Plenair verslag
Tweede Kamer, 72e vergadering
Donderdag 21 mei 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 21 mei 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Het is mij een genoegen om mee te delen dat er geen berichten van verhindering zijn.
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 mei 2026
Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 mei 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 26 mei 2026 (21501-32, nr. 1792).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad van 26 mei 2026. Ik heet de minister van harte welkom in vak K en geef het woord aan mevrouw Van der Plas als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet zij namens de BBB. Gaat uw gang, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Welkom terug aan de minister en beterschap voor zover er nog wat virusjes actief zijn.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boeren op dit moment een groot deel van de stikstof verplicht uit kunstmest moeten halen, waardoor dierlijke mest onvoldoende gebruikt kan worden;
constaterende dat Nederland en Europa daardoor afhankelijk blijven van buitenlands gas en kunstmest voor de voedselzekerheid;
overwegende dat wetenschappelijk is aangetoond dat gebruik van dierlijke mest beter is voor de bodem en waterkwaliteit dan kunstmest;
overwegende dat meer gebruik van dierlijke mest door dier- en productierechten niet leidt tot meer dieren;
verzoekt de regering zich in Europa hard te maken voor meer ruimte om dierlijke mest te gebruiken in plaats van kunstmest,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Flach.
Zij krijgt nr. 1797 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vissers en kwekers kunnen bijdragen aan natuurherstel en het verbeteren van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld door het wegvangen van rivierkreeften;
overwegende dat deze ecosysteemdiensten een belangrijke waarde hebben, maar momenteel niet worden toegepast in de visserijsector;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe voor de visserij en de aquacultuur een passend beloningssysteem voor ecosysteemdiensten kan worden ontwikkeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1798 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vispluis moet worden uitgefaseerd, terwijl onderzoek al meerdere kansrijke alternatieven aanwijst;
overwegende dat verdere ontwikkeling en praktijkonderzoek nodig zijn om duurzame alternatieven breed inzetbaar te maken;
verzoekt de regering om vervolgonderzoek uit te zetten naar kansrijke alternatieven voor netbescherming, zodat de toepasbaarheid en effectiviteit verder kunnen worden vastgesteld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1799 (21501-32).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voor de mensen die niet weten wat "vispluis" is: dat zijn draden onder de netten die de visnetten beschermen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Zo hebben we weer wat geleerd vanochtend, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan het lid Kostić, voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer zich in 2021 bijna unaniem heeft uitgesproken voor een einde aan Europese subsidies voor fokkers van stieren voor stierengevechten (Kamerstuk 21501-32, nr. 1292);
constaterende dat het primaire doel van het fokken van dieren van het ras "toro de lidia" het stierenvechten is;
constaterende dat er naar schatting nog altijd circa 200 miljoen euro per jaar aan EU-subsidies uit het GLB terechtkomt bij fokkers van deze dieren voor stierenvechten en stierenfeesten;
van mening dat het onacceptabel is dat Europese subsidies, mede gefinancierd door de Nederlandse belastingbetaler, bijdragen aan dit ernstige dierenleed;
verzoekt de regering zich actief in te zetten voor een einde aan Europese subsidies voor de stierenvechtsector;
verzoekt de regering zich bij de onderhandelingen over het GLB in te zetten voor het expliciet uitsluiten van het fokken van "toro de lidia" van directe GLB-betalingen en plattelandsontwikkelingsfondsen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1800 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artsen waarschuwen voor de gezondheidsrisico's van azoolfungiciden omdat deze fungiciden moleculair sterk lijken op resistente schimmels die in verband zijn gebracht met verschillende ziekten, waaronder ernstige longinfectie bij mensen met een verminderde weerstand;
constaterende dat er in Nederland alleen al jaarlijks zo'n 200 mensen overlijden aan de ziekte aspergillose, omdat de invasieve schimmel ongevoelig is geworden voor medicatie;
constaterende dat er in 2013 al een motie (Kamerstuk 27858, nr. 222) is aangenomen, die van links tot rechts is gesteund, waarin werd gevraagd om een uitfaseringspad voor deze middelen;
verzoekt de regering alsnog met een concreet tijdpad te komen voor de uitfasering van azoolfungiciden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1801 (21501-32).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Het gaat dus eigenlijk om twee verzoeken die al eerder door de Kamer zijn gedaan; eentje al in 2013. Als we het hebben over een nieuwe bestuurscultuur, zou ik de minister willen verzoeken om dit serieus aan te pakken.
Wat specifiek het gebruik van het GLB voor stierenvechten betreft: we hebben die uitzondering ook gemaakt voor tabak. Daarvan zeggen we ook dat daar geen GLB-geld naartoe moet gaan. Het moet zeker ook niet naar dierenleed gaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Chris Jansen voor zijn inbreng namens de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Chinese overheid definitieve antidumpingtarieven tot bijna 20% heeft ingevoerd op Europees varkensvlees, wat de Nederlandse exportpositie zwaar onder druk zet;
van mening dat de Europese Commissie tot nu toe een veel te afwachtende houding aanneemt, terwijl de Nederlandse sector direct economische schade lijdt;
verzoekt de regering om bij de Europese Commissie te vragen om een doortastendere aanpak tegen deze Chinese antidumpingtarieven en te pleiten voor compensatiemaatregelen voor de getroffen Nederlandse varkenshouders zolang deze tarieven van kracht zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 1802 (21501-32).
De heer Chris Jansen (PVV):
Dan kom ik bij de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat zeer strikte waterkwaliteitsnormen en het gebrek aan brak water in de Oosterschelde het paaigebied voor soorten zoals de ansjovis bedreigen;
constaterende dat hierdoor het beroep van weervisser als oer-Hollands visserijerfgoed dreigt te verdwijnen;
verzoekt de regering om een onderzoek in te stellen naar een beter evenwicht tussen de huidige waterkwaliteitsnormen op de visstand en de visserijsector, en in Brussel te pleiten voor een menselijke benadering waarbij visserijbelangen weer boven het huidige ecologische beleid komen te staan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 1803 (21501-32).
De heer Chris Jansen (PVV):
Voorzitter. Dan de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Duitse regionale overheid vooralsnog niet gaat optreden tegen pfas-lozingen in de Rijn bij Leverkusen, waarbij piekbelastingen tot 1,8 kilogram per dag zijn gemeten;
overwegende dat ruim 5 miljoen Nederlandse burgers voor hun drinkwater afhankelijk zijn van de Rijn en dat deze lozingen leiden tot grote gezondheidsrisico's en fors hogere zuiveringskosten voor de Nederlandse consument;
van mening dat de Nederlandse soevereiniteit over de eigen volksgezondheid en waterkwaliteit essentieel is;
verzoekt de regering om bij de Duitse federale overheid en in EU-verband aan te dringen op het stapsgewijs verminderen van de lozing van pfas met als uiteindelijk doel 0 kilogram, en met Duitsland het gesprek aan te gaan over de extra kosten van zuivering voor Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 1804 (21501-32).
Dank u wel, meneer Jansen. Dan is het woord aan mevrouw Ten Hove namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de hoge kunstmestprijzen leiden tot forse kostenstijgingen voor agrarische ondernemers en daarmee voedselzekerheid in gevaar komt;
constaterende dat er in de nabije toekomst nog geen zicht is op legalisatie van gebruik van dierlijke meststoffen;
constaterende dat de Nitraatrichtlijn momenteel onvoldoende flexibiliteit biedt om in crisissituaties snel over te schakelen op het gebruik van dierlijke mest;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een tijdelijke crisisderogatie binnen de Nitraatrichtlijn, waarbij lidstaten gedurende perioden van uitzonderlijk hoge kunstmestprijzen meer ruimte krijgen om dierlijke mest toe te passen;
verzoekt de regering een concreet voorstel hiertoe in te dienen bij de Europese Commissie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.
Zij krijgt nr. 1805 (21501-32).
Mevrouw Podt (D66):
Ik snap dat mevrouw Ten Hove misschien niet alle debatten van de afgelopen jaren heeft gevolgd, maar wat verwacht ze hier zelf eigenlijk van? Verschillende ministers hebben dit namelijk gevraagd, of hebben met de vuist op tafel geslagen en dit nog een keer gevraagd en nog een keer. We krijgen de hele tijd weer brieven uit Europa. Kan mevrouw Ten Hove zich voorstellen dat we op een gegeven moment een klein beetje het lachertje van Brussel worden als we dit weer gaan proberen?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Mijn fractie wil gewoon dat de minister actief opkomt voor de Nederlandse belangen, in plaats van dat hij in de maat loopt met de agenda van Brussel, en dat voedselzekerheid en betaalbare boodschappen prioriteit krijgen.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik zou mevrouw even aanraden om de verslagen van de Tweede Kamer van de afgelopen acht jaar of misschien wel achttien jaar te lezen. We kunnen wel elke keer helemaal opnieuw beginnen als er nieuwe woordvoerders komen, maar het is mislukt. We hebben een hele slechte naam in Brussel. Hoe denkt zij die verhouding met Nederland in Brussel te kunnen verbeteren?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik heb inderdaad heel erg mijn best gedaan om alles van de afgelopen acht jaar bij te lezen en om bij te poten op dit dossier. Het verbaast mij dat er in deze acht jaar zo weinig gebeurd is voor de Nederlandse sector, voor de agrarische boer. Onze voedselzekerheid staat onder druk in deze spannende demografische tijden. Als de Europese jas niet meer zo goed past of het allemaal niet meer lukt, dan moeten we misschien kijken of het anders moet. We doen dit al zo lang. U zegt zelf, zeg ik via de voorzitter, dat het op deze weg niet lukt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Wordt hier voor een nexit gepleit?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat durf ik niet met zekerheid zo hard te zeggen, maar ik vind wel dat er wat moet gebeuren en dat we eens goed moeten kijken of de richtlijnen ons nog passen.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat was 'm, voorzitter.
De voorzitter:
O, dank u wel, mevrouw Ten Hove. Dan is het woord aan de heer Boomsma namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een motie over bodemherstel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
- veel natuurgebieden in Nederland kampen met verzuurde bodem en uitspoeling van mineralen door decennia van te hoge stikstofdepositie;
- er inmiddels verschillende onderzoeken en experimenten zijn uitgevoerd naar het toevoegen van basen aan de bodem, waaronder met schelpgruis, waar op relatief korte termijn zeer positieve resultaten zijn behaald, zoals toename van plantensoorten en slakken, en verbeterde eiproductie en gezondheid van vogels;
- er inmiddels veel kennis is over de juiste dosering om kalk, kalium en magnesium toe te voegen en potentiële nadelige effecten te voorkomen;
- toedienen van mineralen/basen geen vervanging is voor bronmaatregelen of stikstofreductie, maar wel kansen kan bieden om natuurherstel te versnellen;
- de opstellers van het recente rapport "De Nederlandse stikstofcrisis: van verwarring naar verbinding" ook wijzen op de kansen die deze herstelmaatregelen bieden;
verzoekt het kabinet:
- een inventarisatie en overzicht te maken van de natuurgebieden waar het zorgvuldig toevoegen van (de juiste mix van) calcium, kalium en/of magnesium, via schelpgruis, steenmeel of op andere manieren, het meest kan bijdragen aan bodem- en natuurherstel met voorkoming van nadelige neveneffecten;
- op basis van deze prioritaire lijst een voorstel te maken samen met andere betrokken eigenaren en beheerorganisaties voor de uitvoering van deze maatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 1806 (21501-32).
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb nog enige seconden over.
De voorzitter:
Zeker.
De heer Boomsma (JA21):
Dan wil ik de minister ook oproepen om toch in Europa niet na te laten om alles te bepleiten wat een bijdrage kan leveren aan het voorkomen dat de strubbelingen in Hormuz en de extra schaarste en de hoge kosten van kunstmest als gevolg daarvan, gaan leiden tot extra hoge prijzen en ook honger. Bij het Wereldvoedselprogramma is berekend dat 45 miljoen mensen extra in hongersnood dreigen te belanden door die situatie in Hormuz. Alles wat in Europa omtrent dit thema wordt besproken, heeft daar natuurlijk ook effect op. Dat is dus zeker aanleiding om het gebruik van RENURE zo veel mogelijk te versnellen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach, namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. De SGP verbaast zich over het Actieplan Meststoffen. Waar is de ruimte voor onbewerkte dierlijke mest in plaats van kunstmest? Het voelt heel krom om dierlijke mest af te voeren en steeds duurdere kunstmest aan te voeren. Bovendien is onbewerkte dierlijke mest meer circulair en beter voor de bodem. Je zou zeggen dat dit actieplan een mooi aanknopingspunt is voor Nederland om opnieuw te pleiten voor meer ruimte voor dierlijke mest waar de waterkwaliteit dat toelaat, maar het is eerder andersom. De minister wil zelfs niet eens meer ínzetten op enige vorm van derogatie. Dat het ingewikkeld is, snap ik helemaal, maar dat je zelfs deze omstandigheden, met Europese zorgen over exploderende kosten voor kunstmest, niet meer wil aangrijpen om wat ruimte te creëren, snap ik niet.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik had net een interruptie op mevrouw Ten Hove omdat ik dacht "ze is net nieuw, dus ze weet nog niet wat er het afgelopen jaar is gebeurd", maar dat geldt niet voor de SGP. Pleit de heer Flach nu voor een nieuwe derogatie?
De heer Flach (SGP):
Daar pleit ik niet-aflatend voor, omdat het gewoon gezien de feiten het allerbeste is voor de waterkwaliteit en ook gewoon prima past in Nederland, zeker nu er ook in Europa een window of opportunity is, zou je kunnen zeggen, door die hoge kunstmestprijzen. Zo gek is dat dus niet.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Ik ben met de minister bij een boer op bezoek geweest die minder dan 100 kilogram stikstof per hectare gebruikt. Die kan er prima van leven. In Nederland kan je met 170 kilogram prima je land onderhouden. Waarom maakt de heer Flach de boeren in Nederland zo afhankelijk van mest? Het lijkt soms wel een soort mestverslaving.
De heer Flach (SGP):
Mevrouw Bromet doet dit vaker, een recent bezoek gebruiken als een soort anekdotisch bewijs, maar dat is niet de werkelijkheid in Nederland. In Nederland hebben we een heel ander soort landbouw, waarbij intensieve veeteelt ook echt tot kunst verheven is die je bijna nergens in de wereld ziet. We hebben ook een hoog percentage grasland, dat de Europese Commissie ook heel graag wil behouden in Nederland. Ik kan mevrouw Bromet verzekeren dat als boeren verdwijnen, dat grasland ook gaat verdwijnen, met alle gevolgen voor de waterkwaliteit van dien. Ik probeer hier dus het punt te maken dat dit juist een kans is om het opnieuw te proberen. Ik vind het dus onbegrijpelijk dat de minister dat niet eens meer wil doen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Flach (SGP):
Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat veel melkveehouders dierlijke mest moeten afvoeren en dure kunstmest moeten aankopen;
overwegende dat het Actieplan Meststoffen weliswaar meer ruimte wil bieden voor aanwending van bewerkte dierlijke mest, maar dat deze bewerkingsstap ook hoge kosten met zich meebrengt;
verzoekt de regering bij de behandeling van het Actieplan Meststoffen in te zetten op meer ruimte voor aanwending van onbewerkte dierlijke mest, zeker in gebieden waar de waterkwaliteit op orde is, en op snelle herziening van de Nitraatrichtlijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1807 (21501-32).
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Één vraag bleef onopgehelderd. Gaat het kabinet zich aansluiten bij het voorstel van het Europees Parlement om de akkerbouw toegang te geven tot het fonds voor decarbonisatie in het kader van de CBAM-heffingen? Blijft de minister in nauw contact met de sector over de eco-regeling 2025 en wil hij ons vóór het commissiedebat EU-LVVN van 10 juni informeren over de stand van zaken? We moeten echt voorkomen dat akkerbouwers het gevoel krijgen dat ze ondanks hun inzet aan het kortste eind trekken en moeten afhaken.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Lohman namens het CDA.
De heer Lohman (CDA):
Goedemorgen. Wij willen, net als de Europese Commissie, met het Fertiliser Action Plan toe naar een situatie waarin mest niet wordt gezien als een milieuprobleem maar als een strategische grondstof. Met het toelaten van RENURE zet Nederland belangrijke stappen om minder afhankelijk te worden van Russisch gas. In dat kader heb ik enkele vragen. Welke kansen ziet het kabinet voor Nederlandse mestverwerking, precisielandbouw en biogasproductie binnen de Nederlandse ambitie om kunstmestimporten te verminderen? Wanneer wordt RENURE definitief toegelaten in Nederland? En is het kabinet met het CDA van mening dat digestaten niet moeten worden beoordeeld op hun oorsprong maar op hun milieuprestatie?
Ik heb ook een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie in het Fertiliser Action Plan heeft aangekondigd op korte termijn de toepassing van digestaat te willen verkennen via een regulatory sandbox;
constaterende dat het kabinet werkt aan de toepassing van RENURE via notificatie en subsidieregelingen en de Kamer hierover voor de zomer zal informeren;
overwegende dat prijsstijgingen van kunstmest voor het komende seizoen een risico vormen en dat vermindering van kunstmestgebruik bijdraagt aan minder importafhankelijkheid en lagere kosten voor boeren;
overwegende dat RENURE en digestaat druk op de mestmarkt verminderen en kunstmestgebruik terugdringen;
verzoekt de regering zorg te dragen dat de mogelijkheden die de Europese Commissie wil bieden voor digestaat zo snel mogelijk in Nederland worden geïmplementeerd, te bezien of digestaat kan worden meegenomen in de subsidieregelingen voor RENURE en daarbij aandacht te hebben voor duurzame productie en toepassing van digestaat, evenals voor de mogelijkheden voor kleine boeren om deel te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lohman, Koorevaar en Meulenkamp.
Zij krijgt nr. 1808 (21501-32).
De heer Chris Jansen (PVV):
Nou kunnen we met z'n allen denken: hoera, het CDA heeft eindelijk het licht gezien. Maar de vraag is ook: waarom heeft het CDA dan in de afgelopen maanden continu tegen alle moties gestemd die zijn ingediend rondom RENURE, ook door mijzelf?
De heer Lohman (CDA):
We hebben die discussie net ook gevoerd. We moeten ervoor zorgen dat we in Brussel een goede gesprekspartner worden. Deze motie gaat niet over een discussie die mogelijk zou lijken op derogatie, maar over het onderzoeken wat er mogelijk is binnen de sandbox. Daarmee vindt u ons aan uw zijde.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dat we het CDA aan onze zijde vinden is mooi, maar de vraag blijft: waarom in de afgelopen maanden dan niet? Daar heeft u de sector gewoon keihard laten stikken.
De heer Lohman (CDA):
Volgens mij werken we aan een vernieuwd mestbeleid. Dat is een onderdeel daarvan. Dit is onze inzet daarbij. De mening dat wij de boer laten stikken, deel ik niet met meneer Jansen.
De heer Flach (SGP):
Ik hoorde mooie woorden van de heer Lohman in het begin: we moeten dierlijke mest eigenlijk als grondstof zien die ons minder afhankelijk maakt van duur Russisch gas. Daar ben ik het helemaal mee eens. Inzetten op RENURE is dan een stap, maar niet de meest logische, want het is een dure omweg om van dierlijke mest meststoffen te maken. Waarom leggen de heer Lohman en het CDA zich eigenlijk neer bij de matheid van de afgelopen jaren, waarin derogatie niet leek te lukken? Waarom proberen we niet op basis van feiten juist nu gebruik te maken van de mogelijkheden die er zijn door die hoge kunstmestprijzen?
De heer Lohman (CDA):
Ik denk dat ik dan aansluit bij mijn antwoord van zojuist. In de afgelopen periode hebben we er niet goed op gestaan in Brussel. Allerlei pogingen om met de vuist op tafel te slaan et cetera hebben niet gewerkt. Ik denk dat de nieuwe bewindspersonen goed bezig zijn met het herstellen van die relaties. Dit is volgens mij een heel goed voorstel, dat inderdaad ook gebruikmaakt van de huidige situatie rondom kunstmest om daar beweging in te brengen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Ik kan niet anders dan constateren dat het CDA in dezelfde valkuil stapt, namelijk dat derogatie een gunst zou zijn. Dat is het niet. Het is op feitelijke gronden gezien voor Nederland echt de beste oplossing vanwege de organische stoffen, vanwege de uitspoeling, noem het maar op; de tijd is nu te kort om daarop in te gaan. Waarom kiest het CDA er op basis van feiten niet principieel voor om door te gaan met die derogatie? Dat geklets over relaties en dergelijke … Morgen is dat weer anders.
De heer Lohman (CDA):
Ik ben zelf niet de minister. Ik denk dat de discussie over derogatie er misschien ook één is die we achter ons moeten laten en dat we moeten kijken naar wat wél kan. Dit is volgens mij een van de dingen waar we stappen op kunnen zetten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga daar toch nog even op door. Er ligt een onderzoek van Herman de Boer, wetenschapper van de Wageningen Universiteit. Dat heeft gewoon aangetoond dat het gebruik van dierlijke mest minder uitspoeling van nitraat naar het water geeft dan kunstmest. Mevrouw Bromet had het zojuist over een mestverslaving. Waarom wil het CDA aan de kunstmestverslaving blijven?
De heer Lohman (CDA):
Ik ken het onderzoek dat mevrouw Van der Plas noemt. Ik herken me niet in het beeld dat wij met deze richting aan de kunstmestverslaving willen. Wij zeggen juist: laten we kijken wat vervangers zijn voor kunstmest, dus stikstof uit dierlijke mest die er al is, in de vorm van RENURE en anderszins. Dat beeld herken ik dus niet.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben koeien in Nederland. Dat zijn heel circulaire dieren, eigenlijk. Uiteindelijk is mest een voedingsstof voor de bodem. Dierlijke mest is, nogmaals, niet alleen een goede voedingsstof voor de bodem, maar geeft ook minder uitspoeling naar het water. De heer Lohman weet ook dat doordat dierlijke mest niet meer gebruikt mag worden, althans niet méér dan is toegestaan, we afhankelijk blijven van die kunstmest en van buitenlands gas, waaronder Russisch gas. Is dat wenselijk?
De heer Lohman (CDA):
Nee, dat is niet wenselijk, mevrouw Van der Plas, zeg ik via de voorzitter. Volgens mij is de geest van mijn inbreng en ook van de motie dat we onafhankelijker zouden moeten worden van Russisch gas. Wij zien dat er een aantal mogelijkheden zijn, onder andere RENURE, en proberen om binnen die sandboxes te gaan werken met digestaat, om daar verandering in te brengen. Wat dat betreft ben ik het eens met een groot deel van uw analyse.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 10.45 uur voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 10.37 uur tot 10.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Van Essen:
Voorzitter. Ik begin graag met de motie op stuk nr. 1797 van de BBB. De Kamer weet dat ik op dit moment geen ruimte voorzie voor derogatie. Dat hebben we net ook gezien in het debatje dat zich hier ontspon. Via RENURE werken we, zoals bekend, al wel aan mogelijkheden om kunstmestvervangers volop te gebruiken. Dat is belangrijk, ook om de redenen die mevrouw Van der Plas net noemde. Daarom zou ik deze motie willen ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1798.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 1798 gaat over rivierkreeften en een passend beloningssysteem. Er vinden reeds gerichte activiteiten plaats waarmee vissers bijdragen aan het herstel van ecosystemen. Dat is ook belangrijk. Denk hierbij aan projecten als Paling over de Dijk of trajecten die specifiek gericht zijn op het wegvangen van rivierkreeften. Hier krijgen binnenvissers ook Europese middelen voor. Daarmee is er wat ons betreft nu geen noodzaak om in te zetten op een specifiek onderzoek hiernaar. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1798 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1799.
Minister Van Essen:
Dan de motie op stuk nr. 1799 over vispluis. Ik moest ook even verder zoeken hoe het zat met vispluis. Momenteel werkt het ministerie van LVVN samen met IenW aan een routekaart gericht op het uitfaseren van vispluis. Verdere inzet op alternatieven is dan ook een logisch onderdeel van die routekaart. Daarmee zou ik deze motie graag oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1799 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1800.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 1800 is van de Partij voor de Dieren. Het kabinet deelt de zorgen over dierenwelzijn en stierenvechten. Ik vind het ook belangrijk om dit punt actief in te brengen in de gesprekken die ik heb. Ik zeg ook toe om dat te doen. Als ik die motie aldus mag interpreteren, kan ik 'm oordeel Kamer geven. Het is uiteindelijk wel de verantwoordelijkheid van de lidstaten om te bepalen of GLB-subsidies op een verantwoorde wijze verstrekt worden. Daar dien ik dan wel rekening mee te houden.
De voorzitter:
Ik zie het lid Kostić non-verbaal instemmen, dus daarmee krijgt zij oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 1801.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 1801 gaat over het uitfaseren van schimmel. De herbeoordeling van die stoffen is een Europees proces, waarbij per stof gekeken wordt. Ik begrijp de zorgen die zijn geuit heel goed. Nederland zet zich er in Europees verband dan ook voor in om er stappen op te zetten. Maar omdat het een Europese bevoegdheid is, kan ik geen concreet tijdpad toezeggen. Daarom moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1801 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1802.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 1802 gaat over antidumping. Ik begrijp de zorgen die de heer Jansen heeft geuit over de sector. De staatssecretaris is daar ook net voor in China geweest. Velen van u hebben daar ongetwijfeld kennis van kunnen nemen. We brengen dit ook regelmatig onder de aandacht van de Commissie, zoals de motie ook verzoekt. Het ministerie van BHOS heeft al eerder aangegeven dat compensatie niet aan de orde is. Daarom moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1802 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1803.
Minister Van Essen:
Het onderzoek over waterkwaliteitsnormen valt onder de verantwoordelijkheid van de collega van IenW. Wat het tweede deel van de motie betreft: Nederland pleit in EU-verband in het kader van visserijbeleid juist voor een balans tussen ecologie en sociaal-economisch. Daarom zou ik de motie willen ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1803 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1804.
Minister Van Essen:
De vraag die in de motie op stuk nr. 1804 gesteld wordt, ligt ook, eigenlijk exclusief, op het beleidsterrein van de collega van IenW. Daarom wil ik deze motie het oordeel "ontijdig" geven.
De voorzitter:
Dan is het verzoek of de heer Jansen bereid is om de motie aan te houden. Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie "ontijdig". De motie op stuk nr. 1805.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 1805 gaat over derogatie. De Kamer is bekend met mijn standpunt over derogatie. Ik zie er op dit moment simpelweg geen ruimte voor, ook gezien de brief die we in december vorig jaar hebben gekregen. Dus die motie moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1805 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 1806.
Minister Van Essen:
Ik sta positief tegenover de motie op stuk nr. 1806. Wat mij betreft kan het ook gewoon onderdeel zijn van het totaalpakket van natuurmaatregelen dat ik nu aan het uitwerken ben.
De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 1806 krijgt oordeel Kamer?
Minister Van Essen:
Oordeel Kamer, ja.
Dan de motie op stuk nr. 1807. Allereerst moet het kabinet nog een formele positie innemen over het Fertiliser Action Plan middels een BNC-fiche. Ten aanzien van derogatie kent u mijn standpunt. Voor een eventuele herziening van de Nitraatrichtlijn hebben we ook de evaluatie af te wachten.
De voorzitter:
Daarmee krijgt zij …?
Minister Van Essen:
Daarmee krijgt de motie het oordeel "ontraden".
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1807 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1808.
Minister Van Essen:
Ook hierbij geldt dat het formele standpunt van het kabinet nog via een BNC-fiche wordt bepaald. Maar in beginsel is Nederland voorstander van het RENURE-principe; dat is ook eerder de lijn van het kabinet en het voorgaande kabinet geweest. We moeten nog even afwachten hoe het voorstel van de Commissie er precies uit gaat zien. Het moet ook passen binnen de milieukaders, maar uiteraard ben ik bereid de mogelijkheden zo veel mogelijk te verkennen. Met deze aantekening kan ik ook deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Kan de heer Lohman leven met deze interpretatie? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 1808 oordeel Kamer.
Dan heeft u nog een aantal vragen.
Minister Van Essen:
Ja. Ik begin met de vraag van JA21 over de hoge kosten van kunstmest en het versnellen van RENURE. Dat zal ik omarmen. Ik ben dinsdag in Brussel en zal daar dat pleidooi ook houden. In Nederland werken we ook hard aan RENURE. Dat kan ik dus toezeggen.
Dan de tweede vraag, van de heer Flach. Hij vroeg of het kabinet zich gaat aansluiten bij het voorstel van het Europees Parlement over akkerbouw. Wij volgen de onderhandelingen en zetten ons ook bij voorstellen van het EP in langs de lijn van het BNC-fiche. Voor de exacte details van de stand van zaken verwijs ik naar de minister van Financiën. Wel weet ik van mijn collega dat we er vooralsnog geen voorstander van zijn, omdat we nog volop bezig zijn met de MFK-onderhandelingen. Dit fonds valt daarbuiten.
Dan de derde vraag, over akkerbouwers bij de eco-regeling; deze is ook van de heer Flach. Ik kan zeggen dat ik dat zal doen. Ik zal ook in contact blijven met de sector over de afhandeling van de eco-regeling 2025, zoals hier besproken, en over de voorgenomen wijzigingen in 2027. Ik zal de Kamer ook informeren over de situatie die zich in het lopende jaar voltrekt. Die ontwikkelingen blijf ik dus nauw volgen en ik blijf u daarover nauw informeren.
De voorzitter:
Lid Kostić, we wachten eerst even de beantwoording van de minister af.
Minister Van Essen:
Dan de vraag van het CDA: welke kansen ziet het kabinet voor mestverwerking om de import van kunstmest te verminderen? Zoals net al aangegeven zien we met name kansen op het vlak van gerecyclede meststoffen, zoals RENURE-waardige producten. Tegelijkertijd kan dat de businesscase van biogas goed versterken, wat het kabinet ook verder ondersteunt via bijvoorbeeld de SDE+. In Nederland wordt hier veel innovatief onderzoek naar verricht. Er lopen meerdere publiek-private samenwerkingen op dit vlak, en die draag ik in Brussel dan ook uit.
Dan de vraag van het CDA over wanneer RENURE definitief wordt toegelaten. De notificatietermijn in Brussel is inmiddels verstreken. Dat heeft niet geleid tot aanpassingen in onze voorgestelde regelgeving. Dat is positief. Ik verwacht binnen enkele weken die regelgeving te kunnen publiceren. Producenten van RENURE kunnen zich daarna ook gaan registeren bij de RVO. Dat is dus positief nieuws.
Dan nog een laatste vraag van het CDA: is het kabinet van mening dat digestaat niet beoordeeld moet worden op de oorsprong, maar op de milieuprestaties? Ik snap de achtergrond van die vraag heel goed. Tegelijkertijd hebben wij ons ook te verhouden tot de net al besproken Nitraatrichtlijn. Die beperkt simpelweg het gebruik van dierlijk mest, ook als die uit een vergister komt. In het Fertiliser Action Plan heeft de Commissie aangekondigd wel te willen kijken naar die vormen van digestaat. Ik kijk uit naar het exacte voorstel dat de Commissie daarvoor gaat maken. Op basis daarvan zal ik een afweging maken, waarbij ik uiteraard ook de effecten op het milieu zal meewegen.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording gekomen?
Minister Van Essen:
Ja.
De voorzitter:
Ik geef ruimte voor één vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste dank voor de positieve reacties op de voorstellen van de Partij voor de Dieren. Ik heb nog een vraag over de motie op stuk nr. 1806. Wij vinden sowieso dat dit symptoombestrijding is, maar waar we ons het meest zorgen over maken is dat het gebruik van schelpgruis voor het zogenaamd helpen van de natuur wordt ingezet zonder goede wetenschappelijke toets en dat dit ook negatieve gevolgen kan hebben voor de natuur. Kan de minister toezeggen dat als hij dit gaat overwegen, hij hier wetenschappers goed naar laat kijken, zodat het geen schade toebrengt aan de natuur?
Minister Van Essen:
Natuurherstel is de enige weg vooruit, zeg ik met enige regelmaat. Als we dan kortetermijnacties zouden doen die juist het tegenovergestelde bewerkstelligen, ben ik daar geen voorstander van. Ik wil de suggesties die door wetenschappers worden gedaan over hoe het wel zinvol kan zijn op bepaalde plekken meenemen. Die nuance zie ik namelijk ook in de motie van de heer Boomsma en die nuance vind ik belangrijk. Dus op die manier wil ik er dan naar kijken.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid en de beantwoording in de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de moties zal vandaag bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Meneer Meulenkamp vraagt hoe laat dat is, maar dat weten we nooit in dit huis. Houd het dus goed in de gaten.
Ik dank de minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 22 mei 2026
Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 22 mei 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 22 mei 2026 (21501-02, nr. 3393).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan meteen verder met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei 2026. Ik heet de nieuwe minister in ons midden, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, van harte welkom.