Plenair verslag
Tweede Kamer, 56e vergadering
Donderdag 26 maart 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Paulusma
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 26 maart.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Verzamelbesluit bouwwerken leefomgeving 2025
Verzamelbesluit bouwwerken leefomgeving 2025
Aan de orde is het tweeminutendebat Verzamelbesluit bouwwerken leefomgeving 2025 (28325, nr. 303).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister in vak K van harte welkom. We gaan van start met het eerste tweeminutendebat. Dat is het tweeminutendebat Verzamelbesluit bouwwerken leefomgeving 2025. Ik nodig mevrouw Steen van harte uit. Zij spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. De rode draad, of een rode draad, in alles wat we doen als het gaat over de woningbouw en het bouwen van woningen en gemeenschappen, is het versnellen van regels en procedures. We hebben natuurlijk het programma STOER, dat vooral op het schrappen van regels ziet. Wat het CDA betreft moeten we dat vereenvoudigen en dat op een stoere en slimme manier doen. Daarom heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten bij het pur-toezicht nieuwe regels moeten handhaven, waarbij het risico ontstaat op verschillende handhavingspraktijken;
overwegende dat een groot deel van de sector al vrijwillig is gecertificeerd en de nieuwe regels een administratieve lastenverzwaring vormen, die in het bijzonder voor het midden- en kleinbedrijf negatief kunnen uitpakken;
overwegende dat een landelijke handreiking het ontstaan van verschillende handhavingspraktijken kan voorkomen, helpt bij het verminderen van regeldruk en zorgt voor een betere uitvoerbaarheid;
verzoekt het kabinet samen met de VNG en omgevingsdiensten een landelijke handreiking pur-toezicht te ontwikkelen, met daarin aandacht voor een uniforme uitvoering en risicogestuurd toezicht;
verzoekt het kabinet de pur-regelgeving te monitoren op toename van regeldruk en uitvoeringskosten voor zowel medeoverheden als bedrijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Steen.
Zij krijgt nr. 305 (28325).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wordt gewerkt aan versnelling van vergunningverlening voor herhaalbare bouw via een fastlane en typegoedkeuring;
overwegende dat het doel hiervan is dat herhaalbare woningbouwconcepten niet telkens opnieuw technisch worden beoordeeld;
overwegende dat flexwoningen een bijzondere categorie vormen binnen de herhaalbare woningbouwconcepten, aangezien verplaatsing hiervan vaak leidt tot een nieuw toetsmoment, ook wanneer de flexwoning voldoet aan de typegoedkeuring;
overwegende dat daardoor interpretatieruimte binnen de regels ontstaat, waardoor gemeenten aanvullende technische beoordeling of hernieuwde technische toetsing kunnen toepassen;
overwegende dat gemeenten sturen op ruimtelijke kwaliteit van flexwoningen, maar extra technische toetsing tot vertraging leidt;
verzoekt de regering de fastlane en typegoedkeuring zo uit te werken dat voor flexwoningen die voldoen aan een typegoedkeuring bij herplaatsing geen hernieuwde integrale technische toetsing plaatsvindt en aanvullende technische beoordeling alleen mogelijk is bij aantoonbare afwijkingen van het gecertificeerde concept,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen en Nobel.
Zij krijgt nr. 306 (28325).
Mevrouw Steen (CDA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Asten, die spreekt namens de fractie van D66.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. Ik dien vandaag geen moties in, maar ik heb wel een vraag aan de minister. De brandweer heeft zorgen geuit over nieuwe brandveiligheidseisen bij woningen waar Nederlanders met een zorgbehoefte kunnen wonen. Wij nemen die signalen erg serieus. Onze bevolking wordt ouder en heeft ook vaker te maken met een zorgbehoefte. Vanochtend lazen we nota bene ook nog in de krant dat als ouderen doorverhuizen daardoor gezinswoningen weer vrijkomen. Dat is goed voor onze woningzoekenden. We hebben hierover schriftelijke vragen gesteld en ik ben tevreden na het lezen dat de minister na het onderzoek van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid met de zorgsector aan de slag gaat met eventueel benodigde aanpassingen van de brandveiligheidseisen. Daar gaat mijn vraag dan ook over. Kan de minister toezeggen ook de brandweer te betrekken bij de verdere uitwerking na de publicatie van dat onderzoek?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven twee minuten nodig te hebben voor de appreciatie, dus ik schors twee minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verzamelbesluit bouwwerken leefomgeving 2025. We zijn toegekomen aan de appreciatie van de moties en het beantwoorden van de vragen. Daartoe geef ik graag de minister in vak K het woord. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik geef eerst graag antwoord op de vraag die is gesteld door D66. Dat gaan we doen; we gaan de brandweer betrekken bij de verdere uitwerking.
Dan de moties. De motie van het CDA op stuk nr. 305 over het pur-toezicht krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 305 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie van het CDA op stuk nr. 306 over het herplaatsen van flexwoningen krijgt oordeel Kamer, met name gericht op het grondgebonden deel. Naar het meer gestapelde deel moeten we echt nog even kijken. Als dat akkoord is, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Steen enthousiast knikken, ook namens de heer Nobel. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 306 oordeel Kamer. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we doorgaan met het tweeminutendebat Staat van de Volkshuisvesting. Ik wacht even keurig op de bel.
Staat van de Volkshuisvesting
Staat van de Volkshuisvesting
Aan de orde is het tweeminutendebat Staat van de Volkshuisvesting (CD d.d. 11/03).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We kunnen nu van start met het tweeminutendebat Staat van de Volkshuisvesting. Ik geef graag de heer De Hoop het woord, die spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. U stond er al klaar voor; dat waardeer ik. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de betaalbaarheid van het leven. De huurkosten zijn een heel groot deel van de kosten die mensen hebben. We hebben in het vorige debat gehoord … Excuus, ik neem even een slok water.
De voorzitter:
Neem uw tijd. Ik zet de tijd stop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Super, dank. We hebben bij het vorige debat van de minister van Volkshuisvesting gehoord dat zij van plan is om de Wet betaalbare huur aan te passen voordat de evaluatie is geweest. Ik vind dat zeer onverstandig. Zeker wanneer we weten dat de inflatie in de komende periode nog gaat stijgen en mensen moeite zullen hebben om het einde van de maand te halen, vindt mijn fractie het onwijs belangrijk om eerst de evaluatie af te wachten en om daarna als Kamer te bepalen wat we mogelijk met de Wet betaalbare huur zouden willen doen. U weet dat ik er geen voorstander van ben om die aan te passen. Ik verwacht ook niet dat ik dat snel zal zijn, maar laten we in ieder geval eerst de evaluatie goed hebben gedaan. Vandaar dat mijn fractie de volgende motie heeft.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het coalitieakkoord voorstelt om "voorafgaand aan de evaluatie van de Wet betaalbare huur" de wet alweer aan te passen;
overwegende dat zonder goede evaluatie van de Wet betaalbare huur de Tweede Kamer geen oordeel kan vellen over nut en noodzaak van aanpassingen;
verzoekt de regering eerst een deugdelijke evaluatie van de Wet betaalbare huur te verrichten alvorens eventuele aanpassingen voor te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Beckerman en Grinwis.
Zij krijgt nr. 1408 (32847).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. In vervolg op het commissiedebat heb ik één motie meegebracht.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regelgeving rondom de toewijzing van sociale huurwoningen aan doelgroepen ruimte laat om de vrije toewijzingsruimte van 7,5% landelijk lokaal te verruimen naar 15%, zodat er meer sterke schouders in kwetsbare wijken kunnen komen wonen, maar dat hier nog weinig gebruik van gemaakt wordt;
overwegende dat voor passend toewijzen (betaalbaarheid) de afwijkingsmogelijkheid met 5% beduidend kleiner is, wat risico's voor de leefbaarheid van wijken met zich mee kan brengen als de relatief goedkope sociale huurwoningen sterk geconcentreerd zijn op één plek;
overwegende dat sterke en gemengde wijken belangrijk zijn voor leefbaarheid, kansen voor bewoners en het voorkomen van concentraties van problematiek;
verzoekt de regering om kwetsbare wijken krachtiger te maken, zeker binnen de NPLV-gebieden, door gemeenten en woningcorporaties aan te moedigen om in hun prestatieafspraken en de uitvoering daarvan maximaal gebruik te maken van de mogelijkheid om middeninkomens een sociale huurwoning toe te wijzen;
verzoekt de regering tevens met het oog op het krachtiger maken van kwetsbare wijken de systematiek van en uitzonderingsruimte voor passend toewijzen tegen het licht te houden;
verzoekt de regering de Kamer over beide zaken voor de eerstvolgende begrotingsbehandeling van VRO te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 1409 (32847).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Beckerman, die spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. D66 had een duidelijke belofte in de verkiezingscampagne: kies ons en wij gaan echt de strijd aan met de wooncrisis. Er zouden grote doorbraken voor de woningmarkt komen, zodat iedereen een passende woning kan vinden: geen pleisters plakken, maar de hele boel aanpakken. Dat was de belofte, maar wat is daar nu nog van over? Wat komt daarvan terecht? Juist om betaalbare woningen te bouwen voor lage en middeninkomens wordt veel te weinig geld vrijgemaakt. Er zijn vele miljarden tekort voor de woningbouwafspraken die er nu al zijn, laat staan voor al die extra woningen of steden die beloofd zijn.
Nu is dan ineens de boodschap van deze minister aan mensen die wachten op een goede en betaalbare woning: dan moet u maar luxe inleveren. De minister begint zelfs over het invoeren van douchemuntjes, die ze niet eens zelf gebruikt heeft in Afghanistan, maar die blijkbaar wel een metafoor zijn voor het nieuwe D66-woonbeleid. Onbegrijpelijk. Wie moet er volgens de minister maar wennen aan soberdere woningen en een soberdere levensstijl? We zien namelijk dat ditzelfde kabinet ondertussen voor de hoogste inkomens de hypotheekrenteaftrek verhoogt. Dus de een krijgt villasubsidie en de rest moet maar hopen op een kekke barak.
Dan de moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran de betaalbaarheidscrisis voor vele Nederlanders gaat verdiepen;
constaterende dat Nederlanders steeds meer van hun inkomen kwijt zijn aan woonlasten en jongeren bijna de helft van hun inkomen kwijt zijn aan huur;
overwegende dat een huurbevriezing de betaalbaarheidscrisis kan dempen, zoals bewezen wordt door de acties van de Spaanse regering;
verzoekt de regering een huurbevriezing in te voeren zolang de door de oorlog veroorzaakte energiecrisis voortduurt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1410 (32847).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de betaalbaarheidscrisis door internationale spanningen gaat verdiepen;
constaterende dat woonkosten een significant onderdeel zijn van de maandelijkse kosten voor Nederlanders;
verzoekt de regering met een plan te komen om de stijging van de huren te beteugelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1411 (32847).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Steen, die spreekt namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Onze woningbouwopgave is een van de grootste opgaven van de komende tijd. Daar hebben we de afgelopen tijd al veel over gedebatteerd en dit is vast niet de laatste keer. We hebben het heel vaak over aantallen en wat het mag kosten. Dat is belangrijk, maar uiteindelijk bouwen we niet alleen een nieuwe skyline maar bouwen we gemeenschappen. Meerdere partijen hier in de Kamer heb ik het CDA hierin zien volgen. We weten dat ontmoetingsplekken en maatschappelijke baten nog te vaak buiten beeld blijven in de financiële afweging rondom woningbouwprojecten. Gemeenten en andere overheden lopen vaak vast in regels.
Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ruimte voor ontmoeting, sociale cohesie en groen in een wijk leidt tot maatschappelijke baten als minder eenzaamheid en betere gezondheid;
overwegende dat met het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw en de aanpak Samen Slim onder andere wordt ingezet op maatschappelijke innovaties in gebiedsontwikkeling, maar het ontbreekt aan concrete methodiek en instrumentarium om hierop te sturen;
overwegende dat medeoverheden hierbij vaak aanlopen tegen begrotingsregels en administratieve kaders;
verzoekt de regering een methodiek en bijpassend instrumentarium te ontwikkelen voor het structureel meenemen van maatschappelijke baten in businesscases van bouwprojecten;
verzoekt de regering samen met medeoverheden te bezien welke administratieve en begrotingsregels moeten worden aangepast zodat gemeenten makkelijker met marktpartijen kunnen samenwerken aan projecten waarin gemeenschapsopbouw een plek krijgt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Steen.
Zij krijgt nr. 1412 (32847).
Dank u wel. Dan nodig ik nu van harte uit: de heer Nobel, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Nobel (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De woningbouwopgave in Nederland is misschien wel een van de grootste opgaven van dit kabinet. Terecht denk ik dat deze coalitie heeft gezegd dat er 100.000 woningen moeten worden gebouwd. Maar als we dat met elkaar willen bereiken, dan zullen we wat we de afgelopen jaren hebben gedaan niet moeten herhalen. In de afgelopen jaren hebben we met name regels gestapeld maar geen stenen. Namens de VVD zal ik vandaag met voorstellen komen om de stenen die we gestapeld hebben op het gebied van regelgeving, stuk voor stuk af te breken, omdat met name het middensegment, de betaalbare koop maar ook het middenhuursegment, helemaal kapotgaat op deze manier. We hebben het afgelopen jaar gezien dat tienduizenden woningen zijn verdampt in het middenhuursegment. Om daar een stokje voor te steken, dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal huurwoningen in het middenhuursegment sinds de invoering van de Wet betaalbare huur enorm is afgenomen, waardoor de doorstroming afneemt en de druk op sociale huurmarkt verder kan toenemen;
constaterende dat de indexatie van het woningwaarderingsstelsel essentieel is voor nieuwe investeringen in middenhuurwoningen;
overwegende dat in de Wet betaalbare huur geen aanpassingen worden gedaan aan de jaarlijkse indexatie van het woningwaarderingsstelsel, waardoor wordt vastgehouden aan de indexatie aan de hand van inflatie;
overwegende dat het voor investeerders complexer wordt om te investeren in nieuwbouw en de exploitatie onrendabel wordt;
verzoekt de regering om het woningwaarderingsstelsel te indexeren met de consumentenprijsindex plus een opslag van één procentpunt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 1413 (32847).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb vanzelfsprekend inhoudelijke bezwaren tegen deze motie, maar daar ga ik de heer Nobel geen vraag over stellen. Mijn vraag is meer een procesvraag. De minister heeft in het debat over de Staat van de Volkshuisvesting aangegeven dat zij in april met een brief komt. Is deze motie dan niet een beetje voortijdig en verdient de minister dan niet de tijd om die brief eerst naar de Kamer te sturen voordat u al pusht op die aanpassingen? Het lijkt mij binnen een coalitie ook logisch om dan op de minister te wachten.
De heer Nobel (VVD):
GroenLinks-PvdA heeft bij monde van de heer De Hoop zojuist ook aangegeven eigenlijk helemaal niets te willen aanpassen in de Wet betaalbare huur, terwijl we de negatieve effecten daarvan nu wel zien. Dan vind ik het verstandig en ook goed dat de minister aangeeft dat zij niet gaat wachten op die evaluatie en dat zij met een brief zal komen. Tegelijkertijd denk ik dat het aan de Kamer is om gewoon wel voorstellen te doen om de minister aan te sporen om echt stappen te gaan zetten. In het debat heb ik de minister twee dingen horen zeggen, namelijk dat zij met een brief komt, maar ook dat zij gaat kijken en onderzoeken. Wat de VVD betreft moet er nu echt actie ondernomen worden. Ik denk dus dat dit vooral als een aansporing moet worden gezien om daadwerkelijk in te grijpen op die negatieve effecten van de Wet betaalbare huur.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dit verbaast me toch, want de heer Nobel heeft in het regeerakkoord al behoorlijk zijn zin gekregen: er zullen aanpassingen komen. De minister heeft alleen gevraagd om haar tot april de tijd te geven om een brief te schrijven over de manier waarop dat gebeurt. Die tijd geeft de heer Nobel de minister niet eens. Hij wil nu al dat er aanpassingen komen. Ik vind het problematisch als deze minister zelfs binnen de coalitie daar niet de tijd voor wordt gegeven. Is het dus niet te overwegen om deze motie gewoon aan te houden tot die brief en om er dan een fatsoenlijk debat met elkaar over te hebben? Want zo gaat het wel heel hard, zeg ik tegen de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Uiteraard zal ik de appreciatie van de minister gewoon afwachten. Ik wil hier nogmaals benadrukken dat dit echt niet meer het moment is om af te wachten. We zien dat alleen al in het afgelopen jaar ruim 40.000 woningen uit het middenhuursegment zijn verdwenen en dat Nederland wat dat betreft in Europa het slechtste jongetje van de klas is. Wij hebben een middenhuursegment van ongeveer 8%, terwijl andere landen tussen 20% en 30% hebben. Dat zorgt er ook voor dat de doorstroming in de sociale huur stopt. Dat zou iets moeten zijn wat ook GroenLinks-PvdA tegen wil gaan. Daarvoor moeten nu echt maatregelen worden genomen. Uiteraard wacht ik de reactie van de minister geduldig af, maar ik zeg daar ook bij dat er echt maatregelen moeten worden genomen. Gelukkig heeft de minister ook gezegd dat zij al in april met een brief komt. Dat moeten wat de VVD betreft niet alleen onderzoekspunten zijn; er moet echt iets gebeuren.
Mevrouw Steen (CDA):
We hebben in het debat gewisseld dat er al een aantal wetsvoorstellen of voorstellen liggen. Daar hebben we ook al schriftelijk overleg over gehad om een aantal aanpassingen te doen. Deze motie past eigenlijk ook weer de hele huurregeling aan. Dat gaat dan weer in een andere stap. Vindt de heer Nobel het niet verstandig om dat in één pakket te doen ten behoeve van de voorspelbaarheid, waar we volgens mij allebei heel erg aan hechten, vooral voor de huurmarkt en de investeerders die daarin moeten investeren, en om de wet vervolgens met dat hele pakket in één keer op een goede manier aan te passen?
De heer Nobel (VVD):
Als de minister aangeeft dat ze met een heel pakket komt waarin ze niet alleen gaat kijken naar wat er moet gebeuren om de negatieve effecten van de Wet betaalbare huur straks te verkleinen en hopelijk ongedaan te maken, kan dat heus wel een week of twee wachten, omdat die brief in april komt. Maar nogmaals, ik denk dat we hier vanuit de Kamer ook echt zelf voorstellen moeten indienen om aan te geven dat we niet alleen een afwachtende houding moeten aannemen ten aanzien van de negatieve effecten die we dit jaar hebben gezien en waarvan wordt voorspeld dat zij volgend jaar verder door gaan zetten.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot nog één vraag.
De heer Van Leijen (D66):
Ik hoor de heer Nobel zeggen dat hij bereid is om de minister de kans te geven om met een brief te komen met concrete maatregelen. Volgens mij gaat de minister dat ook gewoon doen. Hoor ik u dan ook zeggen dat u bereid bent om de motie aan te houden als zij dat straks toezegt?
De heer Nobel (VVD):
Ja, volgens mij heb ik net aangegeven dat ik het oordeel van de minister gewoon afwacht, maar ik verwacht dan wel dat er in dat oordeel ook actie zit. In het debat dat we met elkaar hebben gevoerd, heb ik de minister ook heel vaak "ik ga kijken naar" horen zeggen. Dat is voor de VVD echt te zacht. Dus ik wacht het oordeel straks af. Maar ik verwacht dat de minister hier ook een reflectie op geeft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Russcher, die spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Voorzitter. De staat van de volkshuisvesting: massaal woningen bijbouwen. Maar voor wie, is de vraag. Het geboortecijfer in Nederland ligt rond de 1,4 kinderen per vrouw. Dat is ver onder het geboortecijfer van 2,1 kinderen per vrouw, het geboortecijfer dat nodig is om de eigen bevolking in stand te houden of te laten groeien. De minister van Volkshuisvesting zei het zelf ook al in het commissiedebat: de Nederlandse bevolking groeit voor 95% door migratie. De helft van de woningen die wij bouwen, zijn voor migranten. Honderdduizenden woningen voor mensen die hier nog niet eens zijn. Kan de minister hier nogmaals op reflecteren? Acht zij het wenselijk dat wij nu al een woningbouwopgave hebben waarbij we ons richten op het bouwen van woningen voor mensen die hier nog niet eens zijn? En is zij, en ook het kabinet, het met Forum voor Democratie eens dat we Nederland, nu al een van de dichtstbevolkte landen van Europa, niet nog voller moeten bouwen voor migranten? Ik hoor graag haar reactie hierop.
Dan een ander punt, voorzitter. Jongeren en starters zitten lang klem in een huurwoning met vaak een huur die kan oplopen tot boven de €2.000. Bij een bewezen goede huurgeschiedenis verdienen zij een kans op de koopmarkt. Daarover heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat starters met een aantoonbare huurgeschiedenis vaak geen passende hypotheek kunnen krijgen ondanks bewezen betaalcapaciteit;
overwegende dat deze huurgeschiedenis een betrouwbare indicator is van draagkracht;
verzoekt de regering in overleg met financiële instellingen en relevante toezichthouders een pilot op te zetten waarbij starters op basis van minimaal drie jaar huurgeschiedenis een hypotheek kunnen verkrijgen ter hoogte van de gemiddelde maandelijkse huur, en de resultaten hiervan te evalueren en aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1415 (32847).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Als u nog een moment heeft …
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Allereerst zijn vrouwen er volgens mij niet alleen voor het krijgen van kinderen. Maar dat terzijde. De vraag die ik heb, gaat over het voorstel dat de heer Russcher namens Forum voor Democratie doet: eigenlijk de huur die je kunt betalen, koppelen aan wat je kunt lenen, dus de leencapaciteit. Heeft de heer Russcher dan ook een beetje een beeld van hoe die zich tot elkaar verhouden? Als je de leencapaciteit van mensen verhoogt, kan dat natuurlijk ook best wel een prijsopdrijvende werking hebben op de koopmarkt. Dan komen mensen nog moeilijker aan de beurt voor een betaalbare woning. Heeft de heer Russcher daar ook over nagedacht?
De heer Russcher (FVD):
Daar heb ik zeker over nagedacht. Vandaar dat ook in de motie staat: "in overleg met financiële instellingen". De minister heeft in het vorige debat ook al aangegeven dat die gesprekken gepland staan, om het daarover te hebben met de financiële instellingen. We hebben de NHG-pilot in 2022 gezien. Daar is niet heel veel opvolging aan gegeven. Ik zou graag willen dat het kabinet samen met die financiële instellingen onderzoekt of het mogelijk is en natuurlijk ook welke invloed het heeft op de huurmarkt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Precies. Juist de financiële instellingen, juist de Nederlandsche Bank zegt eigenlijk al best lang: je moet ervoor zorgen dat de leencapaciteit niet ruimer wordt, want het heeft een prijsopdrijvende werking. Ik denk dat we dus eigenlijk al weten dat dit best wel neveneffecten heeft, maar ik wacht de reactie van de minister af. Ik hoop dat de heer Russcher deze zorgen tot zich neemt bij dit voorstel.
De heer Russcher (FVD):
Ik zal het meenemen, zeker.
De heer Nobel (VVD):
In het commissiedebat ging het ook even kort over Nederlandse vrouwen en het aantal kinderen dat Nederlandse vrouwen krijgen. Toen vroeg ik me af: goh, wat bedoelt Forum hier nu precies mee? Ik was toen door mijn interrupties heen, dus ik dacht: ik ga vandaag in het tweeminutendebat toch eens vragen waar u zich zorgen over maakt. Als u zich zorgen maakt over de migratie … De VVD maakt zich daar ook zorgen over. Daar hebben we in het coalitieakkoord ook duidelijke afspraken over gemaakt: de migratie moet fors teruggedrongen worden. Wellicht maakt de heer Russcher zich namens Forum voor Democratie zorgen over de vergrijzing. Waar zit nou precies die zorg van Forum voor Democratie op dit punt?
De heer Russcher (FVD):
De zorg van Forum voor Democratie zit 'm erin dat de Nederlandse bevolking uitsluitend groeit door migratie en niet door de geboorte van Nederlandse kinderen. Wij zien liever gewoon een Nederland met Nederlanders, niet met migranten. Het is heel simpel.
De heer Nobel (VVD):
Ik heb toch even een vraag om het goed te begrijpen. Als iemand hiernaartoe komt, op een gegeven moment een status krijgt en ook Nederlander wordt, dan doet diegene toch volwaardig mee? Dan gelden er rechten en plichten. Of ziet Forum hen als een soort tweederangs-Nederlanders?
De heer Russcher (FVD):
Nou, wij zien liever een asielstop, zodat er geen mensen meer Nederland binnenkomen, zodat onze sociale voorzieningen niet onder druk komen te staan, de veiligheid op straat gewaarborgd blijft en Nederland Nederland blijft. Ja.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Nobel (VVD):
Dat was de vraag niet. Ik zie ook dat de druk op de sociale voorzieningen toeneemt door migratie. Daar zit ook een zorg van de VVD. Maar ik vraag gewoon: is Forum voor Democratie het met de VVD eens dat er voor mensen die hier zijn en die ook Nederlander zijn zowel rechten als plichten moeten gelden? Het lijkt nu namelijk net alsof u onderscheid wil maken en twee groepen Nederlanders aan het definiëren bent.
De heer Russcher (FVD):
Als zij Nederlands staatsburger zijn, hebben ze dezelfde rechten en plichten als alle andere Nederlandse staatsburgers.
De heer Van Leijen (D66):
Ik heb hier toch ook even een vraag over. Ik hoorde de heer Russcher spreken over de vervangingswaarde, het aantal kinderen dat Nederlandse vrouwen of buitenlandse vrouwen moeten krijgen. Snapt u ook dat mensen die dat horen zich doodschrikken en denken: wat is dit in hemelsnaam voor extremistisch gedachtegoed?
De heer Russcher (FVD):
Nee, dat snap ik niet. Overigens was het gewoon een citaat van het CBS, waarin zij duiden dat de bevolking uitsluitend groeit door migratie, omdat Nederlandse vrouwen gemiddeld maar 1,4 kinderen krijgen, waardoor de Nederlandse bevolking krimpt. Ik snap niet dat dat als extremistisch zou worden opgevat.
De heer Van Leijen (D66):
Als u het politiseert, spreekt over vervangingswaarde en het op deze manier in het debat brengt, dan zijn het toch geen hondenfluitjes meer?
De heer Russcher (FVD):
Ik denk dat dit heel belangrijk is bij dit debat, want we hebben het over het aantal woningen dat we moeten gaan bouwen. Het gaat om 1 miljoen woningen. Mijn vraag is gewoon: voor wie zijn die woningen als onze bevolking niet op een natuurlijke wijze groeit?
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Van Leijen (D66):
Heeft de heer Russcher dan ook ideeën over hoe er meer woningen bij kunnen komen?
De heer Russcher (FVD):
Ja. Bouwen en afzien van de stikstofregels en andere duurzaamheidseisen die de bouw vertragen, zodat Nederlanders gewoon snel een woning krijgen.
Mevrouw Steen (CDA):
Mijn vraag aan de heer Russcher is de volgende. U begint eerst over het aantal kinderen per vrouw. Dan heeft u het over statushouders. Ik wil u vragen: wilt u voor mij nou eens een helder verband leggen tussen het aantal kinderen per vrouw en woningen die we toewijzen aan Nederlanders die hulp nodig hebben bij het vinden van een huis? Ik hoor u namelijk zeggen dat er meer buitenlanders binnenkomen dan dat er kinderen geboren worden. Maar dat is natuurlijk een drogredenering. Wat ik graag van de heer Russcher wil horen is wat nou precies het verband is tussen de woningnood, het aantal kinderen per Nederlandse vrouw en de mensen die hier een status hebben.
De heer Russcher (FVD):
Het verband is dat wij op dit moment een woningtekort hebben van 400.000 woningen en dat dit woningtekort niet zal oplopen als wij de grenzen dichtgooien en geen migranten meer binnenlaten. De Nederlandse bevolking groeit niet van nature, dus op een gegeven moment heb je ook minder woningen nodig.
Mevrouw Steen (CDA):
Als ik mag, voorzitter, heb ik de volgende vraag. Wat gaat dan het aantal kinderen per vrouw oplossen om dat woningtekort ook op te lossen?
De heer Russcher (FVD):
Volgens mij begrijp ik de vraag niet helemaal. Het is gewoon zo dat Nederlandse vrouwen gemiddeld 1,4 kinderen krijgen, waardoor de Nederlandse bevolking niet op een natuurlijke wijze groeit. Er komen gemiddeld wel 100.000 migranten per jaar bij — er is een positief migratiesaldo — waardoor extra woningen gebouwd moeten worden. Maar dat is niet voor de mensen die hier al zijn en kinderen krijgen. Dat is voor mensen die nu nog in het Midden-Oosten of in Afrika zitten.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Steen (CDA):
Wat maakt het dan uit dat vrouwen in Nederland volgens Forum voor Democratie meer kinderen zouden moeten krijgen, om vervolgens de woningnood in Nederland op te lossen? Waarom is het krijgen van kinderen een oplossing voor de woningnood? Dat vraag ik voor de derde keer aan de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dat is geen oplossing voor de woningnood. Het is gewoon een gegeven dat de Nederlandse bevolking niet op een natuurlijke wijze groeit, dus het is gewoon een duiding van het woningprobleem dat wij nu hebben en een vooruitblik op het woningprobleem, dat alleen maar groter gaat worden als de meeste partijen hier de grenzen gewoon wagenwijd open willen laten voor de hele wereld.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Flach, die spreekt namens de fractie van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Afgelopen vrijdag bezocht ik Huize Nijevelt in De Meern. Dat is een wooncomplex waarin mensen vanuit het Leger des Heils een woning kunnen huren. Wij werden daar rondgeleid in een prachtig gebouw, door Jimmy, die dolblij was met de mogelijkheden die hij daar had gekregen. Dit soort bezoeken laten mij elke keer weer zien dat huizen bouwen en een plekje creëren voor woningzoekenden er echt toe doet. Overigens stond het complex jaren leeg en werd het een aantal jaren geleden omgebouwd. Dat laat maar weer zien dat er ook in de bestaande woningvoorraad grote kansen liggen. Daarom ben ik ook heel blij dat het amendement dat ik heb ingediend om 20 miljoen extra vrij te maken voor de Regeling huisvesting aandachtsgroepen is aangenomen. Dat geld kan hiervoor namelijk worden ingezet.
Voorzitter. Ik heb vandaag geen moties, maar ik stip nog kort enkele belangrijke onderwerpen aan.
Tijdens het commissiedebat heb ik opnieuw de vinger gelegd bij de oorzaken van de stijgende huizenprijzen. Die zijn namelijk deels ook het gevolg van beleidskeuzes. Specifiek benoem ik nogmaals de ruimere leennormen. Er ligt inmiddels een rapport daarover. Dank voor de toezegging om hier voor de zomer op te reageren in een Kamerbrief.
Ten tweede dank ik de minister voor de toezegging om binnenkort eens langs te gaan op een vakantiepark. Er ligt een instructieregel, maar ik proefde tijdens het debat de bereidheid van de minister om zich er goed over te laten informeren of het wel zo goed is om bewoning op álle vakantieparken toe te staan.
Ten slotte. Tijdens het debat ben ik ingegaan op de stroperige vergunningverlening. Soms is die verklaarbaar, maar te vaak duren dit soort procedures te lang door problemen die te voorkomen zijn. Gisteren is daarover een motie van mij aangenomen. Voor de zomer moet de minister met een oplossing komen, en daar ben ik heel blij mee. Wij hopen dat te zijner tijd weer op te pakken, zodat dit soort knelpunten zo snel mogelijk worden opgelost. Dank u wel.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
In het commissiedebat had collega Flach wederom een terechte inbreng over de vraag welke zaken nou zorgen voor die stijging van de huizenprijzen. Hij had het bijvoorbeeld over de leencapaciteit, en die noemt hij nu ook weer. Een onderdeel waarover we het wat minder hebben gehad, is bijvoorbeeld de grond, die echt zorgt voor een prijsstijging van woningen. Wij hebben in de Kamer eerder voorstellen gedaan om een planbatenheffing in te voeren. De SGP heeft daar eerder ook voorgestemd.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Vindt de heer Flach niet met mij dat we de minister nu moeten oproepen om ook daarmee aan de slag te gaan, omdat dat ook iets is wat de huizenprijzen zou kunnen dempen in de komende periode?
De heer Flach (SGP):
Ik denk dat de heer De Hoop hier een terecht punt heeft. Grond is een belangrijke factor in de huizenprijs. Inmiddels is dat niet meer de belangrijkste maar wel een drijvende factor. Ik denk dat je het op verschillende manieren kunt aanpakken. Een planbatenheffing kan er één zijn, maar als het gemeenten echt ernst is en ze echt huizen willen bouwen voor hun eigen jonge starters, dan zullen ze ook concessies moeten doen op het vlak van de grondprijzen. Ik heb dat zelf als wethouder ook ooit gedaan. Daar krijg je geen spijt van, want daardoor kun je op mooie plekken gewoon betaalbare appartementen of woningen bouwen. Het is niet de enige oplossing, maar ik ben het wel met de heer De Hoop eens dat we de grondprijs echt serieus als factor moeten aanpakken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Leijen, die spreekt namens de fractie van D66.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter, dank. Ik ben blij dat ik van de vorige sprekers inhoudelijke plannen heb gehoord over hoe zij willen zorgen voor meer en betere woningen. Daar moeten wij als Kamer mee aan de slag, want daar zijn die woningzoekenden allemaal mee geholpen. D66 ziet grote kansen in wat lokaal al werkt. In Utrecht zien we wat het effect kan zijn van het schrappen van regels. Daar kunnen mensen die een woning willen delen met een paar anderen, dat ook makkelijk doen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Nederland een groot woningtekort is en dat het efficiënter benutten van de bestaande woningvoorraad noodzakelijk is;
overwegende dat woningdelen een laagdrempelige en effectieve manier kan zijn om meer mensen te huisvesten binnen de bestaande woningvoorraad;
overwegende dat het wenselijk is om woningdelen landelijk te stimuleren en te vereenvoudigen, onder andere door het verminderen van regeldruk;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het Utrechtse model, waarbij woningdelen met maximaal drie personen zonder omzettingsvergunning is toegestaan, landelijk kan worden ingevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 1416 (32847).
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie de heer Mooiman staan, maar volgens mij doet hij gewoon aan extra beweging. Dat is altijd goed. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van der Plas. Zij spreekt namens de fractie van de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Wij vragen al ruime tijd aandacht voor mensen die permanent wonen op een recreatiepark. Zij zitten daar niet uit luxe, maar uit pure nood, omdat zij geen betaalbare of beschikbare woning kunnen vinden. Er zijn nog steeds berichten van mensen die in deze situatie zitten. Hun verhalen zijn schrijnend. Ondanks de oproep van minister Keijzer blijven gemeenten handhaven. Ik heb dan ook een motie hierover. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen door het woningtekort noodgedwongen permanent in recreatiewoningen wonen;
constaterende dat deze bewoners, ondanks hun langdurige verblijf, geconfronteerd worden met dreigende uitzettingen en dwangsommen;
overwegende dat het onacceptabel is dat mensen zonder alternatief op straat dreigen te belanden;
verzoekt de regering om opnieuw gemeenten met klem op te roepen per direct te stoppen met handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen;
verzoekt de regering de instructieregel voor het zomerreces in werking te laten treden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1417 (32847).
Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Flach, gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Ik ken ook de verhalen van mensen die zo op vakantieparken leven. In heel veel gemeenten kan dit een prima oplossing zijn. Is mevrouw Van der Plas zich er ook van bewust dat er parken zijn waar er sprake is van een hoge mate van ondermijning en waar niet aan het bouwbesluit wordt voldaan? Kortom, dat zijn parken waar het gewoon heel abominabel wonen is en waar er grote vraagstukken zijn op het vlak van veiligheid, omdat er maar één ontsluitingsroute is. Zou het niet veel beter zijn als we dit gewoon aan de gemeente laten? Per gemeente wordt dan beslist: op dit vakantiepark kan permanente bewoning wel en op dat andere kan het niet, gezien de omstandigheden. Als je dit overal toestaat, krijg je toch een chaos?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, ik weet niet of er een chaos ontstaat. Ik zie gemeenten ook onjuistheden opschrijven in e-mails. De gemeente Urk geeft bijvoorbeeld aan dat er nog gestemd moet worden over de instructieregel. Dat klopt helemaal niet. De veiligheid staat natuurlijk altijd voorop, zeker! Maar waar er onveilige situaties zijn, kan er gewoon worden gehandhaafd op die onveilige situaties. Dat kan nu ook gewoon. Wij horen van bewoners in recreatiewoningen dat er heel schrijnende situaties zijn. Diezelfde geluiden krijgt de heer Flach ook. Mensen worden geconfronteerd met dwangsommen van tienduizenden euro's. Er liggen boa's in de bosjes, die verslag gaan doen van wat de mensen binnen allemaal aan het doen zijn, bijvoorbeeld: deze mensen drinken een rode vloeistof op de bank. Dat moeten we gewoon niet willen. De voormalige minister van Wonen, mevrouw Keijzer, is heel duidelijk geweest over de instructieregel. Die moet zo snel mogelijk, voor de zomer, ingaan.
De heer Flach (SGP):
Ik ben benieuwd of mevrouw Van der Plas weleens werkbezoeken heeft gedaan met de stichting Vitale Vakantieparken. De minister heeft toegezegd dat te gaan doen. Ik heb dat zelf ook een keer gedaan. Dan zie je heel andere schrijnende taferelen. Dan zie je echt ondermijning, mensen die met illegale prostitutie op dat soort parken zitten. Als je daar niet meer op kan handhaven, leidt dat tot grote problemen. Dan heb ik het nog niet eens over het Bouwbesluit, de veiligheid ten aanzien van ontsluiting, enzovoorts. Kortom, het is volgens mij een recept voor ellende als je iets op landelijke schaal verbiedt en daarop moet handhaven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik neem voor kennisgeving aan wat de heer Flach zegt. Ik heb ook gezegd dat er nu al gehandhaafd kan worden op veiligheid en ondermijning. Dat moet gewoon goed in de gaten gehouden worden. Wij zijn er natuurlijk niet voor dat er allerlei schimmige en criminele dingen gebeuren, maar wij komen wel op voor de vele duizenden mensen in een recreatiewoning die nu geconfronteerd worden met schrijnende praktijken, met name vanuit de gemeente op het gebied van handhaving.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Flach (SGP):
We zijn het niet helemaal eens geworden, maar wellicht is mevrouw Van der Plas bereid om mee te gaan met de minister op dat werkbezoek om ook eens even de andere kant goed te bekijken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. Ik ben zeker al op werkbezoeken geweest, maar ik doe dat graag nog een keer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Clemminck.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, want ik was nog niet klaar.
De voorzitter:
O, excuus. Ik dacht: u heeft één motie. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Ik zou de minister toch willen vragen om een reactie op het statement van The Guardian. Het verhaal was dat The Guardian een soort van knip-en-plakwerk had gedaan met de citaten van de minister over schaarste, de militaire uitzendingen en de douchemuntjes. The Guardian heeft nu een statement uitgegeven dat dat volstrekt niet het geval is, dat ze bandopnames hebben en dat wat in The Guardian heeft gestaan over dat verhaal, een volstrekt juiste weergave is van het gesprek. De minister heeft vanmorgen ook een brief gestuurd met een uitleg en gezegd dat ze lering gaat trekken uit wat er deze week is gebeurd. Ik zou willen vragen of de minister daar zo meteen op wil ingaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu wel luisteren naar de heer Clemminck, die spreekt namens de fractie van JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dakloosheid is een groot probleem in Nederland. Het is moeilijk te tellen, maar de beste inschattingen geven aan dat ongeveer de helft van de daklozen in Nederland bestaat uit buitenlanders. In de grote steden loopt dit percentage makkelijk op naar zo'n 60% tot 70%. Een groot deel daarvan bestaat uit werkloze arbeidsmigranten. Vaak hebben ze een verslaving en zorgen zij voor veel overlast en criminaliteit. Tegelijkertijd mogen we onze ogen nooit sluiten voor de schrijnende situaties waarin deze dakloze arbeidsmigranten verkeren.
De Rotterdamse aanpak van het college daar, van Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK, is uiterst succesvol om deze dakloze arbeidsmigranten terug te sturen naar het land van herkomst. Het aantal EU-migranten in Rotterdam dat verplicht werd teruggestuurd, is de afgelopen vijf jaar met 80% gestegen. Vorig jaar keerden 256 arbeidsmigranten vrijwillig terug naar het land van herkomst, een stijging van 51%. Afgelopen week zag ik dat gemeenten als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis de Rotterdamse aanpak van Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK graag willen overnemen. Vandaar mijn motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel gemeenten te maken hebben met een groeiende groep dakloze arbeidsmigranten zonder werk, inkomen of huisvesting;
constaterende dat dit leidt tot druk op gemeentelijke voorzieningen en tot overlast en onveiligheid in de openbare ruimte;
overwegende dat de gemeente Rotterdam een aanpak heeft ontwikkeld waarbij dakloze arbeidsmigranten actief worden benaderd en, indien er geen perspectief is op werk en verblijf in Nederland, worden begeleid naar terugkeer naar het land van herkomst;
verzoekt de regering te onderzoeken of de Rotterdamse aanpak, inclusief het actief inzetten op remigratie wanneer arbeidsmigranten geen perspectief hebben op werk en verblijf in Nederland, landelijk kan worden toegepast;
verzoekt de regering de Kamer uiterlijk in juni te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 1418 (32847).
Dank u wel. Dan gaan wij tot slot luisteren naar de heer Mooiman, die spreekt namens de fractie van de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik nog een vijftal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis naar bouwleges blijkt dat de kosten in een aantal gemeenten zeer hoog zijn en dat deze tussen gemeenten sterk verschillen;
overwegende dat bouwleges volgens het kostendekkingsprincipe niet bedoeld zijn om extra inkomsten voor gemeenten te genereren;
overwegende dat voorkomen moet worden dat hoge bouwleges een belemmering vormen voor woningbouw;
verzoekt de regering gemeenten op te roepen terughoudend te zijn met het verhogen van bouwleges, deze te baseren op het kostendekkingsprincipe en te voorkomen dat de hoogte van bouwleges de woningbouwopgave belemmert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1419 (32847).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 24 doorbraaklocaties voor woningbouw zijn aangewezen en dat deze locaties zijn geselecteerd uit een bredere groep van mogelijk kansrijke locaties;
overwegende dat het voor het aanpakken van de wooncrisis van belang is dat zo veel mogelijk woningbouwlocaties tot ontwikkeling komen;
overwegende dat inzicht in de redenen waarom andere potentiële doorbraaklocaties niet zijn geselecteerd kan bijdragen aan het alsnog benutten van deze locaties;
verzoekt de regering de Kamer een overzicht te doen toekomen van de niet geselecteerde doorbraaklocaties, met per locatie een toelichting waarom deze niet is aangewezen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1420 (32847).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten hun eigen beleid hanteren bij de toepassing van de Wet Bibob, waardoor investeerders in woningbouwprojecten met verschillende procedures en eisen tussen gemeenten te maken krijgen;
overwegende dat onnodige verschillen in de toepassing van Bibob-procedures de voortgang van woningbouwprojecten kunnen vertragen;
overwegende dat meer uniformiteit en duidelijkheid in de toepassing van Bibob bij woningbouwprojecten kan bijdragen aan snellere woningbouw;
verzoekt de regering in samenwerking met gemeenten en andere relevante partners te komen tot landelijke richtlijnen of een modelaanpak voor een meer uniforme en vereenvoudigde toepassing van de Wet Bibob bij woningbouwprojecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1421 (32847).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het vorige kabinet de Ladder voor duurzame verstedelijking voor woningbouw heeft geschrapt;
overwegende dat het onwenselijk is wanneer provincies beleid ontwikkelen dat dient ter vervanging van de Ladder voor duurzame verstedelijking;
verzoekt de regering provincies op te roepen geen alternatief of vervangend beleid te ontwikkelen dat hetzelfde doel of dezelfde werking heeft als de geschrapte Ladder voor duurzame verstedelijking bij woningbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1422 (32847).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de landelijk gelegen gemeente Kaag en Braassem kleinschalige woningbouw wil realiseren in de dorpen Rijpwetering en Oud Ade, maar dat dit wordt bemoeilijkt door de Provincie Zuid-Holland;
overwegende dat er groot lokaal draagvlak is voor genoemde woningbouw, aangezien het een onmisbare bijdrage levert aan het behouden van de leefbaarheid en vitaliteit van deze kleine kernen;
verzoekt de regering met de provincie Zuid-Holland in gesprek te gaan over woningbouwprojecten Straathof te Rijpwetering en Zuidrand te Oud Ade in de gemeente Kaag en Braassem, teneinde een doorbraak te forceren voor deze woningbouwprojecten, en hiertoe zo nodig instrumentarium in te zetten;
verzoekt de regering er tevens zorg voor te dragen dat de provincie Zuid-Holland haar beroep tegen het woningbouwplan in Rijpwetering intrekt en gezamenlijk te komen tot een oplossing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis, Claassen en Clemminck.
Zij krijgt nr. 1423 (32847).
Ik wilde u bijna de bokaal voor snellezen overhandigen, tot de laatste motie. Maar dank u voor uw bijdrage. We zijn aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven ruim zeven minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de moties en de voorbereiding voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik schors ruim zeven minuten.
De vergadering wordt van 11.03 uur tot 11.11 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Staat van de Volkshuisvesting. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik kijk ook even naar de klok, dus ik wil, om de vaart er een beetje in te houden, voorstellen om één interruptie per indiener van een ingediende motie toe te staan. Dat zegt niks over de vragen die gesteld zijn, mevrouw Beckerman; ik zie u al signalen geven. Ik geef de minister graag het woord. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 1408 over de Wet betaalbare huur ontraad ik. Ik zie dat er op dit moment veel particuliere huurwoningen worden verkocht. Daar ben ik zeker niet blind voor. De optimalisatie betreft zorgvuldig afgewogen aanpassingen die ongeacht de uitkomst van de evaluatie verstandig zijn. Daarom ontraad ik deze motie. Uiteraard volgt in 2027 een gedegen evaluatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1408 wordt ontraden. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang, meneer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind de appreciatie moeilijk te rijmen met het feit dat ditzelfde kabinet heel terughoudend is om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld als het gaat om de betaalbaarheid van de auto of de energierekening; dat is, zegt het kabinet, omdat "we in deze onzekere tijd even niet te snel aanpassingen moeten doen in het verlagen van lasten", maar ondertussen gaat het kabinet wel op korte termijn de lasten op het gebied van de huren verhogen. Is deze minister het dan niet met me eens dat je ook op het vlak van het verhogen van lasten even na moet denken en de internationale situatie mee moet nemen, omdat die misschien toch reden geeft om niet in april de Wet betaalbare huur aan te passen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Op dit moment is al duidelijk dat de wet op verschillende punten knelt. Daar ga ik met de optimalisatie iets aan doen, zonder afbreuk te doen aan de wet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1408 blijft ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1409 van de heer Grinwis krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1409 krijgt oordeel Kamer. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 1410.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1410 ontraad ik. Vorig jaar heeft uw Kamer uitgebreid met mijn voorganger gewisseld over een huurbevriezing. Toen is ook duidelijk geworden dat die zonder compensatie, waarvoor deze motie geen dekking levert, desastreuze gevolgen heeft voor de investeringscapaciteit van woningcorporaties. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1410 wordt ontraden. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 1411.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1411 is overbodig. Voor alle huursegmenten hebben we met Aedes maximale huurstijgingen vastgelegd. Hiermee borgen we betaalbaarheid voor huurders en geven we verhuurders zekerheid. Een extra plan is daarmee overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1411 krijgt de appreciatie overbodig. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 1412.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1412 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1412 krijgt oordeel Kamer. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 1413.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1413 is ontijdig. Het investeringsklimaat staat onder druk en ik begrijp dat de heer Nobel net als ik op zoek is naar maatregelen om dit te verbeteren. Zoals u weet, werk ik op dit moment aan een optimalisatie van de Wet betaalbare huur. Daarover informeer ik uw Kamer in april. Daarnaast is het breder verbeteren van het investeringsklimaat ook onderdeel van de Taskforce Versnelling Woningbouw. Deze motie is daarom op dit moment ontijdig. Daarom doe ik de suggestie om de motie aan te houden tot ik in april mijn brief over de optimalisatie heb gestuurd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1413 krijgt de appreciatie ontijdig. Nou rende de heer Grinwis harder, maar ik wilde voor de volgordelijkheid toch eerst de heer Nobel het woord geven, omdat het over de motie op stuk nr. 1413 gaat. Dan gaan we terug naar waarvoor de heer Grinwis aan kwam rennen. Gaat uw gang.
De heer Nobel (VVD):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb de beantwoording zo beluisterd dat de minister straks in april niet alleen naar dingen gaat kijken, maar ook echt de wet op punten gaat aanpassen om het negatieve effect dat die Wet betaalbare huur heeft ongedaan te maken. Heb ik dat goed verstaan?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat heeft de heer Nobel goed verstaan.
De voorzitter:
De minister knikt van ja. Meneer Grinwis, over welke motie gaat het?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Over deze, want die heb ik eerder ook ingediend, en die is aangenomen, althans een vergelijkbare motie. Die is aangenomen bij de behandeling van de Wet betaalbare huur. Kan ik er dan van uitgaan dat, hoewel de minister deze motie ontijdig vindt, er in de geest van die vorige, aangenomen, motie wordt gehandeld? Ik maak me daar namelijk wel wat zorgen over, want dit was best wel een cruciaal punt bij de behandeling van de Wet betaalbare huur.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We gaan zorgvuldig om met eerder aangenomen moties. Dat zal ook blijken in de brief die in april komt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de motie op stuk nr. 1415.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1415 krijgt oordeel Kamer. Momenteel ben ik gesprek met de sector over maatwerk bij hypotheekverstrekking. Hierbij kijk ik naar de mogelijkheden van een pilot, maar ook naar andere mogelijkheden. Ik hou graag alle opties open en ik kom erop terug.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1415 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 1416.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1416: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1416 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 1417.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1417 wordt ontraden. In het coalitieakkoord staat dat we permanente bewoning willen toestaan. Dat vraagt wel om uitvoerbare oplossingen. Daar doen we onderzoek naar. Ik kom hier begin april in een beleidsbrief op terug. Ik verwacht dat gemeenten altijd zorgvuldig handelen en in deze tijden van woningnood voorkomen dat mensen op straat belanden. Ik kan niet vragen om nooit over te gaan tot handhaving.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1417 krijgt de appreciatie ontraden. Mevrouw Steen, over welke motie van uzelf wilt u een vraag stellen?
Mevrouw Steen (CDA):
Ik had eigenlijk een vraag over de motie op stuk nr. 1416.
De voorzitter:
Ik had net voorgesteld om alleen vragen te stellen over moties die je zelf hebt ingediend, of — ik was net iets te amicaal — "die u zelf heeft ingediend". Ook gelet op de tijd en op het debat dat eigenlijk nu al plaats had moeten vinden wil ik hier eigenlijk geen ruimte voor geven. Dat geldt ook voor de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Mag ik daar een punt van orde over maken?
De voorzitter:
U mag altijd een punt van orde maken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit namelijk niet helemaal in lijn met het regeerakkoord. Als dat zo is, vind ik eigenlijk dat er wel ruimte voor zou moeten zijn om daar een vraag over te stellen.
De voorzitter:
Maar als ik dit toe ga staan, dan zijn we zo meteen heel veel verder in de tijd, denk ik. Ik verwacht namelijk nog een aantal andere vragen, en ik wil ook dat de collega's die nu al in de gangen klaarstaan zo meteen aan hun debat kunnen beginnen. Dus wat mij betreft gaan we door met de motie op stuk nr. 1418.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1418 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1418 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1419 ontraad ik. In algemene zin is het aan gemeenten om de hoogte van bouwleges te bepalen. Die komen op democratische wijze tot stand door besluitvorming in de gemeenteraden. Idealiter zijn deze zo laag mogelijk, aangezien ze de kosten van de nieuwbouwwoningen verhogen. Ik roep gemeenten op deze zo laag mogelijk te houden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1419 krijgt de appreciatie ontraden. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang.
De heer Mooiman (PVV):
Ik verbaas me toch over het oordeel over deze motie. De minister geeft aan dat ze de gemeenten al gaat oproepen om de leges kostendekkend of zo laag mogelijk te houden. Ik denk dat ze dan juist deze motie daarin kan meenemen en 'm van oordeel Kamer kan voorzien. We hebben het immers over een situatie waarbij sommige gemeenten €17.000 voor een vergunning rekenen, terwijl een andere gemeente voor dezelfde vergunning €300 rekent. Het lijkt me dus een serieuze zaak, waar ook de minister zich zorgen om moet maken.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar maak ik me ook zorgen over. Daarom kan ik wel toezeggen dat ik gemeenten ertoe ga oproepen, maar ik kan niet veel verder gaan dan dat.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 1420.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1420: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1420 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1421.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1421 krijgt oordeel Kamer als ik het mag lezen als "onderzoeken".
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indiener. Die zegt heel hard ja. Daarmee krijgt de motie de appreciatie oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1422.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1422: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1422 krijgt oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 1423.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1423: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1423 krijgt ook oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan zijn er nog drie vragen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Voorzitter. De vraag van de heer Flach van de SGP ging over in gesprek gaan met de vakantieparken. Ik ga zeker in gesprek met alle betrokken partijen, zoals ik eerder ook al heb toegezegd.
Voorzitter. Forum voor Democratie vroeg naar een reflectie op de demografische ontwikkelingen. Mijn reflectie ziet er als volgt uit: een aanzienlijk deel, 45%, ontstaat door groei van de bevolking, waarvan 95% komt door alle vormen van migratie. 25% ontstaat door het kleiner worden van huishoudens en 14% doordat sloop gecompenseerd moet worden. De oorzaak voor huishoudensverdunning is deels vergrijzing. Dat betekent dat er veel twee- een eenpersoonshuishoudens zijn.
Dan het verzoek van de BBB en de SP over het artikel in The Guardian. Daarover kan ik zeggen dat ik, zoals ook in de brief staat, op 12 maart op werkbezoek ben geweest in de provincie Utrecht. Het onderwerp van dat werkbezoek was netcongestie in relatie tot woningbouw. Daar zijn we over bijgepraat. Het ging over schaarste. In dat interview heb ik inderdaad gezegd dat er douchemuntjes in Afghanistan zijn gebruikt. Dat was onzorgvuldig. Dat had ik niet moeten doen. Dat betreur ik. Het was in de context van de vraag hoe mensen omgaan met schaarste. Daarvan zien we voorbeelden, waar dat gesprek ook over ging. Bij een camping heb je muntjes. Voor de telefoon heb je ook muntjes. Om het dan maar heel precies te maken: in mijn tijd in Afghanistan zat er een tijdslot op hoelang je naar huis kon bellen en een tijdslot op hoelang je kon douchen. Dat is niet goed uit mijn mond gekomen, maar wel goed in het artikel beland. Dat betreur ik, dat was onzorgvuldig en daar leer ik van.
De voorzitter:
Ik heb niet gezien wie er als eerste bij de microfoon was.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het was mijn vraag.
De voorzitter:
Maar ik ga nog steeds over de orde. U krijgt heel galant het woord van uw collega's, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is een beetje minister brekebeen aan het worden. In de korte tijd dat deze minister hier zit, moet er al zo veel worden teruggenomen. Via een woordvoerder is afgelopen week eerst gewoon nog een keer gezegd dat The Guardian het allemaal niet goed heeft opgeschreven, terwijl The Guardian zegt: we hebben het gewoon opgenomen en het klopt. Ook dat moet de minister nu alweer terugnemen. Ik word er een beetje moedeloos van, eerlijk gezegd.
De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag is als volgt. Er zijn nu zo vaak tegenstrijdigheden verteld; laat ik het zo noemen. De minister lijkt zich er nu toch wat makkelijk van af te maken. Ik vind het best ernstig dat er steeds dingen worden gezegd die niet kloppen en weer moeten worden teruggenomen, en dat er dan weer wat bovenop komt. Het is gewoon een ladder die steeds omhooggaat. Ik wil aan de minister vragen wat ze er zelf van vindt dat het steeds op deze manier gaat. Het klopt gewoon continu niet wat er gezegd wordt.
De voorzitter:
Ik ga alle leden de ruimte te geven hier een vraag over te stellen, maar ik stel ook voor om hier niet een apart debat over te voeren, ook vanuit mededogen met de collega's die nog staan te wachten. Ik vind dat ik hier ruimte voor moet geven, maar let dan ook op de bondigheid van de vragen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb gezegd dat ik zorgvuldiger met mijn woorden had moeten omgaan. Dat heb ik niet gedaan. Dat betreur ik. Daar leer ik van. Dat is de reflectie die ik mevrouw Van der Plas kan geven.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, kort alstublieft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben blij dat de minister zegt hiervan te gaan leren. Dat zullen we inderdaad zien. Ik vraag me gewoon af of deze minister de ernst van de situatie ook wel echt begrijpt, in plaats van dat ze alleen zegt: ik heb dit fout gezegd. Het is deze week namelijk gewoon een stapeling geweest.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik herken geen stapeling. Ik herken wel dat dit niet goed is gegaan. Zoals gezegd, betreur ik dat. Ik vind het heel vervelend dat ik mijn woorden onzorgvuldig heb gekozen. Dat had niet mogen gebeuren. Ik leer daarvan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, dit telt niet als een interruptie. Ik heb een inhoudelijke vraag gesteld. Die is niet beantwoord. De minister heeft in dat artikel aangeven dat we soberder moeten leven. Mijn vraag was: wie moet er luxe inleveren? Ik hoop dat deze vraag niet geteld wordt als interruptie, want deze is gewoon gesteld in het debat.
De voorzitter:
U heeft groot gelijk.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mijn excuses voor het niet beantwoorden van uw vraag. Dit hele bezoek ging niet over inleveren. Dit bezoek ging erover dat je aan de ene kant kijkt naar een groot eiland waarop deze gemeente een hele grote woningbouwlocatie zou kunnen ontwikkelen en dat je aan de andere kant een netcongestietekort ziet. Dit gaat over de vraag hoe je dit met elkaar oplost als de doelstelling "meer huizen bouwen" is. We moeten met elkaar slimme oplossingen verzinnen voor hoe we dat tot stand brengen. Uiteindelijk moet het gaan over voldoende woningen waarbij mensen gewoon gebruik kunnen maken van energie en elektriciteit. Ik sluit daarbij aan bij de campagne die erover gaat dat de knop om moet. Daarbij vragen we mensen om op andere momenten, buiten de piekbelasting, gebruik te maken van het stroomnet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dit is wel het punt, want het hele artikel ging over soberder leven en luxe inleveren. Mijn vraag was: wie moet dat doen? Ik zie een kabinet dat een politieke keuze maakt. Aan de ene kant krijgen de hoogste inkomens er hypotheekrenteaftrek bij; die gaan erop vooruit. Aan de andere kant is er te weinig geld vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare woningen. Dan zien we een interview met de minister, die zegt: we moeten soberder leven en luxe inleveren. Wie moet dan inleveren? Dat is een politieke keuze. Erkent de minister dat zij een politieke keuze maakt door aan de ene kant villa's te subsidiëren en aan de andere kant tegen andere mensen te zeggen: minder kamers, minder energieverbruik, kleinere woningen? Waarom maakt dit kabinet weer deze politieke keuze?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik in mijn brief heb geschreven, ben ik onzorgvuldig geweest in mijn woorden. Dat had ik niet moeten doen. Tegelijkertijd vraagt u aan mij: waar gaat het over? Dat "soberder" staat in relatie tot het bouwen. We kijken naar het delen van woningen, naar het splitsen van woningen en naar het beter gebruikmaken van reeds bestaande bouw. Dit gaat uiteindelijk enkel en alleen over mijn eigen opgave, de woningopgave; daar gingen het gesprek en het werkbezoek ook over. Nogmaals, ik ben onvoldoende zorgvuldig geweest in het kiezen van mijn woorden. Dat is niet goed. Dat vind ik niet goed. Dat betreur ik; dat heb ik ook in een brief geschreven. Dat zeg ik hier ook. Ik leer daarvan.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De minister zegt: ik ben onzorgvuldig geweest in mijn woorden. Tegelijkertijd laat zij ook doorschemeren dat dit gewoon beleid wordt. We zagen het met Sigrid Kaag, die zei: we worden collectief een beetje armer. En wat gebeurde er? De rijken werden rijker en de armen werden armer. Deze minister zegt: we moeten luxe inleveren. Ze komt met beleid waarmee de lage inkomens en de middeninkomens daadwerkelijk luxe moeten inleveren. Nogmaals mijn vraag: waarom maakt ze die keuze? Waarom kiest ze ervoor om aan de ene kant de hoge inkomens meer te geven — denk aan de grote verkiezingsbelofte om de hypotheekrenteaftrek aan te pakken — en aan de andere kant te weinig geld te reserveren om de wooncrisis echt op te lossen? Waarom maakt ze die keuze? Het is geen foute woordkeuze; het is een foute beleidskeuze.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit gaat er uiteindelijk over dat er meer woningen van verschillende formaten en voor verschillende doelgroepen nodig zijn. Daar hebben we al verschillende debatten over gevoerd. Ik heb verschillende toezeggingen gedaan over hoe we daarnaar gaan kijken. Ik kan niet anders zeggen dan dat er woningen bij moeten. Dat weten we. Daar moeten we hard voor aan het werk.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het goed is dat de minister zegt: dit had beter gemoeten. Laat ik het een beginnersfout noemen. Dat gebeurt af en toe. Waar ik zelf nog wel een vraag over heb, is het volgende. De minister heeft dat interview gehad. Dat komt in de krant, dus waarschijnlijk ligt het eerst op het ministerie en ziet de bewindspersoon dat, of in ieder geval zien de mensen van communicatie dat. Daar komt dan wat uit. Maar in de eerste reactie in de Volkskrant zag ik dat vanuit VRO, vanuit het ministerie, werd gezegd dat de journalist verschillende quotes door elkaar gehaald zou hebben. Daarmee werd de journalist eigenlijk een beetje onder de bus gegooid. Dat vind ik wel problematisch. Heeft de minister of hebben haar mensen op het ministerie het interview gelezen voordat het in de Volkskrant stond?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, dat interview is niet van tevoren, voordat het is gepubliceerd, gelezen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Helder. Dan ga ik er ook van uit dat de mensen die gezegd hebben dat deze journalist het citaat geknipt zou hebben of dat het op een verkeerde manier tot stand is gekomen, dat ook niet gelezen hebben. Dan ga ik er eigenlijk van uit dat de minister ook richting de journalist nog een gebaar maakt en zegt: wat wij vanuit het ministerie gezegd hebben, namelijk dat het verkeerd was opgeschreven, was niet correct. Het gaat namelijk gewoon over een journalist. Het ministerie sprak alsof de journalist zomaar geknipt zou hebben. Dit verdient eigenlijk ook iets van een excuus of in ieder geval een signaal richting de journalist dat dit niet zo had gemoeten. Dat stond namelijk niet in de brief.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De woordvoerder heeft de context toegelicht aan de journalist van de Volkskrant. Die heeft het artikel niet gezien voordat het werd gepubliceerd. The Guardian had van tevoren ook al gezegd dat het dat niet zou doen; het is daar heel transparant over geweest. Ik heb haar zelf gebeld. Nadat u de brief heeft ontvangen, heb ik deze ook naar haar gestuurd. Zij weet ook dat ik daarin mijn eigen verantwoordelijkheid neem.
De heer Mooiman (PVV):
Dit punt is natuurlijk wel wat breder, omdat de minister vrij heftige beleidsvoornemens in het krantenartikel op heeft laten tekenen, of daar in ieder geval over heeft gesproken met de journalist. Mensen maken zich natuurlijk erg zorgen over die beleidsvoornemens. Ik vraag me af of de minister het gepast vindt om dat soort voornemens eerst via een internationale krant kenbaar te maken en de Kamer daarmee te passeren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, dat is niet gepast. Dat had anders gemoeten. Dat staat volgens mij ook in mijn brief. Dat heb ik net ook woordelijk herhaald. Dat was onzorgvuldig. Het was niet goed. Ik reken mezelf dat aan en betreur dat dit is gebeurd.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik dank de minister en de leden van de Kamer voor hun aanwezigheid. Ik schors de vergadering enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026
Voorzitter: Van Campen
Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026 (CD d.d. 24/03).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad. De datum is 30 maart 2026. Ik heet van harte welkom de minister en de staatssecretaris van het departement van LVVN; dat staat voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Voordat ik de heer Lohman het woord ga geven, wil mevrouw Ten Hove nog iets zeggen, zie ik.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Goedemorgen, voorzitter.
De voorzitter:
Goedemorgen!
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wil graag toestemming vragen om mee te doen aan het tweeminutendebat. Ik wil geen spreektijd, maar wel graag deelnemen.
De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan zetten we u erbij op de lijst.
Het woord is aan de heer Lohman voor zijn inbreng namens de fractie van het CDA.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De vraag naar eiwitten blijft wereldwijd stijgen. Het is van belang om te diversificeren wat betreft de bron van eiwitten: dierlijk, plantaardig, van land en uit zee.
Het CDA heeft hier gisteren tijdens het commissiedebat al aandacht voor gevraagd en wil dit punt, samen met D66 en GroenLinks-PvdA, nadrukkelijk ondersteunen en aanmoedigen.
Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat eiwitten van land en van zee essentieel zijn voor de voedselvoorziening, bodemkwaliteit en volksgezondheid;
overwegende dat de eiwitketen van teelt via industrie tot consument loopt en integraal moet worden benaderd om tot een toekomstbestendig en autonoom voedselsysteem te komen;
overwegende dat een samenhangende visie op eiwitten, zowel plantaardig als dierlijk, bijdraagt aan duurzaamheid, strategische autonomie, dierenwelzijn en verdienvermogen binnen de agrarische sector;
verzoekt de regering om een concrete en samenhangende visie op de eiwitketen uit te werken als onderdeel van de nationale voedselstrategie;
verzoekt de regering tevens om deze visie actief in Europees verband in te brengen en te bevorderen in het licht van de Europese voedselstrategie en de European protein strategy,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lohman, Podt, Vellinga-Beemsterboer en Bromet.
Zij krijgt nr. 1767 (21501-32).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik heb drie moties. Die luiden als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vanuit het European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF) middelen beschikbaar zijn gesteld voor de verduurzaming van de visserijsector;
overwegende dat de binnenvisserij nog niet in aanmerking is gekomen voor verduurzamingssubsidies;
verzoekt de regering zich actief in te zetten om ook voor de binnenvisserij toegang tot de EMFAF-middelen voor verduurzaming te verkrijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1768 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het vervangen van dierlijke mest door kunstmest binnen dezelfde stikstofgebruiksruimte geen verbetering van de waterkwaliteit oplevert;
overwegende dat kunstmest leidt tot extra fossiel energiegebruik en grotere afhankelijkheid van import van aardgas;
overwegende dat het benutten van dierlijke mest bijdraagt aan kringlooplandbouw, voedselzekerheid en minder afhankelijkheid van grondstoffen uit het buitenland, zeker in tijden van geopolitieke spanningen;
verzoekt de regering in Europees verband actief te pleiten voor meer ruimte voor het gebruik van dierlijke mest binnen de bestaande stikstofgebruiksnormen, ter vervanging van kunstmest in de vorm van een diversenpunt bij de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1769 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie een evaluatie uitvoert van het gemeenschappelijk visserijbeleid en daarbij expliciet ruimte biedt voor het voorstellen van alternatieven;
overwegende dat de huidige aanlandplicht in de praktijk voor de visserijsector niet uitvoerbaar is;
overwegende dat er binnen de sector behoefte bestaat aan werkbare en handhaafbare alternatieven voor de aanlandplicht;
verzoekt de regering om, in nauwe samenwerking met de visserijsector, de mogelijkheden voor werkbare alternatieven voor de aanlandplicht uit te werken en deze in te brengen bij de Europese Commissie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1770 (21501-32).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een fijne dag allemaal.
De voorzitter:
Dank u wel. U ook. Het beste gewenst. Dan is het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer voor haar inbreng namens D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen moties, maar nog wel een vraag. Gisteren bij het commissiedebat zei de staatssecretaris dat de verwachte Ocean Act bij de minister van IenW ligt. Nu kan ik me voorstellen dat de eindverantwoordelijkheid daar zit, maar ik wil de staatssecretaris toch graag op het hart drukken zich er wel flink mee te bemoeien. Vergelijkbaar met de taskforces waar dit kabinet mee werkt, raakt de Ocean Act aan natuurbescherming, energie, visserijbeleid, defensie, eilandgemeenschappen en nog veel meer. Daarom hoor ik graag een bevestiging van beide bewindspersonen dat zij actief meebeslissen over de Nederlandse inzet, bijvoorbeeld als het gaat om de relatie tussen bodemberoerende visserij en de natuurbeschermingsdoelstellingen van 30% in het oceaanpact. Graag een reactie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Den Hollander voor haar inbreng namens de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We zien dat er al een hele discussie over de Food and Feed Safety Omnibus is gevoerd, zelfs al voordat die officieel uitgekomen was, doordat er een lek was. We zien daar ook wel wat risico's in, omdat we ook echt wel zien dat er ook goede kanten zitten aan de Food and Feed Safety Omnibus. Maar we horen ook de zorgen die er zijn over bijvoorbeeld versnelde toelating en herbeoordeling. Daarom hebben wij een motie ingediend, waarvoor we brede steun in de Kamer hopen te krijgen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat versimpeling van wetgeving een goed uitgangspunt is, maar niet ten koste mag gaan van het veiligheidsniveau;
overwegende dat de huidige versie van het Omnibusvoorstel van de Europese Commissie geen impactassessment heeft en daardoor de impact moeilijker is in te schatten;
overwegende dat het nieuwe herbeoordelingssysteem voor werkzame stoffen ingrijpend wordt aangepast door risicogestuurd te worden en dat hierover zorgen bestaan of zo’n nieuw systeem wel veilig genoeg is;
overwegende dat dit niet mag leiden tot soepelere toetsing van schadelijke stoffen die hierdoor op de markt kunnen komen of in het milieu blijven;
verzoekt het kabinet:
- om zorg te dragen dat het Omnibusvoorstel niet tot versoepeling ten koste van veiligheid leidt;
- en er hierbij voor te zorgen dat het toetsingskader voor schadelijke stoffen niet wordt afgezwakt, zodat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu gehandhaafd blijft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander en Bromet.
Zij krijgt nr. 1771 (21501-32).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik voer even het woord in plaats van Van Duijvenvoorde, want die is verhinderd. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie bij de vaststelling van de totale toegestane vangst (TAC) binnen de door ICES geschetste bandbreedte heeft gekozen voor het meest conservatieve scenario, dat leidt tot een extreme krimp van 70% en een maximale TAC van slechts 174.357 ton;
constaterende dat andere kuststaten, te weten Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de Faeröer-eilanden, een veel pragmatischer ICES-scenario hanteren met een aanzienlijk hogere TAC van 299.010 ton, wat gelijk staat aan een krimp van slechts 48%;
overwegende dat deze eenzijdige Europese krimp leidt tot een volstrekt ongelijk speelveld, waarbij de Nederlandse pelagische visserij wordt geconfronteerd met een desastreuze quotumkorting van circa 69%, wat onze vloot en onafhankelijke voedselvoorziening in gevaar brengt;
verzoekt de regering om zich er in Europees verband hard voor te maken dat de EU daadwerkelijk overgaat tot het loslaten van het meest conservatieve scenario, en, ter bescherming van een gelijk speelveld voor onze vissers, de TAC bijstelt naar het minder negatieve ICES-scenario van 299.010 ton dat ook door de andere kuststaten wordt gehanteerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Russcher en Van Duijvenvoorde.
Zij krijgt nr. 1772 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie historisch een aandeel van circa 23% heeft in de makreelvangst;
constaterende dat Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de Faeröer in een eenzijdig akkoord buiten de EU om, 80% van de makreelvangst voor zichzelf opeisen, waardoor er slechts 20% overblijft voor de EU, Groenland en Rusland gezamenlijk;
overwegende dat deze kuststaten zich hiermee een onevenredig groot aandeel toe-eigenen ten koste van de Europese en Nederlandse visserij, en dat de EU hiertegen onvoldoende een vuist maakt;
verzoekt de regering om zich er in Brussel voor in te zetten dat de EU vasthoudt aan het historische aandeel van circa 23%, en, indien nodig, inzet op effectieve Europese maatregelen om dit aandeel af te dwingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Russcher en Van Duijvenvoorde.
Zij krijgt nr. 1773 (21501-32).
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Chris Jansen voor zijn inbreng namens de Partij voor de Vrijheid.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb geen moties, maar wel twee vragen voor beide bewindspersonen. Gisteren in het debat heb ik enigszins geprobeerd een uitspraak te ontlokken over het feit dat de PVV van mening is dat het Nederlands belang altijd boven het EU-belang gaat. Ik wil graag van beide bewindspersonen hier onomwonden horen dat zij die mening delen. Het Nederlands belang gaat altijd boven het EU-belang, omdat het niet altijd gelijke tred houdt. Graag een reactie.
Dan de tweede vraag. Gisteren was er natuurlijk een teleurstellend debat over onder andere de brandstofaccijnzen en de prijzen waar de mensen mee geconfronteerd worden. Ik wil graag van de bewindspersonen weten of ze dit onderwerp ook onder de aandacht willen brengen in de Europese Raad. Wij zijn vast niet het enige land dat hiermee te maken heeft. Ik zou graag willen weten hoe zij hiermee omgaan en hoe zij de vissers toch op de een of andere manier hierin tegemoet kunnen komen, want op deze manier krijgen we natuurlijk een verlenging van het probleem dat we deze week hebben gezien, namelijk dat de helft van de vloot gewoon niet eens meer kan uitvaren, omdat die anders verlies maakt. Graag ook daar een reactie op.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jansen. Ik schors tot 11:49 uur, dus dat is 5 minuten.
De vergadering wordt van 11.44 uur tot 11.49 uur geschorst.