstel.
Zie ook:
- Het overzicht van de laatste debatten in het kort.
- De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.
- Kijk debatten terug via Debat Direct.