Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer
31 maart 2026, wetgeving - De Kamer debatteert met minister Aartsen (Werk en Participatie) over het Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer.
Op 21 juni 2019 heeft de Internationale Arbeidsorganisatie het Verdrag betreffende het uitbannen van geweld op de werkvloer aangenomen. Dit verdrag richt zich op het tegengaan van seksueel geweld, intimidatie en ongewenste omgangsvormen op de werkvloer. De Kamer debatteert over het wetsvoorstel dat het verdrag juridisch bindend maakt voor Europees Nederland. Invoering van het verdrag in Caribisch Nederland vindt later plaats.
Praktijk
De meeste werkgevers doen het al heel goed, benadrukt Kisteman (VVD): zij investeren in hun personeel en zorgen voor veilige, prettige werkomstandigheden. Volgens Van Ark (CDA) moeten we ons focussen op de praktijk. Ze benadrukt het belang van heldere normen en een cultuur van veiligheid en aanspreekbaarheid.
Een goede werksfeer maak je samen in het bedrijf, vindt Van Houwelingen (FVD), daar heb je geen verdrag voor nodig. Hij denkt dat de subjectieve regels juist kunnen zorgen voor meer spanning op de werkvloer, omdat werknemers het gevoel krijgen dat ze op eieren moeten lopen.
De hele samenleving is verantwoordelijk voor een veilige en prettige sfeer op de werkvloer, zegt minister Aartsen. Volgens hem moeten we elkaar aanspreken als we de grens over gaan, en kan de werkgever daarbij helpen. De minister is bezig met publiekscampagnes en handreikingen om werkgevers te ondersteunen.
Onnodige regels
Niemand wil geweld en intimidatie op de werkvloer, zegt Ceulemans (JA21, mede namens SGP), daarom voldoet onze nationale wetgeving al aan de eisen van het verdrag. Moinat (Groep Markuszower) noemt het verdrag "een verspilling van tijd en belastinggeld". Werknemers worden volgens haar al voldoende beschermd.
Mulder (PVV) vreest dat het verdrag zal zorgen voor meer regels en verplichtingen. Kan de minister toezeggen dat het verdrag niet zal zorgen voor meer regeldruk voor ondernemers?
De minister bevestigt dat de nationale wetgeving al voldoet aan de eisen van het verdrag. Daarom is extra wetgeving niet nodig en levert het verdrag volgens Aartsen dus geen extra regeldruk op voor ondernemers. De Internationale Arbeidsorganisatie kan op basis van het verdrag aanbevelingen doen om de regelgeving te verbeteren, maar die aanbevelingen zijn niet bindend.
Kwetsbare groepen
De huidige wetgeving is nog niet breed genoeg, vindt Patijn (GroenLinks-PvdA). Kwetsbare groepen zoals zzp'ers, sollicitanten, ex-werknemers en vrijwilligers worden namelijk nog niet genoeg beschermd. Neijenhuis (D66) sluit zich daarbij aan. Hij wil weten of de minister bereid is om de Arbowet te verbreden.
De Arbowet geldt voor iedereen die onder het gezag van een werkgever valt, zegt Aartsen, dus ook voor vrijwilligers, stagiairs en gedeeltelijk voor zzp'ers. Werkgevers hebben geen zeggenschap over sollicitanten of oud-werknemers. Daarom geldt de Arbowet niet voor deze groep. Zij kunnen indien nodig een beroep doen op het civiel recht of het strafrecht.
De Kamer stemt op 14 april over het wetsvoorstel en de tijdens het debat ingediende moties.
Zie ook:
- Het overzicht van de laatste debatten in het kort
- De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.
- Kijk debatten terug via Debat Direct