Plenair verslag Tweede Kamer, 68e vergadering
Dinsdag 12 mei 2026

  • Begin
    14:00 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 0 leden der Kamer, te weten:

en mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, de heer Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en de heer Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 12 mei 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.


Vragen Van Brenk

Vragen van het lid Van Brenk aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht "Twaalf medewerkers Radboudumc in quarantaine door foutieve procedures hantapatiënt".

De voorzitter:
Aan de orde is het vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van Brenk, die haar vragen stelt namens de fractie van 50PLUS. Die vragen stelt zij aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik vanaf deze plek ook van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Recent werden we opgeschrikt door het bericht dat er op het cruiseschip Hondius een aantal gevallen van het hantavirus waren. Daar zijn mensen door overleden. Het is ook duidelijk dat het om de gevaarlijkste variant van dit virus gaat. Toch zijn er in het Radboudziekenhuis in Nijmegen standaardprocedures gevolgd in plaats van de strengere procedures die vereist zijn. Daardoor moeten twaalf medewerkers uit voorzorg zes weken in quarantaine. Ik wil toch van de minister weten: hoe kan dat nou? Hebben we nou niets geleerd van corona? Het ziekenhuis zegt dat de kans op besmetting klein is, maar wat betekent dat dan? Worden alle risico's afgedekt? Hoe zit het met gezinsleden en huisgenoten van de mensen in quarantaine? Ik zag gister het interview met de minister. Ik wil gewoon precies weten: wat houdt thuisquarantaine nou in? De minister noemde buiten wandelen. Dat klinkt toch wel heel vreemd. Is dit niet te kwetsbaar en is het eigenlijk niet veel logischer dat je een hotelvleugel afhuurt en mensen daar in quarantaine laat gaan? Ik hoor graag een reactie van de minister.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Ik zal zo op de specifieke vragen van mevrouw Van Brenk ingaan, maar eerst zeg ik ook iets naar aanleiding van haar inleidende woorden over het virus dat is uitgebroken op de Hondius twee weken geleden. Mevrouw Van Brenk zegt het treffend: het is een heel heftig virus waar je heel ziek van kan worden en ook aan kan overlijden. Dat is helaas in drie gevallen ook gebeurd. Ik wil graag vanaf deze plek mijn medeleven uitspreken aan alle nabestaanden. Tegen alle passagiers die aan boord zaten van het schip, in het bijzonder natuurlijk de Nederlanders, die gelukkig allemaal weer in Nederland zijn, wil ik zeggen dat ik me realiseer dat u allen een ongelofelijk heftige tijd aan boord van het schip heeft gehad en nu voor zes weken in quarantaine moet. Dat heeft gewoon een impact op je leven. Dat realiseer ik me.

Maar we doen dat niet voor niks. Het is namelijk een virus dat, hoewel het niet zo besmettelijk is als bijvoorbeeld corona, je wel heel ziek kan maken. Zoals ik al zei: de kans op overlijden is zeker aanwezig. Dan kunnen we niets anders doen dan het zekere voor het onzekere nemen. Wij hebben besloten om de richtlijn om in quarantaine te gaan, die vanuit het Europese RIVM, de ECDC, is gegeven, ook hier in Nederland van toepassing te verklaren. Dus dat is gebeurd. Mensen gaan nu voor zes weken in quarantaine. Dat gebeurt thuis, of, als je niet in Nederland een thuis hebt maar wel hier in Nederland bent opgevangen, op een speciaal daarvoor ingerichte locatie.

Voorzitter. Dan ga ik naar de specifieke vragen van mevrouw Van Brenk over de medewerkers uit het Radboudumc die uit voorzorg in quarantaine zijn gegaan. In het Radboudziekenhuis in Nijmegen zijn de strenge procedures gevolgd, maar niet de allerstrengste procedures zoals die gelden in het geval van dit hantavirus. Dat geldt in het geval van het afnemen van bloed en het afvoeren van urine van de patiënt die op dit moment in het Radboudumc wordt behandeld.

Voorzitter. De kans dat medewerkers daardoor besmet zijn is klein, maar omdat we weten dat we met een serieus virus te maken hebben, heeft het Radboudumc gezegd: "We nemen het zekere voor het onzekere. We weten dat dit een drastische maatregel is met een grote impact, maar we doen het wel, juist omdat we het zekere voor het onzekere willen nemen, omdat we er alles aan willen doen en omdat we alles op alles willen zetten om verspreiding van het virus te voorkomen."

Voorzitter. Mevrouw Van Brenk stelde mij een vraag over de gezinsleden en de huisgenoten van de mensen die in quarantaine gaan. Daar kan ik het volgende over zeggen. Dit geldt zowel voor de huisgenoten van de medewerkers van het Radboudumc als voor de huisgenoten van de mensen die van het schip komen. Gezinsleden of huisgenoten die niet op het schip waren dan wel medewerker zijn in het Radboudumc mogen naar buiten, naar school of naar hun werk, omdat we strikte regels hebben voor thuisquarantaine. Degene die in quarantaine zit, moet afstand houden, moet in een aparte slaapkamer slapen en moet, voor zover dat mogelijk is, gebruikmaken van een apart toilet dan wel steeds goede hygiënemaatregelen nemen na gebruik van het toilet. Dat zijn de reguliere en gangbare regels die gelden bij thuisquarantaine en die gelden ook nu. Ook hierbij volgen we de richtlijnen en de adviezen die via het RIVM tot ons zijn gekomen. Tot zover de regels die gelden voor thuisquarantaine.

Ik weet niet zeker of ik mevrouw Van Brenk goed hoorde, maar ik dacht dat zij een opmerking maakte over een rondje buiten lopen. Dat is toegestaan, maar je kunt niet naar een sportklasje gaan. Als je naar buiten gaat, dan geldt de afstandsregel nog steeds en dan moet je een mondkapje dragen. Waarom doen we dat? Omdat zes weken thuisblijven een ongelofelijke impact heeft. De beelden die we in de afgelopen dagen hebben gezien, doen ons allemaal terugdenken aan de heftige coronatijd. We weten wat de impact is van thuisblijven. Dat is nodig in dit geval, maar we weten tegelijkertijd dat je een rondje kunt lopen als je dat op een verantwoorde manier doet, met afstand houden en een mondkapje op. Dat is ook goed voor je welbevinden als je zes weken thuis moet blijven.

Voorzitter. Tot slot de laatste vraag van mevrouw Van Brenk: is het niet logischer om mensen in een hotel of op een aparte locatie in quarantaine te laten gaan? Ik begrijp die vraag heel goed. Ik heb zelf afgelopen vrijdag met Menno de Jong van het RIVM gesproken en het met hem ook gehad over de vraag hoe wij dit soort afwegingen maken. Het is heel belangrijk dat wij hierin een weging maken tussen wat het risico is en wat proportioneel is. Die verantwoordelijkheid neem ik dus ook bij de uitvoering van de maatregel. Met het oog op het risico en de proportionaliteit zeggen wij: zes weken is een lange tijd, maar het is nodig vanwege dit virus en vanwege de potentiële effecten en gevolgen. We willen mensen dat dan wel in hun thuisomgeving laten doen, zodat we de impact beperken waar we kunnen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wij vinden dit toch heel kwetsbaar. Het klinkt alsof je best een groot risico neemt, waarbij je er vertrouwen in hebt dat mensen zich zes weken aan die richtlijnen houden. Misschien kan de minister daar straks toch nog even dieper op ingaan. Misschien kan ze ook nog ingaan op wat het virus precies inhoudt, zodat de mensen die thuis meekijken daar wat meer gevoel bij hebben.

Vanochtend vroeg is op het vliegveld in Eindhoven het vliegtuig geland met dertien Nederlanders aan boord. Op welke manier is de quarantaine tijdens het vervoer in dat vliegtuig gewaarborgd? Ik blijf dan toch nog maar een keertje aandringen op het volgende: de kans op besmetting is misschien klein, maar kan de minister aanduiden hoe klein die kans nou is?

Minister Hermans:
Ik begin bij de vraag over het risico om dat toch thuis te doen en niet op een aparte locatie. Ook als je het op een aparte locatie doet — er zijn ook landen die daarvoor kiezen — is het niet zo dat je mensen kan opsluiten, want ook dan kan iemand naar buiten gaan of iemand anders opzoeken. Het gaat er dus uiteindelijk om hoe je op de locatie waar je de quarantaine regelt, de goede regels en instructies die daarbij horen — ik noemde net al de afstand en het mondkapje — in acht neemt. Je blijft dan zes weken thuis en kan zes weken niet je leven leiden zoals u en ik kunnen. Je kunt niet gewoon in- en uitlopen, leuke dingen gaan doen, boodschappen gaan doen, naar je werk gaan of naar school gaan. Dat kan gewoon zes weken niet. Dat wetende, zoek ik naar een vorm die kan, die verantwoord is, die gangbaar is en waarmee we de risico's kunnen beperken. De mensen die dit hebben meegemaakt, hebben echt iets meegemaakt. Daar zit een verantwoordelijkheidsgevoel. Zij willen op geen enkele manier verantwoordelijk zijn voor het verder verspreiden van dit virus.

Dan kom ik bij de vraag over wat het virus inhoudt, waarbij ik ook gelijk de besmettelijkheid zal meenemen. Het is echt een andere situatie, ook al doen de beelden ons herinneren aan corona. Het is een ander virus. Waar corona zich bijvoorbeeld, net als een griepvirus, snel door de lucht verspreidt, is dat in het geval van het hantavirus alleen door nauw en intensief contact. Het hantavirus kenden we ook al. Het coronavirus was nieuw en muteerde snel. Nogmaals, het is nu echt een andere situatie. Met al die kennis en de maatregelen die we nu nemen, hebben wij er vertrouwen in dat we dat virus onder controle kunnen houden.

Voorzitter. Dan kom ik tot slot bij de vraag over het vliegtuig. In dat vliegtuig hebben we afstandseisen gehanteerd en moesten mensen een mondkapje op, dus tijdens de reis waren ook richtlijnen voor quarantaine van kracht.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Tenerife wilde het cruiseschip niet aan wal hebben. Het cruiseschip komt nu richting Rotterdam. Op dat schip is nog een overledene aanwezig. Dat schip komt naar Rotterdam om schoongemaakt te worden. Ik wil graag van de minister weten hoe we de veiligheid hebben geregeld. Moeten mensen zich zorgen maken? Kan de minister aangeven wat voor voorzorgsmaatregelen er genomen worden? Hoe kan je zo'n groot schip schoonmaken? Wat zijn de plannen daarvoor? Wat Spanje eng vond, vinden wij schijnbaar niet eng. Misschien kan de minister dat nog wat toelichten.

De voorzitter:
Minister, kort en bondig, alstublieft.

Minister Hermans:
Net als op Tenerife zullen ook hier natuurlijk allerlei maatregelen genomen worden om verspreiding te voorkomen. Op het schip is nog een deel van de bemanning aanwezig. Vandaag nog is er een overleg tussen de reder, de GGD Rotterdam-Rijnmond, het RIVM en natuurlijk het havenbedrijf over hoe we dit precies gaan doen. Het schip is gisteravond gaan varen en komt, uit mijn hoofd gezegd, in de nacht van zondag op maandag aan in Rotterdam. We richten de procedure nu heel precies in. Zodra we die precies weten, zal ik de Kamer daar uiteraard over informeren, maar het is nu work in progress. We hebben ons eerst gefocust op de mensen die aan boord waren veilig thuiskrijgen. Dat is nu gelukt. Die mensen zijn nu allemaal van het schip af en naar verschillende landen gevlogen. Nu is onze aandacht gericht op dat schip hier veilig laten aanleggen, het veilig schoonmaken en natuurlijk ook op de bemanning aan boord op een veilige plek in quarantaine brengen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Betekent dat dat de mensen die het schip gaan schoonmaken, daarna ook in quarantaine moeten of zijn er zodanige maatregelen dat dat niet hoeft?

Minister Hermans:
Ik heb de afgelopen dagen rondom dit virus geleerd dat er steeds nieuwe informatie komt en er zich ook nieuwe vragen aandienen. Ik vind dit een heel terechte vraag van mevrouw Van Brenk, maar ik ga hier nu niet speculeren. Dit overleg vindt namelijk zo'n beetje as we speak plaats. Zodra ik weet hoe dat proces eruit gaat zien, welke stappen er in de voorbereiding gezet worden maar ook als dat schip er eenmaal is en rondom de bemanning, zal ik de Kamer daarover informeren.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij dat wij daar dan informatie over krijgen. Vanaf deze plaats wil ik ook alle mensen die in quarantaine zijn en die mensen hebben verloren door dat vreselijke virus, heel veel sterkte wensen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Een vervolgvraag van de heer Bushoff.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik richt allereerst ook mijn medeleven tot de nabestaanden van de overledenen en wens de mensen die in quarantaine moeten sterkte. De minister gaf terecht aan dat het een ander virus is dan het coronavirus. Tegelijkertijd is de overeenkomst natuurlijk wel dat we nog een heel aantal dingen niet weten over dit virus. Ook dat gaf de minister aan. Mijn vraag is eigenlijk of we in navolging van de coronalessen dit virus ook goed kunnen volgen. Een van de belangrijkste lessen van corona was namelijk dat zo snel mogelijk moet worden opgespoord waar dat virus zich ontwikkelt, waar het zich verspreidt, waar het opkomt en dergelijke. Ik vraag mij af welke mogelijkheden we daartoe hebben in het geval van bijvoorbeeld dit hantavirus. Kan de minister daarop ingaan, eventueel per brief?

Minister Hermans:
Er is informatie, maar dat is inderdaad beperkte informatie. Daar heeft de heer Bushoff gelijk in. Wat we nu meemaken, levert nieuwe informatie en nieuwe kennis op, zowel van de mensen die ziek zijn als van mensen die dat niet worden of die straks misschien het virus doormaken, maar geen verschijnselen hebben. Dat is allemaal relevante informatie om meer over dit virus te weten te komen. De kennisuitwisseling daarover is van het allergrootste belang, zo heb ik ook de afgelopen dagen gezien. Het onderstreept ook maar eens hoe belangrijk het is dat we die investering in de pandemische paraatheid met steun … Of nee, ik moet eigenlijk zeggen dat we die investering op aandringen van de Kamer — ik zie mevrouw Bikker nu zitten — overeind hebben kunnen houden. Ik wil graag toezeggen aan de heer Bushoff dat ik wat we in de komende weken aan informatie opdoen en hoe ons dat helpt, blijf delen in mijn updates over het virus. Maar het is inderdaad zo dat daar aandacht voor is. Die vraag kan ik bevestigend beantwoorden.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het Radboudumc heeft sinds 2022 twee hypermoderne isolatie-units, maar toch is ervoor gekozen om die mensen niet daar op te nemen. Het gevolg daarvan is dat twaalf mensen zes weken in quarantaine moeten. In het VK is het Andesvirus al jaren formeel geclassificeerd als airborne HCID, met dwingende protocollen. Nederland kent zo'n classificatie niet. De vraag aan de minister is: bent u bereid toe te zeggen dat u voor oktober 2026 een nationale HCID-lijst invoert, met twee aangewezen behandelcentra, 24/7 RIVM-advies en dwingende virusspecifieke IPC-protocollen, bindend per ziekteverwekker?

Minister Hermans:
De heer Claassen noemt nu allerlei technische termen die mij niet allemaal tot achter de komma bekend zijn. Maar in algemene zin is er het volgende aan de hand rondom het Radboudumc. Dat is niet anders dan u ook in de kranten heeft gelezen. Er gelden strenge procedures voor het afnemen van bloed en voor het afvoeren van urine in het geval dat er sprake is van zo'n ernstig virus als het hantavirus. In het Radboudumc hebben ze de strenge procedures gevolgd, maar niet de allerstrengste procedure die nu gevolgd had moeten worden. Dat is niet goed geweest. Daar gaan ze natuurlijk ook van leren voor de toekomst. Ook hebben zij gezegd: wij nemen het zekere voor het onzekere; wij zetten deze twaalf collega's uit voorzorg zes weken in quarantaine.

Mevrouw Wendel (VVD):
Het was een hele belangrijke, maar natuurlijk ook een complexe operatie om de Nederlanders weer veilig terug naar huis te krijgen. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Ziet zij risico's naar aanleiding daarvan? Hoe is dat verlopen? Hoe ging de samenwerking? Ik ben benieuwd naar iets meer inzichten daarin.

Minister Hermans:
Mevrouw Wendel heeft gelijk: het was een complexe operatie. Er waren veel nationaliteiten aan boord. Het was een schip onder Nederlandse vlag, dat in eerste instantie in de buurt van een land lag, Kaapverdië, waar het schip niet kon aanmeren met ernstig zieke mensen aan boord. Het begon dus met een medische evacuatie. Daarna moest het schip ergens kunnen aanmeren, zodat de passagiers van boord konden en naar huis gebracht konden worden. Ik ben onder de indruk, mag ik wel zeggen, van de samenwerking nationaal en internationaal, de samenwerking met de verschillende RIVM'en, om het zo te zeggen, in Europa en natuurlijk ECDC, maar ook hier in Nederland met het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Defensie, het RIVM en alle GGD'en. Ik denk dat we bij corona geleerd hebben hoe belangrijk het is dat die lijnen kort zijn, dat er op een goede manier wordt samengewerkt en gecoördineerd, zodat je, als zo'n situatie aan de orde is, heel snel kunt opschalen, elkaar kunt vinden en kunt regelen wat er geregeld moet worden. Dus naast mijn medeleven, hierbij ook vanaf deze plek een woord van dank aan iedereen die de afgelopen dagen keihard gewerkt heeft.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid en voor de beantwoording van de vragen.


Vragen El Abassi

Vragen van het lid El Abassi aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht "Stadhuis IJsselstein zwaar beschadigd na hevig protest tegen noodopvang, burgemeester spreekt van 'terror'".

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer El Abassi voor zijn vragen namens de fractie van DENK aan de minister van Asiel en Migratie, die ik van harte welkom heet in vak K. Het woord is aan de heer El Abassi.

De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Stadhuizen zijn zwaar beschadigd. Er zijn hakenkruizen, geklad met de tekst "nee, azc" en discriminerende en gewelddadige uitingen richting burgemeesters, structureel. De afgelopen weken wordt het land opnieuw geterroriseerd door ronduit extreemrechts tuig in Apeldoorn, in Loosdrecht en in IJsselstein. Dit zijn geen incidenten; dit is een patroon. Dit is een patroon van haat en geweld, opgestookt door politici aan de rechterflank van deze Kamer. Iedereen die het ermee oneens is, krijgt de volle laag. Raadsleden en onschuldige burgers worden geïntimideerd en bedreigd. Burgemeesters krijgen te horen dat er op hen gejaagd wordt. Burgemeesters moeten zich uit angst achter hekken verschuilen. Dit zijn geen "bezorgde ondernemers", zoals sommige politici deze terreur met de mantel der liefde willen bedekken; dit is gewoon anti-azc-terrorisme.

Uit onderzoek blijkt dat extreemrechtse en neonazistische groeperingen zoals Defend Netherlands de anti-azc-protesten organiseren. Ze zaaien angst over de komst van asielzoekers en stoken de vreemdelingenhaat op. Dit is allemaal in dienst van hun racistische politieke agenda. Dit heeft helemaal niets te maken met legitiem protest; dit is puur anti-azc-terrorisme.

Ik wil daarom aan de minister vragen: wanneer gaat dit kabinet erkennen dat er sprake is van terroristisch geweld? Wanneer geweld en intimidatie worden ingezet om politieke besluitvorming te beïnvloeden, wanneer overheidsinstellingen bewust een doelwit worden gemaakt en wanneer bevolkingsgroepen systematisch worden gedemoniseerd, dan raken we aan de kenmerken van terrorisme. Is de minister het hiermee eens?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van den Brink:
Goedemiddag, voorzitter. Het is goed dat dit onderwerp wordt aangesneden. We hebben gezien wat er gebeurd is rondom demonstraties en het uit de hand lopen daarvan. Dit debat en deze discussie gaan over geweld, bedreigingen en vandalisme. Dit kabinet heeft nul begrip voor standpunten die gepaard gaan met gedragingen die onacceptabel zijn in onze democratische rechtsstaat. Het komt voor dat mensen in onze samenleving het niet eens zijn met beslissingen van een bestuur op lokaal of nationaal niveau, maar daar hebben we democratische middelen voor, waaronder het debat hier in het parlement, in gemeenteraadszalen en in provinciale huizen. Het recht op demonstratie, petitie en vergadering horen daarbinnen, maar geweldsuitingen horen daar op geen enkele manier bij. Los van fysieke schade schaadt het de individuele mensen en hun gezinnen, en ook onze rechtsstaat.

Om diezelfde reden accepteren wij ook niet de normalisering van allerlei extremistische uitingen, die we daar soms ook bij aanwezig zien. We zagen eerder dat politiemensen tijdens die anti-asielprotesten onder andere werden bekogeld met niet alleen allerlei voorwerpen zoals eieren en frisdrank, maar ook zwaar vuurwerk. Burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren zijn onder druk gezet en zelfs bedreigd. Het enige antwoord dat we hierop hebben is onze eigen democratische rechtsstaat, specifiek de opsporingsdiensten. Die vervullen hier een taak. Justitie en de politie doen dat ook. In het geval van IJsselstein, waar volgens mij origineel de vragen over gesteld waren, hebben er inmiddels ook twee aanhoudingen plaatsgevonden. We hebben hier de gezamenlijke taak om het publieke debat op een verantwoorde wijze te voeren, niet alleen hier, zoals wij hier met ons allen aanwezig zijn, maar ook buiten, in de samenleving, in heel Nederland. We moeten voorkomen dat lokale relschoppers signalen in het publieke debat opvatten als een aanjager om zich te misdragen. Daarvoor is het voor het kabinet irrelevant welke titel erop wordt geplakt, want elke vorm van geweld is onacceptabel, met welk motief dan ook.

De heer El Abassi (DENK):
Het is in het kader van het normaliseren, wat de minister terecht noemt, volgens mij wél terecht dat we daar een sticker op plakken. We zien bijvoorbeeld dat er bij het pand van D66 gekeken wordt naar een terroristisch oogmerk. We weten ook dat het wat kan doen met mogelijke daders en verdachten als ze weten dat er zo'n kenmerk op geplakt kan worden. Ik zou de minister willen vragen waarom er bij het pand van D66, terecht, gekeken wordt naar een terroristisch oogmerk en hier niet.

Minister Van den Brink:
Laat ik daarover heel helder zijn: discriminerende, racistische en antisemitische uitingen horen niet in ons land thuis, los van het feit of iets geduid kan worden als extremistisch. Het belagen van de politie en het vernielen van het stadhuis zijn ook volstrekt onacceptabel. Tegelijkertijd wordt het onderzocht en wordt er onderzoek naar gedaan. Uiteindelijk is het aan het OM om daar met een vervolgingsbeslissing over te komen en aan de rechter om daar een uitspraak over te doen. Aan de hand daarvan zal het kabinet zich voegen naar de uitspraken die daarover worden gedaan, maar wij zijn als kabinet niet het instituut dat zich dient uit te spreken over met welk motief iets gepaard is gegaan.

De heer El Abassi (DENK):
We moeten dit niet normaliseren. Ik zou toch willen dat de minister zich hier wat steviger tegen uit. Er zijn overheidsinstellingen bewust doelwit gemaakt en verschillende gemeenten hebben beslissingen teruggedraaid op basis van de terreur die heeft plaatsgevonden. Is de minister dan op z'n minst bereid om met het OM in gesprek te gaan om te kijken naar een terroristisch oogmerk?

Minister Van den Brink:
Wij hebben daarover volgens mij net hier en op veel andere momenten in de afgelopen dagen en weken in de meest krachtige bewoordingen uitspraken gedaan, ook over de aanslag op het partijkantoor van D66, waar u naar verwijst. Dat zullen we ook blijven doen, maar we zullen het uiteindelijk wel aan het OM laten om daar uitspraken over te doen. Ik kan u wel zeggen dat we natuurlijk ook kijken naar of er sprake is van georganiseerde acties rondom de gewelddadigheden die we zien. Daar wordt ook onderzoek naar gedaan. Daar is de AIVD ook een onderdeel van. Er wordt dus alles op alles gezet om het te onderzoeken, maar het is uiteindelijk aan het OM en aan de rechter om daar een oordeel over te vellen.

De heer El Abassi (DENK):
Uitspraken van het OM ... Ook wij doen hier uitspraken, of dat nu gaat over leuzen of over bepaalde handelingen. Ik zou de minister willen vragen: wat vindt de minister van het feit dat we constant te maken hebben met symbolen als hakenkruizen, "Sieg-heilen" en NSB-vlaggen? Vindt de minister dat antisemitisch?

Minister Van den Brink:
We hebben natuurlijk al vaak het debat gevoerd over welke uitingen wel of niet verboden zijn. Er is geen algemeen verbod in Nederland op bepaalde typen uitingen, want het vooraf verbieden van uitingen is namelijk preventieve censuur en dat is niet toegestaan door onze Grondwet, maar het kan wel degelijk strafbaar zijn als je een bepaalde vlag draagt of een andere uiting doet in het openbaar. Dat zal het Openbaar Ministerie altijd per concreet geval beoordelen, maar daar spelen wel de context waarmee dat wordt gedaan en hoe dat plaatsvindt een rol. Maar het in de openbaarheid tonen van een hakenkruisvlag of een prinsenvlag kan strafbaar zijn en onder meer opruiing, groepsbelediging of aanzetten tot haat, discriminatie of geweld opleveren. Ook hier geldt weer dat we een wetboek hebben. In het wetboek is het verankerd. Uiteindelijk is het aan het OM en aan de rechterlijke macht om daarover te oordelen.

De heer El Abassi (DENK):
We hebben inderdaad een wetboek en we hebben ook hier in het huis de rol om dingen niet te normaliseren en niet normaal te maken. We hebben het hier over hakenkruizen, nazistische symbolen en "Sieg-heilen". Als de minister zegt dat dat strafbaar kán zijn en hij dat harde bewoordingen vindt, dan kan ik u vertellen dat wij daar als partij veel steviger in staan.

Is de minister bereid om ook de extreemrechtse olifanten in deze Kamer te benoemen, namelijk dat het anti-azc-terrorisme wordt opgestookt en gelegitimeerd door politieke partijen aan de rechterflank die angst zaaien tegen nieuwkomers?

Minister Van den Brink:
Laten we allemaal onze eigen rol spelen. Niet spelen als in spelen, maar als in zuiver zijn over welk instituut we vertegenwoordigen. Ik vertegenwoordig het instituut van het kabinet. Ik ben hier minister. In die zin roep ik onze samenleving op om ieder debat op een fatsoenlijke wijze te voeren. Ik verwerp iedere uiting van geweld, zoals vuurwerk gooien en allerlei andere zaken die richting bestuurders of richting gebouwen gaan. Laat het debat in deze Kamer gaan over onze ideeën. Laten we het op die manier met elkaar voeren. Dat is mijn rol als minister. Ik ga niet de Kamer becommentariëren in die zin.

De voorzitter:
De heer El Abassi, afrondend.

De heer El Abassi (DENK):
Ik had gehoopt dat de minister het ook zou hebben over woorden als "asielinvasie", "omvolking" en "Nederland terugpakken", bewoordingen die hierbij voorkomen.

Ten slotte: wat gaat de minister doen om gemeenten te beschermen tegen dit anti-azc-terrorisme? Hoeveel daders zijn er opgepakt? Is de minister bereid om snelrecht toe te passen? Wat gaat hij doen om burgemeesters te steunen?

Minister Van den Brink:
Wij zetten zeker alle middelen in die de politie tot haar beschikking heeft, waaronder het snelrecht, bijvoorbeeld voor de mensen die in IJsselstein zijn aangehouden. De onderzoeken lopen door. Er worden verschillende gebiedsverboden ingezet. Er worden controles gedaan bij mensen thuis op vuurwerk of anderszins, ten aanzien van verdachte acties die mensen wilden ondernemen. De rechtsstaat functioneert dus volop. Tegelijkertijd hebben wij een debat met elkaar te voeren over hoe wij omgaan met asiel. Daarvoor sta ik dan ook nog. Ik vervang hier vandaag de minister van Justitie, maar mijn dagelijkse bezigheden richten zich op het beperken van de instroom in Nederland, om het draagvlak voor asiel te behouden, en tegelijkertijd op het realiseren van de opvang die noodzakelijk is. Dat is mijn opdracht.

De heer Mathlouti (D66):
Er wordt vaak in dit huis gezegd dat demonstreren een groot goed is. Daar moeten we volgens mij heel trots op zijn. Als inwoners van een bepaalde gemeente zich zorgen maken omdat daar een overheidsbesluit is genomen, is het aan die gemeente om die zorgen serieus te nemen en daarover het gesprek te voeren. Ik denk dat de burgemeester van Den Bosch dat gisteren op tv heel goed verwoordde. Maar we zien een patroon — de heer El Abassi zei het ook — van geweld, intimidatie en vernieling. Het is toch wel zaak, ook met het oog op verdere openingen van azc's in het kader van de Spreidingswet, om dat glashard te normeren.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Mathlouti (D66):
Wat gaat het kabinet de komende tijd concreet doen om het keihard te veroordelen en te normen? Ik proefde net namelijk een beetje een ontwijkend antwoord.

Minister Van den Brink:
Ik gaf net aan dat we dit debat en deze discussie wat mij betreft helemaal niet starten met het demonstratierecht. Dit debat gaat gewoon over geweld en over het uitspreken dat geweld op geen enkele manier in onze samenleving hoort. Er is geen enkel motief voor geweld dat dit kabinet acceptabel vindt voor het verkondigen van je mening over wat dan ook. Daarmee heb ik dus genormeerd. Tegelijkertijd zetten we de rechtsstaat ten volle in om mensen te vervolgen die daaraan hebben bijgedragen. Met de AIVD doen we onderzoek naar eventuele patronen die daarachter zitten.

Ten slotte sta ik naast alle lokale bestuurders die uitvoering geven aan wetten die in dit parlement tot stand zijn gebracht, waaronder de Spreidingswet. Ik zie dat bestuurders dat blijven doen. Ik zie dat er ook op lokaal niveau flinke demonstraties plaatsvinden. Dat is een goed recht, als dat op een fatsoenlijke manier gebeurt. Tegelijkertijd houden diezelfde bestuurders vast aan hun voornemen om asielopvang te openen, omdat we dat met elkaar hebben afgesproken.

De heer Ceulemans (JA21):
Het is heel simpel: alles wat te maken heeft met geweld, intimidatie en vernielingen is op geen enkele manier goed te praten. Dat veroordelen wij zonder mitsen of maren. Wat het eveneens heel kwalijk maakt, is dat het ook partijen als DENK de gelegenheid biedt om te doen alsof al die inwoners die nu worden geconfronteerd met een noodopvangvoorziening in hun dorp, wat een gemeenschap ontwricht, terroristen of neonazi's zijn. Dat zijn gewoon nette, hardwerkende mensen die van de ene op de andere dag geconfronteerd worden met iets wat ze niet willen. Ik vraag de minister: erkent hij dat het heel legitiem is om daar grote bezwaren tegen te hebben? Erkent hij dat het verzoek dat hij heeft gedaan voor die noodopvang een bom heeft laten afgaan in heel veel van die gemeenten en dat de afgelopen weken hebben laten zien dat daar gewoon geen draagvlak voor is?

Minister Van den Brink:
Ik erken dat ik als minister uitvoering geef aan een wet. Uitvoering geven aan een wet is volgens mij het begin van mijn werkzaamheden als minister. Dat doe ik zo goed mogelijk in overleg met lokaal bestuur. Ik zie natuurlijk ook dat het feit dat de wet de afgelopen tijd onvoldoende is uitgevoerd, leidt tot een vraag van mij voor spoednoodopvangplekken. Dat heeft tot gevolg dat er sprake is van een veel snellere realisatie. Omdat het om spoedplekken gaat, ontstaat er een discussie op lokaal niveau. Tegelijkertijd erken ik dat iedere vorm van demonstratie en overleg en mensen die daar bezorgd over zijn gewoon onderdeel zijn van onze samenleving. Laten we het asjeblieft mooi vinden aan onze samenleving dat je hier in dit land bezorgd kunt zijn en daar uiting aan kunt geven. Tegelijkertijd — dat hoor ik u ook zeggen — moeten we acuut een streep trekken en het niet meer hebben over demonstratierecht, maar over geweld, als mensen met vuurwerk beginnen te gooien naar onze politieagenten. Laten we het in die zin gewoon simpel maken. Laten we in dit land een debat hebben over onze zorgen, over wat onze opgave is en over wat we met elkaar hebben afgesproken in wetgeving. Laten we dat op een fatsoenlijke manier doen. Zo simpel is het.

De heer Ceulemans (JA21):
Het probleem is natuurlijk dat mensen in gemeenten zien dat de landelijke politiek al jarenlang faalt als het gaat om asiel. Al jarenlang gebeurt er niets aan instroombeperking. Mensen zien dat er per week 1.000 asielzoekers binnen blijven komen en dat de politiek niets doet. Het enige wat ze wel zien, is dat er op verzoek van deze minister ineens van de ene op de andere dag en zonder aankondiging een noodopvanglocatie in hun gemeente komt. Dat ontwricht een gemeenschap. Ik heb begrepen dat de eerste asielzoekers in Loosdrecht inmiddels zijn aangekomen. Is de minister het met mij eens dat dit ook vanuit de kant van een gemeente geen prestigestrijd mag worden? Het moet niet zo zijn dat een gemeente zegt "ik zet dit nu coûte que coûte door, omdat ik niet wil zwichten", terwijl dat protest komt van nette mensen. De afgelopen dagen hebben laten zien dat het in alle opzichten gewoon extreem onverstandig is omdat plan door te zetten.

Minister Van den Brink:
Ik steun ten volle dat die gemeenten niet zwichten voor geweld. Dat is mijn simpele antwoord.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Nederlandse dorpen en steden zijn geteisterd door extreemrechts geweld. We moeten niet vergeten dat het deze minister zelf was die een oproep, een noodkreet, heeft gedaan aan burgemeesters om voor noodopvang te zorgen. Nu doen die burgemeesters dat. Ze steken hun nek uit en ze worden geïntimideerd en bedreigd. Er zijn gewelddadigheden, er zijn hakenkruizen en er wordt "Sieg Heil" geroepen. En wat doet het kabinet? Het is oorverdovend stil. Er is geen reactie van de premier en geen reactie van de vicepremier. Zij zegt alleen wel: we hebben toch een probleem; we moeten grip krijgen op die migratie.

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoorde deze minister net ook weer zeggen: we hebben een debat te voeren over asiel. Nee, we hebben een debat te voeren over de opkomst van extreemrechts geweld.

De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Teunissen?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Waarom spreekt de minister zich daar niet duidelijker tegen uit?

Minister Van den Brink:
Ik denk dat dit fantastisch laat zien hoe het in deze Kamer gaat. Er zijn nogal grote tegenstellingen. Ik heb de vraag nu namelijk van verschillende hoeken gekregen. Ik zal de hoeken geen kwalificatie geven. Dit kabinet is gewoon heel duidelijk. Wij hebben een veroordeling uitgesproken over iedere vorm van geweld. Dat hebben we al een paar keer gedaan en dat blijven we doen. Ik ben daarop aanspreekbaar en ik zal daar ook op aanspreekbaar blijven. Bij iedere vorm van geweld met een motief, waar u op duidt, zal ook gewoon vervolging plaatsvinden. In die zin werkt onze rechtsstaat voor al diegenen die zich misdragen en geweld gebruiken. Dat moeten we blijven doen. Dat moeten we ook blijven normeren. Tegelijkertijd zal ik eraan blijven werken dat we wel een debat kunnen voeren over asiel, dat ik wel het debat blijf voeren over instroombeperkende maatregelen en dat ik net zozeer het debat voer over opvang. Dat hoort namelijk bij elkaar. Ik heb hier al heel vaak gezegd, ook vanaf een andere plek toen ik hier nog een andere rol had, dat iedereen die probeert het asieldebat in tweeën te knippen door alleen over instroom of alleen over opvang te praten, geen recht doet aan het probleem. We hebben én de instroom te beperken én de opvang met elkaar op te lossen. Ik kan het niet mooier maken, maar dat is wel waar ik mee door zal blijven gaan.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit extreemrechts geweld is mede toegenomen door ophitserij, ook in deze Kamer en ook in het kabinet, door vluchtelingen steeds als zondebok aan te merken. Vervolgens zeg je dan: we hebben wel noodopvang nodig, dus we gaan een brief sturen. Er zijn burgemeesters die hun nek uitsteken en het kabinet is zich prima bewust van de gevoelige context waarin ze deze brief sturen. Burgemeesters steken hun nek uit, en als er vervolgens enorme rellen zijn, als er met vuurwerkbommen naar de politie wordt gegooid, is het vanuit de premier oorverdovend stil en is het vanuit de vicepremier oorverdovend stil, terwijl altijd die veiligheid vooropstaat. Ik vraag dan of de minister van Asiel zich niet heel alleen heeft gevoeld in het kabinet, omdat er niet steviger stelling is genomen en we niet weigeren te normaliseren dat hier sprake is van extreemrechts geweld. Waarom trekt het kabinet geen heldere lijn?

Minister Van den Brink:
Ik heb niet echt een aanleg om mij alleen te voelen. Dat voel ik mij ook niet, zeker niet in dit kabinet, omdat we met elkaar heel duidelijke afspraken hebben gemaakt. Ik sta gewoon voor die afspraken en die voer ik ook uit. Ik heb daarvoor de volledige steun van het kabinet. Dat betekent dat ik doorga met het realiseren van instroombeperkende maatregelen en met het realiseren van opvang door uitvoering te geven aan de Spreidingswet. Ik blijf in gesprek met alle gemeentes die dat voor mij proberen te realiseren. Ik doe een groot beroep op hen; dat snap ik ook. Ik heb grote waardering voor alle handhavers van onze openbare orde die daar elke dag weer staan en voor burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden die samen proberen asielopvang te realiseren. Alle andere woorden werp ik toch enigszins van mij, omdat daar allerlei suggesties in zitten die het kabinet niet tot de zijne rekent.

De heer Dassen (Volt):
We zien dat extreemrechtse bewegingen internationaal samenwerken rond deze azc-protesten. Mijn vraag aan deze minister is: wat heeft het kabinet concreet ondernomen om te zorgen dat die bewegingen worden tegengegaan?

Minister Van den Brink:
Dat is een van de vragen die ook op lokaal niveau worden bekeken. Op lokaal niveau wordt op het moment dat een demonstratie wordt aangemeld, natuurlijk ook gekeken welke mensen daarbij betrokken zijn en welke mogelijkheden we hebben om mensen die daar eerder zijn verschenen en geweld hebben gebruikt, gebiedsverboden op te leggen. Ik weet dat dat in verschillende gemeenten is gedaan en dat daar nauw overleg over is tussen de diensten. Ook de AIVD doet onderzoek naar de vraag of hier sprake is van andere vormen van geweld of georganiseerdheid. Op die manier wordt alles op alles gezet om daar een goed beeld van te hebben en daarop te handhaven.

De heer Dassen (Volt):
De minister had het net over draagvlak. Het draagvlak in de samenleving om mensen op te vangen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, is heel hoog. Nog steeds. Ook zie je daar waar azc's komen, dat het vertrouwen altijd weer terugstijgt naar het oorspronkelijke niveau. Tegelijkertijd zien we dat extreemrechtse bewegingen dit draagvlak aan het ondermijnen zijn in deze discussie, die aangejaagd wordt door een gedeelte van deze Kamer, dat inderdaad hitsend mensen oproept om hiermee door te gaan. Dan zou ik verwachten dat er vanuit dit kabinet hele harde actie wordt ondernomen om te zorgen dat die bewegingen worden tegengegaan. Die worden namelijk groter; daar wordt voor gewaarschuwd. Mijn vraag is, nogmaals: als deze minister zegt dat draagvlak belangrijk is, hoe rijmt hij dat er dan mee dat er nu geen extra stappen worden genomen om te zorgen dat deze bewegingen worden tegengegaan, die inderdaad deze azc-protesten misbruiken en gebruiken om haat en verdeeldheid in onze samenleving te pompen?

Minister Van den Brink:
Op het moment dat die signalen er zijn, van personen die op welke manier dan ook geradicaliseerd zijn of extremistisch gedachtegoed aanhangen en dat als motief gebruiken om hier geweld te plegen, zal daarop gehandhaafd en gehandeld worden door de politie en de diensten. Alles wat beschikbaar is aan inzet van middelen wordt door alle diensten toegepast, maar er moet wel eerst een handeling plaatsvinden voordat daarop geacteerd kan worden. In die zin wordt alles op alles gezet.

De heer El Abassi (DENK):
Kan de minister toelichten waarom hij hakenkruizen, NSB-vlaggen en siegheilgeroep niet kan bestempelen als antisemitisch?

Minister Van den Brink:
Ik heb net aangegeven hoe wij daar in dit land mee omgaan. Als dat gebeurt, wordt er door het OM en de politie op gehandhaafd. Als u van mij wilt horen dat ik elke vorm die u net noemde, verwerpelijk vind, kan ik wel zeggen: natuurlijk vinden wij dat verwerpelijk. Dat hoort absoluut niet thuis in een samenleving die die herinneringen op geen enkele manier wil terugzien, ook niet bij mensen die op straat dat soort dingen tonen. Uiteindelijk is het aan OM, politie en justitie om daarvoor straffen op te leggen.

De heer El Abassi (DENK):
Fijn, fijn. Ik ben blij dat ik deze verhelderende vraag heb gesteld. Uw premier, onze premier, de heer Jetten, durft wel aan mevrouw De Vos van FVD — dat is mijn partij niet, voorzitter — te vragen om afstand te nemen van antisemitisme. Het is niet veroordeeld, maar hij doet het wel en normeert daarmee, maakt een gebaar die kant op. We hebben hier dus een kabinet dat op het ene moment, richting een partij, wel normeert en mensen aanspreekt, maar in een ander geval muisstil is.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer El Abassi (DENK):
Ik snap dat niet. Kan de minister dat toelichten?

Minister Van den Brink:
Ja, hoor, dat kan ik heel goed. Ik normeer iedereen die op straat dit soort uitingen doet. Tegelijkertijd ga ik niet iedere politicus die hier de afgelopen tijd iets, wat dan ook, over gezegd heeft, becommentariëren. Ik gebruik mijn tijd liever voor het realiseren van oplossingen in dit land dan voor het elkaar toedichten van allerlei kwalificaties.

De heer Wilders (PVV):
Het gebruik van geweld is altijd en overal fout en moet veroordeeld worden. Ik zou de minister willen vragen om hiermee te kappen en die vermaledijde Spreidingswet in te trekken. Met de Spreidingswet maakt de minister één groot azc van Nederland. Het is terecht dat mensen daartegen fel in verzet komen. 99% van de Nederlanders die in verzet komen en demonstreren, gebruiken godzijdank geen geweld. Kunt u nou toezeggen op te houden met die Spreidingswet? Ik roep alle gemeenten in Nederland op om tot het uiterste te gaan om zich te verzetten tegen die Spreidingswet. Ga desnoods als gemeentebestuur naar de rechter, tegen de minister en het kabinet. Probeer voor mekaar te krijgen dat de rechter ervoor zorgt dat die Spreidingswet niet hoeft te worden geëffectueerd. Ik hoop dat meer mensen gaan demonstreren — altijd geweldloos — en dat gemeenten zich tot aan de rechter toe gaan verzetten tegen die vreselijke wet van u. Ik vraag u ten slotte: trek die vreselijke Spreidingswet in en luister een keer naar Nederland.

Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen dat dit een bijzondere vorm is. Als iets in het parlement niet lukt … Dit is de plek waar wetgeving in Nederland tot stand wordt gebracht. Hier is bij meerderheid besloten om de Spreidingswet aan te nemen. Als je daar al van af zou moeten willen, moet je ook een meerderheid hebben om die af te schaffen. De heer Wilders roept nu op om dat eigenlijk door allerlei andere mensen in de samenleving te laten doen, maar dat veroorzaakt precies de polarisatie die ervoor zorgt dat we tegenover elkaar staan, terwijl we een aantal dingen met mekaar op te lossen hebben. U heeft de afgelopen jaren kabinetservaring opgedaan. Toen is de Spreidingswet ook niet ingetrokken. Dit kabinet realiseert de beperking van de instroom met een aantal maatregelen die u ook bekend in de oren moeten klinken. Daarnaast moeten we de problemen bij de opvang gewoon oplossen, omdat we op dit moment onvoldoende plekken hebben. Dat kan door uitvoering te geven aan de Spreidingswet, die gewoon in dit parlement tot stand is gebracht. Ik denk dat het in een parlementaire democratie een goed vertrekpunt is om daaraan vast te houden.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vraag.


Vragen Dijk

Vragen van het lid Jimmy Dijk aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het door de vakbonden aangekondigde ultimatum aan de regering rond de bezuinigingen op de WW en de WIA.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Jimmy Dijk voor zijn vraag namens de fractie van de SP aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ik van harte welkom heet. De minister heeft aangegeven de beantwoording vanwege enige fysieke malheur zittend te verzorgen.

Minister Vijlbrief:
Ja, het is weer zover.

De voorzitter:
Als hij zover is, is het woord aan de heer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. De AOW-leeftijd verhogen naar 72 jaar … Achter de tekentafel hebben D66, CDA en VVD bedacht dat dit wel even kan, terwijl veel mensen de AOW-leeftijd nu al niet gezond halen. Er wordt gekort op het maximumdagloon. Mensen die de pech hebben om arbeidsongeschikt te raken, worden keihard geraakt. Mensen die werkloos worden omdat hun bedrijf verplaatst voor meer winst voor aandeelhouders, krijgen een kortere WW. Oudere werknemers die niet meer aan de bak komen, komen door een kortere WW in de bijstand of in armoede terecht. Jongeren moeten 24 jaar achter elkaar werken om slechts 1 jaar WW te krijgen, terwijl politici hier meer dan 3 jaar wachtgeld krijgen. Het kabinet plundert de kas van werknemersverzekeringen. Dit kabinet ziet sociale zekerheid als een kostenpost, met 6,5 miljard euro aan bezuinigingen. Het zijn steeds dezelfde mensen die geraakt worden. Mensen die ons land draaiende houden, betalen keer op keer de prijs, de rekening. Het is erg goed dat vakbonden gezamenlijk een ultimatum hebben gesteld. Die bezuinigingen moeten binnen twee weken van tafel.

De minister reageerde gisteren dat hij met een nieuw voorstel zal komen. Mijn vraag is dus of de minister zich ervan bewust is dat in deze nieuwe voorstellen geen bezuinigingen mogen staan. Hij is degene die al een halfjaar lang onrust veroorzaakt. Als hij niet met een nieuw voorstel komt, zonder deze bezuinigingen, zal hij dezelfde fout blijven maken.

Minister Vijlbrief:
Voorzitter. Ik heb het ultimatum van de vakbeweging gisteren natuurlijk tot mij genomen. Ik heb gisteren ook gezegd dat ik het begrijpelijk vind dat de vakbeweging haar standpunt heel helder maakt. Dat mag ook in dit land. Maar er liggen meer standpunten dan alleen maar dat van de vakbeweging, zeg ik tegen de heer Dijk. We hebben te maken met sociale zekerheid. Ik noem een paar getallen. Er gaat 5 miljard extra naar de IVA in de komende tien jaar, wat betreft de arbeidsongeschiktheid. Er gaat 15 miljard extra naar de AOW. Dat zijn enorme getallen. Tegelijkertijd — dat is eigenlijk veel belangrijker dan dat geld — gaan er veel te veel mensen de arbeidsongeschiktheid in. We krijgen mensen niet goed aan de slag. Mensen kunnen niet leven van hun werk. Ik wil daar graag het gesprek over aangaan met werkgevers en werknemers. Daarom heb ik ook gezegd dat ik met een voorstel kom richting werkgevers en werknemers om hen aan tafel te krijgen.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is een heel voorspelbaar antwoord. De minister schetst constant een soort doemscenario waarin de kosten in de sociale zekerheid uit de hand lopen. Niets is minder waar. Het blijft 12% van ons gemeenschappelijke bbp. Dat is de afgelopen twintig jaar zo geweest en dat blijft zo. Maar als de minister wil dat vakbonden aan tafel komen, is de hamvraag de volgende. Komt hij dan met voorstellen met of zonder bezuinigingen? Het is een ja/neevraag.

Minister Vijlbrief:
Daar zullen zeker bezuinigingen in zitten. Dat is ook niet wat de vakbeweging zegt. De heer Dijk moet de brief goed lezen. In de brief staat een duidelijke gelaagdheid in de redenering van de vakbeweging. De vakbeweging zegt: "Dat AOW-voorstel had je nooit moeten doen. Er ligt een pensioenakkoord. Dat had je niet moeten doen." Daarvan heb ik al eerder gezegd dat het kabinet het niet goed heeft ingeschat en dat we op een alternatief gaan studeren. Dat zal dus ook terugkomen in de brief. Dat is één. Twee is dat de vakbeweging zegt niet te kunnen leven met de bezuinigingen op de WIA, de arbeidsongeschiktheid, en op de WW. Ik lees in deze brief ook iets anders, namelijk dat de vakbeweging zegt ook het probleem te zien met arbeidsongeschiktheid in Nederland. De vakbeweging geeft dus een bredere blik op het probleem dan de heer Dijk hier nu geeft. Dat geeft mij ook de mogelijkheid om een bredere brief te maken. Ik zeg nog een keer dat het hier niet alleen gaat over de kwestie of we gaan bezuinigen of niet. Het gaat hier ook over de vraag hoe we Nederland vooruitbrengen. We brengen Nederland niet vooruit door gewoon een standstill af te kondigen.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit kabinet en deze minister kiezen voor onrust. Ze kiezen bewust voor onrust. Het is een directe aanval op werkend Nederland, en niet zo'n beetje ook: niet één keer, maar twee keer. U heeft al een halfjaar echt een bord voor uw kop; ik kan het niet anders zeggen. Gisteren heeft de vakbeweging gemeenschappelijk — het is uniek dat de drie grootste vakbonden van Nederland dat doen — uitgesproken dat ze niet aan tafel gaan als die bezuinigingen er liggen, en u houdt eraan vast. Ondertussen hebben mensen last van een energiecrisis, een brandstofcrisis, een wooncrisis, een zorgcrisis, een boodschappencrisis. Er is in Nederland sprake van een brede betaalbaarheidscrisis. De kosten voor mensen blijven maar stijgen. In tijden van crisis horen werkende Nederlanders een kabinet te hebben dat een bondgenoot is en dat hun zekerheid biedt in plaats van die af te breken. In onderzoek van de SP onder 7.500 mensen krijgt u een 3-. Dat verbaast me niets, want u biedt geen zekerheid. U bent geen bondgenoot. Ik vraag mij dan het volgende af. Mensen zitten met de handen in het haar. Ziet deze minister wel de pijn van mensen die langer door moeten werken, die hun WW straks verliezen en die gekort worden op hun arbeidsongeschiktheidsuitkering?

Minister Vijlbrief:
Ja, zeker ziet deze minister … Laat ik niet over mezelf in de derde persoon praten. Zeker zie ik die pijn. Dat begrijp ik allemaal, maar ik zeg tegen de heer Dijk dat het juist daarom belangrijk is dat werkgevers en werknemers met het kabinet aan tafel komen. Juist daarom heb ik gezegd dat ik een brief ga maken zodat dat ook mogelijk wordt. Dat is precies wat we aan het doen zijn. Van achter de kansel roepen of de minister de betaalbaarheidscrisis et cetera wel ziet, gaat geen bal helpen aan dit probleem.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Uw plannen zijn het niet. U heeft geen plannen. U heeft alleen maar bezuinigingen. Er is niets. Er is een korting op de WW. Dat is volstrekt onnodig; die potten zitten helemaal vol. Er zijn kortingen op de WIA. Dat is volstrekt onnodig. Er moet een plan komen om de WIA te verbeteren, om ervoor te zorgen dat mensen passend werk krijgen en dat mensen niet arbeidsongeschikt raken. Er zijn nu alleen maar botte bezuinigingen. Dan kom ik terug bij de Vijlbriefmethode: uitstel, bezuinigingen inboeken, de boel afbreken en vervolgens zeggen "ik kom later wel met een brief". U heeft alleen maar bezuinigingen. De minister heeft in achterkamertjes met zijn vrienden van D66, CDA en VVD, een minderheid, dit gedrocht van sociale afbraak bedacht, maar daarbuiten heeft hij geen vrienden en bondgenoten meer: niet onder werkgevers, niet onder werknemers, niet onder maatschappelijke organisaties, niet onder werkend Nederland, niet onder arbeidsongeschikten en niet onder een meerderheid in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Het is ondoordacht en het is asociaal. Het wordt een hele hete zomer, waarin u het gaat afleggen tegen werkend Nederland.

De voorzitter:
Ja. Dank u wel, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Eén vraag tot slot nog: waarom heeft u een bord voor uw kop en haalt u die bezuinigingen niet van tafel? Dan komen vakbonden bij u aan tafel.

Minister Vijlbrief:
Mijn vraag aan de heer Dijk is: waarom kijkt hij niet vooruit naar de toekomst van Nederland …

De voorzitter:
U geeft de antwoorden en u stelt geen vragen, hè. Dat is een beetje het idee van het vragenuur.

Minister Vijlbrief:
Ja, maar toch is dit mijn antwoord. Mijn antwoord is dat het kabinet ervoor zorgt dat er een gesprek op gang komt tussen werkgevers en werknemers. Dat heeft Nederland nodig, niet dit geschreeuw van achter de kansel. Hier heeft Nederland ook niets aan.

De heer Jimmy Dijk (SP):

De voorzitter:
Meneer Klaver. Meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat is een nieuwe figuur: ministers die Kamerleden recenseren.

Het kabinet rijdt met 180 kilometer per uur op een muur af. Dat gebeurde met de plannen rondom asiel en migratie en nu gebeurt dat als het gaat om de sociaal-economische plannen. Onze fractie heeft aangegeven dat wij kiezen voor verantwoordelijke politiek. Wij willen met het kabinet in gesprek. Ook vakbonden zeggen dat: "We moeten dit land verder helpen." Maar dat doen we niet met een mes op de keel en niet als er bezuinigingen staan ingeboekt. Er wordt dus de hele terechte opmerking gemaakt dat die bezuinigingen van tafel gehaald moeten worden zodat er een inhoudelijk gesprek kan plaatsvinden. De centrale vragen zijn of de minister bereid is om dat hier vandaag toe te zeggen en of hij ook bereid is om binnen twee weken, dus voor de deadline, met een uitgebreide reactie te komen.

Minister Vijlbrief:
Ik ben bereid om met een uitgebreide reactie te komen. Er komt dadelijk een brief die werkgevers en werknemers aan tafel zou moeten brengen. Het antwoord daarop is dus "ja". Het tweede punt is dat ik die brief zal beginnen vanuit de problemen die er in Nederland zijn en niet vanuit de bezuinigingen. Als de vraag is hoe ik deze brief start en hoe ik de analyse start, dan is dat mijn antwoord. Maar u kunt niet van het kabinet verwachten dat wij, terwijl wij met het volle verstand een regeerakkoord hebben gemaakt, zeggen dat we daarmee alle bezuinigingen van tafel halen.

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Michon-Derkzen. O, meneer Wilders was eerst. Meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
De vakbeweging heeft groot gelijk dat zij dreigt om Nederland plat te leggen. Het is namelijk super asociaal om, in een tijd waarin Nederlanders het al ontzettend moeilijk hebben, een bezuiniging van 9 miljard op tafel te leggen op de AOW — mensen kunnen dadelijk pas met iets van 70 of 80 jaar met pensioen — en op de WW, en op de WIA, alsof het niks is, terwijl u bakken met geld uitgeeft aan de open grenzen, aan de asielzoekersopvang, aan Afrika en ontwikkelingshulp, aan het idiote klimaatbeleid, dat zwaar overdreven is, en noem het maar op. Er is geld genoeg, maar wat doet dit kabinet? Het pakt de Nederlanders opnieuw in de portemonnee terwijl de grenzen openstaan voor mensen die hier alles gratis krijgen. Ik vraag aan de minister: kap daarmee of stop er zelf mee.

Minister Vijlbrief:
Ik geloof niet dat dit een vraag was; dit was een oproep. Ik geef toch een hele korte reactie. Het kabinet zal in gesprek gaan met werkgevers en werknemers. We zullen daartoe met een brief komen die dat gesprek mogelijk maakt. Wij kiezen er niet voor om te bezuinigingen op de allerarmsten in de wereld.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Kijk, de vraag die de heer Dijk stelde was te verwachten. Die horen we ook al een hele tijd. Ik wil deze minister iets meegeven en ik hoop dat hij het met mijn fractie eens is. We zitten in een ongelofelijk gunstige arbeidsmarkt. We hebben iedereen hard nodig om ervoor te zorgen dat onze economie draaiende blijft en dat we onze verzorgingsstaat kunnen blijven betalen. Ik vraag de minister het volgende. Het is heel goed dat hij met de bonden in gesprek gaat, maar ik vraag hem hier ook om duidelijk te zeggen dat we ons niet laten monopoliseren door de bonden op het moment dat die zeggen: er komen acties áls u niet a, b of c gaat doen. Het is juist de bedoeling om met elkaar aan tafel alles te bespreken; dat heb ik van het kabinet gehoord. Dat moet de insteek zijn. Dan gaan we niet vooraf aan beide kanten al allerlei mitsen en maren en dreigementen neerleggen. Dat helpt de zaak namelijk totaal niet verder. Is de minister het op dat punt met de VVD eens?

Minister Vijlbrief:
Het is een groot goed in Nederland dat wij vakbewegingen en werkgevers hebben en dat wij daarmee samen proberen het land een beetje te runnen. Ik luister heel goed naar de vakbewegingen, dus het woord "monopoliseren" zou ik nooit in mijn mond nemen. De vakbeweging mag gewoon haar standpunt duidelijk maken, net zoals werkgevers dat doen en het kabinet dat doet. Dat gezegd hebbende: mevrouw Michon-Derkzen heeft gelijk. Er is een evenwicht nodig tussen ieders wensen. Dat is precies de reden waarom ik heb gezegd: laat mij nou even met in de ene hand het regeerakkoord en met in de andere hand de brief van de bonden bekijken waar ik die bij elkaar kan brengen zodat er een gesprek kan plaatsvinden. Dat is mijn rol.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Niemand ontkent dat er grote uitdagingen zijn als het gaat om de sociale zekerheid en om de AOW. Daarom vindt mijn fractie het ook zo belangrijk dat de sociale partners aangehaakt blijven. Denk alleen al aan de WIA-instroom en de oplopende wachttijden die de minister al noemde. Het CDA ziet dat werkgevers en werknemers het in ieder geval op een aantal onderdelen gewoon eens zijn en dat er in die zin ook een gezamenlijk belang is om tot oplossingen te komen. Welke concrete raakvlakken ziet de minister tussen sociale partners en de opgave van het kabinet om het socialezekerheidsstelsel toekomstbestendig te maken? Graag een reactie.

Minister Vijlbrief:
Ik ben het met mevrouw Van Ark eens dat er veel meer onderwerpen zijn dan de onderwerpen die in de brief staan of die nu groot in het nieuws zijn. Er zijn een aantal dingen die heel belangrijk zijn. Ik ga er een paar noemen. Ik begin bij loondoorbetaling bij ziekte. We weten allemaal dat het WIA-probleem voor een groot deel veroorzaakt wordt door de eerste twee ziektejaren en minder door de jaren daarna. Dat is een probleem. Het tweede punt kwam hier ook een aantal keren in de bijdragen terug. Dat is het punt dat we niet alleen misschien een hete zomer krijgen wat betreft sociale verhoudingen — dat hoop ik niet — maar dat we misschien wel een hele hete zomer krijgen qua internationale omstandigheden. Dat is het tweede punt; ik noem het toch maar. Hoe goed zou het zijn als werkgevers, werknemers en kabinet met elkaar afspreken dat we niet de jaren zeventig herhalen en onszelf als gevolg van prijsstijging totaal de soep in draaien? Dat is ook een onderwerp dat wij moeten bespreken, dus ik ben het daarmee eens.

De heer Neijenhuis (D66):
Goed dat het kabinet gisteren in reactie op het ultimatum direct aangaf op korte termijn met een reactie te komen en daarin meteen in te gaan op de drie hoofdpunten die de vakbonden aandragen: de AOW, de WW en de WIA. Ik wil de minister wel vragen om in die reactie niet alleen maar te steggelen over welke maatregelen er wel of niet moeten komen, maar juist naar dat bredere plaatje te kijken: "Hoe gaan we ervoor zorgen dat mensen gezond hun pensioenleeftijd halen? Hoe gaan we voorkomen dat mensen werkloos raken? Hoe gaan we voorkomen dat mensen arbeidsongeschikt raken?" Is de minister ook bereid om in die reactie echt al een aanzet te geven tot zo'n positieve agenda?

Minister Vijlbrief:
Dat is precies de bedoeling. Het is juist de bedoeling om een schets te geven van hoe het in Nederland kan zijn als we met elkaar samenwerken. Maar het is ook waar dat er een aantal meningsverschillen zijn — dat punt wordt terecht door andere fracties ingebracht — over het te voeren beleid op het gebied van de sociale zekerheid. Ook die moeten we aanpakken met elkaar. Het is juist de bedoeling om een breed sociaal akkoord te maken; een nieuw fundament voor de toekomst. Daar hoort bij dat je bereid bent om te kijken naar de toekomst van de sociale zekerheid, maar ook naar de zaken die de heer Neijenhuis terecht noemt.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Allereerst beterschap aan de minister. Ik zou hem graag weer in volle glorie zien staan, ook op het Malieveld als dat nodig is. Maar eigenlijk hoop ik dat dat niet nodig is. De vakbonden hebben natuurlijk wel een punt: als je goede afspraken wil maken en die jaren wil kunnen volhouden, om zo ons land vooruit te helpen, dan moet je je ook aan de afspraken houden. Daarom is mijn vraag aan de minister als volgt: zou het de zaak niet enorm bespoedigen als het kabinet, dat toch al weet dat die AOW-maatregel uitermate ongelukkig is — ik heb die eerder "een handgranaat in de polder" genoemd — er gewoon voor zorgt dat die van tafel gaat. Dan kunnen we het daarna eens gaan hebben over wat er nou nodig is om onze sociale zekerheid overeind te houden. Als het kabinet dit met vaart gaat doen, dan kunnen we verder, in plaats van dat de verhoudingen verder verkillen.

Minister Vijlbrief:
Ik constateer uit de brief van de vakbeweging dat zij wel degelijk een gradueel onderscheid maakt tussen enerzijds ingrijpen in de AOW en anderzijds in de andere dingen rond sociale zekerheid. Er staan twee soorten ultimatums in de brief. Zij maken dat onderscheid dus ook. Het kabinet heeft al eerder gezegd dat zij zich heeft vergist in de mate van emotie rond het punt van de AOW. Ik heb dat opzij gelegd of van tafel af … Ik zal in de brief over twee weken — dat zal ongeveer over twee weken zijn, in verband met het ultimatum — ook expliciet terugkomen op de AOW.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is goed om te horen. Wat mij betreft mag deze wind al voor Pinksteren gaan waaien, zodat het voor de AOW ook duidelijk is dat het niet meer boven de markt blijft hangen. Het kabinet zegt telkens: we leggen het naast de tafel en we leggen het onder de tafel. Het is goed om alle voorzetsels te leren, maar het moet gewoon weg zijn, in de shredder en klaar. Kan het kabinet daar vaart mee maken, zodat we voor Pinksteren zien dat er een frisse wind door de polder waait?

Minister Vijlbrief:
Ik ga mij niet vastleggen op "voor Pinksteren". Ik vind sowieso dat wij snel met een brief moeten komen. Dat zei ik al naar aanleiding van de vraag van de heer Klaver. Ik vind dat wij snel met een brief moeten komen, zodat er snel duidelijkheid is over de basis waarover we gaan praten.

De heer Vermeer (BBB):
Het kabinet wil met een brief komen. Dat is de zoveelste brief. Daar kunnen we niet mee betalen, bij de pomp niet en nergens niet. De minister zegt ook dat we enorme bedragen voor andere zaken nodig hebben, dat er zeker bezuinigingen doorgevoerd moeten worden en dat we sowieso een hete zomer krijgen vanwege allerlei prijsstijgingen. Maar die prijsstijgingen komen juist door kabinetsbeleid, omdat er niet wordt geïnvesteerd in verlaging van de accijns en dat soort zaken, waardoor mensen steeds hogere rekeningen hebben. Hoe kan dit kabinet zeggen dat wij moeten praten over hoe Nederland vooruit moet, terwijl dit allemaal zorgt voor afbraak en ervoor zorgt dat wij achteruitgaan? Hoe ziet dit kabinet dat?

Minister Vijlbrief:
De vraag die de heer Vermeer stelt, is vrij fundamenteel. Het kabinet ziet dit op de volgende manier. Om vooruit te komen, moet je zo nu en dan ook even kijken of alles wat je al geregeld had, goed geregeld is. Dat is het simpele antwoord op deze vraag. Je komt niet vooruit door maar te behouden wat je hebt en dan te zeggen: ik gooi er nog een beetje accijnsverlaging bij en dan komt het wel goed. Dat is geen economisch beleid. Het kabinet zal dus met een brief komen waarin al die dingen in samenhang worden bezien. In die brief spelen, zoals ik al zei, de prijsstijgingen en hoe de lonen daar van de zomer op moeten reageren dus ook een rol. Dat zal het kabinet in die brief gaan doen.

De heer Vermeer (BBB):
De minister noemt ook dat dit kabinet met zijn volle verstand dit regeerakkoord gemaakt heeft. Nou, als dit het volle verstand is, is dit zo'n beetje de limiet van wat er kan gebeuren. Hoe gaat dit kabinet nou zorgen dat mensen hier niet tot hun 71ste hoeven te werken, terwijl wij extra geld naar Europa moeten sturen om te zorgen dat de Fransen met 62 of met 64 met pensioen kunnen? Hoe kijkt het kabinet daartegen aan? Hoe gaat het kabinet dat uitleggen aan de Nederlandse burgers?

Minister Vijlbrief:
Bezuinigingen of hervormingen in de sociale zekerheid doe je om Nederland vooruit te helpen. Dat heeft niets te maken met geld naar Frankrijk of naar Afrika brengen. Dat doe je omdat het nodig is om de uitgaven van de sociale zekerheid te beheersen en vooral om ervoor te zorgen dat mensen niet onnodig in uitkeringsregelingen blijven zitten. Dat is wat het kabinet doet en daar zullen we op terugkomen in de brief.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
50PLUS vindt het heel jammer dat er een ultimatumbrief van alle vakbonden nodig is om het kabinet in beweging te krijgen. Het is goed dat de minister gaat proberen om ze echt allemaal aan tafel te krijgen, maar ik wil, zeker als je met elkaar afspraken maakt, toch nog maar wijzen op het volgende feit. Dit kabinet heeft geen meerderheid. Het heeft de Kamer dus ook echt nodig in die afspraken. Ik hoop dat meneer Vijlbrief, de minister, dat niet vergeet.

Minister Vijlbrief:
De Kamer is uiteindelijk de laatste en ook de eerste stem. Hier kan dus geen twijfel over bestaan. Ik heb niet voor niks gezegd dat ik met een brief kom om het werkgevers- en werknemersoverleg op gang te krijgen. Die brief gaat natuurlijk naar de Tweede Kamer en zal hier besproken worden. Daar heb ik geen enkele twijfel over. Ik vermoed zomaar dat u daar zo meteen in de regeling over gaat praten.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Eind jaren tachtig had Nederland 900.000 mensen in de WAO. Lubbers zei toen: Nederland is ziek. Begin dit jaar hadden we ongeveer 1,5 miljoen mensen die op een of andere manier niet meer bijdroegen aan onze economie en samenleving via betaald werk. Naar mijn mening is het systeem compleet en volledig vastgelopen. We hebben bijvoorbeeld een tekort aan keuringsartsen. Je kan praten als Brugman, maar die krijg je er niet zomaar bij. Gaat de minister in die brief ook in op hoe dit systeem vastgelopen is en hoe het mensen dus niet meer in de gelegenheid stelt om weer aan het werk te gaan terwijl ze dat wel kunnen?

Minister Vijlbrief:
Ik ben het volledig eens met mevrouw Keijzer. Ik ben het ook volledig eens met haar analyse: het ligt aan het systeem. Ik zei ook net al — althans, dat probeerde ik net te zeggen — op een vraag van de heer Dijk, door wie we hier nu staan, dat het mij niet alleen maar gaat om de bezuinigingen. Ten aanzien van bijvoorbeeld de WIA, de arbeidsongeschiktheid, is de verandering in het systeem waarschijnlijk belangrijker dan de bezuiniging op zich. Daar hoeft geen twijfel over te bestaan.

De heer Jimmy Dijk (SP):
In dat geval, als de veranderingen in het systeem dus belangrijker zijn dan de bezuinigingen, kan deze minister dus gewoon met een heel gerust hart toezeggen dat die bezuinigingen van tafel gaan en dat hij met de vakbewegingen in gesprek gaat. Anders komen de vakbonden namelijk niet aan tafel en heeft u geen vooruitgang.

Minister Vijlbrief:
Ik heb het idee dat ik mezelf nu ga herhalen, maar dat is geen enkel probleem. Wij gaan de brief maken. In die brief zal ik aangeven op welke basis ik denk dat vakbewegingen en werkgevers met het kabinet in gesprek kunnen komen. Daarbij zal ik zowel praten over hervormingen in het systeem als over wat dat aan geld kan en zal opleveren. Dat heb ik in alle debatten gedaan. Die twee dingen zijn allebei belangrijk. De heer Dijk en ik zijn het daar niet over eens. De heer Dijk betoogt continu dat het financiële niet belangrijk is, maar wij vinden dat ook belangrijk. Hij heeft wel gelijk dat hier de discussie niet moet starten vanuit financiën, maar dat de discussie moet starten vanuit de hervormingen die nodig zijn. Dat heb ik steeds gezegd.

De heer Jimmy Dijk (SP):
De minister uit in deze zinnen dat je de discussie niet moet starten met financiën. Als je dat niet wil, dan kan de conclusie niet anders zijn dan dat dit kabinet bij de start een kapitale fout heeft gemaakt door wel te beginnen met financiën. U heeft verder namelijk geen plannen. U heeft geen plannen om de arbeidsongeschiktheid, de WIA, te verbeteren. Die heeft u niet! U heeft alleen bezuinigingen. Ik vraag mij zeer af of dit kabinet, deze minister, gisteren wel geluisterd heeft. Anders komt er namelijk wel een Malieveld vol, en zeer terecht. Als de bezuinigingen in die brief staan, komt er een Malieveld vol. Ik hoop dat deze minister die bezuinigingen gaat schrappen. Anders moet het Malieveld vol. Ik zal daar zeker staan.

Minister Vijlbrief:
Het is simpelweg niet waar dat er alleen maar bezuinigingen in het regeerakkoord staan. Ik geef één voorbeeld. De twee grootste adviesrapporten die zijn gemaakt over de wet over arbeidsongeschiktheid zeggen dat het afschaffen van de IVA goed is om te zorgen dat het systeem beter gaat werken. Dat brengt ook een bezuiniging met zich mee. Dat klopt, maar dat is een systeemverandering. Dus het is simpelweg niet waar dat er alleen maar bezuinigingen in staan.

De voorzitter:
Meneer Klaver, uw fractie was door uw vragen heen.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook geen vraag. Ik kijk ook niet naar de minister, maar ik kijk naar u, met een schuin oog. Ik heb een punt van orde, omdat de minister van Financiën zojuist aan RTL Nieuws heeft laten weten dat de hypotheekrenteaftrek absoluut niet door dit kabinet aangepakt gaat worden.

De voorzitter:
Wat is uw punt van orde?

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Mijn punt van orde is het volgende. Deze minister geeft aan: ik kom nog met een brief over alles wat er gaat spelen. Vervolgens roept de minister van Financiën al dingen die het kabinet niet gaat doen. Ik zou graag het kabinet willen verzoeken om nog voor vanavond 18.00 uur met een brief te komen waarin wordt ingegaan op de vraag of het inderdaad klopt dat dit kabinet niks aan de hypotheekrenteaftrek gaat doen.

De voorzitter:
Dit is een informatieverzoek richting het kabinet. We geleiden dat door. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid hier. Ik schors een kort ogenblik, waarna we gaan stemmen.

De vergadering wordt van 15.07 uur tot 15.12 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen.

Ik deel aan de Kamer mee dat de heer Frederik Jansen met ingang van 13 mei 2026 ontslag heeft genomen.

Ik verzoek u om een moment van stilte te betrachten voor een mededeling van een van onze gewaardeerde leden. Ik deel de Kamer ook mee dat aan de heer Bevers met ingang van 12 mei tot en met 31 augustus 2026 tijdelijk verlof is verleend. Harry heeft mij gevraagd om enkele woorden namens hem te spreken.

"Geachte voorzitter, beste Thom,

Vandaag ga ik met ziekteverlof. De meesten hebben wel meegekregen dat mijn leven in de afgelopen drie weken 180 graden is gedraaid. Wat een routinecheck had moeten zijn, werd de onverbiddelijke diagnose acute myeloïde leukemie. Ik ben in goede handen. Er wordt geweldig goed voor me gezorgd en de behandelingen zijn inmiddels in volle gang. Ik wil me de komende tijd samen met mijn gezin bezighouden met mijn herstel. Daar heb ik tijd voor nodig en ruimte in mijn hoofd. Mijn tijdelijke vertrek geeft mijn fractie de ruimte om Dieke van Groningen als vervanger aan te stellen. Ik wens haar vanzelfsprekend enorm veel succes de komende tijd.

Ten slotte: we kennen soms grote verschillen in dit huis, maar de vele lieve, warme en betrokken berichten sluit ik in mijn hart. Ze doen ertoe. Ik mis jullie en ik hoop jullie snel weer te zien.

Hartelijke groet,

Harry Bevers."

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Ik weet dat Harry en zijn vrouw op dit moment meeluisteren. Ik denk dat deze roffels hem zeer goed zullen doen en hem zullen steunen bij zijn voorspoedige herstel.

Beëdiging van mevrouw Van Groningen

Beëdiging van mevrouw Van Groningen

Aan de orde is de beëdiging van mevrouw D.A. van Groningen (VVD).

De voorzitter:
Dan gaan we over naar de beëdiging van mevrouw Dieke van Groningen. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Ellian tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

De heer Ellian:
Dank, voorzitter. Deze keer valt het uitbrengen van het verslag mij wat zwaarder dan normaal.

De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op mevrouw D. A. van Groningen te Rotterdam. De commissie is tot de conclusie gekomen dat mevrouw D. A. van Groningen te Rotterdam terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De commissie stelt u daarom voor om haar toe te laten als lid van de Tweede Kamer. Daartoe dient zij wel eerst de eden, zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal, af te leggen.

De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik verzoek de leden en overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune, voor zover dat mogelijk is, te gaan staan. Mevrouw Van Groningen is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden af te leggen.

Ik verzoek de Griffier haar binnen te leiden.

(Mevrouw van Groningen wordt binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De door u af te leggen eden luiden als volgt:

"Ik zweer dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

Mevrouw Van Groningen (VVD):
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De voorzitter:
Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van de Kamer. Ik schors de vergadering voor een heel enkel ogenblik voor een foto met uw fractieleider en uw familie. Felicitaties vanuit de Kamer zullen na de stemmingen plaatsvinden in het Ledenrestaurant. Van harte gefeliciteerd.

(Applaus)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Er zijn geen berichten van verhindering.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Vermeer/Lammers (36800-VII, nr. 40).

Ik zie mevrouw Dobbe staan, dus ik geef haar het woord.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. De motie op stuk nr. 177 onder nummer 4, de stemmingen over de moties ingediend bij het tweeminutendebat Toegankelijkheid van de huisartsenzorg, zou ik graag nog een weekje willen aanhouden.

De voorzitter:
Akkoord.

Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar gewijzigde motie (33578, nr. 177, was nr. 173) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen


Stemming Wet meer zekerheid flexwerkers

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746).

(Zie vergadering van 9 april 2026.)

De voorzitter:
We gaan stemmen. Op 21 april jongstleden heeft de Kamer reeds over de ingediende amendementen en artikelen gestemd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Drugsbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Drugsbeleid,

te weten:

  • de motie-Faber over drugsgebruik niet langer normaliseren (24077, nr. 560);
  • de motie-Faber over binnen Defensie een zerotolerancebeleid voeren inzake drugs (24077, nr. 561);
  • de motie-Tijs van den Brink c.s. over geen aftrek van kosten bij de ontneming van crimineel verdiend vermogen (24077, nr. 562);
  • de motie-Bikker/Diederik van Dijk over een blowverbod in de publieke ruimte (24077, nr. 563);
  • de motie-Bikker c.s. over een landelijk ingezetenencriterium bij coffeeshops (24077, nr. 564);
  • de motie-Bikker c.s. over studenten betrekken bij de antidrugscampagne (24077, nr. 565);
  • de motie-Diederik van Dijk/Bikker over voldoende middelen voor de training van huisoudsten (24077, nr. 566);
  • de motie-Sneller over een gecombineerde beleidslogica voor effectief drugsbeleid (24077, nr. 568).

(Zie vergadering van 21 april 2026.)

De voorzitter:
Er is een stemverklaring van de heer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Wij stemmen straks over de motie-Faber die zero tolerance bepleit voor drugsgebruik bij Defensie. Wij worden als fractie doorgaans zeer vrolijk van zero tolerance, want het moet er maar eens mee afgelopen zijn dat mensen lak hebben aan de wet. Dat geldt des te meer voor hen die bij of voor de overheid werken. Bovendien maken drugs meer kapot dan ons allen lief is. Tegelijkertijd constateren we dat de motie-Faber wel heel erg eng gedefinieerd is. Waarom krijgen onze militairen geen tweede kans, maar laat zij bijvoorbeeld politieagenten, NPO-medewerkers, collega-Kamerleden of ieder ander in Nederland met rust? Waarom die selectieve hetze tegen onze militairen? Wegens deze twee tegenover elkaar staande valide argumenten wenst onze fractie met aantekening van drie leden te stemmen, zodat de spanning tussen die twee standpunten duidelijk door onze fractie naar voren kan worden gebracht.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen over de motie op stuk nr. 560, maar mag ik een beetje rust in de zaal, zodat de stemmingen goed verlopen?

In stemming komt de motie-Faber (24077, nr. 560).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Faber (24077, nr. 561).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower minus de leden Moinat, Lammers en Schilder, en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Keijzer.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik was zo onder de indruk van de snelheid van de stemverklaring van de heer Markuszower dat ik onverhoopt niet vóór de motie op stuk nr. 560 gestemd heb. Dat had ik wel moeten doen. Wilt u dat aantekenen?

De voorzitter:
Wij tekenen dat bij dezen aan. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Tijs van den Brink c.s. (24077, nr. 562).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker/Diederik van Dijk (24077, nr. 563).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (24077, nr. 564).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (24077, nr. 565).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk/Bikker (24077, nr. 566).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sneller (24077, nr. 568).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik had mijn hand niet omhoog bij de stemming over de motie op stuk nr. 560, maar volgens mij noemde u wel de VVD. Dat heb ik niet helemaal scherp, maar de VVD wil geacht worden tegen de motie op stuk nr. 560 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dat hebben wij bij dezen genoteerd.


Stemmingen moties Rapport van de Taskforce Antisemitisme "Gevangen in vrijheden"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het rapport van de Taskforce Antisemitisme "Gevangen in vrijheden",

te weten:

  • de motie-Boon/Wilders over het de-islamiseren van Nederland (30950, nr. 517);
  • de motie-Boon over antisemitische misdrijven aanmerken als grond voor het intrekken van de Nederlandse nationaliteit bij personen met een dubbele nationaliteit (30950, nr. 518);
  • de motie-Boon over onderwijsinstellingen tijdig en passend maatregelen laten nemen bij meldingen van antisemitisme (30950, nr. 519);
  • de motie-Boon over er bij het OM op aandringen om de leus "from the river to the sea" aan te merken als een oproep tot geweld (30950, nr. 520);
  • de motie-Nanninga/Diederik van Dijk over een handelingskader om gegevens te delen van studenten die betrokken zijn bij strafbare feiten of ernstige ordeverstoringen (30950, nr. 521);
  • de motie-Nanninga over universiteiten oproepen om uit te spreken dat antisemitisme onacceptabel is (30950, nr. 522);
  • de motie-Bikker/Ellian over meer verantwoordelijkheid nemen voor de noodzakelijke beveiliging van Joodse instellingen (30950, nr. 523);
  • de motie-Bikker/Ellian over de toegang tot Nederland weigeren aan Kanye West (30950, nr. 524);
  • de motie-Van der Plas over uitspreken dat er nooit een "ja, maar" is bij antisemitisme (30950, nr. 525);
  • de motie-Van der Plas over een bezoek van middelbare scholen aan Auschwitz-Birkenau inpassen in de verplichte Holocausteducatie (30950, nr. 526);
  • de motie-Van der Plas over een halfjaarlijks gesprek tussen de minister-president en Joodse jongeren over antisemitisme en Jodenhaat (30950, nr. 527);
  • de motie-Van der Plas over onderzoek naar het dichtdraaien van de geldkraan voor culturele instellingen, groepen en organisaties die Israëlische en Joodse artiesten of instellingen boycotten (30950, nr. 528);
  • de motie-Lammers over bij een veroordeling te allen tijde overgaan tot intrekking van studentenvisa van buitenlandse studenten (30950, nr. 529);
  • de motie-Lammers over een verbod op stationsdemonstraties (30950, nr. 530);
  • de motie-Lammers over een behandelstop voor asielaanvragen van personen afkomstig uit Palestijnse gebieden (30950, nr. 531);
  • de motie-Ellian/Bikker over mogelijke consequenties voor gesubsidieerde organisaties die bewust Joodse artiesten geen podium bieden (30950, nr. 532);
  • de motie-Ellian/Bikker over een structurele subsidie voor stichting Na de Oorlog (30950, nr. 533);
  • de motie-Tijs van den Brink c.s. over onderzoeken hoe online antisemitisme effectiever bestreden kan worden (30950, nr. 534);
  • de motie-Bamenga c.s. over vertegenwoordigende Joodse organisaties betrekken bij de verdeling van de middelen voor het veiligheidsfonds (30950, nr. 535);
  • de motie-Bamenga c.s. over een verbod op de verspreiding van AI-gegenereerde beelden van de Holocaust (30950, nr. 536);
  • de motie-Keijzer/Nanninga over in richtlijnen vastleggen dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen (30950, nr. 537);
  • de motie-Diederik van Dijk c.s. over een publiekscampagne om de Joodse gemeenschap te steunen en antisemitisme te bestrijden (30950, nr. 538);
  • de motie-Teunissen over een werkdefinitie van antisemitisme hanteren die in lijn is met het internationaal recht en mensenrechten (30950, nr. 539);
  • de motie-Teunissen over onderwijsbestuurders faciliteren in hun kennis over het demonstratierecht (30950, nr. 540);
  • de motie-Struijs/Bromet over onafhankelijk onderzoek naar de wijze waarop de Holocaust in het onderwijs aan bod komt (30950, nr. 541);
  • de motie-El Abassi over uitspreken dat ongefundeerde beschuldigingen van antisemitisme leiden tot zelfcensuur, polarisatie en aantasting van de academische vrijheid (30950, nr. 542);
  • de motie-El Abassi over ook antizionistische en andere kritische Joodse stemmen uitnodigen bij gesprekken over de aanpak van antisemitisme (30950, nr. 543);
  • de motie-El Abassi over uitspreken dat Joods leven, islamitisch leven en alle andere kwetsbare groepen in Nederland bescherming verdienen (30950, nr. 544).

(Zie vergadering van 21 april 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Lammers stel ik voor haar motie (30950, nr. 529) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Bamenga (30950, nr. 535) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet eenmalig €350.000 beschikbaar stelt om Joodse (studenten)organisaties te ondersteunen;

overwegende dat er een grote diversiteit bestaat aan Joodse organisaties en instellingen die mogelijkerwijs in aanmerking komen voor dit budget;

verzoekt de regering om bij de verdeling van de middelen vertegenwoordigende Joodse organisaties nauw te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 535 (30950).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Er is een stemverklaring van de heer Ellian.

De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Eerst over de motie op stuk nr. 520, van collega Boon. We zijn het ermee eens, maar we moeten wel ook onze verantwoordelijkheid als medewetgever gaan nemen.

Dan de motie op stuk nr. 531, van collega Lammers, over de behandelstop voor Palestijnse aanvragen. Dit maakt het probleem alleen maar erger, want zij komen in een limbo terecht en gaan Nederland dan niet meer verlaten. Wij vinden: direct beoordelen, afwijzen en terugsturen.

Dan de motie op stuk nr. 544, van de heer El Abassi, over het uitspreken dat Joods leven, islamitisch leven en alle andere kwetsbare groepen bescherming verdienen. Maar natuurlijk. Uiteraard verdienen al deze groepen bescherming. De motie veronderstelt echter dat wat de Joodse gemeenschap overkomt, hetzelfde is als wat de islamitische gemeenschap overkomt, terwijl de Joodse gemeenschap 0,3% van Nederland vertegenwoordigt, de meeste haat tegen zich ziet én slachtoffer is van wereldwijd terrorisme, nota bene veroorzaakt door onder andere het islamitische regime van Iran. De VVD trapt niet in de verdraaiing van feiten en daarom stemmen we tegen.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan stemmen.

In stemming komt de motie-Boon/Wilders (30950, nr. 517).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (30950, nr. 518).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (30950, nr. 519).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boon (30950, nr. 520).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nanninga/Diederik van Dijk (30950, nr. 521).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nanninga (30950, nr. 522).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bikker/Ellian (30950, nr. 523).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker/Ellian (30950, nr. 524).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 525).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 526).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 527).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (30950, nr. 528).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lammers (30950, nr. 530).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lammers (30950, nr. 531).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellian/Bikker (30950, nr. 532).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellian/Bikker (30950, nr. 533).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tijs van den Brink c.s. (30950, nr. 534).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bamenga (30950, nr. ??, was nr. 535).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (30950, nr. 536).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Keijzer/Nanninga (30950, nr. 537).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (30950, nr. 538).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen (30950, nr. 539).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (30950, nr. 540).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Struijs/Bromet (30950, nr. 541).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Abassi (30950, nr. 542).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (30950, nr. 543).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Abassi (30950, nr. 544).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming brief Adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de democratische controle en zeggenschap bij keuzes rondom netbeheer.

De voorzitter:
Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Raad voor het Openbaar Bestuur over de democratische controle en zeggenschap bij keuzes rondom netbeheer (29023, nr. 644). Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Marktordening en consumentenbescherming

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming,

te weten:

  • de motie-Prickaertz over inzicht in welk deel van donaties via colportage bij goede doelen terechtkomt en welk deel bij commerciële bureaus blijft hangen (24036, nr. 439);
  • de motie-Prickaertz over de ACM de bevoegdheid geven om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties (24036, nr. 440);
  • de motie-Prickaertz over stoppen met true pricing bij aanbestedingen (24036, nr. 441);
  • de motie-Bühler/Van der Lee over onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels afwijken van die in andere lidstaten (24036, nr. 442).

(Zie vergadering van 22 april 2026.)

In stemming komt de motie-Prickaertz (24036, nr. 439).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (24036, nr. 440).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (24036, nr. 441).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bühler/Van der Lee (24036, nr. 442).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Werknemersverzekeringen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen,

te weten:

  • de motie-Grinwis/Patijn over een analyse van de juridische houdbaarheid en maatschappelijke wenselijkheid van een veel sneller dan noodzakelijk stijgende Aof-premie (32716, nr. 57);
  • de motie-Grinwis/Ceder over het ontwikkelen van een samenhangende aanpak inzake de WIA-hervorming (32716, nr. 58);
  • de motie-Patijn over alternatieven uitwerken voor de bezuinigingen op de WIA en de WW (32716, nr. 59);
  • de motie-Patijn over de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon voor alle bestaande gevallen van tafel halen (32716, nr. 60);
  • de motie-Van Ark over inzetten op het terugdringen van regionale ongelijkheid bij de uitvoering van de verbeterplannen (32716, nr. 61);
  • de motie-Edgar Mulder over niet bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (32716, nr. 62);
  • de motie-Michon-Derkzen c.s. over de pps-proeftuin voor sociaal-medisch beoordelen maximaal uitbreiden (32716, nr. 63);
  • de motie-Jimmy Dijk over middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds alleen inzetten om arbeidsongeschiktheidsregelingen te verbeteren (32716, nr. 64);
  • de motie-Jimmy Dijk over meer passend werk bij de overheid en werkgevers voor mensen in de WIA (32716, nr. 65).

(Zie vergadering van 22 april 2026.)

In stemming komt de motie-Grinwis/Patijn (32716, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Ceder (32716, nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Patijn (32716, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Patijn (32716, nr. 60).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Ark (32716, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder (32716, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (32716, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (32716, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (32716, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Voorjaarsnota 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2026,

te weten:

  • de motie-Stultiens over de verruiming van de hypotheekrenteaftrek ongedaan maken (36915, nr. 4);
  • de motie-Stultiens over beleidsopties om opmerkelijke belastingconstructies tegen te gaan (36915, nr. 5);
  • de motie-Stultiens over de beleidsmatige lastenontwikkeling per categorie voortaan meesturen met de miljoenennota en de voorjaarsnota (36915, nr. 6);
  • de motie-Tony van Dijck/Wilders over de brandstofaccijns met €0,20 verlagen (36915, nr. 7);
  • de motie-Tony van Dijck/Wilders over de btw op energie naar 9% verlagen (36915, nr. 8);
  • de motie-Tony van Dijck/Wilders over de btw op boodschappen schrappen (36915, nr. 9);
  • de motie-Eerdmans over de 4 miljard euro voor wind op zee achter de hand houden voor de energie- en brandstofcrisis (36915, nr. 10);
  • de motie-Eerdmans over maatregelen om de asielinstroom en de kosten van asielopvang terug te dringen (36915, nr. 11);
  • de motie-Inge van Dijk c.s. over één samenhangend regelgevend kader voor investeringen (36915, nr. 12);
  • de motie-Inge van Dijk c.s. over een heldere economische structuuranalyse in de Miljoenennota 2027 (36915, nr. 13);
  • de motie-Dekker/Tony van Dijck over de verdubbeling van de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto's terugdraaien (36915, nr. 14);
  • de motie-Ergin over de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon terugdraaien (36915, nr. 15);
  • de motie-Ergin over de bezuiniging op de Wet proactieve dienstverlening terugdraaien (36915, nr. 16);
  • de motie-Teunissen over een eerlijk en concreet afbouwpad voor fossiele subsidies (36915, nr. 17);
  • de motie-Teunissen over meer middelen voor de circulaire transitie (36915, nr. 18);
  • de motie-Grinwis/Stultiens over inzicht in het implementeren van het tarief voor de aftrekposten in box 1 als zelfstandige tariefknop bij de Belastingdienst (36915, nr. 19);
  • de motie-Grinwis/Flach over een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 (36915, nr. 20);
  • de motie-Dassen over de steun aan Oekraïne voor niet-militaire doeleinden niet dekken uit de BHO-begroting maar uit de algemene middelen (36915, nr. 21);
  • de motie-Dassen over het aflossen van de studieschuld als gerichte vrijstelling opnemen in de werkkostenregeling voor kleine werkgevers (36915, nr. 22);
  • de motie-Jimmy Dijk over de aftrek specifieke zorgkosten niet afschaffen (36915, nr. 23);
  • de motie-Jimmy Dijk over niet inzetten op de nullijn voor publieke dienstverleners (36915, nr. 24);
  • de motie-Vermeer over de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen voor de kazematten bij de Afsluitdijk zo spoedig mogelijk realiseren (36915, nr. 25);
  • de motie-Vermeer over monitoring van verkoopbeperkende maatregelen die bijdragen aan het vergroten van grenseffecten (36915, nr. 26);
  • de motie-Vermeer over de versterking van de financiële positie van regionale ziekenhuizen als primair einddoel hanteren bij het ingroeipad voor budgetbekostiging (36915, nr. 27).

(Zie vergadering van 23 april 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn motie (36915, nr. 21) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Jimmy Dijk (36915, nr. 24) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De fractie van de PVV verzoekt om een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 14.

In stemming komt de motie-Stultiens (36915, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stultiens (36915, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stultiens (36915, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (36915, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (36915, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (36915, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (36915, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (36915, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36915, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (36915, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Over de motie op stuk nr. 14 stemmen we hoofdelijk. Ik verzoek om stilte in de zaal, zodat we dit in één keer goed kunnen doen.

In stemming komt de motie-Dekker/Tony van Dijck (36915, nr. 14).

Vóór stemmen de leden: Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Stöteler, Struijs, Vermeer, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wiersma, Wilders, El Abassi, Van Baarle, Beckerman, Van den Berg, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer en Kops.

Tegen stemmen de leden: Köse, Kröger, Krul, Lahlah, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, Becker, De Beer, Belhirch, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Dassen, Heera Dijk, Inge van Dijk, Van Eijk, Ellian, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar en De Kort.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 55 stemmen voor en 91 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (36915, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ergin (36915, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (36915, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (36915, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Stultiens (36915, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Flach (36915, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen (36915, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36915, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We doen 'm nog een keer.

In stemming komt de motie-Vermeer (36915, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Daar moeten we hoofdelijk over stemmen, meneer Vermeer, tenzij u gaat doen wat ik denk dat u gaat doen.

De heer Vermeer (BBB):
We gaan 'm voor nu aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Vermeer stel ik voor zijn motie (36915, nr. 27) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Loonkloof tussen mannen en vrouwen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het dertigledendebat over de loonkloof tussen mannen en vrouwen,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Jimmy Dijk over onderzoek naar meer zekerheid van loon en arbeidsvoorwaarden in sectoren met veel aanbestedingen (29544, nr. 1316, was nr. 1311);
  • de motie-Jimmy Dijk over het minimumloon verhogen naar €18 per uur (29544, nr. 1312);
  • de motie-Neijenhuis/Jimmy Dijk over een aanvalsplan tegen zwangerschapsdiscriminatie (29544, nr. 1313);
  • de motie-Moorman over het effect van de bevalboete in kaart brengen (29544, nr. 1314);
  • de motie-De Vos over geen vrouwenquota invoeren en bestaande vrouwenquota afschaffen (29544, nr. 1315).

(Zie vergadering van 23 april 2026.)

In stemming komt de gewijzigde motie-Jimmy Dijk (29544, nr. 1316, was nr. 1311).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (29544, nr. 1312).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Neijenhuis/Jimmy Dijk (29544, nr. 1313).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorman (29544, nr. 1314).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Vos (29544, nr. 1315).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2026

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026,

te weten:

  • de motie-Vermeer/Lammers over een wetsvoorstel voor de rechtstreekse verkiezing van burgemeesters (36800-VII, nr. 40).

(Zie vergadering van 5 februari 2026.)

In stemming komt de motie-Vermeer/Lammers (36800-VII, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Ceulemans.

De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Bij de voorgaande motie van mevrouw De Vos over vrouwenquota zaten we echt met negen handen omhoog, maar u noemde ons niet. We zijn voor die motie.

De voorzitter:
Dat hebben we bij dezen opgenomen in de Handelingen.

Dat waren de stemmingen. Ik schors kort. Daarna gaan we verder met de regeling van werkzaamheden, met maar liefst 52 verzoeken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.