Begroting Defensie, eerste termijn Kamer

4 maart 2026, begroting - De Kamer bespreekt de begroting van Defensie voor 2026.

Waar halen we het extra geld voor defensie vandaan en wat gaan we ermee doen? Is het wenselijk om binnen Europa meer samen te werken? Hoe vinden we meer defensiepersoneel? Over deze en andere vragen debatteren de woordvoerders in hun eerste termijn.

Extra geld

Piri (GroenLinks-PvdA) is blij dat er meer geld beschikbaar is voor defensie, maar draagvlak is ook belangrijk. Dat is er in haar ogen onvoldoende als de extra uitgaven gefinancierd worden door bezuinigingen op de zorg en de sociale zekerheid en een vrijheidsbijdrage die vooral van lage en middeninkomens wordt gevraagd.

Een sterke krijgsmacht is geen luxe, betoogt Boon (PVV), maar een voorwaarde om als land te blijven bestaan. Het extra defensiegeld moet daarom gaan naar gevulde brigades, volle munitiedepots en inzetbare militairen, en niet naar managementlagen, stafstructuren en diversiteitsadviseurs.

Europese samenwerking

Europese samenwerking moet de norm worden, betoogt Belhirch (D66), en moet zorgen voor meer interoperabiliteit en gezamenlijk inkopen. Dit moet leiden tot hogere paraatheid en het dichten van hiaten, onder meer in de luchtverdediging en qua munitie.

Europese landen hebben negentien verschillende soorten tanks, stelt Van Lanschot (CDA) vast. Deze fragmentatie zorgt voor slechte afstemming en hoge kosten. Hij pleit daarom voor maximale standaardisatie van het materieel, zodat we effectiever kunnen inkopen.

Ook Dassen (Volt) is voor meer Europese samenwerking. Hij is blij dat het kabinet inzet op meer Europese integratie, maar wat hem betreft gaat het te langzaam en is het te weinig. Volgens hem kunnen we per jaar 75 miljard besparen als we komen tot een Europees leger.

De Groot (VVD) ziet niets in een Europees leger. Wel pleit hij voor een sterke Europese pijler binnen de NAVO. Dit betekent ook dat de Europese defensie-industrie moet opschalen. Aanbestedingen moeten daarom eenvoudiger worden en Defensie moet zich richten op langdurige samenwerkingen met bedrijven.

Europese samenwerking kan nuttig zijn, zegt Nanninga (JA21), maar we moeten nationaal doen wat nationaal kan. Bovendien is het niet realistisch om te denken dat Europa onafhankelijk kan worden van de VS. Zonder de VS is de Europese afschrikking veel zwakker, stelt zij.

Gezien de wens om onafhankelijker te worden van de VS begrijpt Van Dijk (SGP) de gesprekken met Frankrijk over nucleaire bewapening. Houdt Frankrijk daarbij vast aan zijn nucleaire autonomie?

Personeel en opkomstplicht

Als het niet lukt om voldoende nieuw defensiepersoneel te vinden, wil het kabinet een "selectieve opkomstplicht" invoeren, zoals die ook in Zweden bestaat. Bikker (ChristenUnie) is er positief over, maar wil het verbreden naar een maatschappelijke diensttijd.

Dobbe (SP) ziet niets in het dwingen van jongeren om mee te doen aan militaire trainingen. Ze spreekt zich uit tegen het militariseren van de samenleving.

Kijk breder in de maatschappij bij het zoeken naar mensen die een bijdrage kunnen leveren, zegt Struijs (50PLUS). Hij denkt onder anderen aan gepensioneerde militairen en ICT'ers die een aantal jaar iets anders willen doen.

Iran

Het regime in Iran is al jarenlang een bedreiging voor de (inter)nationale veiligheid, stelt Ten Hove (Groep Markuszower). Ze wil dat Nederland de Amerikaanse operatie tegen het land gaat steunen, zowel politiek als militair.

Israël

Nederland koopt nog steeds militair materieel van Israëlische bedrijven, stelt Van Baarle (DENK) vast. Het gaat om wapensystemen die zijn ingezet en getest bij het plegen van misdaden tegen Palestijnen, zegt hij. Wat hem betreft schort Nederland de contracten op en stoppen we met het "spekken van de Israëlische oorlogskas".

De behandeling van de begroting gaat op 5 maart verder met de reactie van minister Yeşilgöz en staatssecretaris Boswijk van Defensie op de inbreng van de woordvoerders.

Zie ook:

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort
  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.
  • Kijk debatten terug via Debat Direct