Plenair verslag Tweede Kamer, 61e vergadering
Woensdag 8 april 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van der Lee

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 8 april 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Mededeling Apply AI-strategie

Mededeling Apply AI-strategie

Aan de orde is het tweeminutendebat Mededeling Apply AI-strategie (22112, nr. 4279).


Termijn inbreng

De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat over het fiche Mededeling Apply AI-strategie. Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. Ik heet ook de leden, de mensen op de tribune en iedereen die dit debat op afstand volgt van harte welkom. Drie leden hebben zich aangemeld om te spreken in de eerste, en enige, termijn in dit tweeminutendebat. Als eerste is mevrouw Kathmann. Zij voert het woord namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. De impact van AI op de arbeidsmarkt is nu al gigantisch, maar gaat écht gigantisch zijn. Als de eerste ontmoeting met AI voor veel Nederlanders gaat zijn dat ze hun baan verliezen, doen we iets gigantisch verkeerd. Daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de adoptie van kunstmatige intelligentie (AI) grote gevolgen heeft voor economie, werk en inkomen;

overwegende dat het gebruiken van AI niet ten koste mag gaan van baanzekerheid en het gebruik altijd met medezeggenschap van werknemers moet plaatsvinden;

verzoekt de regering om in overleg te treden met de SER en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, en onder leiding van de betrokken vakministers per sector uit de Apply Al-strategie een plan op te stellen waarin beschreven staat:

1. hoe AI een waardevolle bijdrage aan werk kan leveren met gebruik van ethische Europese toepassingen;

2. welke randvoorwaarden er verbonden zijn aan het gebruiken van AI, zoals het bijscholen van bestuursleden en medewerkers;

3. welke toepassingen van AI momenteel onwenselijk of disruptief zijn en geweerd moeten worden;

4. hoe de medezeggenschap van werknemers georganiseerd moet worden bij keuzes over AI binnen een werkplaats;

verzoekt de regering uiterlijk in Q4 2026 deze sectorplannen te presenteren, met duidelijke vervolgacties voor welke afspraken nodig zijn om AI waardevol in deze sectoren toe te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Patijn.

Zij krijgt nr. 4303 (22112).

Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Zwinkels. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het CDA steunt de ambitie om AI in Europa sneller te ontwikkelen en toe te passen. Maar juist omdat AI een essentiële technologie is, moeten we ook eerlijk zijn: Nederland kan niet overal koploper in zijn, en Europa ook niet. De Europese Commissie heeft elf strategische sectoren geformuleerd. Tegelijkertijd zegt het kabinet dat Europa niet in alle geavanceerde AI-toepassingen leidend kan zijn en dat we scherpe keuzes moeten maken. Ook het rapport-Wennink benadrukt dit en vraagt om langjarige keuzes in sleuteltechnologieën. Het rapport vraagt dus om een interdepartementale uitwerking en niet om losse projecten naast elkaar. Het CDA vindt dat Nederland zich moet richten op waar we echt uniek en onderscheidend in zijn. Denk aan de halfgeleiderketen, waar Nederland koploper in is. Daarnaast zijn er een aantal strategische opgaven waar we gericht in moeten investeren, zoals AI-infrastructuur en Europese datacentra. Dat vraagt om open standaarden, publiek-private samenwerking en toegang tot talent en financiering. Lidstaten moeten zelf prioriteren waar ze waarde toevoegen en Europa moet zorgen voor samenhang en schaal.

Uit de stukken blijkt dat het nu onduidelijk is hoe Nederland die scherpe keuzes precies wil maken in Brussel. Wij zien graag nationale verantwoordelijkheid voor individuele lidstaten en Europese samenwerking waar het kan. Een goed voorbeeld daarvan is de European Frontier AI Initiative met Frankrijk en Duitsland, waar krachten gebundeld worden. Kan de staatssecretaris toezeggen dat Nederland zich in verdere Europese samenwerking rond de Apply AI-strategie inzet voor scherpere prioritering in plaats van spreiding en dat de Kamer wordt geïnformeerd over de criteria die Nederland daarbij inbrengt?

Dank u wel.

De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw inbreng. Tot slot in deze termijn van de Kamer is het woord aan mevrouw El Boujdaini. Zij spreekt namens de D66-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u, voorzitter. AI is allang geen abstract begrip meer. Het heeft nu al impact op hoe mensen werken en hoe beslissingen worden genomen. Bedrijven gebruiken het op grote schaal om processen te versnellen. Daarnaast bepaalt de enorme rekenkracht steeds vaker welke inzichten we krijgen en welke keuzes we maken. Omdat deze ontwikkelingen razendsnel gaan, kunnen we het ons niet veroorloven om achterover te leunen. Mijn fractie onderstreept daarom het belang van duidelijke regie op verantwoorde AI. Het is goed dat de Apply AI-strategie inzet op die verantwoorde toepassing, met aandacht voor publiek-private samenwerking, want alleen als overheid en bedrijven nu samen optrekken, houden we grip op deze technologie en zorgen we dat die in dienst staat van onze economie en onze publieke waarden.

Naar aanleiding van de beantwoording van het schriftelijk overleg heb ik nog twee vragen voor de staatssecretaris. Hoe borgt de staatssecretaris dat nationale initiatieven, zoals Apply AI, daadwerkelijk complementair zijn aan Europese programma's, zoals InvestAI en de European Innovation Council? Zijn hierover concrete afspraken gemaakt om versnippering en inefficiëntie te voorkomen? Op welke manier zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen optimaal toegang krijgen tot deze AI-middelen, zodat Nederland niet alleen bijdraagt, maar ook daadwerkelijk profiteert van de opschaling van AI in Europa?

Dank u wel.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de zijde van de Kamer. We gaan vijf minuten schorsen en dan krijgen we een antwoord op de gestelde vragen en een appreciatie van de motie die is ingediend.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het vervolg van het tweeminutendebat Mededeling Apply AI-strategie. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.


Termijn antwoord

Staatssecretaris Aerdts:
Dank, voorzitter. Direct na dit tweeminutendebat spreek ik ook met de commissie Digitale Zaken over het onderwerp digitale infrastructuur en economie. Ik beperk me daarom tot de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de motie.

Ik begin met de motie van mevrouw Kathmann. Ik voel zeker ook de urgentie van AI voor onze economie, voor ons werk en inkomen. Ik moet de motie wel ontraden, want ik vind het niet verstandig als het eigenaarschap voor eventuele sectorale plannen bij het kabinet komt te liggen. Ik zie wel mogelijkheden om vanuit mijn coördinerende rol het gesprek hierover een stimulans te geven. Het benutten van het immense potentieel van AI is voor een groot deel afhankelijk van de bereidheid op de werkvloer om met die nieuwe technologie aan de slag te gaan. Dit wordt ook benadrukt in het adviesrapport "AI en werk" van de SER. Het eigenaarschap dient dan ook in de sector te liggen, maar ik ben bereid om met de SER in gesprek te gaan om te verkennen wat er mogelijk is. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt naar verwachting op korte termijn met een Kamerbrief, mede namens mij, met een uitgebreide kabinetsreactie op het SER-adviesrapport. In deze reactie worden ook een aantal elementen geadresseerd die in de motie staan, zoals medezeggenschap van werknemers.

In een deel van de motie wordt gevraagd om duidelijk te maken welke AI zou moeten worden geweerd. Dat doen we wat mij betreft via generiek beleid, zoals de AI-verordening en de AVG, die hier al regels voor stellen.

Dan de vraag …

De voorzitter:
Een ogenblik. Er is een reactie van mevrouw Kathmann.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Het is natuurlijk altijd een teleurstelling als een motie ontraden wordt. In de motie vraag ik de regering ook om in gesprek te treden met de SER.

Staatssecretaris Aerdts:
Ja.

Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik zou daar dan wel wat meer houvast op willen. Ik vind het heel erg zonde dat het kabinet niet optimaal zijn regiefunctie wil pakken, maar dan zou ik in ieder geval willen dat er, als die gesprekken zijn geweest, een brief komt van u als coördinerend bewindspersoon. We hebben namelijk wel één plek nodig waar alles landt, waar in ieder geval het AI-plan ligt. Er is niet voor niets een AI Deltaplan gepresenteerd door dit kabinet. Daar hoort dit ook bij. Het zou fijn zijn als we naar aanleiding van de gesprekken en het plan dat er dan komt, in ieder geval een brief aan de Kamer kunnen verwachten.

Staatssecretaris Aerdts:
Ik kan inderdaad toezeggen dat de Kamer erover wordt geïnformeerd als wij in gesprek zijn geweest met de SER.

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Aerdts:
Dan de vragen van mevrouw Zwinkels. Zij vroeg: kan de staatssecretaris toezeggen zich in te zetten voor scherpe prioritering in plaats van spreiding? Zij vindt mij aan haar zijde als het gaat om het maken van scherpe keuzes voor investeringen in AI. Dit is fundamenteel voor een daadwerkelijke impact op het verdienvermogen. In het coalitieakkoord staan vier prioritaire domeinen: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en lifesciences en biotechnologie. In het najaar komt het kabinet met een uitwerking van de sectorplannen in het kader van industriebeleid met focus, waaronder een uitwerking van AI en digitalisering. Ook in de NTS-Actieagenda AI & Data wordt juist ingezet op die specifieke domeinen in combinatie met de technologieontwikkeling die daarvoor nodig is. Hier worden specifiek zorg, energie, maakindustrie, mobiliteit, voedselproductie, veiligheid en defensie genoemd.

Dan de twee vragen van mevrouw El Boujdaini. Hoe borgt de staatssecretaris dat nationale initiatieven daadwerkelijk complementair zijn aan de Europese programma's? Eigenlijk zijn al die Europese programma's voor AI onderdeel van dezelfde Europese strategie en van het AI Continent Action Plan. Bij de nationale initiatieven houden we dan ook altijd rekening met de Europese kapstok die er is. Ik ben het namelijk met mevrouw El Boujdaini eens dat het natuurlijk altijd aanvullend moet zijn.

Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben ten aanzien van die prioritering toch wel benieuwd naar het volgende. De staatssecretaris ging niet helemaal mee in mijn voorstel. Het is mooi dat er scherpe keuzes komen ten aanzien van die AI-investeringen, maar ik ben wel benieuwd of daar ook een prioritering vanuit het kabinet uit spreekt. Wat doen we bijvoorbeeld op nationaal niveau en wat kunnen we beter Europees aanpakken, in samenwerking met andere lidstaten? Daar heb ik nog niet helemaal een antwoord op gekregen.

Staatssecretaris Aerdts:
Dan begreep ik de vraag verkeerd. De Europese Unie noemt elf prioritaire gebieden. Nederland brengt daar al een keuze in aan. We zullen de Kamer informeren, juist ook over die prioriteiten waar we nog binnen onze inzet in Europa aan werken.

Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik kijk daarnaar uit. Ik ben ook benieuwd op welke termijn we als Kamer dan worden geïnformeerd over die prioriteiten, want ik ben juist ook benieuwd naar de prioritering binnen de vier thema's die in het coalitieakkoord staan en naar wat voor gerichte investeringen we straks dan gaan doen.

Staatssecretaris Aerdts:
In het najaar komen we met de plannen voor industriebeleid met focus. Daar zal het in worden meegenomen. Ook als we de Tweede Kamer op de hoogte brengen van de NTS-actieagenda komen we daar specifiek op terug.

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Aerdts:
Ik heb nog de laatste vraag van mevrouw El Boujdaini. Hoe borgen we nou dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen optimaal toegang krijgen tot de Europese AI-middelen? De RVO brengt deze partijen actief op de hoogte via bijeenkomsten en bijvoorbeeld via de website. Daar wordt ook kenbaar gemaakt voor welke Europese initiatieven we nationaal cofinanciering beschikbaar stellen om optimaal aanspraak te kunnen maken op de Europese middelen. Ook de AI Coalitie brengt partijen actief op de hoogte.

Dank u wel.

De voorzitter:
Hartelijk dank aan de staatssecretaris.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We zullen over de ingediende motie, die ontraden is, op 14 april aanstaande, volgende week dinsdag, stemmen. Dank u. We schorsen een heel kort ogenblik, want we gaan ook wisselen van bewindspersoon en beleidsterrein. We zijn dus heel even geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen

Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen

Aan de orde is het tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en financiële gevolgen (35633, nr. 25).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Uitspraken College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie pelsdierhouderijen - uitvoering uitspraken en financiële gevolgen. Er hebben zich twee leden aangemeld, maar de heer Koorevaar wil, geloof ik, het verzoek doen of hij mee mag doen. Gaat uw gang.

De heer Koorevaar (CDA):
Bij dezen het verzoek of ik mee mag doen.

De voorzitter:
Is daar bezwaar tegen? Nee. Dan mag u meedoen.

Ondertussen heet ik ook nog even de staatssecretaris van LVVN van harte welkom. Ik geef mevrouw Van der Plas, die al klaarstaat, het woord namens de BBB-fractie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. In 2020 werden de pelsdierhouders gedwongen om allemaal hun bedrijven te beëindigen. Gedwongen. Familiebedrijven waren generaties lang opgebouwd. Het ging om ondernemers die niets verkeerd hadden gedaan, maar die van de een op de andere dag hun toekomst in rook zagen opgaan. Ze kregen een compensatie opgelegd, met kortingen die inmiddels door de rechter onterecht zijn verklaard. Zij kregen dus onterecht te weinig geld. Nu worden alleen de ondernemers gecompenseerd die tegen de overheid zijn gaan procederen, alsof het normaal is dat je eerst moet vechten tegen de Staat en de machtige advocaten om te krijgen waar je recht op hebt. De staatssecretaris heeft hierover recent gezegd dat hij niet wil dat dit als voorbeeld genomen gaat worden. Ik ben daar echt verbijsterd over. Mensen moeten een rechtszaak aanspannen om te krijgen waar ze recht op hebben, iets wat de overheid nagelaten heeft ze te geven. Daar ligt gewoon een rechterlijke uitspraak. Ik vind het zó'n groot onrecht.

Voorzitter. Ik heb daarom ook een motie. Ik hoop dat de Kamer goed nadenkt over hoe ondernemers en burgers in Nederland gemangeld worden door de overheid en dat de Kamer hier uiteindelijk zegt — dat is bij het laatste amendement gebeurd — "wij gaan dit niet steunen". Het is echt gewoon een groot schandaal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat toegepaste kortingen in het kader van de nadeelcompensatie voor pelsdierhouders onterecht waren;

overwegende dat van ondernemers die door een wettelijk besluit gedwongen werden hun bedrijf te beëindigen, niet verlangd mag worden dat zij tegen de overheid moeten vechten om rechtvaardig te worden behandeld;

overwegende dat de overheid betrouwbaar en rechtvaardig hoort te handelen en gemaakte fouten richting burgers volledig behoort te herstellen;

verzoekt de regering om alle uitgekochte pelsdierhouders, ook degenen die geen juridische procedures hebben gevoerd, alsnog rechtvaardig te compenseren voor de eerder door de overheid onterecht toegepaste kortingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 26 (35633).

Hartelijk dank.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.

De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Den Hollander. Nee, die heeft geen behoefte aan haar spreektijd; die luistert gewoon. Dan geef ik wél het woord aan de heer Koorevaar, die het woord zal voeren namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank dat ik deel mag nemen aan dit debat.

Dit onderwerp schreeuwt erom dat wij er een aantal vragen over stellen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geconstateerd dat de schadevergoeding die door het ministerie is uitgekeerd aan 150 pelsdierhouderijen juridisch houdbaar was, maar dat de korting op de vergoedingen vanwege het maatschappelijk risico en de aftrek van €38 per fokteef onjuist zijn vastgesteld. Voor ondernemers die in hoger beroep zijn gegaan, is er een mogelijkheid tot extra compensatie. Dit geldt tot op heden nog niet voor ondernemers die hetzelfde hebben meegemaakt, maar niet in hoger beroep zijn gegaan. Dat is in mijn ogen niet eerlijk en dat moeten we in mijn ogen zo veel mogelijk voorkomen.

Ik heb daarom drie vragen. Heeft de staatssecretaris zicht op het aantal pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben aangetekend en wat zijn de kosten als die pelsdierhouders ook gecompenseerd worden, zoals de groep die wel in hoger beroep ging? Mijn tweede vraag: kan de staatssecretaris een inschatting maken van de juridische kosten die ermee gemoeid zijn als alle ondernemers zonder extra compensatie een procedure starten? De derde vraag: is de staatssecretaris met mij van mening dat de overheid er alles aan moet doen om ondernemers binnen eenzelfde sector gelijk te behandelen en zo onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen?

Tot zover.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. O, u krijgt nog een interruptie van mevrouw Van der Plas; blijf nog even staan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben blij dat heer Koorevaar hier staat en dat mevrouw Den Hollander, hoewel ze geen vragen heeft gesteld, wel aanwezig is bij dit debat. Dit is namelijk groot onrecht. Ik hoorde de heer Koorevaar praten over wat het gaat kosten voor de ondernemers en voor de regering om een procedure te starten, maar het gaat hier gewoon over onrecht. De overheid heeft hier een fout gemaakt. Ik kan gewoon niet begrijpen dat een overheid die een fout maakt, nu zegt: ja, maar als we dit óók gaan doen, scheppen we wel een precedent. Het mag toch niet zo zijn dat ondernemers, burgers die gewoon recht hebben op een vergoeding — een rechter heeft daar een uitspraak over gedaan — tegen de Staat moeten procederen om te krijgen waarvan al is uitgesproken dat ze er recht op hebben? Het is prima dat we weten wat de kosten zijn, maar dat mag nooit een overweging zijn om te zeggen: dan gaan we het maar niet doen, want het gaat een beetje te veel kosten. Deze mensen zijn gedwongen om met hun bedrijf te stoppen. Ze hebben dat gedaan, maar ze hebben niet de vergoeding gekregen die ze moesten krijgen.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de heer Koorevaar ... Ja, sorry, het zit mij zo hoog!

De voorzitter:
Dat is duidelijk.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vindt de heer Koorevaar ook dat wat het kost geen reden mag zijn? Het moet gewoon vergoed worden.

De heer Koorevaar (CDA):
Allereerst vind ik het heel prettig dat mevrouw Van der Plas aangeeft dat zij het op prijs stelt dat er meer Kamerleden naar dit korte debat zijn gekomen. Dat ten eerste. Ten tweede heeft mevrouw Van der Plas, misschien niet in die mate waarin zij dat zelf heeft gezegd, van mij ook gehoord dat ik het niet eerlijk vond. Daarom vind ik ook dat dit zo veel als mogelijk moet worden voorkomen. Ik stel daarom aan de staatssecretaris een aantal verduidelijkende vragen, omdat ik hoop te begrijpen hoe het kabinet hierin zit. Ik vind het dus oneerlijk en ik hoop dat er een oplossing gaat komen, omdat ik het oneerlijk vind.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is goed om te horen, maar ik heb toch een klein beetje het vermoeden dat mensen denken "Pelsdierhouders? Die nertsen in zo'n hok, dat is toch allemaal zielig en zo?" en dat dit een overweging is dat dit niet hoeft. Maar dit zijn ook burgers van Nederland. Dit zijn ook ondernemers van Nederland. Zij zijn ook het slachtoffer geworden van een fout van de overheid en moeten nu gewoon krijgen waar zij recht op hebben. Ik hoop echt dat het CDA dit goed in de overwegingen gaat meenemen bij het beoordelen van de motie die ik zojuist heb ingediend.

De heer Koorevaar (CDA):
Ik zal zeker de beantwoording van het kabinet meewegen. Ik heb de overweging van mevrouw Van der Plas gehoord. Ik sluit aan bij het eerste dat ik zei: mevrouw Van der Plas heeft gezien dat ik hier sta, zij staat hier en mevrouw Den Hollander is hier in de zaal, dus dat onderstreept dat we graag antwoorden willen hebben. Die zullen we meewegen in ons uiteindelijke oordeel.

De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen vijf minuten. Dan krijgen we antwoorden op de vragen en een appreciatie op de ingediende motie. We zijn even geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat over de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de beroepszaken betreffende nadeelcompensatie voor pelsdierhouderijen. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.


Termijn antwoord

Staatssecretaris Erkens:
Voor ik naar de motie en de beantwoording ga, wil ik wel een paar feiten op een rijtje zetten in dit debat. De Wet verbod pelsdierhouderij is in januari 2013 in werking getreden en daarin werd toen aangegeven dat de sector binnen elf jaar zou sluiten in Nederland. Daar is dus elf jaar de tijd voor gegeven; dat is de overgangstermijn. Toentertijd is besloten geen nadeelcompensatie te geven. Er zijn drie dingen opgezet: een sloop- en ombouwregeling ter waarde van 28,8 miljoen, een sociaaleconomisch plan voor de overgangsfase van 4,5 miljoen en de compensatie pensioenschade van 0,4 miljoen. Tijdens covid zagen we dat er mogelijk besmettingen konden plaatsvinden op de nertsenhouderij. Het verbod dat al in werking was getreden — men wist dat het eraan kwam — is toen drie jaar naar voren gehaald. Voor die drie jaar is nadeelcompensatie gegeven ter waarde van circa 85% van de maximumomzet op basis van het vergunde aantal dieren en de productiecapaciteit in die jaren. Dat is vergoed. Er is circa 150 miljoen euro voor uitgetrokken voor ongeveer 150 ondernemers, dus gemiddeld 1 miljoen per ondernemer, voor sommigen meer, voor sommigen minder. De Staat en het kabinet waren van mening dat het een rechtvaardige compensatie was.

Dan komt de mogelijkheid voor ondernemers om bezwaar aan te tekenen. Alle 150 ondernemers hebben in de contacten die er waren ook te horen gekregen dat de mogelijkheid bestond om bezwaar te maken als ze het er niet mee eens waren. Een deel heeft daarvoor gekozen, een groter deel heeft daar niet voor gekozen. Ik wil daarbij aangeven dat de groep die het niet heeft gedaan, het toentertijd dus geen onrechtmatige vergoeding vond. Daarop is de uitspraak gebaseerd. Er zijn appellanten geweest, mensen die in bezwaar zijn getreden, die gelijk hebben gekregen. Die uitspraak volgen we. Dat betekent echter niet dat wij de oorspronkelijke compensatie daarmee onrechtvaardig vinden.

Voorzitter. Dan ga ik naar de vragen van het CDA.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dit echt schandalig; het spijt me zeer. Er wordt hier vergoelijkend gezegd: ja, maar in 2013 was al afgesproken dat ze zouden stoppen, in 2020 in de covidperiode is dat versneld en er is 150 miljoen uitgekeerd, waarbij wordt benadrukt dat het 1 miljoen per ondernemer is …

Staatssecretaris Erkens:
Gemiddeld, soms meer, soms minder.

De voorzitter:
Nee, nee, mevrouw Van der Plas heeft het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Soms meer, soms minder, maar eigenlijk wordt gezegd: dat is best wel veel geld. Ondertussen zitten de ondernemers nog met sloopkosten, ze moeten nog afdragen aan de Belastingdienst, dus alles gaat daar nog van af. Maar wat ik het ergste vind, is dat de staatssecretaris hier zegt: een deel van de ondernemers heeft er niet voor gekozen, dus zij vonden de vergoeding die ze kregen waarschijnlijk best wel goed. Nee, dat vonden ze niet. Er zijn heel veel ondernemers in Nederland, ook kleinere ondernemers en gezinnen, die geen procedures kunnen volgen en eieren voor hun geld kiezen. Zij gaan niet tegen de machtige landsadvocaat procederen. Ze hebben er misschien niet eens de middelen voor om dat te doen. Het is een heel kostbaar en langdurig traject om tegen de machtige overheid te moeten procederen.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil weten wat de staatssecretaris vindt van wat ik zeg. Ik wil opmerken dat de staatssecretaris het van tafel veegt door te zeggen: kennelijk vonden ze de vergoeding wel goed. Dan weet deze staatssecretaris niet hoe in het land wordt gedacht over het procederen tegen de overheid. Mensen denken heel vaak: ik ga dat nooit winnen.

Staatssecretaris Erkens:
Hier wordt een beeld geschetst en worden er vergelijkingen gemaakt, ook met het debat over de begroting, die gewoon niet volledig correct zijn. Ik vind het van belang om hier ook de feiten in te brengen. De feiten zijn dat er inderdaad een wettelijk verbod op pelsdierhouderij aankwam, met ingang van 2024 na elf jaar overgangstermijn. Daarvoor was geen nadeelcompensatie voorzien. Dat is drie jaar naar voren gehaald en daarvoor is dus 150 miljoen extra uitgetrokken. Toen hebben alle pelsdierhouders het aanbod gekregen "je mag bezwaar maken". Een deel heeft daarvoor gekozen en een deel niet. Zo werkt het ook in de rechtsstaat. Als je bezwaar maakt, kun je gelijk krijgen. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds vind dat wij hier een nette compensatie gegeven hebben. We hebben ook nog een sloop- en ombouwregeling. U gaf net aan dat daar ook kosten voor gemaakt worden, bijna 30 miljoen euro. Hierover is door de overheid gedurende een uitvoerig traject in 2021 met de sector gesproken. Dan kun je je recht halen en volgen wij die uitspraak, maar we zijn nog steeds van mening dat dit een nette compensatie was. Dat zijn grote bedragen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is de reden waarom mensen in Nederland geen vertrouwen meer hebben in de overheid, want zo wordt het afgedaan, terwijl het hier gaat om een relatief kleine groep die er nog recht op zou moeten hebben. We hebben het hier altijd over "de menselijke maat" en over "maatwerk toepassen". Deze mensen hebben gewoon recht op die compensatie, omdat een rechter heeft vastgesteld dat de overheid fout is geweest met de vergoedingen. Nu wordt eigenlijk tegen deze mensen gezegd "ja sorry hoor, dan had je maar moeten procederen", "ja sorry hoor, het is eigen schuld, dikke bult, dan moet u dat nu nog maar gaan doen". Ik vind dat gewoon echt niet kunnen, met de menselijke maat. Dit is waarom Nederland geen vertrouwen meer heeft in de overheid.

Staatssecretaris Erkens:
Nee, voorzitter, ik heb niet gezegd: dan moeten mensen maar bezwaar gaan maken of naar de rechter stappen. Wat ik gezegd heb, is dat er een compensatie is afgesproken toentertijd waartegen bezwaar gemaakt kan worden, een compensatie die in gesprek met de sector is opgesteld, inderdaad bovenop de regelingen die al getroffen waren. Het kabinet is van mening dat dit toentertijd een nette compensatie was.

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Drie vragen van het CDA. Heeft de staatssecretaris zicht op het aantal pelsdierhouders die geen bezwaar of beroep hebben aangetekend? Dat zijn 92 casussen. Als zij ook een soortgelijke compensatie zouden aanvragen, zou daar circa 25 miljoen euro extra mee gemoeid zijn. Dat is op basis van de zogeheten NMR-korting; dat is het normaal maatschappelijk risico. Dat doen wij altijd bij nadeelcompensatie. Daarbij ga je uit van een korting van circa 15% en de uitspraak van het CPB was dat die bij de appellanten op 0% is gezet.

Voorzitter. De tweede vraag was of er een inschatting gemaakt kan worden van de kosten als er inderdaad juridische procedures komen. Dat gaat om proceskosten en die inschatting kunnen wij niet maken, want die hangt af van het aantal zaken.

De derde vraag van het CDA was of we van mening zijn dat de overheid er alles aan moet doen om ondernemers binnen eenzelfde sector gelijk te behandelen en zo onnodige maatschappelijke kosten te voorkomen. Het vertrekpunt is nog steeds dat in de beleidsregel een nette compensatie is afgesproken, dat er ook flankerend beleid is gekomen, ook in samenspraak met de sector, en dat het daarna iedereen vrijstaat om daar bezwaar tegen te maken. Een groep heeft daar wel voor gekozen en een andere groep niet. In het kader van de rechtsstaat zou "ongelijke behandeling" in dezen betekenen dat je appellanten onderling anders gaat behandelen en dat je niet-appellanten onderling anders gaat behandelen, en dat hebben we niet gedaan.

Voorzitter. De motie van mevrouw Van der Plas wil ik ontraden, ook verwijzend naar het interruptiedebat en conform het begrotingsdebat waarin wij het hierover gehad hebben.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De staatssecretaris heeft het over 92 "casussen". Dat zijn 92 gezinnen die een bedrijf hadden, een bedrijf dat generaties lang in de familie zat en dat van hen afgepakt is, sneller dan het eigenlijk zou moeten. Ze zaten nog in een proces dat ze iets anders konden gaan doen. En hier wordt gezegd "dat zijn 92 casussen" — dit is precies wat ik bedoel: het zijn geen casussen, dit gaat over mensen! Het gaat over families die generaties lang hun bedrijf daar hebben gehad. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen om in het vervolg niet meer over "casussen" te spreken maar over mensen.

Staatssecretaris Erkens:
Nee, voorzitter, want als het om een juridische procedure gaat, dan heet het "een casus", maar het gaat in dezen uiteraard om gezinnen, om ondernemers. Daar geef ik mevrouw Van der Plas gelijk in. Maar dit is de terminologie die wij gebruiken in dit soort processen.

De voorzitter:
Dank. Dat was het debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan dinsdag 14 april aanstaande stemmen over de ingediende motie. Ik schors een ogenblikje om een wisseling van bewindspersoon te realiseren en een ander tweeminutendebat te gaan voeren.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Wadden

Wadden

Aan de orde is het tweeminutendebat Wadden (CD d.d. 12/02).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Wadden. Ik heet van harte welkom de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de leden die zich hebben ingeschreven voor het debat. Dat zijn er zes. Het is gewoon één termijn. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Zij voert het woord namens de D66-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Er is heel veel te bespreken rond de Wadden, dus ik duik er gelijk in. Dank aan de minister voor de beantwoording van de schriftelijke vragen. Goed om te lezen dat het ministerie bereid is een technische briefing te geven over de dijknormering. Die is net al aangevraagd in de procedurevergadering, dus we gaan proberen die zo snel mogelijk in te plannen. Er is namelijk heel veel onduidelijkheid over, dus het is fijn als daar opheldering over komt. In dat kader wil ik de minister verzoeken om geen onomkeerbare stappen te zetten tot na deze technische briefing en het commissiedebat Water. Ook hoor ik graag voor het commissiedebat Water per brief hoe de minister mijn motie op stuk nr. 25 (36800-J) heeft uitgevoerd, wat de stand van zaken is omtrent de toezegging die gedaan is in het commissiedebat Wadden over de Waddentoets en de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Wadden over een kustfonds.

Dan een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie van het lid Vellinga-Beemsterboer c.s. (36800-J, nr. 25) oproept om te wachten met de voorgenomen herziening van de dijknormering totdat er uitgebreider met lokale bestuurders is afgestemd en er duidelijkheid is over de veiligheid;

overwegende dat de veiligheidssituatie op Schiermonnikoog naast de passende bescherming door een waterkering wordt ondersteund door de verdere uitwerking van de integrale veiligheidsstrategie;

overwegende dat de regering heeft toegezegd hieraan te willen bijdragen en dat het proces rondom dijknormering nog tot twee jaar kan duren;

overwegende dat de uitkomst van deze heroverweging niet vaststaat;

overwegende dat dijkversterkingsprojecten in de gebieden waar een mogelijke normaanpassing speelt, zoals het project 1EILAUN op Schiermonnikoog, tijdens dit proces in onzekerheid zitten en stilstaan;

overwegende dat de aanvraag voor de financiering van meekoppelkansen voor de zomer van 2026 plaats moet vinden;

verzoekt de regering om de betrokken projecten niet stil te laten vallen en in gesprek te gaan met de projectpartijen over wat er nodig is om de meekoppelkansen van het project 1EILAUN te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer, Boelsma-Hoekstra, De Hoop, Bevers en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 301 (29684).

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Hoop. Hij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Allereerst dien ik dus een motie in met mevrouw Vellinga-Beemsterboer over de hoogwaterbescherming. Ik heb zelf verder geen moties, maar wel een aantal andere punten. Allereerst zagen wij bij het werkbezoek aan Terschelling en Vlieland wat voor geweldig werk de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij doet. Ik was ook heel erg blij met de toezegging van de minister dat hij gaat kijken tegen welke knelpunten zij aanlopen bij de belangrijke reddingsacties die ze doen en hoe die opgelost kunnen worden. Nogmaals dank daarvoor. Ik denk dat het belangrijk is om met elkaar te benadrukken hoe belangrijk die organisatie is.

Dan nog een ander belangrijk punt waar ik me wel echt zorgen over maak. Dat is de haven van Terschelling. Er is een ontzettend tekort aan middelen om dat voor elkaar te krijgen door de gemeente. Er is eerder door minister Tieman toegezegd dat er in april duidelijkheid zou komen over hoe de financiering rondkomt. Er is eigenlijk gezegd: "Gaat u maar rustig slapen. Het komt wel goed. Wij gaan het regelen. We gaan nog even kijken hoe, maar in april wordt dat duidelijk." Nu zitten we in april en is die duidelijkheid er nog niet. Dat baart mij zorgen, omdat de haven van Terschelling de levensader is voor de mensen die daar wonen, maar ook de weg is voor heel veel toeristen. Voor de zomer moet dat echt duidelijk worden, dus ik zou heel graag van de minister horen hoe die financiering rondkomt. Ik wil eigenlijk een brief voor het meireces, waarin duidelijk wordt hoe de financiering rondkomt en wie daaraan meebetaalt, zodat de mensen op Terschelling en wij als Kamer duidelijkheid hebben en die toezegging van minister Tieman ook wordt nagekomen. Ik wil dus heel graag een uitgebreid antwoord van de minister daarop om tegemoet te komen aan de zorgen op Terschelling, maar ook hier in de Kamer.

Dank.

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Boelsma-Hoekstra. Zij voert het woord namens de CDA-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Er is net al een motie ingediend over het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waar wij ook onder staan, dus dank daarvoor. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer De Hoop over de haven van Terschelling. Hij heeft het, denk ik, heel goed verwoord.

Ik heb zelf geen moties, maar wel drie puntjes. In het commissiedebat hebben we het gehad over de versterking van de Waddentoets. Die zou een bredere eilandentoets worden en ondergebracht worden in de UDO, de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden. Mijn vraag aan de minister is: zijn er al gesprekken geweest met BZK?

Het tweede punt gaat over de toezegging van de toenmalig minister van Infrastructuur en Waterstaat over de vaargeul naar Ameland. De minister wilde zich daar hard voor maken. Hij gaf aan dat er binnen de huidige kaders tot en met 2035 geen versmalling of — ik weet niet of het een goed Nederlands woord is — "verondieping" wordt voorzien. Hij heeft ook uitgesproken dat hij zich ervoor wil inzetten dat het baggeren van de vaargeul geen belemmeringen ondervindt, zodat de bereikbaarheid van het eiland niet in gevaar komt. Mijn vraag aan de minister is: is deze minister bereid om deze lijn te volgen?

Wij hebben in het schriftelijk overleg vragen kunnen stellen over de aanbesteding van de Waddenveren en we hopen op een snelle beantwoording.

Tot zover mijn bijdrage.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van der Plas. Zij voert het woord namens de BBB-fractie. Ga uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik begin gelijk maar met twee moties. De eerste luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de financiële opgave rond de Willem Barentszkade op Terschelling nog niet is opgelost en de gemeente dit niet alleen kan dragen;

overwegende dat een afsluiting van de Willem Barentszkade grote gevolgen heeft voor de bereikbaarheid en de leefbaarheid van het eiland Terschelling;

verzoekt de regering om samen met de provincie Fryslân en de gemeente Terschelling, op basis van een gedeelde verantwoordelijkheid, zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de dekking van het resterende financiële tekort, zodat de leefbaarheid op het eiland in de toekomst niet ter discussie komt te staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 302 (29684).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aanbestedingen voor de veerdiensten naar de Waddeneilanden zich in een vergevorderd stadium bevinden;

constaterende dat de prijzen van biobrandstoffen sterk zijn gestegen sinds de invoering van de Europese Renewable Energy Directive III (RED III) en de huidige geopolitieke ontwikkelingen;

constaterende dat Wagenborg het gebruik van deze biobrandstoffen al heeft gestopt vanwege de sterk gestegen kosten;

verzoekt de regering om in de aanbestedingen voor de veerdiensten naar de Waddeneilanden het gebruik van biobrandstoffen niet verplicht te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 303 (29684).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nog één verzoek aan de minister. Bij het afhameren aan het einde van de vorige vergadering is de toezegging van toenmalig staatssecretaris van LVVN, de heer Rummenie, aan mij gemist. Deze toezegging is wel opgenomen in het gespreksverslag van het commissiedebat Wadden. Voor wie wil weten waar het over gaat: het staat op bladzijde 36. Het verzoek is om deze toezegging alsnog formeel toe te kennen aan de Kamer, zodat de nieuwe regering hiermee aan de slag kan gaan. We hebben hierover ook contact gehad met de minister van LVVN en hij kon hier ook mee instemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Bevers. Hij spreekt namens de VVD-fractie.

De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister en zijn voorganger voor het debat en de beantwoording van de vragen. Mevrouw Vellinga heeft al een aantal zaken genoemd. Wij dienen met haar en een aantal andere partijen een motie in over de dijknormering op Schiermonnikoog.

Volgens mij lopen er goede gesprekken over de Willem Barentszkade op Terschelling. Ik sluit me wel aan bij de vraag van de heer De Hoop om daar wat rapportage over te doen in de vorm van een brief. We hebben overigens wel alle vertrouwen in dat proces. We zien dus geen reden om de motie daarover van mevrouw Van der Plas te steunen.

Dank. We wachten de antwoorden van de minister verder af.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Goudzwaard. Hij voert het woord namens JA21. Ga uw gang.

De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Geen moties van mijn kant.

Ik sluit mij ook aan bij de woorden van de heer De Hoop. Onlangs hebben wij als commissie IenW een werkbezoek gebracht aan Terschelling. Daarbij werd de erbarmelijke status van die Willem Barentszkade echt duidelijk, en daarmee ook het gevaar van het wegvallen van een hele vitale toegangsweg. JA21 wil het constructieve overleg tussen het Rijk, de provincie en de gemeente logischerwijs niet verstoren, maar het gedwongen besluit tot een mogelijke afsluiting van de Willem Barentszkade komt steeds dichterbij. Er moet zicht op financiering zijn. In juli wordt de kade gekeurd. Ik heb begrepen dat de kade een jaar lang geen gedoogsteun kan krijgen als er geen zicht komt op financiering. Dat zou wat mijn fractie betreft echt een worst case scenario zijn, dat koste wat kost voorkomen moet worden. Kan de minister kort reflecteren op de vraag wat dat specifieke moment, die specifieke datum is? Dat zou heel erg prettig zijn.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was de termijn van de Kamer. We gaan vijf minuten schorsen en dan krijgen we een reactie van de minister op de ingediende moties en de vragen. We zijn even geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Wadden. We zijn toe aan de termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.


Termijn antwoord

Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Dank aan de Kamer voor de inbreng. Het Waddendossier is een belangrijk onderwerp, net als alle onderwerpen die daarmee gemoeid zijn. Zelf ga ik op 11 mei richting de Wadden, om daar te spreken met bestuurders. Ik heb al een aantal bestuurders gesproken, maar ga ook zelf op locatie kijken, onder andere op de Willem Barentszkade. Ik kom zo op de vragen die daarover zijn gesteld en de moties die daarover zijn ingediend. Ik begin even met de vragen, voorzitter. Daarna kom ik bij de appreciaties van de moties.

Allereerst ga ik naar de vraag van mevrouw Vellinga-Beemsterboer over een reactie op de motie voor het commissiedebat Water. Zoals ik heb aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen zullen wij verder in gesprek gaan met de regio en voorafgaand aan het commissiedebat Water een bestuurlijk overleg inplannen. Daar krijgt u dan dus ook reactie op.

Er was een vraag over het niet zetten van onomkeerbare stappen ten aanzien van hoogwaternormen totdat het commissiedebat Water heeft plaatsgevonden. Dat kan ik inderdaad toezeggen.

Dan vroegen mevrouw Vellinga-Beemsterboer en mevrouw Boelsma-Hoekstra naar de stand van zaken met betrekking tot het toezeggen van de Waddentoets. Daar zijn de eerste departementale gesprekken tussen IenW en BZK over gevoerd. We betrekken daar ook de uitkomsten van de evaluatie van het Convenant Samenwerking Waddeneilanden bij dat in 2019 is uitgevoerd.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg of de beantwoording van het SO over de productiemiddelen van de aanbesteding Waddenveren spoedig naar de Kamer komt. Het is niet gelukt om de beantwoording van de vragen over de productiemiddelen voor het debat van vandaag naar de Kamer te sturen, maar de beantwoording door de staatssecretaris zal op zeer korte termijn naar de Kamer komen.

Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra over de vaargeulen. Zij vroeg of wij bereid zijn de lijn te volgen van het CDA, namelijk dat het belangrijk is je ervoor in te zetten dat het baggeren van de vaargeul geen belemmering ondervindt. Zo komt de bereikbaarheid van het eiland niet in gevaar. Wij onderschrijven dat. Tot en met 2035 zal de vaargeul als gevolg van beleidswijzigingen niet versmald of verondiept worden. De staatssecretaris van IenW heeft dit voor de vaargeul naar Ameland expliciet opgenomen in het programma van eisen voor de concessie voor de periode 2029 tot 2035. Daarnaast blijft het uitvoeren van baggerwerkzaamheden ook gewoon mogelijk.

Dan ga ik naar het verzoek van mevrouw Van der Plas over de toezegging over de BC-score die gedaan is door de voormalig staatssecretaris van LVVN bij het commissiedebat Wadden. Die toezegging kunnen we inderdaad gestand doen. Dat is dus in orde.

Dan ga ik naar de vraag over het kustfonds voor het commissiedebat Water. We zijn nu in overleg over een mogelijk kustfonds, conform de afspraak die we in het bestuurlijk overleg hebben gemaakt. Dit wordt nu verder uitgewerkt, zoals onlangs afgesproken. In het BO Wadden van december zal de verdere uitwerking daarvan volgen.

Dan ga ik naar — ik zei het net al even — de Willem Barentszkade in Terschelling. De heer De Hoop vroeg daar aandacht voor. Hij vroeg: "Is er al duidelijkheid over die kade en over de haven? Kunnen we voor het meireces een brief tegemoetzien?" Gisteravond is er nog overleg geweest tussen de betrokken partijen. De Kamer snapt ook — dat heb ik ook gehoord — dat dit niet alleen een zaak van IenW is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, de provincie, de regio en het Rijk. Die verantwoordelijkheid is er juridisch natuurlijk niet, maar we pakken het wel op deze manier op, omdat we zien dat hier een oplossing voor moet komen. Mijn voorganger heeft dat ook al gezegd. De komende weken worden de financiële opties verkend. Dat is uiteindelijk ook het prangende punt: hoe gaan we dit financieel met elkaar regelen? Uiterlijk in mei wil ik dat daar besluitvorming over plaatsvindt. Ik kan toezeggen aan de heer De Hoop dat wij voor het meireces een stand-van-zakenbrief naar de Kamer sturen. Ik zie ook een brede wens in de Kamer om vinger aan de pols te houden bij dat proces. We kunnen dat gestand doen door de Kamer daarover te informeren.

De heer Goudzwaard vroeg daarbij nog wanneer er finale besluitvorming plaatsvindt en er zicht is op een oplossing. Dat moet voor de zomer. Als we dat in mei doen, zijn we dus ruim op tijd en redden we dat voor de zomer. We zullen de Kamer daar op dat moment over informeren. Voor het meireces sturen we in ieder geval een update. De heer Goudzwaard vroeg dus wanneer je daarover moet besluiten. Dit is wat ik daarover kan zeggen.

Dat waren de vragen. Dan kom ik bij de moties, voorzitter. Er zijn drie moties ingediend.

Ik begin bij de motie op stuk nr. 301, van mevrouw Vellinga-Beemsterboer, mevrouw Boelsma-Hoekstra, de heer De Hoop, de heer Bevers en mevrouw Van der Plas, die de regering verzoekt om de betrokken projecten niet stil te laten vallen en in gesprek te gaan met de projectpartijen over wat er nodig is om de meekoppelkansen van het project 1EILAUN te realiseren. Die motie kan ik oordeel Kamer geven als ik die zo kan opvatten dat het hier gaat om het realiseren van de meekoppelkansen van het project 1EILAUN. Als dat het geval is, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer knikt bevestigend. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 301 oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 302, van mevrouw Van der Plas, verzoekt de regering om samen met de provincie Fryslân en de gemeente Terschelling op basis van de gedeelde verantwoordelijkheid voor half mei duidelijkheid te geven over de dekking van het resterende financiële tekort, zodat de leefbaarheid op het eiland in de toekomst niet ter discussie komt te staan. Ja, ik heb net ook een toezegging gedaan aan de heer De Hoop en eigenlijk dubbelt die toezegging de motie. Om die reden kan ik 'm "overbodig" geven, omdat ik al heb toegezegd aan de heer De Hoop dat we dat op deze manier gaan doen.

Tot slot de motie van mevrouw Van der Plas op stuk nr. 303, over de biobrandstoffen. In essentie komt het erop neer dat biobrandstoffen niet verplicht moeten worden bij de concessies voor de Waddenveren. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Hartelijk dank. Dat was het tweeminutendebat Wadden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag 14 april stemmen over de ingediende moties. Ik schors een ogenblik en zo dadelijk gaan we door met het tweeminutendebat Maritiem. We gaan ook even van voorzitter wisselen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Maritiem

Voorzitter: Paulusma

Maritiem

Aan de orde is het tweeminutendebat Maritiem (CD d.d. 29/01).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Maritiem. Ik heet de leden van de Kamer welkom, net als de minister in vak K. Ik zie dat mevrouw Wiersma graag de dag wil beginnen met een compliment. Ga uw gang.

Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat sowieso natuurlijk, aan deze minister; dat weet-ie. Nee, voorzitter, ik heb een vraag. Ik weet niet of ik dat een punt van orde moet noemen, want het is de eerste keer dat ik zo'n verzoek doe.

De voorzitter:
We gaan het meemaken.

Mevrouw Wiersma (BBB):
BBB heeft niet meegedaan aan het commissiedebat, maar wil wel van de gelegenheid gebruikmaken om een aantal vragen te stellen. Daarom vraag ik de leden van de commissie of ik namens het lid Van der Plas namens BBB mag deelnemen aan dit debat.

De voorzitter:
Ik zal eens even rondkijken. "Vooruit", wordt er geroepen. Ik heb uw naam genoteerd. We gaan snel beginnen met de heer Heutink, die spreekt namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Enige tijd geleden gaf onderzoeksinstituut MARIN ons het verlossende antwoord: 40 km/u in de nacht voor de watertaxi van en naar Ameland is gewoon veilig. Het is natuurlijk geweldig nieuws. Eindelijk kan de watertaxi gewoon gaan varen in het donker. Daarmee kan dit het sluitstuk zijn van een jarenlange discussie tussen de Kamer en het kabinet. Toch moet er nog een horde worden genomen, zo lijkt: de milieutoets. De minister gaf al aan dat hij voorziet dat er waarschijnlijk geen problemen zijn en dat er daadwerkelijk zicht op legalisatie is. Dat betekent dus ook dat we nu simpelweg kunnen gaan gedogen. De minister sprak eerder de woorden "ik ga het regelen" uit. Nou, dan gaan we het regelen! Daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er zicht is op legalisatie van de watertaxi van en naar Ameland in de nacht op hoge snelheid;

verzoekt de regering om totdat legalisatie een feit is, de watertaxi in de nacht op hoge snelheid te gedogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 499 (31409).

Dat geeft aanleiding tot een vraag.

De heer Schutz (VVD):
Ik heb ook meegedaan aan dat commissiedebat. Volgens mij hebben we toen nog gediscussieerd over de vraag of er wel of geen noodzaak was voor een passende beoordeling. In de brief werd erover uitgeweid dat er opvolging is gegeven aan de toezegging. Hoe plaatst de heer Heutink zijn verzoek in het kader van de brief en het verloop van de vergadering waarin wel degelijk nog wel wat te verhapstukken was?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik constateer uit die vergadering dat het allemaal veel te lang duurt. We hebben een toezegging van de minister gekregen dat er ergens voor de zomer een milieutoets plaatsvindt. De vraag is of het gaat lukken; het is allemaal onduidelijk. Wij hebben al een aantal jaar een gevecht met het kabinet over het laten varen van de watertaxi. Als er nu daadwerkelijk zicht is op legalisatie en het kabinet dat ook toegeeft, dan zie ik geen enkele reden meer om niet te gaan gedogen. De eilanders kunnen niet wachten totdat ze ook in de nacht, met name als er sprake is van noodzaak, naar de wal kunnen of vice versa.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Boelsma-Hoekstra, die spreekt namens de fractie van het CDA.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie onlangs de Europese havenstrategie heeft gepresenteerd, in navolging van het rapporteursverslag-Berendsen, waarin werd geconstateerd dat onze havens de poort zijn tot Europa, maar we de sleutels uit handen hebben gegeven;

overwegende het belang dat de Kamer hecht aan deze Europese havenstrategie en het tegengaan van buitenlandse inmenging in onze havens, getuige de in 2022 aangenomen motie-Van der Molen/Koerhuis over dit onderwerp;

overwegende dat de regering zich recent, in het geval van Nexperia, genoodzaakt zag om een noodwet in te zetten vanwege risico's voor de nationale veiligheid, strategische autonomie en het ontstaan van ongewenste afhankelijkheden;

overwegende dat een belangrijk deel van terminals en overslagcapaciteit in Nederlandse havens in buitenlandse handen is;

verzoekt de regering de weerbaarheid en economische veiligheid aan te pakken door kritieke entiteiten aan te wijzen onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, de Cyberbeveiligingswet, de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo), de risico's van de toeleveranciersketen aan te pakken met de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, en de Kamer daar na de zomer van 2026 over te informeren;

verzoekt de regering de wenselijkheid van een maximumpercentage voor het aantal terminals in Nederlandse havens dat in buitenlandse handen mag zijn te onderzoeken en hier indien daartoe aanleiding bestaat nadien actief op te sturen;

verzoekt de regering om in samenwerking met havenbedrijven en andere partners de (wettelijke) mogelijkheden voor een noodknopprocedure te onderzoeken om schadelijke buitenlandse inmenging tegen te gaan, met daarin duidelijke grenzen voor wanneer de risico's op spionage, sabotage of economische afhankelijkheid door buitenlandse inmenging te groot zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra, Stoffer, Goudzwaard, Grinwis, Vellinga-Beemsterboer en Kröger.

Zij krijgt nr. 500 (31409).

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Schutz, die spreekt namens de fractie van de VVD. O, is hij niet aan de beurt? Dat staat wel op mijn lijstje. Dat geeft niet. Ik heb verkeerd gekeken, zie ik. Hij stond erop met nul minuten spreektijd. We gaan nu dus luisteren naar mevrouw Kröger, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Sinds wij dit debat gevoerd hebben, is er natuurlijk het nodige gebeurd, met name in maritieme zaken en de internationale zeescheepvaart. Er zijn in het debat ook best wat vragen gesteld over de beveiliging van kritieke infrastructuur op de Noordzee. Ik ben dus benieuwd of de minister hier vandaag nog een update over kan geven. Dat geldt ook voor vragen over hoe wij zorgen dat de bemanning van zeeschepen veilig blijft.

Mijn motie ziet op een toekomstig vraagstuk. Zeker in de huidige geopolitieke crisis zie je hoe ongelofelijk kwetsbaar we zijn als we afhankelijk zijn van de import van fossiel, maar dat is wel nog steeds de belangrijkste activiteit van onze havens. Vandaar dat ik de volgende motie heb.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat fossiele import en verwerking nu nog belangrijke activiteiten in onze havens zijn;

overwegende dat de helft van alle zeescheepvaart fossiele brandstoffen vervoert;

overwegende dat het gebruik en daarmee de overslag en verwerking van fossiele brandstoffen, zowel om geopolitieke redenen als vanuit onze verplichtingen onder het Verdrag van Parijs, af zal nemen;

verzoekt de regering om verschillende scenario's in kaart te brengen voor wat een vermindering van de import, verwerking en export van kolen, olie en gas betekent voor de activiteiten en het ruimtegebruik van onze havens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 501 (31409).

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Goudzwaard, die spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.

De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik dien een motie in. Dat moet ik misschien eerst even zeggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie haar Europese maritieme- industriestrategie gepresenteerd heeft;

constaterende dat de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie doorloopt tot eind 2026;

overwegende dat Nederland een vooraanstaande speler moet zijn en blijven in de maritieme sector;

overwegende dat het dus verstandig is voor Nederland om zich proactief op te stellen richting de Europese ontwikkelingen in de maritieme sector;

verzoekt de regering om de Europese maritieme-industriestrategie te betrekken bij de eindevaluatie van de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie en de Europese maritieme-industriestrategie als uitgangspunt te nemen bij een eventuele tweede Sectoragenda Maritieme Maakindustrie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 502 (31409).

Dank u wel. Dan gaan we nu tot slot luisteren naar mevrouw Wiersma. Zij spreekt namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Dank ook voor de gelegenheid. Tijdens het debat Maritiem is uitgebreid gesproken over autonoom varen. Ik ben fervent voorstander van innovaties en zeker ook van technische innovaties, want voor veel sectoren is dat de toekomst, ook voor de maritieme sector. Tegelijkertijd moeten we ons afvragen of we voldoende oog houden voor de tussenstappen, want technologie ontwikkelt zich in hoog tempo. We zien dat wet- en regelgeving en beleid dat tempo niet altijd kunnen bijbenen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over camera's, sensoren en handelingen die in toenemende mate geautomatiseerd worden.

Om dat tempo bij te kunnen benen, heb ik een aantal vragen aan deze minister. Mijn vraag is om kritisch te kijken naar die ontwikkelingen en in gesprek te gaan met deze sector om wet- en regelgeving nu al voor te bereiden op de toekomstige technologische mogelijkheden, uiteraard zonder concessies te doen op het gebied van de veiligheid. Ik zou de toezegging willen vragen van de minister dat hij samen met de maritieme sector de huidige bemanningseisen en relevante wet- en regelgeving waar nodig gaat herzien en gaat moderniseren, zodat schepen, waar dat veilig kan, met minder bemanning zouden kunnen varen. Dat zou ik willen vragen van de minister en ik zou willen horen op welke termijn hij dat zou kunnen doen. Ik wil ook vragen of hij daarbij expliciet rekening kan houden met de technologische ontwikkelingen en de huidige personeelstekorten, omdat het ook daarvoor een oplossing kan zijn.

Daarnaast heb ik nog een vraag aan de minister over de sterk gestegen olieprijzen. We zien dat heel veel schippers hun schepen op dit moment nog maar voor de helft volbunkeren. Zou hij ook daarover in gesprek kunnen gaan met de maritieme sector, om oplossingen te kunnen bieden voor de gevolgen daarvan, en zou hij de Kamer daarover kunnen informeren?

Dank u wel.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Als iemand die niet aan het commissiedebat heeft meegedaan, verzoekt om toch aan het tweeminutendebat mee te doen, is dat meestal om door te gaan op een thema dat besproken is in het debat. Ik herinner mij niet dat autonoom varen voorbij is gekomen. Ik kijk even naar de collega's. Nee, dat is niet het geval. Ik moet zeggen dat ik dit een beetje ongemakkelijk vind. Ik hoor allemaal vragen. Hier hebben we ook het instrument van de schriftelijke vragen voor. Maar goed, ik wilde dat punt even markeren.

Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank voor het markeren van het punt. Ik ben hier namens het lid Van der Plas. Ik had begrepen dat het wel besproken was. Dat staat ook letterlijk in mijn tekst. Ik nam geen deel aan het debat. Dat is dus een omissie onzerzijds, zou ik zeggen.

De voorzitter:
Als neutraal voorzitter voel ik wel mee met het punt van mevrouw Kröger, want als we dit soort dingen met elkaar gaan toestaan, loopt het natuurlijk allemaal enorm uit. Maar als het een omissie is, dan is dat wat het is. Dank u wel.

De minister heeft aangegeven zeven minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de appreciatie en de beantwoording van de vragen. Als de minister eerder klaar is, gaan we gewoon beginnen, dus blijf in de buurt.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Maritiem. Wij zijn toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties en de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef daartoe graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.


Termijn antwoord

Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Ik begin met de vragen die hierover gesteld zijn.

Allereerst ga ik in op de vraag van mevrouw Wiersma over het autonome varen. Nederland zet zich inderdaad op nationaal en internationaal gebied in voor innovatie. Ook autonoom varen kan positief bijdragen aan de scheepvaartsector. Daarover worden internationale afspraken gemaakt. Het is daarom moeilijk om in dezen een heel duidelijk tijdpad te geven, maar ik wil wel toezeggen dat wij daarover in de volgende verzamelbrief in de aanloop naar het commissiedebat Maritiem een update geven en dat wij de Kamer op die manier op de hoogte houden. Ik ben het op zich eens met de interesse in en het belang van autonoom varen.

Dan over de olieprijzen en de gestegen brandstofprijzen. Hebben wij daarover met de sector contact? Jazeker. Wij hebben een goed contact met alle sectoren die met IenW te maken hebben, waaronder inderdaad de Koninklijke Binnenvaart Nederland. Ook met alle andere brancheorganisaties die te maken hebben met de gestegen brandstofprijzen hebben wij een goed contact. Gisteren hebben we nog overleg gehad met heel veel partijen in de maritieme sector en het goederenvervoer.

Tot slot ga ik in op de vraag van mevrouw Kröger. Zij vroeg of er een update is over de kritieke infrastructuur op de Noordzee. Ik heb nu geen specifieke update, maar voor de zomer wordt de Kamer conform alle moties en toezeggingen daarover geïnformeerd. Dat kan ik dus zeggen, maar ik heb nu verder geen specifieke update over de voortgang van het programma.

De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot een vraag. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat dit wel een onderwerp is dat behoorlijk urgent is. Die urgentie wordt ook breed in de Kamer gevoeld. De hele vraag richt zich daarbij op de governance: hoe wordt het nu ingericht en is er voldoende budget? "Voor de zomer" klinkt voor mij ietwat ver weg. Ik hoop dus dat wij hierover sneller een update kunnen krijgen.

Minister Karremans:
Die vraag is helder. Wij doen natuurlijk ons best. De urgentie deel ik. Die zien we. De Kamer zal hierover worden geïnformeerd.

Voorzitter. Als u het goed vindt, kom ik bij de moties. Ik ga allereerst in op de motie-Heutink/Van der Plas op stuk nr. 499, waarin de regering wordt verzocht om snel varen in het donker te gedogen. Ik snap helemaal waar de heer Heutink vandaan komt. We willen dat natuurlijk graag realiseren. Mijn voorgangers hebben inderdaad al eerder gezegd dat dat wenselijk is. Er wordt nu een ecologisch onderzoek gedaan. Dat moeten we gewoon doen om dit wettelijk mogelijk te maken. We werken natuurlijk sowieso aan de wetswijziging, maar ik wil de Kamer toezeggen dat we de situatie in de tussentijd zullen gedogen als de uitkomst van dat ecologisch onderzoek positief is. We moeten dus wel even afwachten wat er uit het ecologisch onderzoek komt.

De voorzitter:
De heer Heutink is, denk ik, heel blij met deze toezegging.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is een hele mooie beweging richting de Kamer. Daar dank ik de minister dus voor. Ik denk dat we dan snel kunnen gaan gedogen. De minister begrijpt natuurlijk ook dat wij hier weer staan als de uitkomst van het ecologisch onderzoek toch de andere kant op valt. Toch dank voor deze toezegging. Ik zal deze motie dan ook intrekken.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Heutink/Van der Plas (31409, nr. 499) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Karremans:
Oké, dank.

Dan de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. op stuk nr. 500 over buitenlandse inmenging. Ja, wie ben ik om deze motie te ontraden? Dat is bijna onmogelijk. Ik zie de urgentie daar natuurlijk van in. Op dat vlak werken we ook goed samen met de verschillende havens. Daarom geef ik de motie graag oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 500 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Dan de motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 501 over het ruimtegebruik van onze havens. Deze motie wil ik ook oordeel Kamer geven. Het in kaart brengen van de verschillende scenario's loopt nu ook mee in de verkenning in NOVEX, van de Rotterdamse haven en in onderzoek naar ruimtegebrek in het kader van de Nota Ruimte. Het is natuurlijk bekend dat de haven van Rotterdam in NOVEX toe wil naar het meest duurzame havencomplex ter wereld. Gezien de enorme situatie — mevrouw Kröger refereerde daar niet alleen vandaag, maar ook gisteren tijdens het mondelinge vragenuur aan — heeft dit natuurlijk niet alleen met CO2-besparing te maken, maar ook gewoon met de onafhankelijkheid van energiebronnen waar je niet afhankelijk van wil zijn.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 501 krijgt oordeel Kamer.

Tot slot, de laatste motie.

Minister Karremans:
De motie-Goudzwaard op stuk nr. 502 geef ik ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 502 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Dat is dus makkelijk.

Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik wil toch nog even terugkomen op dit punt. Overigens dank voor de toezegging van de minister. Ik weet dat we wat dit betreft een gezamenlijke passie hebben. Hopelijk kunnen we hierbij ook samen optrekken. Ik wil nog wel even terugkomen op het punt dat het lid Kröger maakte. Het is terecht dat Kamerleden elkaar scherp houden, maar zij hoeft de beraadslaging in de debatten er maar even op na te slaan — dat hebben wij zojuist even gedaan — om te kunnen constateren dat dit punt wel degelijk besproken is. Voor het commissiedebat Maritiem stond ook een brief over autonoom varen geagendeerd. Nou ja, ik denk dat een neutraal voorzitter ook moet kunnen beamen dat, als je een punt maakt, dat wel valide moet zijn. Dat wou ik wel nog even melden hier.

De voorzitter:
Genoteerd voor de Handelingen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele seconden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid (CD d.d. 04/02).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Nogmaals welkom, nu aan de nieuwe Kamerleden die zijn verschenen, en aan de minister, die er nog steeds is.

Ik geef graag het woord aan de heer Van Dijk, die spreekt namens de fractie van de SGP. Ga uw gang.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik mag hier mijn collega Chris Stoffer vervangen. De SGP is van harte een prolifepartij. Dat betekent dat ook de inzet voor verkeersveiligheid op onze warme belangstelling kan rekenen. In dat licht twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat richting 2040 een toename van het aantal verkeersslachtoffers wordt verwacht in plaats van een afname;

overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat Nederland verkeersveiliger wordt gemaakt, maar dat geen extra financiële middelen hiervoor zijn gereserveerd, zodat onder meer de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid niet voortgezet lijkt te kunnen worden;

van mening dat alles in het werk gesteld moet worden om te zorgen voor een dalende trend in het aantal verkeersslachtoffers, bijvoorbeeld door voortzetting van de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid en voortvarende invoering van het alcoholslot;

verzoekt de regering in overleg met gemeenten en provincies een integrale aanpak voor het verkeersveiliger maken van Nederland op te stellen, inclusief financiële paragraaf, en deze voor de behandeling van de begroting 2027 met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Stoffer.

Zij krijgt nr. 1205 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er onduidelijkheid is over de definiëring van de "fiets met trapondersteuning" in de Wegenverkeerswet, waardoor handhaving bij fatbikes onnodig belemmerd wordt;

van mening dat elektrische fietsen, waaronder fatbikes, qua constructie geen enkele mogelijkheid moeten kunnen bieden om bij snelheden boven de 25 km/uur trapondersteuning te geven;

verzoekt de regering in overleg met de politie ervoor te zorgen dat de Wegenverkeerswet effectieve handhaving betreffende onder meer opgevoerde fatbikes mogelijk maakt, zo nodig de wetgeving hierop aan te passen, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Stoffer.

Zij krijgt nr. 1206 (29398).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan nu luisteren naar de heer De Hoop, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ga uw gang.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het gaat niet goed met de verkeersveiligheid in Nederland. Vandaar dat mijn fractie twee moties heeft, allereerst een over de veiligheid van provinciale wegen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel provinciale en lokale wegen onnodig onveilig zijn;

overwegende dat voor veel onveilige wegen een grootschalige aanpak op de korte termijn onmogelijk is, gezien de beperkte budgetten, lastige vergunningverlening en beperkte uitvoeringscapaciteit;

overwegende dat veel wegen veel veiliger kunnen, met relatief beperkte ingrepen, zoals fysieke rijbaanscheiding, of andere maatregelen;

verzoekt de regering om relatief beperkte ingrepen zoals fysieke rijbaanscheidingen mogelijk te maken om de verkeersveiligheid te vergroten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.

Zij krijgt nr. 1207 (29398).

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dan nog een motie over alcoholgebruik in het verkeer, want we zien dat in de afgelopen tien jaar het aantal verkeersdoden en verkeersongelukken door toedoen van alcoholgebruik verdubbeld is. Mijn fractie vindt dat echt onacceptabel, als je ziet hoeveel verkeersongelukken we hebben en dat dit echt te voorkomen is als mensen zich anders gaan gedragen, bijvoorbeeld als we een alcoholslot zouden toepassen. Vandaar dat wij de volgende motie hebben.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het innemen van het rijbewijs van betrapte drankrijders wordt gezien als een strafmaatregel;

overwegende dat een alcoholslot voor betrapte drankrijders wordt gezien als een strafmaatregel;

overwegende dat straf kan bestaan uit boetes, gevangenis of taakstraf;

verzoekt de regering om te verkennen of de wet zodanig is te wijzigen dat het onttrekken van het rijbewijs wordt beschouwd als maatregel om overige verkeersdeelnemers te beschermen, naast een gepaste straf en het alcoholslot als een middel tot re-integratie van veroordeelde drankrijders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.

Zij krijgt nr. 1208 (29398).

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Bikkers, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat opgevoerde en technisch onveilige fatbikes een groeiend risico vormen voor de verkeersveiligheid;

constaterende dat inbeslagnames en overtredingen rondom fatbikes momenteel vaak in bredere categorieën worden geregistreerd, waardoor het zicht op de omvang van het probleem beperkt is;

overwegende dat effectieve handhaving alleen mogelijk is wanneer de problematiek goed in beeld is;

verzoekt de regering om de registratie van overtredingen, inbeslagnames en controles met betrekking tot opgevoerde fatbikes en e-bikes te verbeteren, en de Kamer jaarlijks te informeren over deze cijfers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Stoffer en Jumelet.

Zij krijgt nr. 1209 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal verkeersslachtoffers zonder aanvullende maatregelen naar verwachting zal stijgen;

constaterende dat het huidige beleid wel ambities kent, maar dat concrete tussendoelen voor de komende jaren ontbreken;

overwegende dat duidelijke en meetbare doelstellingen noodzakelijk zijn om beleid te kunnen bijsturen en de Kamer effectief haar controlerende taak te laten uitvoeren;

verzoekt de regering om voor de zomer concrete en meetbare tussendoelen uit te werken voor het terugdringen van het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden, inclusief een overzicht van de maatregelen waarmee deze doelen moeten worden bereikt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Stoffer, Van Leijen en Jumelet.

Zij krijgt nr. 1210 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat diverse rijks-N-wegen, waaronder de N33, N50, N57 en N59, bovengemiddeld onveilig zijn;

overwegende dat gerichte infrastructurele maatregelen op dergelijke trajecten aantoonbaar bijdragen aan minder verkeersslachtoffers;

overwegende dat verschillende projecten voor verbetering van deze wegen nog jaren vooruitgeschoven lijken te worden;

verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandeling van Infrastructuur en Waterstaat de grootste verkeersveiligheidsrisico's en risicolocaties op de rijkswegen inzichtelijk te maken en om in 2027 een maatregelenpakket met kostenindicatie in beeld te brengen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de rijkswegen op basis van de geprioriteerde risico's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Stoffer en Jumelet.

Zij krijgt nr. 1211 (29398).

Precies binnen de tijd; dank u wel. Wij gaan luisteren naar de heer Jumelet, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Het coalitieakkoord barst van de ambitie om alcohol- en drugsgebruik in het verkeer aan te pakken. We spreken over een zerotolerancebeleid, strenger handhaven, zwaarder straffen, invoeren van het alcoholslot en aanscherpen van het puntenrijbewijs en zodra nieuwe gevalideerde drugstesten beschikbaar zijn, passen we die zo snel mogelijk toe bij verkeerscontroles.

Maar ik las nu dat er door de politie gestopt gaat worden met de inzet van de zogenoemde verkeersfuiken, omdat de locaties daarvan op sociale media worden gedeeld. In dat licht viel me op dat de vorige minister zei dat er nul knelpunten zijn in capaciteit, middelen, regelgeving en techniek bij de handhaving op drugsgebruik achter het stuur. "Nul", dus dat roept dan vragen op. De vraag aan de minister is: kan er samen met de SWOV in kaart worden gebracht of er inderdaad geen knelpunten zijn? Dan kan daar uiteindelijk ook werk van worden gemaakt.

Voorzitter. Dat was mijn vraag hierbij.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer El Abassi, die spreekt namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.

De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de Staat van de Verkeersveiligheid 2025 blijkt dat 53% van de verkeersdoden in 2024 60-plusser was en dat het aantal slachtoffers onder oudere fietsers jaarlijks stijgt;

overwegende dat verkeersveiligheidsbeleid zich moet richten op de grootste risico's;

verzoekt de regering om met gerichte maatregelen te komen ter verbetering van de verkeersveiligheid van oudere fietsers, in het bijzonder e-bikegebruikers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1212 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de WODC-evaluatie blijkt dat verkeersboetes steeds minder worden gezien als veiligheidsinstrument en meer als financieel instrument;

overwegende dat disproportioneel hoge boetes en oplopende verhogingen bij niet-tijdige betaling het vertrouwen van burgers kunnen ondermijnen;

verzoekt de regering te waarborgen dat verkeersboetes primair worden ingezet als instrument voor verkeersveiligheid en niet als begrotingsmiddel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1213 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Openbaar Ministerie adviseert boetes te verlagen of niet te indexeren;

overwegende dat stijgende energieprijzen en inflatie de koopkracht onder druk zetten;

verzoekt de regering om te verkennen hoe verkeersboetes kunnen worden verlaagd om de druk op de koopkracht te verlichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1214 (29398).

De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij verkeersongevallen steeds vaker omstanders beelden maken van slachtoffers en deze via sociale media verspreiden;

overwegende dat juist bij verkeersongevallen sprake is van acute kwetsbaarheid van slachtoffers en dat bescherming van hun waardigheid en privacy daarom extra zwaar moet wegen;

verzoekt de regering om bij de kabinetsreactie op (initiatief)wetgeving over het verspreiden van beelden van slachtoffers expliciet aandacht te besteden aan de bescherming van verkeersslachtoffers en hun naasten, en deze aandachtspunten actief onder de aandacht te brengen van de initiatiefnemers en de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 1215 (29398).

De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot één vraag.

De heer Bikkers (VVD):
Ik heb nog een vraag over de vorige motie. U vindt de VVD aan uw zijde waar het gaat om het feit dat de boetes misschien wat te hoog zijn, maar hoor ik DENK de hoogte van de boetes nu koppelen aan de koopkracht? Is DENK het niet met de VVD eens dat je je gewoon aan de regels moet houden en dat dat uiteindelijk leidt tot minder boetes, wat dan dus de koopkracht verhoogt?

De heer El Abassi (DENK):
Die koppeling maak ík niet; die maken deskundigen, experts. Misschien moet u het boekje de Boetefabriek een keer lezen. Daarin kunt u lezen dat het juist de kwetsbaren raakt, de mensen die nu problemen hebben met het betalen van de energierekening. Dat ten eerste.

Ten tweede iets over de koppeling. Het argument van de VVD is dat mensen zich moeten houden aan de regels. Dat is precies wat ik hier juist probeer te beamen: de overheid dient zich namelijk aan de regels te houden. Op dit moment gebruiken wij de verkeersboetes om de staatskas te spekken. Dat is niet de bedoeling. Boetes zijn bedoeld om de verkeersveiligheid te bevorderen. Dat is al jarenlang niet het geval. Dat hebben we vaak besproken in de Kamer en dat wordt ook nooit ontkend. Wíj moeten ons aan de regels houden; eerst wij en dan de mensen op straat.

De voorzitter:
Meneer Bikkers, ik wil niet het commissiedebat opnieuw doen.

De heer Bikkers (VVD):
Zeker niet, voorzitter. Dat was ik ook niet van plan. Ik constateer dat de fractie van DENK zegt: laten we de boetes naar beneden brengen en er op die manier voor zorgen dat de koopkracht erop vooruitgaat. Volgens mij moet je je gewoon aan de regels houden. Dan zorg je dat je geen boetes krijgt en heb je geld in je portemonnee over.

De heer El Abassi (DENK):
Dat is niet wat ik zeg. Wat ik wel zeg, is dat het de kwetsbaren in de samenleving raakt dat wij illegale boetes uitdelen. Daar moeten we mee stoppen. We moeten ons zelf aan de regels houden voordat we wijzen naar de mensen, die zich inderdaad ook aan de regels moeten houden. Tegelijkertijd raakt het de meest kwetsbaren. Dat weten we van verhogingen. Die raken niet u en mij, zeg ik even, maar die raken mensen met een kleine portemonnee. Daar moeten we mee stoppen. We moeten ons aan de regels houden, net als de mensen thuis.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Van Leijen. Hij spreekt namens de fractie van D66.

De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter. Ik heb het commissiedebat zelf niet gedaan; dat was voor mijn beëdiging. Ik maak me echter wel enorm zorgen over de verkeersveiligheid in Nederland. Het aantal slachtoffers neemt niet af. De verwachting is zelfs dat het aantal slachtoffers zal toenemen. Onder jongeren zien we zelfs al dat het aantal dodelijke slachtoffers is toegenomen. Dat was voor mij reden om de motie van de heer Bikkers mede te ondertekenen. Ik denk dat tussendoelen en concrete maatregelen echt nodig zijn om het tij te keren.

Verder heb ik een uitnodiging aan de minister. Ik denk dat het ontsluiten van ambulancedata voor organisaties als VeiligheidNL heel erg kan helpen om gemeenten sturingsinformatie te geven om het verkeer veiliger te maken. Ik ga dus graag gezamenlijk met de minister zoeken naar de financiering die daarvoor nodig is.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Goudzwaard, die spreekt namens de fractie van JA21.

De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland een tekort is van circa 4.400 parkeerplaatsen voor vrachtauto's en dat dit tekort de komende jaren verder zal oplopen;

constaterende dat dit tekort leidt tot verslechterde arbeidsomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs en onnodige stress veroorzaakt;

overwegende dat het tekort aan veilige vrachtwagenparkeerplaatsen leidt tot onveilige situaties voor vrachtwagenchauffeurs en andere weggebruikers;

overwegende dat vrachtwagenchauffeurs hierdoor regelmatig noodgedwongen moeten rusten op onveilige of ongepaste locaties, zoals bedrijventerreinen, woonwijken of vluchtstroken;

verzoekt de regering zich tot het uiterste in te spannen om de aangekondigde middelen voor meer truckparkeerplaatsen om te zetten in concrete acties in 2026, waaronder het versneld realiseren en uitbreiden van veilige parkeerfaciliteiten met sanitaire voorzieningen voor vrachtwagens langs de belangrijkste goederencorridors,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 1216 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in de Actieagenda Auto heeft vastgelegd dat autonoom rijden in de toekomst mogelijk moet zijn op de openbare weg;

constaterende dat meerdere EU-lidstaten autonoom vervoer al structureel toestaan binnen het Europese kader, terwijl Nederland blijft hangen in pilotregelingen;

overwegende dat autonoom rijden essentieel is voor de logistieke innovatiekracht, verkeersveiligheid en concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie;

verzoekt de regering zich maximaal in te zetten om zo snel als mogelijk een voorstel voor een wet geautomatiseerd vervoer aan de Kamer voor te leggen waarmee structurele toelating van autonoom rijden mogelijk wordt gemaakt binnen het Europese kader en daarbij expliciet te borgen dat de wet veiligheidsnormen, aansprakelijkheid en toezicht helder regelt, zodat marktpartijen kunnen opschalen, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van deze doelstelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 1217 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de instroom van illegale fatbikes voornamelijk plaatsvindt via digitale platformen, particuliere handel en cross-border e-commerce;

overwegende dat toezicht zich nu vrijwel uitsluitend richt op reguliere verkooppunten, terwijl daar een beperkt deel van het probleem ligt;

verzoekt de regering bij de halfjaarlijkse rapportages specifiek de e-commerce en bijbehorende grensoverschrijdende handhaving mee te nemen en bij de bestaande samenwerking tussen ILT, NVWA en Douane een gerichte aanpak van de import van illegale fatbikes door middel van e-commerce te ontwikkelen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 1218 (29398).

Dank u wel. Het geeft aanleiding tot één vraag.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De heer Goudzwaard triggerde mij met die eerste motie over de rusttijden voor vrachtwagenchauffeurs. Ik denk dat het terecht is dat daar aandacht voor wordt gevraagd. Hij schetst in zijn motie een van de voorbeelden die hij niet goed vond, namelijk dat dat nu plaatsvindt bij bedrijventerreinen. Ik denk dat, in een tijd waarin er nog heel veel tekorten zijn aan plekken, het misschien wel goed zou zijn als de minister bekijkt of je met de logistieke sector niet veilige plekken kunt creëren op bedrijventerreinen. Is de heer Goudzwaard dat met mij eens? Zouden we de minister er niet toe moeten aanmoedigen om juist op bedrijventerreinen wel plekken te creëren voor de vrachtwagenchauffeurs?

De heer Goudzwaard (JA21):
Dank voor deze vraag. Dat zou wellicht een optie kunnen zijn. Vooralsnog wil ik vasthouden aan de overwegingen zoals die in de motie zijn genoemd. Ik ben vooral heel erg benieuwd naar waar de minister mee gaat komen, maar vooralsnog wil ik het liefst zo veel mogelijk blijven vasthouden aan de overwegingen in mijn motie.

De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik schors voor tien minuten.

De vergadering wordt van 12.05 uur tot 12.16 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef daartoe graag de minister het woord. Gaat uw gang.


Termijn antwoord

Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Er is veel aandacht voor verkeersveiligheid in deze Kamer. Letterlijk van links tot rechts delen we allemaal het doel en de passie om de verkeersveiligheid te verbeteren in Nederland. We hebben het vaak over statistieken; morgen komen de cijfers van het CBS over verkeersveiligheid weer uit. Dat zijn dan weer getallen, maar achter elk getal zit onnoemelijk veel leed. Dat willen we als politiek natuurlijk zoveel als dat kan terugdringen. De heer De Hoop had natuurlijk helemaal gelijk: het gaat op dit moment niet goed met de verkeersveiligheid. Het is terecht dat daar zoveel aandacht voor is. Als oud-wethouder in een grote stad, waar ik verantwoordelijk was voor verkeersveiligheid, heb ik dat helaas bijna elke dag gemerkt in Rotterdam. De drive, de passie die de Kamer heeft voor verkeersveiligheid, deel ik dus compleet.

In een aantal moties, die ik natuurlijk straks allemaal zal beantwoorden, maar ook in de vragen die gesteld zijn en in debatten met mijn voorgangers ging veel aandacht naar fatbikes en de overlast en verkeersonveiligheid die die met zich meebrengen. In het coalitieakkoord zijn daar natuurlijk een aantal afspraken over gemaakt, waaronder een aparte categorie voor fatbikes. Daar ben ik direct mee aan de slag gegaan, op de dag dat ik het ministerie binnen kwam wandelen. Ik wil het echter ook breder trekken. Dat wil ik de Kamer ook meegeven: gezien de enorme aandacht die er is vanuit de Kamer, wil ik een landelijke aanpak fatbikes opstellen en die ook met de Kamer delen. Ik denk namelijk dat dit een samenhangende aanpak nodig heeft op alle punten die door onder andere de Kamer zijn benoemd. Die kunt u dus binnenkort van ons tegemoet zien.

Voordat ik bij de moties kom, kom ik eerst bij de vraag van de heer Jumelet. Daarbij zeg ik gelijk dat het een beetje een gemankeerde beantwoording is, omdat veel, zeker als het gaat om handhaving, natuurlijk bij mijn collega van JenV zit. Ik heb niet alles direct kunnen afstemmen met hem, dus ik ga een paar keer verzoeken om wat geduld bij de Kamer omdat ik het verstandiger vind om de minister van JenV te laten antwoorden op hele specifieke vragen ten aanzien van bijvoorbeeld handhaving.

Een van de vragen die daarover gesteld zijn, gaat namelijk over de verkeersfuiken en waarom de politie die niet meer gebruikt. Wat ik kan zeggen, is dat de politie risicogestuurd werkt; zij hebben natuurlijk ook capaciteitsissues. Risicogestuurd werken werkt ook goed. Voor de precieze aanpakstrategie verwijs ik u naar de minister van JenV. Ik zal ook vragen of hij de Kamer hier schriftelijk over wil informeren, zodat de Kamer daar verder ook eventueel met hem het gesprek over kan voeren.

Dan over de moties, voorzitter. De eerste motie over verkeersveiligheid is die van de heer Van Dijk namens de heer Stoffer. "Pro-life" had ik niet helemaal zo opgevat. Ik geef 'm oordeel Kamer, overigens, omdat ik denk dat het inderdaad verstandig is om dat te doen. De heer Bikkers had het ook al gevraagd; ik denk dat ik dat mooi samen kan nemen. Ik ga graag de uitdaging aan om zowel met concrete doelen als met een verstandige aanpak op allerlei fronten te komen en die vóór de begroting van 2027 met de Kamer te delen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1205 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1206 gaat over handhaving fatbikes. Ik zei het net al even: er zijn over dit onderwerp veel moties ingediend. Ook deze motie geeft ik oordeel Kamer. Ik zal de motie meenemen in de aanpak die we aan het ontwikkelen zijn.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1206 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Ook de motie-De Hoop op stuk nr. 1207, met het verzoek om met relatief beperkte ingrepen zoals fysieke rijbaanscheidingen de verkeersveiligheid te vergroten, wil ik oordeel Kamer geven. We hebben daar een impulsregeling beschikbaar voor. Daar zitten nog wat middelen in en die willen we op die manier inzetten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1207 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1208 gaat over het innemen van het rijbewijs van betrapte drankrijders en verzoekt de regering om te verkennen of de wet zodanig is te wijzigen dat het onttrekken van het rijbewijs wordt beschouwd als maatregel om overige verkeersdeelnemers te beschermen. Ik kan namens de minister van JenV deze motie oordeel Kamer geven. Het is wel wenselijk dat we met elkaar in contact treden over wat precies het doel is, want er zitten enkele elementen in die overlappen. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1208 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1209 van de heer Bikkers, met het verzoek om de registratie van overtredingen, inbeslagnames en controles met betrekking tot opgevoerde e-bikes en fatbikes te verbeteren en de Kamer daar jaarlijks over te informeren, geef ik oordeel Kamer, met verwijzing naar mijn inleiding.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1209 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1210, van de heer Bikkers, verzoekt de regering concrete en meetbare tussendoelen uit te werken voor het terugdringen van verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden, inclusief een overzicht van de maatregelen waarmee deze doelen moeten worden bereikt. Ik zei net al dat ik die uitdaging graag oppak, dus deze motie geef ik ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1210 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie-Bikkers c.s. op stuk nr. 1211, over het versnellen van de aanpak van gevaarlijke N-wegen, geef ik ook oordeel Kamer. We werken op dit moment aan een strategische agenda verkeersveiligheid voor rijkswegen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1211 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1212 verzoekt de regering om met gerichte maatregelen te komen ter verbetering van de verkeersveiligheid van oudere fietsers, in het bijzonder e-bikegebruikers. Die motie is overbodig, want dat doen we. In het Meerjarenplan Fietsveiligheid, dat wij vorig jaar hebben gedeeld met de Kamer, is er aandacht voor verschillende groepen, waaronder zeker oudere fietsers. In mei starten de eerste Nationale Doortrapdagen. Die worden georganiseerd om ouderen zo lang mogelijk veilig te laten fietsen. Zoals ik net zei, zal ik ook met een aanpak voor fatbikes komen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1212 krijgt de appreciatie "overbodig".

Minister Karremans:
JenV geeft nog een schriftelijke appreciatie op de motie op stuk nr. 1213.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1213 krijgt een schriftelijke appreciatie vanuit het ministerie van JenV.

Minister Karremans:
Ja. Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 1214. Ik wil er een algemene opmerking bij maken, want ik ben het wel met de heer Bikkers eens. De beste budgetmaatregel is: niet door rood licht rijden. Gezien de verkeersveiligheid vind ik dat ik die opmerking toch moet maken. Handhaving sec, boetes en hoe je daarmee omgaat, zijn een aangelegenheid van JenV, maar vanuit de optiek van verkeersveiligheid vind ik het belangrijk dat er ook een flinke straf zit op het niet naleven van verkeersregels.

De voorzitter:
De moties op stuk nr. 1213 en stuk nr. 1214 krijgen een schriftelijke appreciatie vanuit JenV. Door deze laatste opmerking van de minister staat de heer El Abassi hier. Gaat uw gang.

De heer El Abassi (DENK):
We hebben hier inderdaad veel debatten over gehad. We hebben het hier over je aan de regels houden. We zijn verschillende malen door de Raad van State en door ons eigen OM op de vingers getikt omdat wij ons niet aan de regels houden, omdat de boetes te hoog zijn en omdat ze niet meer bedoeld zijn voor verkeersveiligheid, maar om de staatskas te spekken. Dit is verschillende malen gebeurd en we doen er nog steeds niets aan. Is de minister het met mij eens dat als wij van de mensen vragen om zich aan de regels te houden, wij ons op z'n minst ook zelf aan de regels moeten houden?

De voorzitter:
Ik geef de minister de gelegenheid om hierop te reageren, maar ik ga niet het debat opnieuw openen.

Minister Karremans:
Het is wel verleidelijk.

De voorzitter:
Dat weet ik. Ik ken deze minister, dus graag een bondige reactie en dan verder met de motie op stuk nr. 1215.

Minister Karremans:
We zijn het niet met elkaar eens. De regering houdt zich aan de regels. Dit is democratisch tot stand gekomen. De begrotingen worden gewoon allemaal langs het parlement geleid en er wordt over gestemd. We houden ons dus netjes aan de regels. Tot slot zijn er onderzoeken waaruit blijkt dat handhaving wel degelijk werkt en dat de hoogte van boetes ook wel degelijk werkt ter versterking van de verkeersveiligheid. Ik ben het dus niet eens met wat de heer El Abassi zegt.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1215.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1215 verzoekt de regering om bij de kabinetsreactie op initiatiefwetgeving over het verspreiden van beelden van slachtoffers expliciet aandacht te besteden aan de bescherming van verkeersslachtoffers en hun naasten. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1215 krijgt oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1216 kan ik ook oordeel Kamer geven. Die gaat over truckparkings. Er was een interruptiedebatje tussen de heer De Hoop en de heer Goudzwaard over de bedrijventerreinen. Als voormalig minister van Economische Zaken kan ik zeggen dat de ruimte bij bedrijventerreinen zeer schaars is, maar die plekken vormen wel de 1% van Nederland waar 60% van ons geld wordt verdiend. Daar moet je voorzichtig mee omgaan. Ik zit er niet dogmatisch in, maar ik denk wel dat ik de zorgen van de heer Goudzwaard deel. Als het sociaal veilig en op een goede manier kan, moeten we kijken waar het mogelijk is. De motie geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1216 krijgt oordeel Kamer.

De heer Goudzwaard (JA21):
Refererend aan het korte interruptiedebat met de heer De Hoop, wil ik zeggen dat ik nog contact heb gehad met een aantal stakeholders. Er valt zeker iets te zeggen voor de suggestie van de heer De Hoop. Ik weet niet of alle omwonenden er direct heel erg blij van gaan worden als bedrijventerreinen dat gaan faciliteren, maar het zou mooi zijn als de minister ook even kijkt of het inpasbaar is bij de spaarzame bedrijventerreinen. De minister geeft zelf net al aan dat het heel erg lastig wordt, maar wat we kunnen meepakken, moeten we vooral meepakken.

De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 1217.

Minister Karremans:
We zijn het allemaal eens. De motie op stuk nr. 1217 krijgt ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1217 krijgt oordeel Kamer. Tot slot de laatste motie.

Minister Karremans:
Die nemen we mee in de fatbikeaanpak dus die krijgt ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1218 krijgt oordeel Kamer.

De heer Jumelet (CDA):
Ik kom nog even terug op de verkeersfuiken. Ik heb gehoord wat er werd gezegd. Ik respecteer het antwoord dat u geeft, want ik denk dat het goed is dat u er ook met uw collega over spreekt. Maar ik heb ook gevraagd om de knelpunten in beeld te brengen rond handhaving om drugs- en alcoholgebruik in het verkeer tegen te gaan. Kan de minister toezeggen dat hij daarbij stilstaat in de brief die naar de Kamer komt en om daar ook mee aan de slag te gaan?

Minister Karremans:
Als ik het in de breedte mag aanvliegen, dan denk ik aan het in algemene zin opsporen van knelpunten in de handhaving en bekijken wat we eraan kunnen doen. Er is altijd ook een andere kant van het verhaal. Als wethouder vroeg ik ook altijd om meer handhaving. Tegelijkertijd snap ik ook het argument van het OM dat we ervoor moeten zorgen dat niet de hele keten in de rechtspraak verstopt raakt. Daar moet je een goede balans in zoeken, maar we kunnen best een aantal knelpunten in kaart brengen. We moeten even kijken wanneer we dat kunnen doen, want ik wil dat wel zorgvuldig doen. Het moet ook in overleg met JenV. Dan kunnen we het op die manier aanpakken.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Aanstaande dinsdag wordt er gestemd over de ingediende moties. Ik dank alle leden en de minister voor hun aanwezigheid. Ik schors voor 30 minuten.

De vergadering wordt van 12.28 uur tot 13.01 uur geschorst.

Mededelingen

Voorzitter: Peter de Groot

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is een korte regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor om dinsdag 14 april aanstaande ook te stemmen over de aangehouden motie-Ceulemans (26448, nr. 879).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat voor het dertigledendebat over het toenemende geweld door asielzoekers en statushouders de termijn voor toekenning is verlengd.

Op verzoek van de fractie van de PVV benoem ik in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Vondeling tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Stöteler.

Ik deel aan de Kamer mee dat de commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven het lid Huidekooper tot voorzitter heeft gekozen en het lid Van Houwelingen tot ondervoorzitter.

Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Allereerst wil ik de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei hartelijk welkom heten. Ook welkom aan de leden.

Ik zie dat de heer Vermeer een punt van orde heeft.

De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Ik heb een verzoek aan de collega's, namelijk of ik als tweede spreker mag fungeren vanwege een externe afspraak die ik tussendoor moet doen en waar ik niet omheen kan.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden. Ik zie instemmend geknik.

De heer Vermeer (BBB):
Hartelijk dank.

De voorzitter:
Dan gaan we dat zo doen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Dan wil ik graag mevrouw Beckerman uitnodigen voor haar inbreng in de eerste termijn van de Kamer, die ik hiermee open. Het woord is aan u, mevrouw Beckerman. Ga uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Groningen is een nij begun beloofd, een nieuw begin. Dat was de belofte na de vernietigende parlementaire enquête, die liet zien hoe Groningen misbruikt was als wingewest, hoe Groningen bewust en gekend onrecht was aangedaan. De financiële belangen van de Staat, Shell en Exxon gingen stelselmatig boven onze belangen, maar in april 2023 was daar Nij Begun, een grote belofte van het toenmalige kabinet. Vanaf dat moment zou er een nieuw begin komen. Nu, drie jaar later, komen die maatregelen pas in de wet.

Maar is het een nieuw begin? Voor veel zwaar gedupeerden, zeker in het kerngebied, is dat niet zo. Kijk naar de grote belofte in Nij Begun dat er een regeling zou komen om grote schades zonder causaliteitsonderzoek te herstellen. Daar zijn vorig jaar maar veertien mensen mee geholpen. Kijk naar de grote belofte uit Nij Begun dat er eindelijk een regeling zou komen voor funderingsschade. Daar zijn vorig jaar maar dertien mensen mee geholpen. Kijk naar de belofte dat de versterking van onveilige huizen sneller zou gaan. Er zijn nog zo'n 9.000 woningen onveilig. In al die jaren zijn er pas 5.147 daadwerkelijk versterkt opgeleverd.

Het systeemfalen gaat door. Terwijl een complete aardbevingsindustrie ervan profiteert, wachten vele zwaar gedupeerden al jaren. Nu is de eerste en misschien wel de belangrijkste vraag aan deze minister: vindt u werkelijk dat dit een nij begun is? Zo ja, waarom? En zo nee, wat gaat u doen? De wet die vandaag voorligt, doet Groningers beloftes, maar geeft ze geen garanties. Daarmee is deze wet voor de SP nog te slap. We vragen de minister of hij erkent dat wanneer je zegt een ereschuld te hebben, dit vraagt om een wet met harde garanties dat deze schuld wordt ingelost. De wet die nu voorligt, spreekt van een zorgplicht, maar Groningers willen resultaat. Steunt u daarom ons amendement voor een resultaatverplichting?

Voorzitter. Laat ik beginnen met de schadeafhandeling. Terwijl schadebureaus sinds 2018 bijna 600 miljoen hebben ontvangen, een van de aandeelhouders het eigen vermogen zag stijgen van 1 miljoen naar 61 miljoen en er boven op elke euro die de overheid uitgeeft aan schade nog steeds bijna 50% aan uitvoeringskosten zit, zien we dat juist zwaar gedupeerden vast blijven zitten in beschadigde huizen. Bij kleinere schades loopt het vaak beter, maar al die mooie aangekondigde maatregelen in Nij Begun, juist voor complexere schades, zijn nog steeds een drama. Ik noemde het net al: er zijn slechts veertien mensen geholpen met daadwerkelijk herstel en dertien mensen met de regeling voor funderingsschade. Er is veel vertrouwen in bedrijven en weinig in inwoners. Hoe gaat u dit keren, vragen we de minister. Hoe voorkomt u dat de schadeafhandeling een groot verdienmodel blijft van bedrijven? Hoe pakt u de perverse prikkels aan waardoor bedrijven verdienen en gedupeerden vast blijven zitten?

Het gaat mis door de regels die de overheid zelf heeft verbonden aan de schadeafhandeling, waaronder de finale kwijting die in deze wet zit. Ik wil u een verhaal vertellen over Ard en Margriet uit Ten Post. Vijf jaar geleden werd hun geliefde woning gesloopt. Het hele versterkingstraject was slopend voor hen, letterlijk slopend. Na de aardbeving in Zeerijp van eind vorig jaar ontdekten ze dat ook hun nieuwe woning schades heeft. Dat is natuurlijk al te pijnlijk voor woorden als je zo'n traject bent doorgegaan met zo'n strijd tegen de overheid. Ook je nieuwe huis heeft weer scheuren, terwijl je gehoopt had dat dat niet opnieuw zou gebeuren. Dan hoop je dat het na al die beloftes over milder, menselijker en makkelijker deze keer wel goed gaat. Het is namelijk al pijnlijk genoeg dat je er weer doorheen moet. Er kwam iemand langs. De schades werden erkend: 72 erkende scheuren. Maar vergoeden? De regels zeggen nee. Wat kunnen zij krijgen? Een kleine vaste vergoeding. Dan moeten ze ook nog tekenen voor finale kwijting. Erkent de minister dat dit werkelijk niks, maar dan ook niks te maken heeft met milder, menselijker en makkelijker? Steunt hij daarom ons amendement om deze bizarre regel, waardoor erkende schade midden in het bevingsgebied niet eerlijk vergoed kan worden, de zogenaamde finale kwijting, te schrappen uit de wet?

Dan het bewijsvermoeden. In maart was er een aardbeving bij Eleveld in Drenthe. Een deel van de mensen kan hun schade melden bij het IMG en een ander deel moet naar de Commissie Mijnbouwschade. Bij die laatste is het veel moeilijker om de schade vergoed te krijgen. Er zijn straten waar de ene kant van de straat onder de ene regeling valt en de andere kant van de straat onder de andere regeling. Al een tijd geleden werd onze motie aangenomen om overal het bewijsvermoeden in te voeren. Dat betekent: geen ongelijkheid tussen gedupeerden. Maar een uitvoering bleef uit. Daarom hebben de heer Bushoff en ik 'm opnieuw ingediend, maar nu als amendement. Wil de staatssecretaris ons amendement steunen en het bewijsvermoeden overal invoeren?

Dan de afhandelingstermijnen. Voor gedupeerden zijn deze kort. De overheid kan echt onverbiddelijk zijn als gedupeerden die niet halen. Tegelijkertijd geeft de overheid in deze wet zichzelf het recht om zich niet aan de termijnen te houden. Berucht is het verhaal van Carmen en Rick uit Wildervank. Het IMG had voor hen ruim €60.000 klaarstaan. Dat konden ze zien toen ze door een fout in het computersysteem even aan de achterkant van het systeem konden kijken. Ze dachten: hé, dit geld staat voor ons klaar. Dat is ook allemaal keurig erkend door het IMG. Maar omdat zij volgens het IMG net iets te laat waren met het indienen van hun bezwaar, krijgen zij dit geld niet. Erkent de minister opnieuw dat dit werkelijk niets maar dan ook niets met "milder, menselijker en makkelijker" te maken heeft?

In de wet die vandaag voorligt, krijgen IMG en NCG in artikel 1, onder d, de mogelijkheid om termijnen te verlengen. Wil de minister deze mogelijkheid beperken? Kan hij hieraan geen specifieke en redelijke termijn koppelen? Kan de minister ervoor zorgen dat bewoners zoals Carmen en Rick veel minder sterk aan termijnen worden gebonden, zodat de menselijke maat eindelijk voorop komt te staan? Het geeft immers toch geen pas dat bewoners aan strenge normen worden gehouden, terwijl de overheid kan dralen, dralen en dralen?

Voorzitter, dan de versterking. Ik vroeg een aantal mensen met wie ik de afgelopen jaren contact had hoe het nu loopt met de versterking van hun onveilige huis. Ik vroeg het Elsbeth uit Loppersum. In 2015 kwam de overheid in Loppersum aankondigen dat de versterking zou beginnen. Daar stonden ze, midden in Loppersum: "Hier gaat het beginnen mensen, hier in Loppersum. Dit is het begin." Het is elf jaar later en voor deze mensen, die in de kern van Loppersum wonen, is nog niks gedaan. In de straat achter Elsbeth worden woningen straks gesloopt en opnieuw gebouwd. Deze mensen zaten in hetzelfde cluster. Maar in deze straat, Schipsloot, zitten ze in grote onzekerheid. "We zijn verstrikt in een oeverloze semantische discussie", schrijft Elsbeth. "Het is inmiddels zo ingewikkeld geworden en de uitgangspunten van zowel de NCG als de gemeente zijn zo moeilijk te volgen, dat ik mij serieus afvraag of een overheid zich op deze manier tot haar burgers kan en mag verhouden."

Dan Jan uit Westerwijtwerd. Hij heeft inmiddels hartklachten en een stapel rapporten van allerhande experts, maar geen oplossing voor zijn huis, pal boven het epicentrum van de aardbeving in Westerwijtwerd. Ik noem ook Deborah uit 't Zandt. Zij zat vorig jaar met haar baby op de arm tijdens de aardbeving van Zeerijp. Haar verhaal was die avond overal op tv te zien. Maar nu de camera's weer weg zijn, blijft ook een oplossing uit. Overal in het dorp wordt er versterkt en herbouwd, maar haar huis niet, ondanks een draagbalk met zeven scheuren. Ik wil even haar hartverscheurende citaat met u delen. Zij schrijft: "Als moeder zorg ik voor het gezin, maar ik kan de veiligheid van het huis niet garanderen. Wat nou als er nog een beving komt? Wat nou als ik net niet snel genoeg bij de kinderen boven kan komen om ze te wekken? Wat nou als de balk in de keuken het als eerste begeeft?"

Kunt u die vragen beantwoorden, minister? Ik zei het net al, in al die jaren zijn er slechts 5.147 woningen daadwerkelijk versterkt of gesloopt en herbouwd. Zo'n 9.000 woningen moeten nog. Zelfs als je conservatief schat, moeten er nu nog meer woningen aangepakt worden dan er in al die jaren zijn gedaan. Hoe gaat u deze aanpak vlottrekken?

De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Clemminck. Ik zou de leden willen voorstellen om de interrupties in drieën te doen en graag kort. Gaat uw gang.

De heer Clemminck (JA21):
Kan mevrouw Beckerman aangeven hoeveel slachtoffers er tot nu toe zijn gevallen tijdens de aardbevingen, of hoeveel gewonden?

Mevrouw Beckerman (SP):
Daar is onderzoek naar gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zeggen dat er mensen zijn die eerder overlijden door de manier waarop de overheid met hen omgaat en door de stress waarin ze zitten.

De heer Clemminck (JA21):
Ik concludeer toch echt dat er door de trillingen in Groningen geen slachtoffers zijn gevallen en ook geen gewonden. Ik heb dan toch wat moeite met het betoog van collega Beckerman omdat zij hier een schrikbeeld oproept, alsof mensen naar boven moeten rennen om de kinderen te redden vanwege instortingsgevaar. Daarmee zaait u angst, wat helemaal niet nodig is. Daar heb ik echt bezwaar tegen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is wonderlijk. JA21 komt altijd aan met: luister naar de wetenschap. Ik haal hier in antwoord op uw vraag meteen de wetenschap aan. Die vertelt wat dit met mensen doet. U zegt: dat is onzin. Dit is geen onzin. Vorig jaar nog was er, ondanks dat de gaskraan dicht was, een aardbeving bij Zeerijp en zijn er door het IMG acuut onveilige situaties geconstateerd. Die moeten met tempo veilig worden gesteld. Die versterking moet gebeuren en verloopt veel te traag. Ik vind het pijnlijk dat u niet verder komt dan dit af te doen als onzin.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Clemminck (JA21):
Ik constateer toch echt dat er geen slachtoffers en ook geen gewonden zijn gevallen door de aardbevingen in Groningen. U schetst hier een beeld alsof dat wel het geval zou zijn, alsof mensen moeten rennen in hun huizen om zich veilig te stellen. Dat is gewoon niet waar. U zaait hier angst die totaal buiten de waarheid is.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb hier antwoord op gegeven. De wetenschap was helder over wat het doet met mensen om zo behandeld te worden door de overheid. De wetenschap stelde dat er vroegtijdige overlijdens zijn. Ik vertelde u net over mensen die ziek zijn geworden door de manier waarop ze behandeld zijn, die hartklachten hebben. Ik vertelde net over de mensen met nieuwe schade in hun nieuwe woning. Die melden zij niet. Zij gaan dat bezwaar niet meer maken. Zij gaan niet eens meer de strijd aan met de overheid. Het interesseert JA21 werkelijk niets wat dit met mensen doet. Er is 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Mensen zitten nog steeds in de ellende. JA21 doet het af als onzin, terwijl de wetenschap helder is.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. De ongelijkheid scheurt, net als de aardbevingen. Deze wet bevat clausules om dat aan te pakken. Dat is goed, maar er is daarmee geen zekerheid voor bewoners. De aanpak van ongelijkheid wordt de nieuwe bureaucratische dwaling voor veel gedupeerden. Kan de minister onze amendementen steunen om alle bewoners het afdwingbare recht te geven op een rechtvaardige aanpak en een veilig, schadevrij en duurzaam huis te garanderen?

Voorzitter. Vorig jaar werd eindelijk erkend — dat is goed — dat er fouten in rapporten zitten waarmee woningen veilig en op norm worden verklaard. Maar met die erkenning is er nog geen aanpak. Het rapport over de fouten in rapporten is inmiddels vertraagd, begrepen we. Maar ondertussen wachten gedupeerden, zoals Mark uit Ten Boer. Zijn rapport zat vol met fouten. Zijn huis zou een schoorsteen hebben. Die is er niet. Dat zou nog enigszins grappig zijn als het niet zo pijnlijk was. Op basis van zo'n slecht rapport gaat er een dikke streep door zijn versterking. Vorig jaar was hij hier en drong de toenmalige staatssecretaris erop aan dat de NCG met hem in gesprek zou gaan. Dat gesprek zou dit jaar in maart zijn, maar de NCG zegde het af. Deelt de minister onze mening dat de fouten in rapporten snel moeten worden aangepakt? Steunt hij daarom ons amendement om meteen te kunnen ingrijpen wanneer het rapport er is en niet eerst weer een heel traject van wetswijzigingen in te moeten? We hebben hier een amendement op ingediend.

Voorzitter. Dan huurders. Of ze nou bewoner of ondernemer zijn, ze zitten vast en hebben nog minder zeggenschap over de schade en onveiligheid van hun huis of bedrijf. Ik noemde in eerdere debatten de winkels aan het Koopmansplein in Ten Boer. Die zijn cruciaal voor de leefbaarheid van het dorp, maar de ondernemers zitten in een eindeloze lijdensweg wat de versterking van hun winkel betreft. Erkent de minister dat? Wat gaat hij hieraan doen? Steunt hij ons amendement om ook huurders het recht te geven op juridische steun en technisch en financieel advies?

Voorzitter. Eerst was het gas het verdienmodel. Er is 400 miljard verdiend door de Staat, Shell en Exxon. Nu lijkt de afhandeling van de ellende het verdienmodel. We zien miljoenenopbrengsten voor aandeelhouders en zwaar gedupeerden die vast blijven zitten, juist in het kerngebied, waar de ellende het grootst is. De overheid vertrouwt de bedrijven en wantrouwt inwoners. Het is de overheid die faalt en blijft falen. Een groot deel van de parlementaire enquête ging over het falen van de overheid. Toch zien we dit in deze wet die vandaag voorligt nauwelijks terug. Veel inwoners hebben terecht het gevoel dat Nij Begun niet over hen gaat. Ze zien dat het gaat over adviesbureaus, over projectontwikkelaars, over grote bedrijven. Ze zien dat het gaat over prestigeprojecten, over AI-fabrieken, over congressen in de stad en over grootschalige infrastructuur, maar het komt niet bij hen terecht. Bewoners en ondernemers hebben nog altijd schade aan hun huizen. Erkent de minister dit? Is de minister bereid om te komen tot een betere staat van Groningen? Wil hij bewoners daar ook meer zeggenschap in geven?

Voorzitter. De overheid kan eindeloos zaken beloven, maar we komen er niet als wantrouwen tegenover de inwoners de kern is. Laat ik één voorbeeld noemen. Het gaat om de meest simpele maatregel die in Nij Begun stond, echt de aller-, aller-, allersimpelste maatregel: maatregel zestien. Deze maatregel beloofde simpelweg, echt supersimpel, dat bewoners €2.500 zouden krijgen voor het lange wachten. Het is drie jaar later, maar bewoners wachten nog steeds op een compensatie voor het lange wachten. Dat bedenk je toch niet? Kafka kan er trots op zijn, maar bij zelfs de meest simpele maatregel de meest bizarre bureaucratie bedenken, is echt gruwelijk.

Ik herhaal wat ik drie jaar geleden zei: er is maar één manier om dit aan te pakken, en wel mét de gedupeerden, deur voor deur, straat voor straat. De econoom Mariana Mazzucato schrijft dat overheden tegenwoordig verzwakt zijn, uitgehold, bang, geïnfantiliseerd; ze zijn hun kennis kwijt en besteden alles uit aan steeds machtigere bedrijven. Maar zij beschrijft ook een alternatief: de maanlanding als voorbeeld. De overheid die bedacht om een mens op de maan te willen zetten, zette alles op alles om dat te doen, haalde de beste mensen bijeen en nam risico's. Daardoor kwamen we niet alleen op de maan, maar werd ook een golf van andere belangrijke ontdekkingen gedaan op tal van terreinen. Maak van Groningen zo'n missie. Haal de beste mensen uit het land bijeen: de beste architecten, de beste bouwers, de beste artsen en de beste begeleiders. Maak dit onze missie. Ga van deur naar deur. Vraag aan mensen: wat is hier gebeurd, wat is u aangedaan, wat is er nodig, wat gaan we doen? En doe dat vervolgens ook, met bewoners, met straten en met dorpen, en zo lang als dat nodig is voor de mensen, de huizen, de dorpen, het landschap en de economie. We konden dit ooit wel. Kijk naar de Deltawerken. Weet u waarom dat slaagde? Vanwege Groningen. Met het geld uit Groningen kon het. Gronings gasgeld heeft voor wereldwonderen gezorgd. Zorg nu voor ons.

Vandaag moet het gaan over oplossingen voor gedupeerden, een nij begun, niet over nieuwe ellende. Laat het vandaag dan ook niet gaan over eventuele plannen om opnieuw gas te winnen. Daar kun je over debatteren op andere momenten, maar deze wet gaat daar niet over. Als je nog de schijn wilt wekken dat je er ook wil zijn voor gedupeerde Groningers, dan is dát waar het vandaag over moet gaan: over oplossingen voor hen.

Voorzitter. Als ik grappig mag afsluiten: mijn missie vandaag is minister Van Veldhoven naar huis sturen, dit keer niet met een motie van wantrouwen maar omdat het eindelijk moet gaan over Groningers, en daar gaan de andere twee bewindspersonen over.

De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman had het over de wetenschap. Die is haar veel waard. Laat ik nou twee citaten hebben van twee gerenommeerde wetenschappers op het gebied van aardbevingen. Het eerste is van Julian Bommer, die zegt: "Whoever wrote this is clueless and far out of their depth. This is misinformation on a giant scale." Het andere is van de bekende geoloog Manuel Sintubin. Hij schrijft: "In Groningen is een alternatieve publiekswetenschap ontstaan die niks meer te maken heeft met de wetenschap." Een ander citaat. "Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor zulke kleine bevingen." Dit is de wetenschap. Er is geen enkel verband meer tussen wat wordt uitgekeerd en de schade die is ontstaan door trillingen veroorzaakt door de gaswinning. Ik ben wel benieuwd wat mevrouw Beckerman als liefhebber van de wetenschap daarvan denkt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik herken deze citaten en ik herken waar ze vandaan komen. Ik heb dat artikel gelezen. Ik vond het knap om zo veel missers te maken in één stuk. Het stuk begint bijvoorbeeld met: "Op zo'n grote afstand van het episch centrum van Huizingen wordt nog steeds schade gemeld, zelfs in Assen." Ik moest er een klein beetje om lachen. U haalt het ook aan. De schrijver had blijkbaar eventjes gemist dat daar vorige maand nog een aardbeving was, waarvan ook deze wetenschappers moeten erkennen dat die daadwerkelijk voor schade zorgt. Dat heeft hij waarschijnlijk even gemist. Een tweede misser — en die vond ik eigenlijk de pijnlijkste — was dat ze constateerden dat er nu heel veel schades gemeld worden iets verder van de kern en heel weinig in het kerngebied. Dat vonden die wetenschappers opmerkelijk. Weet u waarom dat is? Ik heb het u net verteld: omdat die zwaar gedupeerden die strijd niet meer aangaan en omdat de regelingen, die juist bedoeld zijn voor die zwaar gedupeerden, niet werken. Dat kunt u nalezen; de wetenschappers hebben het opgeschreven, ook in het IMG-jaarverslag. Vorig jaar zijn veertien mensen geholpen met die regeling, die zo mooi werd genoemd na de parlementaire enquête. Veertien mensen zijn ermee geholpen ... Dus inderdaad, het klopt: er zijn kleinere schades aan de rand, omdat heel veel mensen in het kerngebied zeggen "wij gaan die strijd niet meer aan" of vastzitten in zo'n regeling die niet werkt.

De heer Clemminck (JA21):
Een heel betoog, met heel veel woorden die niet ingaan op de kernconclusie van deze twee wetenschappers. U komt met een heel ander verhaal. Ik geef u een citaat van twee topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen. Een is er zelfs verantwoordelijk geweest voor het Groningse model. Ze halen in datzelfde artikel, dat we allebei hebben gelezen uiteraard, elk wetenschappelijk fundament onder deze aanpak en de relatie tussen de schade die wij vergoeden en schade veroorzaakt door trillingen naar aanleiding van de gaswinning, onderuit. U reageert daar niet op en komt met een heel ander betoog. Tja, dan concludeer ik toch maar even, voorzitter, dat de SP blijkbaar helemaal niets van deze wetenschap wil hebben. Dat is prima, dat is een vrije politieke keuze, maar wees er dan ook eerlijk in dat u geen enkel verband meer kunt leggen tussen de schade waarvoor we uitkeren en de schade naar aanleiding van de gaswinning.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, ga uw gang. Graag korte antwoorden.

Mevrouw Beckerman (SP):
Volgens mij had ik een hele feitelijke reactie op dit artikel, maar u kunt er meer krijgen, want dit debat voeren we al een hele tijd. Het zijn Shell en Exxon die de rekening voor de ellende die is aangedaan in Groningen continu betwisten. En zij hebben inderdaad een aantal experts, waaronder die ene die u net aanhaalde, aan hun zijde voor een rechtszaak of rechtszaken tegen de Staat. Elke keer komen ze hiermee. Tegelijkertijd zijn er wetenschappers die de woningen zijn binnengegaan — ook in reactie op dit artikel overigens; ze hebben ook gereageerd hierop — die naar de mensen toe zijn gegaan, die naar het gebied toe zijn gegaan, die daar daadwerkelijk ter plekke onderzoek hebben gedaan, die zeggen: ja, inderdaad, wij staan versteld van wat deze aardbevingen hier aanrichtten; wij staan versteld van wat wij in ons lab niet hebben kunnen zien en hier, in de realiteit, wel. Dus ja, die experts die u aanhaalt, bestaan. Ze staan in een artikel waar ik grote blunders in zie. Ik kan er meer opnoemen. Maar wat ik ook zie, is dat er experts zijn die het tegenovergestelde doen. En wat ik pijnlijk vind, is dat Shell en Exxon zich hier niet bij neerleggen en nog steeds bezig zijn, na al die miljarden die zijn verdiend, met het bestrijden van die rekening.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Clemminck, afrondend.

De heer Clemminck (JA21):
Jazeker, voorzitter. De wet is de wet, en die geldt voor iedereen, hè. Je bent dus inderdaad alleen maar aansprakelijk voor de zaken waar je ook een oorzaak voor bent. De NAM staat dus geheel in haar recht om het te betwisten. Het is ons probleem, omdat wij meer uitbetalen dan we eigenlijk juridisch waar kunnen maken. Als het gaat om de schade die in woningen zit, de scheuren, dan zeggen alle adviseurs, iedereen die ook maar een woning binnenkomt, heel duidelijk: ik kan niet herleiden waar die scheur vandaan komt; ik kan die niet herleiden tot trillingen die mogelijk zijn veroorzaakt door de gaswinning. Als we kijken naar andere landen, dan wordt dat verband daar totaal niet gezien. U houdt zich vast aan een aantal wetenschappers omdat die aan uw kant staan — als dat al wetenschappers zijn, eerlijk gezegd. Ik heb het hier over topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen, verantwoordelijk voor het Groningse model, en zij zeggen: geen enkel verband. Ze slaan eigenlijk alle grond weg onder elk wetenschappelijk verband dat hier wordt gelegd met de schadevergoedingen in Groningen.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman. En u praat niet tegen de voorzitter ...

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik wil hier een klein punt van orde over maken. "Als dat al wetenschappers zijn"? Ik haalde onder anderen prof. Postmes en zijn team aan, die intensief onderzoek hebben gedaan naar wat het met bewoners heeft gedaan, zo te worden behandeld door de overheid. En dan komt JA21 met: "Als dat al wetenschappers zijn"! Op het moment dat u mij iets vraagt over wetenschappers en u bent het er niet mee eens, geeft het geen pas om te twijfelen aan de kwaliteit van deze wetenschappers. En als ik mag reageren op uw vraag ... Je kunt zeggen: we gaan puur kijken naar het aansprakelijkheidsrecht. Maar we kunnen ook kijken naar het morele aspect. Er is door de Staat, Shell en Exxon — ik herhaal het maar — ruim 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Als je dan nu nog steeds bewoners in ellende laat zitten, dan is daar een moreel oordeel over te vellen en dat vel ik al vele jaren.

De voorzitter:
Ik geef u nog even de ruimte om kort te reageren, meneer Clemminck. Ik verzoek ook om via de voorzitter te spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus, voorzitter.

De heer Clemminck (JA21):
Even een correctie. Ik had het niet over de wetenschappers waaraan u refereerde in het kader van die gezondheidsonderzoeken. Ik had het ergens anders over.

Mevrouw Beckerman (SP):
Aha, dus u erkent toch dat er gezondheidsschade is?

De heer Clemminck (JA21):
Nee, dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik refereerde daar niet aan; ik refereerde aan de trillingen in verband met de schade.

De voorzitter:
Ik gaf niet de ruimte om door elkaar te heen praten, en graag via de voorzitter spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):
U heeft gelijk, voorzitter.

De voorzitter:
Oké, mevrouw Beckerman. Gaat uw gang. Heeft u nog een reactie?

Mevrouw Beckerman (SP):
Nou, ik denk dat dit wel klaar is. Volgens mij voeren we deze discussie namelijk al vele jaren. Ik vind het ook wel jammer bij JA21 dat ze eigenlijk maar twee dingen doen: ze betwijfelen hoe het gaat met de gedupeerden en ze pleiten voor het heropenen van de gaskraan. Vandaag is een unieke dag, omdat we een wet bespreken waarmee we gedupeerden verder kunnen helpen. Ik heb gezien dat de heer Kops, de heer Bushoff en ikzelf de enigen zijn die daarop amendementen indienen en voorstellen hebben gedaan om mensen daadwerkelijk verder te helpen, zoals gevraagd wordt vanuit de regio. JA21 doet dat niet, maar komt hier weer gedupeerden en wetenschappers zwartmaken en pleit wellicht weer voor gaswinning. Wij strijden wél voor deze groep gedupeerden.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Clemminck wil reageren, maar ik zou willen zeggen: u mag na de interruptie van de heer Köse namens D66. Gaat uw gang, meneer Köse.

De heer Köse (D66):
Ik denk dat mevrouw Beckerman de spijker op zijn kop slaat. We zien hier gewoon hoe onmenselijk er door JA21 gekeken wordt naar deze situatie, met wantrouwen dat we al genoeg gezien hebben en artikelen die heel doelgericht gezocht worden. Maar het gaat hierbij heel erg over de directe schade; er lijdt niemand direct door. De NOS kopte laatst over het onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen dat ook werd aangehaald door mevrouw Beckerman, over dat 28.000 Groningers last hebben van depressieve gevoelens, 37.000 Groningers kampen met rusteloosheid en nog eens 55.000 Groningers kampen met spanningen. Mevrouw Beckerman komt zelf uit de regio. Wellicht dat u de collega van JA21 kunt helpen door een beetje te duiden wat ook de indirecte schade hiervan is en dat die misschien nog wel veel groter is dan de directe schade.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb dat onderzoek niet aangehaald. Dat heeft ook te maken met dat het mij raakt. Ik vind dat namelijk echt heel zwaar. Er zijn namelijk mensen die echt ziek zijn van de manier waarop de overheid met hen is omgegaan. Dit leidt tot vroegtijdige overlijdens. Ik ken die mensen. Ik vind het altijd moeilijk om daarover te praten, zeker wanneer betwist wordt dat dit daadwerkelijk bestaat.

De heer Clemminck (JA21):
Ik hoor dat mijn collega mij verwijt dat ik onmenselijk ben. Ik hoor deze collega zeggen dat ik mensen zwartmaak. We hebben het gister nog over de taalgids van OCW gehad, dus ik weet niet of dat woord nog mag, maar het moet in ieder geval met een hoofdletter Z! Maar ik vind dit geen manier van debatteren. Kijk, u mag uw politieke keuzes maken en u mag moraliteit inbrengen in het debat, maar ik mag andere keuzes maken. Volgens mij zijn we daarvoor hier in gesprek met elkaar. Maar laten we dit soort verwijten niet maken.

Ik wil er ook nog even op wijzen dat JA21 bij de parlementaire enquête heeft gezegd de uitkomsten te steunen. We hadden daar een aantal kritische vragen over, maar de uitkomsten steunden we. We hebben ook altijd meegestemd bij moties en amendementen uit het verleden, ook met u over het pakket voor compensatie van Groningen, al maakten we daar enkele kritische kanttekeningen bij. Dus doe nou niet alsof JA21 helemaal niets heeft betekend voor de mensen in Groningen als het gaat om compensatie voor het echte leed dat daar is aangedaan.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik prob...

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, aan u het woord.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus.

Ik probeerde de heer Clemminck ook uit te dagen. Ik noemde het net al: ik heb samen met de heer Bushoff een groot aantal amendementen ingediend, omdat wij vinden dat deze wet te slap is. Deze wet heeft het bijvoorbeeld over een zorgplicht, maar wij willen een resultaatplicht. Wij hebben voorstellen daarvoor gedaan. U weet waarschijnlijk hoeveel werk het is om amendementen te maken. Wij hebben er behoorlijk veel gemaakt. Ik zie dat andere partijen dat nog niet hebben gedaan. Ik daag u uit om hiermee te komen, want we moeten zorgen dat we recht doen aan gedupeerde Groningers.

Laat ik het u dan maar direct vragen: steunt u de amendementen die wij hebben ingediend? Denk bijvoorbeeld aan: geen zorgplicht, maar een resultaatplicht; geen finale kwijting in de wet, waardoor zwaar gedupeerden blijven zitten met de schade; juridische steun, technisch advies en financieel advies voor huurders. Dat zijn zomaar drie amendementen die wij hebben ingediend. Ik vraag uw steun hiervoor.

De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat u dat vraagt in de termijn van de heer Clemminck. Het lijkt me goed om dat zo netjes te doen. Zo voeren wij de debatten altijd met elkaar.

Ik zie dat er verder geen interrupties meer zijn. Ik dank u voor uw inbreng, mevrouw Beckerman, en geef het woord aan de heer Vermeer van de BBB-fractie.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel is geen technisch dossier. Het gaat over mensen die al jaren wachten, mensen die nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn en mensen die te vaak hebben gehoord dat het beter wordt, zonder dat ze dat zelf ook echt merkten. BBB ziet dat het kabinet met deze wetswijziging stappen zet. De generatielange aanpak wordt wettelijk vastgelegd. Schadeherstel en versterking worden koste wat kost uitgevoerd. Met de jaarlijkse Staat van Groningen komen er structureel inzicht en politieke verantwoording. Dat zijn belangrijke keuzes, maar wetten herstellen geen vertrouwen; dat doet de uitvoering. Daarom wil BBB vandaag vooral spreken over wat deze wet betekent in de praktijk voor bewoners, voor uitvoerders en voor de overheid zelf.

Voorzitter. Voordat ik inga op schade en herstel, wil ik eerst helderheid over de randvoorwaarden. In en rond dit debat wordt opnieuw gesproken over gaswinning uit het Groningenveld. BBB vindt het belangrijk om daar duidelijk over te zijn, juist om onrust bij inwoners te voorkomen. Voor BBB is veiligheid leidend. Niet politiek opportunisme of financiële overwegingen zijn leidend, maar veiligheid is leidend. Het oordeel over de veiligheid ligt niet bij politici, maar bij de onafhankelijke toezichthouder, het SodM, het Staatstoezicht op de Mijnen. Zij zijn helder: veilige gaswinning uit het Groningenveld kan niet worden gegarandeerd, ook niet door injectie in de bodem. Volgens SodM is er in ieder geval op korte en middellange termijn geen mogelijkheid om de gaswinning te hervatten. Bij de huidige praktijk zal de bodem nog jarenlang instabiel blijven en kunnen er nog aardbevingen plaatsvinden. Bij het hervatten van de gaswinning wordt de instabiliteit van de bodem, en daarmee de kans op aardbevingen, vele malen groter.

Daar komt nog eens bij dat bij de huizen die momenteel al versterkt en afgehandeld zijn, altijd rekening is gehouden met het scenario van geen extra gaswinning. Sommige partijen pleiten voor het hervatten van de gaswinning en ruimhartige compensatie voor de Groningers, maar in de praktijk betekent dit dat de afhandeling van de schade en de claims weer jaren terug in de tijd wordt geworpen. Als er iets is waar de Groningers niet op zitten te wachten, is dat het wel.

Voorzitter. Dat BBB op dit moment niet openstaat voor het hervatten van de gaswinning onder het Groningenveld, betekent niet dat BBB tegen gaswinning an sich is. We hebben op dit moment een aantal kleinere gasvelden, waar ook al jaren gas wordt gewonnen. Volgens SodM kan het winnen van gas in deze velden wel veilig. Daarom willen we daar ook mee doorgaan.

Voorzitter. Dan de kern voor veel mensen in Groningen en Noord-Drenthe: schadeafhandeling. In de memorie van toelichting gaat het over een mildere, makkelijkere en menselijkere aanpak. BBB onderschrijft die ambitie volledig, maar bewoners willen vooral antwoord op één vraag: gaat het nu sneller? De mogelijkheid van daadwerkelijk herstel zonder onderzoek naar de schadeoorzaak kan daarbij helpen. Minder discussie over causaliteit kan tijd schelen en stress verminderen. Dat ziet BBB als een belangrijke stap, maar tegelijkertijd roept dit ook vragen op. Kan het kabinet concreet maken welke versnelling in doorlooptijden het verwacht door deze nieuwe aanpak? Hoe wordt voorkomen dat bewoners alsnog vastlopen in uitzonderingen, aanvullende voorwaarden of ingewikkelde keuzemomenten? Is het kabinet bereid om vaker te werken met duidelijke standaardroutes, waarbij de overheid meer verantwoordelijkheid neemt en bewoners actief ontzorgt, in plaats van ze steeds opnieuw te laten kiezen?

Dan de versterking. Ook over de versterkingsoperatie heeft BBB zorgen. Uit de uitvoeringstoetsen blijkt hoe kwetsbaar de planning is. Elke extra verplichting, elk nieuw overlegmoment en elke aanvullende rapportage kan vertraging veroorzaken. Hoe borgt het kabinet dat deze wetswijziging niet leidt tot extra vertraging in de versterkingsoperatie? Hoe wordt voorkomen dat uitvoerende organisaties wel extra taken krijgen, maar onvoldoende ruimte om die uit te voeren? BBB wil dat deze wet versnelt en niet vertraagt. Dat vraagt om scherpe keuzes en duidelijke prioriteiten.

Voorzitter. BBB steunt het idee van een jaarlijkse Staat van Groningen. Inzicht is nodig, ook voor de Kamer, maar alleen als dat ook gevolgen heeft. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als doelen of streefwaarden niet worden gehaald? Welke concrete consequenties verbindt het kabinet daaraan? Hoe wordt de Kamer tijdig geïnformeerd, zodat bijsturen ook echt mogelijk is? BBB wil voorkomen dat de Staat van Groningen een papieren werkelijkheid wordt, waarin problemen wel worden beschreven, maar niet worden opgelost.

Tot slot, voorzitter. Alles overziend kan deze wet een stap vooruit zijn, maar alleen als deze leidt tot minder onzekerheid, minder wachttijd en meer duidelijkheid voor inwoners. Dat betekent geen nieuwe discussies over gaswinning zolang veiligheid niet gegarandeerd is, maximale focus op versnelling van schadeherstel en versterking en een overheid die verantwoordelijkheid neemt in plaats van doorschuift. BBB wil dat deze wet één duidelijke boodschap afgeeft aan de mensen in Groningen en Noord-Drenthe: het wordt rustiger, duidelijker en sneller. Dat is de meetlat die BBB hanteert bij de verdere behandeling van dit wetsvoorstel en het beoordelen van de amendementen.

Dank u wel.

De heer Clemminck (JA21):
Een korte vraag aan de BBB: is de heer Vermeer er voorstander van om de putten open te laten, zodat wij bijvoorbeeld stikstof zouden kunnen injecteren om de ondergrond te stabiliseren?

De heer Vermeer (BBB):
Zoals ik eerder in debatten ook al aan de heer Clemminck aangegeven heb, zijn wij bereid — we hebben daarover zelfs een motie gesteund — om experimenten met injecties uit te voeren, maar niet in het Groningenveld, want experts hebben duidelijk aangegeven dat dat veld van een heel andere orde van grootte is en dat je, als je al experimenten wilt doen, dat met nieuwe gasputten zult moeten doen, die kleiner zijn en waarvan de omvang beperkt is. Je moet dat dan ook testen. We moeten alles testen wat kan helpen om aan gaswinning te kunnen doen en veiligheid kan garanderen voor de mensen. Ik hoop dat dat duidelijk genoeg is.

De voorzitter:
Volgens mij is dat het; de heer Clemminck is weer gaan zitten. Dank u wel voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Bushoff namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Net buiten Middelstum heb je zo'n typische, prachtige herenboerderij op zo'n wierde, zo'n heuvel die we in de rest van het land een terp noemen. Expeditie Grunnen, een weekendprogramma van RTV Noord — ik raad het iedereen aan — besteedde dit paasweekend ook aandacht aan deze specifieke boerderij. Dat komt omdat het een best wel bijzonder voorbeeld is. Deze boerderij stond in 2017 namelijk nog op de nominatie om volledig gesloopt te worden door de NAM, totdat er een gezin was dat zei: laat dat nou niet gebeuren. Zij bonden de strijd aan met de NAM. Vandaag de dag wonen zij met hun gezin in die prachtige gerenoveerde en versterkte boerderij. De boerderij zelf is een typisch voorbeeld van zo'n mooie Groningse herenboerderij.