Plenair verslag
Tweede Kamer, 47e vergadering
Woensdag 4 maart 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 4 maart 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Selibon
Selibon
Aan de orde is het tweeminutendebat Selibon (CD d.d. 12/02).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Selibon. Het commissiedebat heeft plaatsgevonden op 12 februari. Ik heet de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in vak K van harte welkom. Dan is het woord aan de heer Ceder, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens de fractie van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik feliciteer de nieuwe bewindspersonen. Vanwege de tijd ga ik gelijk over naar de moties. Die lees ik als volgt op.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bij Selibon verschillende milieunormen aantoonbaar zijn overschreden;
overwegende dat de Kamer ingestemd heeft met de motie van Ceder c.s. op stuk nr. 422 (22343) voor een structurele en toekomstbestendige oplossing voor de afvalproblematiek onder coördinatie van het ministerie van IenW;
overwegende dat omwonenden al langere tijd melding maken van gezondheidsklachten die mogelijk samenhangen met blootstelling aan schadelijke stoffen;
verzoekt de regering:
- om te onderzoeken hoe RIVM-monitoring ingericht kan worden zodat er continu luchtkwaliteitsmetingen plaatsvinden in de directe omgeving van Selibon Lagun;
- scenario's voor te bereiden om direct te kunnen handelen, waaronder bijvoorbeeld het vervroegd sluiten van Selibon, indien uit de metingen blijkt dat continuering van de situatie onverantwoord is;
- de resultaten openbaar te maken en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Heera Dijk, Tijs van den Brink en Tseggai.
Zij krijgt nr. 442 (22343).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de overheid verplicht is het voorzorgsbeginsel toe te passen wanneer ernstige gezondheidsrisico's niet kunnen worden uitgesloten;
verzoekt de regering om het Openbaar Lichaam Bonaire aan te sporen om, zolang onduidelijkheid bestaat over de gezondheidsgevolgen van Selibon Lagun, voor omwonenden een tijdelijk relocatieplan voor te bereiden voor direct getroffen bewoners,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Heera Dijk, Tijs van den Brink, Schilder, Den Hollander, Tseggai en Nanninga.
Zij krijgt nr. 443 (22343).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Nationale ombudsman stelt dat de situatie rond de illegale vuilstort bij Lagun op Bonaire onhoudbaar is en dat ingrijpen noodzakelijk is;
overwegende dat de Ombudsman expliciet stelt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat niet langer aan de zijlijn kan blijven en moet ingrijpen;
verzoekt de regering de aanbevelingen van de Nationale ombudsman over te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Tseggai en Schilder.
Zij krijgt nr. 444 (22343).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb nog twintig seconden, dus ik wil me toch even richten tot de nieuwe bewindspersonen. Ik hoop dat we met het aantreden van uw bewindspersonen er ook echt voor kunnen zorgen dat we dit grote onrecht, zoals ik het noem, eindelijk kunnen oplossen. Ik heb daar groot vertrouwen in. Dat de Kamer hier eensgezind in optrekt, blijkt uit de van links tot rechts breed ondersteunde moties. Ik hoop dan ook dat dit een aansporing is voor de ministeries om in actie te komen.
Dank u wel en bon dia.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Tseggai als tweede spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet zij namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ga uw gang.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen, bon dia. Welkom aan de nieuwe bewindspersonen. Ik sluit me van harte aan bij de laatste woorden van de heer Ceder. Ik wens u veel succes met uw mooie portefeuilles.
Ik heb twee moties vandaag, voorzitter. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al geruime tijd grote overlast is op Bonaire van branden op de afvalverbranding van Selibon en dat hierdoor de volksgezondheid, het leefmilieu en de natuur op Bonaire ernstig worden aangetast;
constaterende dat de Nationale ombudsman het kabinet oproept om in te grijpen en dat er breed draagvlak is om spoedig adequate maatregelen te nemen om deze onacceptabele situatie te beëindigen, maar dat er onvoldoende financiële middelen zijn voor een structurele oplossing;
van mening dat het zeer onwenselijk zou zijn wanneer een gebrek aan financiële middelen ertoe zou leiden dat de problemen nog langer voortduren;
verzoekt de regering om bij de Voorjaarsnota met voorstellen te komen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 445 (22343).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
De tweede motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er ook op Aruba en Curaçao uitdagingen zijn met de toekomstige afvalverwerking;
overwegende dat een goede samenwerking tussen Aruba, Bonaire en Curaçao kan bijdragen aan een structurele en duurzame oplossing voor de verwerking van afval;
verzoekt de regering om bij het vormgeven van een structurele oplossing voor de problemen bij Selibon te bezien hoe er samengewerkt kan worden met de regeringen van Aruba en Curaçao om tot een gezamenlijke toekomstgerichte afvalverwerking te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 446 (22343).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Schilder, die haar inbreng levert namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. U heeft mij nog minder tijd gegeven dan de rest, dus ik moet het helemaal snel doen. Van harte gefeliciteerd aan de nieuwe bewindspersonen. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Inspectie Leefomgeving en Transport vaststelt dat de situatie bij Selibon Lagun onverminderd zorgwekkend is en dat vergunningverlening, toezicht en handhaving structureel tekortschieten;
overwegende dat tijdens de eerdere indeplaatsstelling aantoonbaar voortgang werd geboekt, terwijl na terugkeer van de regie naar het lokale bestuur door bestuurlijk falen en onvermogen de uitvoering opnieuw stagneerde;
constaterende dat rijksfinanciering wordt ingezet zonder duidelijke regie, verantwoordelijkheid en afbakening;
overwegende dat de primaire verantwoordelijkheid voor afvalbeheer bij het Openbaar Lichaam Bonaire ligt en dat structurele rijksfinanciering moet worden voorkomen;
van oordeel dat voortzetting van lichtere interventies, gelet op de jarenlange stagnatie en risico’s voor volksgezondheid en milieu, onverantwoord is;
verzoekt de regering de verantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving rond Selibon Lagun, zolang sprake is van rijksfinanciering, onder directe rijksregie te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Schilder, Nanninga en Den Hollander.
Zij krijgt nr. 447 (22343).
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Die anderhalve minuut heeft niets met u persoonlijk te maken, maar met de interne afspraken die we hier met elkaar hebben voor fracties die zich hebben afgesplitst. Het woord is aan de heer Van den Brink voor zijn inbreng namens het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Goedemorgen, bon dia. Ook namens de CDA-fractie hartelijke felicitaties aan de bewindslieden. Veel succes en wijsheid gewenst.
Meneer de voorzitter. In het debat over Selibon op 19 februari waren we het eigenlijk allemaal wel met elkaar eens: de situatie rond de vuilstort moet zo snel mogelijk worden opgelost. Het kabinet kan niet anders dan het ongeduld van de Kamer hebben gevoeld. Tegelijkertijd was het kabinet ook heel duidelijk: "De verantwoordelijkheden liggen zoals ze liggen. In eerste instantie is het Openbaar Lichaam Bonaire aan zet. De Rijksvertegenwoordiger kan pas weer in stelling worden gebracht als de interventieladder is afgelopen." Ik snap dat het op die manier werkt. Tegelijkertijd is het ongeduld groot en kan er eigenlijk niet langer worden gewacht. Daarom wil ik de regering oproepen om zo snel mogelijk een plan te maken om te doen wat nodig is, zodra de mogelijkheid daarvoor bestaat.
Dat brengt mij tot de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de situatie bij Selibon Lagun al jarenlang ernstig is, maar nu steeds verder verslechtert;
constaterende dat het Rijk een bijzondere verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid, gezondheid en leefomgeving van de inwoners op Bonaire;
constaterende dat nu in actie komen niet kan, omdat de bevoegdheid bij het Openbaar Lichaam Bonaire ligt en de interventieladder nog niet volledig is doorlopen;
verzoekt de regering om alvast concrete plannen te maken om, zodra dat mogelijk is, te komen tot een oplossing, bijvoorbeeld door nu alvast een rijksprogramma op te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tijs van den Brink, Den Hollander en Ceder.
Zij krijgt nr. 448 (22343).
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb daarbij één aanvullende vraag. Zou het mogelijk zijn om te onderzoeken of daarbij dan ook Nederlandse expertise van Nederlandse gemeenten en bedrijven kan worden ingezet?
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Het woord is aan mevrouw Den Hollander, die haar inbreng zal leveren namens de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant felicitaties voor de nieuwe bewindspersonen. Zoals u nieuw bent in deze taak, ben ik ook nieuw als woordvoerder op dit dossier. Om mij voor te bereiden heb ik dan ook het debat van, volgens mij, 12 februari even teruggekeken. Daarin bleek wel hoe ernstig en ingewikkeld de situatie daar is. Daarbij heb ik ook alle begrip voor de democratische spelregels die er zijn. Als het lokale bestuur echter aantoonbaar zijn taak niet goed uitvoert, lijkt ingrijpen door de Rijksoverheid niet alleen nodig, maar ook onvermijdelijk. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook: wat heeft het kabinet nodig om tot een structurele oplossing te komen voor de problemen bij Selibon Lagun? Om te onderschrijven dat de samenwerking met deze Kamer belangrijk is, zijn we vandaag ook mede-indiener van drie moties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Dijk, als laatste spreker van de zijde van de Kamer.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Bon dia, goedemorgen. Van mijn kant ook welkom en felicitaties aan de nieuwe bewindspersonen. We hebben nu een nieuwe staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Dat zou dan toch dé perfecte combinatie in één bewindspersoon moeten zijn die ervoor gaat zorgen dat we de problemen rondom Selibon oplossen. Het hele debat hebben we natuurlijk gevoerd met de vorige staatssecretaris. Nu ben ik benieuwd wat deze bewindspersoon gaat doen. U bent nu verantwoordelijk voor het dossier Selibon. We kijken al jaren aan tegen die afvalberg, die zorgt voor vervuiling en giftige stoffen en ervoor zorgt dat mensen niet veilig kunnen wonen en heel veel overlast hebben. Eigenlijk voldoet het aan geen enkele wet of regel. Ik ben dan ook heel erg benieuwd wat u concreet aan actie gaat ondernemen, zodat we niet elk jaar hetzelfde debat gaan voeren.
Ik heb nog een aanvullende vraag. Ik heb begrepen dat Selibon naar Klimaat en Groene Groei en dus naar een andere bewindspersoon gaat. Ik heb daar nog niemand over gehoord, dus ik vroeg me af of daar kort antwoord op kan worden gegeven.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten. Daarna gaan we naar beantwoording en de appreciaties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording van de vragen en de appreciaties van de moties.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden voor hun inbreng. Ik weet dat het heel druk is, maar ik zou van tevoren toch het volgende willen zeggen. Het kabinet realiseert zich zeer dat dit een probleem is dat moet worden opgelost. Het betekent ook dat we echt in een heel rap tempo, conform de moties die zijn ingediend, een aantal stappen willen zetten. Dat gaan we uiteraard ook samen met Bonaire doen. Ik plaats er twee kanttekeningen bij. Er zijn drie departementen bij betrokken. Het openbaar lichaam is erbij betrokken. Dat gebeurt uiteraard met ieders verantwoordelijkheid, maar voor ons is het allerbelangrijkste dat er resultaten worden geboekt en dat we in juli kunnen zeggen dat de gezette stappen echt tastbaar zijn. Dat is echt het begin van de oplossing, die hard nodig is.
Er is één vraag gesteld. Dat was de vraag over de relatie tussen IenW en KGG. Zoals u weet, staat in het regeerprogram dat een stukje van de portefeuille van IenW, circulaire economie, naar KGG gaat. We zitten eigenlijk nog midden in de afhechting, in het overbrengen, dus dat duurt nog heel even. We zullen u daar uiteraard op tijd van op de hoogte stellen. Tot dat moment betekent het dat de staatssecretaris van BZK en ikzelf er samen aan trekken en ervoor willen zorgen dat er resultaten worden geboekt.
De voorzitter:
De moties.
Staatssecretaris Bertram:
Dan gaan we naar de moties; precies. De motie op stuk nr. 442 wordt oordeel Kamer. Dat is de motie over RIVM-monitoring. Daarover hebben we inderdaad gezegd dat het heel belangrijk is dat dat gebeurt. We willen dat uiteraard ook met het bestuurscollege bespreken. We willen daar echt concrete resultaten op boeken, dus wat ons betreft krijgt die oordeel Kamer.
Aan de motie op stuk nr. 443, over de Ombudsman, zouden we het oordeel "ontijdig" willen meegeven. We zitten namelijk midden in de gesprekken met de drie departementen en met het openbaar lichaam. We willen daar dus heel even de tijd voor hebben, maar het signaal dat de Ombudsman geeft, is zoals ik net al zei uitermate belangrijk. Geef ons dus heel even de tijd.
De voorzitter:
Wat is "heel even"?
Staatssecretaris Bertram:
We zitten in de komende maanden … Laten we zeggen dat rond de zomer het een en ander moet worden meegenomen in dat plan.
De voorzitter:
Is de heer Ceder bereid om de motie aan te houden? Een korte interruptie, meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij vraagt de Ombudsman niet het onmogelijke. De uitgangspunten zijn ook heel redelijk. Ik ga nog even overleggen met de indieners, dus ik houd de motie nog niet aan, vanwege de urgentie.
De voorzitter:
Dan geven we 'm voor nu de appreciatie "ontijdig" en zullen we zien wat u besluit.
Staatssecretaris Bertram:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 446, over een structurele oplossing en toekomstgerichte afvalverwerking, ook voor Curaçao en Aruba. Die geef ik oordeel Kamer. Uiteraard heeft Bonaire daarbij onze topprioriteit, maar daarbij kijken we ook naar de andere eilanden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 446: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Dan komt de motie op stuk nr. 447: ook oordeel Kamer. Die gaat over de vergunningen, het toezicht en de handhaving. Ik wil 'm zo interpreteren dat we dit in het proces invlechten waaraan we werken met het eilandbestuur. Het wordt dus geen apart instrument, maar krijgt een plek in het totaal van instrumenten.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Schilder non-verbaal instemmen. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 447 oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. O, u heeft nog een interruptie van mevrouw Dijk.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Een hele korte. Ik dacht: ik laat u netjes uitpraten. Als ik het goed begrijp, is er een overdracht tussen de ministeries.
Staatssecretaris Bertram:
Tussen de twee departementen ja, over circulaire economie. Circulaire economie gaat naar KGG. Daar zit afvalverwerking in. We zijn nu aan het bekijken hoe dat zich verhoudt tot toezicht, handhaving et cetera. Dat moet even minutieus bekeken worden, zodat er niks tussen wal en schip geraakt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Zodat er een soepele overdracht is ...
Staatssecretaris Bertram:
Zeker.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Ik wil ervoor waken dat we helemaal opnieuw beginnen. Het was eigenlijk meer een opmerking.
Staatssecretaris Bertram:
Ja, dat gaan we niet doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor twee resterende moties.
Staatssecretaris Van der Burg:
In mijn gedachten drie, voorzitter.
De voorzitter:
O, ik dacht dat u "twee" signaleerde naar mij.
Staatssecretaris Van der Burg:
Nee, ik doe de moties op de stukken nrs. 443, 445 en 448. En dan heb ik nog twee vragen waar ik nog even bij stil wil staan, voorzitter. De motie op stuk nr. 443: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 445 zou ik ook ingediend hebben als ik in de oppositie zat, maar u weet dat u daar "ontijdig" op hoort te krijgen, omdat wij dat natuurlijk gewoon bespreken op het moment dat wij als kabinet de Voorjaarsnota gaan bespreken, dus vooralsnog geef ik die het oordeel "ontijdig".
De voorzitter:
Dan moet ik vragen of mevrouw Tseggai de motie wil aanhouden.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp dat het kabinet het moet bespreken, maar de Kamer mag het kabinet toch iets meegeven? Wanneer zouden we deze motie dan moeten indienen volgens de staatssecretaris?
Staatssecretaris Van der Burg:
Het feit dat ik "ontijdig" zeg, betekent niet dat u er niet over kunt stemmen. Als u er een spreekt-uitmotie van had gemaakt, had ik er ook geen oordeel over gehad, maar ik moet 'm hier een oordeel geven, omdat het geen spreekt-uitmotie is. Als er had gestaan "spreekt uit dat de Kamer het kabinet meegeeft dat …", dan had ik er niet over geoordeeld. Maar nu moet ik 'm "ontijdig" noemen, want wij kunnen als kabinet niet vooruitlopen op de uitkomsten van de Voorjaarsnota.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Nee, maar mijn vraag was de volgende. De staatssecretaris vindt het ontijdig. Wanneer kan volgens de staatssecretaris de Kamer dan wel dergelijke verzoeken meegeven aan het kabinet?
Staatssecretaris Van der Burg:
Het komt door de formulering; dat is het ingewikkelde.
De voorzitter:
Neeneenee, mevrouw Tseggai, we doen dit gewoon netjes om de beurt. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ik kan deze motie geen ander oordeel dan "ontijdig" geven, omdat het kabinet zich niet kan uitspreken over wat er in de Voorjaarsnota moet komen te staan alvorens het kabinet daar intern in het kabinet over heeft gesproken en aan de Kamer een Voorjaarsnota heeft gepresenteerd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 445: ontijdig. Dan moet ik formeel vragen: houdt u de motie aan of brengt u 'm in stemming?
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik houd 'm niet aan.
De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 445 het oordeel "ontijdig".
Staatssecretaris Van der Burg:
De motie op stuk nr. 448 neem ik over, voorzitter.
De voorzitter:
Dan moet ik eerst even kijken of de Kamer akkoord is met het overnemen van de motie van de heer Van den Brink. Is de heer Van den Brink het daarmee eens? Ik zie dat dat het geval is.
De motie-Tijs van den Brink c.s. (22343, nr. 448) is overgenomen.
Staatssecretaris Van der Burg:
De heer Van den Brink had er ook nog een vraag over gesteld, namelijk over de expertise-inzet. Uiteraard, zou ik haast willen zeggen, doen we dat ook als het gaat om bijvoorbeeld de omgevingsdiensten en de VNG. Uiteraard gaan we dat doen.
Dan lag er ook nog een vraag van mevrouw Den Hollander. Ik ben op dit moment bezig om te kijken wat alle kosten zijn die hierbij horen. Dat is één. Twee: we hebben wel een vergelijk als we kijken naar Sint-Maarten, waar het tussen de 60 en 85 miljoen heeft gekost om dit met elkaar te regelen. Verder ligt er nog de, ik zou bijna zeggen "briljante", motie-Ceder/Van der Burg, die aangeeft dat wij voor de zomer moeten komen met een verhaal, inclusief wat het kost en alle ministeries daarbij.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.
Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Begrotingen Koninkrijksrelaties en BES-fonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (36800-IV).
Termijn inbreng
(Zie vergaderingen van 17 en 18 december 2025.)
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de derde termijn van de begroting Koninkrijksrelaties, met twee sprekers van de zijde van de Kamer. Ik wil graag als eerste het woord geven aan mevrouw Tseggai van de fractie van GroenLinks-PvdA. Ik wijs erop dat deze derde termijn vooral is ontstaan door een wisseling vanuit de Kamer en het kabinet, dus laten we niet al te veel interrupties op elkaar plaatsen.
De algemene beraadslaging wordt heropend.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai, u heeft het woord.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad vrij uitzonderlijk dat we een derde termijn doen bij een begroting, maar gelet op het feit dat er veel onduidelijkheid bleek te bestaan na de tweede termijn van de begroting, leek het mij en mijn zeer gewaardeerde toenmalige collega Eric van der Burg een goed idee om een derde termijn aan te vragen, om ervoor te zorgen dat we helderheid krijgen over de afspraken die gemaakt zijn tussen BZK en de BES-eilanden over onder andere de uitbreiding van de eilandsraden.
Ik heb dus een paar concrete vragen aan de nieuwe staatssecretaris. Allereerst heb ik de vraag: wat is er nu precies afgesproken tussen het kabinet en de BES-eilanden bij de inmiddels beruchte bijeenkomst op De Bilt? Ik blijf dat namelijk toch een vreemd verhaal vinden. Wat is er sindsdien gebeurd waardoor het kabinet besloot om eenzijdig de afspraken te wijzigen ten aanzien van de functie van de Rijksvertegenwoordiger? Waarom is ervoor gekozen om het wetsvoorstel over het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden uit het tijdpad te halen dat toen is afgesproken en alvast aan de Kamer te sturen? Is dit alleen maar omdat anders de verkiezingen van 2027 niet worden gehaald of zijn er nog andere redenen? Wanneer worden die andere afspraken die in De Bilt gemaakt zijn dan nagekomen door het kabinet?
Specifiek ten aanzien van de uitbreiding van de eilandsraden heb ik een aantal vragen. Wat is nu het huidige standpunt van Bonaire, Statia en Saba ten aanzien van deze wijziging? Zit er nog verschil tussen de colleges van de eilanden en tussen de standpunten van de eilandsraden zelf? Is er sinds de begrotingsbehandeling in december nog nader overleg geweest met de eilanden en, zo ja, wat heeft dit opgeleverd? Klopt het dat de €300.000 die gereserveerd is voor de drie eilanden te weinig is om de uitbreiding volledig te financieren? Ik zou graag antwoord willen van de staatssecretaris op deze vragen. Ik hoop dat we dan goed geïnformeerd kunnen stemmen over de begroting. Omdat het debat vandaag in één ronde gevoerd wordt, heb ik een motie die ik graag wil indienen, maar ik zie eerst een interruptie, geloof ik. Nee. Oké. Dan ga ik verder met de motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er middelen gereserveerd zijn voor de uitbreiding van het aantal leden van de eilandsraden en de eilandcolleges per 2027;
overwegende dat er signalen van de BES-eilanden zijn die aangeven dat deze middelen onvoldoende zijn om het aantal eilandsraadsleden en leden van de colleges uit te breiden omdat onder andere geen rekening wordt gehouden met het uitbreiden van de ondersteuning en de huisvesting;
verzoekt de regering om voor de plenaire behandeling van de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden te inventariseren welke middelen precies nodig zijn om deze wet goed uit te kunnen voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Ceder.
Zij krijgt nr. 50 (36800-IV).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Twee dingen. Ik zou graag de motie mee willen ondertekenen, als dat mag.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ja, bij dezen.
De voorzitter:
Dat noteren we.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank. In het verlengde daarvan heb ik nog een vraag. Ik heb ook twee amendementen ingediend, omdat ik heel graag zou willen dat we deze wet gewoon snel behandelen, omdat ik denk dat de eilanden erbij gebaat zijn als wij het democratische mandaat dusdanig uitbreiden dat er meer plekken in de eilandsraad beschikbaar zijn. We zien nu dat het gewoon knelt. U heeft de derde termijn van dit debat aangevraagd. Begrijp ik goed dat u zegt dat als de afspraken die gemaakt zijn tussen de Rijksoverheid en de eilandsraden gewoon worden nagekomen en daar comfort is, u ook bereid bent om die behandeling snel te laten plaatsvinden, waardoor we ervoor kunnen zorgen dat de verkiezingen in 2027 doorgaan met de uitbreiding? Dat is namelijk ook mijn insteek.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik snap deze vraag. GroenLinks-PvdA is zeker niet tegen het uitbreiden van het aantal eilandsraadsleden, maar ik heb in de vorige termijn van deze begroting geprobeerd te achterhalen waarom het per se voor 2027 moet. Zouden we het bijvoorbeeld niet nog een termijn kunnen uitstellen? Ik hoop dat ik daar nu een goed antwoord op krijg van de staatssecretaris. Dan ben ik bereid dat proces te versnellen. Maar ik wil dat het goed geregeld wordt, ook voor de eilanden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dijk als laatste spreker van de zijde van de Kamer tijdens deze derde termijn. Zij spreekt namens de fractie van D66.
Mevrouw Heera Dijk (D66):
Dank u wel. Eigenlijk heb ik dezelfde vragen als mijn collega van GroenLinks-PvdA, dus die zal ik niet herhalen. Voor mij is er ook heel veel onduidelijkheid. Ik weet nog dat ik toen advies heb gevraagd aan mijn collega, de heer Van der Burg. Ik vroeg: wat moeten we doen? Nu ben ik benieuwd wat zijn antwoord wordt, want ik wil het natuurlijk ook zorgvuldig doen en niet onnodig tijd verliezen. Ik probeer ook heel goed te luisteren naar de geluiden van de eilanden. Ik ben eigenlijk op zoek naar een antwoord op de vraag: moeten Bonaire, Saba en Statia nu alle drie of kunnen we ook maatwerk aanbieden? Ik hoop gewoon op wat meer reflectie en tegelijkertijd snelheid.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is er toch nog een spreker van de zijde van de Kamer. Dat is de heer Van den Brink, die ik het woord geef voor zijn inbreng namens de fractie van het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik had wat willen zeggen over de eilandsraden, maar daar zijn alle vragen al over gesteld, dus dat komt wel goed. Ik heb daarnaast nog één andere vraag. Tijdens ons werkbezoek aan Aruba in het voorjaarsreces constateerden we dat daar onrust is ontstaan rond een zin uit het coalitieakkoord. Dat betreft de zin: "Het Statuut vormt de basis voor de verhoudingen tussen de verschillende landen. Hierin wordt opgenomen dat de eilanden kunnen verklaren onafhankelijk te worden, als zij dat willen." Zou de staatssecretaris ons willen vertellen hoe hij deze zin interpreteert?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Een hele korte interruptie van mevrouw Tseggai. Kort.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had deze vraag eigenlijk ook, maar ik dacht: ik laat die even voor een andere keer. Het CDA heeft toch ook bij de onderhandelingen gezeten? Het staat toch in het regeerakkoord? Hebben de coalitiepartijen er dan niet goed over nagedacht voordat ze deze zin in het regeerakkoord zetten?
De voorzitter:
Kort dan, meneer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ja. Daar is ongetwijfeld goed over nagedacht. Ik ben daar niet bij betrokken geweest, dus ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dat op dit moment uitlegt.
De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen vijf minuten voor de beantwoording van de gestelde vragen en voor de appreciaties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Het is inderdaad wel een beetje vreemd om bij dit debat hier te staan, omdat wij in de tweede termijn aan het bespreken waren hoe we dit met de staatssecretaris zouden gaan doen. Gelukkig heb ik toen geen al te gekke dingen gezegd; dat helpt dan wel. Het ging oorspronkelijk ook over de vraag hoe het zat in het licht van het eventueel controversieel verklaren. Maar goed, controversieel verklaren kan sowieso niet meer, want er is een missionair kabinet ... "Met een uitstekende staatssecretaris", zo meldt GroenLinks-PvdA. Ik zeg dit nog maar even in de microfoon ...
De voorzitter:
Het staat opgenomen in de Handelingen!
Staatssecretaris Van der Burg:
... zodat het ook in de Handelingen is opgenomen; dat is sowieso goed. Kijk, de afspraken die in De Bilt zijn gemaakt, zijn vrij duidelijk en die heeft u als Kamer ook gehad. We zien echter dat mijn voorganger — en daarmee ik, want alles wat mijn voorgangers hebben gedaan, is nu van mij — daar specifieke uitbreiding uit heeft gelicht. Dat is gebeurd in het licht van 2027. We moeten tempo maken, anders kan het niet. Dat speelt ook mee bij de discussie over het controversieel verklaren, want door dat controversieel verklaren had 2027 niet meer gekund. En er was inderdaad discussie over wat te doen met de Rijksvertegenwoordiger. Doordat die discussie er was, is dit er nu uitgelicht. In De Bilt was namelijk de afspraak gemaakt waarbij mijn voorganger zei: daar wil ik het nog een keertje over hebben. Dat is dus de achtergrond van waarom deze wet hier nu specifiek voorligt.
Er wordt verschillend over gedacht door de drie eilanden. Statia is voor. Bonaire geeft aan wel voor te zijn, maar heeft bezwaar tegen het feit dat het in een aparte wet gebeurt, gezien het feit dat dit daarmee wordt uitgelicht. Bij Saba zitten bezwaren die meer inhoudelijk zijn. En dan lag er in dat licht nog een vraag van mevrouw Dijk: zou je niet moeten kijken naar maatwerk? Daar ben ik minder voor. We kennen natuurlijk wel maatwerk als het gaat om bijvoorbeeld gemeentes voor het aantal leden dat de gemeente heeft; Schiermonnikoog heeft er minder dan Amsterdam. En zo kun je ook kijken naar aantallen als het gaat om eilanden. Maar wat je niet moet doen, is zeggen dat we het wel gaan uitbreiden op Saba en niet op Bonaire en Statia, of nu wel op Saba en nu nog niet op die andere. Ik denk dat je daar wel één lijn in zou moeten trekken.
Overigens heb ik zelf nog niet met de eilandsraden gesproken. Ik heb al wel de gezaghebbers gesproken, maar nog niet de eilandsraden zelf. Die wil ik er zelf ook even over horen, ook om te kijken of, en zo ja hoe, ik de wet voortzet. Nu heeft u morgen uw indieningstermijn. Ik zou u in ieder geval ernstig willen vragen om dat in ieder geval wel door te zetten, want als u dit niet morgen zou doen of zegt "ik wacht eerst even af of Van der Burg de wet in deze vorm wil voortzetten", dan is de dodelijke datum van 2027 in gevaar, want dan moet het ook voor de zomer richting de Eerste Kamer. Dus zet u uw proces gewoon door. Ik ga dan zo snel mogelijk met de eilandsraden praten en kom er dan in ieder geval bij u op terug.
Sorry, voorzitter, ik was even aan het ademhalen omdat ik mevrouw Tseggai zag bewegen.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we een korte interruptie toestaan aan het einde van uw beantwoording.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja. Over die €300.000 is inderdaad discussie. Wij zeggen dat dat genoeg is. Daar wordt anders over gedacht op de eilanden, dus daar moeten we nog even goed naar kijken.
De heer Van den Brink stelde nog een specifieke vraag over het voornemen in het regeerakkoord over het wijzigen van het Statuut. Kijk, daar spelen twee dingen. Eén. Voor Aruba is het geregeld. Voor Aruba staat in het Statuut opgenomen dat Aruba kan uittreden, dus in die zin kunt u die zin in het coalitieakkoord zodanig lezen dat we dit gelijktrekken voor de andere twee landen Curaçao en Sint-Maarten. Tegelijkertijd erkennen wij als Nederland gewoon het zelfbeschikkingsrecht in den brede. Mocht een van de twee andere landen zeggen dat het wil uittreden, kan dat nu dus ook al, zelfs met een niet gewijzigd Statuut. Ik zie deze Kamer — beide Kamers, moet ik zeggen — dit niet blokkeren. Als het gebeurt, is het overigens niet alleen een zaak van Nederland, maar van alle landen. Naast Nederland zouden dus ook de andere twee landen moeten instemmen als een van de drie landen wil uittreden. Ik zeg erbij: zij hebben er geen behoefte aan, want zij blijven graag in het Koninkrijk. Dat hebben de drie premiers in hun gesprekken met mij ook al gemeld.
De voorzitter:
De motie.
Staatssecretaris Van der Burg:
Dan de motie op stuk nr. 50. Die krijgt van mij oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag twee interrupties, één van mevrouw Tseggai en één van de heer Ceder. Mevrouw Tseggai was eerst.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik had even een korte vraag over de gesprekken die de staatssecretaris gaat voeren met de eilandsraden. Zou hij daar misschien per brief op terug willen komen, en ervoor kunnen zorgen dat wij die brief hebben voor de behandeling van de wet?
Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Dat zou heel prettig zijn. Dank u wel.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vind het ingewikkeld dat de staatssecretaris in de lucht laat hangen of hij de wet gaat intrekken of niet. Als je hem intrekt, betekent dat namelijk de facto dat het aantal eilandsraadleden voor de volgende verkiezingen hetzelfde blijft, terwijl hierover in de Kamer, waar uiteindelijk het mandaat ligt om wetgeving voor te bereiden, anders gedacht wordt. De kans om wetgeving voor te bereiden wordt dus ontnomen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de staatssecretaris het met mij eens is dat, als het gaat om de inrichting van gemeentelijke overheden, en daarmee ook de BES-eilanden, het niet per se aan de eilandsraad is. Net zoals gemeenteraden kunnen zij wel geadviseerd en geconsulteerd worden, maar uiteindelijk is het aan de wijsheid van de Kamer om te kijken hoe we dat inrichten. Ik wil dit meegeven, omdat ik wil voorkomen dat wij een briefje krijgen dat er na een gesprek met de huidige vertegenwoordigers een keuze gemaakt wordt, waardoor wij vervolgens voor een voldongen feit gesteld worden, terwijl ik graag de behandeling in de Kamer zou willen …
De voorzitter:
Het is helder, meneer Ceder. Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard neem ik, in dit geval vier, democratisch gekozen organen serieus. Ik neem namelijk de drie eilandsraden serieus, maar uiteraard ook de Tweede Kamer. Daar ik staatssecretaris ben, is de Tweede Kamer voor mij daarin het hoogste orgaan, dus ik zal het serieus nemen. Maar ik heb in de tweede termijn van het debat ook gehoord dat ook voor een aantal Kamerfracties de mening van de eilandsraden uitermate belangrijk is. Daarom hadden we toen die discussie over het controversieel verklaren.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze derde termijn van de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 11.00 uur, waarna we verdergaan met de begrotingsbehandeling Defensie. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Begrotingen Defensie en Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (36800-X);
- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds voor het jaar 2026 (36800-K).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik vraag ook de staatssecretaris plaats te nemen, in vak K. U zit tegenwoordig aan die kant, meneer Boswijk. Het is nog even wennen misschien. Het staat u goed.
Aan de orde is de eerste termijn van de begroting van Defensie. In de eerste termijn zullen we sprekers van de zijde van de Kamer horen. Ik heet de minister en de staatssecretaris van Defensie van harte welkom. Er zijn veertien sprekers van de zijde van de Kamer. Ik vind het altijd mooi als we bij begrotingshandelingen goed de ruimte bieden voor interrupties en het aantal interrupties niet maximeren, maar ik zeg er wel bij: dat vraagt ook een bepaalde verantwoordelijkheid, namelijk dat we het kort houden. Ik kan u vertellen dat ik afgelopen nacht tot 1.45 uur de begroting van VWS heb voorgezeten. Dat heb ik natuurlijk met liefde gedaan, maar er waren fracties bij die 38 interrupties hadden. Dat hoeft niet, zeg ik er bij voorbaat bij. Enige terughoudendheid is dus prettig. Een onbeperkt aantal interrupties schept een zware verantwoordelijkheid, dus ik vraag u daar rekening mee te houden. Interrupties, vragen en antwoorden zijn kort en bondig, niet meer dan in drieën. Als het echt uit de klauwen loopt, zullen we er met elkaar misschien toch een dakje op moeten zetten, maar ik denk dat dat niet nodig is, omdat we er met elkaar uit gaan komen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Piri, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Allereerst wil ik de bewindspersonen heel veel succes wensen, met meteen in de eerste week een begroting in de Kamer. Heel specifiek spreek ik de heer Boswijk aan, met wie ik in de Kamer altijd heel fijn heb samengewerkt. Ik hoop vooral dat hij de Afghanistanmotie die we in de Kamer hebben aangenomen, niet vergeet. We hopen dat het nieuwe kabinet die voortvarend zal gaan uitvoeren.
Voorzitter. Ik begin met de investeringen in Defensie. Deze twee bewindspersonen kunnen hier met een grote glimlach zitten, want dit is het enige ministerie in Den Haag waar fors in geïnvesteerd gaat worden. Laat ik duidelijk zijn: mijn fractie steunt de investeringen in Defensie, maar we hebben wel grote problemen met de financiële keuzes die dit kabinet maakt — dat zal de bewindspersonen niet verrassen — omdat wij ervan overtuigd zijn dat het draagvlak dat zo nodig is voor deze investeringen, op deze manier ernstig ondermijnd kan worden. Dan bedoel ik natuurlijk dat tegenover deze investeringen hele, hele zware bezuinigingen staan op zorg en sociale zekerheid. Dat ondermijnt het draagvlak. Denk bijvoorbeeld ook aan de vrijheidsbijdrage. We hebben er al eerder bij stilgestaan, mijn fractie ook, dat die, niet op progressieve manier, alleen maar wordt gevraagd aan de werkende mensen en niet aan de allerrijksten, en ook nog eens op zo'n manier dat de ministers letterlijk minder hoeven bij te dragen dan de conducteur of de schoonmaker.
Laten we eens kijken naar het hele domein van het buitenland. Vroeger waren we als Nederland trots op de 3D's: development, diplomacy en defence. Het lijkt nu slechts één D geworden te zijn: er zijn alleen nog maar investeringen in defensie; de andere takken worden weggelaten. Laat duidelijk zijn dat het voor mijn fractie een prioriteit is om te investeren in Europa. Ik hoor dan ook graag van het kabinet welke keuzes het maakt. Is de keuze het opvullen van de gaten binnen de NAVO of is de keuze — dat hoopt mijn fractie — om fors te investeren in Europese samenwerking? De EU-landen steken per jaar gezamenlijk 381 miljard euro in defensie. Volgens mij zijn we er allemaal van overtuigd dat dat geld efficiënter besteed kan worden. Volgens mij zijn we allemaal op zoek naar Europese autonomie en niet naar nationale autonomie. Wat dat betreft was ik ook enigszins verrast door het voorstel in het coalitieakkoord om te kijken naar het Amerikaanse DARPA-model. Het lijkt me heel goed om dat op Europees niveau te doen, maar wat gaan we daar qua schaal aan doen in Nederland? Als het gaat om 10% van het Defensiebudget, is mijn vraag of die ook uit de Defensiebegroting komt of ergens anders vandaan. Het lijkt me goed om het kabinet om een apart debat en een aparte brief te vragen.
Dan SAFE-2. Nederland heeft besloten om niet deel te nemen aan SAFE-1, terwijl je daarmee, even los van hoe je dat doet met leningen, juist die samenwerking met Europese partners kan vinden. Binnenkort komt SAFE-2 en ik ben benieuwd of het kabinet voornemens is om daar wel aan deel te nemen.
Ook de MFK-discussie speelt in Europa. Von der Leyen heeft gezegd dat ze 131 miljard — ik hoor dat het waarschijnlijk nog hoger wordt — wil investeren in defensie. Ik hoop te horen van dit kabinet dat het daar welwillend tegenover staat.
Het tweede punt dat voor mijn fractie natuurlijk van belang is, is het goed besteden van belastinggeld. Er is een angst dat er vooral een soort bestedingsdrang komt. De vraag die altijd voorop zal moeten staan, is: hoe dragen die extra investeringen in defensie op korte termijn bij aan nationale en Europese capaciteitsversterking en aan die binnen de NAVO?
Daar komt natuurlijk ook het volgende bij. Als we niet opletten met belastinggeld, kan er ook sprake zijn van overmatige winsten in de defensie-industrie. Er is hier in de Kamer eerder een motie aangenomen … Het vorige kabinet heeft die met een net briefje van de minister van Financiën eigenlijk weer opzijgelegd, maar dit blijft wel een zorgpunt. Hoe zorgen we ervoor, als het gaat om belastinggeld dat goed en efficiënt besteed wordt, dat publieke middelen niet alleen maar leiden tot woekerwinsten in de private sector?
Voorzitter. Dan een waarschuwing die we een aantal maanden geleden zagen van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zelf. Zij noemen 2027 een "window of vulnerability". Dat is de kwetsbaarheid van de situatie waar we nu in zitten. Dan doemt de vraag op of alles wat we doen wel snel genoeg gaat. Ik noem het personeelsaantal en het opschalen van defensie. Rusland houdt zich niet aan onze planning. We weten ook dat die afhankelijkheid van de VS vele fracties in dit parlement een doorn in het oog is. Laten we zeggen dat de VS bijvoorbeeld militair ergens anders op de wereld actief zijn. Wat doen we dan met al die strategische afhankelijkheden wat betreft luchttransport en inlichtingen? Gaan we daar nu de komende jaren Europees werk van maken? De doelen in het coalitieakkoord, namelijk 40% gezamenlijke inkoop en 50% inkoop in Nederland of Europa, zijn wat mijn fractie betreft niet ambitieus genoeg. Dit zijn de minimale doelen die we al in Europa hadden gesteld. Mijn vraag is dan ook hoe wij dit vanuit de Tweede Kamer kunnen monitoren. Waar staan we nu? Is dit nou een harde eis of is dit een streven? Is Europees dan ook echt Europees of gaat het dan ook om licenties of joint ventures met de Amerikanen?
Voorzitter, dan Oekraïne en Rusland. Rusland is een dreiging voor het hele continent. Het is belangrijk om nu te werken aan onze afschrikking, het op orde krijgen van de gereedheid en de maximale steun aan Oekraïne. Daar komt de vraag over de motie-Klaver over de 2 miljard bij kijken. Ik vraag de drie fracties in de coalitie, die dit mede hebben geïnitieerd, waar die 2 miljard is gebleven. Vorig jaar besteedden we nog 5,7 miljard aan Oekraïne. Dit jaar staat er 3,5 miljard in de boeken. Het baart mij ook grote zorgen dat er is besloten om hulp voor Oekraïne buiten het uitgavenkader te plaatsen. Dat is ook weer iets wat zorgt voor ondermijning voor het draagvlak.
Over personeel komen we nog te spreken in een apart debat. Voor mijn fractie is dat altijd een heel belangrijk punt. Hoe kwamen we nou aan dat aantal van 122.000? Ik vraag me af hoe dat gaat aan zo'n onderhandelingstafel. "Moeten het er nou 120.000 of 130.000 zijn?" Hoe komen we nou aan die 122.000? Ook de opleidingen lijken steeds meer verkort te worden. De vraag is welke risico's we daarmee lopen.
Voorzitter. Dit is het gevaar als je een tekst niet uitschrijft; ik moet al richting afronding gaan. Ik heb nog een klein punt. Ik hoorde van een vader van twee mariniers die nu deelnemen aan een oefening in Noorwegen dat zij niet kunnen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen, omdat ze al waren weggegaan voordat de stempas binnenkwam. Is dit iets waar het kabinet naar zou willen kijken? Hoe zorgen we ervoor dat onze militairen op training of missie gewoon kunnen stemmen wanneer er verkiezingen zijn in Nederland?
Tot slot, voorzitter. De afronding van mijn inbreng is: je loopt risico's met het draagvlak met het opeens opschalen van de vrijwillige bijdrage naar mogelijk een selectieve opkomstplicht. Dat geldt ook voor de keuzes die worden gemaakt rond de bezuinigingen op de sociale zekerheid en de zorg, maar ook over Oekraïne. Als we daarvoor extra geld nodig hebben, moeten we weer bezuinigen op een andere post. Ik hoop dus dat het kabinet alsnog bereid is om daarnaar te kijken en daar andere keuzes in te maken.
Dank u wel.
De heer Van Lanschot (CDA):
Mevrouw Piri zegt een aantal zeer terechte dingen, maar er is ook iets wat mij van het hart moet en dat is de relatie tussen politiek, publiek en het bedrijfsleven. De toon waarop wordt gesproken over te veel winsten, vind ik nogal wantrouwend. Het is noodzakelijk om de publiek-private samenwerking te versterken. Ik vraag mij af hoe mevrouw Piri denkt dat deze toon daaraan bijdraagt.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Discussies over toon vind ik prima. Ik denk dat we gewoon realistisch moeten zijn. Bij heel veel van de capaciteiten die we nodig hebben, gaat het niet om nationale autonomie. Wat wij volgens mij moeten doen, is niet zozeer ervoor zorgen dat we straks belastinggeld besteden aan Nederlandse bedrijven, maar ervoor zorgen dat bij alles wat we Europees doen om de capaciteit van onze defensie op orde te krijgen Nederlandse bedrijven onderdeel zijn van die keten. Ook de heer Van Lanschot kan toch zeggen: hoelang gaan we als Nederland ons best doen om bijvoorbeeld een bedrijf als Damen overeind te houden? We moeten er toch voor zorgen dat zo'n bedrijf gewoon in de Europese keten zit? Dat is toch geen nationale aangelegenheid?
De heer Van Lanschot (CDA):
Het lid Piri merkt terecht op dat het denken in ketens en op Europese schaal essentieel is voor een effectieve krijgsmacht en defensie-industrie. Mijn vraag ging over de tegenstelling die wordt gecreëerd tussen het bedrijfsleven, dat zogenaamd extra winsten zou maken, en de publieke belangen, terwijl die twee juist op één lijn zouden moeten staan. Ik zou het fijn vinden als mevrouw Piri daar nog op zou kunnen reflecteren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tegen de heer Van Lanschot zeg ik: investeringen in defensie zijn altijd publiek geld. Het zijn natuurlijk altijd alleen maar overheden die dat soort orders plaatsen. Natuurlijk hebben wij de defensie-industrie nodig, maar neem de winstcijfers van een bedrijf als Rheinmetall in Duitsland. Zoiets met publiek geld doen gaat gewoon iets doen met het draagvlak in de samenleving, kan ik u vertellen. Dat is precies waar ik tijdens de behandeling van deze begroting voor wil waarschuwen. Ik denk dat Defensie zich er heel erg van bewust is in deze tijd, waarin zo veel miljarden naar Defensie gaan, dat zij ook een maatschappelijke rol te vervullen hebben. Dan zie ik de politiek, dit kabinet, keuzes maken die juist dat draagvlak dreigen te ondermijnen. Dat is mijn punt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Piri. Dan is het woord aan mevrouw Belhirch voor haar inbreng namens de fractie van D66 in de eerste termijn.
Mevrouw Belhirch (D66):
Voorzitter. Allereerst feliciteer ik de minister en de staatssecretaris met hun benoeming. U treedt aan in een tijd waarin vrede, veiligheid en onze democratische waarden niet langer vanzelfsprekend zijn. De verantwoordelijkheid die u draagt, is groot. Wij zullen u daarop scherp houden.
Voorzitter. Wat zich nu in het Midden-Oosten afspeelt, laat zien hoe onvoorspelbaar en instabiel de wereld is geworden. De oorlog tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten heeft zich in korte tijd verspreid over de regio. Wij leven mee met de Iraniërs en anderen in de regio die door dit geweld worden geraakt. Deze escalatie raakt onze energiezekerheid, onze economie en onze veiligheid. Het is goed dat hierover volgende week een debat wordt gevoerd. Wie nog denkt dat veiligheid vanzelfsprekend is, vergist zich. Juist daarom moeten wij investeren in onze veiligheid en in onze weerbaarheid. Niet tijdelijk, maar structureel. Juist daarom moet Europa zijn eigen defensieve verantwoordelijkheid steviger organiseren.
Voorzitter. Vier jaar Russische agressie tegen Oekraïne maakt één ding duidelijk: Europa moet zelf meer doen voor zijn veiligheid. Vorige week spraak ik met Vadim en Vitali. Vadim was bankier, Vitali advocaat. Vandaag staan zij aan het front. Hun leven veranderde in korte tijd volledig. Zij vechten voor hun land, voor hun vrijheid, voor hun democratie, maar ook voor de veiligheid van ons continent.
Steun aan Oekraïne staat voor ons niet ter discussie. Oekraïne verdedigt niet alleen zijn eigen vrijheid, maar ook de veiligheid van Europa. Die steun blijft er wat ons betreft zo lang als dat nodig is. Daarom is het goed dat dit kabinet de steun aan Oekraïne van jaarlijks 3 miljard euro voor de aankomende drie jaar heeft vastgelegd. Hoe gaat de minister ons op de hoogte houden van de uitputting daarvan en van de directe noden vanuit Oekraïne? Tegelijkertijd is er veel meer nodig dan alleen Nederlandse steun. Langdurige inzet vraagt om een eerlijke lastenverdeling binnen Europa. Meer lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Hoe zorgt de minister ervoor dat alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen voor de financiële steun aan Europa?
Voorzitter. Europa moet zijn eigen verdedigingscapaciteit duurzaam versterken en Nederland neemt daarin verantwoordelijkheid. Met de stap naar 3,5% investeren wij niet alleen in defensie, maar ook in geloofwaardigheid binnen de NAVO en binnen Europa. Dit coalitieakkoord bevat daarom de meest Europese veiligheids- en defensieparagraaf ooit, niet uit idealisme, maar uit noodzaak. Dat is een bewuste keuze. Maar investeren zonder samenwerking levert geen resultaat op. Het moet leiden tot hogere paraatheid en tot het dichten van hiaten, onder meer in de luchtverdediging en qua munitie. Europa moet in staat zijn de eigen kritieke capaciteiten te organiseren en te leveren. Daarom wordt Europese samenwerking de norm: meer interoperabiliteit en gezamenlijk inkopen.
Mijn vragen aan de minister. Wat moet in 2030 concreet anders zijn in de Europese pijler binnen de NAVO? Zijn we dan daadwerkelijk in staat om zelfstandig kritieke capaciteiten te leveren? Welke stappen worden dit jaar gezet om Europese inkoop en standaardisatie te versnellen? Hoe wordt inzichtelijk gemaakt dat deze investeringen leiden tot meetbare paraatheid?
De heer Dassen (Volt):
Een terechte vraag. Ik heb daar ook een vraag over. De coalitie geeft aan dat ze 40% gezamenlijk wil inkopen, waarvan 50% gezamenlijk in Europa. Dat is eigenlijk ook al het voorstel van de Europese Commissie. Nederland gaat daarin dus niet verder dan de EC; ik denk dan ook niet dat wij ons wat dat betreft te hard op de borst moeten gaan kloppen. Dat zou ambitieuzer moeten zijn. Maar er zit nog een ander punt in, namelijk dat het ook onderdeel kan zijn van Europese leveranciers met licentieproductie, lees: Amerikaanse bedrijven met Europese licentieproductie. Is de coalitie van mening dat dit onderdeel is van die 40% en die 50%?
Mevrouw Belhirch (D66):
Dat is een heel goede vraag. Ik moet daarop terugkomen, want ik weet daar het antwoord niet op. Wat ons betreft is het heel erg belangrijk dat we steeds meer Europees inkopen, maar of die licentieproductie daar ook onder valt, daar moet ik op terugkomen. Ik kan hier wel wat over verzinnen, maar daar zal ik op dit moment eerlijk over zijn.
De heer Dassen (Volt):
Dat is fijn. Ik neem aan dat u terugkomt op wat de coalitie daarvan vindt. Ik ben ook benieuwd wat u, of wat mevrouw Belhirch, daar zelf van vindt. Is zij van mening dat we als Nederland voldoende gaan doen als die licentieproductie daar ook onder valt? Of is dat dan eigenlijk meer een escape richting Amerikaanse afhankelijkheid?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst geeft u aan — of, voorzitter, de heer Dassen geeft aan — dat wij ons hier niet op de borst kunnen kloppen. Het is toch echt wel zo dat dit het meest Europese veiligheids- en defensiecoalitieakkoord ooit is. Ik vind het belangrijk dat we die inkopen zo veel mogelijk Europees doen. Daar zouden die licenties ook bij betrokken moeten worden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat we die afhankelijkheid van de Verenigde Staten nog veel sneller moeten afbouwen, en dat betekent inderdaad dat we nog veel meer gezamenlijk in Europa moeten gaan investeren. Wat je nu ziet, is dat gezamenlijk in kleine clubjes investeringen worden gedaan, waardoor vaak grote projecten niet van de grond komen. Ik hoop toch echt dat dadelijk niet die licentieovereenkomsten onderdeel gaan zijn van de percentages die net genoemd zijn. Mijn mening is dan namelijk dat de ambitie van Nederland op dit vlak erg tekortschiet.
Mevrouw Belhirch (D66):
Als ik daarop mag reageren: onze ambitie is juist groot en ook Europees. Wij willen ons er echt voor inzetten dat de afhankelijkheid van Europa richting bijvoorbeeld Amerika afneemt. Daar zullen we echt ons best voor doen.
De voorzitter:
U continueert.
Mevrouw Belhirch (D66):
We spreken vandaag over een Defensiebegroting die groter is dan ooit. Dat is nodig, maar bij zo'n omvang hoort verantwoordelijkheid. Elke euro moet effectief en toekomstgericht worden ingezet. De Kamer kijkt daarbij kritisch mee.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik dacht dat we misschien nog wat zouden horen over Europese samenwerking in dit blokje.
De voorzitter:
Is dat het geval?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, ik kom nog op Europese samenwerking.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan neem ik een voorschot. Het gaat mij om de nucleaire samenwerking. We hebben gezien dat Macron een plan heeft gepresenteerd. Het kabinet heeft daarop gereageerd er constructief tegenover te staan. Het plan gaat over het uitbreiden van kernwapenarsenalen, maar Macron heeft het bijvoorbeeld ook over de mogelijkheid om strategische middelen tijdelijk ook in andere landen te plaatsen, zoals in Nederland, of over meedoen aan nucleaire oefeningen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
D66 is ook voorstander van internationale verdragen en het nakomen daarvan. We hebben het non-proliferatieverdrag voor kernwapens. Hoe staat D66 tegenover deze plannen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst, D66 staat nog steeds voor het non-proliferatieverdrag. Waar het hier om gaat, is dat Macron, Frankrijk, heeft aangegeven dat hij de afschrikking op nucleair gebied wil uitbreiden. Als we kijken naar hoe de wereld is veranderd, dan zien we dat het belangrijk is om extra afschrikking te hebben. Dit is een aanvulling op de afschrikking vanuit de NAVO. Dit is ook een aanvulling op onze collectieve verdediging. Dit wil niet zeggen dat we hiermee gaan doen aan een wapenwedloop op nucleair gebied. De inspanningen zijn nog altijd om met terughoudendheid het nucleair wapenarsenaal op peil te houden. Wij houden ons als Nederland aan het non-proliferatieverdrag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Er zit wel een beetje een tegenstelling in dit antwoord. Kijk, het non-proliferatieverdrag pleit ook voor kernontwapening, niet voor kernherbewapening, niet voor het uitbreiden van het wapenarsenaal en ook niet voor het uitbreiden en normaliseren van kernwapens. Dat is wel wat hier gebeurt. Als je zou zeggen "we houden ons aan het non-proliferatieverdrag", dan moet je eigenlijk zeggen: nee, hier staan wij niet achter; hier doen wij niet aan mee en daar zijn we duidelijk over. Wat betreft het begrip voor meer nucleaire afschrikking in deze gevaarlijke tijden: weet D66 hoeveel kernkoppen Frankrijk op dit moment heeft en hoeveel kernkoppen je precies nodig hebt om een kernoorlog te voeren?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst over het non-proliferatieverdrag. Daarin staat niet dat er ontwapening moet plaatsvinden. Er staat in dat er gesprekken gevoerd moeten worden over hoe het te beperken en eventueel ontwapenen. Dat is een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting. Dat als eerste.
Dan het andere. We moeten kijken naar de realiteit, waar we nu momenteel in de wereld staan. Rusland heeft 5.500 nucleaire kernwapens. Je ziet hoe snel de wereld verandert. Daar moeten we wel naar kijken. Ik weet niet uit mijn hoofd hoeveel kernkoppen Frankrijk heeft, maar de afschrikking moet wel zodanig zijn dat wij in Europa, en ook in Nederland, een verdedigbaar continent hebben.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Misschien heeft D66 de cijfers niet paraat, maar eigenlijk doet dat er ook niet zo veel toe. De vraag die ik daarna stelde is namelijk veel relevanter, namelijk: hoeveel kernkoppen en hoeveel kernwapens zijn er volgens D66 nodig om een nucleaire oorlog te voeren voordat er geen oorlog meer te voeren valt? Zijn dat er niet al genoeg voor afschrikking? Een inspanningsverplichting voor non-proliferatie is niet het normaliseren en het uitbreiden van kernwapenarsenalen. Ik hoop echt dat D66 steviger stelling wil nemen voor het nakomen van het non-proliferatieverdrag.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik ga hier toch voor de derde keer herhalen dat wij dat serieus nemen. Het is ook belangrijk om aan te geven dat deze verdiepende gesprekken gaan plaatsvinden en dat we zeer zeker het non-proliferatieverdrag in ons achterhoofd houden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nucleaire afschrikking, en dan meer Europees gericht, is een belangwekkend en ingrijpend thema. Ook de SGP vindt het goed dat we het gesprek daarover voeren met Frankrijk. Ik ben wel benieuwd hoe D66 vervolgens die inbedding ziet. Er is nu sprake van nucleaire autonomie van de Fransen, heel begrijpelijk, maar kan dat zo blijven of zou dat juist ingebed moeten in de bredere NAVO-structuur? Heeft D66 daar ook gedachten bij?
Mevrouw Belhirch (D66):
Het is vers. Het is nog vrij nieuw. De nieuwe insteek is dat het natuurlijk een aanvulling is op de nucleaire capaciteit van de NAVO. Het is geen vervanging, maar het is ter aanvulling. Vanuit Frankrijk zijn de eerste duidingen ook aangegeven, dat zij als Frankrijk wel de autoriteit erover willen hebben, maar daar moeten nog wel verder gesprekken over plaatsvinden. Het Franse nucleaire wapenarsenaal verdedigt nu alleen maar Frankrijk, maar het gaat erom dat die een breder bereik heeft om ook, indien dat nodig is, een afschrikking vanuit ons te geven. Dat wil niet per definitie zeggen dat die wel of niet bij ons komen. De gesprekken en de verdere uitwerking daarvan moeten nog plaatsvinden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze reactie. Die gesprekken moeten inderdaad nog plaatsvinden. Misschien kan D66 daar toch iets van zeggen. Welke kant zouden we idealiter op moeten gaan? Is er niet heel veel voor te zeggen dat je je zo veel mogelijk aansluit bij de bestaande NAVO-structuur op dit terrein?
Mevrouw Belhirch (D66):
Er is inderdaad een NAVO-structuur, maar de kernafschrikking daarvan is Amerikaans en wij willen juist onafhankelijk worden van Amerika. Het is wel belangrijk om dat ook te onderstrepen en dit is een stap daarnaartoe.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Intensievere Europese samenwerking kan tussen de 75 en 100 miljard euro besparen. Geen overlap en parallelle systemen, maar middelen die direct bijdragen aan onze defensieve kracht. Hoe voorkomt de minister dat middelen wegvloeien in inefficiëntie? Welke afspraken maakt zij hierover in Europees verband en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken? Ook nationaal moet het beter. De defensie-industrie wil opschalen, maar loopt vast in korte contracten en trage procedures. Zekerheid is de basis voor investering, investering is de basis voor productie en productie is de basis van paraatheid. Wat doen de bewindspersonen om langdurige contracten mogelijk te maken, procedures te versnellen en onderhoud structureel mee te nemen? Wanneer zien we het resultaat daarvan? Welke meetbare indicatoren gaat het kabinet hanteren om inzichtelijk te maken dat extra investeringen leiden tot een hogere paraatheid?
Voorzitter. We moeten streng controleren hoe belastinggeld wordt besteed, maar innovatie niet beperken. Controle en flexibiliteit moeten hier hand in hand gaan. Dit mag geen begroting van goede bedoelingen worden, maar wel een van aantoonbare slagkracht. Alleen dan wordt dit budget niet alleen groter, maar ook sterker. Hoe gaan de bewindspersonen concreet borgen dat deze extra middelen aantoonbaar leiden tot meer inzetbare capaciteit, terwijl innovatie en opschaling niet vastlopen in procedures?
Voorzitter. We bouwen een krijgsmacht van morgen. Innovatie is daarbij doorslaggevend. Defensie-investeringen hebben eerder geleid tot doorbraken als internet, gps en recent lifi. In een tijd van hybride dreigingen en snelle technologische ontwikkelingen is een technologische voorsprong cruciaal. Wie achterblijft, verliest strategisch terrein. Daarom steun ik de komst van een defensie-innovatieautoriteit naar het voorbeeld van DARPA. Wanneer ontvang de Kamer de tijdlijn van oprichting en inrichting? Hoe wordt daarbij Europees samengewerkt?
Voorzitter. Onze maritieme veiligheid is cruciaal. De Noordzee is geen randgebied, maar een strategische kern van onze nationale veiligheid. Onze energievoorziening, windparken, datakabels en logistieke routes komen hier samen. Wie daar ruimte laat ontstaan, raakt direct onze veiligheid en energiezekerheid. De Noordzee mag geen achterdeur worden voor sanctieontduiking, spionage of sabotage. Het kabinet werkt aan wetgeving om Russische schepen uit de schaduwvloot steviger aan te pakken. Wat is er tegen de aanwezigheid van deze schepen ondernomen? Wanneer ontvangt de Kamer dit wetsvoorstel? Kan de minister een tijdlijn geven, gezien de aanwezigheid van schaduwvlootschepen in onze Nederlandse exclusieve zone? Hoe wordt geborgd dat handhaving daadwerkelijk uitvoerbaar en afdwingbaar is?
Daarnaast staat de capaciteit van de Kustwacht onder druk. Regels alleen zijn niet genoeg; toezicht moet daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Welke concrete stappen zet het kabinet om capaciteit en toezicht structureel te versterken? Wie is eindverantwoordelijk voor de coördinatie tussen Defensie, Kustwacht en andere betrokken diensten? Prioriteit vraagt niet alleen om woorden, maar om duidelijke aansturing en voldoende capaciteit.
Voorzitter. Ik ben trots op onze mannen en vrouwen die iedere dag hard werken voor onze vrede en veiligheid. Waar de druk op onze veiligheid toeneemt, is het dankzij hun inzet dat Nederland veilig blijft. Ik wil hen allen bedanken voor hun inzet. Onze krijgsmacht moet groeien, niet alleen in omvang, maar ook in kwaliteit en paraatheid en op de juiste plekken. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe hij borgt dat de personele groei zich daadwerkelijk vertaalt in inzetbare capaciteit. Hoe groeit daarnaast de opleidingscapaciteit tijdig mee met deze ambities, zodat mensen die willen dienen ook daadwerkelijk snel en goed inzetbaar worden?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Belhirch heeft het nu net over het opschalen van Defensie. Nog geen jaar geleden heeft de vorige staatssecretaris een brief naar de Kamer gestuurd waarin staat dat Defensie naar 100.000 man moet gaan. Voor de duidelijkheid: we zitten nu op 76.000. Nu is die ambitie nog een keer opgeschaald. Denkt mevrouw Belhirch, als ze kijkt naar de maatregelen in het coalitieakkoord, dat het heel realistisch is om dat op deze manier op korte termijn te bereiken?
Mevrouw Belhirch (D66):
Er zijn verschillende maatregelen getroffen. We zien dat de motivatie en het enthousiasme van mensen om zich aan te melden bij Defensie groeit. Daarom heb ik inderdaad een aantal vragen gesteld aan de staatssecretaris over de opleidingscapaciteit. Daarnaast kijken we juist hoe we mensen kunnen motiveren om het leger in te gaan.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar is mijn fractie uiteraard ook voorstander van. Als ik kijk naar het coalitieakkoord, zie ik alleen een behoorlijke escalatie: van het invullen van een vrijwillige enquête tot een selectieve opkomstplicht als we het doel van 122.000 niet halen in 2030. Mag ik dan vragen aan mevrouw Belhirch: wat bedoelt de coalitie met een "selectieve opkomstplicht"?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst is het inderdaad zo dat we jongeren verplicht een enquête laten invullen. We doen dat omdat we dan zien waar mensen wel of niet in mee willen gaan. Je krijgt dan dus echt zeer gemotiveerde mensen die aan de slag gaan. De selectieve opkomstplicht is echt het laatste middel dat we gaan gebruiken als het écht niet mogelijk is om die opschaling tijdig te krijgen. Zover zijn we nog alleen nog niet.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik, maar je zet het niet voor niks in het coalitieakkoord. Je zet in het coalitieakkoord dat we binnen vier jaar in Nederland over kunnen gaan op een selectieve opkomstplicht. Wat betekent dat nu voor jongeren? Met alle respect, maar stel dat je op je 17de of 18de een enquête invult en dat je daar op die dag heel enthousiast over bent. Als je vervolgens geselecteerd wordt en niet komt opdagen, dan staat daar twee jaar gevangenisstraf op. Ik wil dus toch tegen mevrouw Belhirch zeggen dat er heel veel mogelijkheden zijn tussen die enquête en een selectieve opkomstplicht. Ik maak me er zorgen over dat we binnen vier jaar, in vredestijd, aan jongeren vragen om verplicht te dienen, of op te draaien voor twee jaar gevangenisstraf.
Mevrouw Belhirch (D66):
Even over die gevangenisstraf. Ik denk dat de kijkers thuis daarvan schrikken. Dit staat echter letterlijk in de wet, die is opgeschort. Wij gaan er echt van uit — daar hebben we ook vertrouwen in — dat de staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat er met de maatregelen die worden genomen een groei zal komen. Ik wil hier dus niet op vooruitlopen. Ik heb er vertrouwen in dat dit tijdig kan.
De heer Van Baarle (DENK):
D66 heeft zichzelf altijd neergezet als een liberale partij, als een partij van individuele keuzes. Als je dan als D66 samen met de andere coalitiepartijen voor een selectieve opkomstplicht gaat — dat is een moeilijk woord voor "geforceerde dienstplicht" — waarbij mensen geforceerd het leger in moeten en een straf krijgen als ze dat niet doen, en als je daarvoor tekent, dan is dat een niet-liberaal principe. Dan dwing je mensen iets te doen. Hoe kan D66 nou kiezen voor het mogelijk mensen dwingen om het leger in te gaan?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik herhaal het nog één keer, maar ik heb het antwoord net al gegeven. Het is echt een laatste redmiddel, als Nederland zo bedreigd wordt dat we het niet aankunnen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we het redden met hoe we het nu hebben ingericht, met de inzet van de staatssecretaris en de mensen op Defensie, met de enquête en met de groei die we nu hebben. Ik denk dat we dat moeten afwachten.
De heer Van Baarle (DENK):
Even een paar stappen terug. Hoe kan D66 dit er überhaupt in zetten? Hoe kan D66 überhaupt de mogelijkheid erin zetten dat jongeren gedwongen het leger in moeten en misschien zelfs tegen hun zin gedwongen uitgezonden gaan worden? Dat is immers wat een opkomstplicht in de praktijk kan zijn. D66 is een liberale partij, die gestoeld is op individuele keuzes. Daar kan je toch niet voor kiezen? Nogmaals: hoe is het mogelijk dat dit erin is gekomen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Wederom: het is een laatste redmiddel, een worstcasescenario. Ik ga hier niet van uit. Maar mocht het zo zijn dat er een acute dreiging is, dat Nederland verdedigd moet worden en dat er onvoldoende mensen in het leger zitten, dan is dit nodig voor onze veiligheid. Maar zoals ik al eerder zei, is dit een ultimum remedium. Volgens mij moeten we dit gewoon afwachten. Het gaat goed met de instroom, dus ik heb er alle vertrouwen in.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, afrondend.
Dat is ook niet wat er staat. Er staat dat het leger moet toegroeien naar 122.000. Als dat niet gaat lukken, wordt de selectieve opkomstplicht een mogelijkheid. Die is dus niet gerelateerd aan acute dreiging, maar aan het getal van 122.000. Nogmaals, ik kan het gewoon niet begrijpen dat als je prat gaat op individuele vrijheid, wat D66 altijd doet, je dan kan tekenen voor een opkomstplicht, waarbij mensen tegen een straf gedwongen het leger in moeten. Dat kan toch niet de mogelijkheid zijn waar je als D66 dan voor kiest? Ik zou dus willen zeggen: haal die van tafel. Haal die eruit, want heel veel mensen, heel veel jongeren, maken zich hier nu zorgen over.
Mevrouw Belhirch (D66):
Volgens mij heb ik hier al eerder op gereageerd, dus ik hou het hierbij.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Volgens mij is het volstrekt gezond dat we van jongeren vragen om na te denken over de vraag hoe zij dit land kunnen dienen. Wat mij betreft kan dat op verschillende manieren. Dat kan bijvoorbeeld met een maatschappelijk dienstjaar, waarin je bij de politie of in de zorg aan de slag gaat. Dat kan zeker ook door in het leger een opleiding te krijgen en zo nodig opgeroepen te worden. Ik hoor genoeg jongeren die zeggen graag hun land te willen dienen. Wat mij betreft moeten we nu niet aan de slag gaan met spookbeelden. We moeten wel aan de slag gaan met de vraag voor welk Nederland we staan. Daarom is mijn vraag aan collega Belhirch of zij ook vindt dat we juist moeten werken aan de cultuur. Hoe zorgen we ervoor dat het weer vanzelfsprekend wordt dat er een defensie is die namens ons allen ons land beschermt en dat we dankbaar zijn voor de mensen die dat werk doen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Daarover ben ik het helemaal met mevrouw Bikker eens. Daarom ben ik begonnen met het bedanken van onze mannen en vrouwen voor al hun inzet. Ik zie dat er de afgelopen jaren juist veel geïnvesteerd is om niet alleen te laten zien hoe belangrijk het is, maar ook hoe goed en fijn het is om in het leger te dienen. Daar heeft ook een cultuurverandering plaatsgevonden. Ik kom straks nog op het blokje reservisten, maar het is ook mooi om te zien dat onze koningin nu reservist is en dat de kroonprinses zich ook bij het leger heeft aangesloten. Het is dus heel erg belangrijk om positief en constructief te kijken naar de mensen die ons dagelijks verdedigen en om mensen te kunnen motiveren om zich bij het leger aan te sluiten. Ik denk ook dat wij daar als geheel een verantwoordelijkheid in hebben.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor dit antwoord. Ik vind het volstrekt normaal dat jongeren even nadenken over de vraag: hoe kan ik het land, waar ik zo veel van krijg, een poosje dienen? Wij moeten dat ook een beetje voorleven, in plaats van dat we alleen maar schetsen wat voor rampscenario's zich zouden kunnen voltrekken; kom nou. Maar nu pak ik even door. We gaan nu opschalen. Dat gaat om de nodige tijd en het nodige budget vragen. Deze coalitie heeft een aantal ruige keuzes gemaakt om dat te kunnen betalen. Mijn vraag aan collega Belhirch is of zij het met mij deelt dat je voor de draagkracht van een land ook moet opletten waar je dat geld de komende jaren vandaan haalt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik begrijp uw vraag. Dat is ook belangrijk. We moeten investeren en dat geld moet ergens vandaan komen. Veiligheid is namelijk niet gratis. De keuze waar dat geld vandaan komt, ligt niet hier bij mij. We hebben deze week begrotingsdebatten over VWS en volgende week over Sociale Zaken. Daarover worden dus ook gesprekken gevoerd, maar ik begrijp wat u zegt.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik was gisteren, of beter gezegd vannacht, bij de begroting van VWS. Ik zie hoeveel pijn het doet. Ik denk dat twee dingen dan juist extra belangrijk zijn. Ten eerste moeten we nog eens heel goed kijken of we die verdeling nou goed hebben gedaan, ook op de lange termijn. Als we de Defensiebegroting namelijk op de lange termijn willen volhouden, vraagt dat om draagkracht van de hele bevolking. Het vraagt ook om draagkracht van de bedrijven, want die zijn net zo afhankelijk van de veiligheid. Ten tweede, heel kort, voorzitter, vraagt het van ons ook dat we iedere euro bij Defensie besteden als duur verdiend belastinggeld, in plaats van geld uit een grote, klotsend volle schatkist. Is collega Belhirch dat met mij eens? Hoe houden we daar het zicht op?
Mevrouw Belhirch (D66):
Het is een grote uitgave. Daarom geef ik ook aan dat we heel goed moeten controleren waar belastinggeld aan wordt uitgegeven. Ook moet er inderdaad naar het grotere plaatje gekeken worden, maar we kunnen tijdens dit Defensiebegrotingsdebat niet met elkaar bespreken waar dat geld vandaan wordt gehaald. Dat hoort echt thuis bij een ander debat.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb niet geturfd — ik ben bij tien gestopt — maar ik hoor steeds: jongeren, jongeren, jongeren. Ik wil het volgende toch even aan D66 meegeven. Ik heb recent een brief gekregen van net gepensioneerde militairen die heel graag hun bijdrage willen leveren. Ik krijg signalen uit de maatschappij van mensen die zeggen: op dit gebied ben ik keigoed en ik wil best mijn werk twee jaar neerleggen om een bijdrage aan onze vrijheid en veiligheid te leveren. Mijn vraag is: is D66 bereid tot een bredere oriëntatie, ook gericht op het generatiepact, zodat we versneld en met veel kennis en kunde op die 122.000 uitkomen?
Mevrouw Belhirch (D66):
Jazeker, dat onderstreep ik. Dat is ook een onderdeel van bijvoorbeeld het reservistenbeleid. Dat valt daar ook onder. We willen kijken hoe we zo breed mogelijk in de samenleving mensen kunnen motiveren om mee te doen. Ik onderstreep dat dus.
De heer Struijs (50PLUS):
Laten we dan ook breder kijken dan alleen naar reservisten. Dat is uitermate belangrijk. Er kloppen nu al mensen aan de deur die, denk ik, een bijdrage kunnen leveren. Ik kijk dan ook erg uit naar de gesprekken die we hierover gaan voeren.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik kijk er ook naar uit.
Mevrouw Dobbe (SP):
Even een beschouwende opmerking vooraf. Ik zit met een beetje verwondering te kijken naar hoe dit debat verloopt. Alle lessen die we hebben geleerd uit het verleden worden nu ineens wel heel gemakkelijk over de schutting gekieperd. Er komt een opkomstplicht voor jongeren. De dienstplicht komt gewoon terug. Daar moeten onze 17-jarigen straks mee dealen. Het uitbreiden van de arsenalen aan kernwapens is ook de normaalste zaak van de wereld. Het is blijkbaar ook heel normaal om wel geld te vinden voor defensie en de NAVO maar niet voor de zorg.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De discussie over waar we al deze plannen van betalen is natuurlijk wel relevant, ook voor deze begroting. Hier staan een heleboel dingen in die heel veel geld kosten. Het moet 19 miljard extra kosten. Dat moet ergens van betaald worden. Mijn vraag is: welke discussie heeft D66 gevoerd over het feit dat er wel geld is gevonden voor de NAVO, die 19 miljard, maar niet voor de gehandicaptenzorg, niet voor de AOW en niet voor kinderen in armoede?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst dit. Hier wordt aangegeven dat we van alles over de schutting gooien, dat we mee gaan doen aan een nucleaire wapenwedloop en dat we de dienstplicht gaan invoeren, maar dat klopt niet. We gaan de dienstplicht niet invoeren. Die staat nog steeds in de wet, maar wordt opgeschort. We gaan beginnen met een enquête. Die wachten we af en pas later komen we eventueel tot een selectieve dienstplicht. Ook de discussie die wij wel of niet intern hebben gevoerd over waar het geld vandaan komt ... Het is belangrijk — ik hoop dat mensen dat beseffen — dat veiligheid, onze veiligheid, niet gratis is. We zien hoe instabiel de wereld is. Het is echt nodig om te investeren in onze veiligheid, ook voor onze mensen hier, ook om goede zorg te kunnen leveren. Ik ga hier niet — dat heb ik al eerder gezegd — de discussie aan of het geld ergens anders naartoe had gemogen. We staan hier nu voor het debat over Defensie. Dáár kan ik wat over zeggen, niet over waar andere gelden wel of niet naartoe moeten. Ik ben het wel met u eens dat het belangrijk is om ook te zorgen voor onze mensen en voor goede zorg. Mijn collega's die daarover gaan, zijn daar heel betrokken bij en gaan graag met u in gesprek om te kijken wat ze daaraan kunnen doen.
De voorzitter:
Denk echt aan de lengte van uw interrupties, want ze zijn eindeloos. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Als D66 geen selectieve opkomstplicht wil, zeg dat dan gewoon en doe het dan ook niet. Nu laat u de weg namelijk gewoon open. Als D66 niet een uitbreiding wil van kernwapenarsenalen, zeg dan gewoon: hier werken wij niet aan mee. Als D66 niet de zorg wil afbreken, graai de 19 miljard euro voor de Defensiebegroting dan niet uit de zorgpot en de AOW. Dat is namelijk wel wat er gebeurt. Wat ik hier mis, is erkenning van D66 van de keuzes die hier worden gemaakt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik heb het gevoel dat hier meer een inbreng wordt geleverd dan een vraag wordt gesteld. Ik gaf al aan: we zijn ons echt wel bewust van de keuzes die we maken. Het is belangrijk om die keuze te maken om onze eigen veiligheid veilig te stellen. Daarnaast vinden we zowel de zorg als de sociale zekerheid belangrijk.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Heel kort, voorzitter. Heeft D66 enig idee wat deze plannen betekenen voor de zorg?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, maar ik ga hier echt deze discussie niet aan. Ik besef zeer wat dat betekent. U heeft het debat gevoerd. Ik zou verzoeken om het debat daar verder te voeren.
De heer Dassen (Volt):
Als we sterk en onafhankelijk willen worden in Europa, moeten we ook zorgen dat we afkomen van die 178 wapensystemen, al die verschillende fregatten en tanks. Alleen gezamenlijk inkopen op papier helpt daarbij niet voldoende. Een voorstel is om te zorgen dat we komen tot één centraal inkooppunt in Europa, een gezamenlijke inkoopautoriteit. Ik was benieuwd: is D66 van mening dat die er moet komen?
Mevrouw Belhirch (D66):
U kaart het precies aan: daarom is standaardisatie belangrijk. We moeten eraan werken dat we veel meer gezamenlijk inkopen. Een gezamenlijk inkooppunt is een belangrijke stap waar we naartoe moeten. Maar nu zijn we nog niet zover. We gaan het wel intensiveren. Dat is ook waar de staatssecretaris en de minister zich voor inzetten. Het uiteindelijke doel is inderdaad een centraal inkooppunt.
De heer Dassen (Volt):
Op wat voor termijn moet dat er komen naar de mening van mevrouw Belhirch? Het is vaak een heikel punt geweest in de Tweede Kamer dat er niet Europees aangekocht gaat worden, maar landen daar steeds zelf over blijven gaan. In het Draghirapport staat wel degelijk dat er een inkoopautoriteit moet komen. Ik ben dus heel benieuwd of deze coalitie daar daadwerkelijk hard op gaat inzetten, om te zorgen dat die er op een zo kort mogelijke termijn gaat komen. Of zeggen verschillende partijen dadelijk: nee, we gaan er toch nog wat langer mee wachten? Is deze coalitie en is D66 van mening dat er centraal in Europa aangekocht moet gaan worden, juist om die versnippering tegen te gaan?
Mevrouw Belhirch (D66):
Voor ons is het belangrijk dat we nu intensiveren in de standaardisatie en zo veel mogelijk Europees en gezamenlijk inkopen. Ik heb ook vragen aan de bewindspersonen gesteld over hoe snel we hier resultaat in kunnen bereiken. De vraag is ook wanneer een Europees inkooppunt realiseerbaar is. Ik hoor dan ook graag van de minister en de staatssecretaris hoe zij dat zien en wanneer het realiseerbaar is.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat iets realiseerbaar is op het moment dat je je er hard voor gaat maken en daarvoor in Europa de barricades opgaat om te zorgen dat dit er zo snel mogelijk komt. Als we echt die afhankelijkheid en fragmentatie willen tegengaan, als we echt een sterke krijgsmacht willen, dan zal die autoriteit er snel moeten komen, zodat we tot die gezamenlijke inkoop gaan komen. Ik zal daarover ook vragen stellen aan het kabinet, maar ik hoop ook dat de coalitie van mening is dat het Draghirapport moet worden uitgevoerd, en dit dus ook.
De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw inbreng?
Mevrouw Belhirch (D66):
Nee, nog niet.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u uw inbreng eerst afrondt. Daarna geef ik ruimte voor interrupties.
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, dat is goed. In een onzekere wereld hebben we daarnaast een krijgsmacht nodig die snel kan op- en afschalen. Reservisten zijn daarin geen bijzaak, maar een structureel onderdeel van onze paraatheid. Dat vraagt om meer dan incidentele oplossingen. Het vraagt om een samenhangende langetermijnstrategie. Ziet de staatssecretaris de noodzaak om het reservistenbeleid strategischer vorm te geven? Is hij bereid te bezien of wet- en regelgeving moet worden aangepast om rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor reservisten en werkgevers duurzaam te borgen?
Voorzitter. De wereld om ons heen is instabieler geworden. Dat vraagt hier om duidelijke en structurele keuzes. Historische investeringen brengen historische verantwoordelijkheid met zich mee, niet alleen om meer uit te geven, maar om daadwerkelijk sterker te worden als het gaat om paraatheid, slagkracht en betrouwbaarheid. Dat doen we niet voor vandaag alleen, maar voor de vrijheid en veiligheid van de generaties na ons. Veiligheid vraagt structurele inzet, niet tijdelijk, maar blijvend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een vraag. Onze fracties hebben samen opgetrokken voor de 2 miljard voor Oekraïne. We hebben toen ook heel duidelijk gezegd: dat moet in het eerste kwartaal beschikbaar zijn voor Oekraïne. Waar is dat geld?
Mevrouw Belhirch (D66):
Goede vraag. De minister heeft de opdracht gekregen om te kijken hoe ze die 1,3 miljard kan vinden. Zoals ik al eerder zei, hebben we voor de komende drie jaar 3 miljard uitgetrokken. Binnen Europa is er 90 miljard uitgetrokken. Nederland zal 6 tot 9 miljard bijdragen. Het is ook belangrijk dat de bewindspersonen in nauw contact staan met Oekraïne over wat het nodig heeft. Het is vooral ook een vraag aan de bewindspersonen: hoe staat het er nu voor en wat zijn uw plannen met die 1,3 miljard?
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even voor de duidelijkheid. Het oude kabinet zei: hier gaat de nieuwe ploeg over en die moeten het gewoon meenemen in de Voorjaarsnota. Kan ik rekenen op D66 om ervoor te zorgen dat we er alsnog gewoon voor staan? Oekraïne heeft dat geld nu nodig. We zien al dat de coalitie ervoor kiest om 2 miljard minder te sturen dan vorig jaar. Dat is niet toevallig die 2 miljard die we als Kamer hebben geregeld. Heb ik D66 aan mijn kant bij de Voorjaarsnota? Dan moet die breed aangenomen Kamermotie gewoon worden uitgevoerd. Het gaat om dat resterende, niet uitgegeven bedrag uit die motie.
Mevrouw Belhirch (D66):
We hebben onze naam daaronder gezet. Wij vinden het belangrijk dat Oekraïne het geld krijgt dat het nodig heeft. Wij wachten het antwoord af van de minister over hoe zij hiermee omgaat.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wacht ook zeker het antwoord af, maar volgens mij is het hier in de Kamer gewoon aan fracties om duidelijk te maken wat wij verwachten van het kabinet. Ik reken op de steun van D66 om ervoor te zorgen dat dit bedrag gewoon duidelijk in de Voorjaarsnota komt.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Belhirch. Het woord is aan de heer Boon voor zijn inbreng in eerste termijn namens de PVV.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter. Wie vandaag spreekt over de versterking van Defensie, moet eerst eerlijk durven zijn over hoe wij hier terecht zijn gekomen. Onder leiding van oud-minister-president Mark Rutte is onze krijgsmacht structureel uitgekleed. Terwijl de wereld instabieler werd, daalden de defensie-uitgaven tot ongeveer 1,1% van het bbp. Dat is ver onder de NAVO-norm en ver onder wat verantwoordelijk was. Dat was geen natuurverschijnsel. Dat waren politieke keuzes.
Onder Rutte werd de 41 Pantserbrigade opgeheven en gingen onze Leopardtanks de deur uit. Pantserhouwitsers werden afgestoten. De artilleriecapaciteit werd fors gereduceerd. De landmacht verloor zijn zware slagkracht. Bij de luchtmacht werden squadrons samengevoegd en werd vervanging van materieel uitgesteld. Daardoor namen transport- en helikoptercapaciteit af en kwam de inzetbaarheid onder druk te staan. Bij de marine verdwenen fregatten en ondersteuningsschepen uit de vaart. De mijnenjagersvloot werd verkleind. De vervanging van onderzeeboten werd járenlang vooruitgeschoven. Kazernes sloten hun deuren. Oefenterreinen verdwenen. Duizenden militairen en burgerpersoneelsleden verloren hun functie. Munitievoorraden werden zo ver teruggebracht dat zelfs trainen problematisch werd. De toenmalige D66-fractievoorzitter vernederde onze militairen door hen openlijk uit te lachen, met dat ze tijdens oefeningen "pang, pang" moesten roepen. Onze krijgsmacht werd gekleineerd en uitgekleed tot op het bot. Dat is de erfenis van Rutte. En vandaag betalen wij de rekening: miljarden om terug te kopen wat toen is verkwanseld; miljarden om te herstellen wat toen is gesloopt.
Mevrouw Belhirch (D66):
Een vraag aan de heer Boon. Kunt u zich Rutte I nog herinneren, waar ook de PVV in zat en waarin flink is bezuinigd?
De heer Boon (PVV):
Ja, dat kan ik mij zeker herinneren. Ik kan mij zeker herinneren dat de PVV toen ingezet heeft op 1 miljard extra voor de krijgsmacht. Alleen heeft de PVV dat niet voor elkaar gekregen; er is juist een miljard bezuinigd op Defensie. En ik vind het wel mooi dat de NRC een hele reconstructie heeft gemaakt van hoe dat nou kon: wie zat er nou achter die bezuiniging, wie ging er nou persoonlijk voor zorgen dat Defensie de genadeklap kreeg? Dat was meneer Rutte, onze oud-minister-president van de VVD. Hij heeft zich er persoonlijk voor ingezet dat Defensie kapot werd gemaakt. Ik kan me dat dus heel goed herinneren. Ik denk dat alle militairen in Nederland zich dat nog heel goed kunnen herinneren.
Mevrouw Belhirch (D66):
Nou, u zat ook in dat kabinet. Maar mijn andere vraag: hoe staat u nu dan tegenover deze investeringen?
De heer Boon (PVV):
Daar kom ik nog op. Maar ik sta er zeker positief achter; dat voorproefje wil ik u alvast geven.
De voorzitter:
U continueert.
De heer Boon (PVV):
Vandaag betalen wij dus de rekening: miljarden om terug te kopen wat toen is verkwanseld; miljarden om te herstellen wat er toen is gesloopt.
Voorzitter. Terwijl wij onze krijgsmacht afbraken, werd de wereld om ons heen steeds bedreigender. Vier jaar geleden viel Rusland Oekraïne binnen. Maar Rusland staat niet alleen. Er vormt zich opnieuw een as van het kwaad: landen die elkaar militair, technologisch en economisch versterken. China bouwt zijn militaire macht razendsnel uit en investeert massaal in cyberoorlogvoering en strategische beïnvloeding. Noord-Korea levert manschappen, munitie en raketten aan Rusland. Iran, waar de islamitische duivel, ayatollah Khamenei, gelukkig is geëlimineerd, vuurde zelfs raketten af richting Cyprus, een Europees land. Iran is al jaren de grootste sponsor van wereldwijd terrorisme. Het levert drones en andere wapens aan Hezbollah, Hamas en de Houthi's, en destabiliseert daarmee complete regio's. En er is hier één partij in dit huis die de Houthi's verheerlijkt als "fiere strijders". Ze zijn er weer niet. Maar laten we helder zijn: de Houthi's zijn een jihadistische terreurorganisatie die de sharia oplegt, homoseksuelen ter dood veroordeelt en vrouwen onderdrukt, en die de internationale scheepvaart aanvalt en daarmee onze economie direct raakt. Wanneer schepen in de Rode Zee worden aangevallen, lopen de transportkosten namelijk op en worden producten in de supermarkt duurder. Dat betaalt de Nederlandse consument. Wanneer energiecorridors worden bedreigd, stijgen gas- en stroomprijzen. Dat merkt ieder huishouden op de maandelijkse rekening. Wanneer onderzeese kabels kwetsbaar blijken, komt ook onze digitale infrastructuur in gevaar. Het raakt onze havens, onze bedrijven, onze communicatie.
Dagelijks worden westerse landen geconfronteerd met cyberaanvallen op ziekenhuizen, energiebedrijven en logistieke knooppunten. Dat zijn geen speldenprikken, maar gerichte pogingen om onze samenlevingen te ontregelen. Dit is geen ver-van-ons-bedshow. Dit raakt Nederland, dit raakt onze economie, dit raakt iedere burger. Hybride oorlog is geen toekomstscenario; het gebeurt nu. Als dit de dreiging is waar wij mee worden geconfronteerd, dan moet onze krijgsmacht daarop zijn gebouwd. Niet op papier, niet op beleidsnota's, maar met échte slagkracht: volle munitievoorraden, inzetbare brigades. Luchtafweer die drones en raketten uit de lucht haalt. Maritieme bescherming van onze Noordzee. Cybercapaciteit die tegenstanders afschrikt in plaats van ons alleen maar te laten reageren. Een sterke krijgsmacht is geen luxe. Het is een voorwaarde om als land te blijven bestaan.