Debat over informatie over burgerdoden in Irak

27 november 2019, debat - De Kamer spreekt met minister-president Rutte en minister Bijleveld (Defensie) over de informatievoorziening aan de Kamer na een Nederlands bombardement in Irak.

Begin november debatteerde de Kamer met minister Bijleveld over een Nederlands bombardement op een bommenfabriek van IS in Irak, in de nacht van 2 op 3 juni 2015. Daarbij zijn vermoedelijk burgerdoden gevallen. De Kamer is daar door de toenmalig minister van Defensie onjuist over geïnformeerd, erkende minister Bijleveld in het debat. 

Na het debat werd de suggestie gewekt dat de minister-president in juni 2015 al op de hoogte is gebracht van burgerslachtoffers. Ik heb daar geen herinneringen aan, zegt Rutte.

Geloofwaardigheid

Vaststellen hoeveel slachtoffers er precies zijn gevallen, is een onmogelijke taak, stelt Bosman (VVD), maar de informatievoorziening door het ministerie van Defensie was zachtjes uitgedrukt suboptimaal.

Is de premier nu nog geloofwaardig? Voor Krol (50PLUS) voelt deze kwestie als "een mistgordijn". De burgerslachtoffers zijn volgens Kuzu (DENK) naar de Haagse doofpot verwezen. De waarheid is het eerste slachtoffer in een oorlog, zegt Ouwehand (PvdD). Bewindslieden blijven naar elkaar wijzen om vooral zichzelf uit de wind te houden, vindt onafhankelijk Kamerlid Van Kooten.

Natuurlijk wist de premier ervan, denkt Wilders (PVV), en dus wist hij ook dat de toenmalig minister van Defensie de Kamer heeft voorgelogen.

Verlenging missie

Eind juni 2015 moest het kabinet beslissen over verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de missie tegen IS. Het kwam de minister-president wellicht niet goed uit om kennis te hebben van het bericht over burgerslachtoffers, suggereert Marijnissen (SP). Baudet (FvD) ziet een motief: het kabinet wilde de missie verlengen, dus moest uit het nieuws worden gehouden dat er burgerslachtoffers waren gevallen.

Is er in het kader van het besluit over verlenging in de ministerraad gesproken over burgerslachtoffers? Dat wil Klaver (GroenLinks) weten. Mogelijke burgerdoden zijn niet ter sprake gekomen, zegt minister-president Rutte. We weten dat er bij dit type missies het risico is op burgerslachtoffers, dus dat is volgens de premier geen onderdeel van een verlengingsbesluit.

Toekomst

Onafhankelijk Kamerlid Van Haga doet de suggestie om voortaan eenduidig en schriftelijk vast te leggen welke informatie over missies precies tussen de verschillende departementen wordt gedeeld. Daarbij gaat de veiligheid van militairen voor hem voor transparantie.

Voor eventuele toekomstige missies is het voor Kerstens (PvdA) cruciaal dat de minister van Defensie "de beruchte Defensiecultuur" van geslotenheid in plaats van transparantie aanpakt. Ook Stoffer (SGP) roept op tot een cultuuromslag en betere informatievoorziening.

Als het kabinet de Kamer om steun vraagt voor een missie, blijf ik de Kamer adequaat maar wel vertrouwelijk informeren, zegt minister Bijleveld, zeker als het vermoeden bestaat dat door ons toedoen burgerslachtoffers zijn gevallen.

Goed dat de minister van Defensie voortaan meer openheid betracht over mogelijke burgerslachtoffers, zegt Belhaj (D66), maar omdat de Kamer vertrouwelijk wordt geïnformeerd, hebben volksvertegenwoordigers weinig instrumenten in handen om de minister kritisch te bevragen.

Voordewind (ChristenUnie) wil alsnog een onderzoek naar het daadwerkelijke aantal slachtoffers en de schade die de gemeenschap is aangedaan, om de nabestaanden en slachtoffers te kunnen compenseren. Vergoedingen en hulp aan de gemeenschap moeten laagdrempelig zijn, is het streven van minister Bijleveld.

De motie van wantrouwen ondertekend door SP, PvdD, DENK, PVV, onafhankelijk Kamerlid Van Kooten en FvD wordt aansluitend aan het debat verworpen. Naast de ondertekenaars stemt ook 50PLUS voor de motie. De Kamer stemt op 3 december over de overige tijdens het debat ingediende moties.